ODRU-Erfgoedrapport 42. Archeologische Beleidskaart Stichtse Vecht v25032021.pdf
Tekst van het document
Actualisatie archeologische verwachtingen beleidskaart gemeente Stichtse Vecht
Definitief Omgevingsdienst regio Utrecht ODRU Erfgoedrapport 49 Opgesteld door
F. Hogenboom D.R. Stiller M. K. Dütting J. Teters
Tekstredactie
L. Bruning
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Colofon Titel
:
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Opgesteld door
:
Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) / gemeente Stichtse Vecht
Plaats en datum
:
Utrecht, 24-03-2021
Rapportnummer
:
ODRU Erfgoed rapport 49
Status
:
Definitief
Afbeelding voorblad· :
Visscher 1675
Opstellers
:
F. Hogenboom/D.R. Stiller/M.K. Dütting/J. Teters
Contactgegevens
:
Omgevingsdienst regio Utrecht Archimedeslaan 6 | 3584 BA Utrecht Postbus 13101| 3507 LC Utrecht | E: info@odru.nl T: 088 - 022 50 00 I: www.odru.nl
© Omgevingsdienst regio Utrecht, gemeente Stichtse Vecht, maart 2021. De Omgevingsdienst regio Utrecht aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiende uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van adviezen. 2
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding ................................................................................................................................ 5
1.2
Doel ......................................................................................................................................... 5
1.3
Resultaat .................................................................................................................................. 5
1.4
Uitvoering ................................................................................................................................. 6
1.4.1
Begrippen archeologische beleidskaart en archeologische verwachtingenkaart ............ 6
1.4.2
Actualisatie .......................................................................................................................... 6
1.4.3
Methodiek ............................................................................................................................ 7
1.5
Leeswijzer ................................................................................................................................ 7
2. Gewijzigde wet- en regelgeving ....................................................................................................... 8 2.1
Erfgoedwet............................................................................................................................... 8
2.2
Omgevingswet ......................................................................................................................... 9
2.3
Provinciale structuurvisie en verordening ................................................................................ 9
3
Wijzigingen archeologische verwachtingenkaart....................................................................... 10 3.1
Algemeen............................................................................................................................... 10
3.2 (Paleo)Landschappelijke ondergrond en archeologische verwachting ....................................... 10 3.3 Archeologische verwachting op basis van archeologische en cultuurhistorische gegevens ...... 12 3.3.1 Bekende en te verwachten terreinen van archeologische waarde ........................................... 12 3.3.2
Lintbebouwing.................................................................................................................... 12
3.3.3
Molens ............................................................................................................................... 13
3.3.4
(Verdwenen) Buitenplaatsen en -tuinen ................................................................................ 13
3.3.5
Militair erfgoed ................................................................................................................... 14
3.3.6
Waterbodems .................................................................................................................... 14
3.3.7
Maarssenbroek .................................................................................................................. 14
4.
Actualisatie beleidskaart ............................................................................................................ 16 4.1
Algemeen............................................................................................................................... 16
4.2
Beleidskeuzes........................................................................................................................ 16
4.2.1
Periode na 1850 na Chr. ............................................................................................... 16
4.2.2
Het Pleistoceen: de Oostelijke Vechtplassen ................................................................ 17
4.2.3
Het gebied rond de Vecht: de Vechtzone ...................................................................... 17
4.2.4.
Tuinarcheologie van buitenplaatsen .............................................................................. 18
4.2.5
Vrijstellingsgrenzen ....................................................................................................... 19
4.2.5.1
Aanduiding Archeologische Rijksmonumenten (A1). .................................................... 19
4.2.5.2
Waarde Archeologie 1 (WA1): bekende en te verwachte vindplaatsen ........................ 19
4.2.5.3
Waarde Archeologie 2 (WA2): hoge verwachting op archeologische resten ................ 21 Vechtzone, ontginningslinten, water binnen de dorpskern ........................................... 21 3
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
4.2.5.4 resten
Waarde Archeologie 3 (WA3): hoge verwachting op prehistorische archeologische 21
4.2.5.5
Waarde Archeologie 4 (WA4): middelhoge tot hoge archeologische verwachting ....... 22
4.2.5.6
Waarde Archeologie 5 (WA5): lage verwachting / lage informatiewaarde .................... 22
4.5.2.7
Waarde Archeologie 6 (WA6): geen toegekende bescherming .................................... 23
4.6 Samenvatting wijzigingen ten opzichte van het oude archeologiebeleid .................................... 23 4. 7 Inwerkingtreding .......................................................................................................................... 23 Lijst van geraadpleegde bronnen .......................................................................................................... 25 Bijlagen .................................................................................................................................................. 33
4
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
In opdracht van de gemeente Stichtse Vecht heeft de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) samen met de gemeente Stichtse Vecht een actualisatie van de archeologische verwachtingenkaart uitgevoerd. Deze actualisatie heeft geleid tot een herziening van het archeologiebeleid. Zowel onder de huidige wetgeving (Erfgoedwet) als toekomstige wetgeving (Omgevingswet) heeft de gemeente de plicht om rekening te houden met archeologische waarden in bestemmingsplannen en toekomstige omgevingsplannen. Om een goede afweging te kunnen maken tussen het behoud van archeologische waarden en andere belangen heeft de gemeente in 2009 een uitgebreid archeologisch onderzoek naar de archeologische waarden en verwachtingen binnen haar grondgebied uit laten voeren. 1 Op basis van dit onderzoek is een beleidskaart vastgesteld. Aanleiding om dit archeologiebeleid te herzien en een actualisatie uit te voeren is: 1. Voortschrijdend inzicht. Het vele archeologische onderzoek dat in de loop van de jaren is uitgevoerd, heeft veel nieuwe kennis opgeleverd. Ook ontwikkelingen in verwante disciplines, zoals geowetenschappen, hebben geleid tot nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over de vorming van het landschap in het verleden. 2. Wetswijzigingen.
Het vervallen van de Monumentenwet (2016), de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (2016) en de Omgevingswet (naar verwachting 1 januari 2022) hebben gevolgen voor het archeologiebeleid. Zo zal (nog) beter moeten worden onderbouwd waarom archeologisch onderzoek noodzakelijk is. 3. Werkbaarheid. Voor een betere planologische bescherming en duidelijkheid voor de initiatiefnemer is een functionele inzichtelijke kaart nodig die een actuele (kennis)stand van zaken biedt (tot 31-12-2019). Eén van de wensen van de gemeente is daarbij om het aantal beleidscategorieën en archeologische dubbelbestemmingen te beperken.
1.2
Doel
De actualisatie van het archeologiebeleid heeft tot doel de bekende en te verwachten archeologische waarden zo goed mogelijk te beschermen zonder daarbij maatschappelijke en economische belangen uit het oog te verliezen. Door de bekende en te verwachten archeologische waarden nauwkeurig in kaart te brengen, kunnen beslissingen over maatregelen ter bescherming van deze waarden (meestal door archeologisch onderzoek) beter worden onderbouwd. Samengevat is het uitgangspunt voor de herziening: soepel waar het kan, streng waar het moet. De gemeente heeft bepaald waar de ambities liggen. Daarbij is een afweging gemaakt tussen de belangen van de archeologische monumentenzorg enerzijds en de economische, maatschappelijke en andere belangen anderszijds. Ook zijn de te verwachten kennisopbrengst en de kosten van archeologisch onderzoek tegen elkaar afgewogen.
1.3
Resultaat
Het resultaat van de actualisatie is een nieuwe beleidskaartmet minder beleidscategorieën , waarbij zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij de ondergrenzen van de beleidskaart 2010 en/of de gestelde ondergrens van 100 m2 in de Erfgoedwet (art. 9.1.1 lid a).
