CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

NVRD handreiking GR22 juli 2021.pdf

Informatieve commissie I 14 december 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 20:30: Afvalinzameling in 2020 en 2021, prijsontwikkelingen verwerking afval en stand van zaken invoering omgekeerd inzamelen.3.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SAMEN VOOR SCHONE EN AFVALVRIJE GEMEENTEN

Handreiking afvalbeleid gemeenten Nederland is binnen Europa één van de koplopers op het gebied van recycling, maar er zijn nog genoeg uitdagingen om het doel dat de Rijksoverheid heeft gesteld te halen: volledig circulair in 2050. Onderdeel van de circulaire economie is de gemeentelijke verantwoordelijkheid rondom afvalbeleid1. Inwoners hebben volgens de afvalstoffenverordening2 een wettelijke plicht om hun huishoudelijk afval op de juiste manier aan te bieden. Gemeenten hebben vervolgens een wettelijke zorgplicht voor de inzameling en verwerking hiervan. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022 zullen sommige gemeenten nieuwe beleidskeuzes maken over hoe zij deze zorgplicht willen vormgeven. Omdat de afvalwereld complex is, worstelen veel gemeenten hiermee. In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen helpen de leden van de Koninklijke NVRD3 gemeenten, wethouders en raadsleden bij het vormen van afvalbeleid. Deze handreiking bevat onafhankelijke objectieve informatie en dient ter ondersteuning bij vragen als: • Hoe kun je afvalbeleid vormgeven? • Welke concrete instrumenten bestaan er? • Wat leren andere gemeenten ons?

Doelstellingen

De Nederlandse gemeenten zamelden in 2019 gemiddeld 493 kilo aan huishoudelijk afval per inwoner in, waarvan 180 kilo restafval4. In het kader van het landelijke VANG-beleid is de ambitie 75% scheiding van huishoudelijk afval en gemiddeld maximaal 100 kilo restafval per inwoner per jaar5. Dit confronteert gemeenten al een aantal jaren met de vraag: Hoe kun je afvalbeleid het beste vormgeven om deze doelstellingen te halen? Dit vullen gemeenten in door het scheiden van herbruikbare grondstoffen te maximaliseren en daarmee de hoeveelheid te verbranden restafval te minimaliseren. Daarnaast is het ook van belang dat gemeenten sturen op de kwaliteit van de afvalstromen. Circulaire doelstellingen moeten door een gemeente worden vertaald naar concrete maatregelen. Welke combinatie van maatregelen leidt tot het beste systeem, hangt af van het ambitieniveau van de gemeente en wat de lokale omstandigheden zijn, zoals de dichtheid van de bebouwing en mate van hoogbouw. Zo is het bij hoogbouw lastiger om inwoners zelf te laten scheiden, simpelweg door

1 2

3

4 5

Voor het gemak is de term ‘afval’ gebruikt, maar in de praktijk worden ook termen gebruikt zoals ‘grondstoffen’ of ‘materialen’. De model Afvalstoffenverordening bevat artikelen die vastleggen op welke wijze afzonderlijke stromen moeten worden ingezameld en met welke inzamelmiddelen dat moet gebeuren (bijvoorbeeld huishoudelijk restafval in de ondergrondse container en papier en karton in de minicontainer). Wordt de model afvalstoffenverordening door een gemeente gevolgd, dan zijn inwoners verplicht de afzonderlijke stromen in de daarvoor aangewezen inzamelmiddelen- en/of voorzieningen aan te bieden. De NVRD is de vereniging voor afval- en reinigingsmanagement. Met circa 450 leden verenigt zij vrijwel de complete publieke afval- en reinigingssector van Nederland, van inzameling tot verwerking. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/40/meeste-huishoudelijk-afval-in-minst-stedelijke-gemeenten “Van 250 kilo naar 100 kilo restafval per inwoner per jaar en 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2020. Dat is de ambitie van het Ministerie van IenW, de VNG, de NVRD en Rijkswaterstaat” https://www.vang-hha.nl/

het gebrek aan fysieke ruimte. Omgekeerd hebben woonwijken meer ruimte voor voorzieningen om dit mogelijk te maken. Ook de historie en de gewoonten van de inwoners zijn van grote invloed op het draagvlak voor het beleid: hoe organiseerde de gemeente het afvalbeleid eerder? Waarom en met welk tempo wordt dat aangepast? Worden de kosten voor afval uit algemene middelen betaalt of zoveel mogelijk direct door de vervuiler? Heeft de burger hier begrip voor? Een heldere en degelijke communicatie speelt hierin een belangrijke rol.

