Peilnota b. Beantwoording Motie 18.1.pdf
Tekst van het document
Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl
Peilnota Onderwerp Motie 18.1 april 2024 ‘Rugdekking lokale initiatiefnemers zonnevelden’
Organisatie onderdeel Ontwikkeling, Leefomgeving, Economie
E-mail opsteller kasper.van.heteren@stichtsevecht.nl
Begrotingswijziging Nee
Telefoonnummer opsteller 0346-254 292
Datum raadsvergadering n.v.t.
Registratie nummer
Portefeuillehouder D. Polman
Van de commissieleden wordt gevraagd: Wij vragen de commissie om de voorgestelde maatregelen te bespreken en een richting te bepalen.
Inleiding Bij de vaststelling van de ‘Strategie zonnevelden 2024’ is de motie ‘Rugdekking lokale initiatiefnemers zonnevelden’ aangenomen. Hierin wordt het college gevraagd een aantal maatregelen te overwegen en dit via een peilnota terug te koppelen. Dat doen wij in deze peilnota. Paralellel aan deze peilnota ontvangt u de peilnota (eveneens op verzoek van de raad) over de ‘nadere criteria zonnevelden’. De doelstelling binnen de Regionale Energiestrategie (RES) waar wij ons aan hebben verbonden is het realiseren van opwek van energie van 0,1 terawattuur (Twu) in 2030 via zon. Daarbij wordt ingezet op zon op dak en is het onvermijdelijk ook zon op veld te realiseren. Na behandeling van beide peilnota’s en de definitieve besluitvorming hierover in het college (en met betrekking tot leges in de raad/legesverordening) staan alle (rand)voorwaarden vast. We verwachten dat er ongeveer 100 hectare zon op veld nodig zal zijn. In het algemeen gaat het bij zonnevelden om initiatieven van enkele tientallen hectare. De inschatting is dan ook dat er een beperkt aantal initiatieven nodig zal zijn om invulling te geven aan onze opgave. Binnen de beschikbare middelen en mogelijkheden heeft het college stimuleringsmaatregelen afgewogen. Daarbij hebben we ook gekeken 1
naar wat andere gemeenten doen. Primair zijn wij van mening dat de markt dergelijke initiatieven moet oppakken. Onder markt verstaan wij daarbij ook energiecoöperaties. Het college is voornemens de bestaande regeling Stimuleringsfonds Duurzaamheid in te zetten om initiatiefnemers te mogelijkheid te bieden om subsidie aan te vragen. Dit kan binnen de bestaande regeling. Hiermee kunnen onder andere onderzoeken en voorbereidende maatregelen worden ondersteund. Daarnaast is het college voornemens aan de raad voor te stellen voor deze initiatieven aangepaste (lagere) tarieven te hanteren voor de leges in de verschillende fases waarin dit aan de orde is. In lijn met de zienswijze van het college dat initiatieven primair vanuit de markt dienen te komen stellen wij niet voor om eventuele garantiestellingen mogelijk te maken. Overigens is dit ook bij andere gemeenten niet gebruikelijk. Er is veel kennis beschikbaar en toegankelijk, zowel lokaal, regionaal als landelijk over dit type initiatieven. Zie daarvoor onder andere ook de bijlage ‘onderzoek lokaal eigendom’ bij de Strategie Zonnevelden (raad 9 april 2024). Wij zien hier geen aanvullende taak voor de gemeente. Mogelijkheden om grondspeculatie tegen te gaan ontbreken in deze gevallen, voor zover dat al een bruikbaar instrument zou zijn.
Hierbij benadrukken wij dat onteigening ook niet aan de orde is in het geval van het realiseren van zonnevelden. Met de nadere criteria voor zonnevelden en de stimuleringsmaatregelen is voor initiatiefnemers duidelijk wat de mogelijkheden zijn en wat er van hen verwacht wordt. Wij hebben er vertrouwen in dat we daarmee onze bijdrage aan de RES 2030 kunnen realiseren. De verschillende punten worden hieronder verder uitgewerkt. Na de bespreking van de peilnota zullen wij definitieve besluitvorming in gang zetten.
