CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis.pdf

Commissie Fysiek Domein 14 september 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: c.: Ontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis. Aangepaste Nota Inspraak- en vooroverleg.34.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Woonvisie 2017-2022 • In de Woonvisie betekent duurzaamheid aandacht voor duurzaam bouwen door het verminderen van de milieubelasting van de woning (energiebesparing), zowel tijdens het bouwproces als daarna. • De gemeente Stichtse Vecht heeft de ambitie bij nieuwbouw NOM-woningen te realiseren. Dit houdt in dat over het hele jaar de opwekking van energie gelijk is aan het totale energieverbruik van een woning. • Wanneer de gemeente zelf geen eigenaar is van de grond, worden ontwikkelaars gestimuleerd duurzame (NOM) ontwikkelingen te initiëren. De gemeente laat de ambitie zwaar wegen bij haar

Pagina 69

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

•

keuze voor een projectontwikkelaar. Afspraken hierover worden vastgelegd in anterieure overeenkomsten. Met behulp van GPR gebouw wordt de duurzaamheidsambitie vertaald in een concrete prestatiescore voor duurzaam bouwen. GPR Gebouw is een online programma dat duurzaam bouwen concretiseert door op vijf thema’s een rapportcijfer te geven. De gemeente Stichtse Vecht heeft haar beleid rond duurzaam bouwen verankerd in een GPR score. De inzet binnen de 5 thema’s van de tool GPR gebouw zijn vastgesteld op: o Thema energie (gemeente heeft geen grondeigendom): 10 o Thema energie (gemeente heeft wel grondeigendom): 10+ o Thema toekomstwaarde: 8 o Overige thema’s (Milieu, Gezondheid en Gebruikskwaliteit): gemiddeld 8

Opties voor verduurzaming: • Zongericht bouwen: Met zongericht bouwen kan de zon optimaal worden benut door vergrote glasgeveldelen een oriëntatie te geven tussen het zuidoosten en zuidwesten. Op deze manier kan de zon in de winter worden gebruikt voor verwarming en kunnen zonnepanelen maximaal opwekken. Om oververhitting te voorkomen door de invloed van de zon, wordt aan geraden een vaste overstek (zonwering) toe te passen. • Extra isolatie en een uitstekende naad- en kierdichting boven de wettelijke eis. Door in de gehele woning extra isolatie en verbeterde naad- en kierdichting toe te passen, kunnen energieverliezen worden beperkt. Let hierbij vooral op dat gekozen wordt voor beide, aangezien het rendement van beide stijgt bij gezamenlijke toepassing. • Een (collectieve) bodemwarmtepomp: Een warmtepomp kan als bron gebruik maken van lucht of bodem. Bodem als energiebron heeft een beter rendement. In combinatie met PV-panelen kan de benodigde energie van externe bronnen tot een minimum beperkt worden. Door een collectieve bodemwarmtepomp worden schaalvoordelen benut en kan gebruik worden gemaakt van zonnewarmte waardoor de warmtepomp alleen bij te onvoldoende zonneenergie zal functioneren. • Zonnecollector: Een zonnewarmte systeem kan optimaal jaarlijks circa 50% van de warmtapwater behoefte verzorgen.

Een combinatie van de zonnecollector met een warmtepomp is ideaal door de structurele verhoging van het rendement van de warmtepomp en hiermee de energiebehoefte van de warmtepomp. • PV-panelen: Door elektriciteit duurzaam op de eigen woning op te wekken kan worden bespaard op inkoop en elektriciteit en de energiebelasting. Planspecifiek Het uitgangspunt van de gemeente is dat duurzaamheid gestimuleerd moet worden. Bij het vereenvoudigen en standaardiseren van de planregels wordt ernaar gestreefd om veel voortkomende maatregelen ten behoeve van duurzaamheid (zonnepanelen, laadpalen in de openbare ruimte, kleine overschrijdingen van bouwhoogte ten behoeve van isolatie etc) niet onnodig te beperken. Omdat het een consoliderend bestemmingsplan betreft worden geen concrete bouwmaatregelen voorgesteld en daarmee ook geen concrete uitvoerbare duurzaamheidsmaatregelen toegepast.

Pagina 70

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

5. Juridisch opzet van het plan 5.1

Inleiding

Ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarbij behorende ministeriële regelingen, dienen bestemmingsplannen op vergelijkbare wijze opgebouwd, gepresenteerd en tevens digitaal uitwisselbaar gemaakt te worden. De regeling is afgestemd op de Wro, Bro en daarbij behorende ministeriële regelingen. Hiermee wordt de rechtsgelijkheid en de uniformiteit binnen de gemeentelijke c.q. landelijke bestemmingsplannen gediend. Het bestemmingsplan is tevens afgestemd op de terminologie en regelgeving zoals opgenomen in de op 1 oktober 2010 in werking getreden Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

5.2

Opbouw regels

De planregels behorende bij voorliggend plan, zijn opgebouwd in vier hoofdstukken. De definities van begrippen en de wijze van meten zijn opgenomen in hoofdstuk 1. Hoofdstuk 2 beschrijft de bestemmingen en het daarbij toegestane gebruik. Het derde hoofdstuk bevat de algemene regels. Hoofdstuk 4 beschrijft tot slot de overgangs- en slotbepalingen.

5.3

Begrippen en wijze van meten

De begrippen van het bestemmingsplan zijn grotendeels gelijk aan de bestaande begrippen. Begrippen worden af en toe geactualiseerd naar aanleiding van jurisprudentie zodat het begrip goed aansluit bij de ontstane regelgeving. Voor het bestemmingsplan Nieuwersluis betekent het dat een aantal begrippen is toegevoegd, overeenkomend met de Wabo. Het gaat hier bijvoorbeeld om: reclamemast, opslag, mantelzorg etc. Daarnaast is in het plan Nieuwersluis een aantal begrippen toegevoegd aangaande cultuurhistorische en archeologische waarden. Deze begrippen zijn ter verduidelijking opgenomen. De wijze van meten is uitgebreid met een aantal begrippen zoals dat nu in de standaard regels van de gemeente opgenomen is. Het gaat hier om de definiëring van oppervlakten en peilhoogten. Dit heeft als doel om discussie te voorkomen over begrippen gehanteerd in het bestemmingsplan.

