CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport energielandschappen U16.pdf

Informatieve commissie I 16 februari 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5. 21:30: RES, zoekgebieden zonne- energie en gesprek Stedin12.127 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Energielandschappen RES-U16 Ontwerpend onderzoek naar bouwstenen voor energietransitie in het landschap

Energielandschappen RES-U16 Ontwerpend onderzoek naar bouwstenen voor energietransitie in het landschap

COLOFON In opdracht van regio RES U16 Samenwerking van 16 gemeenten, 4 waterschappen, de provincie en de netbeheerder. Uitgevraagd door gemeente Utrecht.

Uitgevoerd door Land-id Kantoorgebouw De Enk Tivolilaan 205 in Arnhem Website: www.land-id.nl Loes van der Vegt: 06 5012 2660 Barbara van Dijk: 06 2916 3862 Mail: info@land-id.nl Status: definitief Versie: 2.0 Datum: 15 september 2020

Dit rapport is een weergave van een landschappelijke verkenning en ruimtelijke ateliers met diverse stakeholdergroepen t.b.v. de RES U16. Het document bevat basisinformatie m.b.t. landschapstypen op regionale schaal die gebruikt kan worden bij de concretisering van zoekgebieden voor hernieuwbare opwek. De in het rapport opgenomen ontwerpprincipes zijn geen zoekgebieden of projectlocaties. Het daadwerkelijke proces om te komen tot zoekgebieden is de verantwoordelijkheid van de regio RES U16, en specifiek de gemeenten en provincie, zelf.

Inhoudsopgave 1

Inleiding

5

2

Algemene informatie

9

3

Weiden en plassen

14

4

Utrechtse Heuvelrug

28

5

Rivierenlandschap

42

6

Wallen en weiden

54

7

Waarden

66

8

Ontwerpprincipes en aanbevelingen

78

Infralandschap

Utrechtse Heuvelrug

Weiden en plassen

Gelderse Vallei (klein deel in RES U16)

Wallen en weiden

Nieuwe Hollandse Waterlinie Rivierenlandschap

Waarden

Plangebied voor dit ontwerpend onderzoek met daarin de zes verschillende landschapstypen en de twee overkoepelende structuren 4

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

1

Inleiding

Aanleiding Met de totstandkoming van het Klimaatakkoord in juni 2019 gaat Nederland de uitdaging aan om in 2030 de uitstoot van broeikasgassen met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. In dit Klimaatakkoord is een pakket aan maatregelen samengesteld om dit doel te halen. Eén van die doelen is om in 2030 70 procent van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen te winnen. Dit vraagt om een regionale energietransitie. Dertig energieregio’s in Nederland, waaronder de regio U16, onderzoeken waar en hoe het best duurzame elektriciteit opgewekt kan worden. In de regio U16 werken 16 gemeenten, 4 waterschappen, de provincie Utrecht en de netbeheerder samen aan een regionale energiestrategie: de RES U16. De RES U16 moet bijdragen aan de in totaal 35 TWh aan duurzame energie die in Nederland in 2030 op land moet worden opgewekt. De opwek van duurzame energie vereist een ander ruimtegebruik in omvang en vorm dan dat we gewend zijn. De ruimtelijke kenmerken van een gebied bepalen wat de mogelijkheden en knelpunten zijn van de nieuwe energievoorziening. Vanuit dit perspectief hebben wij onderzocht welke bijdrage de verschillende landschapstypen van de regio U16 leveren aan de opgave voor het opwekken van elektriciteit in het tijdvlak tot 2030.

De ontwikkeling van duurzame energie in de regio heeft een grote ruimtelijke en landschappelijke impact. Om de ruimtelijke impact inzichtelijk en bespreekbaar te maken, heeft de projectorganisatie van de RES U16 behoefte aan landschappelijke verbeeldingen van de energieopgave. De verbeeldingen en inzichten zijn bedoeld om het goede gesprek te voeren met regionaal georganiseerde stakeholders over de wenselijkheid van verschillende ruimtelijke energiescenario’s en de ruimtelijke randvoorwaarden en ontwerpprincipes.

Doel Het doel van dit onderzoek is tweeledig, het is onderdeel van het proces om met regionaal georganiseerde stakeholders het gesprek te voeren over de energieopgave in het landschap. Daarnaast wordt de bundeling van de uitkomsten ingezet als bouwsteen om te komen tot zoekgebieden voor de RES U16.

Resultaat Het voorliggende rapport is een weergave van het gesprek en daaruit gekomen conclusies over de wenselijkheid van bepaalde ruimtelijke concepten en de bijbehorende ruimtelijke randvoorwaarden en ontwerpprincipes. De veelheid aan ingebrachte informatie is in deze rapportage geordend en aangescherpt tot generieke aanbevelingen voor de onderzochte landschappen.

Scope Dit is een van de stappen om te komen tot zoekgebieden voor nieuwe energievormen in de RES U16. Deze stap is een basis voor verdere participatieprocessen (lokaal en subregionaal). De ruimtelijke randvoorwaarden en ontwerpprincipes zullen in deze participatieprocessen verder worden uitgewerkt en aangescherpt met lokale en gebied specifieke kennis en maatwerkoplossingen. De invalshoek van deze studie is ruimtelijk landschappelijk, met als doel de impact van de energietransitie op het landschap aan de hand van praatprenten te onderzoeken. Aspecten als overig provinciaal en lokaal beleid, natuurwetgeving, technische eisen en randvoorwaarden zijn niet meegenomen. In het vervolgtraject is het nodig deze laag van het landschap over de andere eisen en randvoorwaarden te leggen, om zo de stap naar zoekgebieden te kunnen zetten. In lijn met het Klimaatakkoord ligt de focus voor elektriciteit in 2030 op grootschalig toepasbare technieken: grondgebonden zonnevelden en windenergie.

5

Planproces

Stap 1

Grip op kernkwaliteiten en energietransitie

Stap 2

Verkenning van energie in het landschap

Stap 3

Verrijking van energie in het landschap

Planproces voor dit ontwerpend onderzoek met daarin de drie uitgevoerde stappen

Aanpak van het onderzoek Belangrijk onderdeel van dit ontwerpende onderzoek is het voeren van het goede gesprek met de partners en stakeholders. Dit gesprek is gevoerd in twee brede ateliers waar een grote diversiteit aan partners en stakeholders aan hebben bijgedragen. In diverse praatplaten is de energieopgave geprojecteerd op het landschap van de regio. De platen hebben geholpen bij het voren van het goede gesprek over de relatie tussen ruimtelijke kwaliteit en duurzame energieopwek. Om te komen tot het voorliggende resultaat zijn drie stappen doorlopen: 1. Grip op kernkwaliteiten en energietransitie; 2. Verkenning van energie in het landschap; 3. Verrijking van energie in het landschap. 6

Grip op kernkwaliteiten en energietransitie Om inzicht te geven in de landschappelijke kwaliteiten van het landschap is de essentie van de verschillende landschappen in de RES U16 verbeeld. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van de gebiedsindeling van de landschapstypen van de gebiedskaternen van de provincie (zie kaart op p4). Het kleine deel van de Gelderse Vallei, wat valt onder de RES U16 is in dit onderzoek meegenomen onder de Utrechtse Heuvelrug. De rest van de Gelderse Vallei valt onder RES Amersfoort. Daarnaast lopen door de RES U16 een aantal overkoepelende structuren. Dit is de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de infrastuctuurlijnen. Deze structuren

zijn meegenomen in ieder landschap waar ze doorheen lopen. De stedelijke gebieden maken geen onderdeel uit van dit onderzoek. Wel is karakteristieke bebouwing in de landschappen meegenomen in de beschrijving van de kernkwaliteiten en is gekeken naar de randvoorwaarden en ontwerpprincipes voor de onderzochte energievormen nabij deze bebouwing. Om meer grip te krijgen op de ruimtelijke weerslag van de energietransitie, zijn voor zowel wind- als zonneenergie, factsheets gemaakt. In deze energie factsheets zijn op een verbeeldende wijze het ruimtegebruik, de algemene regels met betrekking tot de toepassing van een bepaalde energievorm en mogelijke opstellingsvormen gepresenteerd.