Uitwerking van maatregelen 1. Leges De doelstelling binnen de RES voor 2030 is het realiseren van 0,1TWh aan (grootschalig) duurzaam opgewekte energie. Dat vertaalt zich in ongeveer 100ha zonneveld. Een gemiddeld zonneveld is enkele tientallen hectare groot. Wij verwachten daardoor een beperkt aantal initiatieven, ook gezien de ontwikkelingen in de markt zoals netcongestie en de voorwaarden die de gemeente stelt m.b.t. 100% lokaal eigendom. We verwachten 3 tot 6 inschrijvers in een tijdbestek van 2 jaar. Leges-verlagingen hebben daardoor een relatief beperkte financiële impact. Juridisch is er geen bezwaar om specifiek voor zonnevelden verlaagde leges te hanteren. Het college stelt voor lagere legeskosten bij zonnevelden te hanteren. Als uit de peilsessie blijkt dat u zich daarin kan vinden, dan zullen wij daartoe een voorstel voorbereiden voor aanpassing van de legesverordening.
2
2. Garanties en leningen In lijn met de zienswijze van het college dat initiatieven primair vanuit de markt dienen te komen stellen wij niet voor om eventuele garantiestellingen mogelijk te maken. Dit is ook bij andere gemeenten niet gebruikelijk.
3. Grondspeculatie Grondspeculatie kan enkel worden voorkomen door middel van het vestigen van een Voorkeursrecht. Hier zit een strakke regelgeving om heen. Als er een voorkeursrecht wordt gevestigd krijgt de gemeente het eerste recht van koop. Als de grondeigenaar dan wil verkopen dient hij de gronden eerst aan te bieden aan de gemeente. De gemeente dient dan binnen 6 weken een besluit te nemen of zij een positieve grondhouding aanneemt en de grond wil verwerven. Hiervoor is dus geld voor nodig. Daarnaast is het zo dat na het vestigen van het voorkeursrecht binnen de 3 jaar de planologische procedures moeten zijn afgerond. Bij zonnevelden is meestal sprake van langdurige pachtcontracten. Er zijn geen mogelijkheden eventuele grondspeculatie tegen te gaan.
4. Onderzoeken en ondersteuning Om deze onderzoeken door de gemeente uit te laten voeren is veelal toestemming van grondeigenaren nodig. Als er nog geen sprake is van een daadwerkelijk initiatief zorgt de gemeente met een onderzoek voor onnodige onrust in de gebieden. Het is daarom beter om dergelijke onderzoeken van initiatiefnemers te steunen. Die mogelijkheid biedt het Stimuleringsfonds Duurzaamheid. Projecten rondom de opwek van energie, binnen gemeente Stichtse Vecht, kunnen subsidie aanvragen voor advies- en voorbereidingskosten. Dergelijke aanvragen zullen op zichzelf worden beoordeeld. Een aanvrager kan 1 subsidieaanvraag per jaar doen. Per project geldt een maximum van €20.000,vergoeding. Het college heeft de mogelijkheid zonodig een afwijkend besluit (bijvoorbeeld een hoger maximum) te nemen. Het subsidieplafond van het fonds is €100.000,- per jaar. Volgens de voorwaarden bij de subsidie moet het project tijdens de uitvoering en ten minste 1 jaar na afronding op verzoek van de gemeente meewerken met het delen van resultaten uit het project. Dat biedt de mogelijkheid om resultaten ook met andere initiatiefnemers te delen. Voor ondersteuning voor dit type initiatieven is veel kennis beschikbaar en toegankelijk, zowel lokaal, regionaal als landelijk.
Gezien de verwachting dat het zal gaan over een beperkt aantal initiatieven is het niet efficiënt om deze kennis of capaciteit binnen de gemeente op te bouwen.
Conclusie Het college is gevraagd de geschetste mogelijkheden af te wegen, heeft dat gedaan en wil binnen de huidige middelen en regelgeving bijdragen door: •
Een aangepaste legesregeling voor zonnevelden.
•
Ondersteuning via het Stimuleringsfonds Duurzaamheid.
•
Geen gemeentelijke garanties op voorinvesteringen van initiatiefnemers.
•
Actief grondbeleid is niet aan de orde en niet mogelijk. 3
Bijlagen: •
Motie 18.1 inzake financiële rugdekking lokale initiatiefnemers zonnevelden
•
Onderzoek lokaal eigendom – bijlage van Strategie Zonnevelden
4