5.4

De bestemmingen

In het bestemmingsplan zijn verschillende bestemmingen opgenomen. In deze paragraaf wordt in alfabetische volgorde kort ingegaan op de doelstelling en inhoud van de verschillende bestemmingen. Eerst worden, conform de landelijke standaarden, alle enkelbestemmingen behandeld en vervolgens de dubbelbestemmingen. Agrarisch met waarden De bestemming Agrarisch is overgenomen uit het aangrenzende bestemmingsplan Landelijk Gebied Noord. Dit plan heeft het meest actuele landelijke bestemmingsplanbeleid. Daarnaast vallen de gronden van de drie agrarische bedrijven in het plangebied in beide bestemmingsplannen. Het is daarom logisch om de bestemmingen zo veel mogelijk identiek te maken. De regels komen grotendeels overeen. In het landelijk gebied is een minder ruime inhoudsmaat 400 m3 i.p.v. 450 m3 opgenomen voor de tweede bedrijfswoning. In dit plan is het bestaand toegestane volume van 450 m3 overgenomen. Daarnaast zijn in de bouwregels naast silo’s nu ook regels opgenomen voor vergistingsinstallaties en kleine windmolens, beiden maximaal 15m. hoog.

Pagina 71

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

De afwijkingsregels ten aanzien van bouwen buiten het bouwvlak zijn gedetailleerder uitgewerkt. Hierdoor wordt het minder willekeurig wanneer bebouwing buiten het bouwvlak wel of niet is toegestaan. Tot slot zijn de wijzigingsregels ook gedetailleerder uitgewerkt. Hierbij geldt dat de afwijkingsregels voor een vervolgfunctie uit het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord niet mee overgenomen is. Deze algemene regeling kan niet op dit kleinschalige plangebied toegepast worden. Bedrijf De bestemming Bedrijf is in dit plan opgenomen voor het landbouwmechanisatiebedrijf dat gevestigd is in de dorpskern. De regels van de bestemming zijn geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe standaard regels. Inhoudelijk zijn de planregels gelijk gebleven. Het voorstel is een wijziging door te voeren: een afwijkingsbevoegdheid die stelt dat Burgemeester en Wethouder bevoegd zijn om een ander bedrijf dan het specifiek landbouwmechanisatiebedrijf toe te staan. Dit kan zich voordoen bij eventuele bedrijfsverplaatsing. Het is dan niet realistisch om te eisen dat de nieuwe eigenaren/huurders enkel een landbouwmechanisatiebedrijf mogen uitoefenen.

Als voorwaarden bij deze bevoegdheid is wel gesteld dat er geen grotere verkeersaantrekkende werking mag uitgaan van de nieuwe functies, dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost, dat belendende percelen niet beperkt worden in hun gebruik, dat de nieuwe functie milieutechnisch inpasbaar is en geen vergroting van het bebouwd oppervlak. Een tweede wijziging die wordt voorgesteld is expliciet te benoemen wat strijdig gebruik van de gronden is. Het gebruik voor kantoren, detailhandel, opslag en geluidhinderlijke bedrijven of bedrijven met grote externe veiligheidsrisico’s is binnen de bestemming niet toegestaan. Dit volgt uit de standaardregels en is bedoeld om te voorkomen dat de verkeer- en parkeerdruk in Nieuwersluis toeneemt. Tot slot is de wijzigingsbevoegdheid om de locatie te kunnen wijzigen naar woningen, zoals die in het bestaande bestemmingsplan reeds is verwerkt, overgenomen in dit plan. Detailhandel De bestemming Detailhandel is vervallen. In het vigerende plan had het pand aan de Rijksstraatweg 37 de bestemming Detailhandel. Deze bestemming was niet meer feitelijk in gebruik. Recent is ook een vergunning verstrekt om het pand te betrekken bij het naastgelegen restaurant/hotel. Groen De bestemming Groen heeft betrekking op bijvoorbeeld oeverstroken en het Jaagpad. Voor deze bestemming zijn de standaardregels van de gemeente als uitgangspunt gebruikt.

De wijzigingen ten opzichte van de bestaande regels zijn beperkt. Ten aanzien van de bouwregels zijn er hogere lichtmasten toegestaan. Het strijdig gebruik is expliciet benoemd. Als aanvulling is de bevoegdheid voor het college om nadere eisen ten aanzien van parkeervoorzieningen te stellen opgenomen. Tot slot is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming groen te wijzigen naar wonen en/of tuin om eenvoudig aanpassingen door te kunnen voeren. Horeca Hotel-restaurant De Kampioen aan de Rijksstraatweg 35 en het terras langs de Vecht zijn bestemd voor Horeca conform het huidige en vergunde gebruik. De regels zijn overeenkomstig de bestaande vigerende regels. Het horecabeleid wordt momenteel herzien maar is nog onvoldoende ver ontwikkeld om de planregels te kunnen actualiseren. Er zijn geen andere vormen van horeca toegestaan die nu ook niet toegestaan zijn. Pagina 72

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

Maatschappelijk De bestemming Maatschappelijk is opgenomen voor de penitentiaire inrichting, de vrouwengevangenis, aan het Zandpad. De regels in het voorliggende plan en de standaardregels zijn zeer beknopt. Het gebruik van een gevangenis en de bestaande goot- en bouwhoogte zijn vastgelegd. Inhoudelijk wijzigen de regels niet. Natuur – het fort De bestemming is afgestemd op basis van de verstrekte vergunning en de wensen geuit in de 10 minuten gesprekken (zie hoofdstuk 7 participatie). Uitgangspunt is het behoud van het monument en de aanwezige natuur. Er zijn geen extra bebouwing of bijbehorende bouwwerken op het fort toegestaan. Het gebruik van daghoreca en of horeca voor besloten bijeenkomsten is gereguleerd in het plan. Ook het gebruik voor kleinschalige kantoorfunctie is opgenomen. Het gebruik van de bestaande ruimte is in vierkante meters exact opgenomen. Door het maximaliseren van de functies wordt de parkeerdruk ook ingeperkt. In de bestemming is het gebruik ten behoeve van parkeervoorzieningen op het terrein opgenomen. De parkeerbehoefte kan daarmee op het eigen terrein ingevuld worden. Hier is de exacte locatie van de parkeervoorzieningen niet voorgeschreven. Bij het wijzigen daarvan zou direct een aparte vergunning aangevraagd moeten worden. Dat zou zijn doel voorbij schieten. Uitgangspunt is in het bestemmingsplan een maximum aantal parkeerplaatsen te benoemen.

