Ontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Nieuwersluis (ontwerp)
23 augustus 2021 NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-OW01
Planstatus:
ontwerp
Identificatiecode:
NL.IMRO.1904.BPNieuwersluisNWS-OW01
Datum:
23-08-2021
Contactpersoon Plannen-makers: Chris Vaartjes Kenmerk Plannen-makers:
PM18024
Opdrachtgever:
Dhr. J. Broeke, Gemeente Stichtse Vecht
Plannen-makers Abstederdijk 36 3582 BN Utrecht 06-18964686 www.plannen-makers.nl BTW nummer: NL193436899B01 KvK nummer: 59112751
Pagina 2
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 4
1.2
Belangrijkste uitgangspunten van de herziening ..................................................................... 4
1.3
Functie-inventarisatie wonen, werken en recreatie ................................................................. 7
1.4
Leeswijzer ................................................................................................................................ 9
Ruimtelijk beleidskader.................................................................................................................. 10 2.1
Ligging van het plangebied.................................................................................................... 10
2.2
Geldende bestemmingsplannen ............................................................................................ 10
2.3
Rijksbeleid ............................................................................................................................. 11
2.4
Provinciaal beleid................................................................................................................... 16
2.5
Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 21
Cultuurhistorie ............................................................................................................................... 28 3.1
Kenschets Nieuwersluis ........................................................................................................ 28
3.2
Cultuurhistorische waardenkaart ........................................................................................... 33
3.3
Monumenten en karakteristieke panden ............................................................................... 36
3.4
Archeologie ............................................................................................................................ 38
Milieutechnische haalbaarheid ...................................................................................................... 42 4.1
Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 42
4.2
Geluid .................................................................................................................................... 44
4.3
Lucht ...................................................................................................................................... 47
4.4
Bodem ................................................................................................................................... 54
4.5
Externe veiligheid .................................................................................................................. 59
4.6
Ecologie ................................................................................................................................. 63
4.7
Waterhuishouding .................................................................................................................. 65
4.8
Duurzaamheid ....................................................................................................................... 69
Juridisch opzet van het plan .......................................................................................................... 71 5.1
Inleiding ................................................................................................................................. 71
5.2
Opbouw regels....................................................................................................................... 71
5.3
Begrippen en wijze van meten .............................................................................................. 71
5.4
De bestemmingen ................................................................................................................. 71
6.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................. 75
7.
Economische uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 76
8.
Bijlagen .......................................................................................................................................... 77
Pagina 3
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Stichtse Vecht is gestart met de actualisatie van het bestemmingsplan Nieuwersluis. Het geldende bestemmingsplan is vastgesteld in 2009. Het doel is te beschikken over een adequaat en actueel juridisch-planologisch kader voor het dorp Nieuwersluis en omgeving, waarin nieuwe beleidsontwikkelingen zijn verwerkt en voldoet aan alle wettelijke en functionele vereisten voor een bestemmingsplan. Met het nieuwe bestemmingsplan kan gestuurd worden op gewenste ontwikkelingen en kunnen ongewenste ontwikkelingen worden tegengaan. Het plangebied voor het bestemmingsplan Nieuwersluis ligt binnen de gemeente Stichtse Vecht en betreft het dorp Nieuwersluis en een klein deel van het omliggende landelijk gebied. In het dorp zijn wonen, maatschappelijk en natuur de belangrijkste functies. In het landelijk gebied zijn agrarische gebruik, recreatie en water de belangrijkste functies. Het gebied is deels gelegen binnen het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) en de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Grote delen van het plangebied behoorden ook tot het inundatieveld van de NHW. Door het gebied stroomt rivier de Vecht. Voor de Vecht wordt een apart bestemmingsplan opgesteld.
Meest recente methodiek Naast de wettelijke actualiseringsplicht van bestemmingsplannen wordt tevens voldaan aan de vereisten voor de digitale verbeelding en indeling planregels van bestemmingsplannen, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO, 2012). De SVBP is gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Voor de begrippen in de regels is, waar van toepassing, aangesloten bij de algemene bepaling in bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Nota van Uitgangspunten Voorafgaand aan dit bestemmingsplan is een nota van uitganspunten opgesteld. Daarin zijn kort aanleiding, kenmerk en begrenzing van het bestemmingsplan benoemd en een eerste overzicht van het geldend ruimtelijk beleidskader. De systematiek van de planregels en verbeelding zijn toegelicht en de belangrijkste bestemmingen. Ook is de start van de voorbereidende participatie beschreven, waaronder persoonlijke “10-minuten- gesprekken” met bewoners, ondernemers en overige belanghebbenden om wensen, ideeën en zorgen kenbaar te maken.
1.2
Belangrijkste uitgangspunten van de herziening
Overwegend consoliderend bestemmingsplan Dit bestemmingsplan is overwegend een consoliderend bestemmingsplan. In het plan is rekening gehouden met de nu feitelijk bestaande en vergunde situaties en de mogelijkheden die het bestemmingsplan Nieuwersluis van 2009 biedt. Ontwikkelingen waarvoor vanaf 2009 een planologische afwijkings- of wijzigingsprocedure is doorlopen zijn in het bestemmingsplan opgenomen. Actueel provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid is verwerkt in het plan. Terughoudend met nieuwe ontwikkelingen In dit bestemmingsplan is zeer terughoudend omgegaan met nieuwe ontwikkelingen. Grootschalige ontwikkelingen of ontwikkelingen die geen aansluiting hebben met de uitgangspunten van het vorige bestemmingsplan of het huidige gemeentelijke beleid zijn niet opgenomen. Alleen op het perceel Mijndensedijk 49-51 heeft de gemeente Stichtse Vecht voorzien in een andere bestemming vanwege de beëindiging van agrarische bedrijfsactiviteiten. De eigenaar van het perceel Pagina 4
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
heeft op 26 oktober 2017 een vooroverlegplan ingediend voor het beoogde bestemmingsplan. In onderhavig bestemmingsplan zijn de kaders opgenomen voor de herinrichting van het perceel. Deregulering Mede gezien de aankomende nieuwe Omgevingswet houdt de gemeente alle regels tegen het licht, om te beoordelen of processen en regels makkelijker, flexibeler en eenduidiger kunnen zijn. Een bestemmingsplan kenmerkt zich door regels en voorwaarden en daarom is ook binnen dit bestemmingsplan met een kritisch oog naar verbeteringen en verduidelijkingen gekeken: 1. 2. 3. 4.
regels beter leesbaar maken; meer flexibiliteit en ruimte voor initiatieven; voorkomen dubbele regelgeving; voorkomen regels die niet aansluiten bij de regels van andere instanties of disciplines.