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Leeswijzer Verkenning van energie in het landschap Aan de hand van verbeeldingen van verschillende energieconcepten per landschapstype met daaraan gekoppeld de potentiële energieopbrengst (bandbreedte), is met regionale stakeholders in gesprek gegaan over ruimtelijke en landschappelijke consequenties. In de verbeeldingen is de energieopgave geconfronteerd met de landschappelijke kernkwaliteiten. Op basis van de essentie van het landschap is onderzocht welke ruimtelijke energieconcepten landschappelijk denkbaar zijn. De concepten zijn gebruikt als middel om grip te krijgen op de ruimtelijke impact van de energieopgave in het landschap. Dit heeft geresulteerd in een eerste verkenning naar de wenselijkheid van diverse energieconcepten in het landschap de RES U16 en eerste gevoel bij de randvoorwaarden en ontwerpprincipes. De input is gestructureerd in een matrix waarbij de duurzame vormen van energie gekoppeld zijn aan de verschillende landschappelijke lagen van ieder landschapstype. De praatplaten hebben bovendien bijgedragen aan het begrip over de omvang en ruimtelijke impact van de totaalopgave in het landschap. Verrijking van energie in het landschap In een tweede ateliersessie zijn aangescherpte praatplaten en de matrix besproken. De energiescenario’s zijn tijdens dit werkatelier beoordeeld aan de hand van een aantal criteria: de algemene

indruk van de inpasbaarheid van een energiescenario, de ruimtelijke randvoorwaarden aan omvang en positie van zon- en windenergie, de aandachtspunten voor beleving en zichtlijnen, de inpassingsmaatregelen en tot slot de kansen voor ruimtelijke kwaliteit en de koppeling van functies. Om de inbreng bruikbaar te maken voor het vervolgproces is het verwerkt tot eenduidige aanbevelingen. Het resultaat bestaat per landschap uit contouren van gebieden waar verschillende vormen van energie mogelijk een plek kunnen krijgen vanuit het ruimtelijk en landschappelijk perspectief. Hieraan gekoppeld zijn een set van aanbevelingen in de vorm van randvoorwaarden en ontwerpprincipes. Deze aanbevelingen zijn geordend in de onderdelen: situering, inrichting en functiecombinaties. De meest kansrijke ontwerpprincipes hebben we gevisualiseerd en toegelicht. Voor de uiteindelijke ontwerpprincipes en potentiële zoekgebieden per landschapstype geldt dat deze een bepaalde mate van abstractie hebben en dienen als bouwsteen voor een verdere ruimtelijke vertaling. Tijdens het ontwerpend onderzoek zijn de principes en contouren op verschillende momenten gespecificeerd en gegeneraliseerd met als doel om tot algemene bruikbare ontwerpprincipes per landschapstype te komen. Bij de verdere uitwerking van zoekgebieden is een nadere concretisering per locatie noodzakelijk.

In het volgende hoofdstuk is belangrijke algemene informatie voor het onderzoek weergegeven. De opzet van de uitwerking van elk landschap is toegelicht. Ook wordt een korte toelichting gegeven over de twee overkoepelende structuren in het U16 gebied (Nieuwe Hollandse Waterlinie en infrastructuur). Tot slot worden twee energie factsheets gepresenteerd: één voor winden één voor zonne-energie. Hoofstuk 3 tot en met 7 richten zich op de specifiekere landschapstypen van de regio U16. Voor al deze landschappen komen de drie onderdelen aan bod: essentie van het landschap, impressie werkateliers en een verbeelding van de contouren waar de randvoorwaarden en ontwerpprincipes van toepassing zijn. Hoofdstuk 8 bevat overkoepelende aanbevelingen die voor alle landschappen gelden. Ook zi n de bevindingen die niet direct betrekking hebben op de ruimtelijke aspecten en aanbevelingen voor het vervolg in dit hoofdstuk opgenomen. Dit rapport is een weergave van een landschappelijke verkenning en ruimtelijke ateliers met diverse stakeholdergroepen t.b.v. de RES U16. Het document bevat basisinformatie m.b.t. landschapstypen op regionale schaal die gebruikt kan worden bij de concretisering van zoekgebieden voor hernieuwbare opwek. De in het rapport opgenomen ontwerpprincipes zijn geen zoekgebieden of projectlocaties.

Het daadwerkelijke proces om te komen tot zoekgebieden is de verantwoordelijkheid van de regio RES U16, en specifiek de gemeenten en provincie, zelf. 7

Windturbines in vlakopstelling in een open landschap 8

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

2 Algemene informatie Energie in de landschappen van RES U16 In de hoofdstukken 3 tot en met 7 behandelen we opeenvolgend het landschap van de weiden en plassen, de Utrechtse Heuvelrug, het rivierenlandschap, het landschap van de wallen en weiden en het landschap van de waarden. Per landschapstype is een essentiekaart gemaakt die bestaat uit de hoofdstructuur van het betreffende landschapstype met karakteristieke elementen. De essentiekaart laat in één oogopslag de kernkwaliteiten van het landschapstype zien en biedt aanknopingspunten om energiescenario’s in te passen. De essentiekaart kan worden opgedeeld in een aantal landschappelijke ‘lagen’. Deze lagen worden per landschapstype uitgebreid uiteengezet en verrijkt met aanvullende verbeeldingen zoals referentiebeelden, kaarten en principeschetsen. Vervolgens is op een dubbele pagina een impressie gegeven van de ateliers. Op deze pagina staan ook twee kaarten met daarop de gebieden die in het onderzoek zijn meegenomen. Niet meegenomen zijn de gebieden die op basis van wettelijke regelgeving zijn uitgesloten van zon of wind.

De resultaten uit de ateliers zijn vertaald naar contouren waar zon- of windenergie vanuit het ruimtelijk perspectief optioneel is. In deze gebieden gelden de ontwerpprincipes op de pagina’s erna. Dit betekent zeker niet dat al deze gebieden helemaal vol geplaats kunnen worden. Bij uitwerking van zoekgebieden is het nodig om het effect van cumulatie van de diverse locaties goed te beoordelen en mee te wegen.

Overkoepelende structuren Op de volgende twee pagina’s is een korte impressie van de overkoepelende structuren weergegeven. Verder zijn deze structuren meegenomen in bovengenoemde landschappen.

Energiefactsheets Vervolgens zijn twee factsheets over wind en zonne-energie opgenomen. Dit geeft een beeld bij het ruimtegebruik, de algemene regels met betrekking tot de toepassing van een bepaalde energievorm en de verschillende mogelijke opstellingsvormen.

9

Het infralandschap wordt gevormd door spoorwegen, waterwegen, snelwegen en verkeersknooppunten

Overkoepelende structuren Infralandschap Vanwege de centrale ligging van de provincie Utrecht komen hier veel snelwegen, spoorwegen en waterwegen samen. Deze infrastructurele elementen vormen samen het infralandschap en bestaan eigenlijk uit een netwerk van verbindende lijnen die als ‘laag’ op het onderliggende landschap ligt. De A2, A12, A27 en A28 zijn de belangrijkste snelwegen. Op de kruisingen van deze wegen vinden we drukke verkeersknooppunten. Het spoorwegennetwerk verenigt zich binnen de U-16 regio met station Utrecht Centraal als het belangrijkste knooppunt van het Nederlandse spoornet. Tot slot kent de U16-regio een rijke verscheidenheid aan waterwegen met onder meer de Nederrijn, de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal.

