Programmabegroting 2026 versie 06112025 aanpassingen na commissie.pdf
Tekst van het document
50%
2.000.000
Anterieure overeenkomsten worden onvoldoende nageleefd
30%
2.000.000
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen)
50%
1.000.000
Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken
50%
1.000.000
Deformatie van TenneT masten
50%
500.000
Terugbetaling van de verkregen subsidie Uitkoopregeling voor woningen onder een hoogspanningsleiding bij niet tijdige wijziging bestemming
10%
2.052.000
Zuilense Vecht - Voetbalclubs krijgen hun business case niet rond omdat ze mogelijk geen BOSA subsidie krijgen
30%
400.000
Niet goed begaanbare wegen en ongevallen a.g.v. extreme weersomstandigheden en sneeuwval
50%
250.000
Gemeentelijke garantstellingen woningcorporaties (achtervang WSW).
10%
500.000
Verontreiniging van oppervlaktewater
10%
250.000
Geen afvoer door een calamiteit aan de riolering
30%
50.000
Omgevingswet: niet op elkaar aansluiten legesverordeningen (bestaand en nieuw)
10%
50.000
Gemeente draait op voor 100% i.p.v. 50% van kosten herstel beschoeiing Vechtoever Zandpad tussen Maarssen en Nieuwersluis
n.v.t.
520.000
Financiële garantie herplaatsing Flexwoningen
n.v.t.
2.000.000
Totaal programma 3
15.072.000
excl. verbonden partijen (VP)
15.072.000
80
Tabel WR.1. Tabel WR.4. Programma 4 Sociaal Toename beroep op gemeentelijke WMO voorzieningen
50%
1.000.000
Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur), aantallen in zorgvraag en/of bijstelling van het macrobudget Buig
10%
1.000.000
Schuldhulpverlening door hogere kosten levensonderhoud
50%
400.000
Toename beroep op essentiële functies (YEP): ontbreken van voldoende en adequate (lokale) initiatieven
30%
500.000
Gevolgen wijziging Participatiewet vanwege verbeteringen in o.a. de regeling loonkostensubsidie (uitvoeren breed offensief)
70%
250.000
Incidenten op gebied van jeugdhulp
30%
250.000
Overbelasting en/of stoppen van vrijwilligers en/of mantelzorgers.
30%
250.000
Totaal programma 4
3.650.000
excl. verbonden partijen (VP)
3.650.000
Tabel WR.5. Programma 5 Samenleving (Onderhouds)budgetten te realiseren schoolgebouwen niet toereikend om aan kwaliteitsaspecten te kunnen voldoen
50%
500.000
Onveilige schoolgebouwen
30%
500.000
Lagere kwaliteit van onderhoud sportparken (buitensport)
30%
250.000
Onvoldoende beschikbaarheid landelijke subsidieregeling Bouw en onderhoud sportaccommodaties (BOSA)
70%
200.000
Financiële problemen schoolbestuur openbaar onderwijs
10%
250.000
Ongelukken in zwem- en sportaccommodaties
30%
250.000
Gemeentelijke garantstellingen aan (sport)verenigingen en instellingen van algemeen maatschappelijk nut
10%
250.000
Totaal programma 5
2.200.000
Tabel WR.6. Grondexploitaties Grondexploitaties (totaal) Totaal grondexploitatie gerelateerde risico's
nvt
1.890.000 1.890.000
NB. De omvang van de risico’s grondexploitatie komen voort uit een risicosimulatie. Deze tellen in het geheel mee bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit Totaal geïnventariseerde risico's
33.662.000
(VP = verbonden partijen, KWP = Kockengen waterproof)
Grootste risicogebieden Van de drie programma’s die het grootst in omvang zijn, lichten wij de risico’s met de hoogste invloed kort toe. 1. Gemeentebrede risico’s / bedrijfsvoeringsrisico’s In de bedrijfsvoering heeft de gemeente te maken met organisatorische, financiële en technische risico’s. De drie grootste geïnventariseerde risico’s op dit onderdeel zijn: Gijzeling van informatie of systemen Het beschermen en beveiligen van gegevens, systemen en in het bijzonder persoonsgegevens tegen bijvoorbeeld een hack of ransomware is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering van de gemeente. Het gaat om gedrag van medewerkers, het inrichten van processen en procedures en techniek. Informatiebeveiliging is een combinatie van organisatorische en technische maatregelen én de toepassing daarvan. Aansprakelijkstelling / ingebrekestelling door inwoners, instellingen of bedrijven Voor veel situaties is de gemeente verzekerd. Voor onvoorziene situaties, situaties waarvoor we niet verzekerd zijn en/of extra kosten maken als een juridische procedure wordt gestart, is een bedrag in de risico-inventarisatie opgenomen. Het niet (blijvend) kunnen waarborgen van de continuïteit van dienstverlening In het afgelopen jaar is ingezet op het versterken van de instroom van medewerkers. Er zijn ook stappen gezet in het terugdringen van de uitstroom en hier blijven wij aandacht aan besteden.
81 Daarnaast blijft het verzuim relatief hoog, wat invloed heeft op de weerbaarheid van de organisatie en
de continuïteit van de dienstverlening onder druk kan zetten. Dit speelt in een context van een herinrichting van de organisatie en een aanhoudend krappe arbeidsmarkt. In 2025 worden de besluiten die voortvloeien uit de effectevaluatie in de organisatie doorgevoerd. Dit betekent een herinrichting van de teams in de organisatie, die wordt afgestemd op de nieuw vastgestelde inrichtingsprincipes. Met deze herinrichting wordt onder andere beoogd de 'span of attention' binnen en tussen teams lager en evenwichtiger te maken. Door deze implementatie zorgvuldig, projectmatig en gefaseerd op te pakken komt er meer aandacht voor medewerkers en ontstaat de ruimte voor meer integrale sturing. 2. Programma Fysiek De Heul - Vervangende locatie flexwoningen en Regeling tegemoetkoming herplaatsing flexwoningen (RTHF) Het risico bestaat uit 2 onderdelen. Het risico hangt enerzijds samen met de investering van een corporatie in 40 flexwoningen ten behoeve van het gemengd wonen project voor starters en (dreigend) daklozen. Het risico ontstaat als er na 15 jaar (in 2039) geen vervangende locatie wordt gevonden. Het risico hangt anderzijds samen met de RTHF. Indien de RTHF geldt, dan compenseert de gemeente 25% van de restwaarde.
Achterstand onderhoud fysiek domein (asfaltelementen, verharding en bermen) Vanuit methodiek voor tweejaarlijkse nieuwe inspectie zal eind 2025 een nieuw beheerplan opgesteld worden. Uit deze inspectie zal tevens blijken of onderhoudsachterstand groter of kleiner is geworden. Uit dit beheerplan zal ook blijken wat de actuele status van het onderhoudsachterstand is en hoe deze zich zal ontwikkelen. Kunstwerken (mn. bruggen) tijdelijk niet of onvoldoende te gebruiken Door het tijdelijk niet of onvoldoende kunnen gebruiken van bruggen wordt de doorstroming beperkt en zijn kernen mogelijk niet of beperkt bereikbaar. Inmiddels is een statusinventarisatie van de bruggen uitgevoerd. Op basis van uitkomsten zal in 2025 een beheerplan opgesteld worden en voorgelegd worden aan de raad. De aanbesteding brugbediening is in 2025 uitgevoerd om continuïteit te borgen. 3. Programma Sociaal Toename beroep op gemeentelijke Wmo voorzieningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een belangrijk deel van de ondersteuning bij mensen thuis. Het doel hiervan is om inwoners zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen en te laten deel nemen aan de maatschappij. De toenemende vergrijzing en het zo lang mogelijk thuis blijven wonen maakt dat inwoners een groter beroep op (Wmo-)voorzieningen doen. We sturen op het versterken van eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen.