Water De bestaande wateren zijn consoliderend bestemd als Water, net als in het geldende bestemmingsplan. Ook het water rondom het fort wordt bestemd als Water. In het geldende bestemmingsplan is het water rond het fort nog bestemd als Natuur. Recreatie De bestemming recreatie is opgenomen voor de gronden rondom het water van het Natuurzwembad Zwemlust. De bestemming in het vigerende bestemmingsplan staat enkel het gebruik van openluchtzwembad toe. In lijn met de standaard regels is dit verruimd naar een algemene recreatie bestemming. Concreet houdt dat in dat ook bedrijven en organisaties in de recreatieve sector zijn toegestaan op de locatie. Hierbij is ook ruimte voor spijsverstrekkers voor overdag. Het bebouwd oppervlakte is niet uitgebreid en het gebruik als evenemententerrein is expliciet uitgesloten. Uitzondering zijn kleinschalige evenementen passend bij het bestemde gebruik. Tevens is als voorwaarde gesteld dat voor alle recreatieve activiteiten voldoende parkeervoorzieningen aanwezig moeten zijn. Tuin, Verkeer en Water De bestemmingen Tuin, Verkeer en Water volgen qua opzet de standaard regels. Voor de bestemming Water zijn wel de definities aangepast aan die gebruikt worden in het bestemmingsplan Ligplaatsen in de Vecht en op het voorgeschreven beleid van het Waterschap.

Omdat in het vigerende plan hele specifieke regels zitten voor ligplaatsen van woonboten en tuinen bij woonboten zijn de aan te houden maten wel één op één overgenomen in het nieuwe plan. Wonen Voor de bestemming Wonen is de nieuwe gemeentelijke standaard overgenomen. Bij de gebruiksregels is toegevoegd het in het huidige bestemmingsplan beschreven toegestaan gebruik zoals een atelier en een paardenhouderij. Voor de bouwregels levert dit een vereenvoudiging van de Pagina 73

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

bebouwingsmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken. Dit is in overeenstemming met het landelijk en gemeentelijk beleid. Dubbelbestemmingen: Waarde – beschermd dorpsgezicht, cultuurhistorie en archeologie De dubbelbestemmingen zijn aangepast naar aanleiding van de nieuwe standaard van de gemeente. Inhoudelijk worden dezelfde waarden beschermd. Er is geen kappenplan meer opgenomen. Er is een algemene regel opgenomen dat de bestaande kapvormen gehandhaafd dienen te blijven. Net als in het vigerend plan is een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van deze bepaling door het college, mits hiervoor advies ingewonnen is. Hierdoor wordt de leesbaarheid van het plan vergroot zonder dat dit ten kosten gaat van de bescherming van de aanwezige waarden. De standaardregeling heeft ook een sloopverbod voor bebouwing en bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Deze regeling was niet opgenomen in het vigerende bestemmingsplan en is dus als extra regeling toegevoegd. In het vigerende plan was een aparte bevoegdheid opgenomen bij Waarde – cultuurhistorie om een extra wooneenheid toe te staan in een beeldbepalend pand of rijksmonument. In de standaard regels is deze bevoegdheid niet meer aanwezig. Deze regeling is dan ook komen te vervallen in het nieuwe bestemmingsplan.

Waarde – Natuur Netwerk Nederland Deze dubbelbestemming is opgenomen voor het plandeel wat onder het Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebied valt. Dit Gebied is aangewezen door de Wet Natuurbescherming en komt overeen met de voormalige Ecologische Hoofdstructuur gebieden. In het voorgaande bestemming was dit geregeld binnen de bestemming Natuur dat zowel over het fort als over het water lag. In dit bestemmingsplan is de keuze gemaakt om de gronden te bestemmen conform het meest voorkomende eigenlijke gebruik. Daarom is rondom het fort het water als water bestemd en niet als Natuur. Om de (ecologische) natuurwaarden toch gelijkwaardig te beschermen is daarom de dubbelbestemming NNN opgenomen. Waterstaat – Waterkering, Waterstaat – Natuurvriendelijke Oever en Waterstaat – rode oeverzone De dubbelbestemming zijn overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan en aangevuld met die gebruikt worden in het bestemmingsplan Ligplaatsen in de Vecht. Deze dubbelbestemmingen zijn in lijn gebracht met het voorgeschreven beleid van het Waterschap en Rijkswaterstaat. Deze dubbelbestemmingen regelen dat voor de betreffende gronden naast de regels van de primaire bestemming, ook regels van toepassing zijn die toezien op het beschermen van de daar aanwezige constructies ten behoeve van waterveiligheid en beheer. .

Pagina 74

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

6. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Om belanghebbenden vroegtijdig bij de procedure te betrekken heeft de gemeente voor de inwoners van Nieuwersluis een algemene informatiebijeenkomst georganiseerd op 11 juni 2018. Bewoners, ondernemers en overige belanghebbenden zijn daarnaast uitgenodigd om deel te nemen aan persoonlijke “10-minuten- gesprekken” om wensen, ideeën en zorgen kenbaar te maken. Op deze manier participeren inwoners actief in de totstandkoming van een zo’n volledig mogelijke inventarisatie en zijn belangen vroegtijdig in beeld. In totaal hebben 19 “10-minuten-gesprekken” plaatsgevonden op 12 juli 2018. Ter afsluiting van de “10-minuten-gesprekken” heeft de gemeente op 22 november 2018 een bijeenkomst georganiseerd met de Dorpsraad “Nieuwersluis Bestaat”. Tijdens deze bijeenkomst zijn de resultaten op hoofdlijnen besproken. Voorafgaand aan dit bestemmingsplan is een Nota van Uitganspunten opgesteld, waarin kort verslag is gedaan van de start van de voorbereidende participatie. Het voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis heeft 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende die periode is een ieder in de gelegenheid gesteld een reactie te geven. De reacties en de beantwoording van de reacties of en in hoeverre die tot aanpassing van het voorontwerpbestemmingsplan hebben geleid is opgenomen in de nota Overleg en inspraak (zie bijlage 2).

Pagina 75

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

7. Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: • • •

het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is: het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.

