Plan van aanpak verzwaarde taakstelling huisvesting statushouders def met update tabel.pdf
Tekst van het document
1
Plan van aanpak verzwaarde taakstelling huisvesting statushouders 2022 - 2024 Versie: 1 februari 2022 Bestuurlijk opdrachtgever: Frank van Liempdt Ambtelijk opdrachtgever: Dennis Boekhout Stellers: Ilse Avontuur, Thomas Koerhuis, Jacqueline Schmitz
Inhoud: 1. 2. 3. 4. 5.
Inleiding en aanleiding 2 Samenvatting 2 Huidige situatie 3 Doelstelling en uitgangspunten 5 Oplossingsrichtingen 6 5.1 bestaande woningvoorraad beter benutten 6 5.2 bestaande woningvoorraad uitbreiden 6 5.3 tussenvoorzieningen 6 5.4 spreiding 7 5.5.regionale samenwerking 7 5.6 proces stroomlijnen 7 6. Conclusie en actiepunten 8 7. Planning 8 8. Projectorganisatie 8 9. Stakeholdersanalyse 8 10. Financiën 9 11. Bijlagen: a. Actieplan 2017 b. Bod aan het Rijk februari 2022 c. Locatieonderzoek leegstaand maatschappelijk vastgoed (NIET OPENBAAR) d. Hotel- en accommodatieregeling
2 1. Inleiding en aanleiding In 2021 is de taakstelling voor het huisvesten van statushouders verdubbeld. Dit komt met name door de achterstanden bij de landelijke Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) voor het afgeven van verblijfsvergunningen. Deze achterstanden worden nu ingehaald en leiden tot hogere taakstellingen voor alle gemeenten. Daarnaast is het aantal vluchtelingen toegenomen terwijl het COA de asielopvanglocaties juist afgeschaald had, waardoor hier de opvang van asielzoekers opstroopt. Het Rijk erkent dat dit een forse verzwaring is en heeft beloofd om met steunmaatregelen te komen. Deze worden op dit moment uitgewerkt door de Landelijke Regietafel migratie en integratie (LRT).De provincie heeft een Provinciale regietafel migratie en integratie opgestart en in regio U16 verband wordt ook gezocht naar oplossingen voor de opvang van asielzoekers en de huisvesting van statushouders. Op dit moment wordt een zogenoemd Bod aan het Rijk voorbereid waarbij we als regio aangeven wat we als oplossingen te bieden hebben en waarbij we het Rijk laten weten wat hiervoor aan ondersteuning nodig is vanuit het Rijk (zie bijlage). In Stichtse Vecht hebben wij aangegeven dat wij geen asielopvanglocaties beschikbaar zullen stellen maar dat we wel naar creatieve oplossingen voor de huisvesting van statushouders* zullen zoeken. Hiertoe dient dit plan van aanpak.
Bij het opstellen van dit plan van aanpak hebben we het actieplan uit 2017 betrokken (zie bijlage). Want ook in 2016/2017 was er een forse toename van te huisvesten statushouders en zijn mogelijke oplossingen in beeld gebracht. Het opvangen van statushouders behelst meer dan het regelen van een woning. Denk aan maatschappelijke begeleiding, inburgering en uitkering. Daar werken we uiteraard ook aan in Stichtse Vecht. Maar gezien de landelijke en provinciale druk op huisvesting gaan we in dit plan van aanpak vooral in op de huisvestingsopgave. 2. Samenvatting Om aan haar taakstelling te voldoen, heeft de gemeente Stichtse Vecht een pakket aan maatregelen samengesteld in dit plan van aanpak. Een aantal maatregelen is niet nieuw, maar wordt sneller uitgevoerd of opnieuw ingevoerd. De gemeente zoekt zoveel mogelijk de balans om de krappe huurwoningmarkt te ontzien en tegelijkertijd te voldoen aan de taakstelling. De maatregelen zijn afgestemd met onze belangrijkste huisvestingspartners, de corporaties. Concluderend zien wij dat het erg lastig wordt om aan de taakstelling te voldoen zonder extra woningen. Het maakt daarbij niet uit of die woningen permanent of tijdelijk zijn en in Stichtse Vecht of elders beschikbaar worden gesteld. Van de mogelijke oplossingsrichtingen achten wij de volgende het meest kansrijk: 1.