Tegelijkertijd geven we aanbieders meer ruimte om te doen wat nodig is. Daarnaast kijken we naar het gebruik van de Wmo. Daarin werken we nauw samen met het voorveld. Ontwikkeling bijstandsaantallen (conjunctuur), aantallen zorgvraag en/of bijstelling van het macrobudget Buig Bijstand is een open einde regeling. Een toename van het beroep op bijstand of zorg leidt tot hogere uitkeringslasten. Aanpassingen in het macrobudget Buig kan leiden tot een hogere/lagere dan de geraamde uitkering. Om het risico te verkleinen, zetten wij onder andere in op gerichte acties als voorliggende voorzieningen, doorverwijzing naar de keten, de inzet van social return en preventieve activiteiten gericht op het voorkomen van instroom. Overschrijding van de uitgaven van meer dan 10% van het budget kan het Rijk compenseren.
Beschikbare weerstandscapaciteit De raad heeft met de Beleidsnotitie Algemene reserve de AR aangemerkt als weerstandscapaciteit. Dit betreft de incidentele weerstandscapaciteit. In de notitie is tevens bepaald dat de AR drie schijven kent, die bepalen hoe de beschikbare middelen uit de AR ingezet kunnen worden. De middelen uit schijf 1 en 2 (voor het opvangen van de geïnventariseerde risico’s, calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi) vormen de incidentele weerstandscapaciteit van de gemeente. De door de raad vastgestelde ratio weerstandsvermogen (1,4 - 2,0) bepaalt de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit.
82
Op basis van de benodigde weerstandscapaciteit van € 10,9 mln. geeft dit het volgende beeld: Tabel WR.7. Weerstandscapaciteit (Bedrag x € 1000) - schijf 1 Minimale hoogte voor opvang geïnventariseerde risico’s (1,4 x €10,9 mln., minimumnorm)
€ 15.386
- schijf 2 Deel AR voor opvang calamiteiten (bijv. onderhoud bruggen), taakstellingen SD en negatief rekeningsaldo
€ 6.594
Maximum weerstandscapaciteit (2 x € 11,8 mln.)
€ 21.980
Ratio weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's, de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen deze componenten, de zogeheten ratio weerstandsvermogen bedraagt: Ratio weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit / benodigde weerstandscapaciteit = € 13,6 mln / € 10,9 mln = 1,2. Ten opzichte van de risico-inventarisatie uit de Jaarrekening 2024 is de ratio weerstandsvermogen gedaald (van 1,7 naar 1,2). Deze afname wordt vooral veroorzaakt door de beschikbare weerstandscapaciteit: deze is gedaald van 16,6 naar 13,6. Daarnaast is de benodigde weerstandscapaciteit gestegen doordat het geschatte financiële risico van de beschoeiing vechtoever in de simulatie is meegenomen. Ondanks dat het totaal aan ingeschatte financiële gevolg van alle risico's is gedaald ten opzichte van de Jaarrekening 2024 (van € 48,4 mln. naar € 33,7 mln.), heeft het meerekenen van dit risico een opdrijvend effect . Per saldo resulteert de toename in financieel gevolg ook in een hogere benodigde weerstandscapaciteit. Voor het toetsen van de ratio weerstandsvermogen maakt gemeente Stichtse Vecht gebruik van de risicomatrix van de Universiteit Twente.
Volgens de schaalindeling van deze matrix valt de ratio van 1,2 in de categorie B “Voldoende”.
Tabel WR.8. Waarderingscijfer
Ratio
A
>= 2.0
Betekenis Uitstekend
B
1.4 < 2.0
Ruim voldoende
C
1.0 < 1.4
Voldoende
D
0.8 < 1.0
Matig
E
0.6 < 0.8
Onvoldoende
F
< 0.6
Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen Kengetallen
Rekening Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2024
2025
2026
2027
2028
2029
Netto schuldquote
76%
104%
112%
126%
164%
182%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen)
75%
103%
111%
125%
164%
181%
Solvabiliteitsratio
19%
13%
14%
11%
10%
9%
0,24%
0,56%
-0,45%
-1,41%
-1,89%
-1,45%
Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie
1,19%
-1,32%
0,61%
0,56%
0,63%
0,62%
Belastingcapaciteit
109,79%
107,38%
n.n.b.
n.n.b.
n.n.b.
n.n.b.
Wat betekenen deze getallen? Voor een toelichting op de kengetallen, verwijzen wij u naar het hoofdstuk 'Financiële begroting 20252028-samenvatting', onderdeel 'Solide financiële positie'.
83
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Voor het in stand houden van kapitaalgoederen op het afgesproken kwaliteitsniveau zijn langlopende investeringen en onderhoudsplannen nodig. Dit doen we door de toepassing van Assetmanagement. Assets zijn de kapitaalgoederen in de openbare ruimte, ofwel de objecten groen, wegen, civiele kunstwerken etc. Assetmanagement is een systematische en gecoördineerde wijze van beheren. Het gaat hierbij vooral om de optimalisatie van de prestaties, de risico's en de kosten van de kapitaalgoederen in relatie tot de doelstellingen van de gemeente. We richten ons op het beheer over de gehele levensduur en kijken verder dan wat goed is voor de objecten zelf. We kijken naar wat goed is voor de gemeente en nog belangrijker, wat goed is voor inwoners / de gebruikers.
Beleids- en beheerplannen Deze paragraaf bevat een toelichting op het beleidskader, kwaliteitsniveau, onderhoudsplan en de financiën van de volgende kapitaalgoederen: • Wegen • Civiele constructies • Openbare verlichting • Water en riolering • Groen • Speelterreinen • Gebouwen • Sportterreinen
Tabel OK.1. Kapitaalgoederen
Beheer-/beleidsplan
Looptijd plan
Achterstallig onderhoud
Wegen
Beheerplan wegen
2021-2024
Nee *)
Civiele constructies
Beheerbeleidsplan Civiele kunstwerken
2021-2025
Nee *)
Openbare verlichting
Beleidsplan Openbare verlichting 2020
2020-2024
Nee *)
Water en Riolering
Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP)
2022-2026
Nee *)
Groen
Bomenbeleid en structuurplan
2015-2035
Nee
Gebouwen
Nota Duurzaamheid; IVAB.
2020-2025
Nee
*) Achterstand in uitvoering ten opzichte van de planning
Kwaliteitsniveau openbare ruimte Om de kwaliteit te beoordelen wordt gebruikt gemaakt van de Kwaliteitscatalogus van CROW. In deze catalogus worden vijf niveaus onderscheiden op het gebied van de technische kwaliteit van de openbare ruimte: A+, A, B, C en D. Hierbij staat kwaliteitsniveau A voor een hoog niveau en betekent kwaliteitsniveau D dat het niveau laag is en dat er achterstanden zijn. Onderdelen van de openbare ruimte met dit kwaliteitsniveau moeten op zeer korte termijn weer op kwaliteit gebracht worden. Gemeente Stichtse Vecht hanteert verschillende kwaliteitsniveaus, afhankelijk van de locatie. Voor wegen en groen is het areaal van de gemeente Stichtse Vecht onderverdeeld in 3 deelgebieden. Voor kernen is kwaliteitsniveau B vastgesteld en voor het buitengebied en industriegebieden is niveau C vastgesteld.