Planspecifiek Onderhavig plan betreft een consoliderend bestemmingsplan. Concluderend kan worden gesteld dat de economische uitvoerbaarheid niet relevant is.

Pagina 76

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

8. Bijlagen BIJLAGE 1 omvat extra achtergrondinformatie over de Vechtoevers als infrastructuurdrager door de eeuwen heen en over de Nieuwe Hollandse Waterlinie (bron: gemeente Stichtse Vecht). BIJLAGE 2 is de Nota Overlegreacties Voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis 6 juli 2021 (bron: gemeente Stichtse Vecht). BIJLAGE 3 is het Vooroverlegplan Mijndensedijk 49-51

Pagina 77

Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht

Regels bestemmingsplan “Nieuwersluis” Planstatus: ontwerp Plan identificatie: NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-OW01

Inhoudsopgave 1 Inleidende regels ....................................................................................................................... 3 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 3 Artikel 2 Wijze van meten ................................................................................................................. 15 2 Bestemmingsregels.................................................................................................................. 18 Artikel 3 Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden .................................................................. 18 Artikel 4 Bedrijf .................................................................................................................................. 28 Artikel 5 Groen .................................................................................................................................. 31 Artikel 6 Horeca ................................................................................................................................. 33 Artikel 7 Maatschappelijk ..................................................................................................................

35 Artikel 8 Natuur ................................................................................................................................. 36 Artikel 9 Recreatie ............................................................................................................................. 39 Artikel 10 Tuin ................................................................................................................................... 41 Artikel 11 Verkeer.............................................................................................................................. 43 Artikel 12 Water ................................................................................................................................ 44 Artikel 13 Wonen............................................................................................................................... 47 Artikel 14 Waarde - Archeologie 2 .................................................................................................... 51 Artikel 15 Waarde - Archeologie 3 .................................................................................................... 54 Artikel 16 Waarde - Archeologie 5 ....................................................................................................

57 Artikel 17 Waarde - Archeologie 6 .................................................................................................... 60 Artikel 18 Waarde - Beschermd dorpsgezicht ................................................................................... 63 Artikel 19 Waarde - Cultuurhistorie .................................................................................................. 65 Artikel 20 Waarde - Natuur Netwerk Nederland .............................................................................. 67 Artikel 21 Waterstaat - Natuurvriendelijke oever ............................................................................. 68 Artikel 22 Waterstaat - Oeverzone.................................................................................................... 70 Artikel 23 Waterstaat - Waterkering ................................................................................................. 71 3 Algemene regels ...................................................................................................................... 73 Artikel 24 Anti-dubbeltelregel ........................................................................................................... 73 Artikel 25 Algemene bouwregels ......................................................................................................

73 Artikel 26 Algemene gebruiksregels .................................................................................................. 74 Artikel 27 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................ 75 Artikel 28 Algemene afwijkingsregels ............................................................................................... 76 Artikel 29 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................ 78 4 Overgangs- en slotregels .......................................................................................................... 79 Artikel 30 Overgangsrecht ................................................................................................................. 79 Artikel 31 Slotregel ............................................................................................................................ 79

2

1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan Het bestemmingsplan ‘Nieuwersluis' met identificatienummer <NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-OW01> van de gemeente Stichtse Vecht; 1.2 Bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 Verbeelding de verbeelding van het bestemmingsplan ‘Nieuwersluis’ bestaande uit een blad met de code NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-OW01 met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven; 1.4 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 Aanlegsteiger Een bouwwerk, in het water staand, ten behoeve van het afmeren van een vaartuig; 1.6 Aardkundige waarden geologische, geomorfologische en bodemkundige verschijnselen, die representatief zijn voor de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van het landschap, zoals hoogteverschillen of variaties in de samenstelling van de bodem; 1.7 Achtererfgebied erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 Afhankelijke woonruimte een onderdeel van het hoofdgebouw of een

bijbehorend bouwwerk bij een woning waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van zorg gehuisvest is; 1.9 Agrarisch bedrijf een bedrijf dat is ingericht voor zowel de grondgebonden als de niet-grondgebonden activiteiten: het telen van gewassen, boomteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren, één en ander ten behoeve van het voortbrengen van producten, nader te onderscheiden in: a. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee geheel of nagenoeg geheel op open grond; b. akker- en vollegrondstuinbouw: 3

de teelt van gewassen op open grond, met uitzondering van bosbouw, sier- en fruitteelt; c. glastuinbouw: de teelt van tuinbouwgewassen geheel of nagenoeg geheel met behulp van kassen; d. fruitteelt: de teelt van fruit op open grond; e. intensieve veehouderij: de teelt van slacht-, fok-, leg- of pelsdieren in gebouwen en geheel of nagenoeg geheel zonder weidegang, waarbij de teelt niet afhankelijk is van de agrarische grond als productiemiddel; f. bosbouw: de teelt van bomen vanwege de houtproductie; g. intensieve kwekerij: de teelt van gewassen of vissen, zonder of nagenoeg zonder gebruik te maken van daglicht; h. paardenhouderij: een agrarisch bedrijf waarbij het geheel of in overwegende mate gaat om het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden. 1.10 Agrarisch bedrijfsgebouw een gebouw, dat blijkens zijn aard en indeling voor een agrarisch bedrijf is bestemd, met uitzondering van agrarische bedrijfswoningen en kassen; 1.11 Agrarische bedrijfswoning een woning, behorend bij een agrarisch bedrijf, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van een huishouding behorend bij het agrarisch bedrijf; 1.12 Agrarisch beheer het beheren en onderhouden van gronden, gericht op het voortbrengen van producten en behoud en herstel van het cultuurlandschap en natuurwaarden door middel van het telen van gewassen en/of het (hobbymatig) houden van dieren.

