CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Q&A RES - 20210714.pdf

Commissie Fysiek Domein 7 september 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 19:55: Regionale Energiestrategie 1.0 RES-regio U16.5.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Q & A RES 1.0

versie 14 juli 2021

ALGEMEEN 1. Wat is de RES? RES staat voor Regionale Energiestrategie. De Regionale Energiestrategie is het regionale plan voor de energietransitie. Nederland is opgedeeld in 30 regio’s die regionaal vorm moeten geven aan de energietransitie. Dit worden ook wel de energieregio’s of RES Regio’s genoemd. Elke RES Regio maakt zijn eigen plannen voor energietransitie en legt deze in de RES vast. In totaal zijn er dus 30 RES’en. 2. Wat staat er in de RES? In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Een belangrijk onderdeel hiervan is dat wij fossiele brandstoffen vervangen voor duurzame alternatieven. In de RES staan de plannen voor het grootschalig en duurzaam opwekken van elektriciteit en voor het duurzaam verwarmen van onze huizen en andere gebouwen. 3. Wat is ‘grootschalig’? We spreken van ‘grootschalige energieopwekking’ als een zonneveld een vermogen heeft van 15 kilowatt (kWp) of meer, ongeveer 60 panelen. Bij windturbines gaat om projecten waarbij een windturbine hoger is dan 20 meter en het vermogen groter is dan 1 megawatt (MW). In de RES U16 worden zowel grootschalige als kleinschalige windturbines meegeteld voor de opgave. 4.

Wat is het doel? Elke RES Regio bepaalt zijn eigen ambitie, maar in het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle RES Regio’s samen in 2030 minstens 35 terawattuur (TWh) duurzame elektriciteit grootschalig moeten opwekken. De RES Regio U16 heeft als ambitie om in 2030 minstens 1,8 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken. De vergunningen voor de projecten waarmee 1,8 TWh moet worden opgewekt moeten voor 1 januari 2025 zijn verleend, zodat de windparken en zonnevelden voor 2030 operationeel zijn. 5. Volgens Martien Visser en een aantal andere experts schijnt landelijk gezien de 35 TWh al te zijn gehaald. Is de RES 1.0 dan nog wel nodig? Op sociale media was er discussie over of het doel van 35 TWh in 2030 niet al bijna gehaald was. Uit de monitor van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) blijkt dat het doel van 35 TWh in 2030 weliswaar binnen de door PBL genoemde bandbreedte valt. Maar ook dat dat geen gelopen race is. Het vraagt om een grote inspanning en lastige, vaak politieke, keuzes in de regio’s en op nationaal niveau. Allereerst is in het Klimaatakkoord naar de ruimtelijke uitvoerbaarheid gekeken. Daar is bewust gekozen voor een behapbare opgave. Deels vanwege ervaringen uit het verleden, deels omdat de RES-systematiek zich ook nog moest ontwikkelen. Dit wordt nu door de analyses onderschreven.

Verschillen tussen de op social media al genoemde hoeveel TWh en de analyse van het PBL worden voornamelijk verklaard door andere aannames. Bijvoorbeeld ten aanzien van de ‘mate van zekerheid’ dat projecten in de ‘pijplijn’ (waarvoor vergunning/subsidie is aangevraagd) daadwerkelijk worden gerealiseerd. Verder is de ervaring dat een deel van alle voorgenomen projecten afvalt voordat ze daadwerkelijk worden gerealiseerd, soms ten gevolge van juridische procedures. Er blijven namelijk nog de nodige afwegingen te maken zoals: past het op het energienet? Wat is de uitkomst van het gesprek met bewoners? Dat gesprek gaat na de RES 1.0 door. Wat is de impact op de natuur? Ook onderzoeken die uiteindelijk bij concrete projecten uit de pijplijn gedaan moeten worden, kunnen leiden tot andere uitkomsten en afwegingen. Daarnaast heeft iedere gemeente ook een eigen lokale ambitie rond de opwek van duurzame elektriciteit en het minder uitstoten van CO2. 1

Eind 2021 komt PBL met geactualiseerde gegevens op basis van de dan beschikbare CBS gegevens. 6. Wat betekent de uitspraak van de Raad van State over het Nevele-arrest en de uitbreiding van een windpark in Delfzijl voor bestaande windparken en de ontwikkeling van nieuwe windmolens? Naar aanleiding van de zaak rond de uitbreiding van het windpark in Delfzijl en de uitspraak van de Raad van State hierover op 30 juni, heeft het Ministerie van Economische Zaken op 30 juni het volgende gecommuniceerd: “Door de uitspraak van de Raad van State zijn de huidige milieubeschermingsnormen (denk aan geluid, slagschaduw en externe veiligheid) tijdelijk opgeschort. Dit heeft in beginsel geen gevolgen voor bestaande windparken, waarvoor vergunningen zijn afgegeven. Nieuwe windparken kunnen nog steeds vergund worden. Het Ministerie van Economische Zaken en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat laten een planMER uitvoeren naar de huidige milieubeschermingsregels. Dit duurt naar verwachting 1,5 tot 2 jaar. Tot dit planMER gereed is kunnen overheden zelf gekozen normen hanteren. Deze normen moeten zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de lokale situatie toegesneden motivering.” 7. Urgenda heeft een rapport geschreven over de voortgang van de afspraken uit het Klimaatakkoord.