Kerncijfers openbare ruimte Een groot deel van de kapitaalgoederen zijn een onderdeel van de openbare ruimte van de gemeente. Onderstaande tabel geeft een beeld van de omvang van verschillende kapitaalgoederen in de openbare ruimte.
84
Tabel OK.2. Kerncijfers openbare ruimte (bron: GBI)
2024
Wegvakonderdelen
3.272.978 m2
Bomen
37.944 st
Gazon
653.373 m2
Overig gras
1.348.164 m2
Haag
52.352 m2
Cultuurlijke beplanting
333.597 m2
Natuurlijke beplanting
498.203 m2
Stalen en betonnen bruggen
143 st
Houten bruggen
51 st
Beweegbare bruggen
15 st
Rioolputten
16.636 st
Vrijvervalleiding
372.124 m2
Mechanische leidingen
226.640 m2
Kolken
22.649 st
Openbare verlichting (masten en armaturen)
12.257 st
Verkeerslichten
16 st
Speelplaatsen
255 st
Speeltoestellen
1.291 st
Sportvoorzieningen
60 st
Ondergrondse containers
666 st
Afvalbakken
1.111 st
Banken
886 st
Picknicktafels
50 st
Wegen Beleidskader Op grond van de Wegenwet hebben wij de zorgplicht om onze wegen goed en verantwoord te beheren. Hieronder vallen de zorgplicht asfalt, elementen en half-verhardingen. Op basis van de resultaten uit de onlangs gehouden weginspectie 2025 wordt een nieuw wegenbeheerplan 2026-2030 opgesteld en wordt het onderhoudsplan herijkt. Indien uit deze herijking blijkt dat nieuwe of aanvullende investerings- en onderhoudsbudgetten nodig zijn, dan zal dit via een separaat voorstel aan de raad worden voorgelegd. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud loopt daarbij via een componentenbenadering.
Tabel OK.3. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie Toevoeging onderhoudsbudget i.v.m. componentenmethode Totaal onderhoudsbudget in exploitatie
2026
2027
2028
2029
€ 650.000
€ 650.000
€ 650.000
€ 650.000
€ 350.000
€ 350.000
€ 350.000
€ 350.000
€ 1.000.000
€ 1.000.000
€ 1.000.000
€ 1.000.000
Civiele constructies Beleidskader Onder civiele constructies wordt verstaan tunnels, viaducten, bruggen, duikers, (aanleg)steigers, beschoeiing, kades, grondkeringen en geluidschermen. Het doel is om veilige verkeersroutes in stand te houden, een vrije doorgang voor de scheepvaart te garanderen en de waterhuishouding op peil te houden. Het beheer- en beleidsplan Civiele kunstwerken is vastgesteld door uw raad in 2021. Naast een beleidsmatig plan stellen we ook een meerjarig onderhoudsplan op. Daartoe zijn in 2022 de volgende assets geïnspecteerd: •
verkeersbruggen;
•
beweegbare bruggen;
85
•
fietsbruggen;
•
voetgangersbruggen;
•
tunnels;
•
viaducten;
•
geluidschermen.
Speerpunt voor 2024 en 2025 is het in kaart brengen van de staat van de civiele kunstwerken en indien nodig het herijken van de beheer-/onderhoudsplannen. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Het groot onderhoud wordt gedekt door een reserve. De dotaties aan en onttrekkingen uit deze reserve zijn vastgelegd in het beheerplan en uitgewerkt in onderliggende uitvoeringsplanningen. Bij het opstellen van het nieuwe beheerplan zal ook een voorstel uitgewerkt worden voor de benodigde budgetten. De ramingen voor groot onderhoud in 2026 en 2027 zullen op basis van dat voorstel in de begroting verwerkt worden. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Tabel OK.4. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 254
€ 254
€ 254
€ 254
Budget groot onderhoud gedekt door reserve Dotatie reserve
€0
€0
€0
€0
€ 893
€ 893
€ 893
€ 893
Openbare verlichting Beleidskader Het doel is een verkeersveilige, sociaal veilige en leefbare omgeving die voldoet aan de landelijke richtlijnen. Per 2019 zijn wij geheel verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het verlichtingsareaal. Op basis van het in 2020 door uw raad vastgestelde beleidsplan en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsplannen is een bestek opgesteld en gegund. In 2023 zijn de eerste deelopdrachten verstrekt. In de jaren 2024 en 2025 is jaarlijks circa € 1 mln. aan investeringen gepland om de masten en armaturen te vervangen. Hierbij worden de armaturen voorzien van energiezuinigere LED-verlichting. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Tabel OK.5. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 56
€ 56
€ 56
€ 56
Water en riolering Beleidskader Op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft de gemeente een zorgplicht voor de inzameling van stedelijk afvalwater en op grond van de Waterwet een zorgplicht voor hemelwater en grondwater. Hoe de gemeente invulling geeft aan de zorgplichten staat uitgewerkt in het Gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het huidige GRP heeft een looptijd van 2022 tot en met 2026 en beschrijft de beleidsvoornemens op het gebied van Water en Klimaat en geeft inzicht in de aanleg, tijdige vervanging, verbeteringen, beheer en onderhoud van de riolering. Ook de kosten van al deze facetten zijn hierin uitgewerkt. Integraal en risico-gestuurd werken spelen een belangrijke rol in het GRP en de uitvoering daarvan. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van het GRP in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Er wordt een 100% kostendekkend tarief gehanteerd, waarbij alle kosten voor de rioleringszorg uit de rioolheffing worden gedekt. Bij de lasten maken we onderscheid tussen exploitatiekosten en investeringen. De kosten voor het jaarlijkse operationeel beheer en onderhoud vormen de 86
exploitatiekosten. De investeringsactiviteiten zijn onderverdeeld in aanleg, vervanging en verbetering. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. Om schommelingen in de kosten op te vangen, maken we gebruik van een egalisatievoorziening, zodat het tarief niet steeds aangepast hoeft te worden wanneer sprake is van een piek of dal in de uitgaven.
Tabel OK.6. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie
2026
2027
2028
2029
€ 1.364
€ 1.372
€ 1.372
€ 1.372
Groen Beleidskader Onder groen verstaan we bomen, plantsoenen, gazons en andere velden in de openbare ruimte alsmede de paden in parken. Ook de begraafplaatsen en beschoeiingen scharen we hieronder. Voor groenvoorzieningen en onkruid en zwerfvuil op verhardingen wordt onderhoudsniveau B in de kernen en onderhoudsniveau C buiten de kernen gehanteerd. Voor begraafplaatsen wordt onderhoudsniveau B gehanteerd. Bomen worden conform handboek bomen en de daaraan gekoppelde veiligheidsinspecties op beeld gehouden. Het beleidskader wordt gevormd door de Omgevingsvisie, het Boombeleidsplan, de parkbeheerplannen, de landschapsontwikkelingsplannen en de regionale visie klimaatadaptie. In 2025 lag de nadruk op het reconstrueren van plantvakken. In 2025 is gewerkt aan het op peil brengen van het bomenbestand aan de vastgestelde kwaliteitseisen. Alle arealen zijn nu op beeld. Belangrijkste speerpunt voor de komende jaren is om het groen (incl. bomen en parken) op het gewenste kwaliteitsniveau te houden. Dit kan naar verwachting grotendeels binnen de nieuwe beschikbare budgetten gerealiseerd worden. Financiën Onderstaande budgetten zijn de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Op basis van een nieuwe aanbesteding in 2022 zijn in de begroting 2022 voor de periode 2022-2026 de exploitatiebudgetten herzien.