Intensieve vormen van agrarische productie en (boom)kwekerijen zijn niet toegestaan; 1.13 Agrarisch bouwperceel aaneengesloten terrein, waarbinnen bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, bedrijfswoning(en) met bijbehorend erf en tuin, andere bouwwerken zoals hooibergen, voersilo’s, kuilvoerplaten, mestopslag, erfverharding, parkeervoorzieningen en erfbeplanting zijn geconcentreerd; 1.14 Antennedrager Antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.15 Antenne-installatie Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 4

1.16 Archeologische waarde de aan een gebied toegerekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.17 Archeologisch onderzoek Onderzoek naar archeologische waarden uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm voor Nederlandse Archeologie; 1.18 Atelier werkplaats van een kunstenaar; 1.19 Bebouwing één of meer bouwwerken; 1.20 Bebouwingspercentage het percentage van de oppervlakte van het bouwvlak dat op grond van de regels en/of verbeelding mag worden bebouwd; 1.21 Bed and Breakfast een activiteit ondergeschikt aan een woning die gerund wordt door de eigenaren tevens bewoners van de betreffende woning, die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van kortdurend toeristisch nachtverblijf in combinatie met het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten; 1.22 Bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren, verhandelen en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten; 1.23 Bedrijf aan huis een bedrijf of het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid (geheel of overwegend door middel van handwerk), dat niet krachtens milieuregelgeving vergunnings- of meldingsplichtig is, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.24 Bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.25 Bedrijfswoning een woning, behorend bij een bedrijf, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van een huishouding behorend bij het bedrijf; 1.26 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 5

1.27 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.28 Beroep aan huis een dienstverlenend beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bouwwerk wordt uitgeoefend, waarbij de woning in hoofdzaak de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.29 Beschermd dorpsgezicht Groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden, en dat als zodanig is aangewezen door het bevoegd gezag; 1.30 Beschermd monument/Rijksmonument een onroerend monument als bedoeld in artikel 1,1 van de Erfgoedwet; 1.31 Bestaande situatie a. bij bebouwing: een legaal bouwwerk dat op het moment van ter inzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van de ter inzagelegging is ingediend, tenzij in de regels anders bepaald; b.

bij gebruik: het legale gebruik dat bestaat op het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen, danwel nadien kan worden gebruikt krachtens een verleende vergunning, tenzij in de regels anders bepaald. 1.32 Bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.33 Bouwen het plaatsen, slopen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.34 Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen met uitsluiting van een onderbouw of een zolderverdieping; 1.35 Bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtends het plan een zelfstandige bij elkaar horende, bebouwing is toegestaan;

6

1.36 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.37 Bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.38 Buitenopslag Het structureel opslaan, of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en nadere materialen op de onbebouwde gronden van (bedrijfs)percelen, daaronder mede begrepen de uitstalling ten verkoop, verhuur en dergelijke; 1.39 Cultuurhistorische waarde belang in geschiedkundig opzicht; onder andere met betrekking tot het ontstaan van het gebied, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het kavelpatroon, de waterhuishouding, de beplanting en de (voormalige) bebouwing; 1.40 Dagrecreatie Activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; 1.41 Dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, met één of meer ramen, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.42 Deskundige / deskundig advies een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige of

commissie van deskundigen op het gebied waarover advies wordt gevraagd; 1.43 Detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan diegenen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een bedrijfs- of beroepsactiviteit. Onder detailhandel wordt ook gerekend verkoop via internet waarbij de goederen ter plaatse worden opgeslagen en/of afgehaald; 1.44 Dienstverlening een (naar openingstijden) met een winkel vergelijkbare onderneming die is gericht op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en wordt geholpen, zulks met uitzondering van horecaondernemingen en seksinrichtingen/prostitutie; 1.45 Erf een al dan niet bebouwd perceel, of gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw en de bestemming deze inrichting niet verbiedt; 7

1.46 Erotisch getinte vermaakfunctie een vermaaksfunctie, welke is gericht op het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.47 Erotisch getinte horeca een horeca(onderneming) die tot doel heeft het daarbinnen doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotisch-pornografische aard en tevens het bedrijfsmatig ten behoeve van verbruik ter plaatse verstrekken van alcoholische en nietalcoholische dranken. Hieronder vallen eveneens een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.48 Evenement één of meerdaagse voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak zoals een sportmanifestatie, herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht (niet zijnde een betoging), (buurt)feest, muziekvoorstelling; 1.49 Galerie ruimte voor het tentoonstellen en verkopen van kunstwerken; 1.50 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.51 Geriefbos een klein bos waar in vroeger tijden het hakhout vandaan werd gehaald dat in en rond het huis werd gebruikt 1.52 Groene en blauwe diensten werkzaamheden op het gebied van natuur, water en landschap die de kwaliteit en toegankelijkheid van het landelijk gebied verhogen; 1.53 Hobbymatig houden van dieren Het uitoefenen van agrarische

activiteiten, niet zijnde uit hoofde van een volwaardig agrarisch bedrijf, waarvoor vanwege beperkte omvang geen melding- of vergunningsplicht op grond van het inrichtingen- of vergunningenbesluit milieubeheer geldt; Het bevoegd gezag dient te beoordelen of het hobbymatig houden van dieren al dan niet overeenkomt met het bedrijfsmatig houden van dieren. Uit de jurisprudentie blijkt dat bij de vraag of de omvang van de activiteit vergelijkbaar is met een bedrijfsmatige activiteit onder andere bepaalt wordt door: • de continuïteit van de activiteit (hoelang duurt de activiteit); • het winstoogmerk van de activiteit (verhouding tussen kosten en opbrengsten); • de hinder die de activiteit veroorzaakt; • de huisvesting van de dieren (zijn er speciale voorzieningen getroffen); • de commerciële doeleinden (worden er bijvoorbeeld advertenties gezet); • het gebruik / de aanwending van de dieren (voor hobby of eigen gebruik); • de perceelgrootte; • de omgeving waar dieren worden gehouden (in landelijk of stedelijk gebied). 8

1.54 Hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat op een perceel door zijn constructie of afmeting, dan wel gelet op de (toekomstige) bestemming, als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.55 Horeca een onderneming die in zijn algemeenheid is gericht op het verstrekken van nachtverblijf, het verstrekken en/of ter plaatse nuttigen van voedsel en/of dranken en/of het exploiteren van zaalaccommodatie. Hierbij wordt de volgende onderverdeling gehanteerd: • Categorie 1: Overnachtingsmogelijkheden a. Bed & Breakfasts b. Hotel <20 kamers c. Hotel >20 kamers • Categorie 2: Daghoreca a. Ondersteunende horeca b. Lunchrooms • Categorie 3: Fastfood a. cafetaria, grillroom etc • Categorie 4: Avondhoreca a. restaurant/ eetcafé b.