Keuze afvalbeleid

Binnen het totale afvalbeleid zijn verschillende instrumenten in te zetten om de scheiding van afval, te maximaliseren. Bv.: het stimuleren van scheiding door het makkelijker te maken en frequenter in te zamelen, het inbouwen van (positieve) financiële prikkels voor het scheiden van afval, een stevig communicatiebeleid en door samenhangende keuzes te maken in de manier waarop afval gescheiden wordt. Binnen het afvalbeleid is veel discussie over bron- of nascheiding. Gft-afval, papier en karton, glas en textiel worden in alle gemeenten door de inwoners (‘aan de bron’) gescheiden. Vervolgens blijft restafval inclusief PMD6 over. Voor het scheiden daarvan kunnen gemeenten kiezen om inwoners het PMD zelf uit het afval te laten scheiden (bronscheiding), of om deze grondstoffen achteraf machinaal uit het restafval van inwoners te halen (nascheiding). Om succes te behalen is dus een goed overwogen, integrale systeemkeuze nodig. Een overzicht van een aantal concrete maatregelen die een gemeente kan inzetten bij het ontwikkelen van circulair afvalbeleid is bijgesloten als bijlage 1. Een infographic over bron- of nascheiding van PMD is bijgesloten in bijlage 2. Deze kan als ‘praatplaat’ gebruikt worden bij discussies en te maken afwegingen tussen bron- en/of nascheiding.

Goed presterende gemeenten laten zien dat naast de keuze voor bron- of nascheiding van PMD een gecombineerde inzet van verschillende soorten instrumenten leidt tot de beste resultaten in het totale afvalbeheer.

Aanbeveling

De afvalwereld is complex met veel verschillende actoren, belangen en beleidsrichtingen. Er bestaat geen ideale blauwdruk, of wondermiddel voor afvalbeleid dat voor alle gemeenten werkt. Het is van belang dat over de te treffen maatregelen vooraf goed nagedacht wordt. Wanneer een gemeente daarin onjuiste gehaaste politieke keuzes maakt, dan kan dat grote gevolgen hebben. Regelmatig worden de keuzes geleid door onjuiste of incorrecte informatie, bijvoorbeeld afkomstig uit de media. Er is niet één blauwdruk. Kies dus voor het juiste maatwerk, en durf ook te differentiëren in je beleid binnen je gemeente: Wat werkt in een laagbouwwijk is soms minder succesvol in de hoogbouw of een dichtbebouwd (historisch) centrumgebied. Bovendien is ook de kwaliteit van de afvalstromen van groot belang. Een zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen van de verschillende beschikbare beleidsinstrumenten is daarbij noodzakelijk. Weeg af hoe deze maatregelen zich tot elkaar verhouden en voer deze geleidelijk in om draagvlak bij de inwoner te creëren. Het beste resultaat bereik je met een samenhangend systeem met draagvlak bij de inwoners, ondersteund door een gedegen communicatiebeleid.

6

PMD staat voor plastic, metalen verpakkingen en drinkpakken.

Bijlage 1: Concrete maatregelen

SAMEN VOOR SCHONE EN AFVALVRIJE GEMEENTEN

Algemene maatregelen Gemeenten kunnen kiezen uit algemene maatregelen en verschillende fysieke scheidingsinstrumenten om hun afvalbeleid circulair te maken. Hieronder volgt een overzicht van mogelijke algemene maatregelen. Daaronder staat een overzicht van fysieke scheidingsinstrumenten. Vooropgesteld: deze handreiking is geen blauwdruk, maar geeft richting: de maatregelen zijn onderling afhankelijk en hebben invloed op elkaar. Het is dus van belang dat de gekozen maatregelen met elkaar samenhangen.