Uit de ophanden zijnde herziening van de beleidsen beheerplannen volgt de komende jaren de herziening van de financiën. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden.
Tabel OK.7. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000) Onderhoudsbudget in exploitatie
2026
2027
2028
2029
€ 4.025
€ 4.025
€ 4.025
€ 4.025
Speelterreinen Beleidskader De speelplekken worden ingericht volgens de kadernota Buiten spelen natuurlijk! De uitwerking van dit plan is in 2021 vastgelegd in de kwaliteitskaarten spelen. De definitieve versie van de kwaliteitskaarten spelen is in 2025 vastgesteld. In de definitieve versie van de kwaliteitskaarten wordt aandacht besteed aan het participatief inrichten van speelplekken met speeltoestellen en speelaanleidingen gericht op vergroening, natuur en klimaat. Het onderhoud van de speeltoestellen vindt plaats volgens de richtlijnen Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS). Voor de speel- en sporttoestellen en valondergronden worden de normen van het WAS gehanteerd. Jaarlijks loopt de aannemer de speeltoestellen na en vindt inspectie door een onafhankelijke partij plaats. Op hun aanwijzingen worden reparaties uitgevoerd. Financiën Onderstaand budget is de vertaling van de beheer- en beleidsplannen in de exploitatie van de meerjarenbegroting. Daarnaast worden jaarlijks ook investeringen gedaan. In de investeringsplanning zijn alle geplande investeringen in de openbare ruimte terug te vinden. 87
Tabel OK.8. Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 315
€ 315
€ 315
€ 315
Gebouwen Beheerplannen vastgoed Gemeente Stichtse Vecht is eigenaar van een gevarieerde vastgoedportefeuille met 106 objecten. Vastgoed waarmee we onze sociaal-maatschappelijke doelstellingen mogelijk maken en we de sociale cohesie in de kernen versterken. We voorzien in culturele activiteiten en geven de gelegenheid elkaar te ontmoeten. Het geeft veel inwoners de gelegenheid om te sporten en vitaal te blijven. Onze gemeentelijke huisvesting en begraafplaatsen dienen het algemeen nut en met het bezit van de voor publiek toegankelijke monumenten dragen we bij aan het behoud van het cultureel historisch erfgoed van Stichtse Vecht en aan de uitstraling van onze gemeente. Het niveau waarop het gemeentelijk vastgoed in stand gehouden wordt, is vastgesteld aan de hand van een objectief meetinstrument voor het inspecteren en onderhouden van vastgoed. Een instrument dat is gebaseerd op de Conditiemetingsmethodiek volgens NEN 2767. Het niveau waarop het onderhoud gemiddeld gehouden wordt, is vastgesteld op conditieniveau 3. Dit onderhoudsniveau is sober en draagt bij aan een doelmatig en duurzaam beheer van het gemeentelijk vastgoed. Voor de representatieve, publiekelijke objecten, zoals de gemeentekantoren en de aula’s op begraafplaatsen, hanteert de gemeente Stichtse Vecht een gemiddeld conditieniveau 2: goed/ representatief.
Beheerplan 2025-2026 De meerjaren-onderhoudsplannen voor de gemeentelijke vastgoedportefeuille zijn in 2024 geactualiseerd. Per 30 september 2025 gaan deze in. Voor 2026 wordt een jaarplan gemaakt om uitvoering te geven aan het planmatig onderhoud. Om maximaal uitvoering te geven aan het efficiënt en planmatig uitvoeren van het onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed, wordt bij aanbestedingen gekozen voor wat grotere, meerjarige clustercontracten waarbij de markt wordt uitgenodigd om mee te denken met de gemeente. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025-2027 Het Uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijk vastgoed 2025 – 2027 is herijkt en wordt eind 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit geldt voor de selectie van tweeëntwintig vastgoedobjecten (inclusief brugwachtershuisje Maarssen) uit de kernvoorraad. De gereserveerde financiële middelen die niet zijn gebruikt in 2024 zijn ter beschikking gesteld in 2025. Ter uitvoering van de verdere verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed worden per jaar tot en met 2027 de benodigde financiële middelen verdeeld, rekening houdend met onder andere (grondstof)inflatie, veranderde en toekomstige wet- en regelgeving en de continu ontwikkelende markt op het gebied van verduurzaming. Het uitvoeringsplan houdt ook rekening met andere lopende projecten aangaande de vastgoedobjecten binnen de kernvoorraad.
Denk onder andere aan het project Gemeentelijke huisvesting, welke impact heeft op de sturing/regie in de behoeftestelling. Koppelkansen met andere werkzaamheden en/of beleid en het zo veel mogelijk voorkomen van kapitaalvernietiging wordt in acht genomen. Verzelfstandiging sportaccommodaties De gemeente Stichtse Vecht is eigenaar van MFA Safari en meerdere binnensportaccommodaties. Op 1 januari 2025 is SRO Stichtse Vecht opgericht. De exploitatie van multifunctionele accommodatie (MFA) Safari en de binnensportaccommodaties zijn hier belegd. Ook het beheer en onderhoud van deze sportaccommodaties is neergelegd bij SRO Stichtse Vecht. Overigens ligt de financiële verantwoordelijkheid nog wel bij de gemeente. De gemeente stelt dan ook de meerjarenonderhoudsplannen vast en op basis hiervan wordt jaarlijks aan de hand van een jaarplan het budget vastgesteld voor uitvoering van het onderhoud in het komend jaar. De uitvoering van het onderhoud ligt bij SRO Stichtse Vecht. Gemeentelijke huisvesting – Business case De gemeente Stichtse Vecht staat voor een strategische keuze ten aanzien van haar toekomstige gemeentelijke huisvesting. In totaal zijn zeven scenario’s ontwikkeld. Deze lopen uiteen van de huidige locaties tot volledige nieuwbouw op een nader te bepalen locatie. We werken er naartoe om eind 2026 een scenariokeuze voor te leggen aan de gemeenteraad. Tabel OK.9.
Onderhoudsbudgetten (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Onderhoudsbudget in exploitatie
€ 776
€ 776
€ 776
€ 776
Budget onderhoud in voorziening
€ 1.703
€ 344
€ 2.867
€ 461
Dotatie voorziening
€ 1.257
€ 1.257
€ 1.257
€ 1.257 88
Sportterreinen Beleidskader Buitensportaccommodaties zijn kapitaalgoederen die onder het programma ‘Sport’ vallen. Zoals vastgesteld in de sport- en beweegnota, faciliteren wij een verantwoord basisniveau van een gevarieerd sport- en beweegaanbod met betaalbare en toegankelijke sportaccommodaties. We stimuleren dat we de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties verder overdragen aan de gebruikers. Voor de binnensportaccommodaties leggen we het beheer en onderhoud deels bij een externe partij neer. Financiën In de begroting hebben we budgetten opgenomen voor beheer en onderhoud van de buitensportaccommodaties en voor vervangingsbijdragen aan derden. We besteden deze budgetten in overeenstemming met de Kadernota sport. Tevens zorgen we voor een exploitatiebijdrage voor beheer en onderhoud van de binnensportaccommodaties.
