Peilnota uitgangspunten adviesrecht.pdf
Tekst van het document
Peilnota uitgangspunten adviesrecht gemeenteraad Datum commissievergadering Portefeuillehouder Team E-mail en telefoonnummer opsteller
6 december 2021 F.W.H. van Liempdt Omgeving en Vergunningen / Bedrijfsvoering Leefomgeving Bart.Bouwman@stichtsevecht.nl / 0346-254951 Chantal.Brons@stichtsevecht.nl / 0346-254317
P-stuk Peilen Samenvatting Op 21 september 2021 is een informatieve commissie geweest over het adviesrecht van de gemeenteraad onder de Omgevingswet (zie bijlage). Hieruit kwam naar voren dat raadsleden zich willen uitspreken over de uitgangspunten voor het adviesrecht. Via deze peilnota wordt aan u gevraagd u uit te spreken over de volgende vijf uitgangspunten: 1. De gemeenteraad gaat niet over alles; 2. De gemeenteraad gaat over zaken die politiek en maatschappelijk gevoelig liggen; 3. Sturing op participatie is wenselijk; 4. Onafhankelijke deskundigheid is soms voldoende; 5. Bestaande en expliciet benoemde gevallen blijven voortbestaan. Nadat de commissie zich uitgesproken heeft over deze uitgangspunten, kunnen er verschillende varianten van advieslijsten opgesteld worden. Deze varianten zullen opnieuw gepeild worden. Doel commissievergadering Onder de Omgevingswet stelt de gemeenteraad één omgevingsplan vast met daarin alle ruimtelijke regels voor het gehele grondgebied van de gemeente. Op basis van het omgevingsplan kunnen straks omgevingsvergunningen voor omgevingsplanactiviteiten verleend worden. Wanneer een initiatiefnemer echter een activiteit wil ontplooien die niet in het omgevingsplan past, kan de aanvraag voor een omgevingsvergunning niet zomaar geweigerd worden. De aanvraag moet dan op basis van landelijke regels (buitenplans) beoordeeld worden.
Er is dan sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Nadat een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit door het college verleend is, wordt het omgevingsplan conform de verleende omgevingsvergunning gewijzigd. Adviesrecht Onder de Omgevingswet kan de gemeenteraad vooraf buitenplanse gevallen aanwijzen waarover hij het college wil adviseren. Een dergelijk advies van de gemeenteraad aan het college is bindend: het college kan niet van het advies van de gemeenteraad afwijken. Als de gemeenteraad niets regelt, kan het college onder de Omgevingswet zelfstandig omgevingsvergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten verlenen. In verschillende gesprekken met raads- en collegeleden is het wenselijk gebleken een lijst met buitenplanse gevallen waarin de gemeenteraad het college wil adviseren (hierna: advieslijst) voor te bereiden. Pagina 1 van 4
Met deze peilnota wordt beoogd uitgangspunten op te halen aan de hand waarvan het adviesrecht van de gemeenteraad onder de Omgevingswet vormgegeven gaat worden. Van de raadsleden wordt gevraagd Raadsleden wordt gevraagd zich te uit te spreken over onderstaande uitgangspunten voor het adviesrecht. 1. De gemeenteraad gaat niet over alles De Omgevingswet legt het primaat om over buitenplanse omgevingsvergunningen te beslissen bij het college van burgemeester en wethouders. Dat is anders dan in het huidige stelsel, waarbij de gemeenteraad altijd moet instemmen als er met behulp van artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wabo buitenplans wordt afgeweken van het bestemmingsplan. Na invoering van de Wabo heeft de gemeenteraad op 22 november 2011 een (algemene) verklaring van geen bedenkingen afgegeven voor een aantal veelvoorkomende gevallen waarin wordt afgeweken van het bestemmingsplan (zie bijlage). Hierin heeft de gemeenteraad aangegeven dat het college in deze buitenplanse gevallen niet steeds opnieuw toestemming aan de gemeenteraad hoefde te vragen. Strikt juridisch gezien gaf de gemeenteraad met de verklaring van 22 november 2011 al vooraf toestemming voor bepaalde veelvoorkomende buitenplanse gevallen. Voor overige buitenplanse gevallen moet de gemeenteraad per geval toestemming verlenen voordat het college de buitenplanse omgevingsvergunning kon verlenen.
Onder de Wabo heeft de gemeenteraad dus een aantal zaken ter beoordeling overgedragen aan het college. Dat betekent dat in de huidige werkzaamheden onder de Wabo de gemeenteraad niet over alles gaat. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat ook bij het adviesrecht onder de Omgevingswet de gemeenteraad niet over alles gaat. Mocht de gemeenteraad later toch van mening worden dat hij over een bepaald geval wil gaan, dan kan de advieslijst voor latere en vergelijkbare gevallen worden aangepast. 2. De gemeenteraad gaat over zaken die politiek en maatschappelijk gevoelig liggen Bij het opstellen van de advieslijst wordt als uitgangspunt genomen dat zaken die politiek en/of maatschappelijk gevoelig kunnen liggen in principe opgenomen worden op de advieslijst. Het kan hier gaan om zaken die: • in het verleden al politiek en/of maatschappelijk gevoelig hebben gelegen; • een langdurig karakter hebben; • een terugkerend karakter hebben; • een grote ruimtelijke impact hebben. De gemeenteraad kan deze vier voorwaarden niet zondermeer op deze wijze op de advieslijst zetten. De Raad van State heeft in 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1655) bepaald dat een dergelijk besluit alleen duidelijk omschreven gevallen mag omvatten. Het moet, uit het oogpunt van rechtszekerheid, voor belanghebbenden van te voren duidelijk zijn of het adviesrecht op een aanvraag voor een omgevingsvergunning van toepassing is.
