Programmabegroting 2025-2028 Raad_Def.pdf
Tekst van het document
Programmabegroting 2025
Inhoudsopgave Algemeen................................................................................................................................................ 3 Inleiding ................................................................................................................................................... 4 Financiële begroting 2025-2028 - samenvatting ..................................................................................... 6 Grondslagen voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 tot 2028 ...................................... 12 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 14 Programma 1. Bestuur ........................................................................................................................ 17 Beleid programma 1 .............................................................................................................................. 18 Financieel overzicht programma 1 ........................................................................................................ 23 Programma 2. Veiligheid .....................................................................................................................
26 Beleid programma 2 .............................................................................................................................. 27 Financieel overzicht programma 2 ........................................................................................................ 33 Programma 3. Fysiek .......................................................................................................................... 35 Beleid programma 3 .............................................................................................................................. 36 Financieel overzicht programma 3 ........................................................................................................ 46 Programma 4. Sociaal ......................................................................................................................... 49 Beleid programma 4 .............................................................................................................................. 50 Financieel overzicht programma 4 ........................................................................................................ 57 Programma 5. Samenleving ...............................................................................................................
59 Beleid programma 5 .............................................................................................................................. 60 Financieel overzicht programma 5 ........................................................................................................ 64 Paragrafen ............................................................................................................................................ 67 Lokale heffingen .................................................................................................................................... 68 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................... 73 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................ 79 Financiering ........................................................................................................................................... 85 Bedrijfsvoering ....................................................................................................................................... 87 Verbonden partijen ................................................................................................................................
92 Grondbeleid ......................................................................................................................................... 100 Financiële begroting 2025-2028 ....................................................................................................... 105 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting ............................................................................ 106 De uiteenzetting van de financiële positie ........................................................................................... 110 Bijlagen ............................................................................................................................................... 120
2
Algemeen
3
Inleiding Programmabegroting 2025 Voor u ligt de Programmabegroting 2025. Daarin staat wat we willen bereiken, wat we daarvoor in 2025 gaan doen en wat dat kost. De raad heeft op 9 juli hiervoor de kaders meegegeven met de vaststelling van de Kadernota 2025. Deze vormt de basis voor de nu voorliggende begroting. Uitvoering Coalitieakkoord Het jaar 2025 is het laatste volledige jaar van deze collegeperiode. We zijn goed op weg om de ambities van het Coalitieakkoord ‘Bouwen aan een stevig fundament’ te realiseren en we hebben mooie resultaten geboekt, zoals de versnelling van de woningbouw, strategisch plan zonnevelden, harmonisatie buitensport en het nieuwe afvalscheidingsstation. De eerste twee jaar is hard gewerkt aan het op kracht brengen van de ambtelijke organisatie. Bij het maken van keuzes is de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële situatie en de ambtelijke organisatie een randvoorwaarde. Het was noodzakelijk om het fundament op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Intussen hebben we ons gericht op de prioriteiten van het coalitieakkoord: passende en betaalbare woningen, toegankelijke zorg en een gezonde leefomgeving.
Doordat een goede basis is gelegd in de eerste 2 jaar van de coalitieperiode, hebben we meer (in)zicht gekregen in wat nodig is. In de Programmabegroting 2025 voeren we drie verdere verbeteringen door in onze P&C Cyclus: 1. volledig implementeren van de nieuwe opzet beleidsbegroting, met doelenbomen, top beleidsindicatoren en mijlpalen; 2. inzicht in de solide financiële positie op grond van door de raad vastgestelde kaders; 3. een realistischer (meerjarige) investeringsplanning. Daarmee zijn we er nog niet. Er blijft elk jaar weer ruimte voor verdere verbetering. Echter, er ligt daarmee - in samenspraak met uw raad - een meer beleidsmatige en op sturingsinformatie gebaseerde begroting voor dan aan het begin van de coalitieperiode. Ambities voor 2025 In 2025 gaan we verder met het versnellen van de woningbouw, het uitvoeren van het programma ‘Op weg naar nieuwe energie’ en het bieden van passende zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben. Binnen het sociaal domein vraagt het komende jaar de transformatie van de jeugdzorg onze prioriteit. De Hervormingsagenda dwingt ons de regionale samenwerking binnen Utrecht-West te versterken. Het gaat onder meer om het opstellen van een regiovisie, verplichte regionale inkoop van specialistische jeugdhulp en het vormen van een Gemeenschappelijke Regeling.
De toekomst van de samenwerking met TIM Stichtse Vecht zal hierbij worden betrokken. Voor knooppunt Breukelen wordt een masterplan opgesteld als uitwerking van de Strategische visie over dit gebied, waarbij de kansen voor wonen, werken, mobiliteit en recreatie concreet in beeld worden gebracht. We verwachten dit plan in 2025 op te leveren. We werken verder aan het Omgevingsprogramma Landelijk gebied, om een antwoord te vinden op de vele opgaven die daar samenkomen. Zoals de energietransitie, toekomstbestendige voedselproductie, woningbouwopgave en het herstel van biodiversiteit. We kijken naar mogelijkheden voor landbouw, mobiliteit, recreatie en toerisme, veiligheid en energie. Intensieve samenwerking met onze gebiedspartners vinden we belangrijk, onder andere door voortzetting van de in 2024 opgerichte Boerentafel. Met de nieuwe realistischer (meerjarige) investeringsplanning 2025-2028 zijn we in staat om, mét een realistisch financieel perspectief, de komende periode flink te investeren in vervangingen en nieuwe investeringen in de openbare ruimte. Hierbij maken we wel de kanttekening dat in de uitvoeringsplanning nog planningsoptimisme kan zitten en dat de krapte in de arbeidsmarkt een onzekere factor is. Maar we zetten er vol onze schouders onder en we verwachten goede
4
verbeterstappen te zetten. In de meerjarige investeringsplanning is ook de eerste fase van het Integraal Huisvestingsplan onderwijsgebouwen opgenomen. In 2025 werken we het uitvoeringsplan uit om zo daadwerkelijk hiermee aan de slag te kunnen. Verder noemen we voor het jaar 2025: •
Opwaardering / verbetering Park Maarssenbroek;
•
Lokale stemwijzer voor de verkiezingen in 2026;
•
Uitzenden commissievergaderingen met geluid en beeld;
•
Implementatie wet Bibob ('Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur'. Deze wet geeft overheidsinstanties (zoals een gemeente) de mogelijkheid om de achtergrond van bedrijven en personen met wie zij zakendoen, te screenen. Om dit te doen, voeren overheidsinstanties een Bibob-onderzoek uit);
•
Invoering Wet Versterking participatie op decentraal niveau, waardoor inwoners en betrokkenen meer mogelijkheden krijgen voor participatie;
•
Behoefteonderzoek binnensportruimte bij sportverenigingen;
•
Kockengen Waterproof;
•
Afschaffen hondenbelasting;
•
Verkenning klimaatadaptatie.
Wat we verder doen Het werk van een gemeente is belangrijk voor onze samenleving. Gemeente Stichtse Vecht zorgt voor onder meer buurtveiligheid, het onderhoud van straten, de inzameling en verwerking van afval, de ontwikkeling van nieuwe woongebieden, het beheer van schoolgebouwen en hulp voor mensen die dat nodig hebben. Deze taken vragen veel tijd en capaciteit, daarom blijven we ook in 2025 investeren in een stevige en toekomstgerichte ambtelijke organisatie. Realistische Programmabegroting Hoewel we niet in de toekomst kunnen kijken, zijn we trots dat we in deze onzekere financiële tijd een sluitende Programmabegroting 2025 aanbieden. Bezuinigingen zijn hierdoor op dit moment niet nodig. Het tekort van de jaren 2026-2028 is beheersbaar en wordt betrokken bij de Kadernota 2026. De financiële ontwikkelingen met betrekking tot het gemeentefonds zijn de afgelopen jaren in toenemende mate onstabiel geweest, zowel incidenteel als structureel. Gemeenten ontvangen te weinig middelen voor een adequate uitvoering van de taken. Bovendien blijven onzekerheden groot, mede door internationale ontwikkelingen. Dit alles maakt een realistische meerjarige begroting belangrijk. Met dit perspectief verwachten we na de gemeenteraadsverkiezing van 2026 onze taken goed te kunnen overdragen.