Beschermd dorpsgezicht De kern Nieuwersluis, het fort Nieuwersluis en de bijbehorende schootsvelden zijn bijzondere cultuurhistorische waarden. Het dorp telt tientallen rijksmonumenten. Omdat het historisch-ruimtelijke karakter van het gebied nog voldoende gaaf en herkenbaar is, heeft de minister van OCW op 5 december 2007 Nieuwersluis aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Die status is extra reden om het bestemmingsplan consoliderend en beschermend op te stellen ter behoud van de cultuurhistorische waarden. Dit betekent dat recht wordt gedaan aan de cultuurhistorische waarden van het beschermd gezicht, zoals deze in de aanwijzing van het beschermde gezicht zijn benoemd. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt extra aandacht besteed aan de te beschermen waarden (hoofdstuk 3). In totaal zijn er in Nederland meer dan 300 beschermde stads- en dorpsgezichten met een geschiedenis die teruggaat tot voor het jaar 1850. In het kader van het Monumenten Inventarisatie Project is ook de stedenbouw uit de periode 1850-1940 landelijk geïnventariseerd. Het besluit tot aanwijzing van Nieuwersluis als beschermd dorpsgezicht vloeit voort uit deze inventarisatie.
Afb 1: waarderingskaart Nieuwersluis (bron Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed) Pagina 5
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Het beschermd dorpsgezicht Nieuwersluis is van algemeen belang vanwege de krijgskundige en architectuurhistorische waarde. Tevens vanwege de landschappelijke en stedenbouwkundige waarde en de hoge mate van gaafheid en herkenbaarheid van de bewaarde militaire structuur, die zijn oorsprong vindt in de 17e eeuw. Het huidige karakter wordt bepaald door het open polderlandschap rond het in de periode 1878-1882 aangelegde fort en kazernecomplex en door de hoge mate van gaafheid en herkenbaarheid van de bewaarde middeleeuwse structuur van de transportassen van de handelsroute tussen Amsterdam en Utrecht (zie naastliggende waarderingskaart). Kringenwet De begrenzing van het dorpsgezicht Nieuwersluis ligt binnen een groot deel van het schootsveld rond het fort en is bepaald door het visuele en ruimtelijk-historische contrast tussen de open polders, die het militaire gebied rond de kern van Nieuwersluis omringen, en de bosrijke geslotenheid van de buitenplaatsen langs de Vecht. Van 1853 tot 1961 was de Kringenwet van kracht. Gebaseerd op het schootsveld van het fort werden drie kringen getrokken, waarbinnen stringente voorwaarden en bepalingen voor bebouwing, straatmeubilair en beplanting golden. Deze drie “verboden kringen” lagen opeen afstand van 300, 600 en 1000 meter. Ten gevolge van deze wet werden alleen nog snel te amoveren houten huizen en boerderijen gebouwd.
In Nieuwersluis ligt deze bebouwing geconcentreerd langs de Mijndensedijk. De Verboden Kringen zijn op naastliggende waarderingskaart afgebeeld. Natuur Netwerk Nederland Een deel van het plangebied ligt binnen het Natuur Netwerk Nederland (NNN). Daarnaast heeft het gebruik van het plangebied invloed op het NNN. Het gaat daarbij om neerslag van stikstof (stikstofdepositie c.q. -immissie) dat een negatieve invloed kan hebben op in het gebied gelegen natuurwaarden die daar gevoelig voor zijn. Om te regelen dat natuurwaarden (stikstofgevoelige habitats) niet door een toename van stikstofdepositie in het geding komen, is in de planregels opgenomen dat een toename van stikstofdepositie in het NNN gebied niet is toegestaan. Natuurwaarden en gebruik gronden Mede door toekomstige veranderingen van het grondwaterpeil (fluctuerend) moeten sommige bewoners of eigenaren voorzieningen treffen om te voorkomen dat hun land drassig wordt. Met de provincie is afgesproken hierover een bepaling op te nemen in de regels voor Natuur. Daarnaast is met de provincie afgesproken in de regels voor Natuur toe te staan het gebruik van gronden als weidegrond voor extensief agrarisch gebruik. Onder de voorwaarde dat het gebruik geen negatieve invloed heeft op de aanwezige natuurwaarden of de uitvoering van de natuurdoelstellingen belemmerd, is er geen bezwaar tegen het bestaande gebruik.
Wel bezwaarlijk is het bouwen van gebouwen en bouwwerken op deze gronden, het zonder vergunning afgraven of ophogen of zonder vergunning plaatsen van beschoeiingen. Binnen de Natuurbestemming is een regeling opgenomen op grond waarvan, onder voorwaarden, vergunning kan worden verleend. Gebieds- en waarde aanduidingen De Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en Provinciale Ruimtelijke Verordening (zie hoofdstuk 2) geven invulling aan gebieden die nadere bescherming nodig hebben. Het betreft voor dit plangebied met name (onderdelen van) cultuurhistorisch waardevolle gebieden (Groene Hart en Nieuwe Hollandse Waterlinie), historische buitenplaatszone en Natuur Netwerk Nederland (NNN) / Groene contour. Deze gebieden en waarden zijn in het bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 en 3 zijn de gebieden en waarden beschreven.
Pagina 6
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
1.3
Functie-inventarisatie wonen, werken en recreatie
Wonen De woonfunctie wordt in het bestemmingsplan voor de woningen in de kern Nieuwersluis, langs de Vecht en enkele verspreid liggend in de omgeving. De bestemmingen zijn overeenkomstig de huidige bestemmingen. De woningen vormen een belangrijk onderdeel van de bijzondere aanwezige beeldkwaliteit en zijn onderdeel van het beschermd dorpsgezicht. De regels zien daarom toe op behoud van het bestaande gebruik en verschijningsvorm. De afgelopen jaren zijn ook behoeften ontstaan aan andere vormen van wonen, zoals situaties met mantelzorg (opa en oma met hun kinderen en kleinkinderen in een wooncluster). Voor mantelzorg is in dit bestemmingsplan een regeling opgenomen. Werken Agrarische bedrijven Binnen het plangebied zijn drie agrarische bedrijven aanwezig en als zodanig bestemd. De agrarische bedrijven zijn net als de woningen een belangrijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit en van het beschermd dorpsgezicht. Deze bedrijven hebben binnen het bouwvlak uitbreidingsruimte, onder de voorwaarden dat bovengenoemde stikstofimmissie niet mag toenemen. Agrariërs die overstappen van agrarische productie naar agrarisch beheer blijven vallen onder de agrarische bestemming en vallen dus niet onder de hobbyboeren.