Dit betekent dat deze vier voorwaarden voor de advieslijst vertaald moeten worden in concrete gevallen. 3. Sturing op participatie is wenselijk Onder de Omgevingswet kan de gemeenteraad initiatiefnemers in bepaalde gevallen verplichten een participatietraject op te zetten. Deze verplichte participatie is dan echter wel vormvrij. Dat betekent dat initiatiefnemers zelf kunnen besluiten over wie kan participeren en waar, wanneer, waarover en hoe dit gebeurt. Wel kan de gemeenteraad bepalen hoe het participatieverslag, dat een Pagina 2 van 4
initiatiefnemer moet opstellen, eruit moet komen te zien en welke informatie daarin opgenomen moet worden. Hiervoor loopt een los traject (via de nieuwe participatieverordening). De vraag is of deze beperkte sturing op participatie voldoende is. Gemeenteraad en college hebben in een eerder stadium aangegeven participatie van omwonenden bij ruimtelijke projecten zeer belangrijk te vinden. Daarom wordt het uitgangspunt gehanteerd dat de gemeenteraad met de advieslijst kaders kan stellen voor de te voeren participatie. Wanneer er in bepaalde gevallen participatie is uitgevoerd op een door de gemeenteraad voorgeschreven wijze, wenst de gemeenteraad in die gevallen geen advies uit te brengen. Mocht een initiatiefnemer niet de door de gemeenteraad gewenste participatie uitvoeren, dan wenst de gemeenteraad wel advies uit te brengen en kan de gemeenteraad de initiatiefnemer mogelijk aanspreken op het niet (voldoende) uitvoeren van participatie. 4. Onafhankelijke deskundigheid is soms voldoende In sommige gevallen kan een gespecialiseerde adviescommissie zorgen voor een goede beoordeling en belangenafweging van een aanvraag. Voorbeelden hiervan zijn de welstandscommissie en de agrarische beoordelingscommissie. Op dit moment maakt de gemeente ook al gebruik van de diensten van onafhankelijke deskundigen.
In sommige gevallen heeft de gemeenteraad aangegeven dat, wanneer er een positief advies van een onafhankelijke en deskundige commissie ligt, hij niet langer hoeft te beslissen over dat geval. Het college is dan bevoegd om zelfstandig op de aanvraag te beslissen. Ook onder de Omgevingswet kan gemeenteraad onafhankelijke en deskundige commissies aanwijzen. Dit zijn commissies die alleen in opdracht van de overheid werken of een exclusief contract hebben met de gemeente en dan geen diensten aan inwoners verlenen. Belangenverenigingen kunnen in beginsel niet zelf de rol van onafhankelijke deskundige commissie vervullen. Het uitgangspunt is dat de gemeenteraad geen advies wenst uit te brengen in gevallen waarin een door de gemeenteraad aangestelde onafhankelijke en deskundige commissie positief advies heeft uitgebracht. Wanneer de onafhankelijke en deskundige commissie echter een negatief advies uitbrengt en het college toch wil overgaan tot verlening van de vergunning, dan wenst de gemeenteraad wel advies uit te brengen. 5. Bestaande en expliciet benoemde gevallen blijven voortbestaan In aanvulling op de bovenstaande uitgangspunten, heeft de gemeenteraad in bepaalde gevallen reeds bepaald betrokken te willen worden bij omgevingsvergunningen.
Zo staan er in de (algemene) verklaring van geen bedenkingen uit 2011 enkele categorieën van gevallen omschreven waarop de verklaring niet van toepassing is. Dit is een uitdrukkelijke wilsverklaring van de gemeenteraad van destijds om over die zaken te willen blijven oordelen. Uitgangspunt is dat gevallen, waarvan de gemeenteraad eerder heeft verklaard dat deze aan de gemeenteraad voorgelegd dienen te worden, opnieuw op de advieslijst worden gezet. Vervolgtraject Met deze uitgangspunten kan de advieslijst opgesteld worden. Er worden drie varianten opgesteld, waaronder: • Een zware variant, waarbij er vaak advies aan de gemeenteraad gevraagd zal worden; • Een gemiddelde variant; • Een lichte variant, waarbij er sporadisch advies aan de gemeenteraad gevraagd zal worden. Pagina 3 van 4
Deze drie varianten zullen opnieuw gepeild worden. Het college zal daarbij een reactie op die peilnota geven in een korte brief, zodat de commissie het standpunt van het college kan meewegen bij het bespreken van de peilnota. Na het peilen van de drie varianten, worden de opmerkingen op die peilnota verwerkt. Het college zal daarna de gemeenteraad voorstellen om een van deze varianten vast te stellen als advieslijst. Bijlagen • Algemene verklaring van geen bedenkingen d.d. 22 november 2011 • Presentatie informatieve commissie d.d. 21 september 2021
Pagina 4 van 4