De ruimte die er nog is bij de corporaties voor 30% huisvesting van bijzondere doelgroepen benutten door een betere matching. 2. Bij lopende en toekomstige woningbouwontwikkelingen een contigent van sociale huurwoningen reserveren voor huisvesting statushouders, ook als de verhuurder een commerciële partij is. 3. Onderzoeken of we gebruik kunnen maken van de Hotel- en accommodatieregeling in onze gemeente. 4. Onderzoeken of we gebruik kunnen maken van regionale tussenvoorzieningen. 5. Onderzoeken of we ons leegstaand, maatschappelijk vastgoed kunnen inzetten voor tijdelijke huisvesting van statushouders. 6. Onze eigen toewijzingsmethodiek behouden zodat we kunnen blijven sturen op een goede spreiding. 7. Ons ketenpartneroverleg beter benutten om het proces van de woningtoewijzing zo goed mogelijk te stroomlijnen. * Asielzoekers zijn mensen die nog geen verblijfsvergunning voor Nederland hebben gekregen en in opvanglocaties wachten op een beoordeling van de IND. Statushouders zijn asielzoekers die wel een verblijfsvergunning hebben gekregen voor Nederland en vanuit de opvanglocatie dienen uit te stromen naar een reguliere woning. Zij worden ook wel vergunninghouders genoemd.
3 3. Huidige situatie: In onze huisvestingsverordening is opgenomen dat wij statushouders rechtstreeks bemiddelen naar een woning. Dat wil zeggen: zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning heeft, wordt hij/zij door het COA gekoppeld aan onze gemeente. In overleg met de corporaties gaan wij op zoek naar huisvesting. Als er een woning beschikbaar komt krijgt de statushouder de woning aangeboden. Met behulp van maatschappelijke begeleiding wordt de statushouder verder op weg geholpen. In andere regio’s verloopt dit proces niet altijd op deze manier. Daar wordt soms gewerkt met een urgentieverlening waarna de statushouders zelf op woningen moeten reageren. Met de corporaties is afgesproken dat zij maximaal 30% van hun vrijkomende woningen aan bijzondere doelgroepen, waaronder statushouders, toewijzen. Dit om ook de reguliere woningzoekenden een kans te bieden op een sociale huurwoning. In 2021 hebben de corporaties de volgende gegevens aangeleverd: Corporatie
Portaal
Vecht & Omstreken
WUTA
Verhuringen ‘regulier’
139 woningen
74 woningen
3 woningen
46 woningen (25%) 11 woningen (6%)
14 woningen 4 woningen 24 woningen (21%) 7 woningen (6%)
1 woning (25%) 1 woning (25%)
185 woningen
116 woningen
4 woningen
Van groot naar beter en woningruil Verhuringen ‘bijzonder’ Waarvan verhuringen statushouders Verhuringen totaal
De taakstelling heeft zich als volgt ontwikkeld in 2020/2021/2022: Taakstelling 2020 2021 2022
44 statushouders 91 statushouders 87 statushouders
Taakstelling inclusief achterstanden 44 111 144
Huisvesting door corporaties
Voorsprong/ Achterstand
24 54 63 (tot 1 juli 2022)
- 20 - 57 - 81
De achterstand in de taakstelling in 2020 hing samen met de invloed van de Covid 19 maatregelen. Hierdoor waren er onvoldoende vrijwilligers beschikbaar om de inhuisdagen te begeleiden. De achterstand in 2021 hing samen met de boven genoemde taakverzwaring. Sinds 2020 staat de gemeente op trede 2 van de Interventieladder*. Deze ladder wordt door de provincie gehanteerd bij het interbestuurlijk toezicht (IBT). Trede twee staat voor informatie opvragen en valideren. De gemeente komt in 2022 vanwege de grote achterstand op trede drie (actief toezicht) terecht. Dit plan van aanpak zal dan onderdeel zijn van de bestuurlijke afspraken die gemaakt worden over verbeteracties.