1
De Boer et al 2010.
5
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
1.4
Uitvoering
De onderzoeksmethodiek voor de actualisatie van de archeologische verwachtingen- en beleidskaart is in overleg met de gemeente bepaald en wordt in deze paragraaf beschreven.
1.4.1 Begrippen archeologische beleidskaart en archeologische verwachtingenkaart Archeologische beleidskaart Een archeologische beleidskaart geeft aan welke onderzoeksverplichting gelden binnen bepaalde gebieden om de aanwezige of te verwachten archeologische waarden in een gebied zo goed mogelijk te beschermen. Op een beleidskaart is te zien waar en onder welke voorwaarden archeologisch onderzoek nodig is. Doorgaans houdt dit in dat wanneer een vrijstellingsgrens wordt overschreden (in oppervlakte en/of diepte) archeologisch onderzoek nodig is. Voor een goede motivering van de gestelde beperkingen ligt aan de archeologische beleidskaart een archeologische verwachtingenkaart ten grondslag. De archeologische beleidskaart is de basis voor de archeologische dubbelbestemmingen in bestemmingsplannen of toekomstige omgevingsplannen. Bij vergunningverlening is het bestemmingsplan het primaire toetsingskader. Voor initiatieven die niet binnen het bestemmingsplan passen en waarvoor een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan nodig is,wordt rechtstreeks getoetst aan de archeologische beleidskaart. Archeologische verwachtingenkaart De archeologische verwachtingenkaart maakt inzichtelijk waar mogelijk archeologische resten binnen de gemeente kunnen worden aangetroffen.
Hierbij wordt op hoofdlijnen gespecificeerd om welke type archeologische resten het gaat en uit welke archeologische periode(n) deze dateren. De verwachtingenkaart is gebaseerd op een analyse van bekende archeologische vindplaatsen en terreinen, maar ook op landschappelijke en bodemkundige gegevens. Op grond van geomorfologische kenmerken en bodemgesteldheid worden verschillende landschappelijke eenheden onderscheiden die elk eigen ontwikkelingen en bewoningsmogeljkheden hebben gekend.
1.4.2 Actualisatie De opdracht vanuit de gemeente is om de bestaande verwachtingen en beleidskaart uit 2010 te actualiseren en (daarmee) te verfijnen. Bij de actualisatie is gebruik gemaakt van de gegevens binnen onderstaand kader uit de periode 2010- 31 juli 2019. Ook zijn enkele recentere rapporten bekeken, betreffende het prehistorisch landschap in Tienhoven (zie paragraaf 3.2), kasteel Maarssenburgh (Maarssen), de Glashut (Loenen aan de Vecht) en boerderij ’t Honderd (Nieuwer ter Aa) • • • • • • •
Nieuwe bodemkundige en geofysische gegevens Nieuwe vindplaatsgegevens Nieuwe gegevens van militair erfgoed Gegevens over (verdwenen) waterbodems Gerapporteerde resultaten van uitgevoerd archeologisch onderzoek 2010-december 2019. Actualistie van de historische nederzettingslocaties en buitenplaatstuinen Verwerking van aanvullende informatie over bodemverstoringen.
6
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
De archeologische verwachtingenkaart en het onderliggende rapport uit 2010 dienen als basis. De bronnen die zijn gebruikt voor de kaart uit 2010 zijn niet opnieuw bestudeerd, tenzij dit nodig was om de nieuwe gegevens beter te kunen interpreteren. Een voorbeeld van dit laatste is dat uitvoerig historische kaarten zijn bekeken om een beter beeld te krijgen van de begrenzingen van de AMKterreinen. In het kader van deze opdracht is booronderzoek uitgevoerd op drie mogelijke vindplaatsen: kasteel Maarssenburgh (Maarssen), de Glashut (Loenen aan de Vecht) en boerderij ’t Honderd (Nieuwer ter Aa). De onderzoeken dienden ter mogelijke verificatie van resultaten van het bureauonderzoek. Verder veldonderzoek heeft niet plaatsgevonden. Alle informatie is gehaald uit het voorhanden zijnde schriftelijke bronmateriaal. Daarnaast zijn vrijwilligers geraadpleegd. De archeologische inventarisatie van conflictarcheologie is uitbesteed aan BAAC. 2 Het rapport daarvan is opgenomen in de verwachtingenkaart (bijlage 2).
1.4.3 Methodiek De volgende methodiek is gehanteerd bij het actualiseren van de verwachtingen- en beleidskaart. 1. Inventarisatie van de landschappelijke ondergrond (periode januari 2010- 31 juli 2019); 2. Inventarisatie bekende en te verwachten archeologische waarden (periode januari 2010- 31 juli 2019); 3. Analyse te verwachten archeologische waarden op basis van 1 en 2. 3 4. Op basis van de resultaten heeft aanpassing en aanvulling van de archeologische beleidskaart 2010 plaatsgevonden. Bij stap 1 t/m 3 is naast het inventariseren en bestuderen van recente onderzoeksgegevens specfiek aandacht besteed aan een aantal nieuwe thema’s. Daarnaast zijn ontbrekende gegevens toegevoegd. Het gaat hier met name om waterbodemgerelateerde archeologie, ontbrekende lintbebouwing, ontbrekende molens, ontbrekende buitenplaatsen en tuinen van buitenplaatsen, militair erfgoed en de aanpassing van de contouren van een aantal AMK-terreinen. Een uitvoerigere beschrijving van de resultaten is te vinden in de bijlagen. De grootste wijzigingen op basis van het onderzoek worden kort samengevat in hoofdstuk 3. Alle geraadpleegde bronnen zijn terug te vinden in de literatuurlijst. ODRU, als archeologisch adviseur van de gemeente, heeft stappen 1 t/m 3 uitgevoerd (in samenwerking met Johan Teters van de gemeente Stichtse Vecht).
Op basis van deze inventarisatie en aangepaste verwachtingen heeft ODRU heeft de gemeente geadviseerd over het archeologiebeleid. De afwegingen, de beleidskeuzes, zijn gemaakt door de gemeente (zie ook hoofdstuk 4.2). De archeologische beleidkaart is een product van de gemeente.
1.5
Leeswijzer
Dit rapport bevat een beknopte toelichting op de geactualiseerde archeologische verwachtingen- en beleidskaart. In hoofdstuk 2 wordt besproken welke wijzigingen in wet- en regelgeving hebben plaatsgevonden en tot welke aanpassingen dit heeft geleid in het archeologiebeleid. In hoofdstuk 3 wordt kort aangegeven op welke punten de archeologische verwachtingen- en beleidskaart is gewijzigd. In hoofdstuk 4 worden de beleidskeuzen van de gemeente toegelicht. Verder wordt in het hoofdstuk 4 een overzicht geschetst van de nieuwe 2 Warmerdam, N.W.T., 2017: Gemeente Stichtse Vecht. Erfgoedkaart militair erfgoed. Toelichting (BAAC-rapport V-16.0345), ’s Hertogenbosch. 3 Voor archeologische resten na 1850 is alleen een inventarisatie en geen analyse uitgevoerd. In hoofdstuk 4 wordt de motivatie van deze beleidskeuze beschreven.
7
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
beleidscategoriën en bijbehorende maatregelen. Een inhoudelijke onderbouwing van de aanvulling en wijzigingen in de waarden- en verwachtingenkaart (stap 1 en stap 2 van de methodiek, beschreven onder paragraaf 1.3) treft u aan in bijlage 1. De databases die ten grondslag liggen aan dit product zijn via het GIS raadpleegbaar.
