Ontwerpbegroting BghU 2022 en meerjarenperspectief 2023-2025.pdf
Tekst van het document
Taakveld
0.63
Parkeerbelasting
8,14%
€ 697.742
€ 466.934
€ 344.233
€ 1.508.909
Taakveld
0.64
Overige belastingen
27,94%
€ 2.394.253
€ 1.602.253
€ 1.181.210
€ 5.177.716
Taakveld
1.1
Crsisib. & Brandweer
0,00%
€-
€-
€-
€-
Taakveld
1.2
Openbare Orde
0,01%
€ 610
€ 408
€ 301
€ 1.319
Taakveld
2.1
Verkeer en vervoer
0,01%
€ 581
€ 389
€ 287
€ 1.257
Taakveld
2.2
Parkeren
0,00%
€ 394
€ 264
€ 194
€ 852
Taakveld
2.3
Recreatieve havens
0,00%
3.3
Bedrijfsloket en regel.
0,04%
€ € 2.445
Taakveld
3.4
Economische promotie
0,18%
€ 15.402
€ 10.307
Taakveld
7.2
Riolering
16,58%
€ 1.420.818
€ 950.822
€ € 1.802 € 7.598 € 700.964
€-
Taakveld
€ € 3.653
€ 3.072.604
Taakveld
7.3
Afval
11,95%
€ 1.023.803
€ 685.137
€ 505.095
€ 2.214.035
Taakveld
7.5
0,06%
€ 4.912
€ 3.287
€ 2.424
€ 10.623
Taakveld
8.3
Begraafplaatsen Crem. Wonen en Bouwen
0,95%
€ 81.126
€ 54.290
€ 40.023
€ 175.439
100,00%
€ 8.568.814
€ 5.734.317
€ 4.227.444
€ 18.530.574
58%
42%
€ -8.568.814
€ 4.969.912
€ 3.598.902
€ -
€-
€ 10.704.229
€ 7.826.345
€ 18.530.574
&
Percentage aandeel in overhead Doorberekening Overhead
€ 7.900 € 33.307
25
3.3 Kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BghU bestonden uit investeringen in het ICT-landschap. Deze activa werden in 5 jaar afgeschreven. Aangezien het contract met de ICT leverancier conform de aanbestedingsvoorwaarden met 4 jaar werd verlengd tot mei 2022, zijn geen afschrijvingslasten meer opgenomen in de nieuwe (ontwerp)begroting 2022 en het meerjarenperspectief 2023-2025. Doordat BghU in de aanbesteding 20232025 uit gaat van SaaS als leidend principe is dat ook niet nodig. De lasten worden opgevangen in de exploitatie.
26
3.4 Financiering BghU mag alleen gelden aantrekken voor haar uitvoeringstaak. Dit betekent dat alleen geld wordt aangetrokken voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en er wordt ook geen gebruik gemaakt van financiële instrumenten (derivaten, opties en dergelijke). BghU is bij het aantrekken van vreemd (kort en lang) vermogen gehouden aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de ”Wet Financiering decentrale overheden” (Wet Fido). BghU dient te voldoen aan de wettelijke kasgeldlimiet en renterisiconorm. Bij wet van 11 december 2013 tot wijziging van de Wet financiering decentrale overheden zijn decentrale overheden verplicht hun overtollige liquide middelen aan te houden in 's Rijks schatkist (verplicht schatkistbankieren). Schatkistbankieren houdt in dat decentrale overheden al hun overtollige middelen aanhouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Dit houdt in dat geld en vermogen niet langer bij bijvoorbeeld banken buiten de schatkist mogen worden aangehouden. Schatkistbankieren Het naleven van de BBV betekent onder andere dat een organisatie bij het aantrekken van vreemd (kort en lang) vermogen gebonden is aan de financierings-voorschriften zoals die zijn vastgesteld in de ”Wet Financiering decentrale overheden”.
