Rapport Rekenkamer Stichtse Vecht onderzoek naar regievoering.pdf
Tekst van het document
waarbij wetgeving over de rol van de gemeente (en de mate van regie) nog ontwikkeld wordt. De woningcorporaties, SDV en het MEC geven aan dat de samenwerking op sommige punten beter kan. Dit beeld lijkt gebaseerd op een eerdere situaties en van de woningcorporaties hebben wij niet eerder dergelijke signalen ontvangen. Daarom gaan wij naar aanleiding van dit Rekenkamerrapport met hen in gesprek. Met 2 partijen waar we al nauw mee samenwerken, leggen we momenteel de laatste hand aan meerjarige samenwerkingsafspraken. Met het uitvoeringsprogramma ‘Op weg naar Nieuwe Energie’ hebben we onze ambities helder geformuleerd en hebben we controleerbare doelen opgesteld. We hebben, zoals eerder toegezegd, parallel aan de jaarrekening 2023 een eerste stand van zaken gedeeld met de Gemeenteraad. Feitelijke opmerkingen
-
-
-
Pagina 5 spreekt over de CODKE subsidie. Het is echter de CDOKE subsidie Pagina 17 stelt dat de doelen voor Zon op Dak en de Warmtetransitie nog niet zijn gerealiseerd. Dit klopt, de planning is namelijk ook om deze doelen op een later moment te halen. Pagina 25 gaat over de OSV. Bedoeld wordt de OVSV. Pagina 32 stelt dat het uitvoeringsplan zonnevelden is vastgesteld op 21 december 2021. Dit is onjuist. De Strategie Zonnevelden is vastgesteld op 9 april 2024. Pagina 32 geeft aan dat het Rijk stelt dat er 50% lokaal eigendom moet zijn bij realisatie van zon- en windprojecten. Het college heeft in haar coalitieakkoord gesteld dat de gemeente 100% lokaal eigendom nastreeft. Het eerste gedachtestreepje, dat dit verder moet worden uitgewerkt, is na vaststelling van de Strategie Zonnevelden achterhaald. Pagina 32, tweede gedachtestreepje stelt dat er maar 1 ambtenaar is die zich concentreert op de energietransitie. Inmiddels is het team op orde. Pagina 32, derde gedachtestreepje, stelt dat er lange termijnfinanciering noodzakelijk is. Voor het realiseren van de belangrijkste doelen worden er momenteel meerjarige afspraken gemaakt.
Stichting Timon Er lijkt een veronderstelling in het Rekenkameronderzoek te zitten dat als er financiële overschrijdingen zijn dit het gevolg is van al dan niet goed regievoeren. Dat is een stellingname die we niet zonder meer onderschrijven. Een overschrijding kan een gevolg zijn van de marktomstandigheden. Bijvoorbeeld in het geval van een financiële overschrijding kunnen ook allerlei externe factoren een rol spelen waar de gemeente geen invloed op heeft. Denk aan een grotere dan verwachte vraag, onvoorziene prijsstijgingen, tekorten op de arbeidsmarkt waardoor relatief duur moet worden ingehuurd, nieuwe wet- en regelgeving waarop moet worden ingespeeld et cetera. Het is dus belangrijk om deze externe factoren ook mee te nemen in het onderzoek. Wat het beoogde partnerschap precies omhelst is voor de raad vooraf niet helder. Dit in relatie tot wat het betekent voor de gemeentelijke bijdrage, de bijdrage van TIM SV, aan de realisatie van transformatiedoelen en wie hiertoe en in welke mate risico’s moet dragen. Een onderzoek is nodig om dit helder te krijgen en met de resultaten van dit onderzoek wordt de raad voor voldongen feiten gesteld (p.5 deelconclusie 2). In de casus van Timon spelen er meerdere factoren, zoals marktontwikkelingen, die een bijdrage hebben geleverd aan de overschrijding. Overigens hebben nagenoeg alle gemeenten in het land hiermee van doen.
Daar komt bij dat er in Stichtse Vecht gewerkt wordt op een innovatieve werkwijze, met een taakgerichte opdracht, waar deze partij geen ervaring mee had en ook de organisatie moest opbouwen. Er zijn in het land gemeenten met een traditionele open House model met vergelijkbare vraagstukken in relatie tot externe factoren zoals eerder genoemd. Eind 2022 is door BDO een uitvoerig onderzoek gedaan naar TIM SV en daarnaast zijn wij met TIM SV in gesprek over (uitvoering van/aanscherping van/nieuwe) maatregelen, inzicht en afspraken over monitoring. Het deel over TIM SV bevat veel informatie over de maatregelen die gemeente en TIM SV in 2023 hebben genomen voor de kostenbeheersing van de opdracht aan TIM SV. De verwijzing die gehanteerd wordt voor 64 van 66
de toebedeling van het budget is volgens ons niet juist. De Partnerschapsakte en de uitvoeringsafspraken vormen de juiste bronnen. De interpretatie die in het BDO rapport is gegeven over de verdeling van de kosten richting uitvoering en overhead is niet de juiste bron met betrekking tot de daadwerkelijke contractuele afspraken over het integraal budget. Het onderzoek is juist ingesteld om invulling te geven aan het ‘classificeren’ en ‘kwantificeren’ van de risico’s die zich in de praktijk voordeden. Daarbij is de eindconclusie niet aan BDO, maar aan gemeente en stichting Timon samen. Het onderzoek leverde informatie om het gesprek hierover met elkaar te kunnen voeren. TIM SV dient de gehele taak uit te voeren met het toegekende budget, dat is de essentie van een taakgerichte opdracht Er is geen specifiek deel beschikbaar voor de uitvoeringsorganisatie en geen specifiek deel voor het daadwerkelijk leveren van zorg. Het sluiten van een privaatrechtelijke contracten is strikt genomen een collegebevoegdheid. Raadsleden geven in een gesprek aan dat het, achteraf gezien, het verstandig had geweest het contract met stichting Timon voor te leggen aan de raad voor een zienswijze.