De basis op orde

• Het faciliteren van voldoende voorzieningen. Je moet als gemeente goed kijken of iedereen in staat is om afvalstromen echt gescheiden aan te bieden. Staan er genoeg glas-, papier en karton-, en textielcontainers? Zijn ze goed bereikbaar en worden ze ook onderhouden? De gemeente kan overwegen om meer voorzieningen te faciliteren. Bijvoorbeeld door meer afvalbrengpunten, inzamelmiddelen of minicontainers te faciliteren of door vaker in te zamelen. • Structurele monitoring van zwerfafval en de afvalsamenstelling helpt om de (omvang van de) potentiële verbeteringen in kaart te brengen. • Zorg voor maatwerk voor doelgroepen waar dit nodig is. Bewoners met een medische indicatie, minima, klein behuisde mensen, ouderen: richt je beleid zó in dat niemand er (buiten de eigen invloedsfeer om) door wordt benadeeld. • Draagvlak onder de inwoners (en ook in de politiek) is een essentiële voorwaarde voor een goed werkend afvalbeleid. Het is belangrijk om inwoners duidelijk te informeren over wat er van hen verwacht wordt, maar zeker ook over de beleidsdoelstellingen van de gemeente en wat zij daartoe van de gemeente mogen verwachten. Draagvlak kost tijd en om het te behouden is het van belang nieuwe maatregelen geleidelijk en goed onderbouwd in te voeren. • Stem het afvalbeleid af met naburige gemeenten.

Uit onderzoek1 blijkt dat gemeenten die intensiever samenwerken op het gebied van afvalbeleid relatief betere prestaties halen. Dit komt door schaalvoordelen en kennisdeling, maar kan ook leiden tot meer draagvlak onder inwoners.

Communicatie en handhaving

• Om hogere scheidingsrendementen te halen kan intensieve communicatie met veranderingen in het afvalbeleid het draagvlak verhogen. Zeker bij grote veranderingen met consequenties voor inwoners. Dat begint bij begrip bij de burger. • Inwoners zijn zelf ook verantwoordelijk voor hun afval. Wijs hen hierop en informeer tegelijkertijd over het belang en de urgentie van een circulair afvalbeleid. • Verschillende wijken hebben verschillende inwoners. Communicatie die hierop is afgestemd kan helpen om meer mensen te overtuigen. In wijken die minder goed presteren kan ingezet worden op afvalcoaches. • Ook communicatie met zoveel mogelijk illustraties kan helpen in wijken waar niet iedereen de Nederlandse taal spreekt.

1

https://www.iprnormag.nl/samenwerken-in-afvalbeleid/

• Lanceer een afvalapp die: de afvalkalender weergeeft, bewoners herinnert aan inzameldagen, de locaties van faciliteiten aanduidt en aangeeft welke afval in welke bak hoort. • Kinderen zijn de toekomst. Het is van belang dat de jeugd leert over duurzaamheid en circulariteit. Educatieprogramma’s bij scholen en verenigingen kunnen jongeren onderwijzen in afvalscheiding, wat de rest van hun leven van pas zal komen. • Er is al veel communicatiemateriaal beschikbaar voor gemeenten. Zo heeft Rijkswaterstaat samen met het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) een interactieve handreiking Communicatie Afvalscheiden ontwikkeld2. De website van VANG-Huishoudelijk afval biedt voorbeelden en advies over communicatie rondom afvalbeleid3. • Ga in gesprek met inwoners. Dit kan door middel van het inzetten van zogenaamde ‘afvalcoaches’. Dit zijn mensen die de wijk goed kennen, of er zelf wonen, en met (mede)bewoners het gesprek aangaan over nut en noodzaak van goede scheiding. De ervaring is dat maar een klein percentage van de inwoners dat echt niet wil. Daar is handhaving dan de laatste stok achter de deur. • Handhaving kan ook worden ingezet als op zichzelf staand beleidsinstrument. Zo zijn er gemeenten die stevig inzetten op het controleren van de scheidingsregels die in de verordening zijn opgenomen.

Door middel van bij voorbeeld het uitdelen van gele (waarschuwing bij niet of verkeerd scheiden) en rode kaarten (niet legen van de container), en uiteindelijk verbalisering, kunnen goede resultaten worden geboekt ten aanzien van het scheidingsgedrag van bewoners. Op deze manier heeft handhaving niet alleen een restrictieve maar ook preventieve werking: de dreiging van een boete blijkt vaak al genoeg om gedrag te veranderen.