Voormalige agrarische bebouwing en ruimte-voor-ruimte-regeling Agrarische bestemmingen die niet langer agrarisch worden gebruikt, zijn omgezet naar een woonbestemming met de aanduiding “voormalige agrarisch bedrijf”. De bouwvlakken daarvan zijn teruggebracht naar de omvang van de bestaande bebouwing. Omdat de bebouwing bij een voormalig agrarisch bedrijf vaak meer oppervlak heeft dan standaard bij woonbestemming is toegestaan, is een speciale regeling gemaakt. Op die manier wordt voorkomen dat deze bebouwing onder het overgangsrecht valt. Het uitgangspunt is dat de bestaande agrarische bebouwing (met uitzondering van kassen) mag blijven staan en worden opgeknapt of vernieuwd. Uitbreiden van deze bebouwing is echter niet toegestaan. Met andere woorden, de bouwmassa mag niet worden vergroot. Er mogen geen bedrijfsactiviteiten in de bebouwing plaatsvinden. Bedrijfsmatige opslag is ook niet toegestaan. Als een eigenaar liever alle agrarische bebouwing wil slopen dan komt de ruimte-voor-ruimte-regeling in beeld. Hier is aangesloten op de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV, zie hoofdstuk 2). Andere bedrijven Binnen het plangebied is één andersoortig bedrijf, een landbouwmechanisatiebedrijf dat gevestigd is in de dorpskern. Voor deze locatie is de bestemming Bedrijf ogenomen. Deze bedrijfsactiviteit verhoudt zich goed met de omliggende woonfunctie.
Er komen voor zover bekend geen knelpunten voor. De regels van de bestemming zijn geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe standaard regels. Inhoudelijk zijn de planregels gelijk gebleven. Er wordt een afwijkingsbevoegdheid toegevoegd die stelt dat Burgemeester en Wethouder bevoegd zijn om een ander bedrijf dan het specifieke landbouwmechanisatiebedrijf toe te staan. Dit kan zich voordoen bij eventuele bedrijfsverplaatsing. Het is dan niet realistisch om te eisen dat de nieuwe eigenaren/huurders enkel een landbouwmechanisatiebedrijf mogen uitoefenen.
Pagina 7
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Als voorwaarden bij deze bevoegdheid is gesteld dat er geen grotere verkeersaantrekkende werking mag uitgaan van de nieuwe functies, dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost, dat belendende percelen niet beperkt worden in hun gebruik, dat de nieuwe functie milieutechnisch inpasbaar is en geen vergroting van het bebouwd oppervlak. Kantooractiviteiten en overige aan huis gebonden beroepen aan huis regelmatig voor, wat binnen de bestemming wonen mogelijk wordt gemaakt. Recreatie en toerisme Openluchtzwembad Natuurzwembad Zwemlust is een belangrijk recreatiegebied in de streek. Hiervoor wordt de bestemming recreatie opgenomen. De bestemming in het vigerende bestemmingsplan staat enkel het gebruik van openluchtzwembad toe. In lijn met de standaard regels is dit verruimd naar een algemene recreatie bestemming. Concreet houdt dat in dat ook bedrijven en organisaties in de recreatieve sector zijn toegestaan op de locatie. Het bebouwd oppervlakte is niet uitgebreid en het gebruik als evenemententerrein is expliciet uitgesloten. Uitzondering zijn kleinschalige evenementen passend bij het bestemde gebruik. Tevens is als voorwaarde gesteld dat voor alle recreatieve activiteiten voldoende parkeervoorzieningen aanwezig moeten zijn. De Hollandse Waterlinie en fort Nieuwersluis Het fort Nieuwersluis is onderdeel van de Hollandse Waterlinie.
De combinatie van verdedigingswerken en omliggende natuur- landschappelijke kenmerken heeft een hoge toeristisch- recreatieve waarde. Het gebruik van daghoreca en of horeca voor besloten bijeenkomsten is gereguleerd in vigerende bestemmingsplan. Ook het gebruik voor kleinschalige kantoorfunctie is reeds opgenomen. Om het toekomstig gebruik en daarmee de effecten voor de omgeving goed te blijven regelen is een actualisatie van de uitgangspunten en de planregels noodzakelijk. Zo moet bijvoorbeeld het gebruik gemaximaliseerd worden om de parkeerdruk op het terrein te kunnen blijven opvangen. De parkeerbehoefte kan daarmee op het eigen terrein blijvend ingevuld worden. Mijndensedijk 49 en 51 Op het perceel Mijndensedijk 49 en 51 was een kleine melkveehouderij gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd maar de bedrijfsbebouwing is nog niet gesloopt en de omliggende weidegronden zijn vervreemd. Het is duidelijk dat er op deze locatie geen “nieuwe” toekomstbestendige veehouderij gevestigd kan worden. Daarom is het niet wenselijk om de huidige agrarische bestemming, inclusief bouwvlak te handhaven. Via dit bestemmingsplan wordt daarom een woonbestemming op het perceel gelegd. In de planregels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke het mogelijk maakt de bestaande bedrijfsbebouwing te slopen en één nieuwe extra woning te realiseren.
Dit kan uitsluitend op hetzelfde perceel als Mijndensedijk 49 en 51. De beëindiging van het agrarische bedrijf op deze locatie heeft positieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Het aantal verkeersbewegingen over de Mijndensedijk wordt verminderd en door de bedrijfsbeëindiging neemt de stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000 gebied af. Het opnemen van een woonbestemming heeft geen negatieve gevolgen voor gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen. Stikstof Op het perceel is een agrarische bedrijfsvoering beëindigd en daarmee is ook de stikstofdepositie afkomstig van deze bedrijfsvoering komen te vervallen. Dit heeft, gelet op de korte afstand tot het Natura 2000 gebied van de Oostelijke Vechtplassen, een gunstig effect op de natuurwaarden. De gemeente hecht veel waarde aan het gunstige effect dat deze verandering met zich meebrengt maar beschikt niet over de middelen om de kwaliteitswinst juridisch-planologisch te verankeren. De Pagina 8
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
regelgeving wordt hoofdzakelijk op landelijk niveau bepaald en de uitvoering ligt bij de provincies. Het agrarisch bedrijf heeft in het verleden, via de provincie Utrecht, een vergunning gekregen in het kader van de Natuurbeschermingswet.
1.4
Leeswijzer
De toelichting is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 en 3 wordt het plangebied en kaderstellend beleid beschreven. In hoofdstuk 3 is ruim aandacht voor het cultuurhistorisch belang van het gebied. In Hoofdstuk 4 wordt een beschrijving gegeven van de onderzoeken die door Omgevingsdienst regio Utrecht zijn uitgevoerd voor milieuhygiënische situaties en externe veiligheid. In hoofdstuk 5 wordt de juridische opzet van het bestemmingsplan toegelicht. De systematiek van het bestemmingsplan en alle onderscheiden bestemmingen worden er kort toegelicht. De resultaten van het gevoerde overleg (ex art.10 Bro) alsmede de uitkomsten van de inspraakprocedure worden in hoofdstuk 6 belicht. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het bestemmingsplan.
Pagina 9
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
2. Ruimtelijk beleidskader In dit hoofdstuk worden de belangrijkste ruimtelijke beleidsdocumenten beschreven die kaderstellend zijn voor het bestemmingsplan Maarsseveense Plassen e.o..
2.1
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt binnen de gemeente Stichtse Vecht en betreft het dorp Nieuwersluis en een klein deel van het omliggende landelijk gebied. Het bestemmingsplan vervangt integraal hetzelfde plangebied van het nu nog geldende bestemmingsplan Nieuwersluis uit 2009.