restaurant fasfood/ Wok • Categorie 5: Avondhoreca Cafe, bier- en wijnconcepten • Categorie 6: Avondhoreca discotheek, partycentrum 1.56 Intensieve veehouderij een bedrijf met een in hoofdzaak niet-grondgebonden agrarische bedrijfsvoering die is gericht op het houden van dieren, zoals rundveemesterij (exclusief vetweiderij), varkens-, vleeskalver-, pluimvee- of pelsdierhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen; 1.57 Jaagpad een pad langs de Angstel of de Vecht dat vroeger werd gebruikt om schepen voort te trekken door mensen- of paardenkrachten en dat heden ten dage in gebruik is als openbaar voeten/of fietspad; 1.58 Karakteristiek een onroerend monument, gebouw of bouwwerk, beplanting aangemerkt als karakteristiek vanwege de karakteristieke waarde in het straatbeeld, zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, niet zijnde beschermd als (rijks)monument, waarvan het behoud van belang is; 1.59 Kassen bouwwerken geheel of grotendeels van glas of ander lichtdoorlatend materiaal; 1.60 Kelder bouwwerk waarvan het merendeel onder de grond is gelegen; 1.61 Kelderkoekoek een uitgebouwde constructie/ opening van beperkte omvang aan de buitenzijde van de kelderwand die dient voor daglichttoetreding en/of ventilatie van de kelder. Als uitgebouwde

9

bak wordt het ook wel een lichtkolk of vossengat genoemd, een lange doorgaande koekoek ook wel een wolfskuil; 1.62 Kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen Voorzieningen, zoals aanlegsteigers, picknickplaatsen, observatiepunten, informatieborden en banken, ten behoeve van activiteiten, zoals wandelen, fietsen, vissen, zwemmen, kanoën en natuurobservatie; 1.63 Kleinschalige verblijfsrecreatie recreatief nachtverblijf, waarbij overnacht wordt in kampeermiddelen en/of recreatieverblijven, al dan niet in bestaande bebouwing, op gronden met een andere hoofdfunctie. 1.64 Kuilvoerplaat agrarische bedrijfsvoorziening in de vorm van een gesloten vloer met eventueel een (doorgaans betonnen) keerwand van maximaal 3 m hoog ten behoeve van opslag van veevoeder (hooi, stro, gras e.d. al dan niet in verpakte vorm) 1.65 Ligplaats een plaats voor het aanleggen van vaartuigen, niet zijnde woonschepen, onder te verdelen in de volgende type ligplaatsen: a. bewonersligplaats: een vaste ligplaats voor aanwonenden die een tuin of erf direct aan het water hebben; b.

kadeligplaats: een (vaste) ligplaats aan een openbare of gemeentelijke kade voor inwoners van de gemeente Stichtse Vecht, niet zijnde aanwonenden die een tuin of erf direct aan de rivier De Vecht of de Nieuwe Wetering hebben; 1.66 Ligvoorzieningen hangmat, ligbank of vergelijkbare voorziening; 1.67 Maatschappelijke dienstverlening openbare dienstverlening in de vorm van een onbemand informatiecentrum tentoonstellingsruimte ondersteunend aan de maatschappelijke doelstelling om bezoekers te informeren over de cultuurhistorische waarden van het Fort en de natuurwaarden van de omliggende omgeving; 1.68 Maatschappelijke en sociale voorzieningen Zijn gebaseerd op de maatschappelijke taakstelling van de overheid en worden meestal uitgevoerd door vrijwilligers organisaties, zelfstandige instellingen die de overheid financiert/ subsidieert op basis van prestatie afspraken of professionele (welzijns) stichtingen.

Het betreffen overwegend educatieve-, medische-, welzijns-, levenbeschouwelijke- en zorgvoorzieningen (waaronder opvang voor onder andere kinderen, ouderen en gehandicapten) en openbare dienstverlening, met bijbehorende ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.69 Mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de 10

gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.70 Nutsvoorziening gebouwde dan wel ongebouwde voorzieningen ten behoeve van algemene nutsdoeleinden zoals de watervoorziening, afval, energievoorziening of het (tele)communicatie-verkeer; 1.71 Oever De langs de vaarweg aanwezige natuurlijke oever of aangebrachte voorzieningen met inbegrip van de daarvoor noodzakelijke verankering; 1.72 Ondergeschikte detailhandel detailhandel vanuit vestigingen/voorzieningen die als hoofdactiviteit geen detailhandel hebben en waarvan de detailhandelsfunctie in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend aantoonbaar ondergeschikt en gelieerd is aan de hoofdfunctie; 1.73 Onderkomen een voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- of vaartuigen, kampeermiddelen, woonketen en soortgelijke verblijfsmiddelen, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken; 1.74 Opslag het bewaren van goederen, materialen en stoffen zonder dat ter plaatse sprake is van productie, bewerking, verwerking, handel en/of activiteiten van administratieve aard; 1.75 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.76 Paardenbak Een niet-overdekte piste, voorzien van een bewerkte/

aangepaste bodem waar naast training en africhting van paard en/ of pony eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden. Een paardenbak mag niet gebruikt worden als dierenverblijf als bedoeld in de wet Geurhinder en veehouderij; 1.77 Penitentiaire inrichting gevangenis of huis van bewaring; 1.78 Permanente bewoning het gebruiken van een recreatieverblijf en/of kampeermiddel als hoofdverblijf. Onder hoofdverblijf wordt in dit verband verstaan: De plaats die feitelijk het centrum vormt van de sociale en maatschappelijke activiteiten van betrokkene. Van een hoofdverblijf is in ieder geval sprake indien de betrokkene gedurende een aaneengesloten periode van 180 dagen per kalenderjaar tenminste 2/3 van die tijd het adres van het recreatieverblijf c.q. het kampeermiddel als woonadres in gebruik heeft;

11

1.79 Plattelandswoning een van oorsprong agrarische bedrijfswoning die is gelegen binnen een agrarisch bouwvlak en die gebruikt mag worden door derden die geen functionele relatie hebben met het agrarische bedrijf dat ter plaatse nog wordt uitgeoefend; 1.80 Prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding; 1.81 Reclamemast bouwwerk, geen gebouw zijnde, uitsluitend ten behoeve van reclame-uitingen van een of meerdere bedrijven; 1.82 Recreatie Activiteiten gericht op ontspanning en vrijetijdsbesteding; 1.83 Recreatief medegebruik recreatief gebruik van gronden die geen specifieke recreatieve bestemming hebben en het gebruik geen specifiek beslag legt op de ruimte, zoals wandelen door de weilanden of vissen.