In de berichtgeving werd gemeld dat windparken op land niet meer nodig zijn volgens Urgenda. Klopt dit? Urgenda heeft inderdaad in juni 2021 een rapport gepubliceerd “Tussen Kolen en Parijs.” Urgenda omschrijft dit rapport als een gids waarin zij laten zien dat er regionaal veel meer kan dan nu wordt gedacht. Zo staat er onder andere in dat door veel kleinschalige projecten met zonne-energie veel meer elektriciteit opgewekt kan worden dan nu het geval is. Daarnaast wordt gesteld dat daarom de urgentie voor wind op land minder hoog is. In het rapport van Urgenda wordt gerekend met onvolledige getallen en is soms niet duidelijk waar sommige conclusies op gebaseerd worden. Zo wordt er in het rapport aangegeven dat in 2030 30 GW wind op zee is gerealiseerd. Een realistische inschatting is dat in 2030 20 GW gerealiseerd is. Een snellere uitrol van wind op zee is lastig omdat er allerlei randwoorden niet op tijd klaar zijn. Denk hierbij aan de aansluiting op de netinfrastructuur of het tijdig aanwijzen van gebieden waar de windturbines worden geplaatst. Ook wordt steeds duidelijker dat er in Nederland veel meer duurzame energie nodig is dan 30 GW, door onder andere een grotere energievraag vanuit de industrie. 8. Wat is 1 TWh? 1 TWh staat gelijk aan een miljard kWh (kilowattuur), ofwel aan de opwek van 57 windmolens van 5 MW of 1000 hectare aan zonnepark.

Het is ongeveer 1% van de jaarlijkse elektriciteitsvraag in Nederland. 7. Hoeveel energie verbruikt een gemiddeld huishouden? Het gemiddelde elektriciteitsgebruik per huishouden is 2.790 kWh per jaar. 1 TWh staat daarmee gelijk aan de elektriciteitsvraag van ongeveer 360 duizend huishoudens. Het elektriciteitsverbruik van huishoudens in Nederland is een stuk lager dan het warmteverbruik. Een gemiddeld Nederlands huishouden gebruikt jaarlijks 1.270 m3 aardgas voor verwarming en warm water. Omgerekend is dit 12.400 kWh per jaar. 8. Wat levert 1 windmolen op? 1 windmolen produceert jaarlijks ongeveer net zoveel duurzame energie als: circa 7.500 zonnedaken op woningen of een zonneweide van 18 hectare, dat is ongeveer 27 voetbalvelden. 9. Wat is de ambitie van RES regio U16? De ambitie is om 1,8 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. 2

10. Hoe reëel is de ambitie van 1,8 TWh? De ambitie van 1,8 TWh is een eerste belangrijke stap in het overstappen naar duurzame elektriciteit. Deze ambitie is vastgesteld in de Ontwerp-RES na zorgvuldig onderzoek over de ruimte binnen de netinfrastructuur, de beschikbare ruimte in het landschap en het energieverbruik in de regio in 2030 en 2050. In die zin is de ambitie haalbaar en reëel. 11. Hoe wil de RES regio U16 dat doen? Om duurzame elektriciteit op te wekken, willen we meer windturbines en zonnepanelen plaatsen in de regio. We zien vooral veel potentie voor zonnepanelen op bedrijfsdaken, zon langs infrastructuur en het overdekken van parkeerterreinen. Windturbines willen we plaatsen op plekken waar ze goed in het landschap passen en als de impact op mens en natuur zo beperkt mogelijk is. In de praktijk betekent dit dat we voor windturbines voornamelijk ruimte langs infrastructuur zoeken. 12. Welke zoekgebieden of onderdelen van de RES 1.0 leveren nu het meeste op voor het regiobod? Deze vraag is op dit moment moeilijk te beantwoorden, omdat nog niet exact duidelijk is hoeveel turbines of hectares uiteindelijk worden aangelegd. Zo kan de polder Rijnenburg bijvoorbeeld een grote bijdrage leveren met 8 turbines, maar of alle 8 ook daadwerkelijk gerealiseerd worden, weten we nog niet. Als je enkel naar de individuele ambities van de gemeenten kijkt (zie tabel in RES 1.0, p.

34), dan levert de gemeente Houten de grootste bijdrage. 13. Wat is het verschil tussen de Ontwerp-RES van vorig jaar en de RES 1.0? In de Ontwerp-RES werd een ambitie van 1,8 TWh hernieuwbare elektriciteit vastgesteld en aangegeven hoe de regio U16 de energietransitie wil vormgeven. In april 2020 is deze vastgesteld. Vanaf dat moment is concreet gemaakt hoe er in 2030 duurzame elektriciteit wordt opgewekt. Zo is in kaart gebracht op hoeveel grote daken in de U16 zonnepanelen kunnen worden geplaatst. Daar gaat de regio vol op inzetten. Iedere gemeente heeft in kaart gebracht welke kansen inwoners en betrokken organisaties zagen om op een duurzame manier elektriciteit op te wekken. In sommige gemeenten zijn er al langer trajecten bezig waarbij inwoners en organisaties betrokken zijn. Er is ook aanvullend onderzoek gedaan om te kijken of de plekken voor zon- en windenergie ook makkelijk kunnen worden aangesloten op het elektriciteitsnet. Dit alles heeft geleid tot concrete kansrijke gebieden voor windmolens, zonnevelden en grote zonnedaken. 14. Wat staat er precies in de RES 1.0 over de opwek van duurzame energie? Daarin staan de zoekgebieden en kansrijke locaties voor zon- en windenergie beschreven en aangegeven op kaarten. Deze kaarten betekenen nog niet dat windturbines en zonneweides op die plekken worden neergezet en zonneweides aangelegd.