2. Gewijzigde wet- en regelgeving Sinds de vaststelling van het gemeentelijk archeologiebeleid in Stichtse Vecht in 2010 hebben wijzigingen plaatsgevonden in de landelijke en provinciale wetgeving. Daarnaast vindt in de nabije toekomst nog een wetswijziging plaats met de introductie van de Omgevingswet (naar verwachting treedt deze op 1 januari 2022 in werking). Voor de actualisatie is kort gekeken welke wijzigingen relevant zijn voor de huidige actualisatie.
2.1
Erfgoedwet
In 2016 is de Monumentenwet vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet (certificeringsstelsel en aanwijzing van archeologische Rijksmonumenten). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming) gaat over naar de toekomstige Omgevingswet. Deze artikelen blijven door het overgangsrecht ongewijzigd van toepassing zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De Erfgoedwet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Aan de Erfgoedwet zijn daarnaast nieuwe bepalingen toegevoegd. In de Erfgoedwet zijn de bepalingen van het Europese Verdrag van Malta geïmplementeerd. Samengevat zijn dit de uitgangspunten: 1. Behoud en bescherming van het archeologische erfgoed op de oorspronkelijke plek in de bodem (in situ). Als behoud in de bodem niet mogelijk is, dan kunnen archeologische resten worden behouden buiten de oorspronkelijke plek (ex situ) door middel van een archeologische opgraving. 2. Het tijdig betrekken van archeologisch erfgoed in het ruimtelijk ontwikkelingsproces.
Het uitvoeren van archeologisch onderzoek, het ontzien van archeologische vindplaatsen en het ontwerpen van archeologievriendelijke bouw- en funderingstechnieken tijdig (in de planvorming / voorafgaand aan vergunningverlening) moet worden vormgegeven c.q. uitgevoerd. 3. De verstoorder betaalt. Archeologisch (voor)onderzoek of de technische maatregelen die nodig zijn om archeologische resten in situ of ex situ te bewaren, worden bekostigd door de initiatiefnemer van de bodemverstorende werkzaamheden. 4. Gemeenten (en provincies) hebben een belangrijke rol in het proces van besluitvorming rond archeologisch erfgoed in hun ruimtelijke plannen en vergunningen. Gemeenten (en provincies) hebben een zorgplicht voor het archeologische erfgoed. Gemeenten moeten in hun bestemmingsplannen rekening houden met (te verwachten) archeologische waarden. De beleidskaart vormt het allereerste toetsingsmoment op het gebied van archeologie. Het is de start van de zogenaamde Archeologische Monumentenzorg-cyclus (AMZ-cyclus). Door al aan de voorkant mogelijke archeologische waarden zo nauwkeurig mogelijk in kaart te brengen, is in een vroeg stadium inzichtelijk voor de ‘verstoorder’ dat het gebied beperkingen kent. Zo kunnen beslissingen over behoud van archeologische waarden beter worden onderbouwd.
Andere opvallende wijzigingen binnen de Erfgoedwet voor het aspect archeologie zijn: • De opgravingsvergunning bestaat niet meer. Bedrijven of instanties die archeologische veldonderzoeken uitvoeren, moeten beschikken over een certificaat. 8
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
• •
2.2
Amateurarcheologen in verenigingsverband worden vrijgesteld van de certificeringsplicht, maar mogen alleen in specifieke gevallen zelfstandig onderzoek verrichten. Meer bescherming(smogelijkheden) voor erfgoed onder water.
Omgevingswet
De omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving wordt vanaf 1 januari 2022 geregeld in de Omgevingswet. Voor archeologie geldt dat in omgevingsplannen rekening moet worden gehouden met aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (art. 2.28a OW). De term aantoonbaar te verwachten archeologische waarden is nieuw in de wetgeving. Volgens de toelichting van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL) wordt de gemeente geacht om ‘de verantwoordelijkheid te nemen voor goed onderbouwde archeologische verwachtingen in het omgevingsplan. Deze bieden meer zekerheid voor de initiatiefnemers (verstoorders). Volledige zekerheid is echter niet mogeljk. Dat ligt in de aard van de archeologie, die nu eenmaal niet zichtbaar in de bodem zit. Alleen alles opgraven zou volledige zekerheid geven, maar dat is in strijd met het beginsel van behoud in situ. Het blijven dus goed onderbouwde verwachtingen waaraan een mate van onzekerheid nu eenmaal inherent is’. 4 Een goed gemotiveerde onderbouwing is een vereiste van de nieuwe wetgeving (en een uitgangspunt van deze herziening van de gemeentelijke archeologische beleids- en verwachtingenkaart) In het BKL zijn de uitvoeringsregels voor het Omgevingsplan te vinden.
Relevant voor de herziening van het beleid zijn de regels wanneer men kan afzien van archeologisch onderzoek, en wanneer waarin archeologisch onderzoek nodig is voor activiteiten kleiner dan 100 m2. Voor beide gevallen is in deze herziening een motivatie opgenomen op basis van goed onderbouwde verwachtingen. Voor de actualisatie van het archeologiebeleid is geprobeerd een zo goed mogelijke onderbouwing te geven voor de te verwachten archeologische waarden (zie bijlage 1).
2.3
Provinciale structuurvisie en verordening
In 2016 heeft de provincie Utrecht haar structuurvisie en verordening herijkt. In de structuurvisie beschrijft de provincie dat haar ruimtelijk beleid enerzijds gericht is op het veiligstellen van cultuurhistorische waarden en anderzijds op het sturen van ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de samenhangende cultuurhistorische kwaliteiten ter plaatse. Daarbij is ‘behoud door ontwikkeling’ het uitgangspunt. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) vormt de basis van dit beleid. Binnen de CHS zijn vier prioritaire thema’s geselecteerd die geborgd worden in de provinciale verordening. Het gaat om: • De historische buitenplaatszone; • Het militair erfgoed (de waterlinies); • Het agrarisch cultuurlandschap; • Archeologie (met name bescherming van bestaande vindplaatsen). Provinciaal belang gebieden zijn: de limes (de Romeinse rijksgrens), de Utrechtse Heuvelrug en Dorestad. Met uitzondering van de (archeologische) provinciaal belang gebieden komen in de gemeente Stichtse Vecht de in de provinciale structuurvisie en verordening beschreven cultuurhistorische waarden veelvuldig voor.
4 Nota van Toelichting Besluit Kwaliteit Leefomgeving, 8.1.7.5 Cultureel Erfgoed, onder: archeologische monumenten en huis-,
tuin- en keukengevallen
9
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
3 Wijzigingen archeologische verwachtingenkaart 3.1 Algemeen Op basis van het uitgevoerde onderzoek hebben wijzigingen plaatsgevonden ten opzichte van de verwachtingenkaart uit 2010. Het gaat om: 1) wijzigingen in archeologische verwachting die hebben plaatsgevonden op basis van de landschappelijke ondergrond 2) wijzigingen in archeologische verwachting die hebben plaatsgevonden op basis van archeologische en historische bronnen. Voor een nadere onderbouwing van deze wijzigingen wordt verwezen naar bijlage 2.
3.2 (Paleo)Landschappelijke ondergrond en archeologische verwachting De archeologische verwachting van gebieden hangt nauw samen met de aard van het landschap. Het landschap heeft grote invloed op bewoningsmogelijkheden, maar ook op economische activiteiten (bijvoorbeeld jacht, visserij en landbouw). Op basis van de uitgevoerde inventarisatie en analyse hebben verschuivingen plaatsgevonden in archeologische verwachtingen (zie figuur 3.1.).