5
Financiële begroting 2025-2028 - samenvatting Financieel overzicht In dit hoofdstuk geven wij inzicht in de financiële positie van onze gemeente. In de Programmabegroting 2025 – 2028 zijn de Kadernota 2025 en de uitkomsten van de meicirculaire 2024 verwerkt. De Programmabegroting 2025 sluit in 2025 met een positief structureel saldo en voldoet daarmee aan de vereisten voor het 'repressieve begrotingstoezicht' van de provincie. Dat was ook het uitgangspunt bij de Kadernota 2025. Zoals bekend zijn de tekorten bij de gemeenten vanaf 2026 groot doordat het Rijk nog geen besluit heeft genomen over eventuele compensatie van deze tekorten. Nu blijkt dat het begrotingstekort voor het Rijk de komende jaren aanzienlijk hoger is dan afgelopen jaar ligt het niet in de lijn der verwachtingen dat het gemeentefonds de komende jaren verhoogd zal worden. Vanaf 2026 is het meerjarenperspectief daarom niet sluitend, hoewel de tekorten richting 2028 minder groot worden. Begroting 2025 - 2028 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
A. Startpositie: Programmabegroting 2024-2027
600
-6.271
-7.391
-6.087
Autonome- en beleidsontwikkeling B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds
5.207
4.940
7.022
9.338
C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen
-5.868
-6.549
-6.569
-6.909
D. Fundament op orde
0
0
0
0
E. Beleidswensen
-4.863
-3.628
-3.538
-3.710
Totaal autonome- en beleidsontwikkeling
-5.524
-5.237
-3.086
-1.281
F1. Uitgaven verlagen
1.273
1.273
1.273
1.273
F2. Inkomsten verhogen
507
507
507
507
F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen
3.413
2.339
2.828
2.651
Totaal dekkingsmogelijkheden
Dekkingsmogelijkheden
5.193
4.119
4.608
4.431
Stand Kadernota 2025
268
-7.389
-5.869
-2.937
G. Meicirculaire 2024
140
2.958
2.865
2.814
G1. Effect Meicirculaire 2024
140
2.958
2.865
2.814
H. Uitwerking Kadernota 2025
-307
-2.055
-2.975
-3.902
H1. Loon- en prijsstijgingen
-7
-7
-4
-1
H2. Meerjareninvesteringsplanning
0
0
PM
PM
H3. Integraal huisvestingsplan (IHP)
0
0
PM
PM
H4. Rente a.g.v. realistische investeringsplanning
-955
-1.999
-2.971
-3.901
H4. Vrijval stelpost kapitaallasten t.b.v. rente
955
0
0
0
H5. Innovatiebudget
-50
-50
0
0
H6. Knooppunt Breukelen
-250
0
0
0
Stand Begroting 2025 - 2028
102
-6.487
-5.978
-4.025
Let op, in tegenstelling tot voorgaande P&C-documenten zijn negatieve bedragen een nadeel en positieve bedragen een voordeel
Begrotingsevenwicht Gemeenten zijn verplicht om tijdig (vóór 15 november) een financieel sluitende begroting voor het volgende jaar in te dienen bij de provincie (artikel 189 Gemeentewet). De provincie houdt via de begroting en jaarrekening toezicht op de gemeentelijke financiële positie. Onderdeel van het toezicht is de controle of onze begroting ‘structureel sluitend’ is. Hierbij wordt beoordeeld of wij structurele lasten ook met structurele baten dekken, of te wel, dat de structurele lasten, bij gelijkblijvende omstandigheden, ook op de langere termijn gedekt kunnen worden met de baten (de robuustheid van de begroting). De financiële begroting bevat een overzicht met een specificatie van de incidentele baten en lasten. In de onderstaande tabel is het begrotingssaldo (zie bovenstaande tabel) gecorrigeerd met de incidentele baten en lasten. Het resultaat is het structurele begrotingssaldo. Uit de tabel blijkt dat de
6
begroting structureel in evenwicht is voor 2025. Dat is voldoende om onder repressief toezicht van de provincie te vallen. Structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Begrotingssaldo
102
-6.487
-5.978
-4.025
BIJ: Incidentele lasten
1.056
202
0
0
AF: Incidentele baten
-100
-99
0
0
Structureel begrotingssaldo
1.058
-6.384
-5.978
-4.025
Let op, in tegenstelling tot voorgaande P&C-documenten zijn negatieve bedragen een nadeel en positieve bedragen een voordeel
Kadernota 2025 In de kadernota zijn exploitatie- en investeringsbudgetten opgenomen waarmee het bestaand beleid wordt voortgezet. Met het vaststellen van de Programmabegroting worden de budgetten geautoriseerd. De genoemde ontwikkelingen in de kadernota zijn verwerkt in de begroting: A. Startpositie: Programmabegroting 2024-2027 B. Autonome ontwikkeling van het gemeentefonds C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen D. Fundament op orde (programma 1) E. Beleidswensen F. Dekkingsmogelijkheden
Toelichting mutaties na Kadernota 2025 G. Meicirculaire 2024 G1. Effect Meicirculaire 2024 Bij de behandeling van de Kadernota 2025 bent u geïnformeerd over de hoofdlijnen van de uitkomsten van de meicirculaire 2024. De meicirculaire laat, ten opzichte van wat al was opgenomen in de Kadernota 2025 voor 2025-2028 een voordelig effect zien. H. Uitwerking Kadernota 2025 H1. Loon- en prijsstijgingen Bij het opstellen van de Kadernota 2025 wordt gewerkt met schattingen. Bij het opstellen van de begroting worden de exacte bedragen geboekt. Dit levert per saldo kleine verschillen op. H2 en H3. Meerjareninvesteringsplanning en Integraal huisvestingsplan (IHP) De realistische investeringsplanning en IHP zijn verwerkt in deze begroting. In 2025 en 2026 wordt er van uit gegaan dat de kapitaallasten binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen. De boeking van de kapitaallasten naar de juiste programma's moet nog plaatsvinden. Indien dat tot verschuivingen tussen programma's leidt, wordt dit verwerkt in de Bestuursrapportage 2025. Vanaf 2027 is het nog onzeker wat de effecten zijn van de uitvoering van de investeringen op de kapitaallasten, vandaar dat deze nog als PM post zijn opgenomen. In de Kadernota 2025 was een PM post opgenomen voor verduurzaming vastgoed.
Aangezien er nog plannen worden gemaakt en de kosten daardoor nog niet inzichtelijk zijn is in de meerjarenplanning de verduurzaming vastgoed opgenomen als PM post. H4. Rente a.g.v. realistische investeringsplanning en dekking uit vrijval stelpost kapitaallasten De realistische investeringsplanning en het IHP leidt tot een groter investeringsvolume. Daarmee wordt de behoefte aan het aantrekken van leningen ook groter. In de begroting is rekening gehouden dat dit leidt tot hogere rentelasten. In 2025 kunnen deze gedekt worden uit de stelpost kapitaallasten. H5. Innovatiebudget Conform de motie bij de Kadernota 2025 is er voor 2025 en 2026 extra budget opgenomen voor het innovatiebudget voor inwoners. Deze incidentele budgetten komen ten laste van het resultaat. H6. Knooppunt Breukelen In 2025 werken we het Masterplan Breukelen uit, als gevolg van de Strategische Verkenning. Zo geven we concrete invulling aan de keuzes die eerder zijn gemaakt en gaan we samen met onze partners aan de slag met de invulling van het gebied.