Tabel OK.10. Onderhoudsbijdrage (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Onderhoudsbijdrage buitensport
€ 423
€ 423
€ 423
€ 423
89
Financiering Inleiding De financierings- of treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen en de financiële posities, inclusief de daaraan verbonden risico’s. De kaders voor uitoefening van de financieringsfunctie zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (kortweg: Wet fido) en vertaald in het Treasurystatuut gemeente Stichtse Vecht 2020. De beleidsmatige infrastructuur voor de financieringsfunctie van onze gemeente is hiermee vastgelegd. Voor het inrichten van de financieringsfunctie stelt de Wet fido twee belangrijke beleidsmatige richtlijnen: •
Het aangaan of verstrekken van geldleningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan uit hoofde van de publieke taak;
•
Het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen heeft een prudent karakter en is primair niet gericht op het genereren van extra inkomsten.
Financieringspositie Gemeten over het begrotingsjaar lopen de reguliere baten en lasten synchroon. Dit laat onverlet dat lopende het begrotingsjaar positieve of negatieve posities ontstaan. Om (lopende en toekomstige) posities inzichtelijk te krijgen, maken wij gebruik van een liquiditeitsplanning. Deze planning stellen we periodiek bij.
Leningenportefeuille Per 1 januari 2026 is de leningenportefeuille opgebouwd uit 16 langlopende geldleningen. Deze hebben een restschuld bij aanvang van het begrotingsjaar van € 186 miljoen.
Tabel F.1. Leningenportefeuille Leningenportefeuille per 1 januari 2025
Restant hoofdsom (x € 1.000) 127.388
Nieuw aangetrokken/aan te trekken geldleningen 2025
90.000
Reguliere aflossingen 2025
-31.538
Leningenportefeuille per 31 december 2025
185.850
Reguliere aflossingen 2026
-15.038
Prognose nieuw aan te trekken geldlening 2026
50.000
Leningenportefeuille per 31 december 2026
220.813
Beleggingen De ministeriële Regeling schatkistbankieren decentrale overheden verplicht decentrale overheden hun overtollige financiële middelen in de schatkist van het Rijk te beleggen, waardoor publiek geld de schatkist niet eerder verlaat dan noodzakelijk is. In het verlengde hiervan is het ook toegestaan overtollige financiële middelen te beleggen bij andere decentrale overheden waarmee geen toezichthoudende relatie wordt onderhouden. Van het verplicht beleggen van overtollige middelen in de schatkist van het Rijk is een drempelbedrag vrijgesteld. Voor onze gemeente is het drempelbedrag berekend op (afgerond) € 4,2 miljoen.
90
Renteschema 2026 Tabel F.2. Renteschema 2026 (x € 1.000) Externe rentelasten over korte en lange financiering
-5.853
Af: externe rentebaten
3
Totaal door te rekenen externe rente
-5.850
Af: rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
0
Af: rentelasten door verstrekte leningen aan woningcorporaties
0
Bij: rentebaten door verstrekte leningen aan woningcorporaties
0
Rente over eigen vermogen (kapitaaldekkingsreserves)
0
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
Aan taakvelden toe te rekenen rente (programma’s inclusief overzicht overhead)
-5.850
Af: werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (rente omslag)
4.686
Renteresultaat op taakveld Treasury
-1.164
Rente ontwikkeling De interne renteberekening op investeringen is verhoogd van 1,75% in de Begroting 2025 naar 2,25% in de Begroting 2026.
Risicobeheersing De Wet fido bevat instrumenten die de risico’s bij het lenen en beleggen van financiële middelen moeten beperken. De wet bepaalt onder meer dat gemeenten uitsluitend voor de uitoefening van de publieke taak leningen kunnen aangaan, middelen kunnen uitzetten en garanties kunnen verlenen. De risico’s op kort- en langlopende geldleningen worden beperkt door de introductie van respectievelijk de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt een grens aan de maximaal op te nemen kortlopende middelen en beoogt de budgettaire gevolgen van schommelingen in de rente op kortlopende geldleningen te beheersen. De limiet is gesteld op een percentage van 8,5% van het begrotingstotaal.
Tabel F.3. Begrotingstotaal 2026 (x € 1.000)
Percentage
Kasgeldlimiet (x € 1.000)
€ 208.439
8,5%
€ 17.717
Renterisiconorm De renteonzekerheid voor de lange termijn wordt uitgedrukt in de renterisiconorm. De renterisiconorm vormt een kader voor een adequate spreiding van looptijden in de financieringsportefeuille, met als doel de portefeuille zodanig op te bouwen dat renterisico’s door renteaanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate zijn beperkt.
91
Tabel F.4. Renterisiconorm 2026
2026
2027
2028
2029
(x € 1.000) 1 Berekening renterisico 1a
Renteherzieningen
-
-
-
-
1b
Betaalde aflossingen
15.038
14.406
13.925
13.175
Renterisico (1 + 2)
15.038
14.406
13.925
13.175
208.439
222.377
200.493
201.215
20%
20%
20%
20%
A
2 Berekening renterisiconorm 2a
Begrotingstotaal
2b
Percentage
B
Renterisiconorm
41.688
44.475
40.099
40.243
B
Renterisiconorm
41.688
44.475
40.099
40.243
A
Renterisico
15.038
14.406
13.925
13.175
26.650
30.069
26.174
27.068
Toets (B - A)
Ruimte renterisiconorm
92
Bedrijfsvoering Inleiding De afgelopen jaren is gewerkt aan het versterken van het fundament van de organisatie, deze ontwikkeling zetten we dit jaar door. Belangrijke pijler daarvan is het waarderen van het huidige personeel en aantrekken van nieuw personeel. Enerzijds proberen we het personeelsverloop terug te dringen door middel van het creëren van een veilige werkomgeving, aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden aan te bieden en door onderscheidend te opereren op de krappe arbeidsmarkt. Anderzijds wordt ingezet op waardering en ontwikkeling van het huidige personeel, bijvoorbeeld door in te zetten op brede opleidingsmogelijkheden binnen het traject Leren & Ontwikkelen. Op deze wijze wordt de gemeente als werkgever zo aantrekkelijk mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling van de ICT-omgeving met een beweging naar de cloud. Dit stelt de gemeente in staat om structureel voldoende aandacht te kunnen besteden aan o.a. informatieveiligheid. Dit draagt bij aan het op peil houden van de dienstverlening aan onze inwoners en aan het voldoen aan landelijke wet- en regelgeving.
Human Resources en Opleidingsprogramma Human Resources In 2026 blijft de aandacht onverminderd gericht op ons meest waardevolle kapitaal: onze medewerkers. Het versterken van persoonlijk leiderschap blijft hierbij een belangrijke pijler. De incompany leergang Persoonlijk Leiderschap wordt in 2026 vervolgd als structureel onderdeel van de ontwikkeling van onze organisatie. Deze leergang draagt niet alleen bij aan individuele groei en eigenaarschap, maar ook nadrukkelijk aan het versterken van het open en eerlijke gesprek binnen teams. Onze kernwaarden, respectvol, open en lef zijn integraal onderdeel van het programma en worden vertaald naar concreet gedrag in de praktijk. Onboarding blijft een speerpunt van onze ontwikkelagenda. Nieuwe collega’s maken kennis met de organisatie en de benodigde (wettelijke) kennis en vaardigheden én worden ook direct meegenomen in onze waarden en gedragsnormen. Hiermee leggen we vanaf de start de basis voor een cultuur waarin het eerlijke gesprek, samenwerking en een gedeeld gevoel van verantwoordelijkheid vanzelfsprekend zijn. Dit eerlijke en open gesprek wordt ook ondersteund door teamcoaching en de verdere uitrol van een programma dat gericht is op het versterken van een veilig, inclusief en respectvol werkklimaat.