Fig. 3.1 Op deze afbeelding van zowel Breukelen (links) als Loenen (rechts) is te zien dat nieuw onderzoek naar de paleografische ondergrond kan leiden tot een bijgestelde archeologische verwachting. In rood en oranje de ondergrond op basis van Berendsen & Stouthamer 2001-2003 (gebruikt voor het beleid van 2010); in groen de stroomgordel van de Vecht op basis van de resultaten van het onderzoek door Cohen & Stouthamer et al 2012.
10
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht. Plaats
Wijziging
Toelichting
Betekenis voor verwachting op archeologische resten.
Gehele gemeente
Aanpassing van de verwachte ligging van de stroomgordels.
Wijzigingen in ligging en omvang van de stroomgordels op basis van recent onderzoek (zie fig. 3.1).
•
•
Gehele gemeente
Wijzigingen in grootte en ligging van de crevasses en getijdengeulen op basis van recent onderzoek.
•
Opname van de perimariene getijdengeul van de Aa.
De huidige loop is aan de kaart toegevoegd, omdat deze (waarschijnlijk later gekanaliseerde) geul in de late Middeleeuwen een ontginningsbasis vormde.
Deze geul heeft een hoge verwachting gekregen op de nieuwe verwachtingenkaart. Als buffer is 50 m. aan beide zijden van de oever toegevoegd. Op basis van historisch kaartmateriaal blijkt de bebouwing zich niet verder dan 50 meter vanaf de oever uit te strekken.
Tienhoven
Gewijzgde (diepte)ligging van het prehistorische dekzandlandschap.
Archeologisch (boor)onderzoek heeft de aanwezigheid van een mesolithisch landschap aangetoond.
Breukelen, kern
Ligging van kleine waterloop ter hoogte van de Herenstraat.
Archeologisch onderzoek uit 2001 dat niet verwerkt is in De Boer et. al. 2010 heeft de waterloop aangetoond.
De verwachting is onveranderd voor de polders rondom de Maarsseveense plassen. Voor de Bethunepolder geldt dat de verwachting van ‘onbekend’ wordt gewijzigd naar ‘hoog’. Op basis van de onderzoeksresultaten en de goede conservering van de archeologische resten in de ondergrond is er voor dit gebied een hoge verwachting voor zowel (begraven) waterbodems als volle middeleeuwen.
Westzijde Loenen (gelegen direct ten oosten van de huidige Nieuwe Wetering / Angstelkade)
Aanpassing van verwachte crevasses en getijdengeulen.
Van hoge (2010) naar lage verwachting (voor gebieden die voorheen wel, maar op basis van de nieuwe onderzoeksresultaten niet binnen de stroomgordelafzettingen zijn gelegen). Van lage verwachting (2010) naar hoge verwachting (voor die gebieden die voorheen niet, maar op basis van de nieuwe gegevens wel binnen de stroomgordelafzettingen blijken te liggen).
•
Van hoge (2010) naar lage verwachting. Een aantal crevasses (2010) is verwijderd van de kaart. Van lage (2010) naar hoge verwachting. Crevasses die niet op de kaart van 2010 staan aangegeven zijn toegevoegd (het gaat m.n. om crevasses die hun oorsprong vanuit de Angstel hebben).
Tabel 3.1: Wijzingen op basis van (paleo)landschappelijke en archeologische inzichten
11
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
3.3 Archeologische verwachting op basis van archeologische en cultuurhistorische gegevens 3.3.1 Bekende en te verwachten terreinen van archeologische waarde Binnen de gemeente zijn zogenaamde AMK-terreinen aanwezig. Dit zijn terreinen die samen met de archeologische rijksmonumenten op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) vermeld staan. De AMK is opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de provincies. De AMK wordt sinds 2015 niet meer geactualiseerd. Binnen Stichtse Vecht zijn twee rijksmonumenten (rijksbeschermde AMK-terreinen). Dit zijn kasteel Cronenburg (Loenen) en kasteel Groot Ruwiel (Nieuwer ter Aa). De overige AMK-terrein vallen onder het bevoegd gezag van de gemeente. Het betreft met name kasteellocaties en dorpskernen. Bij de actualisaering is gebleken dat a) de begrenzingen van de AMK-terreinen niet correct zijn, en b) dat sommige archeologisch waardevolle terreinen ontbreken (en dus niet op de AMK vermeld staan) Op de nieuwe verwachtingen- en beleidskaart worden de ontbrekende terreinen wel aangegeven, en gelijk gesteld aan de andere AMK-terreinen (niet zijnde rijksbeschermd). Het gaat hier om meestal kleine gebieden, waar zich met enige zekerheid belangrijke archeologische restanten bevinden (vaak betreft het mogelijke kasteellocaties). Een beschrijving van de terreinen is opgenomen in de ‘vindplaatsencatalogus' (bijlage 2).
De inventarisatie van archeologische onderzoeken, historische kaarten en de AHN resulteert in de volgende wijzigingen: 1. Aanpassing contour bestaande AMK-terreinen: Hieronder vallen: kasteel ter Meer (Maarssen), kasteel Snaafburg (Maarssen), kasteel Aastein (Nieuwer ter Aa), Dorpskern Kockengen (Kockengen), dorpskern Vreeland (Vreeland). Al deze terreinen zijn in omvang vergroot ten opzichte van de beleidskaart 2010. 2. Nieuwe terreinen met een potentiële archeologische waarde: Hieronder vallen: kasteel Maarssenburgh (Maarssen), boerderij t Slijck (Maarssen), boerderij Maarssenbroeksedijk Oost 36/38 (Maarssen), boerderij Merenhofstede (Maarssen), landhuis Huis ten Bosch, (Maarssen), landhuis Weerestein (Maarssen), kasteel Rietveld (Breukelen), boerderij ’t Honderd (Nieuwer ter Aa), kasteel Ter Aa (Nieuwer Ter Aa), buitenplaats Ouderhoek (Nieuwersluis), Pastorie Slootdijk (Loenersloot), buitenplaats Realeneiland (Vreeland), buitenplaats Vreedenhorst, (Vreeland), buitenplaats Groenevelt (Vreeland), dorpskern Nieuwersluis.
3.3.2 Lintbebouwing Voor de overige historische nederzettingen heeft de bestudering van historisch kaartmateriaal geleid tot aanpassingen. Op de verwachtingenkaart van 2010 wordt een aantal bebouwingslinten aangegeven met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Een aantal bebouwingslinten is in de nieuwe kaart afgewaardeerd. Dit is met name het geval in de wijde omgeving van Tienhoven. Reden daarvoor is dat op basis van kaartmateriaal uit de 19de eeuw blijkt dat deze linten vergraven zijn (geweest) of dat het gaat om niet bebouwde achterdijken. De kans op het aantreffen van vondsten vóór 1850 is hier dan ook (erg) laag. 12
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
De Zogweteringlaan en Maarssenbroeksedijk zijn echter opgewaardeerd. Voor de Zogweteringlaan zijn door archeologisch onderzoek vele vondsten uit de 16de-18de eeuw gedaan (zie bijlage 2). Een gedeelte van de Maarssenbroeksedijk blijkt vermoedelijk nog in situ aanwezig te zijn (en is niet bij de bouw van Maarssenbroek vernietigd). Het vermelden waard is dat in de jaren ’70 bij het voorbereiden van de bouw van de wijk Maarssenbroek diverse vondsten uit de periode 1200-1500 zijn gedaan op boerderijlocaties langs deze dijk. (delen van) de volgende linten zijn afgewaardeerd van hoge verwachting (2010) naar lage verwachting.