De aanleg van routes en rustplekken ondersteunen het recreatief medegebruik; 1.84 Recreatievaartuig Vaartuig, uitsluitend bedoeld en geschikt voor niet bedrijfsmatige recreatieve tourvaart; 1.85 Relatie een figuur die twee afzonderlijk weergegeven delen van een bouwvlak dan wel bestemmingsvlak met elkaar verbindt, zodanig dat voor toepassing van de regels sprake is van één bouwvlak, één aanduidingsvlak dan wel één bestemmingsvlak; 1.86 Rode - Oeverzone de oeverzone ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - rode oeverzone', zoals aangegeven op de kaart behorende bij het 'Verkeersbesluit Vaarwegen AGV-1 2016' van waterschap Amstel, Gooi en Vecht; 1.87 Seksinrichting een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.88 Standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel; 1.89 Stapmolen een ruimte in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen, al dan niet door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast. 12

1.90 Steiger een drijvende of boven water aangebrachte constructie waarop gelopen kan worden, bedoeld om vaartuigen aan af te meren; 1.91 Straatmeubilair bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts-)voorzieningen; 1.92 Streefpeil het reglementair vastgestelde waterpeil dat door de beherende instantie wordt nagestreefd; 1.93 Terras (bij horeca) een buiten de besloten ruimte van een inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt; 1.94 Vaartuig een voorwerp of een constructie, gereed of in aanbouw, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of ingericht voor het vervoer over water van personen of goederen; 1.95 Verblijfsrecreatie vorm van recreatie waarbij de recreant voor een bepaalde tijd, maar ten minste een nacht in het recreatiegebied of de toeristische plaats verblijft. Het gebied is daartoe ingericht met faciliteiten als hotels, pensions, kampeerterreinen en recreatiewoningen; 1.96 Voorgevelrooilijn een naar de weg of het openbaar gebied gekeerde bouwgrens gevormd door de denkbeeldige lijn in het verlengde van de voorgevel van het hoofdgebouw evenwijdig gelegen aan de weg waarop de bestaande ontsluiting van het hoofdgebouw naar het openbaar gebied plaatsvindt.

Bij percelen op de hoek van straten/paden geldt dat langs beide straten/paden een voorgevelrooilijn is gelegen; 1.97 Voormalig agrarisch bedrijf een agrarisch of niet-agrarisch bouwblok waarop in het verleden een agrarisch bedrijf werd uitgeoefend, waarvan de bedrijfsgebouwen nog geheel of gedeeltelijk bestaan. 1.98 Waarden de aan een bouwwerk, gebied of specifiek element in een gebied toegekende kenmerkende waarde op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, geografie, aardkunde, landschap, natuur en/of ecologie; 1.99 Waterhuishoudkundige voorziening voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit., waaronder duikers, stuwen, gemalen, inlaten en voorzieningen ten behoeve van berging en infiltratie van hemelwater; 1.100 Wooneenheid een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 13

1.101 Woonschip een vaartuig, daaronder begrepen een object te water, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als of is bestemd tot woonverblijf, niet zijnde een object dat valt onder de Woningwet. Onder te verdelen in: a. woonark; b. woonboot; c. woonvaartuig.

14

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 Afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot (bouw)perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst zijn. 2.2 Bebouwde oppervlakte van een bouwperceel, bouwvlak of ander terrein: buitenwerks boven peil, met dien verstande, dat de grondoppervlakten van alle op een terrein gelegen bouwwerken worden opgeteld. 2.3 Bebouwingspercentage: bouwgrenzen zijn aangegeven het percentage van het bestemmingsvlak, dat ten hoogste bebouwd mag worden met bebouwing, tenzij in de regels anders is bepaald. 2.4 Bedrijfsvloeroppervlakte (bvo): binnenwerks met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte ten dienste van kantoren, winkels of bedrijven, met inbegrip van de daarbij behorende magazijnen en overige dienstruimten, worden opgeteld. 2.5 Bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, (geen gebouw zijnde), met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 Bouwhoogte van een antenne-installatie: a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b.

ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.7 Bouwhoogte bruggen en viaducten over water De hoogte van bruggen en viaducten of daarmee gelijk te stellen voorzieningen over het water wordt gemeten vanaf het gemiddeld waterpeil tot de onderzijde van de brug/viaduct. 2.8 Breedte van een bouwvlak: tussen de twee zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten in de grens van het bouwvlak of rooilijn. 2.9 Breedte van een bouwwerk: buitenwerks en/of het hart van scheidingsmuren en evenwijdig aan de betreffende gevel. 2.10 Dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.11 Diepte van een bouwwerk: (horizontaal) Buitenwerks en/of het hart van scheidingsmurenen haaks op de betreffende gevel; 15

2.12 Diepte van een (ondergronds) bouwwerk: (verticaal) vanaf het peil tot aan de bovenzijde van de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk. 2.13 Goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Met dien verstande dat bij een lessenaarsdak het laagste punt van het dak als goothoogte wordt aangemerkt; 2.14 Inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken. 2.15 Insteek van watergangen: vanaf de insteek die wordt gevormd door de snijlijn tussen het schuine talud van de oever en het maaiveld. 2.16 Maaiveldhoogte: De gemiddelde hoogte van de bovenkant van het terrein dat een bouwwerk omgeeft. 2.17 Ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden stoepen, stoeptreden, trappen, funderingen, kelderkoekoeken, erkers, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwgrenzen en/of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,5 m bedraagt en overige ondergeschikte bouwdelen, mits de overschrijding van bouwgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.