Met deze programma’s investeren we niet alleen in de herziening van processen, maar ook in de bijbehorende gedragsverandering en het duurzaam versterken van onze organisatiecultuur. De herinrichting per 1 januari 2026 is erop gericht de span of attention te verbeteren en een logischere samenhang van taakvelden te creëren. Dit draagt bij aan meer focus, heldere aansturing en een effectievere uitvoering van onze gemeentelijke opgaven. Ook in 2026 blijft de vergroting van de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers een strategisch aandachtspunt. Op basis van datagedreven inzichten wordt gericht ingezoomd op specifieke doelgroepen. Zo kunnen we onze medewerkers gerichter ondersteunen. Daarnaast onderzoeken we hoe we als organisatie op een verantwoorde en toekomstgerichte manier gebruik kunnen maken van technologische ontwikkelingen in relatie tot duurzame inzetbaarheid, de vergrijzing en de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen vragen om een lerende organisatie die vooruitkijkt en ruimte biedt aan innovatie én menselijkheid. Tot slot blijven we het welzijn en de waardering van onze medewerkers systematisch volgen via medewerkersonderzoeken. Deze leveren waardevolle inzichten op waarmee we continu kunnen inspelen op signalen uit de organisatie en kunnen sturen op een gezonde, aantrekkelijke en veerkrachtige werkomgeving.
93
Loonsom organisatie Tabel B.1. Toerekende personeelskosten
B2025
B2026
Programma 1
22.248
24.162
Programma 2
1.505
1.432
Programma 3
12.353
11.988
Programma 4
11.297
11.168
Programma 5
2.741
2.783
Totaal toegerekende personeelskosten
50.144
51.533
Loonsom organisatie
43.285
44.624
Loonsom overig
6.115
6.104
Verdeling naar kostensoort
Indirecte personeelskosten Totaal personeelskosten per kostensoort
744
805
50.144
51.533
In vergelijking met de primitieve begroting 2025 zijn de personeelskosten met € 1,4 mln. gestegen. Een specificatie van deze stijging hebben wij in onderstaande tabel weergegeven. Tabel B.2. Primitieve begroting 2025
50.144
x € 1.000 Kadernota 2024 incidentele capaciteit 2024-2025
-759
Berap 2025 Extra formatie Beheer openbare ruimte
959
Indirecte personeelslasten reis- en verblijfkosten in B 2025 niet meenomen
61
Kadernota 2026 Niet invullen 1 fte directie
-166
Kadernota 2026 3 fte Management n.a.v. nieuwe organisatiestructuur
419
Kadernota 2026 1 fte ISO
102
Kadernota 2026 1 fte Beheerder Office 365
85
Kadernota 2026 5 fte Programma Omgevingswet
526
Kadernota 2026 2,5 fte Netcongestie
250
Kadernota 2026 2,5 fte Solide organisatie
245
Kadernota 2026 1 fte Onderwijshuisvesting
100
Kadernota 2026 Herijking functies
108
Begroting 2026 Omzetting inhuur naar formatie Leefomgeving en Toezicht Buiten
152
Begroting 2026 Indexering salarislasten conform CAO
-693
Primitieve begroting 2026
51.533
De totale kosten externen betreffen de kosten voor de inhuur waarvan de kosten niet gedekt worden vanuit de loonsom. Dit is het geval wanneer er geen sprake is van vacatures of langdurige afwezig i.v.m. zwangerschap/ziekte. T.o.v. de Begroting 2025 zijn de totale kosten voor inhuur externen toegenomen met € 316.000, dit betreft extra toegewezen inhuur vanuit de Kadernota 2026. Tabel B.3. Verplichte indicatoren Rijk
P/E
Bron
R2024
B2025
B2026
Formatie per 1.000 inwoners
P
SV
6,9
7,1
7,2
Bezetting per 1.000 inwoners
P
SV
6,2
6,2
6,3
Apparaatskosten per inwoner
P
SV
427,55
397,86
0,42
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom
P
SV
19,2%
<10%
<19%
Totale kosten inhuur externen (€ 1.000)
P
SV
7.784
1.379
1.695
Inkoop- en aanbesteding Stichtse Vecht zet verder in op de doorontwikkeling van de inkoopfunctie binnen de gehele gemeente, om in het belang van de inwoners doel- en rechtmatig in te kopen en contracten optimaal te beheren. Het doel is de rechtmatigheid van inkoop te verbeteren. Het duurzaam verbeteren van de inkoopfunctie en het inkoopproces volledig rechtmatig krijgen is een traject van meerdere jaren (incontrol statement). Hierbij worden de gemeentelijke speerpunten meegenomen: het stimuleren van lokale economie, Social Return On Investment (SROI), duurzaamheid en circulariteit. 94
We zetten activiteiten in op het vergroten van de bewustwording binnen de gehele organisatie en het belang van kwalitatief hoogwaardige inkoop conform wet- en regelgeving. We richten randvoorwaarden in om in control te komen door o.a. de contractadministratie in de (nieuwe) Financiële Applicatie in te richten. Qua organisatie richten we een contractbeheer en managementfunctie in met een regiefunctie die aan de gestelde ambities beantwoordt. De samenwerking tussen verschillende rollen wordt geïntensiveerd. Hiertoe is ook een aparte directieopdracht gegeven. Belangrijke speerpunten: de samenstelling van de inkoopbezetting met medewerkers in dienst van de gemeente, het implementeren van de nieuwe inkoopwerkwijze en het verder professionaliseren van de inkoop- en contractorganisatie.
Informatisering en Automatisering In 2026 vervolgen we het in 2024/2025 gestarte traject om de voorheen opgesplitste dienstverlening rond ICT samen te voegen. Dit behelst zaken als netwerk, de digitale werkplek en de (cloud)serveromgeving. Waar in 2025 het zwaartepunt van het project lag op algehele transitie, zullen we ons in 2026 richten op het verder doorontwikkelen van kantoorautomatisering en de nieuwe digitale werkplek, en uitbreiding van de M365 functionaliteit. De ingezette koers van het verplaatsen van applicaties naar de cloud wordt in 2026 verder uitgevoerd. Inmiddels zijn de applicaties van onder andere financiën, burgerzaken en het zaaksysteem naar de cloud gebracht. Dit traject zal in 2026 worden vervolgd met onder andere applicaties binnen het domein Samen Leven. Daarnaast is er binnen het huidige geopolitieke klimaat extra aandacht voor informatieveiligheid. In 2025 is gestart met een aantal projecten om Stichtse Vecht weerbaarder te maken tegen cyberaanvallen. In 2026 zullen projecten worden vormgegeven die zullen bijdragen aan een verhoogde informatieveiligheid. Op het gebied van data zetten we moderne programmatuur en technieken in voor het inwinnen, verwerken en analyseren van data. Er wordt een uitvoeringsprogramma opgezet welke in 2026 en verder wordt gerealiseerd op het gebied van datagedreven werken.
Ook breiden we de focus van dit programma uit naar het werkveld van AI. Intern zullen we een doorontwikkeling maken op het gebied van change- en incidentmanagement waarbij we onze grip op de continu veranderende IT-omgeving verder zullen optimaliseren. Op het gebied van portfolio- en programmamanagement zullen we verder verbeteren op het gebied van heldere planning en reporting, gesynchroniseerd met bestaande organisatieprocessen zoals de P&Ccyclus. Vanuit informatiemanagement willen we met de inrichting van een CIO Office en de daarmee na te streven focus op beleidsontwikkeling en vernieuwing, beter in staat zijn om strategisch vooruit te kijken in de snel veranderende wereld van digitalisering, data & AI.