Een deel van det volgende linten is opgewaardeerd van lage (2010) naar hoge verwachting
Herenweg
Zogweteringlaan
Dwarsdijk
Maarssebroeksedijk
Oudedijk Westbroekse Binnenweg Veenkade Scheendijk Ter Aase zuwe
3.3.3 Molens Het molenonderzoek leverde enkele nieuwe molenlocaties op. Deze molenlocaties hebben een hoge verwachting gekregen. Een aantal molens is van de eerdere beleidskaart (2010) afgevoerd. Deze bleken te zijn verdwenen door kanaalaanleg of zandafgraving. Vermoedelijk zijn hiermee ook de fundamenten van deze molens verloren gegaan. Daarnaast zijn de kleine windmolens (bijvoorbeeld tjaskers) niet geïnventariseerd vanwege de geringe trefkans en de geschatte lage informatiewaarde. Ook de kleine poldermolens die op de oude beleidskaart stonden, zijn om die reden afgevoerd.
3.3.4 (Verdwenen) Buitenplaatsen en -tuinen Er is een quickscan uitgevoerd naar de (verdwenen) buitenplaatsen. De inventarisatie is niet volledig, met name vanwege de soms snelle historisch ruimtelijke ontwikkelingen van buitenplaatsen in de gemeente, die werden gebouwd, samengevoegd of gesplitst, herverdeeld en opgeheven. Daarnaast zijn (lang) niet alle kleinere buitenplaatsen en landhuizen opgenomen op historische kaarten en in andere historische bronnen. Van vele buitenplaatsen is de locatie namelijk onzeker. Dit zorgt ervoor dat het beeld niet compleet te maken is. Daarnaast is ook gekeken naar de tuinen van de grote buitenplaatsen. De tuinen van de buitenplaatsen zijn en waren grotendeels gelegen op de oeverwallen van de Vecht. Twee tuinen buiten de Vechtzone zijn meegenomen in de inventarisatie, namelijk de tuinen van Gunterstein (het labyrinth) en Ouderhoek. Deze vallen op qua bijzonderheid. Het gaat hier om terreinen die historisch veel in de belangstelling stonden. Op basis van bronmateriaal (AHN) lijken deze tuinen verder nog in situ aanwezig te zijn. Voor Gunterstein is al een gedeeltelijke bescherming aanwezig (reeds AMKterrein). Ouderhoek is als nieuw te beschermen terrein opgenomen.
De verwachtingenkaart is aangevuld met a) de onder paragraaf 3.3.1 genoemde landhuizen, buitenplaatsen en bijbehorende tuinen (te verwachte vindplaats), b) de buitenplaatsen en -tuinen die gelegen zijn aan de Vecht (hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten)
13
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Fig 3.2. De tuin van Buitenplaats “Boom en Bosch” (Breukelen) in de 18e eeuw (bron: Het Utrechts Archief).
3.3.5 Militair erfgoed De gemeente Stichtse Vecht heeft door de ligging bij de grens met Holland eeuwenlang een strategische betekenis gehad. Dat heeft zich geuit in de bouw van vele kastelen, schansen, versterkingen, omwallingen en uiteindelijk in de aanleg van de Nieuwe Hollandse Waterlinie in het midden van de 19de eeuw. In 2017 heeft de gemeente het bureau BAAC een inventariserend onderzoek laten uitvoeren naar dit thema. De inventarisatie van BAAC is verwerkt in de verwachtingenkaart (zie bijlage 2).
3.3.6 Waterbodems Op de archeologische beleidskaart uit 2010 stonden waterbodems wel op de kaart met een verwachtingscategorie, maar hieraan was geen beleid gekoppeld. De waterbodems zijn opnieuw bestudeerd. De verwachtingen zijn grotendeels ongewijzigd: de Vecht, Angstel en Aa hebben een middelhoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Het water in de historische kernen heeft een hoge verwachting. Hier kunnen naast resten van (huis)afval, ook resten van oude waterstaatkundige werken worden aangetroffen.
3.3.7 Maarssenbroek Op de beleidskaart 2010 is een groot deel van Maarssenbroek aangegeven als verstoord. De motivering daarvoor blijkt niet eenduidig uit de tekst, maar zal samenhangen met de bouw van de woonwijken na de jaren ’60 van de vorige eeuw. Omdat de mate van verstoring onbekend is, is in het nieuwe beleid een lage archeologische verwachting opgenomen voor deze wijken. Hier geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm met oppervlakte van groter 100.000 m 2 archeologisch onderzoek nodig is. In de praktijk zal dit nauwelijks leiden tot een lastenverzwaring. Toch is op deze wijze ondervangen dat bij grootschalige projecten een toets plaatsvindt op de mate van verstoring. Uitzondering is een gedeelte van de Maarssebroeksedijk, dat de aanleg van de nieuwe wijk Maarssenbroek waarschijnlijk in situ heeft overleefd. Dit gedeelte heeft een hoge verwachting gekregen (zie hoofdstuk 3.3.2). 14
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Fig. 3.3 Op deze uitsnede van een 19de-eeuwse kaart is te zien dat oostelijk van de Vecht grote delen van het landschap onder water stonden en vergraven waren. Door de turfwinning zijn de middeleeuwse resten verdwenen, maar zijn oudere lagen wel dichter bij de oppervlakte gekomen (Reuvens 1878, “Kaart van de plassen beoosten de Vecht”).
15
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
4.
Actualisatie beleidskaart
4.1
Algemeen
Zoals beschreven in paragraaf 1.3.1 vormt de archeologische verwachtingenkaart de basis voor de archeologische beleidskaart. Op de verwachtingenkaart wordt aangegeven waar reeds bekende vindplaatsen zich bevinden of waar deze te verwachten zijn. In de praktijk betekent dit hoe hoger de archeologische verwachting en hoe hoger de trefkans, hoe meer rekening gehouden moet worden met archeologie en des te strenger de voorschriften zijn in het beleid. Op de beleidskaart wordt aangegeven hoe hier rekening mee te houden en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Wel moet de kanttekening worden geplaatst dat de gemeente conform Erfgoedwet (art. 9.1.1.a) een onderbouwde afweging moet maken in wat wel, en niet te beschermen is. Op basis van de verwachtingenkaart zijn door de gemeente keuzes gemaakt over: a) wat beschermd moet worden. b) welke mate van bescherming passend is. Voor sommige terreinen geldt, dat meerdere archeologische verwachtingen of bestaande waarden elkaar overlappen (kaartbijlagen 4 t/m 7 uit bijlage 2). Het uitgangspunt voor de beleidskaart (bijlage 1) is (dan) dat de hoogste bestaande waarde of verwachting op de locatie geldt. In het beleid is alleen de hoogste waardering op een plek overgenomen.
4.2
Beleidskeuzes
Op basis van de verwachtingenkaart is door de gemeente een keuze gemaakt in wat beleidsmatig beschermd wordt. Zoals op de verwachtingenkaart te zien is, zijn grote delen van het gemeentelijk grondgebied archeologisch waardevol. Het opleggen van een onderzoeksverplichting op alle waardevolle gebieden zou leiden tot een onevenredig grote lastenverzwaring voor de inwoners en bedrijven binnen de gemeente. De gemeente heeft daarom besloten keuzes te maken wat wel en wat niet beschermd moet worden. De voornaamste punten zijn: -
het niet beschermen van archeologie ná 1850. het beschermen van de steentijdgebieden ten oosten van de Vecht. het beschermen van de oevers van de Vecht door een zogenaamde “Vechtzone”. het (beperkt) beschermen van tuinarcheologie.
4.2.1 Periode na 1850 na Chr. De gemeente heeft, na uitgebreid overleg en discusie met verschillende partners en in afwijking op hun advies, besloten om geen onderzoeksverplichting of andere beschermende maatregelen op te nemen voor archeologische resten van na 1850 na Chr. De periode na 1850 is het eind van de nieuwe tijd en het begin van de moderne tijd. Omdat in de moderne tijd meer informatiebronnen beschikbaar zijn (foto’s, kaarten, film, ooggetuigenverslagen, rapporten, bouwtekeningen), is veelal voldoende kennis van deze resten aanwezig. De informatie vanuit archeologische hoek is complementair. Bij archeologische resten van vóór 1850 is archeologie vaak een van de weinige bronnen of zelfs de enige bron van informatie.