Referentiebeeld van een van de drukste verkeersknooppunten in Nederland: knooppunt Oudenrijn 10

Nederrijn / Lek

Spoorweg

Bebouwd gebied

AmsterdamRijn Lekkanaal

Snelweg

Grens U16 regio

Overige rivieren en kanalen

Verkeersknooppunt

Essentiekaart van het infralandschap geprojecteerd op de U16-regio

Principeschets van het deellandschap snelwegen: de A2, A12, A27, A28 en A1 vormen het hoofdwegennetwerk van de regio

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Nieuwe Hollandse Waterlinie De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verdedigingslinie uit de Nederlandse geschiedenis. Deze waterlinie ligt als een verscholen laag gecamoufleerd in het omliggende landschap. Middels een systeem van sluizen, dijken, kanalen, rivieren en gemalen, konden polders onder water worden gezet in tijden van oorlogsdreigingen. Op kwetsbare punten in de linie: de accessen, werden forten gebouwd. De waterlinie verbindt de forten en volgt daarbij de kades van de inundatiegebieden. Opvallend zijn de verboden kringen rondom de forten. In deze cirkels golden strenge bouwregels om de schootsvelden open te houden, zodat soldaten vrij zicht hadden en hun vuurwapens goed konden richten op de vijand.

Referentiebeeld van het fort bij Vechten in de hoofdverdedigingslijn

Principeschets van de NHW: vrij zicht vanaf een fort over de schootsvelden

Bebouwd gebied

Hoofdverdedigingslijn

Verboden kringen

Grens deelgebied

Fort

Accessen

Inundatie gebied

Verdedigingswerk

Forten op kwetsbare punten in de linie zijn gecamoufleerd en hebben vrij zicht op de schootsvelden

Essentiekaart van de Nieuwe Hollandse Waterline in het rivierenlandschap en het landschap van de weiden en plassen 11

Energie factsheets

Solitair

Willekeurig

Zwerm

Grid-opstelling

Lijnopstelling

Boogopstelling

Algemene windenergie principes: opstellingsvormen variërend van een solitair tot turbines in grid of lijnopstellingen A-wegen 0,5 x ø

Spoorwegen 0,5 x ø + 7,85 m

Hoogspanning en gasleidingen 1 x tiphoogte

Bij de realisatie van windturbines dient onder meer rekening gehouden te worden met formaten, veiligheidsafstanden en opstellingsvormen maar ook beleving en zichtbaarheid van turbines

Vaarwegen min. 50 m

5,6 MW

150 m

3 MW Rotordiameter (ø)

0,9 MW

Tiphoogte

As-hoogte

Woongebieden 5x as-hoogte

241 m

166 m 60 m

Slagschaduw 12 x ø

Algemene windenergie principes: veiligheidsafstanden uitgedrukt in rotordiamter, tiphoogte en as-hoogte. De bovenste vier zijn wettelijk, de onderste twee richtlijnen

125-150 m

100 m

0,015 MW

80-105 m

70 m

12 m 15 m

21 m

12

90 m

klein

middelgroot

groot (V90-3.0 MW)

domtoren

zeer groot (V150-5.6 MW)

zendmast Lopik

Algemene windenergie principes: formaten windturbines. In dit ontwerpend onderzoek wordt met de 5,6 MW turbine gewerkt

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Hek

Zonne-energie + natuurbeheer

ca. 15 m

Zonne-energie + extensief beheer

Afstand tussen bomensingel en zonneveld

Zonne-energie + waterberging

Zonne-energie + biomassa

Brede sloot

Bij de realisatie van zonnevelden dient onder meer rekening gehouden te worden met opstellingen, afschermingen en functiecombinaties

Bomensingel

Algemene zonne-energie principes: diverse afschermingen van een zonneveld maken landschappelijke inpassing mogelijk

Zonnepanelen als geluidswal

1,45 m 0,75 m 2m

6m Zonne-energie + recreatie

Zonne-energie + windturbines

Algemene zonne-energie principes: functiecombinaties. Diverse koppelingen maken meervoudig ruimtegebruik mogelijk

Algemene zonne-energie principes: standaard lage zuid-opstelling (1385 MWh/jr/ha) gebruikt in dit ontwerpend onderzoek. N.B. de hoek van de panelen kan vergroot worden voor een hogere opbrengst. In dit ontwerpend onderzoek is echter gekozen de panelen lager te plaatsen zodat er overheen gekeken kan worden. 13

3 Weiden en plassen •

Essentie van het landschap

•

Impressie werkateliers

•

Contouren + ontwerpprincipes

Deelgebied weiden en plassen in geel ten opzichte van de U16-regio 14

Plankaart van het landschap van de weiden en plassen

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Rivierlint

Essentie van het landschap Oude stroomrug

Open polder

Blokontginning

Droogmakerij

Opstrekkende ontginning

Rivierlinten

Open polder

Oude stroomrug

Blokontginning

Bebouwd gebied

Droogmakerij

Opstrekkende ontginning

Essentiekaart van het landschap van de weiden en plassen

Zes deellandschappen binnen het landschap van de weiden en plassen 15

Rivierlinten De rivierlinten slingeren als besloten zones tussen de open weidelandschappen. Deze rivierlinten worden gevormd door vele kleine riviertjes waaronder de Waver, Winkel, Angstel en Vecht. De rivierlinten worden begeleid door bebouwing met opgaande beplanting en kleinschalige dijken die wisselende uitzichten bieden op de verstilde open weidelandschappen. Zodoende verbinden de relatief hooggelegen rivierlinten kleine dorpjes met grotere bebouwingskernen als Abcoude, Loenen aan de Vecht en Weesp. Referentiebeelden van het deellandschap rivierlinten: gekanaliseerde rivieren die worden begeleid door bebouwing

Slingerende rivierlinten worden begeleid door bebouwing met opgaande beplanting

Principeschets van het deellandschap rivierlinten: hooggelegen zone met rivier, lintbebouwing en beplanting 16

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap rivierlinten

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Brede en hoge zone rondom de Oude Rijn met divers landgebruik en verstedelijking

Principeschets van het deellandschap oude stroomrug: hoge

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap oude

zone met stedelijke gebieden rondom de rivier

stroomrug

Oude stroomrug De oude stroomruggen binnen dit deelgebied bestaan uit de brede zones rondom de Oude Rijn en de Vecht. Ze liggen hoger dan de omgeving en gaan geleidelijk over in de aangrenzende open weidelandschappen. De gradiënten van hoog naar laag, besloten naar open, bebouwd naar onbebouwd, blokverkaveling naar strookverkaveling zorgen voor een rijke diversiteit. Opvallend voor de oude stroomruggen in dit deelgebied is de hoeveelheid infrastructuur en verstedelijking op de stroomrug met belangrijke wegen als de A12, de A2 en de stad Woerden.

Referentiebeelden van het deellandschap oude stroomrug: brede, hogere zones met rijke diversiteit in landgebruik 17

Grasland in onregelmatige strokenverkaveling met bebouwing langs de grenzen

Open polder

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap open polder

Principeschets van het deellandschap open polder: grasland in onregelmatige strokenverkaveling

Het meest noordelijke deel van dit deelgebied kan worden aangewezen als open polder. Dit gebied wordt gekenmerkt door grasland dat in onregelmatige strokenverkaveling doorloopt tot aan de randen van de open polder. De hoger gelegen rivierlinten en de bebouwing van Amsterdam-Zuidoost vormen de grenzen van deze openheid. Hekjes zijn de enige verticale elementen in dit open veld. Bebouwing en opgaande beplanting is alleen aanwezig aan de horizon in de aangrenzende linten. Dit maakt dat de polders zelf rustige landschappen zijn.

Referentiebeelden van het deellandschap open polder: uitgestrekt weidelandschap met beplanting aan de horizon 18

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Blokontginning Het open weidelandschap van de blokontginning wordt opgedeeld door bebouwingslinten, beplante achterkaden en pestbosjes. Door richtingveranderingen in de cope-ontginningen ontstaan blokvormige eenheden. Bebouwingslinten staan haaks op de weteringen en achterkaden van andere linten. Diversiteit zit met name in het kleinschalige karakter van de linten. Ze hebben elk een ander profiel, maar zijn altijd een combinatie van wetering, weg met huizen en een grote verscheidenheid in weg- en erfbeplanting. De overal aanwezige graslanden in strokenverkaveling en de beperkte dynamiek in de linten geven rust en stilte aan het landschap.