7
Solide financiële positie De financiële positie van de gemeente Stichtse Vecht is in onderstaande tabel in één oogopslag weergegeven. De financiële positie volgens de Begroting 2025 is in het overzicht vergeleken met de Begroting 2024. Voor de zes kengetallen zijn de scores volgens beide begrotingen weergegeven. Voor het totaal van de financiële positie is voor beide begrotingen weergegeven of we voldoen aan de streefwaarde. Door de korting van het Rijk op het gemeentefonds vanaf 2026, de zogenaamde ravijnjaren, hebben we geen structureel sluitende begrotingsjaren in 2026 t/m 2028. In de Kadernota 2025 hebben we in scenario's vooruit gekeken naar 2029. Uitgangspunt bij de scenario's waren: •
Toewerken naar een structureel sluitende begroting in 2029;
•
‘Geen knaken, geen taken’ (hiermee wordt bedoeld dat door het Rijk naar gemeenten overgehevelde taken niet uitgevoerd kunnen worden als daar geen toereikende financiële vergoeding tegenover staat);
•
Beleidswensen toetsen aan het coalitieakkoord 2022-2026.
Met een score van 43,5 punten voldoet de Begroting 2025 niet aan de streefwaarde en is herstel op termijn nodig. De Begroting 2024 voldeed met 65 punten net aan de ondergrens van de streefwaarde van 75,5 - 65 punten. De mogelijke maatregelen voor herstel op termijn zijn: •
De begroting dichter naar de realisatie brengen. In de analyses op de verschillen tussen begroting en realisatie in de afgelopen jaren blijkt dat we gemiddeld jaarlijks een positief saldo overhouden van € 2,5 miljoen. Een verdiepende analyse op een aantal taakvelden laat een patroon zien van jaarlijks positieve afwijkingen en op een aantal jaarlijks negatieve afwijkingen. De mogelijkheden van deze maatregel zijn beperkt, omdat we in de Kadernota 2024 en 2025 al stappen zetten om de begroting dichter naar de realisatie te brengen op grond van deze inzichten.
•
Verlagen van de uitgaven. Hiervoor zijn keuzes nodig in de ambities, waarbij het uitgangspunt is dat de bestuurlijke ambities in balans blijven met de financiële positie en de ambtelijke organisatie.
•
Verhogen van de inkomsten.
•
Inzetten van reserves (de spaarpot). De tekorten in 2026 en verder opvangen met een bijdrage uit de Algemene Reserve, die onder voorwaarden dan als ‘structureel’ mag worden aangemerkt. De toezichthouders (Ministerie van BZK / provincie) stellen hieraan de voorwaarde dat de solvabiliteit minimaal 20% bedraagt.
De maatregelen Verlagen van de uitgaven en Verhogen van de inkomsten vragen om bestuurlijke keuzes. Het uitwerken van voorstellen vergt een gedegen voorbereiding, maar ook een goed beeld van het op te lossen tekort in 2029. Uit de memo Hoofdlijnen Meicirculaire 2024 bij de Kadernota 2025 blijkt dat er voor 2029 zicht was op een positief saldo in 2029 van € 0,8 miljoen. Uit deze Begroting blijkt de realistischer investeringsplanning met een substantieel hoger investeringsvolume de komende jaren leidt tot hogere rentelasten. Voor 2029 geeft dat € 4,3 miljoen aan hogere rentelasten. Hiervan heeft € 2,2 miljoen betrekking op investeringskredieten die in de Begroting 2026 of later door de raad worden vastgesteld. Met de vaststelling van de Begroting 2025 en investeringskredieten die in 2025 nog aan de raad worden voorgelegd wordt voor € 2,1 miljoen aan extra rentelasten voor 2029 voorzien. Uitgangspunt daarbij is dat de projectplanning voor deze investeringen 100% wordt gerealiseerd. De projectplanning is het uitgangspunt voor de realistischer meerjareninvesteringsplanning. De komende jaren doen we ervaring op met de realisatie en zal nog blijken of er in de projectplanning nog sprake is van planningsoptimisme.
Na het publiceren van de Septembercirculaire 2024 krijgen we een scherp zicht op het voorlopig begrotingssaldo 2029 en of en in welke mate we een tekort in 2029 moeten oplossen. We starten een zorgvuldig proces om voorstellen uit te werken. We maken een ruimere verkenning met keuzemogelijkheden, waarbij zo mogelijk effecten in beeld worden gebracht. De beoogde einddatum van de uitwerking van deze scenario’s is februari 2025, waarna deze betrokken worden bij de Kadernota 2026.
8
Kengetallen
Score Max
B2024
Ruimte B2025
Streefwaarde
Herstel
Stichtse Vecht
Kritische ondergrens
1. Structurele exploitatieruimte 1e jaar
12
6
12
2e jaar
8
8
0
0,56% <0
3e jaar
8
0
0
<0
4e jaar
12
0
0
2. Weerstandsratio (incidenteel)
15
15
15
3. Structureel weerstandsvermogen
15
15
0
0,0
4. Solvabiliteit
9
0
0
13%
5. Netto schuldquote
9
9
4,5
1e jaar
3
3
3
2e jaar
3
3
3
3e jaar
3
3
3
4e jaar
3
3
3
100
65
43,5
<0 1,9
104%
6. Taakstellingen
Totaal financiële positie
B2024
B2025
Toelichting De volgende normen, streefwaarden en kritische ondergrenzen zijn door de gemeenteraad vastgesteld in het raadsvoorstel Nota Solide financiële positie gemeente Stichtse Vecht 2024. Een nadere toelichting op de kengetallen is opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Kengetal
Normering voor toekennen punten
Structurele exploitatieruimte
Negatief is 0 punten, positief 12 of 8 punten, kleiner dan 0,5% is 6 of 4 punten (12 en 6 bij 1e en 4e jaar; 8 en 4 bij 2e en 3e jaar)
Weerstandsratio (incidenteel)
Weerstandsratio (incidenteel) groter dan 1,4 is 15 punten, tussen 0,8-1,4 is 7,5 punten en kleiner dan 0,8 is 0 punten.
Structureel weerstandsvermogen
Weerstandsratio (structureel) groter dan 1,0 is 15 punten, tussen 0,6-1,0 is 7,5 punten en kleiner dan 0,6 is 0 punten
Solvabiliteit
Boven de 50% is 9 punten, tussen de 20-50% is 4,5 punten en kleiner dan 20% is 0 punten
Netto schuldquote
Kleiner dan 90% is 9 punten, tussen 90%-130% is 4,5 punten en boven 130% is 0 punten
Taakstellingen
Taakstelling kleiner dan 0,5% is 3 punten, tussen 0,5%-1% is 1,5 punten en boven 1% is 0 punten
Normen
Ruimte
Streefwaarde
Opgave voor
Kritische
Koers houden
Stichtse Vecht
herstel
ondergrens
1. Structurele exploitatieruimte
>= 0
<0
<0 (1e en 4e jaar)
2. Weerstandsratio (incidenteel)
>= 2,0
1,4 < 2,0
1,0 < 1,4
< 1,0
3. Structureel weerstandsvermogen
>= 1,0
0,8 < 1,0
0,6 < 0,8
< 0,6
4. Solvabiliteit
>= 50%
35% < 50%
20% < 35%
< 20%
5. Netto schuldquote
< 90%
90% < 110%
110% < 130%
> 130%
Totaal financiële positie
100 - 76
75,5 - 65
64,5 - 0
1e en 4e jaar niet structureel sluitend
(1e of 4e jaar 0)
Structureel weerstandsvermogen Vanaf het jaar 2026 is deze begroting nog niet structureel sluitend. Vooruitkijkend is het voor Stichtse Vecht van belang dat we nu al anticiperen op en wendbaar zijn om volgend jaar een structureel sluitende Programmabegroting 2026 te presenteren, waarbij het jaar 2029 structureel sluitend is. Onze begroting is gevoelig voor ontwikkelingen waar we zelf geen directe invloed op hebben, zoals schommelingen in het gemeentefonds en stijgende rente, met mogelijk nadelige effecten op ons structureel resultaat. Door een buffer aan te houden, voorkomen we dat we ongewenst ineens grote bezuinigingen moeten doorvoeren met grote nadelige maatschappelijke effecten. Het structurele weerstandsvermogen dient om in de begroting wendbaar te zijn voor deze structurele risico's en voorkomt dat maatschappelijke en operationele activiteiten onder druk komen te staan, indien zich een risicovolle ontwikkeling daadwerkelijk voordoet.