BghU is dan ook verplicht om gebruik te maken van het schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat instellingen hun liquide middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën. Door gebruik te maken van schatkistbankieren verlaat publiek geld de schatkist pas op het moment dat de middelen benodigd zijn voor de uitvoering van een publieke taak. Men hanteert hierbij wel drempelbedrag. Het drempelbedrag is een gemiddelde per kwartaal. Het drempelbedrag is een minimumbedrag (afhankelijk van de omvang van de decentrale overheid) dat een organisatie gemiddeld buiten de schatkist mag houden. De drempel is gelijk aan 0,75% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen met een onder drempel van € 250.000,-. BghU confirmeert zich daarom aan de onder drempel van € 250.000,Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft de grens aan tot welk bedrag lagere overheden hun activiteiten met kort geld mogen financieren. Gemeenschappelijke regelingen mogen 8,2% van het begrotingstotaal financieren met kort geld. BghU heeft juridisch de mogelijkheid dit bedrag te lenen in een zogenaamde “kortgeld constructie”. Daar wordt geen gebruik van gemaakt en de verwachting is dat dit in de komende jaren zo blijft.
Liquiditeitspositie Met de deelnemende partijen is overeengekomen dat iedere deelnemer bij aanvang van een kwartaal vijfentwintig procent van de jaarlijkse bijdrage voldoet. Mocht BghU onverhoopt middelen tekort komen, dan beschikt BghU over een rekening courant krediet van € 3.000.000 bij de huisbank. Balanspositie per 2020 en meerjarenprognose Balans voor resultaatbestemming 2020
Prognose 2021
Prognose 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
VASTE ACTIVA Materiële Vaste Activa
€
312.132 €
-
VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met rentetypische looptijd < 1 jaar Overlopende activa
€ €
4.366.729 € 826.538 €
3.668.000 € 820.000 €
3.668.000 € 820.000 €
3.668.000 € 820.000 €
3.668.000 € 820.000 €
3.668.000 820.000
€
-
€
-
€
-
€
-
Activa €
5.505.399 €
4.488.000 €
4.488.000 €
4.488.000 €
4.488.000 €
4.488.000
EIGEN VERMOGEN Algemene reserve Bestemmingsreserve Te bestemmen resultaat
€ € €
437.870 € 50.000 € 939.870
105.870 € €
105.870 € €
105.870 € €
105.870 € €
105.870 -
VREEMD VERMOGEN Voorziening proceskostenvergoeding
€
259.350 €
-
€
-
-
-
-
-
VASTE PASSIVA Vaste schulden met rentetypische looptijd Onderhandse leningen van binnenlandse bank VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met rentetypische looptijd
€
€
€
€
€
3.818.309 €
4.382.130 €
4.382.130 €
4.382.130 €
4.382.130 €
4.382.130
Passiva €
5.505.399 €
4.488.000 €
4.488.000 €
4.488.000 €
4.488.000 €
4.488.000
27
Bovenstaande tabel maakt inzichtelijk dat door het overgaan naar een SaaS-tenzij principe er niet meer in activa geïnvesteerd wordt. Dat betekent ook dat de liquiditeitspositie gelijk blijft. Materiële vaste activa heeft BghU straks vanaf 2021 dus niet meer. Voor de vlottende activa geldt dat de uitzettingen met rentetypische looptijd < 1jaar bestaan uit middelen die per eindejaar in de schatkist staan (over het algemeen de middelen die nog aan deelnemers moeten worden afgedragen) en het saldo liquide middelen. Dat is niet exact te voorspellen en daarom is een aanname gemaakt dat deze waarden gelijk blijven. Hetzelfde geldt voor de overlopende activa. Aan de passivazijde van de balans is het eigen vermogen bij de huidige stand van zaken bevroren. Het te bestemmen resultaat 2020 wordt in zijn geheel aangewend voor de ICT-implementatie in 2021. De netto vlottende schulden worden bevroren in de prognose: deze zijn sterk gekoppeld aan de uit te betalen bedragen aan deelnemers. De verwachting is dat de voorziening voor de proceskosten eenmalig is en in 2021 niet meer terugkeert op de balans. Indicatoren meerjarig 2020 Netto s chuldquote Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
-8,20% 25,93% n.v.t. 5,31% n.v.t.