Referentiebeelden van het deellandschap blokontginning: open weidelandschap met sloten en enkele pestbosjes

Bebouwingslinten, weteringen en verspringingen in de cope-ontginning creëren blokvormige eenheden

Principeschets van het deellandschap blokontginning: langgerekte kavels in de cope-ontginning creëren samen met wegen en bebouwingslinten blokvormige eenheden

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap blokontginning 19

Rationele open ruimten met dijken aan de randen en beplante orthogonale wegen

Principeschets van het deellandschap droogmakerij: beplante rechte wegen, open boerderijlinten en dijken aan de randen

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap droogmakerij

Droogmakerij Het landschap van de droogmakerij wordt gekenmerkt door de rationeel ingedeelde open ruimte met hoge dijken aan de randen. De droogmakerijen zijn bemalen gebieden die lager liggen dan de omgeving. Vanaf de ringdijk is het zicht over het open weidelandschap van de droogmakerij panoramisch. Op de dijk bevinden zich gemalen die in het verlengde liggen van een hoofdwetering. Het landgebruik bestaat uit grasland voor veeteelt en extensieve natuur in een strokenverkaveling met vaste maten. De verder aanwezige open, rechte boerderijlinten en opgekroonde bomenrijen langs de orthogonale wegen zorgen voor afwisseling in dit open landschap.

20

Referentiebeelden van het deellandschap droogmakerij: open weidelandschap met strokenverkaveling en bedijkte randen

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Opstrekkende ontginning Het landschapstype opstrekkende ontginning, is kenmerkend voor dit deelgebied. Opvallend in dit landschapstype zijn de petgaten, legakkers, brede sloten en plassen waaronder de Vinkeveense Plassen. Verder zijn op sommige plekken graskavels vervangen door langgerekte opgaande beplanting, waaronder hakhout en opstrekkend veen. Al deze elementen geven veel diversiteit aan dit landschap. Vooral het water brengt veelal recreatief gebruik met zich mee waardoor rust en stilte afnemen. De overige aanwezige open weidelandschappen worden opgedeeld door bebouwingslinten en weteringen haaks op de strokenverkaveling. Verder worden veel natte gebieden in dit landschap ontwaterd, wat leidt tot oxidatie en CO2 uitstoot. Dit probleem kan voorkomen worden door gebieden juist nat te houden.

Referentiebeelden van het deellandschap opstrekkende ontginning: divers landschap met veel sloten en plassen

Petgaten, legakkers, brede sloten, plassen en opstrekkend veen maken dit landschap divers

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap opstrekkende ontginning

Principeschets van het deellandschap opstrekkende ontginning: langerekte strokenverkaveling met gras, opstrekkend veen en plassen 21

Impressie werkateliers

“Zoek naar de ‘loze ruimten’ tussen bestaande infrastructuur voor de inpassing van duurzame energie, dan wordt weinig landschap aangetast. Maar houd rekening met het feit dat het landschap veelal beleefd wordt vanaf de weg en windturbines over grote afstanden beleefbaar zijn.”

Visualisaties (gemaakt met Windplanner) en ontwerpprincipes (niet op schaal) van zonneparken en windturbines in het landschap van de weiden en plassen inclusief opmerkingen gemaakt tijdens de werkateliers 22

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Kaart met in geel de potentiële locaties voor windenergie

“Maak duidelijk als regio, provincie en gemeente dat het doel is om de kernkwaliteiten van de landschappen overeind te houden. Zo creëer je draagvlak.” Kaarten met in geel de gebieden die zijn meegenomen in het onderzoek voor windenergie (boven) en zonne-energie (onder) 23

pt

Contouren

on

ce

1

C

2

24

1

Contouren nadere verkenning windenergie in lijn met de ontwerpprincipes in het landschap van de weiden en plassen

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

1

2

Ontwerpprincipe 1: windturbines in lijnopstelling langs grootschalige infrastructuur

1

Windturbines in lijnopstelling langs grootschalige infrastructuur Situering • Windturbines kunnen als enkele lijn parallel langs het Amsterdam-Rijnkanaal en de snelwegen A2 en A27 worden geplaatst. 2 • Hierdoor wordt de lijn van de infrastructuur aangezet terwijl interferentie wordt voorkomen. • Er worden minimaal 3 windturbines geplaatst zodat er sprake is van een lijn. • Zorg voor landschappelijke geleding door de lijnopstelling minimaal 1 keer te onderbreken (vanaf 6 turbines zodat er sprake is van twee lijnen) om de waardevolle grootschalige openheid in oostwest richting beleefbaar te houden. Inrichting • Windturbines dienen eenzelfde grootte & vorm te hebben voor eenduidigheid. • Voorkom dat turbines in lijnopstellingen langs de snelweg en kanaal met elkaar interfereren dus zorg voor voldoende afstand tussen deze infrastructurele lijnen. • De windturbines in lijnopstelling worden zo strak mogelijk ingepast zodat ze een duidelijke

Ontwerpprincipe 2: windturbines in vlakopstelling als clusters in enkele weidelandschappen

structuur en ritme aanhouden en aansluiten op de rechtlijnigheid van de infrastructuur

Windturbines in vlakopstelling als clusters in enkele weidelandschappen

Inrichting • Er worden gelijke afstanden tussen de turbines aangehouden. • De windturbines in vlakopstelling worden zo ingepast dat de structuur van de clustering aansluit op het betreffende verkavelingspatroon. • Beperk het aantal toegangswegen, bruggen, etc. naar windturbines en gebruik grastegels zodat de toegangswegen opgaan in het landschap.

Situering • Windturbines kunnen als vlak in enkele weidelandschappen (open polder, blokontginning, droogmakerij of opstrekkende ontginning) op afstand van bebouwing geclusterd worden. • Beperk het aantal windturbines tot één vlak van minimaal 4 turbines (2x2). Bepaal het aantal aan de hand van de grootschaligheid van het landschap, de ruimtelijke en visuele impact van de turbines. • Windturbines kunnen worden geplaatst in iets meer besloten landschappen waar het weidse uitzicht beperkt is bijvoorbeeld in de buurt van bedrijventerreinen. • Bebouwingslinten mogen niet worden ingeklemd door het vlak van windturbines.

Functie combinaties • Combinatie van windenergie en zonne-energie waardoor compleet nieuwe energielandschappen ontstaan. • Hierbij bestaat de kans om te werken aan een groen-blauw landschappelijk raamwerk passend bij de omgeving middels natuurontwikkeling, waterberging & peilverhoging. • Zoek naar mogelijkheden om windenergie op een juiste wijze te koppelen aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie door bijvoorbeeld waardevolle zichtlijnen vanaf forten over de open schootsvelden in te stand te houden. Daarmee kunnen de kansen die er liggen voor cultuurhistorie en recreatie benut worden.

Functie combinaties • Combinatie van windenergie en zonne-energie met name op knooppunten en resthoeken.

25

ce

pt

Contouren

C

on

4

26

3

3 Contouren nadere verkenning zonne-energie in lijn met de ontwerpprincipes in het landschap van de weiden en plassen

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

3

4

Ontwerpprincipe 3: zonnevelden tussen grootschalige infrastructuur en in overhoeken

3

Ontwerpprincipe 4: kleinschalige en grootschalige zonnevelden in het weidelandschap

landschappelijke beplantingen passend bij de omgeving die het zonneveld camoufleren maar waar nog wel overheen kan worden gekeken: brede sloten met rietkragen (tot 1,50 meter).

Zonnevelden tussen grootschalige infrastructuur en in overhoeken Situering • Benut overhoeken en de ruimte tussen grootschalige infrastructuur op efficiënte wijze voor de inpassing van zonnevelden. Houd wel rekening met de planvorming die soms al aan de gang is voor ontwikkelingen binnen deze gebieden. • De grootte van het zonneveld wordt bepaald door de afmetingen van overhoeken en tussenruimten en bedraagt maximaal 50 hectare en een hoogte van 1,45 meter. • Cluster zonnevelden dicht bij lokale afnemers zoals industrie- of bedrijventerreinen die al een lagere belevingswaarde hebben. • Positioneer zonnevelden op de plekken waar het weidse uitzicht over het landschap al beperkt is.