Dat had kunnen voorkomen dat de raad achteraf, na een onderzoek van BDO, zich verrast voelde en voor voldongen feiten werd gesteld.(p.18 @H2) Als aandachtspunt wordt door raadsleden benoemd het contract met stichting Timon. Het college de raad voorafgaand aan de aanbesteding en contractvorming op diverse manieren bijgepraat. Er zijn diverse raadsbijeenkomsten/RIB's over het proces en de keuzes mbt taakgerichte opdracht ipv pxq. Voorafgaand aan de marktconsultatie in de aanbestedingsfase is een presentatie in de raad gehouden : wat gaan we doen en hoe ziet het model eruit, de opdracht en proces. Gedurende aanbesteding zijn een aantal RIB’s verstuurd en twee keer de commissie digitaal bijgepraat. Voorafgaand aan de implementatie zijn twee RIB’s verstuurd RIB78 (9-12-2021)en RIB80 (23-12-2021). Verder is de raad in de Jaarrekening 2021 (juni 2022 raad) en met de Begroting 2023 (8-11-2022 raad) geïnformeerd over de laatste stand van zaken. Om goed zicht te krijgen op de omvang en aard van de risico’s is de rol van de gemeente ook opgeschoven naar bemoeienis van de gemeente met de bedrijfsvoering van TIM SV, en die van onderaannemers van TIM SV (p.31). Het college deelt niet de conclusie dat zij zich met de bedrijfsvoering van TIM SV heeft bemoeid. Naar aanleiding van de overschrijding van 6,8 miljoen in 2022 is aanvullende informatie opgevraagd m.b.t.
de kostenpost van onderaannemers. Omdat de gemeente de extra kosten ook richting gemeenteraad moet kunnen verantwoorden. Daarnaast zijn wij vanuit het afgesloten Partnerschap, gezamenlijk aan de slag gegaan met maatregelen, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid. Het gaat echter soms ook nog niet goed, zoals rondom de samenwerking met TIM SV en rondom de energietransitie (p.4 Kernconclusie) De onderzoekers trekken de conclusie dat het niet goed gaat in de samenwerking tussen de gemeente en TIM SV. De motivatie die zij hierbij geven is dat er een onderzoek moest plaatsvinden om de kostenverdeling tussen gemeente en Timon te duiden. Het college erkent dat er spanning is ontstaan tussen de gemeente en Timon. Dit is niet onlogisch gezien de omstandigheden. We zijn voortdurend met elkaar in overleg gebleven over verschillende maatregelen gericht op beheersing en inzicht. Het onderzoek (refereert aan onderzoek BDO) was nodig omdat er sprake was van onvoorziene omstandigheden (impact Covid op indexering en zorgvraag inwoners) waardoor het oorspronkelijke budget van 12,6 miljoen ontoereikend bleek voor de opdracht aan Timon.
Op basis van dit onderzoek en de conclusie van een externe partij over de oorzaak van de overschrijding, heeft de gemeente kunnen onderbouwen dat de toename onvoorzien was en hierdoor binnen de mogelijkheden van de aanbestedingswet aanvullende bijdrages uitgekeerd aan Timon. Dit is in lijn met de clausule die hiervoor is opgenomen in het contract. Inherent aan deze clausule is dat pas achteraf een overschrijding kwalitatief en kwantitatief geduid kan worden. Dit is passend bij de werkwijze van het zogenaamde ‘ventiel’ dat is ingebouwd in het contract, vanwege het open einde risico van de Jeugdwet. ODRU “De regievoering met betrekking tot het eigenaarschap ligt bij een portefeuillehouder, die is lid van het Algemeen Bestuur van ODRU en tevens lid van de auditcommissie van ODRU”. (p. 27, 3e alinea).
65 van 66
Wij zijn ingehaald door de tijd en hebben momenteel geen zitting meer in de auditcommissie van de ODRU. De onderzoekers geven aan dat het met de samenwerking tussen gemeente en ODRU goed gaat. Het college kan deze conclusie beamen. Er zijn in het kader van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) een aantal documenten waarin beleidsdoelen zijn opgenomen. Deze documenten komen bij raad of college ter besluitvorming (bijvoorbeeld de Koers 2023-2027 ODRU, regionale uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS)). Daarnaast staat in diverse stukken, onderdelen waarin de gerealiseerde doelen worden benoemd. Op het moment dat er beleidsdoelen worden vastgesteld in het kader van de Omgevingswet, bijvoorbeeld in een Omgevingsprogramma of het Omgevingsplan, zullen ook daar nadere afspraken gemaakt worden over monitoring van de doelen. We merken wel op de ODRU voornamelijk wettelijke taken voor ons uit waardoor er minder afwegingsruimte is.
66 van 66