4 *
IBT INTERVENTIELADDER BIJ INDEPLAATSSTELLING 1. SIGNALEREN
Op basis van toezichtinformatie, klachten of signalen vaststellen of er wel of geen sprake is van mogelijke taakverwaarlozing bij de uitvoering van wettelijke taken.
2. INFORMATIE OPVRAGEN EN VALIDEREN
Bij het constateren van vermoedelijke taakverwaarlozing wordt aanvullende informatie hierover opgevraagd en worden eventuele (ambtelijke of bestuurlijke) gesprekken gevoerd ter verificatie van de informatie.
3. ACTIEF TOEZICHT
Er worden met het bestuursorgaan afspraken gemaakt over verbeteracties en termijnen om de taak alsnog naar behoren uit te voeren. De voortgang van de verbeteringen wordt gedurende een vooraf bepaalde periode actief gemonitord via gesprekken.
4. VOORAANKONDIGING JURIDISCHE INTERVENTIE
Indien onvoldoende voortgang in de afgesproken verbeteringen wordt geconstateerd, ontvangt het bestuursorgaan een vooraankondiging van juridische interventie. Daarnaast wordt de aanzegging ook openbaar gepubliceerd.
5. BESLUIT TOT INDEPLAATSSTELLING
Als ook met voorgaande stappen geen substantiële verbetering is te zien in de uitvoering van de wettelijke taken, neemt de toezichthouder een besluit tot indeplaatsstelling, met daaraan gekoppeld een laatste termijn om daarbinnen alsnog de verbeteringen uit te voeren.
6. SANCTIE UITVOEREN
De waarschuwingstermijn is verstreken en de verplichte verbeteringen zijn niet uitgevoerd. De indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing wordt daadwerkelijk uitgevoerd. Alle maatregelen die nodig zijn om de wettelijke taken uit te voeren, worden door de toezichthouder genomen, in naam van en voor rekening van het bestuursorgaan.
5 4. Doelstelling en uitgangspunten Om aan haar taakstelling te voldoen, heeft de gemeente Stichtse Vecht een pakket aan maatregelen samengesteld in dit plan van aanpak. Een aantal maatregelen is niet nieuw, maar wordt sneller uitgevoerd of opnieuw ingevoerd. De gemeente zoekt zoveel mogelijk de balans om de krappe huurwoningmarkt te ontzien en tegelijkertijd te voldoen aan de taakstelling. De maatregelen zijn afgestemd met onze belangrijkste huisvestingspartners, de corporaties. Doelstellingen: 1. Achterstanden in de taakstelling inlopen naar nul in 2024 en voorkomen dat de gemeente op trede 6 van de interventieladder belandt. 2. Bijdragen aan de regionale en provinciale oplossingsrichtingen. 3. Bijdragen aan een goede integratie en acceptatie van de statushouders die in onze gemeente gehuisvest worden. Uitgangspunten: Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: 1. Gelijk speelveld. De schaarste op de huizenmarkt maakt dat ook andere inwoners van de gemeente behoefte hebben aan betaalbare woningen. We gaan dus op zoek naar oplossingen die ook ten goede kunnen komen aan de andere (niet-zijnde statushouders) inwoners van de gemeente Stichtse Vecht. Bijvoorbeeld door gemengde woonconcepten te ontwikkelen. 2. Kansrijk en innovatief. De huisvesting van statushouders vraagt creatieve en onorthodoxe oplossingen.
