CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Planregels bestemmingsplan Nieuwersluis v11.pdf

Commissie Fysiek Domein 10 september 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3: Vaststellen Bestemmingsplan Nieuwersluis28.253 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Een omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken ten dienste van de bestemming kan alleen worden verleend indien in, op of onder het gebouw dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, conform de parkeernormen zoals opgenomen in het ‘Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013, deel B: Nota Parkeernormen, vastgesteld door de raad op 29 september 2015. b. Indien de nota niet voorziet in een parkeernorm voor een specifieke functie, stelt het bevoegd gezag een parkeernorm vast. 28.2.2 Afwijken van de parkeernormen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 28 lid 2.1 indien: a. aanpassing van het bouwplan om alsnog te kunnen voorzien in voldoende parkeerruimte redelijkerwijs niet kan worden verlangd; of b. op een andere wijze is of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid om de toename van de parkeerbehoefte op te vangen. 28.2.3 Wijziging beleidsregel Als de onder artikel 28 lid 2.1 bedoelde beleidsregels worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.

87

Artikel 29 Algemene aanduidingsregels 29.1 Waterstaat De als 'waterstaat' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor een waterstaatkundig werk. 29.2 Karakteristiek 29.2.1 Bescherming a. Van een karakteristiek pand zijn uit oogpunt van de cultuurhistorische waarde van belang: 1. het exterieur van het pand, te weten: kapvorm, kaprichting, nokhoogte, goothoogte, raam- en deuropeningen, metselverband, hoofdmassa, ornamentering, dakbedekking. 2. de hoofdconstructie. 3. bijgebouwen met cultuurhistorische waarden b. De waardevolle onderdelen van het karakteristiek pand kunnen nader gespecificeerd zijn in een redengevende omschrijving behorende bij het karakteristieke pand. 29.2.2 Verbod Het is verboden: a. b. c. d.

het karakteristieke pand (deels) te slopen. de waardevolle onderdelen, zoals genoemd in artikel 29 lid 2.1 sub a te wijzigen het karakteristiek pand ernstig te (laten) verwaarlozen. het karakteristieke pand gebruiken op een wijze, waardoor de cultuurhistorische waarden van het karakteristieke pand in gevaar worden gebracht.

29.2.3 Uitzonderingen Er kan middels een omgevingsvergunning afgeweken worden van het gestelde in artikel 29 lid 2.2 sub a en artikel 29 lid 2.2 sub b, indien: a. redelijkerwijs behoud van het pand en/of de waardevolle onderdelen niet meer mogelijk is. b. voor herstel, dan wel reconstructie van cultuurhistorische waarden. c. indien (mantel)zorg, of dringende medische problemen van gebruikers of bewoners dat vereisen. 29.2.4 Toelaatbaarheid Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 29 lid 2.3 kunnen worden verlangd a. Een bouwhistorisch onderzoek, indien sprake is van grotere wijzigen aan waardevolle onderdelen van het exterieur en hoofdconstructie, dan wel (gedeeltelijke) sloop. b. Een archeologisch onderzoek, bij sloop waarbij grote delen van de ondergrond worden verstoord, dieper dan 50 cm onder maaiveld; c. een advies van de monumentencommissie.

88

Artikel 30 Algemene afwijkingsregels 30.1 Afwijkingen Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor: a. het oprichten van niet voor bewoning bestemde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een bovengrondse inhoud van maximaal 75 m3 en een goothoogte van maximaal 4 m; b. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met niet meer dan 15%; c. overschrijdingen van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover dat van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover dat noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen niet meer bedragen dan 3 m en het bouwvlak mag niet meer dan 15% worden overschreden; d. overschrijdingen van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover dat van belang is voor een realisering van maatregelen ten behoeve van de verdere verduurzaming van woningen; de overschrijdingen mogen niet meer bedragen dan 1,5 m waarbij een bijbehorend bouwwerk mag niet groter zijn dan 3m2 en een maximale bouwhoogte heeft van 3 meter; e.

de bouw van reclameobjecten met inbegrip van aankondigingborden, reclamemasten, gevel- en lichtreclames en gebouwenaanduidingen met dien verstande dat de reclameborden geen onevenredig afbreuk doen aan de ruimtelijke situatie en de beeldkwaliteit ter plaatse; f. het oprichten van masten en installaties ten behoeve van (tele)communicatiedoeleinden tot een bouwhoogte van maximaal 40 m waarbij het beleid gericht is op het combineren van deze voorzieningen, met bestaande of nieuw op te richten bebouwing en op een dusdanige situering dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit van het plangebied; g. voor het gebruik van de gronden voor opslag en verkoop van vuurwerk; h. het gebruik van gebouwen voor kamerbewoning/-verhuur, mits: 1. er sprake is van langdurige leegstand (langer dan 3 maanden); 2. het gebruik voor kamerbewoning/-verhuur geen ontwrichting van de ruimtelijke omgeving en daardoor overlast tot gevolg heeft; 3. het gebruik geen onevenredige nadelige invloed heeft op de afwikkeling van het verkeer, waaronder parkeren; 4. de tijdelijkheid van de kamerbewoning/-verhuur moet aantoonbaar zijn; i. afwijking als bedoeld onder a t/m g wordt niet verleend, indien daardoor onevenredig afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de als gevolg van de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; j.

de afwijkingsbevoegdheden mogen niet cumulatief worden gebruikt samen met afwijkingsmogelijkheden uit de afzonderlijke bestemmingen uit hoofdstuk 2 of ten opzichte van een eerder verleende afwijking. 30.2 JOP Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van dit bestemmingsplan en toestaan dat een jongerenontmoetingsplaats (JOP) wordt gerealiseerd, mits: a. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 40 m2; b. er geen gebouwen worden gebouwd; 89

c. de bouwhoogte van overkappingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedraagt dan 2,5 m; d. de realisatie niet direct naast gebouwen plaatsvindt, waarvan de gebruikers overlast kunnen ondervinden van de jongeren, zoals woningen en winkels, waarbij de afstand tot een woning in ieder geval niet minder bedraagt dan 50 m; e. niet direct naast doorgaande wegen wordt gerealiseerd; f. de JOP goed bereikbaar is voor hulpdiensten; g. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; h. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; i. de landschappelijke en natuurlijke waarden, indien als zodanig op de verbeelding aangegeven, en de waarden van het beschermde dorpsgezicht onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 30.3 Gebouwen van openbaar nut Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels in hoofdstuk 2, teneinde de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen toe te staan ten dienste van het openbaar nut, zoals wachthuisjes, ambulanceposten, telefooncellen, gemaalgebouwtjes en nutsgebouwtjes, met inachtneming van het volgende: a. de inhoud van het gebouw mag niet meer bedragen dan 100 m3; b. de goothoogte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 3 m; c.

de bouwhoogte van het gebouw mag niet meer bedragen dan 4,5 m.

Artikel 31 Algemene wijzigingsregels 31.1 Algemene wijziging Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen (zoals bedoeld onder a. en b.)mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot.

90

4 Overgangs- en slotregels Artikel 32 Overgangsrecht 32.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10 %; c. het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 32.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a., te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. het bepaalde onder a. is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 33 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Nieuwersluis'

91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2489/documents/55439