9
Onderstaande tabel geeft de uitkomst van de impact analyse, het huidig beschikbaar structureel weerstandsvermogen en de voorgestelde correctie weer. Structureel weerstandsvermogen (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
1. Teruggang algemene uitkering met 1%
1.176
1.098
1.113
1.136
1.136
2. Stijging van marktrente met 1%
245
431
576
721
866
3. Gemeenschappelijke regelingen met 1% prijsstijging
125
125
125
125
125
4. Loon en prijscompensatie - 1% niet doorrekenen in belastingtarieven
160
160
160
160
160
5. Passende zorg en ondersteuning: bandbreedte maatregelen voorveld
1.276
1.728
1.550
1.727
1.947
Totale impact gevoeligheid begroting structurele risico's
2.982
3.542
3.524
3.869
4.234
Beschikbaar structureel weerstandsvermogen
3.413
4.067
4.378
4.378
4.378
Voorgestelde correctie
-3.413
-2.339
-2.828
-2.651
-2.431
0
1.728
1.550
1.727
1.947
Structureel weerstandsvermogen na correctie
Toelichting 1. Teruggang algemene uitkering met 1% De algemene uitkering kan de komende jaren dalen als gevolg van onderhoud van de huidige normeringssystematiek, het nadelige effect van de uitkering jeugd en het nadelig effect van de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. 2. Stijging van marktrente met 1% Wij hebben, gezien de huidige renteontwikkelingen, het rentepercentage verhoogd van 2% bij de begroting 2023 naar 3 % bij de begroting 2024 en begroting 2025. In het structureel weerstandsvermogen houden wij rekening dat wij bij herfinanciering van bestaande leningen tegen een hoger percentage moeten lenen. Het effect van 1% rentestijging, ten opzichte van het in de begroting opgenomen percentage, hebben wij hier opgenomen. 3. Gemeenschappelijke regeling met 1% prijsstijging In de begroting van gemeenschappelijke regelingen wordt gerekend met een verhoging van de gemeentelijke bijdrage op basis van bij het opstellen bekende loon- en prijsstijgingen. Regelmatig leidt dit tot begrotingswijzigingen in het lopende jaar op basis van actuelere loon- en prijsontwikkelingen. Wij hebben ook hier gerekend met 1% om de gevoeligheid uit te drukken. 4. Loon en prijscompensatie - 1% niet doorrekening in belastingtarieven Ook voor ons geldt dat de loon- en prijsontwikkeling hoger kunnen blijken te zijn dan vooraf ingeschat.
Wij berekenen dit normaliter niet door in onze belastingtarieven in het lopende jaar. Wij hebben ook hier gerekend met 1% om de gevoeligheid uit te drukken. 5. Passende zorg en ondersteuning: bandbreedte maatregelen voorveld In het belang van adequate zorg en kostenbeheersing is gekozen voor een betere positionering van het voorveld. Er is gekozen voor het scenario dat de meeste impact heeft op vermindering van instroom bij TIM SV en de Wmo (gemeente), terwijl er geen aanvullend budget nodig is. De financiële besparing is ingeschat in een realistische bandbreedte. In het structureel weerstandsvermogen is rekening gehouden met het risico dat de opbrengst lager uitvalt. Het verschil tussen de bovenkant en onderkant van de realistisch ingeschatte bandbreedte is meegenomen bij de bepaling van het structureel weerstandsvermogen.
Incidenteel weerstandsvermogen De algemene reserve bestaat op grond van de beleidsnotitie 'algemene reserve' uit drie lagen. De middelen uit schijf 1 kunnen we inzetten om de geïnventariseerde risico’s op te vangen. De middelen uit schijf 2 kunnen we inzetten om calamiteiten, tegenvallers op taakstellingen en negatieve rekeningsaldi op te vangen. De middelen uit schijf 3 kunnen we inzetten voor actieve (beleids)keuzes. Het gaat hierbij om incidentele middelen. In de paragraaf Weerstandsvermogen zijn de bedragen bij de weerstandsratio's toegelicht. Wij streven naar een ratio tussen 1,4 en 2,0 om onvoorziene incidentele calamiteiten op te kunnen vangen. De verwachting is dat de stand van de algemene reserve eind 2024 € 16,9 miljoen bedraagt (Bestuursrapportage 2024). Dit zijn de vrij beschikbare middelen om de risico's op te vangen. De weerstandsratio komt hiermee op 1,9 en komt daarmee boven de minimale weerstandsratio van 1,4.
10
Stelposten 2025-2028 In de tabel hieronder zijn de stelposten, die in de begroting zijn opgenomen, gepresenteerd. Wij lichten deze kort toe. 1. Algemene uitkering (taakmutaties) Dit betreffen decentralisatie uitkeringen of specifieke gelden, die via de algemene uitkering worden ontvangen. Deze gelden komen vrij voor de programma's op basis van een plan of onderbouwing na besluitvorming van de raad. Hier staan nog de resterende middelen van het Bestedingsplan 'Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK)', zoals behandeld in de raadsvergadering van 22 december 2022. 2. Structureel weerstandsvermogen Deze stelpost is bedoeld voor structurele risico's zoals achteruitgang algemene uitkering, rentestijgingen, inflatie, hogere bijdragen gemeenschappelijke regelingen en specifieke risico's. 3. Onvoorzien Dit betreft een bedrag voor incidenteel onvoorziene situaties. 4. Lonen en prijzen De algemene uitkering is met ingang van 2024 opgenomen op basis van constante prijzen. Er staan om die reden geen indexatie van latere jaren meer op deze stelpost. In de begroting 2024 stond hier nog een bedrag van € 375.000 voor aanvullende compensatie via subsidiecompensatie voor maatschappelijke organisaties. Deze is in de begroting 2025 ingezet. 5. Loonsom en inhuur In de begroting 2024 werd nog rekening gehouden met inhuur ten laste van de loonsom.
In de begroting 2025 is deze stelpost niet nodig. 6. Kapitaallasten Vrijval van kapitaallasten wordt niet in het begrotingssaldo verwerkt, maar apart gehouden in een stelpost kapitaallasten. Deze blijft beschikbaar voor onvoorziene investeringen. In de begroting 2025 is deze stelpost geheel ingezet. Stelposten (bedragen x € 1.000)
Programma
2025
2026
2027
1. Algemene uitkering - Taakmutaties -
1. Bestuur
0
165
265
265
2. Structureel weerstandsvermogen
1. Bestuur
0
1.728
1.550
1.727
3. Onvoorzien
1. Bestuur
90
90
90
90
4. Loon- en prijsstijging
1. Bestuur
0
0
0
0
5. Loonsom en inhuur
1. Bestuur
0
0
0
0
6. Kapitaallasten
1. Bestuur
0
0
0
0
90
1.983
1.905
2.082
Totaal stelposten
2028
11
Grondslagen voor de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 tot 2028 Inleiding De startpositie van de Programmabegroting 2025 – 2028 is de meerjarenraming uit de Programmabegroting 2024 – 2027 en de besluitvorming door de raad tot en met juli 2024. Op deze startpositie zijn, naast de uitwerking van de Kadernota 2025, de volgende mutaties verwerkt: •
De actuele ontwikkelingen uit het gemeentefonds tot en met de meicirculaire 2024
•
Aanpassing van de bijdragen aan verbonden partijen, zodat deze aansluit op de begrotingen van deze partijen
•
Actualisatie van de meerjaren investeringsplanning
•
Aantal specifieke onderwerpen
•
Overige afrondende administratieve mutaties.