Hieraan gaat nog een uitvoerig proces van onderzoek, overleg en besluitvorming vooraf. De zoekgebieden worden de komende 2 jaar verder onderzocht en uitgewerkt. Zoekgebieden kunnen nog afvallen of worden aangepast. Ook kunnen nieuwe zoekgebieden worden toegevoegd. Uitgangspunten daarbij zijn: - Samen met inwoners wordt de RES ontwikkeld en gerealiseerd. - Er wordt voornamelijk gekeken naar mogelijkheden voor zonnepanelen op bedrijfsdaken, zon langs de infrastructuur en het overdekken van parkeerterreinen. - De waarde van de unieke landschappen en natuur in de regio wordt zo veel mogelijk versterkt en bewaard. - Economische kansen worden benut. In samenwerking met onderwijs en ondernemers kan de energietransitie een positieve katalysator zijn voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid. 15. Hoe zijn de zoekgebieden tot stand gekomen? 3

Er is gekeken naar wettelijke normeringen en belemmeringen en met inwoners en belanghebbenden is per gemeente in kaart gebracht waar mogelijke kansen voor zon- en windenergie liggen. Vervolgens hebben verschillende onderzoeken de potentie van zon op dak verder in kaart gebracht. De combinatie van onderzoeken, ruimte binnen de wettelijke kaders en de lokale participatietrajecten hebben geleid tot de huidige zoekgebieden. 16. Wat is de status van de kaart met zoekgebieden in de RES? De zoekgebieden op de kaart in de RES zijn tot stand gekomen na lokale participatieprocessen. Op dit moment zijn veel zoekgebieden nog in de verkennende fase. Er is nog aanvullend onderzoek nodig voordat deze uitgewerkt zijn naar concrete locaties waarbij duidelijk is of er duurzaam elektriciteit kan worden opgewekt en zo ja om hoeveel hectare zonneveld of windmolens het gaat. 17. Hoe zit het met de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHWL), omdat daar een groot deel van de zoekgebieden ligt? Zonnevelden en windenergie kunnen alleen worden ingepast in de NHWL wanneer sprake is van bescherming en benutting van de cultuurhistorische waarden of van instandhouding en versterking van deze waarden (UNESCO-genomineerde gebieden). Dit kan inhouden dat locaties slechts deels, of helemaal niet benut kunnen worden, of dat schaal en vormgeving aan de cultuurhistorische waarden moeten worden aangepast.

De provincie is bezig met het opstellen van een afwegingskader duurzame energie voor het gebied op de NHWL. 18. Hoeveel draagt de 1,8 TWh bij aan de afspraken uit het Klimaatakkoord? De ambitie van 1,8 TWh is passend gezien de eigen lokale ambities en voornemens en de landelijke doelstelling om in 2030 49% CO2 te reduceren ten opzichte van 1990. 19. Is de RES regio U16 klaar na het opleveren van 1,8 TWh in 2030? Of moeten we nog meer doen tot 2040/2050? De landelijke doelstelling is om in 2050 90% CO2 te reduceren ten opzichte van 1990. Dus ook na 2030 is er een landelijke opgave waaraan de regio een bijdrage moet leveren. 20. Wat als nu blijkt dat de zoekgebieden uit de RES 1.0 conflicteren met het Ruimtelijk Economisch Programma van de regio U16? De RES is een belangrijke pijler van het Ruimtelijk Economisch Programma van de regio U16. Er vindt dan ook regelmatig overleg plaats over de samenhang met de verschillende onderdelen binnen de REP. Wanneer er sprake is van conflicterende belangen of ruimtegebruik dan wordt hier bestuurlijk het gesprek over gevoerd. 21. Welke ruimte is nodig voor toekomstige warmteinfrastructuur in de ondergrond/bovengrond? De exacte ruimte die nodig zal zijn voor de toekomstige warmte-infrastructuur is op basis van de fase waarin de warmtetransitie zich op dit moment bevindt, nog lastig in te schatten.