16
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Omdat de gemeente verwacht dat resten van na 1850 een lage(re) informatieve waarde hebben, acht zij een (zwaar) beschermingsregime niet nodig. De kosten wegen naar verwachting niet op tegen de baten. Dit betekent dat voor de archeologie van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de archeologie van de Tweede Wereldoorlog geen onderzoeksverplichting is opgenomen. Archeologische resten uit de periode na 1850 zijn opgenomen in beleidsategorie WA6 (zie paragraaf 4.3). Aan deze categorie worden geen voorwaarden gekoppeld: archeologisch onderzoek of andere beschermende maatregelen zijn hier niet noodzakelijk.
4.2.2 Het Pleistoceen: de Oostelijke Vechtplassen Bij de Oostelijke Vechtplassen, de polders in het oosten van Stichtse Vecht (Tienhoven) bevindt zich een nog vrijwel onverstoord Pleistoceen landschap met sporen uit de prehistorie (mesolithicum). Een dergelijk verdronken en intact gebleven, maar niet diepliggend, dekzandlandschap is relatief zeldzaam in Nederland. In het oosten en zuiden van Nederland ligt het dekzand veelal aan of nabij het oppervlak en als gevolg daarvan zijn mesolithische vindplaatsen vaak niet meer intact bewaard gebleven. In het westen van ons land ligt het Pleistocene niveau te diep voor onderzoek. Tijdens archeologisch onderzoek is gebleken dat het dekzand, en daarmee mogelijk aanwezige archeologische resten, zich in sommige gevallen zeer dicht aan het maaiveld bevindt (zie bijlage 2). Hoewel de verwachting op archeologische resten in het gebied hoog is, is de trefkans relatief laag. Resten van kampementjes of jachtactiviteiten bestaan uit kleine clusters vondstmateriaal en deze liggen naar verwachting verspreid in het landschap. Daarnaast is steentijdonderzoek betrekkelijk duur. Besloten is om een beschermingsregime te hanteren, waarbij de steentijdkennis wordt geborgd, maar de bedrijven en agrariërs in dit gebied niet onevenredig worden belast.
Concreet betekent dit dat de meeste gangbare ingrepen (tot 1.000 m2) worden vrijgesteld van archeologisch onderzoek, maar dat grote ingrepen (ontgrondingen, landschapsherstel en bodemverbetering) wel vergunningsplichtig en onderzoeksplichtig zijn. Het uitgangspunt is dat agrariërs hun normale werkzaamheden kunnen continueren, maar tegelijkertijd archeologische waarden gewaarborgd blijven (zie hoofdstuk 4.2.5.4). Overigens geldt voor de pleistocene opduikingen in het noordelijk deel van de gemeente een ander beschermingsregime. Vanwege hun geringe oppervlakte zijn de pleistocene opduikingen opgenomen in de categorie WA2. Archeologische resten uit de prehistorie zijn opgenomen in beleidsategorie WA3 (paragraaf 4.3). Aan deze categorie is de beleidsregel gekoppeld dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen met een oppervlakte vanaf 1.000 m2. Vanwege de ligging van archeologische resten dicht aan het maaiveld is geen diepteondergrens opgenomen.
4.2.3 Het gebied rond de Vecht: de Vechtzone De Vecht is van ultiem belang in de ontwikkeling van de gemeente (geweest). Vanaf de vroege middeleeuwen concentreert de bewoning in de gemeente Stichtse Vecht zich op de oeverwallen van de Vecht. Hier zijn vrijwel alle kastelen, hereboerderijen, dorpen, buitenplaatsen en siertuinen gesitueerd. Ook liggen hier de mondingen van de veenstroompjes en crevasses (die in de Vecht uitmonden), die zeer geschikt kunnen zijn voor bewoning in bijvoorbeeld de vroege middeleeuwen. Het hanteren van verschillende beleidscategorieën voor alle verschillende aanwezige en te verwachten archeologische waarden in de Vechtzone zou leiden tot een gecompliceerde wirwar van
17
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
diverse te beschermen archeologische gebiedjes met elk hun eigen bepalingen. Dit maakt het beleid complex, en biedt bovendien een schijnzekerheid: over het aantal én de locatie van verdwenen kastelen en buitenplaatsen bestaat nog steeds discussie. Ondanks decennia van wetenschappelijk onderzoek is nog veel onduidelijk. AHN onderzoek en archeologische opgravingen laten zien dat de Vechtzone nog veel verrassingen in petto heeft. Zo blijken de verdwenen buitenplaatsen Realeneiland (Vreeland) en Ouderhoek (Nieuwersluis) nog in situ aanwezig te zijn bij het bekijken van hoogtekaarten (AHN). Bij Hunthum (Nieuwersluis) is onverwacht een gedeelte van een omgracht terrein aangetroffen bij onderzoek. Wellicht heeft hier een middeleeuwse woontoren gestaan. Zowel de gracht als de mogelijke woontoren zijn niet op historisch kaartmateriaal aangeduid. 5
Daarom wordt afgezien van verschillende archeologische verwachtingen voor dit gebied, en daarvoor een enkele verwachting op te nemen (“De Vechtzone”). Hier geldt een hoge verwachting. De Vechtzone is aan weerszijden van de Vechtoevers 100 meter breed. De maat van 100 meter is gebaseerd op de afstand van de 17de en 18de -eeuwse buitenplaatsen tot aan de oever van de Vecht. Het overgrote deel van de landhuizen (hoofdwoning, dus niet de bijgebouwen) langs de Vecht is geplaatst binnen 100 meter van de oever van de Vecht. Deze maat komt in veel gevallen ook overeen met de breedte van de oeverwallen van de Vecht. Ook de mondingen van de crevasses zijn met deze maat opgenomen in de Vechtzone. In de Vechtzone bevinden zich diverse (potentiële) gebieden van archeologische waarde (bijvoorbeeld de AMK-terreinen). Deze gebieden hebben wel een strikter beschermingsregime (paragraaf 4.2.5.2). Binnen de Vechtzone is de kans op het aantreffen van archeologische waarden groot. Voor deze zone is daarom besloten om aan te sluiten bij de ondergrenzen uit de Erfgoedwet. Dit betekent dat archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen dieper dan 0,3 meter over een oppervlakte groter dan 100 m2. De Vechtzone is opgenomen in beleidscategorie WA2. Uitzondering vormen de rijksmonumenten en gebieden met een (potentiële) archeologische waarde. Deze vallen in beleidscategorie WA1.
4.2.4. Tuinarcheologie van buitenplaatsen Gekozen is om alleen de tuinen van de buitenplaatsen die binnen de Vechtzone liggen te beschermen en de tuin van buitenplaats Ouderhoek. Dit betekent dat de overige tuinen geen bescherming krijgen. Reden om Ouderhoek (Nieuwersluis) wel op te nemen is dat het hier gaat om een befaamde tuin die op basis van het AHN nog in situ aanwezig. Dit ondanks sloop van buitenplaats en tuin in de 19de eeuw en gebruik als commerciële boomgaard van het terrein sinds 1850. De voornaamste (pronk)tuinen worden op basis van het uitgevoerde onderzoek pal aan de Vecht verwacht, hier lagen de tuinen immers in het zicht. Deze tuinen liggen grotendeels in de Vechtzone (zie paragraaf 4.2.3). Zoals al aangegeven, is voor de Vechtzone gekozen voor een afstand van 100 meter tussen Vechtoever en binnenland als beschermde zone. Voor de overige buitenplaatstuinen gelden geen beschermende maatregelen en dus zijn bodemingrepen hier vrijgesteld van archeologisch onderzoek (uitzonderingen daargelaten). Verder van de Vecht in het wat drassiger achterland lagen namelijk de produktietuinen, boomgaarden en weilanden. De informatiewaarde van deze tuinen is naar verwachting beperkt: de kosten van archeologisch onderzoek wegen niet op tegen de verwachte kenniswinst.