Financiele kengetallen Prognose 2021 Prognose 2022 -2,15% 2,36% n.v.t. -0,03% n.v.t.
-2,73% 2,36% n.v.t. 0,24% n.v.t.
Prognose 2023 -2,82% 2,36% n.v.t. 0,25% n.v.t.
Prognose 2024 -2,86% 2,36% n.v.t. 0,25% n.v.t.
Prognose 2025 -2,83% 2,36% n.v.t. 0,25% n.v.t.
Bovenstaande indicatoren volgen uit het meerjarenbeeld dat momenteel voorligt. Hoewel de solvabiliteit lager wordt, staat daar een kleine structurele explotiatieruimte tegenover. Dit is te verwaarlozen en wordt veroorzaakt door ramen van € 100.000 voor incidenteel onvoorzien aan de uitgaven kant en € 55.000 aan incidentele inkomsten aan de batenzijde. De netto schuldquote blijft negatief, doordat er geen vreemd vermogen aan hoeft te worden getrokken.
28
3.5 Bedrijfsvoering In de paragraaf bedrijfsvoering benoemt BghU de belangrijkste ontwikkelingen in het kader van haar bedrijfsvoering. De ontwikkelingen die BghU hier weergeeft, vloeien grotendeels voort uit eerder gemelde voornemens uit de Kadernota 2022-2025. ICT ontwikkeling Na oplevering van de ICT-transitie voor de kernapplicaties in mei 2022 beschikt BghU over een modulair applicatielandschap. Dit sluit aan bij verschillende technologische ontwikkelingen zoals:
De scheiding van data met processen en het verminderen van afhankelijkheid van leveranciers conform het Common Ground convenant; Een infrastructuur geschikt om de samenhang tussen de verschillende basisregistraties WOZ, BAG, BGT en BOR integraal te ontsluiten.
Dit levert naast potentiële efficiency voordelen een kwaliteitsimpuls voor de data op. Na oplevering in mei 2022 van haar nieuwe belastingsysteem blijft BghU haar applicatielandschap stapsgewijs vernieuwen en innoveren. Daar is onder meer voor Databeheer expliciet voor gereserveerd. Personeel BghU vindt het belangrijk dat de medewerkers beschikken over de nodige vakbekwaamheid voor een goede, kwalitatieve uitvoering van de werkzaamheden. Inmiddels zijn de meeste WOZ-taxateurs opgeleid tot NRVTtaxateurs en volgen zij jaarlijks de permanente educatie. Vele medewerkers van Databeheer, enkele taxateurs en medewerkers bezwaarafhandelingen hebben recent de basisopleiding WOZ met succes afgerond om van daaruit de komende jaren zich verder te kunnen specialiseren. De Waarderingskamer heeft landelijk een infrastructuur van vakbekwaamheid opgesteld waar BghU ook in de periode 2022-2025 op aansluit. Overige activiteiten zijn:
Het bijhouden van wetgeving en jurisprudentie door het volgen van cursussen en interne educatie. Opleiden van trainees/young potentials tot volwaardige taxateurs of medewerkers gegevensbeheer. Door middel van talentenonderzoek en coaching inzicht krijgen in de talenten van individuele medewerkers en teams en ervoor zorgen dat deze talenten optimaal benut worden. Door middel van strategische personeelsplanning inspelen op (toekomstige) ontwikkelingen, waaronder digitalisering en uitstroom van pensioengerechtigden.