Deze hangt samen met de mate waarin woningen worden geïsoleerd en de aardgasvrije warmteoplossing die vervolgens wordt gekozen. Keuzes die we maken in de warmtetransitie zijn van invloed op de energietransitie als geheel. Net als in alle sectoren, gaat elektriciteit ook bij het verwarmen van de gebouwde omgeving een grotere rol spelen. Zowel aan de kant van de warmtebron als bij de verwarming van de gebouwde omgeving is daarbij extra behoefte aan elektriciteit. Fossiele en duurzame bronnen kennen verschillende energiedragers en momenten van aanbod. Daardoor zullen opslag, netbalancering en omzetting een belangrijk deel van de puzzel uitmaken. 22. Wie werken mee aan de RES van de energieregio U16? De gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden en Zeist werken samen met de provincie Utrecht, 4 waterschappen en Stedin aan de RES. 4

Daarbij wordt zo veel mogelijk de verbinding gezocht met andere belanghebbenden zoals Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU), EnergieSamen en Land en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO); en, bovenal, de inwoners van de regio. 23. Waarom werken gemeenten hieraan samen? Om de ambitie op het gebied van energiebesparing, duurzame elektriciteit en duurzame warmtebronnen te realiseren, is het noodzakelijk om over gemeentegrenzen heen te kijken. Gemeenten kunnen dit niet alleen. Alleen al het elektriciteitsnet loopt dwars door de regio heen. Daarom werken zij samen met omliggende gemeenten om locaties voor windmolens en zonnevelden te vinden en om goede afspraken te maken over hoe om te gaan met de opbrengsten van de duurzame opwek. 24. Hoe gaat de RES verder na de besluitvorming rond de RES 1.0? Na de besluitvorming worden op basis van de uitkomsten de zoekgebieden verder onderzocht en uitgewerkt. De RES regio’s blijven in deze vorm samenwerken. In 2023 wordt de RES 2.0 opgeleverd, in 2025 RES 3.0 enzovoort, tot in 2030 de resultaten zichtbaar worden. In de volgende fasen wordt, naast de uitwerking van de huidige zoekgebieden ook onder andere naar innovatieve oplossingen in participatie en technieken gekeken. We gaan als maatschappij nationaal en regionaal de komende decennia met elkaar dit pad in. 25.

Hoe hangt RES samen met nieuwe Omgevingswet en met de Provinciale verordening? De Provinciale verordening biedt de ruimtelijke kaders waar binnen de zoekgebieden van de RES moeten passen. De nieuwe Omgevingswet biedt de wet- en regelgeving voor gemeenten bij de uitwerking en daadwerkelijke ontwikkeling van projecten op het gebied van zonne- en windenergie. ALTERNATIEVE TECHNIEKEN 26. Waarom gaat de RES alleen over elektriciteit uit zon en wind? De RES gaat over de doelstelling voor 2030. Daarom richt het Klimaatakkoord zich voornamelijk op technieken die zich in de praktijk al bewezen hebben, namelijk windturbines en zonnepanelen. Met deze zogenoemde ‘beproefde technieken’ is de kans het grootst dat wij onze uitstoot van broeikasgassen op de korte termijn het meest kunnen verkleinen. Zonne- en windenergie zijn op dit moment de goedkoopste en meest efficiënte bronnen van grootschalige duurzame energie. 27. Waarom geen kernenergie? Kernenergie is mogelijk een oplossing vanaf 2030 en niet tot 2030. De Rijksoverheid heeft momenteel al drie locaties aangewezen waar eventueel een kerncentrale gebouwd kan worden (bij Borsele, op de Maasvlakte en bij de Eemshaven). Maar op dit moment zijn er geen bedrijven die hierin willen investeren. Bovendien is het niet mogelijk om al een kerncentrale of thoriumreactor te bouwen vóór 2030.

Bij de bouw van kerncentrales in het buitenland zien we ook veel grote kostenoverschrijdingen en jarenlange vertragingen. Bovendien is alleen de Rijksoverheid bevoegd voor het vergunnen van een kerncentrale of thoriumreactor. De Minister van Economische Zaken en Klimaat heeft hierover op 2 maart 2021 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer naar aanleiding van kamervragen. De RES gaat daarom in op oplossingen die wél binnen onze invloedsfeer en binnen de mogelijkheden van de regio liggen. 28. Waarom niet veel meer windmolens op zee? Zo’n 60% van de landelijke opgave voor groene stroom wordt tot 2030 al door wind op zee gerealiseerd. De overige 40% – de opgave van de RES – moet op land opgewekt worden. Het gaat dan om 35 TWh. We hebben de zee namelijk ook nodig voor andere functies, zoals visserij, scheepsroutes, natuur, mijnbouwactiviteiten. Daarom moeten we ook hernieuwbare elektriciteit op land opwekken, om het doel te bereiken. Windenergie op land is op dit moment volgens het 5

Planbureau van de Leefomgeving ook een van de goedkoopste en meest efficiënte bronnen van duurzame elektriciteit en daarmee onmisbaar in de omvorming van het energiesysteem. 29. Waarom niet veel minder wind en veel meer zonnepanelen? Met name op daken? Net als voor windmolens geldt dat voor zonnepanelen plek gevonden moet worden. Een logische keus zijn daken, maar niet elk dak leent zich hiervoor. Daarom worden nu steeds meer zonnevelden aangelegd. Daarnaast leveren zon en wind op verschillende momenten energie. Juist inzetten op de combinatie van beiden is goed voor de leveringszekerheid van energie. Daarnaast is de energietransitie een enorme opgave: we hebben alle beschikbare bronnen hard nodig om de doelen te halen. Het is dus niet of-of, maar en-en. 30. Wanneer kunnen we gebruiken maken van geothermie? Geothermie kan een belangrijke rol spelen in het verduurzamen van de warmtevraag in onze regio. De meest actuele studie op het gebied van geothermie in de U16 is de studie “WARM2020” van EBN. Deze studie maakte gebruik van de op dat moment beschikbare ondergronddata. In het najaar van 2021 wordt de follow-up van deze studie verwacht. Het winnen en exploreren van geothermische warmte is een kostbaar traject waar relatief grote financiële risico’s mee gemoeid zijn maar waar tevens potentieel een grote hoeveelheid warmte mee kan worden gewonnen.

