Ontwerp Kadernota 2022 Plassenschap Loosdrecht e.o..pdf
Tekst van het document
KADERNOTA 2022 17 FEBRUARI 2021
INLEIDING Plassenschap Loosdrecht e.o. Plassenschap Loosdrecht e.o. is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht en Utrecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke recreatieterreinen en –voorzieningen in het buitengebied voor inwoners en bezoekers van de regio. Plassenschap Loosdrecht e.o. is in 1957 opgericht voor “de behartiging van de belangen van de openluchtrecreatie, alsmede het zorgdragen voor de instandhouding van natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die de kwaliteit van het recreatiegebied bepalen en het nautisch beheer van het openbaar water binnen het werkgebied.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. In 2020/2021 is het bestuur aan de slag gegaan met de strategische (her)positionering van het Plassenschap.
Er dient een antwoord te komen op vragen als: Wat zijn de kerntaken van het Plassenschap? Op welke wijze dient hier invulling aan te worden gegeven? Hoe verbeteren we de financiële positie en governance van het Plassenschap? En welke rol heeft het Plassenschap in het toekomstig beheer van de voorzieningen die voortvloeien uit het Programma Oostelijke Vechtplassen?
Uitvoering: Recreatie Midden-Nederland (RMN) Het Plassenschap heeft de uitvoering van haar kerntaken – ‘Beheer & Onderhoud’, ‘Toezicht & Handhaving’, ‘Exploitatie’, ‘Ontwikkeling’, ‘Bedrijfsvoering’ en ‘Bestuursondersteuning’ – belegd bij bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). RMN is dé uitvoeringsorganisatie voor Plassenschap Loosdrecht e.o., recreatieschap Stichtse Groenlanden, Routebureau Utrecht en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Naar verwachting wordt in 2020 een richtinggevend besluit over de toekomst van RMN genomen en zal een passend transitietraject gestart worden. Op dit moment is nog onduidelijk wat de (financiële) consequenties hiervan zijn. De bestaande begroting (en reservepositie) biedt in ieder geval geen ruimte om transitiekosten te kunnen dekken. Vanwege de onzekerheid over de wijze waarop RMN als uitvoeringsorganisatie actief is in 2022 zal, evenals voor 2021, sprake zijn van een beleidsarme begroting, waarbij de bedragen voor 2022 zullen worden geïndexeerd aan de hand van de uitgangspunten zoals beschreven in deze kadernota.
PLANNING Het dagelijks bestuur (DB) heeft deze ‘Kadernota 2022’ opgesteld en biedt deze voor zienswijze aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de staten van de deelnemende provincies aan. Met inachtneming van eventuele zienswijzen stelt het algemeen bestuur (AB) deze kadernota – die dient als algemeen beleidskader en financieel uitgangspunt – vast, aan de hand waarvan het dagelijks bestuur de ‘Ontwerp begroting 2022’ opstelt. P&C-document
Datum vaststelling ontwerpdocument
Datum verzending naar deelnemers (griffies)
Datum (concept) zienswijze retour
Datum vaststelling AB
Kadernota 2022
DB 19 nov. 2020
23/24 nov. 2020
21 januari 2021
DB 4 feb. 2021
AB 3 dec. 2020 Begroting 2022
DB 1 april 2021
AB 17 feb. 2021 3/4 apr. 2021
24 mei 2021
DB 10 juni 2021 AB 24 juni 2021
2
PROGRAMMA & PRODUCTEN Ontwikkelingen Programma Loosdrechtse Plassen Naar verwachting werken we in 2022 aan de volgende ontwikkelingen: •
We nemen deel aan het gebiedsprogramma Oostelijke Vechtplassen en betalen jaarlijks een deelnemersbijdrage, conform het zogenaamde kasritme. Op ambtelijk niveau zijn we vertegenwoordigd in de regiegroep en op bestuurlijk niveau in de stuurgroep. Daarnaast werken we mee aan verschillende projecten.
•
We werken aan het vervangen van de beschoeiingen, waarbij de beschoeiingen aan het einde van de levensduur worden vervangen voor natuurvriendelijke oevers of duurzame beschoeiingen.
•
In 2021 vindt een evaluatie van het paalkamperen plaats. Dit leidt mogelijk tot beleidswijzingen in 2022.
•
We werken aan het verbeteren van de financiële positie van het schap door uitvoering te geven aan de maatregelen die het DB in 2020 heeft vastgesteld om extra opbrengsten te genereren en kosten te verminderen.
Beheer & Onderhoud Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het recreatieschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst.