Functie combinaties • Een combinatie van waterberging en natuurontwikkeling is gewenst zowel binnen het park als in de randen van een zonnepark. Daar is dan extra ruimte voor nodig (ongeveer 20% van het zonneveld). • Combineer zonne-energie opwek op overhoeken en braakliggende gronden dicht bij industriegebieden met grootschalige zonne-energie op daken en windenergie. • Zorg voor een koppeling met lokale coöperaties zodat draagvlak wordt gecreëerd voor energieinitiatieven.

4 Inrichting • Het gebied van de Snelle Vecht, dat zich kenmerkt door grote infrastructurele elementen waaronder de A2, de spoorlijn, het Amsterdam-Rijnkanaal en hoogspanningsleidingen, leent zich goed voor de inpassing van zonnevelden vanwege het industriële karakter en de hoge vraag naar energie. • Kies bij de inpassing van de zonnevelden voor

Kleinschalige en grootschalige zonnevelden in het weidelandschap Situering • Grootschalige zonnevelden (tot 50 hectare) kunnen uit het zicht, ver vanaf de bebouwing geplaatst worden in open weidelandschappen. • Kleinschalige zonnevelden (tot 10 hectare) kunnen

op agrarische bedrijven en aan de achterkanten van bebouwingslinten op of direct tegen het erf aan worden geplaatst. Inrichting • Borg de leesbaarheid van het landschap en zorg voor landschappelijke geleding door bij de inpassing van de zonnevelden vast te houden aan het kavelpatroon en tussenruimtes te creëren door het bestaande slotenpatroon binnen zonnevelden zo veel mogelijk te behouden. • Kies bij de inpassing van de zonnevelden voor landschappelijke beplantingen passend bij de omgeving waar wel overheen kan worden gekeken: brede sloten met rietkragen (tot 1,50 meter). Functie combinaties • Een combinatie van waterberging en natuurontwikkeling is gewenst zowel binnen het park als in de randen van een zonnepark. • Voor grootschalige zonnevelden kan een combinatie met windenergie gemaakt worden. • Kleinschalige zonnevelden bij agrarische bedrijven kunnen gecombineerd worden met zon op daken. Zodoende kan energie de businesscase van boeren rond maken. 27

4 Utrechtse Heuvelrug •

Essentie van het landschap

•

Impressie werkateliers

•

Contouren + ontwerpprincipes

Deelgebied Utrechtse Heuvelrug in geel ten opzichte van de U16-regio 28

Plankaart van het landschap van de Utrechtse Heuvelrug (incl. enkgele delen Gelderse Vallei die vallen onder RES U16)

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 | Mozaïek

Essentie van het landschap

Stroken

De laagten

Achterflank

Zuidflank

Beboste toppen

De laagten

Zuidflank

Beboste toppen

Griften

Bebouwingskern

Open ruimten: heide en stuifzand

Achterflank

Landgoederen en buitenplaatsen

Mozaïek

Stroken

Essentiekaart van het landschap van de Utrechtse Heuvelrug Zes deellandschappen binnen het landschap van de Utrechtse Heuvelrug 29

Beboste toppen Het overgrote deel van de Utrechtse Heuvelrug valt onder het deelgebied beboste toppen. Dit is een besloten boslandschap, gelegen op de langgerekte, reliëfrijke stuwwalrug met verspreid liggende open plekken. Deze open plekken bestaan uit heide en stuifzand. Het bos zelf wordt gearticuleerd door verschil in loof- en naaldhout, lanen en hakhout. Een fijnmazig padennetwerk dooradert het bos. Glooiende wegen haaks op de hoogtelijnen maken het reliëf van de Heuvelrug beleefbaar. Referentiebeelden van het deellandschap beboste toppen: besloten boslandschap en open ruimte met heide

Besloten boslandschap met open ruimten die bestaan uit heide en stuifzand

Principeschets van het deellandschap beboste toppen: bos met loof- en naaldhout, open ruimten en enkele wegen 30

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap beboste toppen

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Landgoederen bieden panoramische uitzichten over het omliggende landschap

Principeschets van het deellandschap zuidflank: panoramisch uitzicht vanaf de flank over de lagerge open landschappen

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap zuidflank

Zuidflank De zuidflank is in essentie een overgangslandschap op de rand van de stuwwal. Het vormt de overgangszone tussen het besloten bosgebied op de stuwwalrug en de meer open landschappen rond de Kromme Rijn, Langbroek en de Nederrijn. Enkele wegen over de volle lengte van de flank ordenen dit deelgebied. Aan de weg liggen een kralensnoer van bebouwingskernen en vele landgoederen en buitenplaatsen: de Stichtse Lustwarande. Deze reeks van buitenplaatsen heeft een grote cultuurhistorische waarde. De open ruimten, lanen en zichtlijnen haaks op het reliëf geven een sterke beleving van de hoogteverschillen, met panoramische uitzichten over het omliggende landschap.

Referentiebeelden van het deellandschap zuidflank: sterke beleving van het reliëf op de flank met name bij landgoederen 31

Het bos gaat geleidelijk over in het kleinschalige landschap van de Gelderse Vallei

Achterflank

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap

Principeschets van het deellandschap achterflank:

achterflank

versnipperde bospercelen tussen akkers en weilanden

De achterflank is een overgangslandschap aan de noordoostzijde van de Utrechtse Heuvelrug. Het uitgestrekte bos van de Heuvelrug gaat in de achterflank, tussen Amersfoort en Veenendaal, geleidelijk over in het kleinschalige landschap van de Gelderse Vallei. Het bos versnippert in bospercelen, afgewisseld met akkers, weilanden en boerenerven en loopt uit in kavelrandbeplantingen. In tegenstelling tot de zuidflank, is de achterflank een relatief rustige zijde van de Heuvelrug, met slechts enkele, verspreid liggende dorpen en landgoederen. Gefragmenteerde wegen zorgen ervoor dat de reliëfbeleving hier minder sterk is. Referentiebeelden van het deellandschap achterflank: overgangslandschap van bos naar open akkers en boerenerven 32

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

De laagten Het noordelijke deel van de Utrechtse Heuvelrug bestaat uit een bebost gebied op en rondom drie heuvels omgeven door laagten. De drie heuvels in dit deelgebied zijn de heuvel van Soest, de heuvel van Baarn en de Vuursche. De hoeveelheid bebouwing, bebost gebied en landgoederen op deze heuvels varieert. De bossen lopen in noord-zuid richting door, met in de laagten weilanden als langgerekte open ruimten in het bos. Opvallend zijn de griften in de laagten. Verder liggen bebouwingskernen met name tegen en op de heuvels, terwijl landgoederen en buitenplaatsen vooral langs de randen van de laagten liggen.

Referentiebeelden van het deellandschap de laagten: open ruimten met griften en buitenplaatsen in de laagten

De laagten liggen als langgerekte open weilanden in het bos

Principeschets van het deellandschap de laagten: weilanden als open ruimten in het bos

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap de laagten 33

Stroken De stroken vormen een kleinschalig, halfopen landschap van langgerekte ruimten, omzoomd door beplante wegen en kavelgrenzen. Opvallend is de strokenverkaveling, met veel variatie in kavelgrootten en lengte-breedte verhoudingen, dooraderd met bomenrijen, knotbomen, houtsingels en bospercelen. De stroken liggen onderaan de stuwwalflank. De kavels zijn minder divers dan die van het mozaïek en zijn overwegend als grasland in gebruik. Erven met een combinatie van oude en nieuwe gebouwen bevinden zich in open linten in het landschap. Beplante wegen, rechtgetrokken beekrestanten en griften lopen met geknikte rechtstanden door het landschap.