Mede om die reden komt geothermie alleen van de grond bij voldoende (gecontracteerde) warmtevraag (minimaal 4.000 woningequivalenten). De (financiële) haalbaarheid van geothermie is daarom niet los te zien van het de haalbaarheid van een warmtenet als dat nog moet worden aangelegd. Inmiddels is er ook een factsheet Geothermie beschikbaar dat is gemaakt door de Provincie Utrecht. NETINFRASTRUCTUUR 31. Hoe is de verhouding tussen zonne- en windenergie? Op basis van het opgestelde piekvermogen in 2030 wordt de verhouding zonne- en windenergie: 84% zonne-energie en 16% windenergie. Wanneer er gekeken wordt naar de verwachte elektriciteitsproductie dan is de verhouding 72% zonne-energie en 28% windenergie. 32. Hoeveel gaat het kosten om alle plannen aan te sluiten op het net? Daar kan op dit moment nog geen uitspraak over worden gedaan. In de volgende fase richting RES 2.0 wordt bekeken hoe de investeringsagenda van Stedin er uit ziet op basis van de uitgewerkte plannen. 33. In hoeverre zijn financiën leidend bij het bepalen van de investeringen door Stedin? Stedin heeft de wettelijke plicht om op verzoek nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnet te realiseren. Stedin spant zich daarom maximaal in om nieuwe zon- en windparken op het net aan te sluiten. Vanwege de energietransitie moet Stedin vaker en meer investeringen doen. Hiervoor leent ze geld op de kapitaalmarkt.

Om, ondanks de grote hoeveelheid van uitgaven, de creditrating van Stedin op peil te houden is momenteel een aanvulling van het eigen vermogen nodig. Om dit te realiseren bewandelt Stedin momenteel meerdere routes. Stedin kijkt allereerst kritisch naar de eigen kosten. Daarnaast is Stedin, samen met andere netbeheerders, in gesprek met het ministeries van EZK, Financiën en de ACM over de financierbaarheid van de energietransitie. Ook is Stedin in gesprek met haar aandeelhouders over kapitaalstortingen. 34. Waarom is het belangrijk om een balans te hebben tussen zonne- en windenergie binnen een RES? Een combinatie van zon- en windenergie is nodig, omdat beide energievormen elkaar goed aanvullen. Zo hebben zon- en windenergie hun eigen piekmaanden in de opbrengsten. Dit zijn de 6

maanden waarin ze het meeste energie leveren. Zonnepanelen produceren bijvoorbeeld meer energie in de zomer, terwijl windmolens meer energie leveren in de winter. De zon is namelijk krachtiger in de zomer, terwijl de wind over het algemeen krachtiger waait in de winter. Op deze manier vullen windmolens en zonnepanelen elkaar het hele jaar door goed aan. Zo kan er het hele jaar door gebruik gemaakt worden van groene stroom. Ook voor de aansluiting op de netinfrastructuur is het beter om een combinatie van zonne- en windenergie toe te passen. Windenergie is vaak makkelijker aan te sluiten op de hogere netvlakken, waardoor het elektriciteitsnetwerk efficiënter wordt gebruikt. Zonne-energie heeft meer impact op de beschikbare netcapaciteit ten opzichte van de opbrengsten. GEZONDHEID 35. Zijn windmolens slecht voor de gezondheid? Er zijn mensen die zorgen hebben over de impact van windturbines op de gezondheid. Hoewel er geen wetenschappelijk bewijs is dat geluid van windmolens gezondheidsschade veroorzaakt, nemen we de zorgen serieus en wegen we deze mee in de planvorming. De ontwikkelingen op dit gebied worden dan ook op de voet gevolgd. Uiteraard houden we ons te allen tijde aan de geldende wet- en regelgeving. Voor meer informatie over de gezondheidseffecten van windmolens, kijk op: https://www.rivm.nl/windenergie/windmolens-gezondheid PARTICIPATIE 36.

Hoe heeft het participatietraject er uit gezien? Al bij de ontwikkeling van de Ontwerp-RES zijn regionale stakeholders geïnformeerd over het proces en de inhoud van de Ontwerp-RES. Hiervoor zijn een aantal bijeenkomsten georganiseerd met alle regionale stakeholders. Vanaf de zomer van 2020 zijn gemeenten aan de slag gegaan met een lokaal participatieproces waaraan inwoners en lokaal betrokken organisaties hebben deelgenomen. Tijdens dit proces zijn de kansen voor zoekgebieden voor de RES 1.0 geïnventariseerd. 37. Wat vinden de regionale stakeholders van de RES 1.0? De meeste regionale stakeholders zijn het er over eens dat er een stap moet worden gezet naar het opwekken van duurzame energie. Natuurlijk zijn er bij de verschillende stakeholders vanuit hun perspectief zorgen en aandachtspunten over bijvoorbeeld het effect op de natuur en het milieu, het effect op de beschikbaarheid van landbouwgronden en in hoeverre lokaal inwoners voldoende mogelijkheden krijgen om financieel mee te doen aan de toekomstige projecten. 38. Hoe gaan we energietransitie sociaal maatschappelijk inbedden? Het uitgangspunt in het Klimaatakkoord is dat we streven naar 50% lokaal eigendom in duurzame energieprojecten. Hoe dit wordt ingevuld wordt in de volgende fase verder uitgewerkt. BESLUITVORMING 39. De gemeente Montfoort heeft geen raadsbesluit genomen over de Ontwerp-RES.