Maar deze oplossingen moeten wel voldoende kansrijk zijn om ook daadwerkelijk de medewerking van de maatschappelijke partners te krijgen. 3. Integrale aanpak. Inburgering van statushouders betekent niet alleen het regelen van huisvesting. Het vraagt ook om adequate maatschappelijke opvang, goede onderwijsvoorzieningen, de aanwezigheid van zorg op momenten dat het nodig is, tijdige en juiste begeleiding naar (vrijwilligers)werk. 4.. Samen met maatschappelijke partners. Succesvolle huisvesting en integratie vereist een effectieve samenwerking tussen diverse aandachtsgebieden. Belangrijk hierbij is dat alle partners in een keten naadloos op elkaar aansluiten. 5. Maatschappelijk draagvlak. Ervaringen in Stichtse Vecht en elders in het land hebben laten zien dat onder inwoners zowel betrokkenheid als bezorgdheid leeft. Daarom moet er aandacht zijn voor mogelijke overlast en moet de leefbaarheid in sociaal kwetsbare wijken niet verder afnemen. Bij de planvorming van nieuwe projecten waarbij sprake is van een clustering van statushouders speelt ook de participatie van de omgeving een belangrijke rol. 6. Passend aanbod voor iedere statushouder. De Wet inburgering 2021 is vanaf 1 januari 2022 van kracht. De regie op de uitvoering van de inburgering ligt nu bij de gemeente. In het oude stelsel was de inburgeraar zelf verantwoordelijk voor zijn of haar inburgeringstraject.
Het doel van de wet is om inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk te laten meedoen in de Nederlandse samenleving, het liefst met betaald werk. Iedere statushouder krijgt een passend aanbod gericht op inburgering en de begeleiding richting (vrijwilligers)werk of een opleiding.
6 5. Oplossingsrichtingen 5.1 Bestaande sociale woningvoorraad beter benutten •
•
Betere matching: Om te beginnen hebben de corporaties nog niet de volledige 30% voor huisvesting bijzondere doelgroepen benut. Dat heeft te maken met het type woningen dat voor bijzondere doelgroepen wordt gevraagd. Het gaat vaak om 1- persoonsappartementen en die zijn schaars in onze gemeente. Daarom vragen we het COA om bij voorkeur (grote) gezinnen aan onze gemeente te koppelen, want (grote) eengezinswoningen zijn er wel. Op die manier hebben we bijvoorbeeld begin 2022 een gezin van 10 personen kunnen plaatsen in een woning van Vecht & Omstreken. Kortom, een goede match tussen de gezinssamenstelling van de statushouders en onze woningvoorraad is van belang. Omzetten en splitsen: De bestaande woningvoorraad kan omgezet worden naar meer 1-persoons huisvesting door eengezinswoningen te splitsen in bijvoorbeeld 2 appartementen of door eengezinswoningen te ‘verkameren’ met gemeenschappelijk gebruik van keuken, sanitaire voorzieningen en woonkamer. Deze laatste vorm hebben we eerder toegepast in onze gemeente. Dat waren zogenoemde doorstroomwoningen voor alleengaande statushouders die wachten op gezinshereniging. Kanttekening hierbij is dat het weliswaar de doorstroming bevorderde maar ook tot ernstige conflicten leidde in de samenwoning van statushouders ondanks dat we rekening hielden met verschillende etniciteit, cultuur en geloof.
Daarnaast was er regelmatig sprake van overlast voor de buurt. Tenslotte was de Rijksbijdrage voor het omzetten van de woningen niet toereikend voor de corporaties om hun investeringen af te dekken. Deze oplossingsrichting zien wij dan ook niet als een reële optie om opnieuw toe te passen.