Afb. 2: plangebied bestemmingsplan Nieuwersluis (rood omkaderd), luchtfoto PDOK-achtergrond De grens van het bestemmingsplan komt tevens overeen met de grens van het beschermd dorpsgezicht Nieuwersluis (zie 2.3). Enige aanvulling daarop is het perceel Mijndensedijk 49. Dit is toegevoegd om het ter plaatse geldende bouwvlak binnen één bestemmingsplan te situeren (nu is dat verspreid over twee bestemmingsplannen). De begrenzing van het plangebied wordt globaal gevormd door het Amsterdam Rijnkanaal in het westen, buitenplaatsen langs de Vecht in het noorden, de eerste noord-zuidgerichte wetering gelegen in polder Mijnden (oostelijk van de Vecht) en buitenplaatsen langs de rivier de Vecht in het zuiden. Rivier de Vecht vormt geen onderdeel van het op te stellen bestemmingsplan Nieuwersluis (zie 2.2).
2.2
Geldende bestemmingsplannen
Totdat het voorliggende plan rechtskracht verkrijgt, gelden voor het plangebied de volgende bestemmingsplannen: • Bestemmingsplan Nieuwersluis, vastgesteld 24 maart 2009 (NL.IMRO.0329.0017-0002); • ter plaatse van perceel Mijndensedijk 49: bestemmingsplan Landelijk gebied Noord, deels onherroepelijk in werking, vastgesteld 03-12-2015 (NL.IMRO.1904.BPNoordLGB-VG01). Pagina 10
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Omliggende en aangrenzende bestemmingsplannen Het omliggend gebied is vastgelegd in het bestemmingsplan Landelijk gebied Noord (deels onherroepelijk in werking (vastgesteld 03-12-2015)). Dat bestemmingsplan is consoliderend van aard en geldt voor het gehele noordelijke buitengebied van de gemeente Stichtse Vecht. Voor de daarbinnen gelegen dorpskernen gelden aparte bestemmingsplannen. Rivier de Vecht vormt geen onderdeel van het op te stellen bestemmingsplan Nieuwersluis. Specifiek voor de Vecht wordt het bestemmingsplan Herziening Ligplaatsen De Vecht (voorontwerp 04-092017) opgesteld. Het bestemmingsplan dient onder andere ertoe het ligplaatsenbeleid (niet zijnde woonschepenligplaatsen) te actualiseren. Woonschepenligplaatsen worden consoliderend in die actualisatie meegenomen. Het plangebied beslaat de gehele Vecht, voor zover deze is gelegen binnen de gemeentegrenzen. De waterloop van de Vecht wordt als enkelbestemming in dat bestemmingsplan opgenomen zodat een eenduidig planologisch regime ontstaat voor de hele rivier. De dubbelbestemmingen op de oever/kade van de Vecht (Waterkering, Natuurvriendelijke oever en Oeverzone) zijn wel onderdeel van het bestemmingsplan Nieuwersluis. Het bestemmingsplan Ligplaatsen De Vecht en het nieuwe bestemmingsplan Nieuwersluis moeten inhoudelijk goed op elkaar aansluiten.
Het bestemmingsplan Nieuwersluis richt zich op alle bouw en gebruiksmogelijkheden op de kade. Voor aanlegplaatsen en alle overige aanleg- en gebruiksmogelijkheden op De Vecht zal het bestemmingsplan Ligplaatsen De Vecht gelden. Er gelden dubbelbestemmingen die in beide bestemmingsplannen opgenomen worden.
2.3
Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, maart 2012) kiest het Rijk een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn. Het rijk legt een grotere rol bij provincies en gemeenten via het principe ‘decentraal, tenzij…’-principe. Dit houdt in dat het Rijk enkel direct inbreng levert op ruimtelijke plannen indien dit bijvoorbeeld provincieoverschrijdend is. Een ander voorbeeld is als het een onderwerp betreft waarover internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld voor werelderfgoed (in dit bestemmingsplan het fort Nieuwersluis). Het Rijk stuurt daarbij aan op ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationaal unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten geven identiteit aan een gebied en zijn van belang voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat en daarmee voor de concurrentiekracht van Nederland. Het Rijk is verantwoordelijk voor het cultureel en natuurlijk UNESCO-werelderfgoed (inclusief de voorlopige lijst), kenmerkende stads- en dorpsgezichten, rijksmonumenten en cultuurhistorische waarden in of op de zeebodem. Een uitwerking van de SVIR is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, met als doel bij ontwikkeling te komen tot een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
Planspecifiek Specifiek op het onderwerp werelderfgoed is er raakvlak tussen het rijksbeleid uit de SVIR en het onderhavig bestemmingsplan, vanwege de beoogde voordracht van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) als UNESCO-werelderfgoed (zie hieronder). Daarnaast geldt het plangebied als beschermd dorpsgezicht en zijn er vele rijksmonumenten in het dorp Nieuwersluis. Behoud van cultuurhistorie is voor het bestemmingsplan Nieuwersluis daarmee een belangrijk kader vanuit het Rijk.
Pagina 11
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Door het nationale karakter van de SVIR en daar tegenover de kleine schaal en het consoliderend karakter van onderhavig plan, heeft bestemmingsplan Nieuwersluis verder geen direct raakvlak met het nationale beleid. Er zijn geen ontwikkelingen waar de Ladder op van toepassing is. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan niet in strijd is met de SVIR. Bij de totstandkoming van dit plan zijn milieuaspecten als bodem-, water- en luchtkwaliteit afgewogen tegen de nationale normen die het Rijk hiervoor heeft opgesteld. In hoofdstuk 4 wordt hier nader op ingegaan. Op de milieuaspecten ontstaat geen strijdigheid met de SVIR. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011) Om uitvoering te geven aan de SVIR, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven dat van Rijksbelang is en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Voor het plangebied betreft het de volgende nationale belangen: 1. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde (naast de NHW zijn dat Romeinse Limes, de Beemster en de Stelling van Amsterdam); 2. rijksvaarwegen en veiligheid rond rijksvaarwegen; 3.
ecologische hoofdstructuur (thans NNN); 4. primaire waterkeringen buiten het kustfundament. Planspecifiek Ad 1: Het plangebied is gelegen in het gebied NHW. Op basis van de Barro is dit aangewezen als gebied met Erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. De Barro schrijft voor dat de kernwaarden op provinciaal niveau verder uitgewerkt en vastgesteld dienen te worden. Bij de behandeling van het provinciale beleid (zie 2.4) is aangegeven hoe voldaan wordt aan het beleid en de kernkwaliteiten die voor dit gebied geformuleerd zijn: 1. Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen negentiende en twintigste-eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit: – inundatiegebieden; – zone met verdedigingswerken als forten, batterijen, lunetten betonnen mitrailleurkazematten en groepsschuilplaatsen in hun samenhang met de omgeving; – voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied) rondom de forten; – waterwerken als waterlichamen, sluizen, inlaten, duikers, en dijken functionerend in samenhang met verdedigingswerken en inundatiegebieden; – overige elementen als beschutte wegen, (resten van) loopgraven en tankgrachten; – de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; – de historische vestingstructuur van de vestingsteden Muiden, Weesp, Naarden, Nieuwersluis, Gorinchem en Woudrichem; 2.