Informatiebeleid en –beheer Omschrijving In 2026 gaan we de visie op informatiebeheer en de roadmap om deze te bereiken, herijken. Parallel hieraan gaan we aan de slag om een actueel en logisch samenhangend overzicht te maken van alle digitale en analoge informatie binnen de organisatie (zowel in centrale als in decentrale systemen), conform de Archiefwet- en regelgeving. Het is van belang dat alle informatie onder deskundig beheer komt om grip te houden op de informatiestromen binnen de gemeente. Een ander belangrijk aandachtspunt voor 2025 en 2026 is het toetsen en aanwijzen van vakapplicaties als archiefapplicatie. Hiermee leggen we vast dat de applicatie voldoet aan de hiervoor geldende eisen die de wet stelt aan het op duurzaam toegankelijke wijze beheren, vernietigen en/of overbrengen van informatie. In 2025 heeft een informatieanalyse van de raads- en griffieinformatie plaatsgevonden die resulteerde in een IST-situatie, op basis waarvan in 2025 ook de SOLL-situatie beschreven zal worden. Hieruit voortkomende verbeteringen worden vanaf 2025 projectmatig gepland in samenspraak met de griffie. De pilot met het e-depot (digitaal archief) uit 2025 wordt in 2026 opgevolgd in afstemming met het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV). Hierbij worden bevindingen uit de eerdere pilot en belangrijke systeemwijzigingen binnen Zaaksysteem meegenomen. 95
Conform het plan van aanpak analoge werkzaamheden wordt in 2026 voortgegaan met het wegwerken van de achterstand van afgedragen archief vanuit de teams (van de jaren 2011-2022). We continueren daarnaast met prioriteit het gefaseerd wegwerken van de achterstand in digitale vernietiging. Tot slot worden oude bouwdossiers vanaf 1944 bewerkt, gedigitaliseerd, overgebracht en beschikbaar gesteld voor publiek. Dit project loopt tot en met 2027.
Gegevensbescherming en informatiebeveiliging Informatiebeveiliging en bescherming van persoonsgegevens (privacy) staan meer dan ooit centraal in onze organisatie gezien de toenemende dreigingen en risico’s in het digitale domein. Het is van belang om een solide basis voor informatiebeveiliging en privacy te waarborgen en continu te verbeteren. Het komende jaar staat voor informatiebeveiliging in het teken van verdere implementatie en naleving van de Cyberbeveiligingswet (Cbw/NIS2) die strengere eisen stelt aan onze cyberbeveiliging. Ook voor privacy worden strengere eisen gesteld, met name aan de naleving van de eisen vanuit de AVG. Om aan deze eisen te voldoen, is het noodzakelijk om proactief beveiligingsmaatregelen te blijven doorvoeren. Dit stelt ons niet alleen in staat om te voldoen aan de wetgeving, maar ook om bescherming te bieden tegen de voortdurende veranderende kwetsbaarheden en cyberdreigingen. De aangescherpte wetgeving en nalevingsvereisten brengen een intensivering van audits met zich mee. Naast toetsing van opzet en bestaan, zal de nadruk steeds meer komen te liggen op de daadwerkelijke werking van beveiligingsmaatregelen. Als gemeente blijven we samenwerken met buurgemeenten, de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) en andere relevante partners. Deze samenwerkingsverbanden zijn belangrijk om een gezamenlijke en effectieve aanpak te realiseren.
Om het kennisniveau op het gebied van privacy en informatieveiligheid onder medewerkers te verhogen blijft bewustwording en zorgvuldig omgaan met (persoons)gegevens een belangrijk punt van aandacht.
Onderzoeksprogramma De gemeente Stichtse Vecht kent verschillende onderzoeken met als doel daarvan te leren en werkwijzen te verbeteren. Dit betreft onder meer: •
bijzondere onderzoeken zoals rechtmatigheidsonderzoeken;
•
artikel 213a-onderzoeken naar de doelmatigheid en/of doeltreffendheid van beleid en bedrijfsvoering;
•
overige audits, zoals de ENSIA, een periodieke IT-audit op de systemen en de jaarlijkse DigiD-audit.
Voor het doen van onderzoeken kent de gemeente de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Stichtse Vecht. In de verordening is de onderzoeksfrequentie, de manier waarop onderzoeken worden gepland en hoe over de voortgang wordt gerapporteerd, vastgelegd. De verordening beoogt vooral het doen van zelfonderzoek.
96
Overheadkosten 2026 Tabel B.4. Overheadkosten 2026 (Bedragen x€1.000) Bedrijfsvoering Huisvesting organisatie
978
Interne dienstverlening
755
Bestuurlijke en juridische zaken
919
Financiën en control
870
Data- en informatiemanagement
6.612
Mens en organisatie
1.821
Publiekszaken en dienstverlening
156
Beheer Openbare Ruimte
10
Omgeving en Vergunningen
3
Bedrijfsomgeving Leefomgeving
28
Ruimtelijke Regie en Ontwikkeling
267
Totaal bedrijfsvoering
12.418
Personeelslasten Loonsom overhead Indirecte personeelslasten
15.278 118
Totaal personeelslasten (loonkosten)
15.396
Totaal
27.815
97
Verbonden partijen Inleiding Verbonden partijen De gemeente Stichtse Vecht hanteert een taakgerichte benadering bij de keuze tussen het zelfstandig uitvoeren van taken, het uitbesteden ervan of samenwerking met externe partijen. Bij een nieuwe taak wordt eerst bekeken welke vorm van sturing het meest passend is, afhankelijk van de aard en context van de taak. Deze benadering resulteert in een flexibele invulling van taken binnen de organisatie, waarbij zowel interne uitvoering als externe samenwerking en uitbesteding worden toegepast. Deze werkwijze vereist van de gemeente een breed palet aan sturingsvormen en flexibiliteit binnen het openbaar bestuur en de ambtelijke organisatie. De keuze voor een passende vorm van taakuitvoering wordt niet gebaseerd op theoretische modellen of standaardkaders, maar op een doelgerichte inschatting van wat het meest effectief en efficiënt is voor de dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. Er is immers geen uniforme oplossing die in alle gevallen toepasbaar is. Definitie verbonden partij Een verbonden partij is een samenwerkingsverband waarin de gemeente deelneemt en waar sprake is van bestuurlijk en/of financieel belang. • Onder een bestuurlijk belang houdt in dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij door vertegenwoordiging in het bestuur, hetzij via stemrecht.
Een besluitvormende stem in een toezichthoudend orgaan valt hier ook onder. • Een financieel belang doet zich voor wanneer de gemeente middelen beschikbaar stelt die in geval van faillissement van de verbonden partij verloren kunnen gaan, dan wel wanneer de gemeente financieel aansprakelijk is indien de partij haar verplichtingen niet nakomt. Doel en karakter van verbonden partijen Het aangaan van een verbonden partij geschiedt vanuit de overtuiging dat intensieve samenwerking kan bijdragen aan het effectief en efficiënt realiseren van maatschappelijke doelstellingen. Daarbij dient te worden onderkend dat een verbonden partij een zelfstandige entiteit is, waarmee – naast de verbondenheid – ook samenwerking noodzakelijk is, evenals met de overige deelnemers binnen het samenwerkingsverband. Een maatschappelijk effect wordt gedefinieerd als een beoogde, positieve verandering of situatie in de samenleving. Het samenwerkingsverband moet bijdragen aan het verwezenlijken van de beleidsdoelen die zijn vastgesteld door de gemeenteraad en het college. De gemeente Stichtse Vecht participeert zowel in publiekrechtelijke verbonden partijen op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), als in privaatrechtelijke verbonden partijen, vallend onder het Burgerlijk Wetboek (zoals stichtingen en vennootschappen).