Informatiebeveiliging en zekerheid De kans op incidenten rond de digitale veiligheid neemt toe, maar de aard van deze incidenten blijft hetzelfde. De maatregelen en processen die hiertegen weerstand bieden, zijn bekend, en BghU is bezig met het implementeren hiervan. Parallel hieraan verhogen we de interne bewustwording, waardoor het risico op incidenten met grote impact wordt verkleind. Als het toch mis mocht gaan, zal de hulp van de IBD en deelnemende gemeenten onderling gecoördineerd ingezet worden. Verschillende soorten incidenten met de impact groot of klein, kunnen onvoorziene kosten met zich meebrengen. Daarvoor is een bedrag gereserveerd in het weerstandsvermogen. Vanaf 2020 werkt BghU conform de nieuwe baseline informatiebeveiliging overheid (BIO1). De BIO is het verplichte normenkader voor informatieveiligheid. Het nieuwe normenkader voorziet erin dat iedereen werkt conform dezelfde ambities en veiligheidsstandaarden. Informatieveiligheid is daarmee een gedeelde verantwoordelijkheid van de deelnemers en BghU. Want naast de eigen verantwoordelijkheid van BghUdeelnemers, zijn zij voor een deel van de informatieveiligheid afhankelijk van BghU. Geheel in lijn met onze missie en visie wil BghU uiteraard ook in 2022 aan dit blijven normenkader voldoen.
29
Archief In 2021 worden eerder geconstateerde achterstanden op de archieftaken zo veel als mogelijk weggewerkt. Om die achterstanden in de toekomst beter te kunnen voorkomen, is extra capaciteit gevraagd aan het bestuur voor de periode 2022-2025. Het wegwerken van de achterstanden in 2021 wordt afgesloten met een advies over de structurele inrichting van de taken binnen de organisatie van BghU. Dat betekent concreet dat we het bestuur bij de behandeling van de jaarstukken 2021 of de 1e bestuursrapportage 2022 verder kunnen informeren over de voortgang. Financiën In 2022 wordt alle interne nieuwe regelgeving rondom het financieel beheer, het inkoopbeleid en de financiële verordening van kracht. Dat betekent dat in de interne controle in die fase extra aandacht nodig is voor naleving voor de interne controlemaatregelen en de vraag of de uitvoering van de processen volledig voldoet aan de nieuwe kaders. Dat betekent een extra nadrukkelijke rol voor de interne controlefunctie van BghU. Overige ontwikkelingen spelen zich met name af rond de implementatie van de nieuwe kernapplicaties en de monitoring op de risico’s van deze implementatie.
30
3.6 Paragraaf verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin BghU zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. BghU kent als zelfstandige organisatie geen verbonden partijen. BghU voert haar taken uit voor de volgende deelnemende gemeenten en voor het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. BghU is voor deze deelnemers een verbonden partij door het bestuurlijke en financiële belang.
Gemeente Bunnik
Gemeente De Bilt
Gemeente Houten
Gemeente Lopik
Gemeente Nieuwegein
Gemeente Stichtse Vecht
Gemeente Utrecht
Gemeente Utrechtse Heuvelrug
Gemeente Zeist
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
31
3.7 Grondbeleid Grondbeleid is een middel om ruimtelijke doelstellingen op het gebied van de volkshuisvesting, lokale economie, natuur en groen, infrastructuur en maatschappelijke voorzieningen te verwezenlijken. BghU heeft geen invloed op het grondbeleid van haar deelnemers. Om deze reden is de paragraaf Grondbeleid niet van toepassing.
32
Vaststellingsbesluit
Besluit: 1. 2.
De Ontwerpbegroting 2022, inclusief meerjarenperspectief 2023 - 2025 vast te stellen; De Ontwerp begroting 2022, inclusief meerjarenperspectief 2023 - 2025 voor zienswijze aan te bieden aan de besturen van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden en de gemeenten Utrecht, De Bilt, Bunnik, Houten, Lopik, Nieuwegein, Zeist, Utrechtse Heuvelrug en Stichtse Vecht.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur BghU van 1 april 2021, te Utrecht.