2.18 Oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van bouwwerk. 2.19 Oppervlakte van een overkapping: tussen de buitenzijde van de afdekking van de overkapping, neerwaarts geprojecteerd op het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van de overkapping. 2.20 Peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. indien de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst of de gronden waar het bouwwerk komt zichtbaar lager ligt dan de weg, de door burgemeester en wethouders bij aanvang van de werkzaamheden vastgestelde hoogte van het terrein ; c. in/boven water: het gemiddeld waterpeil. 16

2.21 Verkoopvloeroppervlakte (detailhandel) (vvo): binnenwerks met dien verstande, dat de totale vloeroppervlakte van ruimten welke rechtstreeks ten dienste staan van de detailhandelsactiviteiten en welke voor het publiek toegankelijk zijn worden opgeteld; kantoren, magazijnen en overige dienstruimten worden hieronder niet begrepen. 2.22 Woonschip a. Goothoogte van een woonschip: De afstand van de waterspiegel tot de snijlijn tussen het dakvlak en het verticale gevelvlak b. Hoogte van een woonschip: Vanaf de waterspiegel tot aan het hoogste punt, ondergeschikte bouwdelen, zoals schoorstenen lichtkoepels en antennes niet meegerekend c. Inhoud van een woonschip: Tussen de waterlijn, de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren en de buitenzijden van daken en dakkapellen

17

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden veehouderijbedrijven; b. ter plaatse van de aanduiding “fruitteelt” zijn ten behoeve van fruitteelt tevens boogen gaaskassen toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - schuilhut" zijn de gronden tevens bestemd voor een schuilhut voor vee en of het opslaan van agrarische goederen en materiaal; d. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - stapmolen” zijn de gronden tevens bestemd voor een stapmolen. e. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - paardenbak” zijn de gronden tevens bestemd voor een paardenbak. f. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van waarde - landschapselement" zijn de gronden aangewezen voor opgaande beplanting in de vorm van een geriefbos. g. maximaal één bedrijfswoning per bouwvlak dat een agrarisch bouwperceel vormt, tenzij op de verbeelding anders staat aangeven. Bij bedrijfsbeëindiging is het voortzetten van het wonen in de bedrijfswoning toegestaan, mits milieuhygiënisch inpasbaar; h.

het behoud en versterking en herstel van de aldaar voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden waarbij wordt gestreefd naar: - behoud van de openheid van de agrarische gronden; - behoud van de bestaande kavelsloten; - behoud van de historische verkavelingsstructuur. i. j. k. l.

groene en blauwe diensten als nevenfunctie; verkoop van streekeigen producten als nevenfunctie; extensief recreatief medegebruik; het weiden van (hobby) dieren;

met daarbij behorende: m. erven; n. bouwwerken; o. groenvoorzieningen en water; p. kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; q. overig functioneel met de bestemming verbonden voorzieningen. 3.2 Bouwregels Op de in artikel 3 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd, met dien verstande dat:

18

a. gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uizondering van een schuilhut en een stapmolen, uitsluitend worden gebouwd binnen de bouwvlakken; b. overigens geldt het volgende: maximaal aantal per bouwvlak bedrijfswoning (inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken)

bijgebouwen en overkappingen bij de bedrijfswoning

maximale maximale goothoogte oppervlak of inhoud

één, tenzij op 800 m3* de verbeelding anders is aangegeven

bouwhoogte

de goot- en de goot- en bouwhoogte ingen bouwhoogte ingen mag niet mag niet meer bedragen dan meer bedragen op de verbeelding is dan op de verbeelding is aangegeven aangegeven

50 m2 (per 3 m** woning)

bedrijfsgebouwen

maximale

6m

6m

11 m

mestvergistingsinstallatie

15 m

silo’s

10 m

* indien ingevolge de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ sprake is van twee of meer bedrijfswoningen en de bedrijfswoning op het moment van tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan minder dan 450 m3 bedraagt, mag de inhoud van deze bedrijfswoning niet meer dan 450 m3 bedragen. ** met dien verstande dat de maximale goothoogte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken gelijk mag zijn aan de hoogte van de eerste bouwlaag van de bedrijfswoning. *** met dien verstande dat de maximum goot- en bouwhoogte en inhoud bedraagt niet meer dan de goot- en bouwhoogte en inhoud zoals deze bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan c. bij nieuwbouw van een bedrijfswoning mag deze uitsluitend op dezelfde locatie worden gebouwd of binnen een straal van 10 m van de te vervangen bedrijfswoning; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - schuilhut' is maximaal één schuilhut toegestaan te waarbij geldt dat de goothoogte en bouwhoogte van de schuilhut niet meer bedraagt dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte'; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stapmolen' is maximaal één stapmolen toegestaan waarbij geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2,25 m. mag bedragen. 19

3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak met gebouwen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2, voor het overschrijden van het bouwvlak ten behoeve van gebouwen met maximaal 120 m2, met dien verstande dat: a. overschrijden van de begrenzing van het bouwvlak alleen toelaatbaar is voor zover een doelmatige bedrijfsvoering dit noodzakelijk maakt; b. de noodzaak voor overschrijding aangetoond dient te worden door middel van een bedrijfsplan waarbij tevens moet worden aangetoond waarom sloop en herbouw van bedrijfsgebouwen binnen het bouwvlak niet tot de mogelijkheden behoort; c. de overschrijding van het bouwvlak milieuhygiënisch inpasbaar dient te zijn; d. de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden zoals genoemd in artikel 3 lid 1 aanhef en artikel 3 lid 1 sub h niet onevenredig worden aangetast; e. het bevoegd gezag wint, alvorens over de afwijking te beslissen, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder sub d wordt voldaan; f. het bevoegd gezag wint, alvorens over de afwijking te beslissen, schriftelijk advies in bij een agrarisch deskundige met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder sub a en b wordt voldaan.

3.3.2 Ten behoeve van het overschrijden van het bouwvlak met kuilvloerplaten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 3 lid 2 voor het bouwen van kuilvoerplaten buiten het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de kuilvoerplaten worden binnen het bouwvlak dan wel direct grenzend aan het bouwvlak gerealiseerd; b. de oppervlakte van de kuilvoerplaten mag buiten het bouwvlak niet meer bedragen dan 300 m2; c. de hoogte van een keerwand van de kuilvoerplaat mag maximaal 3 meter bedragen; d. de kuilvoerplaten zijn aan de voorzijde van het bouwvlak niet toegestaan; e. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bebouwing mag niet onevenredig worden aangetast; 3.3.3 Ten behoeve van het oprichten van anderde bouwwerken buiten het bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3 lid 2 sub a ten behoeve van het oprichten van andere bouwwerken buiten het bouwvlak, mits voldaan wordt aan de volgende bepalingen: a. het betreft uitsluitend andere bouwwerken ten behoeve van de bestemming; b. het betreft uitsluitend andere bouwwerken die in het kader van de agrarische bedrijfsvoering noodzakelijk zijn; c. de hoogte van de andere bouwwerken, waaronder erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 m bedragen; d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1655/documents/35682