5
Pieters, M. et al, 2012 et al 2020: Nieuwersluis, buitenplaats Hunthum. Booronderzoek, proefsleuvenonderzoek (IVO-P) en
opgraving, ’s Hertogenbosch.
18
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
De tuinen van de buitenplaatsen binnen de Vechtzone en de tuin van buitenplaats Ouderhoek worden beschermd door categorie WA-2 (zie ook paragraaf 5.3). Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm over een oppervlakte van 100 m 2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
4.2.5 Vrijstellingsgrenzen Een vrijstellingsgrens (gekoppeld aan een beleidscategorie) bestaat uit een oppervlakte- en een dieptemaat. Wordt zowel de dieptemaat als de oppervlaktemaat overschreden, dan moet een verguning worden aangevraagd. Bij de vergunningaanvraag moet dan inzichtelijk worden gemaakt wat de archeologische waarde is van het te verstoren terrein. Is sprake van behoudenswaardige archeologische resten, dan kunnen aan de vergunning voorwaarden gekoppeld worden. Voor de vrijstellingsondergrenzen is zoveel mogelijk aangehaakt bij het bestaande beleid. De diepteondergrens is, met uitzondering van categorie WA3, 30 cm onder maaiveld. De reden daarvoor is dat: • door de aanwezigheid van een bouwvoor in de meeste gevallen de archeologische resten niet dicht aan het oppervlakte liggen (met uitzondering van de Oostelijke Vechtplassen). • dit een maat is waarbinnen normale activiteiten mogelijk zijn, bijvoorbeeld tuinieren, maar ook agrarische activiteiten (een standaard ploegschaar woelt circa 25 cm beneden maaiveld). • dit ervoor zorgt dat in een aantal gevallen ook nog sprake is van een kleine buffer, zodat na het afgraven van 30 cm archeologische resten niet blootgesteld worden aan degradatieprocessen. Hieronder wordt per beleidscategorie aangegeven: a) welke archeologische resten verwacht worden. b) de gestelde vrijstellingsgrenzen. c) een motivatie daarvan.
4.2.5.1 Aanduiding Archeologische Rijksmonumenten (A1). Voor de archeologische rijksmonumenten, kastelen Cronenburg en Ruwiel, geldt dat dezedoor de Erfgoedwet worden beschermd. Bodemingrepen zijn hier zonder vergunning niet toegestaan. Een vergunning moet worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De gemeente heeft hier een loketfunctie. Omdat de gemeente voor rijksmonumenten geen bevoegd gezag is, zijn hier in het beleid geen regels voor opgenomen. Wel is in een aanduiding (A1) voorzien. Aanduidingsregel A1 Bodemingrepen zijn niet toegestaan. Bij bodemingrepen op archeologische rijksmonumenten moet, conform het overgangsrecht Monumentenwet (art. 9.1.1.a), een monumentenvergunning worden aangevraagd bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
4.2.5.2 Waarde Archeologie 1 (WA1): bekende en te verwachte vindplaatsen Onder deze beleidscategorie vallen de AMK-terreinen (al dan niet met aangepaste begrenzing) en de nieuw toegevoegde terreinen. Het gaat hier het name om kastelen, stenen kamers, boerderijen en buitenplaatsen. Hoewel niet in alle gevallen sprake is van daadwerkelijke archeologische vondsten op deze locaties, is de verwachting op het aantreffen van archeologische resten zeer hoog. 19
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
In het beleid uit 2010 waren bodemingrepen op de AMK-terreinen niet toegestaan. Kleine en soms ook ondiepe ingrepen werden hiermee onderzoeksplichtig. Om lastenverzwaring tegen te gaan voor zowel de burger als de gemeente is besloten om de diepteondergrens te verruimen naar 30 cm en de oppervlaktegrens naar 25 m2. Op deze wijze zijn kleine ingrepen mogelijk en blijven archeologische waarden beschermd. Een ondergrens van 25 m2 is maximaal. Het gaat hier om historische puntlocaties met een hoge trefkans (niet wijdverspreid, maar juist een hoge concentratie van archeologische resten op een bepaalde plek). Bij het vrijgeven van meer dan 25 m2 is de kans op (onomkeerbaar) verlies aan archeologische waarden en daarmee verlies aan kennis groot.
Beleidsregel WA1: Voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van meer dan 25 m 2 beslaat en de bodem dieper dan 0,3 m geroerd wordt moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
Fig. 4.1. Een afbeelding van Kasteel Aastein bij Nieuwer ter Aa uit rond 1700. Het kasteel is verdwenen, maar de fundamenten liggen nog in de grond. Bij dergelijke terreinen is ook bij kleinere ingrepen de kans hoog dat waardevolle informatie verloren gaat. In een oppervlakte van 25 m2 passen bijvoorbeeld de resten van een complete waltoren. Tekening van Dirck Engels ca 1690 via het Utrechts Archief.
20
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
4.2.5.3 Waarde Archeologie 2 (WA2): hoge verwachting op archeologische resten Vechtzone, ontginningslinten, water binnen de dorpskern Samengevat is de Vechtzone een gebied met een hoge verwachting op archeologische resten uit alle perioden na de late prehistorie. De motivatie voor het opnemen van de Vechtzone wordt onder 4.2.3 beschreven. Vanwege die hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten is besloten om aan te sluiten bij de vrijstelingsondergrens uit de Erfgoedwet voor bodemingrepen tot 100 m2 (art. 9 lid 1sub a Erfgoedwet). Ten opzichte van de beleidskaart uit 2010 betekent dit een verzwaring. Dit komt, omdat de oude beleidsregel met name vooral is gebaseerd op het voorkomen van de stroomgordel van de Vecht in de ondergrond. De huidige beleidsregel neemt daarnaast ook de diverse te verwachten (cultuur)historische elementen mee. Verder heeft het archeologische onderzoek uitgewezen dat archeologische resten vooral voorkomen op de bredere delen van de oeverwal . De Vechtzone beslaat min of meer het gebied van de oeverwallen langs de Vecht. Naast de Vechtzone zijn ook de ontginningslinten en het water met een hoge archeologische verwachting opgenomen in deze beleidscategorie. Voor waterarcheologie gaat het hier om natuurlijke waterlopen, sloten, vaarten en bekende oversteekplaatsen bij de historische kernen.
De hoge verwachting heeft betrekking op de ligging van vondstcomplexen (zogenaamde dumpplaatsen) in de nabijheid van bewoning, deposities of waterstaatkundige werken (bijvoorbeeld bruggen, aanlegsteigers). In het beleid uit 2010 is wel een verwachting aangegeven voor waterbodems, maar hieraan is, om onduidelijke redenen, geen beleid gekoppeld. Grachten en andere gegraven waterlopen behorende bij kastelen en huizen zijn opgenomen in de categorie (te verwachten) vindplaatsen (WA1), omdat zij bij de vindplaats/het complex behoren. Beleidsregel WA2: 2 Voor plangebieden waarvan de geplande bodemverstoring een oppervlak danbeslaat 100 men bodemverstoring een oppervlak van meer van dan meer 100 m2 beslaat en tot de meer bodem dieper 0,3 m wordt geroerd wordt, moet archeologisch worden de bodem dan 0,3 mdan geroerd moet archeologisch onderzoekonderzoek worden uitgevoerd. uitgevoerd.