Heeft Montfoort meegewerkt aan de RES 1.0? De gemeente Montfoort kreeg ondanks het besluit van de raad, de ruimte om te verkennen welke kansen er zijn voor zoekgebieden waar zonne- of windenergie. Gemeente Montfoort heeft hiermee een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de RES 1.0. 40. Waarom heeft de gemeente de Ronde Venen nog geen bijdrage aangeleverd voor de RES 1.0? Wanneer doen ze dit? De bijdrage van De Ronde Venen staat niet in de RES 1.0 omdat het college het besluit van de raad heeft afgewacht. Inmiddels is tijdens de raadsvergadering van maandag 5 juli in de gemeenteraad besloten hoeveel De Ronde Venen inbrengt in de regionale samenwerking; namelijk 410 TeraJoule duurzame energie voor 2030. De gemeente wil de energie opwekken met zonnepanelen op grote daken (zoals bedrijfsdaken) en zonnevelden. 7

41. Doet de gemeente Utrecht genoeg? De gemeente Utrecht, net zoals iedere gemeente in de regio, werkt aan deze opgave en kijkt welke bijdrage er binnen de ruimtelijke kaders en technische mogelijkheden haalbaar is. De gemeente Utrecht heeft elke kans en mogelijkheid voor de opwek van zonne- en windenergie opgenomen in de RES 1.0. 42. Wat als de raad in een (of meerdere) gemeente(n) de RES 1.0 niet vaststelt? Na besluitvorming in de parlementen wordt gezamenlijk op de bestuurstafel de koers bepaald ten aanzien van alle moties, amendementen en onverhoopte verwerpingen. De consequenties moeten aansluiten bij de concrete situatie en context en worden daarom op de BT KNR (Stuurgroep RES) vastgesteld. Ons uitgangspunt is hierbij dat we elkaar vasthouden zolang het kan. Dit sluit aan bij het Klimaatakkoord. De gemeenteraadverwerping heeft alleen directe invloed op die delen waarvoor de betreffende gemeente bevoegd gezag is. Het niet instemmen met de RES heeft dus geen directe gevolgen voor de andere overheden binnen het regionale proces. Bij het aanbieden van de RES aan het Nationaal Programma RES en het Planbureau voor de Leefomgeving wordt kenbaar gemaakt dat de betreffende gemeente niet heeft ingestemd. In de doorrekening door het Planbureau voor de Leefomgeving wordt hier dan rekening mee gehouden. 43.

Wat als gemeenten geen bijdrage aan de RES leveren? Komt de Provincie (of het Rijk) dan om de hoek kijken? Na besluitvorming in de parlementen wordt gezamenlijk op de bestuurstafel de koers bepaald ten aanzien van alle moties, amendementen en onverhoopte verwerpingen. De consequenties moeten aansluiten bij de concrete situatie en context en worden daarom op de BT KNR (Stuurgroep RES) vastgesteld. Ons uitgangspunt is hierbij dat we elkaar vasthouden zolang het kan. De deelnemer blijft betrokken op een wijze die later opnieuw aansluiten mogelijk maakt. Zo kan de deelnemer blijven deelnemen aan de bestuurlijke en ambtelijke overleggen. Als echter het terugtrekken uit de samenwerking wordt beoogd, dan kan besloten worden dat de deelnemer niet meer deelneemt aan de besluitvorming. Dit sluit aan bij het Klimaatakkoord waarin staat dat partijen eerst binnen de regio proberen het probleem op te lossen. Daarna kunnen partijen problemen agenderen bij het Nationaal Programma RES. Zij kunnen ondersteunen in het voeren van het 'goede bestuurlijke gesprek'. Als dat niet voldoende blijkt zullen overheden op een verstandige manier interveniëren om ervoor te zorgen dat de opgave alsnog gerealiseerd wordt. Hierbij is steeds het uitgangspunt: ‘Eerst zacht, dan pas hard’. Oftewel: we proberen er altijd eerst onderling in goed overleg uit te komen (bestuurlijke interventie).