Verduidelijken opdracht en economisch klimaat In februari 2020 is het beeldkwaliteitsplan vastgesteld dit is een 1e aanzet voor het verder uitwerken van de opdracht voor het beheer en onderhoud van het areaal. In 2021 zal deze opdracht verder uitgewerkt worden, waar er zicht komt op het maatwerk. Dit zal mogelijk gevolgen hebben voor de onderhoudsbudgetten. Een klein deel van de beheer & onderhoudswerkzaamheden worden uitbesteed. In het huidige economische klimaat zien we dat de tarieven harder stijgen dan de prijsindex.
Grip op de beheercyclus Vanuit het nieuw te vormen MeerJjarenOnderhoudsPlan (MJOP) is er een nieuw inspectieprogramma opgezet waarmee de technische staat van het areaal gebord wordt en het MJOP actueel gehouden moet worden. Hiernaast wordt ook een monitorings/schouwprorgamma opgesteld en op de markt gezet. Hiermee hebben op een onafhankelijke manier zicht en grip op de geleverde kwaliteit van de ingehuurde aannemers en stuurinformatie voor onze eigen uitvoering. Deze beide programma’s worden vastgelegd in het GIS-systeem Geovisia. In combinatie met het opnieuw vormen van de opdracht voor het beheer en onderhoud van het areaal is er een sluitende beheercyclus ontstaan waardoor we zicht hebben op de kwaliteit, de opdracht en het budget en waar nodig kunnen bijsturen. Tot en met 2021 wordt er begroot aan de hand van technische levensduur, vanaf 2022 kunnen we begroten op basis van de werkelijke staat van onderhoud. Dit zal naar verwachting een effect hebben op de dotatie groot onderhoud.
Klimaatverandering, biodiversiteit en duurzaamheid Het veranderende klimaat heeft directe gevolgen voor het beheer van onze gebieden. We moeten rekening houden met toenemende kosten als gevolg van extreme weersomstandigheden, zoals stormschade, uitspoeling van paden en stranden en langere periodes van onwerkbaar weer. Daarnaast zien we dat het groeiseizoen steeds langer wordt en dat het aantal pieken in het recreatieseizoen toeneemt, waardoor de beheer & onderhoudswerkzaamheden toenemen. 3
Het veranderende klimaat heeft ook gevolgen voor de biodiversiteit, waardoor we te maken hebben met essentaksterfte, overlast van de eikenprocessierups en invasieve exoten (waaronder de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop), overlast als gevolg van cabomba/vederkruid (waterplanten) en de opkomst van de Amerikaanse rivierkreeft. De zwemwaterkwaliteit komt steeds sneller en op meer plekken onder druk te staan als gevolg van blauwalg en de toename in ganzenpopulatie (E-coli bacterie). Om de biodiversiteit te vergroten, streven we naar een betere mix van boomsoorten, gewassen en planten. Ook willen we graag meer insecten en dieren aantrekken door middel van natuurlijke oevers en bijenvelden. Daarnaast zullen we bij het beheer en de inrichting van de terreinen maatregelen moeten nemen op het gebied van klimaatadaptatie, aangezien we vaker te maken zullen krijgen met droogte, wateroverlast, oplopende temperaturen en bodemdaling. We zullen beleid moeten opstellen op het gebied van klimaatverandering, biodiversiteit, circulaire economie en energietransitie. Dit pakken we in 2021 op en kunnen we, na doorrekening en goedkeuring, in 2022 effectueren. Dit beleid heeft naar verwachting een kostenverhogend effect hebben.
Omgevingswet en Wet natuurbeheer De wettelijke normen en kaders op het gebied van natuur en milieu worden steeds verder aangescherpt. Ook wordt, bij de aanvraag van omgevingsvergunningen, meer aandacht gevraagd voor de effecten op de natuur door uitgebreider ecologisch onderzoek te eisen. Actueel zijn de problemen n.a.v. de stikstofwetgeving (PAS), de bodem en slibwetgeving (TBT, PFAS), de aanscherping van uitstoot- en emissienormen (CO2/fijnstof) evenals de gevolgen voor flora en fauna. We moeten bij het plannen én uitvoeren van werkzaamheden rekening houden met het milieueffect, zodat we kunnen zorgen voor compensatie. Het uitgangspunt is ‘natuurvriendelijk tenzij er geen andere optie is’ (in het kader van de veiligheid en/of recreatieve functie). Dit heeft een kostenverhogend effect, maar vergroot de omgevingswaarde en bespoedigt omgevingsvergunningsprocedures.