4.2.5.4 Waarde Archeologie 3 (WA3): hoge verwachting op prehistorische archeologische resten Een derde beleidscategorie is opgenomen voor de hoge verwachting op het aantreffen van prehistorische resten waar het pleistocene dekzand zich naar verwachting (deels) aan of direct onder het maaiveld bevindt. Het betreft hier een vrij groot gebied rond Maarsseveen. Zoals beschreven in tabel 3.1 en paragraaf 4.2.2 gaat het hier om een bijzonder en zeldzaam landschap met een hoge verwachting op archeologische resten vanaf het mesoliticum. Op bepaalde locaties is die verwachting ook gestaafd met archeologisch vondsten (zie bijlage 2). Om recht te doen aan deze archeologische waarden heeft de gemeente ervoor gekozen de diepteondergrens van 30 cm naar 0 cm te brengen. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat de archeologische waarden op sommige locaties op slechts enkele centimeters onder het maaiveld voorkomen. Het hanteren van een standaarddiepte van 30 cm zou hier leiden tot een mogelijk grote aantasting van deze kwetsbare en zeldzame archeologische resten. De oppervlakteondergrens is 1000 m2, net als in het beleid van 2010. Hoewel de verwachting hier hoog is, is de trefkans lager (veel kleine tot zeer kleine vondstcomplexen). Daarmee kunnen agrariërs hun normale werkzaamheden blijven continueren, maar worden archeologische waarden welbeschermd.
Ook geldt hier, net als binnen de rest van de gemeente, een ontheffing voor 21
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
voortgezet (agrarisch) gebruik. Dit betekent dat normale agrarische werkzaamheden kunnen doorgaan (ploegen, woelen, zaaiklaar maken, oogsten/rooien, stoppelbewerking, graslandwoelen, planten/poten, rooien van bomen in het kader van boomkwekerijen en spitten). Niet onder de vrijstelling vallen: diepploegen en het aanleggen van drainage. Ook voor nieuwe agrarische percelen en wijziging in grondgebruik geldt deze vrijstelling niet, omdat de kans bestaat dat schade wordt toegebracht aan het bodemarchief. Beleidsregel WA3: Voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van meer dan 1.000 m 2 beslaat moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.2.5.5 Waarde Archeologie 4 (WA4): middelhoge tot hoge archeologische verwachting Voor de stroomgordels en crevasses buiten de gedefinieerde Vechtzone geldt een middelhoge tot hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten. Op basis van het onderzoek is er geen aanleiding om de ondergrenzen hier te wijzigen ten opzichte van het archeologiebeleid uit 2010. Het gaat om gebieden waar op basis van de landschappelijke ondergrond archeologische resten verwacht worden vanaf de ijzertijd. Omdat de verwachting is dat eventueel aanwezige archeologische resten wat meer verspreid in het landschap liggen, is sprake van een vrijstellingsondergrens van 500 m 2. Beleidsregel WA4: Voor plangebieden waarvan de bodemverstoring een oppervlak van meer dan 500 m 2 beslaat en de bodem dieper dan 0,3 m geroerd wordt, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.2.5.6 Waarde Archeologie 5 (WA5): lage verwachting / lage informatiewaarde In de gebieden met een lage verwachting zijn de kom- en veenweidegebieden opgenomen, en de gebieden met blokverkaveling. De kom- en veenweidegebieden zijn van oudsher nattig. De kans op archeologische resten is gering. Door het uitvoeren van archeologisch onderzoek bij grootschalige bodemingrepen, kan hier worden getoetst of toch sprake is van landschappelijke en/of archeologische fenomenen.. Ook de blokverkaveling is in deze categorie opgenomen. Hoewel de kans op het aantreffen van resten hoog is in de gebieden met een blokverkaveling, is de geschatte informatiewaarde van archeologische resten die hiermee samenhangen over het algemeen laag. Blokverkaveling is een archeologische indicator: het betreft (vaak) oude natte gronden grenzend aan de oeverwal. Hier kunnen bewoningsen gebruikssporen vanaf de (middeleeuwse) ontginningsperiode worden aangetroffen. Veel gebieden met blokverkaveling zullen waarschijnlijk toch vooral hebben gediend als landbouwgrond. Daarom is gekozen om om dezelfde ruime ondergrens van 100.000 m 2 toe te kennen als in het beleid van 2010. Hierdoor kan toch bij grote ontwikkelingen getoetst worden of daadwerkelijk sprake is van mogelijke lage informatiewaarde. Bekende en te verwachte archeologische elementen in de blokverkaveling (boerderijen etc.) zijn opgenomen in WA2.
Verder zijn ook waterbodems met een middelhoge verwachting in deze categorie opgenomen. De redenen hiervoor zijn, dat op de Vecht al grootschalig onderzoek is uitgevoerd, de trefkans gering is en archeologische vondsten beter geduid kunnen worden in een grotere context. Ook hier geldt een onderzoeksplicht voor grootschalige baggerwerkzaamheden vanaf 100.000 m 2.
22
Actualisatie archeologische verwachting- en beleidskaart gemeente Stichtse Vecht.
Beleidsregel WA5: Bij bodemingrepen met een diepte vanaf 30 cm en een oppervlakte vanaf 100.000 m2 is archeologisch onderzoek noodzakelijk.
4.5.2.7 Waarde Archeologie 6 (WA6): geen toegekende bescherming In deze categorie vallen: a) De (geïnventariseerde) archeologische resten van na 1850 na Chr (m.n. conflictarcheologie). b) Gebieden waarvan bekend is dat deze verstoord zijn c) Gebieden waarvan bekend is dat er geen (archeologische) waarden meer aanwezig zijn Voor deze archeologische resten en gebieden geldt dat geen archeologisch onderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Voor de gebieden die behoren tot categorie a) geldt dit alleen, wanneer geen sprake is van een andere verwachting/beleidscategorie.
4.6 Samenvatting wijzigingen ten opzichte van het oude archeologiebeleid In de beleidskaart voor de Vechtgemeenten uit 2010 was sprake van een groot aantal categorieën met verschillende vrijstellingsgrenzen. Er waren 13 verschillende categorieen, waarvan slechts twee niet onderzoeksplichtig waren. In de herziene beleidskaart is ervoor gekozen om de beleidscategorieen te reduceren tot 6 categorieën én tegelijkertijd zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaand beleid, zonder dat hierdoor essentiële archeologische kennis verloren gaat. De herziening heeft met name betrekking op: • • •
• • • •
Beperken van het aantal beleidscategegorieën; Het opnemen van te verwachten vindplaatsen in de categorie archeologische waarde (WA2); Aanpassingen in de vrijstellingen van de onderzoeksplicht voor gebieden met een bekende en te verwachten hoge archeologische waarde, zoals historische kernen en (niet van rijkswege beschermde) kasteelterreinen; De omvang van de gebieden met hoge, middelhoge en lage archeologische verwachting; Aanpassingen in de diepte-vrijstelling van het pleistocene dekzand; Gebieden waarvan de ondergrond is verstoord dan wel waarvoor geen archeologische verwachting (meer) is; Het opnemen van de categorie verstoord/onderzocht. Deze categorie hoeft niet te worden opgenomen in de bestemmingsplannen.
4. 7 Inwerkingtreding Het herziene archeologiebeleid treedt in werking bij de vaststelling van het beleid door de gemeenteraad. Dan zal het voorgaande beleid en de beleidskaart 2010 komen te vervallen.