Grote openheid; 3. Groen en overwegend rustig karakter. Ad 2: Langs rijksvaarwegen wordt een vrijwaringszone opgenomen (25 meter aan weerszijden van een rijksvaarweg van CEMT-klasse IV, V of VI) en wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart, de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.
Pagina 12
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Ad 3: Een deel van het plangebied is gelegen in het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Voor dit onderwerp wordt in de Barro eveneens voorgeschreven dat het op provinciaal niveau verder uitgewerkt moet worden (zie 2.4). De beschrijving van de te beschermen waarden en hoe hieraan voldaan kan worden, komt ook in hoofdstuk 4 van deze toelichting expliciet aan bod, bij Ecologie en bij Bedrijven en milieuzonering. Ad 4: Voor gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van primaire waterkering hebben, wordt de bestemming Waterkering opgenomen. Gronden die deel uitmaken van een beschermingszone wordt de gebiedsaanduiding Vrijwaringszone – dijk opgenomen, indien de primaire waterkering een dijk is en wordt voor de overige gevallen de gebiedsaanduiding Vrijwaringszone – waterstaatswerk opgenomen. Doordat voorliggend plan aan het provinciale beleid voldoet, kan geconcludeerd worden dat het plan in overeenstemming is met het Barro. Linieperspectief Panorama Krayenhoff Voor het nationale project NHW is het rapport Linie-perspectief Panorama Krayenhoff opgesteld (vernoemt naar de ontwerper van de Linie). Het rapport is in december 2003 door het kabinet vastgesteld en omarmd door de vijf provincies waarbinnen de Linie ligt.
Het Panorama Krayenhoff geldt als leidraad voor de ontwikkeling van de Linie en gaat uit van het principe ‘behoud door ontwikkeling’. Uitgangspunt is planologische doorwerking door bescherming van de Linie via de Monumentenwet en via bestemmingsplannen. Voor actieve ontwikkelingen zijn uitvoeringsplannen per deelgebied ontwikkeld. In het rapport is aangegeven dat de Linie haar defensieve betekenis heeft verloren en een nieuwe betekenis heeft gekregen van landschap als collectief geheugen en in een nieuwe benadering van waterbeheer. Gestreefd wordt naar de ontwikkeling als nationale geheugensteun, als megasingel door de deltametropool en als schakel in de waterbeheersing. Voor het herstel van de eenheid in de NHW is ontwikkeling op drie niveaus voorgesteld: 1. projecten gericht op reconstructie, renovatie of transformatie van de hoofdverdedigingslijn als landschapslijn, van de forten als verblijfsplaatsen en landschap-ecologische stepping stones, en van de waterstaatswerken als cruciale historische componenten; 2. projecten gericht op het waarneembaar maken van de werking van de NHW; 3. ondersteunende projecten in de sfeer van toerisme en woon- en werkgelegenheid. Planspecifiek Nieuwersluis valt in het deelgebied Vechtstreek-Zuid.
Vanuit het Linieperspectief worden de volgende projecten voorgesteld die betrekking hebben op het plangebied: • voorzien van (een deel van) fort Nieuwersluis van nieuwe functies, door ruimere gebruiksmogelijkheden voor het fort en het etaleren van verschillende defensiewerken; • wandelpaden langs de Vecht versterken en daartoe het jaagpad tussen Loenen aan de Vecht en Nieuwersluis herstellen en doortrekken; • benutten van mogelijkheden om de kwaliteiten van de Linie te combineren met de aanleg van een robuuste ecologische verbinding door de streek (Groene Ruggengraat). Gestreefd wordt enkele forten op te nemen in het project als ecologische stapsteen met een bijbehorende inrichting. In het provinciaal beleid zijn deze ambities herkenbaar, zoals o.a. verbeeld in de cultuurhistorische Atlas van de Provincie Utrecht (zie ook 2.4.5).
Pagina 13
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
afb. 3a Nieuwe Hollandse Waterlinie (bron: nieuwehollandsewaterlinie.nl) Aanwijzing Nieuwe Hollandse Waterlinie als beschermd rijksmonument en UNESCO De Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW) is een enorme verzameling van rijksmonumenten met 46 forten, vijf vestingsteden en honderden bunkers, sluizen en dijken. De aanwijzing betekent dat nagenoeg alle bouwwerken in de NHW beschermd zijn. Binnen het plangebied ligt het fort Nieuwersluis. Het fort Nieuwersluis kent al een bescherming als rijksmonument sinds 2013. De schootsvelden van het fort Nieuwersluis liggen deels binnen het plangebied. Voor deze schootsvelden gold lange tijd de Kringenwet, die tot doel had om de schootsvelden rond de vestingwerken van de NHW vrij te houden wat betekende dat hier slechts beperkt mocht worden gebouwd afhankelijk van de Pagina 14
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
afstand tot het fort. In de Eerste verboden kring werd uitsluitend in hout gebouwd; in de tweede verboden kring werd hout met een stenen fundering gecombineerd. In de derde verboden kring werd meer toegestaan en kon bij oorlogsdreiging alles worden verwijderd, dit voor eigen risico van de eigenaar. In het aanwijzingsprogramma van de Linie is opgemerkt dat het verantwoord omgaan met de open schootsvelden voor het duurzame behoud van de Linie als systeem ook voor de toekomst noodzakelijk wordt geacht. De schootsvelden zijn echter niet meegenomen in het aanwijzingsprogramma. In het aanwijzingsprogramma wordt voorgesteld de doorvertaling te laten plaatsvinden in de ruimtelijke ordening middels een gebiedsbescherming. Werelderfgoedlijst van UNESCO De NHW staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO, als uitbreiding van de Stelling van Amsterdam. Begin 2019 overhandigt de minister van OCW de uitbreidingsnominatie aan de UNESCO in Parijs. Daarna volgde een internationale beoordeling en sinds 26 juli 2021 2021 is bekend geworden dat de NHW daadwerkelijk het UNESCO-label mag dragen.