De gemeenteraad behandelt daarbij de essentiële stukken, zoals begrotingen en jaarrekeningen. Drie fasen binnen de samenwerking Bij samenwerking worden vier fasen onderscheiden: 0. De afwegingsfase, waarin de gemeente voor de afweging staat om de taak zelf te doen, uit te besteden of samen te gaan werken in een verbonden partij; 1. Oprichtings- of intentionele fase De fase waarin de gemeente onderzoekt voor de afweging staat in welke vorm een verbonden partij op te richten of te gaan deelnemen aan een bestaande verbonden partij; 2. Uitvoerende fase In deze fase participeert de gemeente in het samenwerkingsverband. De focus ligt op het sturen, beheersen en monitoren van de uitvoering van taken door de verbonden partij; 3. Evaluatiefase De fase waarin de gemeente de samenwerking evalueert. Op basis hiervan wordt besloten over het al dan niet voortzetten, wijzigen of beëindigen van de samenwerking. Prioritering en sturingsprofielen Het behouden van bestuurlijk en ambtelijk grip op verbonden partijen blijft een structurele uitdaging. Aangezien het niet haalbaar is om alle samenwerkingsverbanden met gelijke intensiteit te volgen, wordt prioritering aangebracht. Dit gebeurt met behulp van sturingsprofielen waarmee wordt vastgesteld in welke mate bestuurlijke, ambtelijke en raadsmatige betrokkenheid noodzakelijk is.
98
Er worden drie sturingsprofielen onderscheiden. In de Nota verbonden partijen 2025 zijn deze nader uitgewerkt. Hoofdlijnen zijn o.a.: 1. Reguliere sturing • Regulier contact tussen ambtelijke organisatie en verbonden partij. • P&C-documenten worden voorgelegd aan het college. • De zienswijze op de ontwerpbegroting wordt ter besluitvorming aan de raad aangeboden. • Evaluatie vindt plaats via de paragraaf Verbonden partijen in de jaarrekening. 2. Uitgebreide sturing • Alle elementen van reguliere sturing. • Zienswijzen op kadernota en jaarrekening worden ter kennisname aan de raad aangeboden (begroting ter besluitvorming). • Verhoogde frequentie van bestuurlijk en ambtelijk overleg. • Bij relevante ontwikkelingen wordt de raad geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief (RIB). 3. Intensieve sturing • Alle voorgaande elementen. • Alle zienswijzen op P&C-producten worden ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. • De raad wordt periodiek geïnformeerd, eventueel in aanwezigheid van de verbonden partij. • De gemeenteraad kan de Rekenkamer verzoeken om onderzoek te verrichten; het is aan de Rekenkamer zelf om te bepalen welke onderzoeken worden uitgevoerd. Toelichting verbonden partijen In de verschillende programma’s zijn de verbonden partijen opgenomen die bijdragen aan het realiseren van de gemeentelijke doelstellingen.
In deze paragraaf worden per verbonden partij het algemeen belang en de op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voorgeschreven financiële gegevens weergegeven. Daarbij wordt per samenwerkingsvorm een beschrijving opgenomen van het doel, de relevante ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2026, en een overzicht van de financiële kerncijfers. Indien sprake is van materiële risico’s die door de verbonden partij niet of onvoldoende door maatregelen zijn afgedekt, worden deze meegenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Overzicht verbonden partijen Publiekrechtelijk Publiekrechtelijke verbonden partijen zijn de gemeenschappelijke regelingen. Deze hebben meestal een eigen rechtspersoon en kunnen dus zelfstandig besluiten nemen die rechtsgevolg hebben. De wettelijke basis voor het op- en inrichten van een gemeenschappelijke regeling is de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Privaatrechtelijk De kaders voor samenwerking op basis van het privaatrecht komen voort uit Burgerlijk Wetboek. Deze verbonden partijen staan feitelijk meer op afstand van het bestuur dan publiekrechtelijke verbonden partijen. Bij deze verbonden partijen is de gemeente veelal aandeelhouder en heeft dan ook als deelnemer alleen die bevoegdheden die in het Burgerlijk Wetboek en in de statuten aan de aandeelhouder zijn toebedeeld.
99
Tabel VP.1. Naam
Rechts vorm
Vertegenwoordiging Zienswijze
Veiligheidsregio (VRU)
Publiek
Burgemeester
Zienswijze kadernota en jaarstukken ter kennisname en begroting ter besluitvorming raad
Plassenschap Loosdrecht e.o.
Publiek
College
Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad
Recreatieschap Stichtse Groenlanden
Publiek
College en Raad
Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad
GGD Regio Utrecht
Publiek
College
Zienswijze kadernota en jaarstukken ter kennisname en begroting ter besluitvorming raad
Omgevingsdienst Utrecht (OdU) **
Publiek
College
Zienswijze bij alle P&C documenten en alle ter besluitvorming raad
Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV)
Publiek
College
Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad
Afval Verwijdering Utrecht (AVU)
Publiek
College
Zienswijze kadernota en jaarstukken ter kennisname en begroting ter besluitvorming raad
Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU)
Publiek
College
Alleen zienswijze op de ontwerpbegroting ter besluitvorming raad
NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Privaat
College
Zienswijze aan college
NV Vitens
Privaat
College
Zienswijze aan college
Stichting Milieu Educatief Centrum Maarssen (MEC)
Privaat
College
Zienswijze aan college
Stichting Urgentieverlening West Utrecht
Privaat
College
Zienswijze aan college
Kansis, Kansis Groen
Privaat
College
Zienswijze aan college
Publiek
College
Zienswijze aan college
Gemeenschappelijke regelingen
Vennootschappen / deelnemingen
Stichtingen
Overig Utrecht10 * wellicht dat er nog wijzigingen plaatsvinden ** per 01-01-2026 zijn de ODRU en ODU samen in de Omgevingsdienst Utrecht (OdU)
Veiligheidsregio Utrecht (VRU) – Programma 2 In de Bestuursagenda VRU 2024-2027 is het beleid vastgelegd ten aanzien van de taken van de VRU. De vier hoofdthema's zijn: • Toekomstbestendige brandweerzorg; • Veilige en gezonde leefomgeving; • Versterking crisisbeheersing; • Great place to work. De gemeenten staan financieel onder druk door een verwachte daling van de inkomsten uit het gemeentefonds. Dit dwingt veel gemeenten tot bezuinigingen. Tegelijkertijd wordt de VRU steeds vaker langdurig ingezet, met name bij crises, terwijl wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen toenemen. In de afgelopen periode zijn daarom toekomstscenario’s ontwikkeld om investeringen en besparingsopties in kaart te brengen. In de komende periode worden de volgende onderzoeken uitgevoerd op verzoek van het algemeen bestuur: 1. Onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de waterongevallenbestrijding; 2. Analyse naar de maatschappelijke en financiële kosten en baten van de AED-taak; 3. Verkenning doorbelasten dienstverlening ambulancezorg; 4. Verkenning doorbelasten dienstverlening liftopsluitingen; 5. Verkennen samenwerkingsmogelijkheden.
100