Referentiebeelden van het deellandschap stroken: kleinschalig, halfopen landschap met rechtgetrokken beken

Strokenverkaveling omzoomd door bomenrijen, houtsingels en bospercelen

Principeschets van het deellandschap stroken: langgerekte kavels met gevarieerd landgebruik en omzoming 34

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap stroken

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Mozaïek van akkers, weiden en bosschages als kampontginning

Principeschets van het deellandschap mozaïek: kavels in een mozaïekpatroon met divers landgebruik en aangezette randen

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap mozaïek

Mozaïek Het mozaïek wordt gekarakteriseerd als halfopen landschap met een grote diversiteit aan landgebruik en beplantingselementen. Oorspronkelijk is dit gebied middels individuele kampontginningen tot stand gekomen, waarbij percelen in onregelmatige vormen werden omringd door greppels, houtwallen, lanen en bospercelen. Hierdoor voelt het gebied kleinschalig aan. De bochtige, beplante wegen met voortdurend veranderende perspectieven zorgen voor een grote variatie in de beleving. Verspreide boerenerven en buurtschappen liggen op afstand van elkaar in linten. Tot slot zijn de meanderende beken en griften, die als verborgen systemen in het landschap verscholen liggen, kenmerkend voor het mozaïek.

Referentiebeelden van het deellandschap mozaïek: halfopen landschap met verscholen, meanderende beken 35

Impressie werkateliers

“Ecologische verbindingen zijn een belangrijk thema op de Utrechtse heuvelrug. Het inpassen van energie zou een positieve bijdrage moeten leveren aan het maken van deze verbindingen over infrastructuur.”

Visualisaties en ontwerpprincipes van zonneparken en windturbines in het landschap van de waarden inclusief opmerkingen gemaakt tijdens de werkateliers 36

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

“Zorg dat de Utrechtse Heuvelrug een bebost rustgebied blijft en benut het tijdelijke verdienvermogen van zonne-energie om bosontwikkeling mogelijk te maken.”

Kaarten met in geel de gebieden die zijn meegenomen in het onderzoek voor windenergie (boven) en zonne-energie (onder) 37

Contouren

ce pt

1

C

on

1

Contouren voor nadere verkenning windenergie in lijn met de ontwerpprincipes in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug 38

2

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

1

2

Ontwerpprincipe 1: windturbines in lijnopstelling langs primaire en secundaire wegen in het bos

1

Ontwerpprincipe 2: windturbines in vlakopstelling geclusterd in het landschap van de stroken

Windturbines in lijnopstelling langs primaire en secundaire wegen in het bos Situering • Windturbines kunnen geplaatst worden langs enkele infrastructurele lijnen waaronder de A12, A27, A28 en enkele N-wegen zoals de N225. • Volg de lijn van de infrastructuur en trek deze door zodat ze aansluiten op opstellingen in aangrenzende deel- en RES-gebieden. Zoek bovendien aansluiting op bestaande en te realiseren turbines. • Indien mogelijk bestaan lijnopstellingen uit minimaal 3 turbines.

al veel minder is dan in de open polder, dient het zicht op windturbines vanaf belangrijke keyviews beperkt te worden middels bosontwikkeling. Functie combinaties • Het plaatsen van windturbines gaat gepaard met investeringen in natuur: bosaanplant, ecologische verbindingen langs/over infrastructuur, etc. • Energie koppelen aan recreatie en beleving door bijvoorbeeld nieuwe routes te implementeren en historische zichtlijnen te herstellen.

2

Windturbines in vlakopstelling geclusterd in het landschap van de stroken

Inrichting • Windturbines dienen eenzelfde grootte & vorm te hebben voor eenduidigheid. • Probeer gelijke afstanden tussen de turbines in lijnopstelling aan te houden. • De windturbines in lijnopstelling worden zo strak mogelijk ingepast zodat ze een duidelijke structuur en ritme aanhouden. • Hoewel de zichtbaarheid van turbines in het bos

Situering • Windturbines kunnen als vlak in het landschap van de stroken op afstand van bebouwingskernen geclusterd worden. • Het aantal windturbines binnen één vlak bestaat uit minimaal 4 turbines (2x2). • Door turbines te clusteren in het iets grootschaligere landschap van de stroken, zijn ze minder verspreid over de rest van landschap.

Inrichting • Er worden gelijke afstanden tussen de turbines aangehouden. • De windturbines in vlakopstelling worden zo ingepast dat de structuur van de clustering aansluit op de langgerekte verkavelingsstructuur. • Houd rekening met het schaalverschil tussen windturbines en rechtgetrokken beekrestanten en griften. Functie combinaties • Maak een combinatie van windenergie en zonne-energie waardoor compleet nieuwe energielandschappen ontstaan. • Hierbij bestaat de kans om te werken aan het landschappelijk raamwerk passend bij de omgeving middels natuurontwikkeling, waterberging en landschapsherstel. Bovendien ontstaan er kansen voor recreatie.

39

ce pt

on

3

C

4

Contouren nadere verkenning zonne-energie in lijn met de ontwerpprincipes in het landschap van de Utrechtse Heuvelrug 40

3

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

3

4

Ontwerpprincipe 3: zonnevelden uit het zicht in de laagten, het mozaïek en onder aan de flanken

3

Zonnevelden uit het zicht in de laagten, het mozaïek en onder aan de flanken Situering • Enkele zonnevelden kunnen uit het zicht worden ingepast in het besloten landschap van de laagten, het mozaïek en de flanken. • De infiltratie van water, kwelstromen en expositie aan zon op de gradiënten van de flanken zorgen voor ecologisch waardevolle gebieden. Vandaar dat zonnevelden bij voorkeur in de lagere zones van de flanken dienen worden geplaatst op bijvoorbeeld weilanden of braakliggende akkers.

Ontwerpprincipe 4: zonnevelden gekoppeld aan infrastructuur en industrie

omgeving zoals houtwallen, lanen, singels, greppels en bospercelen met inheemse soorten. Vanwege de hogere beplantingsranden mogen de zonnepanelen ook hoger staan vanaf de grond (bijvoorbeeld tot 2 meter) Functie combinaties • Voor zonnevelden kan het tijdelijke verdienvermogen ingezet worden om bosontwikkeling mogelijk te maken en de biodiversiteit te verhogen oa in de randen van een zonneveld. • Zonnevelden kunnen gecombineerd worden met de toevoeging hakhout. • Koppel zonnevelden met recreatie middels het herstellen van historische zichtlijnen en recreatieve routes.

Inrichting • Borg de landschappelijke leesbaarheid door bij de inpassing van zonnevelden het bestaande kavelpatroon te volgen. • De grootte van het zonneveld wordt bepaald door 4 Zonnevelden gekoppeld aan infrastructuur en industrie de afmetingen van bestaande kavels en bedraagt maximaal 10 hectare. Zonnevelden kunnen op kavels in het landschap van het mozaïek gebundeld Situering • Vanwege de hoge ecologische waarde van dit worden waarbij meerdere kavels geclusterd deelgebied is het kansrijk om zonnevelden worden tot velden van 50 hectare. te koppelen aan gebieden met een lagere • Kies bij de inpassing van de zonnevelden voor belevingswaarde zoals infrastructuur en landschappelijke beplantingen passend bij de

•

•

industriegebieden Benut overhoeken, bermen, knooppunten en braakliggende gronden op efficiënte wijze voor de inpassing van zonnevelden. De grootte van het zonneveld wordt bepaald door de afmetingen van deze restruimten en bedraagt maximaal 25 hectare.

Inrichting • Kies bij de inpassing van de zonnevelden voor landschappelijke beplantingen passend bij de omgeving zoals groene struweelranden of bosschages met inheemse soorten. • Cluster zonnevelden dicht bij lokale afnemers rondom industrie- of bedrijventerreinen. Functie combinaties • Combineer zonne-energie opwek op overhoeken en braakliggende gronden dicht bij industriegebieden met grootschalige zonneenergie op daken en eventueel windenergie. • Bovendien kan de aanleg van een zonneveld gecombineerd worden met bosaanplant en het maken van ecologische verbindingszones in omliggende gebieden. Daar kan men bewust van worden gemaakt middels een informerende of educatieve functie aan het zonneveld.