In het kader van de voordracht tot aanwijzing als werelderfgoed is een (ruimtelijke) verkenning opgesteld als één van de bouwstenen van de koers voor de toekomst van de NHW en Stelling van Amsterdam als (toekomstig) werelderfgoed (Linieperspectief 2030 linielint in de delta stelling van Amsterdam en NHW, februari 2017). De beschermende werking van het Werelderfgoed betekent dat de kernkwaliteiten van de NHW niet aangetast mogen worden. Die kernkwaliteiten bestaan uit het samenhangende systeem van strategisch landschap, militaire werken en waterstaatkundige objecten. Nieuwe ontwikkelingen mogen de visuele integriteit van de Linie niet aantasten. De begrenzing uit het UNESCO nominatiedossier is verbeeld en beschreven op de site geo-point.provincie-utrecht.nl. Onderstaande afbeelding is daar een uitsnede van:
afb. 3b Nieuwe Hollandse Waterlinie (bron: geo-point.provincie-utrecht.nl)
Pagina 15
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Oude Hollandse Waterlinie De Oude Hollandse Waterlinie (OHW) is de eerste waterlinie die het economisch hart van ons land moest verdedigen en die in het Rampjaar 1672 in werking is gesteld. De OHW liep net als haar opvolger van de voormalige Zuiderzee naar de Biesbosch, echter via een westelijker tracé en veel minder uitgewerkt. De OHW leunde sterk op de vestingsteden met daartussen enkele eenvoudige veldschansen, aarden werken zonder bebouwing. Vesting Nieuwersluis en de vestingsteden Woerden en Oudewater maakten deel uit van deze waterlinie. Gezien het geringe aantal overgebleven schansen zijn slechts een enkele verdedigingswerken in het provinciale omgevingsbeleid opgenomen. Het accent ligt hier op het benutten van meekoppelkansen om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de werken te verbeteren. 2.3.5
Erfgoedwet en archeologie
Per 1 juli 2016 geldt de Erfgoedwet, één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Deze Wet vervangt de Monumentenwet 1988. De Erfgoedwet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (over behoud en beheer van het archeologische erfgoed) blijven in de Erfgoedwet de basis van de Nederlandse omgang met archeologie. De bescherming van archeologische waarden wordt door de Erfgoedwet grotendeels bij de gemeenten neergelegd. Gemeenten zijn sinds 2007 verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. De bescherming van archeologische waarden krijgt gestalte door het opnemen van voorschriften in het bestemmingsplan ten aanzien van de afgifte van een omgevingsvergunning voor bodemverstorende activiteiten in die gebieden die als archeologisch waardevol zijn aangemerkt. In hoofdstuk 3 wordt uitgebreid ingegaan op de cultuurhistorische waarden van Nieuwersluis.
2.4
Provinciaal beleid
De provincie Utrecht werkt vanaf 1 april 2021 met de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening. Deze zijn op 10 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. Ook het bijbehorende Milieueffectrapport (planMER) is op die datum vastgesteld. Met de interim Omgevingsverordening overbrugt de provincie de periode totdat de Omgevingswet in werking treedt. De ruimtelijke gevolgen zijn beperkt omdat het veelal om een beleidsneutrale omzetting van de provinciale structuurvisie (2016) en provinciale ruimtelijke verordening gaat. 2.4.1 Omgevingsvisie provincie Utrecht De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. We combineren bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers.
Pagina 16
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij vinden we voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren) zorgen we er juist voor dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen. Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zon- en windenergie. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar we voor staan kan de provincie niet alleen oplossen. Samenwerking met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie en medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen we onze ambities bereiken. We voeren het beleid van de Omgevingsvisie uit met behulp van de Omgevingsverordening en Programma’s (zie volgende paragraaf). Planspecifiek Het gebied Nieuwersluis is onderdeel van het landelijk gebied van Utrecht, met belangrijke waarden in cultuurhistorie, landschap en natuur. De volgende voor het plangebied belangrijke waarden zijn benoemd: historische buitenplaatszone en militair erfgoed / NHW, NNN en groene contour, landbouw(kern)gebied en recreatiegebied.
De aanwezigheid van deze (overwegend gevoelige) gebieden en kernmerken zorgt ervoor dat het bestemmingsplan consoliderend van aard is en in overeenstemming met de Provinciale Omgevingsvisie. 2.4.2 Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan. Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. Programma’s Om het beleid uit te voeren hebben we niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven.
Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij houden we ook rekening met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de provincie duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie een ontwikkeling stimuleren, de andere keer zorgen we ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. Planspecifiek Het bestemmingsplan is gelegen in twee cultuurhistorisch waardevolle gebieden: Groene Hart en NHW. In de Omgevingsverordening zijn daarover specifieke eisen of voorwaarden opgenomen. De toelichting op een ruimtelijk plan dient een beschrijving van de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden te bevatten (zie 3.1 en 3.2 in dit bestemmingsplan), alsmede het door de Pagina 17
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
gemeente te voeren beleid ter zake en van de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan. Groene Hart Voor dit landschap wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: 1. openheid; 2. (veen)weidekarakter (incl. strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.); 3. landschappelijke diversiteit; 4. rust & stilte. Bij ontwikkelingen in het landschap van het Groene Hart staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap centraal. Daarbij dienen de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut te worden om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en te versterken. Enkel en alleen het accent leggen op rust en stilte doet geen recht aan het Groene Hart. Het waarborgen van rust vraagt ook het bieden van ruimte voor vormen van dynamiek. Daarbij ligt de focus op het vergroten van de contrasten in rust en dynamiek tussen de agrarische landschappen van de velden en de dynamische landschappen van de oude stroomruggen. De provincie vraagt zorgvuldig om te gaan met de open, lege ruimte en de dynamiek te concentreren in specifieke ‘zones’. In de verordening staat aangegeven dat beschreven moet worden op welke wijze met verandering in de beschreven gebied omgegaan wordt. Zoals aangegeven heeft voorliggend bestemmingsplan een consoliderend karakter en treden er dus geen veranderingen op.
Een nadere beschrijving is dan ook niet noodzakelijk. Nieuwe Hollandse Waterlinie Voor dit landschap wil de provincie de volgende kernkwaliteiten behouden en versterken: 1. samenhangend stelsel van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; 2. groen en overwegend rustig karakter; 3. openheid. Bij ontwikkelingen in het landschap van de NHW stelt de provincie het zichtbaar maken en behouden van het systeem van de NHW centraal. Deze ambitie richt zich op zowel de losse onderdelen zelf als op het beleefbaar houden en herstellen van de samenhang tussen de delen. Zo hebben forten geen functie voor zichzelf, maar zijn gebouwd ter verdediging van een bepaald acces. Die relatie tussen fort en acces dient gerespecteerd te worden, alsmede de relatie tussen fort, acces en inundatievelden. De forten hadden vrij zicht en schootsrichting nodig over acces en inundatievelden. De inundatievelden camoufleerden en hinderden na overstroming de verbindingswegen door het gebied. Opgaande beplanting, infrastructuur of bebouwing welke de gecamoufleerde structuur kon duiden moest verwijderd kunnen worden. Openheid versterkt de beleving van de inundatievelden. Natuur Netwerk Nederland Overeenkomstig het Barro (zie 2.3) worden bij provinciale verordening de gebieden aangewezen die het natuurnetwerk Nederland (NNN) vormen.