5.2 Bestaande sociale woningvoorraad uitbreiden Woningbouwontwikkelingen van méér dan 5 woningen in onze gemeente zijn allemaal verplicht om minimaal 30% sociale huur te realiseren. Grootschalige ontwikkelingen zoals het transformatieproject aan de Planetenbaan zijn daarbij interessant omdat 30% van 2500 woningen (= 750 woningen) een significante toevoeging betekent aan de sociale woningvoorraad. Omdat het in onze gemeente niet verplicht is dat deze woningen door een corporatie worden geëxploiteerd, kunnen ook commerciële beleggers deze sociale huurwoningen verhuren. Het is belangrijk dat deze beleggers beseffen dat zij volgens onze woonvisie ook moeten voldoen aan het huisvesten van bijzondere doelgroepen, waaronder statushouders. Tot nu toe zijn commerciële partijen nog enigszins buiten deze verplichting gehouden en verdelen de corporaties onderling de huisvestingsopgave voor bijzondere doelgroepen. Maar in 2017 zijn wel 20 op te leveren woningen aan de Planetenbaan gereserveerd voor statushouders. Deze zijn in 2019 inderdaad gehuisvest op de Planetenbaan. Het zou goed zijn om ook voor 2023 een aantal woningen te reserveren om statushouders te laten instromen. Maar daarbij moet dan tegelijkertijd ingezet worden op versnelling van de ontwikkeling van de Planetenbaan, bijvoorbeeld door het opnieuw aanvragen van een woningbouwimpuls.
Zo’n versnelling komt ook ten goede aan andere woningzoekenden (gelijk speelveld). Naast de grote ontwikkeling op de Planetenbaan lopen er ook diverse kleinere ontwikkelingen. Het is zaak om ook hier de mogelijkheden te onderzoeken voor toekomstige huisvesting van statushouders. Daarbij zou in elk woningbouwprogramma expliciet gemaakt moeten worden dat huisvesting van bijzondere doelgroepen tot de vereisten behoort. Daardoor kan het later in anterieure overeenkomsten worden opgenomen. 5.3 Creëren van tussenvoorzieningen Tussenvoorzieningen zijn tijdelijk van aard en moeten ervoor zorgen dat mensen voorlopig worden gehuisvest totdat zij kunnen doorstromen naar een reguliere woning. •
Flexibele units: mogelijk kan de gemeente op een braakliggend terrein tijdelijke units plaatsen waar statushouders (en andere woningzoekenden) kunnen wonen in afwachting van toewijzing van een reguliere woning. Er is recent een locatieonderzoek gedaan naar opties voor het plaatsen van flexibele units. Dat was in het kader van het project Living Lab – eerst een thuis. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de gemeente weinig eigen gronden bezit die hiervoor geschikt zijn. Locaties zoals sportvelden liggen vaak buiten de rode contour en dat vraagt medewerking
7
•
• •
•
van de provincie om hier flexibele units te plaatsen. Die medewerking blijkt echter niet vanzelfsprekend te zijn. Tenslotte is er ook politiek draagvlak nodig voor een locatie. Daarom ligt deze oplossingsrichting niet het meest voor de hand. Leegstaand vastgoed: mogelijk kan de gemeente leegstaand, maatschappelijk vastgoed zodanig inrichten dat het als tijdelijke of zelfs definitieve woonruimte benut kan worden. Wij hebben recent een kleine businesscase opgesteld voor het voormalig politiebureau in Breukelen (zij bijlage). Dit vraagt echter nogal wat aan investeringen en aan capaciteit die we niet hebben. Daarom is dit meegenomen bij het Bid aan het Rijk als optie met een stevige ondersteuningsvraag. Doorstroomwoningen: zie paragraaf 5.1 bij ‘omzetten en splitsen’. Hotel- en accommodatieregeling HAR): hierbij worden statushouders gedurende maximaal een half jaar in een hotel ondergebracht. Er zijn Rijkssubsidies beschikbaar voor de vaste lasten en de begeleiding. Maar hotels moeten hier wel aan mee willen werken. Daarnaast vergt dit extra inzet van begeleiders. Tenslotte moet er na een half jaar wel direct uitzicht zijn op het doorstromen naar een reguliere woning. Regionale tussenvoorzieningen: binnen de regio zijn een aantal gemeenten die meer ruimte hebben in hun tussenvoorzieningen dan zij zelf nodig hebben.