En pas als het via de bestuurlijke route écht niet lukt, dan wordt er overgegaan op de inzet van meer dwingende juridische instrumenten (juridische interventie). We volgen hierbij de bestaande wettelijke bevoegdheidsverdelingen: eerst gemeenten, dan provincies, dan het rijk. Onder juridische instrumenten verstaan we hier de instrumenten uit de Omgevingswet, zoals instructieregels, de omgevingsverordening en het projectbesluit. Deze instrumenten kunnen overheden overigens niet ‘zo maar’ inzetten. Hier gaat een intensief traject aan vooraf, waarbij overheden – zeker voor de meer dwingende instrumenten – goed inzichtelijk moeten maken waarom de inzet van het desbetreffende instrument noodzakelijk is en past bij de opgave en de situatie. 44. Hoeveel invloed hebben de raden eigenlijk op de RES? Gemeenteraden stellen de RES 1.0 vast, net als provinciale staten en de algemene besturen van de waterschappen. Daarmee doorloopt de RES de normale democratische besluitvormingsprocessen. Ook de latere uitwerkingen van de RES in de gemeentelijke omgevingsvisies, omgevingsplannen of andere programma’s volgen het democratische proces. Hiermee heeft de raad dus het laatste woord bij de uiteindelijke vorm en uitwerking van de RES. 8

45. Hoe gaat de RES om met amendementen en moties die raden aannemen over de RES? De RES 1.0 is opgesteld in afstemming met 21 overheden. Deze 21 overheden hebben ervoor gekozen om met andere samen te werken aan realisatie van de klimaatdoelen en bij te dragen aan de landelijke doelstelling voor grootschalige opwek. Moties en amendementen hebben een impact op de ontwikkeling naar RES 2.0 en de besluitvorming daarover bij andere overheden. Alle moties en amendementen worden gezamenlijk bestuurlijk besproken op de bestuurstafel KNR (stuurgroep RES) om te bepalen welk regionaal vervolg er aan gegeven kan worden. Aan moties kan hierbij relatief goed invulling worden gegeven. De uitvoering van een motie kan bijvoorbeeld worden opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsplan of uitgewerkt in de RES 2.0 zonder dat de besluitvorming in andere parlementen wordt doorkruist. Een motie heeft daarom de voorkeur boven een amendement. In deze laatste fase van de RES 1.0 betekent een amendement op de RES 1.0 eigenlijk dat het college gevraagd wordt de onderhandelingen met de 20 andere partijen te heropenen.

Om goed uitvoering te kunnen geven aan een amendement helpt het daarom als bij het amendement is aangegeven hoe het moet worden gelezen bijvoorbeeld als 1) opdracht aan het dagelijks bestuur om in te brengen in de regionale samenwerking 2) een opdracht om te verwerken in het regionale uitvoeringsplan of RES 2.0 of 3) een aanpassing moet worden doorgevoerd in de RES1.0. In het laatste geval betekent dit dus een verzoek aan de andere overheden tot een nieuwe besluitvormingsronde. 46. De RES heeft geen juridische grondslag dus kan niets afdwingen, toch? De RES is een strategische verkenning. De opgaven en ambities uit de RES krijgen juridische status in de verankering in het instrumentarium van de Wet Ruimtelijke Ordening of Omgevingswet. Denk aan Structuur- of Omgevingsvisies, Omgevingsplannen en Programma’s. De RES 1.0 wordt bestuurlijk vastgesteld door de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen besturen van de waterschappen. Daarmee is de RES 1.0 bestuurlijk bindend. Dat betekent dat het bindend is voor de instantie die het vaststelt. SAMENWERKING & BESTUURLIJK VERKENNER 47. Waarom is de afgelopen maanden een bestuurlijk verkenner ingeschakeld? Wouter de Jong is gevraagd als bestuurlijke verkenner om de gesprekken aan de regiotafel vlot te trekken.

De bestuurlijke gesprekken waren niet eenvoudig: Wouter de Jong is gevraagd om met een paar frisse ogen mee te kijken naar het vraagstuk. 48. Welke spanning zat er in de bestuurlijke gesprekken? De bestuurlijke gesprekken in RES verband waren niet eenvoudig omdat: - er verschillende ambities/visies zijn met betrekking tot grootschalige opwek in de regio - met name wind (en deels ook zon) geen opgaves zijn waarvoor direct de handen voor op elkaar gaan; dus zorgvuldige afwegingen met betrekking tot ruimte en inwoners nodig zijn, dat kost tijd - bestuurders verschillende raden (in cultuur en kleur) moeten meenemen in de voorstellen De bestuurlijke gesprekken focusten ook op hoe er omgegaan moest worden met planuitval en het aanvullen van de potentiële plancapaciteit. 49. Waarover gingen de gesprekken met de bestuurlijk verkenner? De gesprekken gingen met name over het maken van afspraken met elkaar hoe we in de toekomst verder met elkaar gaan werken aan het realiseren van de RES (grootschalige opwek elektriciteit, warmte is groot vraagstuk). Dat gaat niet alleen over de inzet die gemeenten gaan leveren, maar ook hoe we tegenvallers gaan oplossen als het tegenzit met het realiseren van die plannen.