Het NNN is een netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden welke in 1990 als EHS in het ruimtelijk beleid is opgenomen om de achteruitgang van biodiversiteit te stoppen en soorten voor de lange termijn te behouden. Voor NNNgebieden is aangegeven dat een ruimtelijk plan bestemmingen en regels bevat die de wezenlijke kenmerken en waarden beschermen, in stand houden en ontwikkelen. Tevens bevat een ruimtelijk plan geen nieuwe bestemmingen en regels die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.
Pagina 18
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Voorliggend bestemmingsplan betreft een overwegend consoliderend plan. Er vinden geen ontwikkelingen plaats die aantasting van het NNN tot gevolg hebben. Digitale kaarten Omgevingsverordening In de verordening (en via ruimtelijkeplannen.nl) zijn de kaarten in te zien die betrekking hebben op de regels: • Watersysteem kaart 1 t/m 4 • Ondergrond en bodem kaart 1 en 2 • Bereikbaarheid en mobiliteit kaart 1 t/m 3 • Energie kaart 1 • Natuur kaart 1 t/m 3 • Cultuurhistorie en landschap kaart 1 en 2 • Landbouw kaart 1 • Wonen en werken en recreëren kaart 1 t/m 4 Ter toelichting op kaart Ondergrond en bodem kaart 1: Dit betreft de beschermingszone oppervlaktewaterwinning (langs Amsterdam- Rijnkanaal en langs het afwateringskanaal aan de Oostkanaaldijk). De Beschermingszone oppervlaktewaterwinning omvat het oppervlaktewater zelf en een zone van 100 meter langs de waterkant aan beide zijden. In de Verordening is vastgelegd dat rekening gehouden moet worden met het drinkwaterbelang (de wijze waarop staat in de Handreiking ruimtelijke bescherming drinkwaterwinningen). Het Gebiedsdossier Nieuwersluis 2019 vormt de basis voor de gezamenlijke gebiedsaanpak. Het innamepunt Nieuwersluis wordt in de toekomst mogelijk vaker ingezet voor drinkwaterwinning. Dit als gevolg van de plannen om naast de Waterleidingplas ook de Loenderveense Plas Oost te betrekken bij het drinkwaterproductieproces.
Hierbij zal naast Bethunepolderwater een grotere hoeveelheid water uit het Amsterdam-Rijnkanaal gebruikt moeten worden. Hierdoor krijgt het innamepunt van Nieuwersluis een nog grotere betekenis. Conclusie Provinciale Omgevingsverordening Algemene conclusie is dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de Provinciale Omgevingsverordening. 2.4.3 Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 Het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 (dec 2015) legt het beleid op basis van de provinciale wettelijke taken voor bodem, water en milieu vast voor de periode 2016-2021. Het plan richt zich op vier belangrijke maatschappelijke opgaven: waterveiligheid en wateroverlast, schoon en voldoende oppervlaktewater, ondergrond en leefkwaliteit stedelijk gebied. De opgaven vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) maken onderdeel uit van dit plan. Het plan diende als een bouwsteen voor de Omgevingsvisie. De uitwerking van dit beleid staat beschreven in de Uitvoeringsagenda Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021. De thema’s (en bijbehorende kaarten op https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl) zijn vooral van belang voor provinciale beleidstaken. Voor het plangebied zijn de gebiedsthema’s waterveiligheid (waterkeringen), zwemwater (Vecht, Wetering en Natuurbad), geluidhinder (N402) relevant.
2.4.4 Toekomstbestendig watersysteem Amsterdam Rijnkanaal en Noordzeekanaal (ARK/NZK) Het watersysteem Amsterdam-Rijnkanaal/Noordzeekanaal (ARK-NZK) vervult een belangrijke rol voor de zoetwatervoorziening en het beperken van wateroverlast in West-Nederland. Waterbeheerders en provincies Utrecht en Noord-Holland zijn daartoe een gebiedsoverstijgend traject gestart voor een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting: Toekomstbestendig watersysteem ARK/NZK-gebied. Met dit traject worden randvoorwaarden van het watersysteem in beeld gebracht. Het doel is het hele watersysteem robuust te maken in samenhang met de functies en ruimtelijke ontwikkelingen. Pagina 19
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Bestrijding van wateroverlast, verzilting en droogte en ruimtelijke adaptatie worden hiertoe in samenhang aangepakt en verbonden met ruimtelijke ordening, waterkwaliteit, ecologie en energie. De overheden verbinden hiernaast de opgaven - van lokaal tot nationaal niveau - en zoeken hiervoor oplossingen in nauwe samenwerking met de andere stakeholders. 2.4.5 Historische buitenplaatsen De Provincie Utrecht heeft bijna 300 historische buitenplaatsen. De buitenplaatsen zijn onvervangbaar erfgoed, maar vergen intensief onderhoud en raken gedeeltelijk verwaarloosd. Ook de toegankelijkheid van deze pareltjes in het landschap kan beter. Daarom heeft de provincie in 2012 een uitvoeringsagenda 2012-2015 Historische Buitenplaatsen opgesteld die met hulp van het Platform Utrechtse Buitenplaatsen en andere partners is uitgevoerd en positief geëvalueerd. In de Cultuurnota ‘Alles is NU’ 2016-2019 zijn de buitenplaatsen opnieuw als prioritair erfgoedthema benoemd. Provinciale buitenplaatsbiotoop De provincie wil haar waardevolle historische buitenplaatsen voor de toekomst behouden en versterken. In de Ruimtelijke Structuurvisie heeft Utrecht negen buitenplaatszones benoemd, waaronder de Vecht.
Als handreiking voor eigenaren, gemeenten en adviseurs heeft de provincie het instrument De Utrechtse Buitenplaatsbiotoop (oktober 2014) met een digitaal kaartbestand ontwikkeld, een informatiebestand van ruimtelijke kenmerken van de buitenplaatszones én van de afzonderlijke buitenplaatsen binnen die zones.
Afb 4: uitsnede buitenplaatsbiotoop van de Vecht (bron: provincie Utrecht) Pagina 20
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Planspecifiek Een gedeelte van het plangebied ligt binnen de zone van de buitenplaatsbiotoop van de Vecht, zie bovenstaande uitsnede het rapport De Utrechtse Buitenplaatsbiotoop. 2.4.6 Check provinciale digitale Atlas De provincie heeft een eigen digitale Atlas (Webkaart) beschikbaar met alle beschikbare (ruimtelijke) omgevingsinformatie op kaart (webkaart.provincie-utrecht.nl). Dit is ingedeeld in thema’s. Voor het plangebied is beoordeeld welke thema’s relevant zijn. Een deel van de thema’s is informatief, een ander deel leidt tot vertaling in regels in het bestemmingsplan, omdat deze rechtstreeks verband houden met de PRS en PRV. De volgende kaarten zijn een hulpmiddel geweest om de bestemmingen en waarden correct op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding weer te geven: • Bodem, w.o. geologie / geomorfologie (er zijn geen aardkundige waarden in het plangebied); • Cultuurhistorie; • Landschap kwaliteitsgids landschappen; • Gezondheidsknelpunten (geluid, geur, lucht); • Externe veiligheid (routes gevaarlijke transport, gastransport, groepsrisici spoor/weg); • Waterveiligheid primaire waterkeringen (Amsterdam-Rijnkanaal); • Waterveiligheid regionale waterkeringen (Vecht, Wetering en Fortomwalling) en vrijwaringszones; • Woonschepen.