41

5 Rivierenlandschap •

Essentie van het landschap

•

Impressie werkateliers

•

Contouren + ontwerpprincipes

Plankaart van het rivierenlandschap

Deelgebied rivierenlandschap in geel ten opzichte van de U16regio 42

N

0

1

2

3

4

5 km

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Flank

Essentie van het landschap Langbroek

Kromme Rijn

Schalkwijk

Nederrijn / Lek

Rivierenzone (Lek & Nederrijn)

Lintbebouwing

Langbroek met hakhoutbos

Uiterwaard en dijk

Kromme Rijn met boomgaarden

Flank van Utrechtse Heuvelrug

Schalkwijk

Dorpskern

Essentiekaart van rivierenlandschap Vijf deellandschappen binnen het rivierenlandschap

43

Nederrijn / Lek De brede rivier met parallelle hoge bandijken vormt de kern van dit deelgebied. De uiterwaarden tussen de dijken zijn relatief open met enkele steenfabrieken en veerhuizen op de dwarskades. De binnendijkse zone kent meer bebouwing, boerderijlinten en opgaande beplanting. De hoge dijken geven een panoramisch zicht over de lager gelegen omgeving en de hoge beboste Utrechtse Heuvelrug. De binnendijkse verkaveling staat haaks op de dijk en is deels beplant met boomgaarden en bosjes. Referentiebeelden van het deellandschap Nederrijn / Lek: zicht vanaf de winterdijk over de rivier en heuvelrug

Dynamisch landschap met dijken en de meanderende rivier

Principeschets van het deellandschap Nederrijn / Lek: panoramisch zicht vanaf de winterdijk over het landschap

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap lekzone 44

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Smalle stroken, lintbebouwing en kavels liggen schuin op de beplante wetering

Schalkwijk

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap

Principeschets van het deellandschap waarden: langgerekte

Schalkwijk

strokenverkaveling ligt schuin op de lintbebouwing

Het open weidelandschap van Schalkwijk vormt een contrast met de meer besloten gebieden langs de Kromme Rijn en de Lek. Het Amsterdam-Rijnkanaal vormt de noordelijke grens van dit gebied en in het zuiden wordt het gebied begrensd door de Lekdijk. Dit komgebied wordt gekarakteriseerd door een lineaire wetering met een verkaveling van smalle stroken schuin georiënteerd op de wetering. Ook de dichte lintbebouwing in het oosten volgt dit verkavelingspatroon. In het westelijke deel ligt de wetering open in het landschap, met aan weerszijden boerderijlinten op enige afstand.

Referentiebeelden van het deellandschap Schalkwijk: open weidelandschap met lineaire weteringen 45

Kromme Rijn en provinciale weg als belangrijke structuurlijnen in een mozaïek van boomgaarden en akkers

Kromme Rijn

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap Kromme Rijn

Principeschets van het deellandschap Kromme Rijn: hoge zone met meanderende Kromme Rijn en rechte wegen

Het stroomgebied van de Kromme Rijn heeft een slingerend landschap met oeverwallen opgeleverd waarbij open en besloten ruimten langs de rivier elkaar afwisselen. Het gebied ligt iets hoger ten opzichte van de omgeving. De Kromme Rijn en de provinciale weg vormen de belangrijkste hedendaagse structuurlijnen die kronkelen langs dorpen. Opvallend is het mozaïek van vele boomgaarden en akkers in blokverkaveling. Lager gelegen wordt het landschap afgewisseld met meer open ruimten van weilanden in strokenverkaveling.

Referentiebeelden van het deellandschap Kromme Rijn: smalle rivier en veel boomgaarden op de stroomrug 46

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Langbroek Het halfopen landschap van Langbroek vormt een overgang tussen de beboste stuwwalflank en het meer open gebied van de Kromme Rijn. Het is een vlak komgebied met kwelwater en een helder strokenpatroon dat is ontgonnen volgens het copesysteem. In deze verkaveling on onregelmatigheden waar te nemen in perceelgrootte en landgebruik. Zo vind je aan de droge noordkant vooral akkerbouw en lintbebouwing en aan de nattere zuidkant meer bos, hakhout-percelen en weilanden. In dit coulissenlandschap is de lintbebouwing divers met ridderhofsteden, boerderijen en kavelbeplanting.

Referentiebeelden van het deellandschap Langbroek: halfopen landschap met akkers en hakhout-percelen

Halfopen landschap tussen de beboste stuwwalflank en de Kromme Rijn

Principeschets van het deellandschap Langbroek: afwisseling van bos, weiden en hakhoutpercelen in een strokenpatroon

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap Langbroek 47

Bos met open ruimte, op de flanken open ruimten met bos

Principeschets van het deellandschap flank: lange zichtlijnen vanaf de flank naar de open uiterwaarden en Langbroek

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap flank

Flank De flank bevindt zich op de rand van de Utrechtse Heuvelrug. Het is de overgangszone van de hoge beboste stuwwal naar de zuidelijk gelegen open uiterwaarden en Langbroek. Op de flank is een kralensnoer van dorpen, statige huizen (Stichtse Lustwarande), talrijke lanen, bossen, weiden en akkergronden te vinden. Opvallend zijn de vele lange zichtlijnen vanaf de flank. In dit lineaire landschap geven de bossen de flank een besloten karakter, terwijl de open ruimten van de engen en landgoedparken zorgen voor afwisseling. Referentiebeelden van het deellandschap flank: afwisselend landschap door beboste gebieden en open akkers en weilanden 48

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Impressie werkateliers

“Zonnevelden kunnen ingepast worden met landschapselementen die al aanwezig zijn, zoals windsingels, maar soms mag je ze ook gewoon zien. Het landschap is dynamisch en verandert altijd”

“Windturbines koppelen aan relatief rechte lijnen in het landschap, dat is het minst storend. Bijvoorbeeld het Amsterdam-Rijnkanaal.”

Visualisaties en ontwerpprincipes van zonneparken en windturbines in het rivierenlandschap inclusief opmerkingen gemaakt tijdens de werkateliers

Kaarten met in geel de gebieden die zijn meegenomen in het onderzoek voor windenergie (boven) en zonne-energie (onder) 49

on

2

ce pt

Contouren

C

1

50

Contouren voor nadere verkenning windenergie in lijn met de ontwerpprincipes in het rivierenlandschap

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

1

2

Ontwerpprincipe 1: windturbines in lijnopstelling langs het Amsterdam-Rijnkanaal

1

Windturbines in lijnopstelling langs het Amsterdam-Rijnkanaal Situering • Windturbines kunnen als enkele lijn parallel langs het Amsterdam-Rijnkanaal worden geplaatst. • Volg de lijn van het kanaal en trek deze zo ver mogelijk door wanneer dit mogelijk is. • Windturbines staan bij voorkeur relatief dicht langs de zuidzijde van het kanaal • Er wordt een vaste afstand tussen de turbines en het kanaal gehanteerd van minimaal 50 meter hierdoor blijft het zicht op de karakteristieke 2 bomenlanen langs het kanaal behouden. Inrichting • Zoek aansluiting op het ritme en de grootte van te realiseren turbines langs het kanaal. • Beperk het aantal toegangswegen naar windturbines en gebruik grastegels zodat de toegangswegen opgaan in het landschap. Maar houd rekening met het gebruik voor zwaar verkeer. • Neem mogelijke aansluitingen van de lijnopstelling naar gebieden buiten de U16 regio in de richting van Gelderland in acht.