9

50. Zijn de verhoudingen in de U16 nu verbeterd? De gesprekken over de RES waren stevig, het gaat immers over belangrijke zaken voor elke gemeente. Gedurende het gehele proces waren alle bestuurders in gesprek met elkaar. Bestuurders hadden gedurende het proces altijd de wil om er met elkaar uit te komen. En inmiddels hebben bestuurders elkaar weer gevonden als het gaat over het samenwerken met elkaar om de opgave voor de opwek van duurzame elektriciteit in te vullen. 51. Hoe zijn de bestuurders uit de impasse gekomen? Bestuurlijk verkenner Wouter de Jong heeft met alle bestuurders binnen de RES U16 gesproken. Allereerst over hoe alle RES bestuurders de besluitvorming willen formuleren voor het behalen van de ambitie om in aan duurzame elektriciteit op te wekken, dat kan rekenen op draagvlak in alle gemeenteraden, provinciale staten en de algemene besturen van de 4 waterschappen. Daarnaast hoe het RES-bod wordt onderbouwd en bestuurlijke afspraken worden vastgelegd. Om op basis daarvan na de RES 1.0 verder te werken aan de vastgestelde ambitie. De opbrengsten van de gesprekken zijn op 14 april besproken met alle bestuurders. Dit overleg verliep in harmonie en heeft geleid tot voldoende ingrediënten om de RES 1.0 verder uit te werken. 52. In het advies van Wouter de Jong staat dat de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht faciliteren in het proces.

Wat houdt de facilitering van de provincie en gemeente Utrecht precies in? De provincie Utrecht en de gemeente Utrecht bekijken samen met andere gemeenten waar kansen zijn voor zonne- en windenergie of er mogelijk andere ontwikkelingen rond de opgaven voor de thema’s wonen en infrastructuur versneld kunnen worden. 53. Wie van de partijen binnen de U16 heeft om een externe bemiddelaar gevraagd? Tijdens het bestuurlijk overleg van 19 februari zijn bestuurders gezamenlijk tot de conclusie gekomen dat de inzet van een bestuurlijk verkenner helpend kon zijn om de gesprekken over de opwek van duurzame elektriciteit weer vlot te trekken. 54. Door wie is deze bemiddelaar aangesteld en wie is zijn opdrachtgever? De bestuurlijk verkenner is aangesteld door de ambtelijk opdrachtgevers van de Regio U16. 55. Wat was de exacte opdracht van de bemiddelaar? De opdracht bestond uit drie onderdelen. Allereerst hoe alle RES bestuurders de besluitvorming wilden formuleren rond het behalen van de vastgestelde ambitie, dat kon rekenen op draagvlak in alle gemeenteraden, provinciale staten en de algemene besturen van de 4 waterschappen. Ten tweede hoe we het RESbod konden onderbouwen en bestuurlijke afspraken vastleggen om na de RES 1.0 verder te werken aan het RES-bod.

En als laatste verkennen of er een meer evenwichtige politieke en regionale vertegenwoordiging nodig was om bestuurlijk het proces verder te trekken. 56. Wat was het moment dat er besloten is om tot een extern bemiddelaar te komen? 19 februari 2021 57. Is er een verslag van de werkzaamheden die de bemiddelaar heeft uitgevoerd? Het advies en de conclusies van de bestuurlijk verkenner zijn als bijlage toegevoegd aan de RES 1.0. 58. Hoe gaan we om met elkaar in de samenwerking de komende jaren? De komende jaren wordt er samengewerkt om de plannen uit de RES 1.0 verder te concretiseren. Daarbij wordt gesproken over de impact van de plannen op de leefomgeving, wat te doen bij planuitval en de inbreng van nieuwe zoekgebieden.

10

59. Is U10 organisatie te licht/te zwaar om de uitvoering van de RES te begeleiden? De U10 organisatie bekijkt op dit moment op welke manier de projectorganisatie wordt ingericht om van de RES 1.0 naar de RES 2.0 toe te werken. Er is daarbij aandacht voor wat er nodig is aan capaciteit en inhoudelijke kennis. 60. Er zijn veel middelen nodig om de RES uit te kunnen voeren. Wat als er geen geld beschikbaar komt voor na 2022? Het besluit hierover ligt bij het volgend kabinet in samenspraak met de decentrale overheden. Daarbij zal vooral gekeken worden naar de fase waarin de uitvoering van de RES’en in de periode 2022-2025 komt, en hoe de ondersteuning in dat licht effectief kan worden vormgegeven. Alle opdrachtgevers van NP RES hebben een sterk gezamenlijk bestuurlijk commitment uitgesproken om de ondersteuning te continueren, landelijk én in de regio’s. We maken in het uitvoeringsplan inzichtelijk wat de implicaties zijn wanneer er wel en geen middelen van het Rijk komen (verschillende scenario's). 61. Wat doen andere RES’en aangrenzend aan onze regio? Wat is hun bod, doet iedereen binnen de andere RES regio’s mee? De RES regio Amersfoort heeft een ambitie van 0,5 TWh, RES regio Foodvalley heeft een ambitie van 0,75 TWh, RES regio Noord-Holland Zuid heeft een ambitie van 2,7 TWh. Op dit moment is de besluitvorming binnen deze regio’s in volle gang. 62.

Hoe wordt omgegaan met gebieden die grenzen aan verschillende RES’en? Er vindt regelmatig overleg plaats met de aangrenzende RES’en, RES Regio Amersfoort, RES Foodvalley en RES Noord-Holland Zuid. Hierin wordt onder andere besproken hoe bepaalde zoekgebieden voor zonne- en windenergie elkaar raken. Er vindt afstemming plaats hoe de gebiedsprocessen zorgvuldig verlopen en hoe er mogelijk kansen gecombineerd kunnen worden.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1653/documents/35802