De tussenvoorzieningen worden overigens gerealiseerd met behulp van een Rijksbijdrage van € 25.000 per unit. Onze gemeente staat in contact met de gemeente Vijfheerenlanden om te bezien onder welke voorwaarden Vijfheerenlanden een deel van de statushouders van Stichtse Vecht kan overnemen. Met name de financiële compensatie moet dan verder uitgewerkt worden. Als Vijfheerenlanden onze statushouders overneemt, telt dit direct mee voor onze eigen taakstelling. Voorwaarde vanuit Stichtse Vecht is dan wel dat de statushouders die we overdragen definitief gehuisvest worden in Vijfheerenlanden en niet weer terug komen bij ons. Hierover is ook het e.e.a. opgenomen in het Bid aan het Rijk (zie bijlage). Vijfheerenlanden geeft echter nu al aan dat er pas vanaf 2023 huisvesting geboden kan worden in de beoogde tussenvoorzieningen.
5.4 Spreiding Voor de integratie en acceptatie van de statushouders is het van belang dat er een goede spreiding is van de huisvesting. Ook voor het draagvlak onder de bevolking is dit van belang. Door een goede spreiding ontstaat er geen kliekvorming of overbelasting van bepaalde woningbouwcomplexen. Hier draagt onze manier van woningtoewijzing aan bij. Bij onze gemeente is sprake van directe bemiddeling door de corporaties. Dat wil zeggen de corporaties selecteren zelf een woning die zij aan de statushouder aanbieden. Daarbij letten de corporaties op het niet te zwaar belasten van kwetsbare wijken en op leefbaarheidsaspecten. 5.5 Regionale samenwerking Om een juiste match te bereiken tussen de gezinssamenstelling van de statushouders en onze sociale woningvoorraad is regionale samenwerking van belang. Hier kan bijvoorbeeld uitruil plaatsvinden als er een statushouders gekoppeld is aan onze gemeente die beter en sneller in een andere gemeente gehuisvest kan worden terwijl wij juist weer een gezin beter en sneller kunnen huisvesten in onze gemeente. Daarnaast kan regionale samenwerking leiden tot de bovengenoemde optie van gebruik te kunnen maken van een regionale tussenvoorziening.
Sowieso heeft regionale samenwerking tot een samenhangend Bod aan het Rijk geleid waarbij we niet alleen oplossingen leveren maar ook aan het Rijk laten weten wat we daarvoor nodig hebben van het rijk. Een gezamenlijke lobby met alle regiogemeenten heeft hierbij zeker meerwaarde. 5.6 Stroomlijnen proces Om het proces van de woningtoewijzing te optimaliseren, hebben wij het ketenpartneroverleg opnieuw in het leven geroepen. Dit vindt ca. 4 keer per jaar plaats met alle maatschappelijke partners zoals: COA, corporaties, vluchtelingenwerk, welzijnswerk en gemeentelijke afdelingen.
8 Naast dit ketenpartneroverleg is er ook nog een frequent overleg tussen de corporaties en de gemeente voor het maken van matches tussen aan onze gemeente gekoppelde statushouders en vrijkomende woningen. 6. Conclusie en actiepunten Concluderend zien wij dat het erg lastig wordt om aan de taakstelling te voldoen zonder extra woningen. Het maakt daarbij niet uit of die woningen permanent of tijdelijk zijn en in Stichtse Vecht of elders beschikbaar worden gesteld. Van de bovenstaande oplossingsrichtingen achten wij de volgende als meest kansrijk: 1. De ruimte die er nog is bij de corporaties voor 30% huisvesting van bijzondere doelgroepen benutten door een betere matching. 2. Bij lopende en toekomstige woningbouwontwikkelingen een contigent van sociale huurwoningen reserveren voor huisvesting statushouders, ook als de verhuurder een commerciële partij is. 3. Onderzoeken of we gebruik kunnen maken van de Hotel- en accommodatieregeling in onze gemeente. 4. Onderzoeken of we gebruik kunnen maken van regionale tussenvoorzieningen. 5. Onderzoeken of we ons leegstaand, maatschappelijk vastgoed kunnen inzetten voor tijdelijke huisvesting van statushouders. 6. Onze eigen toewijzingsmethodiek behouden zodat we kunnen blijven sturen op een goede spreiding. 7. Ons ketenpartneroverleg beter benutten om het proces van de woningtoewijzing zo goed mogelijk te stroomlijnen. 7.