Toezicht & Handhaving Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn gastheer én handhaver en zetten zich in om overlast te voorkomen of bestrijden. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Onze toezichthouders handhaven onze eigen verordening (bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken. We werken aan een intensieve en integrale samenwerking met onze partners op het gebied van ‘snelvaren’, milieudelicten (stroperij) en mogelijke ondermijningszaken. In 2022 is de begrote capaciteit voor toezicht & handhaving 1,72 fte. Dit betekent dat de BOA’s doorgaans alleen toezicht houden en het niet mogelijk is om iedere dag in het gebied toezicht te houden.
Exploitatie De exploitatie van het Plassenschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huuren gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en eiland Robinson Crusöe. Deze exploitanten vormen een belangrijke bron van inkomsten en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van een terrein (Bosdijk) door een hondenuitlaatservice, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft momenteel geen exploitatiebeleid of -doelstellingen 4
geformuleerd, maar zal zich hier in 2021/2022 op bezinnen in het kader van de strategische (her)positionering van het schap.
ALGEMENE FINANCIELE UITGANGSPUNTEN BEGROTING 2022 E.V. Voor het opstellen van de Programmabegroting 2022 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. De deelnemersbijdrage aan het Plassenschap Loosdrecht e.o. wordt met 2,0% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie, ervan uitgaande dat: a. De deelnemersbijdrage aan Recreatie Midden-Nederland met 2,30%1 wordt geïndexeerd; b. Het te hanteren prijsindexcijfer, op basis van de meicirculaire provinciefonds 2020, 1,6% bedraagt; c.
Voor de inkomsten, zoals tarieven voor ontheffingen en gebruik terreinen wordt een stijgingspercentage van 1% ten opzichte van 2021 aangehouden2;
d. De inkomsten verwacht uit exploitatie (zoals erfpacht, verhuur, vergunningen, evenementen etc.) ten opzichte van 2021 worden bijgewerkt naar de laatste inzichten zoals in het bestuur vastgesteld. 2. Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Door het invoeren van een inspectiecyclus wordt er geleidelijk een overgang gemaakt van budgetgestuurd beheer naar kwaliteit-gestuurd beheer. 3. Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis het vigerende MJOP, dat loopt tot 2029. In 2020 wordt het MJOP opnieuw opgesteld met behulp van het nieuwe beheersysteem GeoVisia. vanaf 2022 wordt daarom begroot op basis van de werkelijke staat van onderhoud. 4. Per 1 januari 2018 heeft het Plassenschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdrage (€ 21.100,- op prijspeil 2021), die jaarlijks aan het Routebureau moet worden betaald, wordt volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het Plassenschap. 5. De begroting 2022 gaat uit van het aantal te verlenen snelvaarontheffingen voor 2022 van 800 stuks, net als in 2021. 6. In de begroting 2022 wordt – net als in 2021 – een PM-post toegevoegd voor de transitie RMN.
Momenteel kan nog geen reële inschatting van de te verwachten kosten worden gemaakt. Wel is helder dat de transitiekosten zullen leiden tot een verhoging van de deelnemersbijdrage.
1 De onderbouwing van het indexatiepercentage RMN à 2,30% is als volgt: het gewogen gemiddelde van de
loongerelateerde stijging (88%) 2,4% en de stijging op overige kosten (12%) 1,6%. 2 De inkomsten die geïndexeerd kunnen worden, worden met 1,6% geïndexeerd. Helaas kunnen niet alle
inkomsten geïndexeerd worden, omdat in het verleden overeenkomsten zijn gesloten zonder indexatiemogelijkheid. Dit heeft tot gevolg dat de totale inkomsten gemiddeld met 1% zullen stijgen.
5
WEERSTANDSVERMOGEN & RESERVES Het bestuur van het Plassenschap stelt aan de hand van een risico-inventarisatie de benodigde omvang van het weerstandsvermogen vast. De algemene reserve is in eerste aanleg beschikbaar als buffer voor deze risico’s. Dat betekent dus ook, dat deze reserve minimaal moet overeenkomen met deze benodigde buffer. Een eventueel hoger saldo in de algemene reserve kan gebruikt worden voor andere activiteiten of – incidenteel – ingezet worden om een exploitatietekort op te vangen. Dat laatste kan alleen incidenteel, omdat de begroting structureel in evenwicht moet zijn. Op dit moment wordt door het DB gewerkt aan een financiële verordening waarin kaders zijn opgenomen ten aanzien van het benodigde weerstandsvermogen.
6