2.5
Gemeentelijk beleid Toekomstvisie Stichtse Vecht 2013-2040 Focus op morgen
In de Toekomstvisie (vastgesteld 29 januari 2013) wordt ingegaan op de kernkwaliteiten van de gemeente en aan de hand van trends & ontwikkelingen en opgaven & kansen de beleidskoers aangescherpt. De Toekomstvisie vormt de basis voor uitwerkingen via te ontwikkelen deelvisies. De kernkwaliteiten worden voor een belangrijk deel gevormd door de ligging en historie van de gemeente en de diversiteit: landelijk en dorps tot stedelijk groot en druk. In de visie worden erfgoedwaarden als de vele buitenplaatsen, de monumenten, de Vecht en de karakteristieke Vechtdorpen benoemd als kernkwaliteiten die de leefomgeving versterken en toekomstwaarde geven. Om het landschap en de cultuurhistorische waarden in stand te kunnen houden, is creativiteit nodig, bijvoorbeeld door op duurzame wijze meer toerisme en recreatie langs de Vecht, in het plassengebied en open weidegebied mogelijk te maken. Agrariërs worden gezien als beheerder en dragers van het landschap. Door ruimte te bieden aan verbreding van functies kunnen agrariërs behouden blijven voor de gemeente. Bij verbreding gaat het om kleinschalige nevenactiviteiten zoals bed & breakfast, agritoerisme, kamperen bij de boer, educatieve activiteiten en verkoop van agrarische producten.
Tot slot is er aandacht voor het leefbaar houden van het landelijk gebied en de kleine kernen door ruimte te bieden aan de bewoners om activiteiten te ontplooien, zoals beroepen en bedrijfjes aan huis. Planspecifiek Het bestemmingsplan Nieuwersluis is consoliderend van aard, maar biedt indirect ruimte om mee te bewegen met trends en ontwikkelingen op het gebied van recreatie en toerisme, zolang het geen afbreuk doet aan de huidige functies en kwaliteiten van het gebied.
Pagina 21
Toelichting, Bestemmingsplan Nieuwersluis, Stichtse Vecht
Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan (GVVP) In het Gemeentelijk Verkeer en Vervoersplan (GVVP, 2013) is een wegencategorisering opgenomen. Zowel de inrichting van de wegen als de toegestane snelheid dienen te zijn afgestemd op de functie van de weg. In het GVVP wordt onderscheid gemaakt in stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en erftoegangswegen. De laatste twee categorieën komen voor binnen het plangebied. In het GVVP wordt ook gewezen op recreatief verkeer dat soms als overlastveroorzakend wordt gezien (bijv. motorrijders en toerrijders per auto). Daarnaast is beoogd om vervoer per touringcar over de smalle Vechtwegen zoveel mogelijk te beperken. In de GVVP is de wens opgenomen om toeristisch verkeer te faciliteren door de ontwikkeling van Toeristische Overstappunten (TOP’s), van waaruit toeristen hun weg kunnen vervolgen met schone en stille vervoersmiddelen. Planspecifiek De Rijksstraatweg (N402) is een gebiedsontsluitingsweg, met diverse snelheidsregimes binnen en buiten de kom variërend van 30 tot 80 km/h. De Mijndensedijk en het Zandpad en de straten binnen het dorp zijn erftoegangswegen. Voor de Mijndensedijk geldt 30 km-regime en het Zandpad is ingedeeld in deels 30 en deels 60 km/h. Gezien het conserverende karakter is het voorliggend bestemmingsplan in lijn met het GVVP. In de planregels, onder parkeernoren, wordt verwezen naar deze nota.
Vereist wordt dat de parkeeroplossingen moeten voldoen aan de parkeernormen uit de nota. Basisuitgangspunt voor parkeren is dat bewoners en bedrijven de parkeerbehoefte op eigen terrein opvangen en niet afwentelen op de openbare ruimte. Binnen Stichtse Vecht is in 2017 een TOP gerealiseerd bij de hoofdentree van het recreatiegebied De Maarsseveense Plassen. In het plangebied is geen TOP. Waardevol Toerisme Stichtse Vecht 2021-2023 Het Beleidsplan Waardevol Toerisme Stichtse Vecht 2021-2023 vormt de actualisatie van het toeristisch-recreatief Beleidsplan Recreatie en Toerisme “Water Verbindt” (2014) van de gemeente Stichtse Vecht. Het is gedeeltelijk geschreven in de maanden voordat de coronacrisis toesloeg en gedeeltelijk tijdens de coronacrisis in 2020. Het werpt een blik op een gewenste gebalanceerde aanpak van toerisme in de gemeente Stichtse Vecht voor de periode tot 2030 met hierbij een concrete uitvoeringsagenda voor de jaren 2021, 2022, en 2023. Met een gebalanceerde aanpak bedoelen we dat de toeristisch-recreatieve ontwikkeling in balans dient te zijn met erfgoed, cultuur, natuur en leefbaarheid. We willen hierbij meer aandacht geven aan het verlichten van overlast en drukte.
Separaat van het voorliggende beleidsplan is in 2020 een Herstelplan vastgesteld door het college van B&W met concrete projecten om het herstel van de toeristisch-recreatieve sector in Stichtse Vecht te steunen. Dit projectplan is in 2020 uitgevoerd. De verwachting is dat herstel van de coronacrisis voor de toeristisch-recreatieve sector ten minste tot en met 2022 zal duren. Dit beleidsplan is vanuit een positieve blik opgesteld. Want ondanks de coronacrisis en ondanks een aantal zaken die verbetering verdienen, kunnen we dankzij het rijke cultureel erfgoed en de fraaie rivier de Vecht ontspannen in een van de mooiste gemeenten van Nederland. De inzet is om deze kwaliteiten te koesteren, deze waar mogelijk te versterken en tegelijkertijd oog te hebben voor het in stand houden van voldoende banen en bestedingen van recreanten en toeristen. Het beleidsplan borduurt voort op het Kompas voor Kwaliteitstoerisme dat lokale vertegenwoordigers in 2019 aan de gemeente hebben aangeboden. Verder kan het beleidsplan worden gezien als een lokale doorvertaling van het in 2018 verschenen landelijke Perspectief Nederland 2030 dat de provincies en het ministerie van EZK hebben omarmd. Hierin is de ambitie uitgesproken dat toerisme in 2030 van toegevoegde waarde is voor alle Nederlanders. De perceptie van overlast van bewoners wordt voor het eerst vroegtijdig betrokken in het beleid.