Het Bestuur van BghU,
de voorzitter
de directeur,
J.C.H. Haan
M. Vrisou van Eck
33
Bijlage A – Bijdrage verordening art. 40 GR In artikel 40 van de Gemeenschappelijke Regeling is bepaald dat het Bestuur een bijdrage-verordening vaststelt met daarin de methode en richtlijnen voor de kostenverdeelsleutel. De uitgangspunten zoals vermeld in deze verordening zijn gehanteerd bij het opstellen van de jaarlijkse deelnemersbijdragen. Eventuele aanbevelingen vanuit de evaluatie van de kostenverdeelsleutel zijn in deze verordening nog niet verwerkt. a.
Uitgangspunt is het gezamenlijk te realiseren maatschappelijk voordeel en de in dat kader benodigde solidariteit.
b.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen een basispakket en een pluspakket.
c.
Het basispakket wordt door alle deelnemers afgenomen, uitgezonderd het onderdeel waardering voor de OZB, dat niet door Hoogheemraadschap wordt afgenomen. Het Hoogheemraadschap deelt via afdrachten aan het ministerie van BZK indirect mee in de kosten voor waarderen.
d.
De kosten voor het basispakket worden verdeeld volgens een verdeelsleutel die zowel voldoet aan de voorwaarden voor btw-vrijstelling voor de dienstverlening van de BghU aan haar deelnemers, áls aan de voorwaarden voor het doorschuiven van de inkoop-btw aan gemeenten. Deze laatste voor zover het gaat om diensten die gemeenten afnemen in hun rol als overheid. Een en ander betekent dat de kosten van het basispakket verdeeld worden op basis van een vaste verdeelsleutel en uitdrukkelijk niet op basis van tarieven.
e.
De vaste verdeelsleutel is zowel van toepassing op de bepaling van de deelnemersbijdrage begrotingsbasis als op de verrekening van het rekeningresultaat. Daarbij geldt dat verschillen tussen begroting en rekening in eerste instantie worden verevend met behulp van de algemene reserve. Dit betekent dat een eventueel negatief rekeningresultaat automatisch resulteert in een taakstelling voor de BghU en dat een positief rekeningresultaat de buffer creëert die nodig is om bijvoorbeeld de financiële effecten van afwijkende volumeontwikkelingen te kunnen dempen en/of om de aansluiting van nieuwe toetreders c.q. aanvullende voorzieningen op grond van ontwikkelingen in wet- en regelgeving te kunnen bekostigen.
f.
De kostenverdeelsleutel is gebaseerd op het principe van “de gebruiker betaalt”, met inachtneming van de bestuurlijke afspraken die in het kader van de toetreding gemaakt zijn. Dit betekent dat de omvang van de werklast van de deelnemers uitgangspunt is voor het verdelen van de kosten en dat de kosten van de werklast worden geraamd op bedrijfseconomisch algemeen aanvaarde gronden.
g.
De raming van de werklast, de kosten van de werklast en de daaruit af te leiden kostenverdeelsleutel zullen - met in achtneming van de gemaakte bestuurlijke afspraken - in het perspectief van het principe “de gebruiker betaalt” periodiek worden herijkt naar aanleiding van de gerealiseerde werklast zoals deze blijkt uit de meest recente vastgestelde jaarrekening.
h.
Binnen het basispakket wordt onderscheid gemaakt naar de volgende werklastbepalende factoren:
i.
het aantal WOZ-objecten voor de verdeling van de kosten van het WOZ–proces; het aantal aanslagregels voor de verdeling van de kosten van het proces gegevensbeheer en heffen; het aantal vorderingen voor de verdeling van de kosten van het daadwerkelijk innen van de belastingen, waaronder begrepen de handelingskosten m.b.t. kwijtschelding; het aantal inwoners voor de verdeling van de kosten van het klantcontact (afhandelen webformulieren, e-mails, telefoontjes, brieven, baliebezoeken, etc.); het aantal bezwaren en beroepen voor de verdeling van de kosten van bezwaar en beroep.
Het pluspakket bestaat vooralsnog uit de onderdelen parkeren, leges en BAG. De kosten die met het pluspakket samenhangen worden direct toegerekend aan de betreffende deelnemer, en vallen buiten de kosten die door middel van de kostenverdeelsleutel aan de deelnemers worden toegerekend.
34