Notities financieel beleid De P&C documenten worden opgesteld met inachtneming van de door de raad vastgestelde financiële beleidsdocumenten. Deze documenten zijn: •
Financiële verordening (raad 5 maart 2024)
•
Nota reserves en voorzieningen (raad 6 juli 2021)
•
Nota waardering en afschrijving vaste activa (raad 6 juli 2021)
•
Beleidsnotitie algemene reserve (raad 29 september 2020)
•
Nota Monitoren maatschappelijke effecten gemeente Stichtse Vecht 2024 (raad 1 okt. 2024)
•
Nota Solide financiële positie Stichtse Vecht 2024 (raad 1 oktober 2024)
Indexeringen Loonsom De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 - 2028 is de CAO vanaf april 2025 nog niet bekend. In de Kadernota 2025 is rekening gehouden met een loonstijging in 2025 van 6,6% ; deze is ook verwerkt in de Programmabegroting. Zodra de nieuwe CAO bekend is, wordt de indexatie van de loonsom 2025 bijgesteld. De verdeling van de salarislasten naar de taakvelden heeft overeenkomstig de verdeling bij de begroting van 2023 plaatsgevonden. Voor de uitvoering van onze taken beschouwen en benutten we de loonsom, zoals vermeld in de paragraaf Bedrijfsvoering, als één geheel. Voor het beoordelen van de begrotingsrechtmatigheid bij de jaarrekening worden afwijkingen ten opzichte van de begroting niet beoordeeld per programma of taakveld, maar op het totale budget voor personeel. Hierbij wordt rekening gehouden met inhuur ten laste van de loonsom (betreft inhuur voor vervanging en ziekte); andere inhuur moet worden opgevangen binnen de betreffende exploitatiebudgetten. Prijsontwikkeling materiële budgetten De prijsontwikkeling wordt op basis van het algemene indexcijfer in 2025 geraamd op 2,8%.
Dit is een gemiddeld indexcijfer, waarin geen verschil wordt gemaakt tussen de soorten uitgaven. Het indexcijfer is gebaseerd op de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de Meicirculaire 2024 van het Gemeentefonds. 12
In de Kadernota 2025 is besloten om geen indexering toe te passen op de materiële prijsgevoelige budgetten, met uitzondering van de gemeenschappelijke regelingen en de subsidies, als dekkingsmogelijkheid om tot een sluitende begroting te komen. Voor de energielasten is in de Programmabegroting 2024, op grond van de aanbesteding van het energiecontract, al rekening gehouden met een stijging van de energielasten van € 1 miljoen voor 2025 en € 0,8 miljoen vanaf 2026 (ten opzichte van 2022, het laatste jaar van de vorige overeenkomst). Verbonden partijen Gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke partners zijn ook geconfronteerd met de hoge loon- en prijscompensatie. De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten voor zienswijzen. De door het algemeen bestuur vastgestelde begroting 2025 wordt verwerkt in de gemeentelijke begroting en toegelicht in de paragraaf Verbonden partijen. Subsidies De subsidies zijn, conform de Kadernota 2025, geïndexeerd met 3,1% (dit is een gewogen gemiddelde van de verwachte CAO-stijging en de prijsontwikkeling). De toe te kennen subsidiebedragen voor 2025 moeten nog worden vastgesteld en worden na vaststelling online gepubliceerd op de gemeentelijke website. Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten De belastingen zijn overeenkomstig de besluitvorming bij de kadernota verhoogd met 3,1%.
Het betreft hier onroerendzaakbelasting (OZB), roerende zaakbelasting (RZB), forensenbelasting en precariobelasting. In de Kadernota 2025 is besloten de hondenbelasting af te schaffen . Dit is nu verwerkt in de Programmabegroting 2025. De heffingen voor riolering, afvalstoffen, begraven en omgevingsvergunning worden berekend op basis van 100% kostendekkendheid. De overige inkomsten zijn verhoogd met 3,1% overeenkomstig de prijsstijging van de materiële budgetten. Een toelichting op de tarieven en belastingen is terug te vinden in de paragraaf Lokale heffingen.
Overige uitgangspunten Algemene uitkering In de Programmabegroting 2025 zijn de effecten van de Meicirculaire 2024 verwerkt. De financiële effecten van de Septembercirculaire, die eind september wordt gepubliceerd, kunnen niet meer op tijd worden geanalyseerd om te verwerken in deze Programmabegroting. De consequenties van de Septembercirculaire voor onze gemeente presenteren we in een afzonderlijke raadsinformatiebrief. Rente De rente is gebaseerd op de werkelijke leningsovereenkomsten. Daarnaast is door de huidige rente ontwikkelingen het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw af te sluiten overeenkomsten, verhoogd van 2% in de begroting 2023 naar 3% in de begroting 2024. Dit percentage van 3% geldt ook voor de begroting 2025. De omslagrente voor de kapitaallasten is bij het opstellen van de begroting herrekend, rekening houdend met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording). De omslagrente is verhoogd van 0,5% in de begroting 2023 naar 1,0% in de begroting 2024. In de begroting 2025 is gerekend met een omslagrente 1,75%. Investeringskredieten Het uitgangspunt is dat de kredieten zijn opgenomen voor het prijspeil van 2025. De afschrijving van activa start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Aan activa wordt omslagrente toegerekend.
Ook de rentetoerekening start in het jaar nà gereedkomen van het actief. Rente en afschrijving vormen samen de kapitaallasten. De huidige inflatieontwikkeling, zoals hogere grondstofprijzen, vervoerskosten en personele schaarste maken dat prijzen hard stijgen en investeringsramingen mogelijk moeten worden bijgesteld. De lijn is om dergelijke bijstellingen bij de P&C-documenten te melden en aan te passen. Meerjarenperspectief De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2025.
13
Leeswijzer Leeswijzer Bestuurlijke opgaven in de programmabegroting In het coalitieakkoord zijn twee programma’s opgenomen om het fundament op orde te brengen: ‘Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie’ en ‘Een begroting gericht op de toekomst’. Deze programma’s zijn in de beleidsbegroting opgenomen in programma 1 Bestuur. Daarnaast is in het coalitieakkoord opgenomen welke uitgangspunten en opgaven gehanteerd worden om de ambities te ordenen en te werken aan een sterke en betrouwbare lokale overheid. Binnen de balans van bestuurlijke ambities, de financiële positie en de ambtelijke organisatie staan de principes die in alle opgaven terugkomen en waar we onze doelen aan toetsen. De opgaven zijn inhoudelijk geordend met het besef dat we altijd oog houden voor samenhang tussen de bestaande opgaven en nieuwe opgaven die op ons afkomen.
In onderstaand schema is weergegeven in welk programma, in de programmabegroting 2025, de opgaven uit het coalitieakkoord zijn te vinden. Bestuurlijke opgaven
Opgenomen in programma
Voldoende betaalbare en passende woningen
3. Fysiek
Een klimaatbestendige leefomgeving en duurzame energievoorziening
3. Fysiek
Bereikbare, duurzame en verkeersveilige mobiliteit
3. Fysiek
Veilige en leefbare buurten, dorpen en landelijk gebied
3. Fysiek
Iedereen doet mee en hoort erbij
4. Sociaal
Toekomstbestendige economie en arbeidsmarkt in balans
5. Samenleving
14
Aan een bestuurlijke opgave zijn verschillende beleidsterreinen gekoppeld die bijdragen aan de realisatie van een opgave. Bij de opgave is vermeld welke beleidsterreinen uit andere programma’s in de beleidsbegroting bijdragen aan deze opgave. Programma's De beleidsbegroting bevat een nadere uitwerking van het coalitieakkoord voor het komende jaar. De beleidsbegroting geeft inzicht in: •
Wat willen we (samen) bereiken tot en met 2026?
•
Wat gaan we daarvoor (samen) doen in 2025?
•
Wat mag het kosten?