Planning actie 1 2 3 4 5 6 7
jan
x x
feb x x
mrt x x x x
apr x x x x
x x
x x
x x
mei x x
juni x x
juli x x
aug x x
sep x x
okt x x
nov x x
dec x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x
x x
8. Projectorganisatie Programmamanager die de voortgang van het plan van aanpak bewaakt (PM). Per actiepunt een trekker benoemen: Actiepunt 1: consulent werk en inkomen Actiepunt 2: projectleiders ruimtelijke ontwikkeling Actiepunt 3: beleidsadviseur asiel & ingratie Actiepunt 4: beleidsadviseur volkshuisvesting Actiepunt 5: beleidsadviseur vastgoed Actiepunt 6: corporaties Actiepunt 7: beleidsadviseur asiel & integratie 9. Stakeholdersanalyse Bij de uitvoering van dit plan van aanpak zijn de volgende stakeholders betrokken: • COA: koppelen statushouders aan gemeente • Woningcorporaties: beschikbaar stellen woningen voor statushouders • Welzijn Stichtse Vecht: maatschappelijke begeleiding van statushouders • Gemeentelijke afdelingen: o Werk & Inkomen: uitkering, bijzondere bijstand, inburgering, begeleiden naar werk
9 Vastgoed, Grondzaken, Ruimtelijke Ontwikkeling, Planologie: onderzoeken van geschikte locaties o Communicatie: communicatie in het algemeen over opvang en integratie van statushouders in Stichtse Vecht en over specifieke locaties/huisvestingsprojecten in het bijzonder Omwonenden/inwoners: draagvlak voor huisvesting in de buurt o
•
Door de aard van het thema huisvesting en integratie en de voortdurende veranderende omstandigheden is het belangrijk om flexibel te zijn in de communicatie- en participatieaanpak. Het zal in de praktijk vaak een kwestie van maatwerk zijn. In elke stap tijdens het proces kijken we goed welke belanghebbenden en actoren betrokken willen c.q. moeten worden, welke kernboodschap we willen communiceren en welke communicatiemiddelen we daarvoor inzetten. 10. Financiën Er zijn geen gelden beschikbaar voor dit plan van aanpak. De gemeente ontvangt wel een Rijksbijdrage voor iedere statushouder maar deze is bestemd voor maatschappelijke begeleiding en de uitvoering van de wet inburgering. Er zijn ook subsidiemogelijkheden voor huisvesting van statushouders: • • •
Regeling huisvesting aandachtsgroepen: € 5000 per woning, die regeling is nu gesloten maar wordt mogelijk heropend. Regeling Specifieke Uitkering Huisvesting Vergunninghouders: € 25.000 per woning. Ook deze regeling is nu gesloten maar wordt waarschijnlijk heropend. Voor de Hotel- en accommodatieregeling is op dit moment nog ca. € 8000 per statushouder beschikbaar.
Wij zullen bij de uitvoering van dit plan van aanpak nadere financiële informatie in beeld brengen zodra een bepaalde actie concreet wordt. Naast de huisvesting zelf is er ook nog budget nodig voor de personele bezetting van het plan van aanpak. Met name een programmamanager die de voortgang van het plan van aanpak bewaakt, is niet beschikbaar binnen de bestaande ambtelijke capaciteit. Wij schatten in dat hiervoor iemand voor 2 dagen per week, gedurende 9 maanden, ingehuurd moet worden. De kosten zullen ca. € 65.000 bedragen.