Ontwerpprincipe 2: windturbines in lijnopstelling langs rechte lijnen in het Kromme Rijn landschap

Functie combinaties • De combinatie van zonnepanelen en windturbines is voordelig voor de aansluiting op het net. • Houd ook de optie open om zonne- en windenergie los van elkaar te ontwikkelen zodat de kansen meer worden gespreid. • Het plaatsen van windturbines gaat gepaard met investeringen in natuur om het gebied tussen de turbines en het Amsterdam-Rijnkanaal te ontwikkelen voor mogelijke aansluiting op het Natuur Netwerk Nederland

Windturbines in lijnopstelling langs rechte lijnen in het Kromme Rijn landschap Situering • Windturbines kunnen als enkele lijn parallel langs rechte landschappelijke elementen zoals weteringen en wegen worden geplaatst in het landschap van de Kromme Rijn. • Volg de lijn van deze elementen maar houd voldoende afstand tot de bebouwingskernen. • Er worden minimaal 3 windturbines geplaatst

zodat er sprake is van een lijn. • Inrichting • Windturbines dienen eenzelfde grootte & vorm te hebben voor eenduidigheid. • Er worden gelijke afstanden tussen de turbines aangehouden. • De windturbines in lijnopstelling worden zo strak mogelijk ingepast zodat ze een duidelijke structuur en ritme aanhouden. • Voorkom dat turbines in lijnopstellingen gaan elkaar interfereren met mogelijke turbines langs het Amsterdam-Rijnkanaal dus zorg voor voldoende afstand tussen deze infrastructurele lijnen. Functie combinaties • Het plaatsen van windturbines gaat gepaard met investeringen in natuur zoals bosontwikkeling. Dit past goed bij de variatie van open en besloten landschappen van de Kromme Rijn. Hierdoor wordt het zicht op turbines vanaf bepaalde keyviews beperkt. • Benut de energie lokaal voor de fruitteelt • Combinatie van windenergie en zonne-energie 51

ce pt 4

on

4

C

3

52

Contouren voor nadere verkenning zonne-energie in lijn met de ontwerpprincipes in het rivierenlandschap

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

3

4

Ontwerpprincipe 3: grootschalige zonnevelden in het open weidelandschap van Schalkwijk

3

Ontwerpprincipe 2: Zonnevelden passend bij de omvang van de landschapstypen Kromme Rijn en Langbroek

Grootschalige zonnevelden in het open weidelandschap van Schalkwijk

•

Situering • Zonnevelden kunnen uit het zicht, ver vanaf bebouwingslinten in het grootschalige open weidelandschap van Schalkwijk geplaatst worden. • De zonnevelden hebben een grootte tot 50 hectare.

4

Inrichting • Borg de leesbaarheid van het landschap door bij de inpassing van de zonnevelden vast te houden aan het kavelpatroon en zorg voor landschappelijke geleding door tussenruimten te maken waar het bestaande slotenpatroon binnen zonnevelden zo veel mogelijk blijft behouden. • Voorzie de randen van zonnevelden van een brede sloot met rietkraag (1,50 meter hoog). • Beperk het aantal toegangswegen en realiseer nieuwe wegen bij voorkeur parallel op het verkavelingspatroon. Functie combinaties • Zonnevelden kunnen gecombineerd worden met windturbines in lijnopstelling parallel langs het

•

Amsterdam-Rijnkanaal. De combinatie van zonne-energie, waterberging en peilverhoging is een gewenste keuze voor de ruimte binnen en rondom de zonnevelden. Natuurontwikkeling zowel in de randen van het zonneveld als binnen het park zelf ten behoeve van een verhoging van de biodiversiteit.

Zonnevelden passend bij de omvang van de landschapstypen Kromme Rijn en Langbroek Situering • De landschapstypen van de Kromme Rijn en Langbroek zijn enigszins besloten en dat maakt dat zonnevelden kunnen worden ingepast mits een juiste schaal wordt gehanteerd. • De maat en schaal van zonnevelden worden bepaald door het type landschap. • Het Kromme Rijngebied bestaat uit kavels met fruitteelt. Zonnevelden hebben een vergelijkbare grootte tot 25 hectare en kunnen eventueel boven de fruitteelt gerealiseerd worden. • In Langbroek kunnen kleinere zonnevelden worden ingepast binnen de bospercelen met een grootte

tot 10 hectare. Inrichting • Zonnevelden worden binnen de strakke lijnen van de verkaveling ingepast waarbij de leesbaarheid van het landschap ten alle tijden behouden dient te blijven. • Zonnevelden kunnen ingepast worden met landschapselementen die al aanwezig zijn, zoals windsingels in het Kromme Rijn gebied en beboste randen in Langbroek. Functie combinaties • In het Kromme Rijn gebied kunnen zonne- en windenergie gecombineerd • Zonne-energie kan gecombineerd worden met waterberging voor de fruitteelt voor een efficiëntere productie. • Zonnevelden in Langbroek kunnen ingezet worden als verdienmodel voor de instandhouding van landgoederen en kastelen. Het is belangrijk om dit te koppelen met de kansen die er liggen voor cultuurhistorie en recreatie.

53

6 Wallen en weiden •

Essentie van het landschap

•

Impressie werkateliers

•

Contouren + ontwerpprincipes

Deelgebied wallen en weiden in geel ten opzichte van de U16regio 54

Plankaart van het landschap van de wallen en weiden

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Essentie van het landschap

Rivierlint

Oude stroomrug

Lekzone

Waarden

Rivierlint

Uiterwaard en dijk

Lintbebouwing

Dorpskern

Lek

Sloten en weteringen

Stroomrug met Oude IJssel

Waard

Essentiekaart van het landschap van de wallen en weiden

Vier deellandschappen binnen het landschap van de wallen en weiden

55

Open weidelandschap in strokenverkaveling met enkele bosschages

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap waarden

Principeschets van het deellandschap waarden: langgerekte strokenverkaveling tegen bebouwingslinten

Waarden Het open veenweidelandschap van de waard heeft een uitgesproken lengterichting door lange bebouwingslinten en parallel lopende, weteringen. De bebouwingslinten kennen onderling een aanzienlijke diversiteit, van open tot zeer besloten, met zowel lange rechtstanden als slingerende stukken. Opvallend is de oost-westmaat van de cope-ontginning en de strokenverkaveling die haaks staat op de linten. De overal aanwezige weilanden verlenen rust en stilte aan het landschap. Enkele bosschages zorgen voor diversiteit in het open weidelandschap.

56

Referentiebeelden van het deellandschap waarden: open weidelandschap met rechte sloten

Land-id | Ontwerpend onderzoek | Energielandschappen RES-U16 | 2020 |

Lekzone De hoge dijken van de Lek bieden aan weerszijden een panoramisch zicht op de omgeving. In dat panorama is het contrast zichtbaar tussen enerzijds de open uiterwaarden onder invloed van rivierdynamiek en anderzijds de besloten zone langs de dijk met bebouwingslinten en opgaande beplanting op de erven en in singels erlangs (vooral bij Willige Langerak). Daarachter bevindt zich het zeer open weidelandschap van de waarden. Ondanks de intensief bevaren Lek is de beleving van rust en stilte in deze zone groot. Referentiebeelden van het deellandschap lekzone: open uiterwaarden en de meanderende Lek

Principeschets van het deellandschap lekzone: de hoge winterdijk met aan weerzijden de Lek en de bebouwingszone

Besloten zone langs winterdijk met beplanting en singels romdom erven

Perspectiefkaart met de laag van het deellandschap lekzone 57

Oude stroomrug De oude stroomrug bevindt zich in dit gebied tussen IJsselstein en Montfoort. Deze stroomrug bestaat uit een hooggelegen, brede zone waarbinnen de Hollandse IJssel als smalle rivier meandert. De zone wordt gekarakteriseerd door een mozaïek van akkers, weiden, bosschages en boomgaarden in blokverkaveling. Deze zone gaat geleidelijk over in de aangrenzende open weidelandschappen van de waarden. De westgrens met de waarden wordt gemarkeerd door een bebouwingslint. Referentiebeelden van het deellandschap oude stroomrug: smalle rivier en ongregelmatige blokverkaveling

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1492/documents/31965