Monitoring maatschappelijke effecten In deze raadsperiode brengen we het fundament van de gemeente Stichtse Vecht op orde, met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Onderdeel hiervan is het programma 'Een begroting gericht op de toekomst', waarin we werken aan een nieuwe opzet van een begroting met meer sturingsmogelijkheden. Met deze nieuwe opzet moet de raad beter in staat zijn om kaderstellende en controlerende taken uit te voeren. Zo draagt het vastleggen en (waar mogelijk) meetbaar maken van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken bij aan een transparante en betrouwbare overheid. In de beleidsprogramma’s voegen we vijf informatie-elementen toe: 1) doelomschrijving én doelenboom, 2) effectindicatoren, 3) prestatie-indicatoren, 4) mijlpalen en 5) duiding bij causaliteit tussen activiteiten of prestaties en de effecten in P&C-documenten (beoogd vooraf en gerealiseerd achteraf). In de beleidsbegroting 2023 en 2024 is een eerste stap gezet door het toevoegen van een doelomschrijving bij de vraag 'Wat willen we bereiken?' en mijlpalen bij de vraag 'Wat gaan we daarvoor doen?'. In het jaarverslag 2023 presenteerden we, als ‘pilot’ in programma 4 Sociaal, een verantwoording waarin alle vijf informatie elementen zijn toegevoegd.
In deze Programmabegroting 2025 zijn bij vier van de vijf programma’s de vijf informatie elementen opgenomen. Daardoor zijn ten opzichte van de voorgaande begrotingen extra toegevoegd: een doelenboom, effectindicatoren, prestatie-indicatoren en de duiding bij de causaliteit tussen activiteiten of prestaties en effecten (achteraf). Hiermee zetten we in deze Programmabegroting 2025 weer een stap in het versterken van het fundament van de organisatie.
15
Financiële tabellen Voor de leesbaarheid is gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Indien daarvan wordt afgeweken, dan wordt dat bij de tabel aangegeven. Het kan gebeuren dat hierdoor bij de tabellen een minimaal verschil optreedt door deze afrondingen. Bij de financiële cijfers worden lasten / nadeel met een negatief getal weergegeven en baten / voordeel met een positief getal. Onttrekkingen uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een positief getal. Toevoegingen aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een negatief getal. Per programma wordt een toelichting gegeven op de belangrijkste wijzigingen tussen de primitieve begroting 2024 en de primitieve begroting 2025. In de toelichting is aangegeven of het een incidentele of structurele wijziging betreft en het document waarin het besluit is opgenomen. Tevens is een specificatie opgenomen van de reservemutaties in 2025. De mutaties in de loonsom worden toegelicht in de paragraaf Bedrijfsvoering. De mutaties in de kapitaallasten bij het hoofdstuk Uiteenzetting van de financiële positie (MeerjarenInvesteringsPlanning). In de tabel Impuls coalitieakkoord zijn de exploitatiebudgetten van de beleidswensen of beleidsimpulsen opgenomen, die structureel in de begroting zijn verwerkt gedurende de coalitieperiode.
Impulsen vanuit specifieke rijksuitkeringen, investeringen, indexaties, financieel technische wijzigingen en autonome ontwikkelingen zijn hierin niet opgenomen. Overig Per programma is beschreven wat de going-concern activiteiten zijn, zijn de (verplichte) indicatoren opgenomen en is vermeld welke verbonden partijen betrokken zijn.
16
Programma 1. Bestuur
17
Beleid programma 1 Inleiding Het werk van gemeenten is belangrijk voor onze samenleving. Gemeenten zorgen voor zaken die we dagelijks nodig hebben: buurtveiligheid, het onderhoud van straten, de inzameling en verwerking van afval, de ontwikkeling van nieuwe woongebieden, het beheer van schoolgebouwen en hulp voor mensen die dat nodig hebben, van jong tot oud. Om een betrouwbare en transparante overheid te zijn, willen wij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekken bij beleid en uitvoering. Door vooraf aan te geven welke ruimte er is om mee te denken en mee te doen creëren we duidelijkheid. De door de raad vastgestelde participatieleidraad biedt hiervoor een goede basis. Ook jongeren willen we actief betrekken. Om alle taken goed te kunnen uitvoeren, hebben we een stevige ambtelijke organisatie nodig. En dan gaat het niet alleen om die onderdelen die direct contact hebben met de inwoners, maar óók om de ondersteuning daarvan (de zogenaamde ‘bedrijfsvoering’). We blijven daarom ook in 2025 werken aan een toekomstbestendige organisatie. Bijvoorbeeld door te blijven investeren in ICT en het aantrekken en behouden van medewerkers. Met het toekomstgericht begroten zijn al mooie stappen gezet en ook in 2025 gaan we daar mee verder.
Wat willen we bereiken tot en met 2026? Een slagvaardige, betrouwbare en transparante overheid
Toelichting maatschappelijk effect (causaliteit activiteiten/prestaties/mijlpalen en effecten) Beoogd effect Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben vertrouwen in een slagvaardige, betrouwbare en transparante lokale overheid (Stichtse Vecht). Toelichting op beoogd effect in 2025 We zien veel veerkracht in de samenleving en in de ambtelijke organisatie. Deze bestuursperiode is het van groot belang om de schouders eronder te zetten. Om succesvol te zijn is samenwerking tussen het college, de gemeenteraad, de organisatie en de samenleving essentieel. Door in gesprek te blijven en met elkaar heldere keuzes te maken voor onze inwoners, ondernemers en
18
maatschappelijke organisaties werken we samen aan een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid. Bij het maken van deze keuzes is balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële situatie en de ambtelijke organisatie een randvoorwaarde. We hebben in deze bestuursperiode stappen gezet om de werkkracht van de ambtelijke organisatie te vergroten en te werken aan een toekomstgerichte begroting. In de beleidsbegroting 2025 hebben we voor een aantal thema's de ambities voor 2025 transparant weergegeven met doelenbomen en meetbaar gemaakt met top-beleidsindicatoren. Bij alle bestuurlijke opgaven en prioriteiten hebben we de bestuurlijk relevante mijlpalen voor 2025 benoemd. We hebben stappen gezet om onze begroting dichter bij de realisatie te brengen. De eerste stap is gezet om in deze begroting een realistische en uitvoerbare meerjareninvesteringsplanning 2025-2028 op te nemen. In 2025 leggen we in de Jaarstukken 2024 en in de Bestuursrapportage 2025 bij de verschillende bestuurlijke opgaven en prioriteiten verantwoording af over de voortgang en de realisatie van onze ambities en of we op koers zijn om op termijn de beoogde maatschappelijke effecten te realiseren.
Wat willen we bereiken tot en met 2026? Een betrokken en professionele ambtelijke organisatie Het is noodzakelijk om het fundament van Stichtse Vecht op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Voor de zomer van 2022 zijn we gestart met een programma om de werkkracht van de ambtelijke organisatie te vergroten. Op 1 juli 2022 is een belangrijke fase van het lopende project Doorontwikkeling afgerond. Vanaf die datum is een nieuwe fase gestart met een project dat erop gericht is om de organisatie op kracht te brengen en de organisatie weer volledig te laten functioneren. Onderdeel van deze fase zijn in ieder geval: •
het stoppen van de grote uitstroom van personeel;
•
het terugbrengen van het ziekteverzuim naar een gemiddeld percentage;
•
het intensiveren van de werving van nieuw personeel op de openstaande vacatures;
•
de huidige medewerkers koesteren, waarderen en blijven boeien (potentie benutten).
Wat gaan wij daarvoor doen in 2025? Toekomstbestendige organisatie We zetten vervolgstappen om de ambtelijke organisatie toekomstbestendig te maken. Dit doen we door in 2024 een effectevaluatie voor de ambtelijke organisatie uit te voeren. De besluiten die voortkomen uit de effectevaluatie implementeren we in 2025. De organisatie groeit en krijgt er steeds meer taken bij. Denk daarbij aan de verdere implementatie van de Omgevingswet, wat een grote impact heeft op de ambtelijke organisatie. Ook neemt de complexiteit binnen de organisatie toe en knelt het op verschillende plekken door onder andere een te grote span of control. Met de effectevaluatie brengen we knelpunten in kaart en besluiten we welke aanpassingen nodig zijn om meer rust en efficiëntie te creëren.
Mijlpalen 1. Implementatie van de besluitvorming uit de effectevaluatie 2024
19
Wat willen we bereiken tot en met 2026? Een begroting gericht op de toekomst Het doel van een toekomstgerichte begroting is te komen tot een strategisch financieel meerjarenbeleid. We werken aan een nieuwe opzet van onze begroting. Dit is noodzakelijk om de sturing te versterken, op tijd te kunnen anticiperen op ontwikkelingen en heldere keuzes te kunnen maken. Ook als het gaat om nieuw beleid. Met de nieuwe opzet van de begroting moeten we de raad in staat stellen om zijn kaderstellende en controlerende taak beter uit te voeren. Het vastleggen van de maatschappelijke effecten die we willen bereiken en deze effecten (waar mogelijk) meetbaar maken draagt bij aan een transparante en betrouwbare overheid.
Wat gaan wij daarvoor doen in 2025? Implementeren en borgen In deze bestuursperiode hebben we een nieuwe opzet van de beleidsbegroting ingevoerd. In oktober 2024 behandelt de raad de nota 'Monitoren maatschappelijke effecten gemeente Stichtse Vecht 2024' en de nota 'Solide financiële positie Stichtse Vecht 2024'. We implementeren deze instrumenten, op basis van besluitvorming in de raad, in de Programmabegroting 2025 en Jaarstukken 2024. We ronden het programma 'Een begroting gericht op de toekomst' af als alle instrumenten in de reguliere P&C-cyclus zijn geborgd.
Mijlpalen -
Evalueren 'Een begroting gericht op de toekomst' De Programmabegroting 2025 en de Jaarstukken 2024 zijn de eerste P&C-documenten waarin we met de volledige nieuwe opzet van de beleidsbegroting en -verantwoording ervaring opdoen. De Jaarstukken 2024 moeten we voor 15 juli 2025 indienen bij de provincie. Na het zomerreces 2025 inventariseren we de ervaringen met de nieuwe opzet van de Programmabegroting 2025 en Jaarstukken 2024 en evalueren we het programma 'Een begroting gericht op de toekomst'. Lessen uit deze evaluatie geven we mee naar de volgende bestuursperiode 2026-2030.
Mijlpalen 1. Opleveren van een evaluatie van het programma 'Een begroting gericht op de toekomst'
Wat willen we bereiken tot en met 2026? Samenwerking en participatie Wij willen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrekken bij beleid en uitvoering. Door vooraf aan te geven welke ruimte er is om mee te denken en mee te doen creëren we duidelijkheid. De door de raad vastgestelde participatieleidraad biedt hiervoor een goede basis. Daarnaast hebben we een inwonerpanel voor inwoners en ondernemers. Omdat onze opgaven veelal over de gemeentegrenzen heen gaan, is samenwerking in de regio, met de provincie en andere partijen ook belangrijk. Ten slotte heeft Stichtse Vecht de vernieuwende ideeën en energie van jongeren hard nodig, nu en in de toekomst. We zijn met deze groep in gesprek om hen meer te betrekken bij de lokale democratie.
20
Wat gaan wij daarvoor doen in 2025? Uitvoering Participatieleidraad Met ingang van 1 januari 2025 wordt de wet ‘versterking participatie op decentraal niveau’ van kracht. Vanaf die datum wordt de mogelijkheid om te participeren voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties nog groter. In 2025 wordt het participatiebeleid verder ontwikkeld, ingevuld en geborgd in de organisatie. Voor de nieuwe wet is een overgangsperiode van twee jaar, waardoor uiterlijk 1 januari 2027 de participatieverordening (inclusief uitdaagrecht) van kracht moet zijn. Daarvoor wordt een verordening opgesteld die samengevoegd wordt met de bestaande verordening ‘participatie bij ruimtelijke initiatieven SV 2023’. Het streven is deze in 2025 vast te stellen.
Mijlpalen 1. Aanscherpen van het participatiebeleid 2. Implementeren en actief uitdragen naar de samenleving van het participatiebeleid 3. Opstellen gemeente brede participatieverordening (inclusief uitdaagrecht)
Inwonerspanel We zetten ongeveer vier keer per jaar peilingen uit in samenwerking met inhoudsdeskundigen. Op de website (https://stichtsevecht.incijfers.nl/onderzoeken) publiceren we de resultaten. De uitkomsten worden gebruikt als input voor beleid en uitvoering. Het werven van jongeren voor deelname aan het inwonerspanel blijft een aandachtspunt. Hiervoor starten wij maximaal twee keer een sociale media campagne in 2025.
Mijlpalen 1. Het uitzetten van minimaal 3 peilingen 2. Het verhogen van het aantal jongeren dat deelneemt aan het inwonerpanel
Jongeren betrekken bij de lokale democratie Samen met jongeren, het onderwijs, Jeugd-Punt en andere maatschappelijke organisaties verkennen we hoe we de lokale democratie dichter bij jongeren kunnen brengen. In overleg met de gemeenteraad organiseren we één keer per jaar een gesprek tussen de raad, college en jongeren.
Mijlpalen 1. Het organiseren van een gesprek per jaar tussen raad, college en jongeren
Going concern-taken Naast bovengenoemde ambities zijn de volgende reguliere taken onderdeel van het programma Bestuur: •
Burgerzaken en publieke dienstverlening;
•
Bestuursondersteuning;
•
Bedrijfsvoering, zoals ICT, juridische zaken, personeelszaken, huisvesting, facilitair, financiën, communicatie;
•
Lokale belastingen en heffingen;
•
Solide financieel beleid. 21
We monitoren deze taken aan de hand van door de raad vastgestelde top-beleidsindicatoren en de op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplichte set indicatoren.
Verplichte indicatoren Rijk
P/E Bron
Realisatie 2022
Realisatie 2023
Formatie per 1.000 inwoners
P SV
6,2
6,4
Bezetting per 1.000 inwoners
P SV
5,5
5,8
Apparaatskosten per inwoner
P SV
337,00
362,86
Kosten externe inhuur als % van totale loonsom
P SV
20,6%
18,9%
Totale kosten inhuur externen (€ 1.000)
P SV
6.833
6.908
Overhead als % van de totale lasten
P SV
13,3%
13,0%
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishoudens in € Koopwoningen
P SV
749,10
758,44
Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishoudens in € Huurwoningen
P SV
392,83
398,73
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens in € Koopwoningen
P SV
922,74
936,35
Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens in € Huurwoningen
P SV
566,48
575,41
Demografische druk *)
E BRP
74%
78%
*) de verhouding tussen de productieve leeftijdsgroep 20-64 en de niet-productieve leeftijdsgroepen 0-19 en 65+
Verbonden partijen Binnen dit programma werken we samen met NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), Belastingsamenwerking gemeenten en Hoogheemraadschap Utrecht (BghU). Voor nadere toelichting verwijzen wij naar de paragraaf Verbonden partijen. Wij werken samen met de regiogemeenten in U10-verband aan de grote maatschappelijke opgaven woningbouw, energietransitie, economische ontwikkeling, mobiliteit en het behoud en de ontwikkeling van groen en landschap.
22
Financieel overzicht programma 1 Wat mag het kosten? Bedragen x €1.000 Programma 1 Begroot 2024 primitief
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Lasten 0.1 Bestuur
-4.427
-4.637
-4.660
-4.651
-4.647
0.2 Burgerzaken
-2.473
-2.423
-2.408
-2.408
-2.408
0.4 Overhead
-24.715
-25.542
-25.573
-25.369
-22.908
0.5 Treasury
-292
-444
-1.310
-2.301
-3.473
0.6 Belastingen
-1.084
-1.101
-1.101
-1.101
-1.101
0.8 Overige baten en lasten (stelposten)
-4.805
-90
-1.818
-1.640
-1.817
Totaal Lasten
-37.796
-34.237
-36.870
-37.469
-36.354
Baten 0.1 Bestuur
0
0
0
0
0
0.2 Burgerzaken
1.436
1.436
1.436
1.436
1.436
6
6
6
6
6
0.4 Overhead 0.5 Treasury
113
123
123
123
123
0.6 Belastingen
15.638
15.798
15.798
15.798
15.798
0.7 Algemene uitkering
111.572
117.739
112.740
114.142
115.536
0.8 Overige baten en lasten (stelposten)
-102
0
-165
-265
-265
0.3 Beheer overige gebouwen en gronden
40
40
40
40
40
Totaal Baten
128.704
135.142
129.979
131.280
132.674
Geraamd saldo van baten en lasten
90.908
100.906
93.108
93.811
96.319
0
-38
-38
0
0
0.10 Mutaties reserves
2.632
217
217
217
217
Mutaties reserves
2.632
179
179
217
217
Geraamd resultaat
93.540
101.084
93.287
94.028
96.536
Stortingen 0.10 Mutaties reserves Onttrekkingen
23
Toelichting lasten en baten per soort kosten Bestuur
Toegerekende personeelslasten
Begroting primitief
Begroting
Verschil
Begroting
Begroting
Begroting
2024
2025
2024-2025
2026
2027
2028
-21.284
-22.614
-1.331
-22.409
-22.409
-22.409
Kapitaallasten
1.173
2.468
1.294
3.342
3.801
3.998
Overige lasten
-20.238
-16.643
3.596
-20.356
-21.413
-20.496
Overige verrekeningen
2.552
2.552
-
2.552
2.552
2.552
Totaal lasten
-37.796
-34.237
3.559
-36.870
-37.469
-36.354
Totaal baten
128.704
135.142
6.439
129.979
131.280
132.674
Geraamd saldo van baten en lasten
90.908
100.906
9.998
93.108
93.811
96.319
Toevoeging aan reserves
-
-38
-38
-38
-
-
Onttrekking aan reserves
2.632
217
-2.416
217
217
217
Geraamd resultaat
93.540
101.084
7.544
93.287
94.028
96.536
Toelichting van de verschillen in de lasten van begroting 2025 versus begroting 2024 Analyse verschillen lasten
Begroting 2024
Lasten
Begroting 2025
-37.796
Verschil
-34.237
3.559
Toelichting
Besluit
Taakveld
I/S
bedrag
Toegerekende personeelslasten
Begroting 2025
Diverse
S
-1.331
Kapitaallasten
Begroting 2025
Diverse
S
1.294
Aanbesteding managed service provider
Kadernota 2024
0.4 Overhead
I
150
Migratie Datacenter - ICT infrastructuur op orde
Kadernota 2024
0.4 Overhead
I
458
Implementatie en migratie aanbesteding Key2Burgerzaken
Kadernota 2024
0.4 Overhead
I
90
Wagenpark
Bestuursrapportage 2024
0.4 Overhead
S
-88
Webontwikkelingen
Kadernota 2025
0.4 Overhead
S
40
Stemwijzer
Kadernota 2025
0.1 Bestuur
I
-15
Rentekosten
Begroting 2025
0.5 Treasury
S
-1.683
Mutaties diverse stelposten
Begroting 2025
0.8 Ov. baten en lasten
S
4.715
Overige
Begroting 2025
Diverse
S
Totaal mutatie lasten programma 1
-71 3.559
Toelichting van de verschillen in de baten van begroting 2025 versus begroting 2024 Analyse verschillen baten
Begroting 2024
Baten
Begroting 2025
128.704
Verschil
135.142
6.439
Toelichting
Besluit
Taakveld
I/S bedrag
Prijsindexering
Kadernota 2025
0.6 Belastingen
S
471
Afschaffing hondenbelasting
Kadernota 2025
0.6 Belastingen
S
-311
Algemene Uitkering (Septembercirculaire 2023 en Decembercirculaire 2023)
Kadernota 2025
0.7 Algemene uitkering
S
5.207
Dividenden
Begroting 2025
0.5 Treasury
S
10
Algemene Uitkering (Meicirculaire 2024)
Begroting 2025
0.7 Algemene uitkering
S
1.149
Stelpost programma 1
Begroting 2025
0.8 Overige baten en lasten
S
-102
Overig
Begroting 2025
Diverse
S
Totaal mutatie baten programma 1
15 6.439
24
Toelichting reservemutaties 2025 Mutaties reserves 2025
Bedrag
Stortingen Dotatie algemene reserve
-38
Totaal stortingen
-38
Onttrekkingen Vrijval kapitaaldekkingsreserve
217
Totaal onttrekkingen
217
Totaal mutaties Programma 1
179
Budgetten ambities Coalitieakkoord 2022-2026 De volgende budgetten voor beleidsimpulsen vanuit het coalitieakkoord 2022-2026 'Bouwen aan een stevig fundament voor Stichtse vecht', de Kadernota 2024 en de Kadernota 2025 zijn in de Programmabegroting 2025 opgenomen. Impuls Coalitie akkoord (bedragen x €1.000)
Document
Omschrijving
Begroting Begroting Begroting Begroting 2023
2024
2025
-50
-50
-50
-50
Kadernota 2024
-1.396
-1.412
-1.020
Verhoging toeristenbelasting
Kadernota 2024
298
Hondenbelasting afschaffen (n.a.v. motie)
Kadernota 2025
Inwonerspanel
Coalitieakkoord 2022-2026
Fundament op orde
Totaal
-50
-1.148
2026
298
298
-311
-311
-1.475
-1.083
25
Programma 2. Veiligheid
26
Beleid programma 2 Inleiding Ook in 2025 zetten we ons in voor een veilige omgeving voor inwoners en ondernemers door het uitvoeren van het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026. We werken aan het voorkomen en bestrijden van ondermijnende criminaliteit, zoals drugshandel, mensenhandel en misbruik van gemeentelijke vergunningen, subsidies en opdrachten. We hebben aandacht voor de risico’s en bedreigingen van de snel digitaliserende maatschappij en zorgen dat we snel en adequaat optreden bij incidenten, rampen en (langdurige) crises of de dreiging daarvan. Met maatschappelijke partners werken we aan maatwerkoplossingen voor inwoners met meervoudige problematiek, die door hun gedrag onveilige situaties en overlast veroorzaken. Ook zetten we ons in om het veiligheidsgevoel van inwoners te verbeteren, onder andere door gebruik te maken van de oren en ogen van onze inwoners en hen weerbaar te maken tegen veelvoorkomende vormen van criminaliteit.
Wat willen we bereiken tot en met 2026? Een veilige gemeente voor iedereen Tot en met 2026 geven we uitvoering aan het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 om de door de raad vastgestelde kaders, ambities en doelstellingen te behalen. Jaarlijks ontvangt de raad een Veiligheidseffectrapportage waarin verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde veiligheidsbeleid. De algemene ambitie uit het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 luidt als volgt: ‘’Een integrale aanpak om overlast verder terug te dringen, nieuwe crises te beheersen, nieuwe vormen van criminaliteit te bestrijden en het behouden van het veiligheidsniveau op geregistreerde vormen van criminaliteit.’’ Om deze door de gemeenteraad vastgestelde algemene ambitie uit het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026 te behalen, werken we binnen zes geprioriteerde thema’s aan de volgende doelstellingen: 1. Voorkomen en bestrijden van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in gemeente Stichtse Vecht. 2. Een gemeente waarin inwoners en ondernemers weerbaar zijn tegen risico’s en dreigingen van de snel digitaliserende maatschappij. 3. Een gemeente waar maatwerk wordt geleverd voor inwoners met meervoudige problematiek waardoor overlast en onveilige situaties tot een minimum worden beperkt. 4. Een gemeente waarin jongeren zich in een veilige omgeving kunnen ontwikkelen en structurele jongerenoverlast nauwelijks voorkomt. 5.