Prijsprikkels

• Er kan gewerkt worden met het invoeren van prijsprikkels. Dit houdt in dat afvalscheiding wordt gestimuleerd d.m.v. het beprijzen van afval dat bijvoorbeeld niet gerecycled kan worden. Door het inbouwen van deze prijsprikkels wordt het aantrekkelijker gemaakt om papier en karton, gft en PMD te scheiden. • Een gemeente kan werken met gedifferentieerde tarieven (diftar). Dan worden de kosten van afval als prikkel ingezet om afval te scheiden en reduceren. In plaats van één vaste afvalstoffenheffing voor alle bewoners, wordt de hoogte van de heffing bepaald aan de hand van de hoeveelheid ongescheiden restafval die een huishouden aanbiedt. Hoe beter je als inwoner je afval scheidt, des te lager is je heffing. Deze systematiek, die veelal onder de noemer van ‘de vervuiler betaalt’ wordt geïntroduceerd, zorgt in gemeenten (mits er draagvlak voor is bij de inwoners) voor een forse daling van gemiddeld 70-100 kg restafval per jaar4. • Diftar kan vormgegeven worden door huishoudens te laten betalen voor het aantal keer legen van de restafvalcontainer, inworp in een ondergrondse restcontainer of op basis van het gewicht van de te legen restafvalcontainer of een betaalde zak voor restafval.

• De effectiviteit van de diftar-systematiek hangt nauw samen met de keuze die je als gemeenten maakt voor het scheiden van PMD: diftar op basis van frequentie is minder effectief in combinatie met nascheiding, aangezien plastic verpakkingen (PMD) veel ruimte innemen. • Beprijzing op basis van gewicht is juist wel goed te combineren met nascheiding van PMD. Om gewicht en dus, kosten te besparen, gaan mensen ‘zwaar afval’ zoals gft, papier en karton en glas aan de bron scheiden.

2 3 4

https://www.vang-hha.nl/communicatie/communicatietool/ https://www.vang-hha.nl/communicatie/communicatietool/interventies/ Analyserapport Benchmark, peiljaar 2019

Voorbeeld5

Land van Cuijk en Boekel hebben al ruim twintig jaar diftar met een speciaal aangewezen restafvalzak die relatief duur is. En dat werkt: in 2017 zaten de gemeenten al op gemiddeld slechts 46 kg restafval per inwoner. De directe financiële prikkel werkt hier goed: de vervuiler betaalt. Inwoners betalen 1,50 voor een afvalzak van 60 liter en de helft voor een zak van 30 liter. Het succes is echter te danken aan een samenhangend systeem van meerdere instrumenten dat past bij de bebouwing van de gemeente (veel laagbouw). Een voorbeeld hiervan is dat wekelijks gft en PMD aan huis wordt opgehaald, waar een groot deel van het huishoudelijk afval uit bestaat. Bovendien is er na twintig jaar gewenning van dit afvalsysteem breed draagvlak ontstaan bij de inwoners.

Fysieke inzamelings- en scheidingsinstrumenten

Hieronder staat een overzicht van fysieke inzamelings- en afvalscheidingsinstrumenten gericht op het beter scheiden van het restafval. Deze instrumenten zijn onderling afhankelijk en ook afhankelijk van de algemene maatregelen. Het is dus van belang dat de gekozen instrumenten samenhangen met elkaar én met de algemene maatregelen.

Frequentie afvalinzameling • Frequentieverlaging inzameling restafval: Een voorbeeld van een systeem dat door veel gemeenten wordt toegepast is dat gft en restafval tweewekelijks wordt opgehaald, en PMD vierwekelijks. De gemeente kan ervoor kiezen om dit om te draaien: Een frequentieverlaging van het ophalen van restafval naar vierwekelijkse inzameling en een frequentieverhoging van PMDinzameling naar tweewekelijks. Dit reduceert naar schatting 20-40 kg restafval per inwoner per jaar. Belangrijk aandachtspunt hierbij is het behoud van de kwaliteit van zowel gft en PMD. Omgekeerd inzamelen • Bij Omgekeerd Inzamelen wordt het de inwoner gemakkelijk gemaakt om recyclebare stromen te scheiden: onder meer oud papier en karton, GFT en PMD worden aan huis opgehaald, en het restafval moet naar een verzamelcontainer in de buurt worden gebracht. Hier werkt service als een prikkel: de bewoner doet de scheiding, de gemeente helpt haar aan huis van deze gescheiden afvalstromen af en de bewoner hoeft daarmee zelf zo min mogelijk naar de ondergrondse container te lopen met zijn restafval. • Veel gemeenten kiezen ervoor om de ‘vrijgekomen’ restafvalcontainer aan huis, in te gaan zetten voor de inzameling van PMD of voor de inzameling van oud papier en karton als alternatief voor losse inzameling (wat voor veel zwerfafval zorgt) en/of wijkcontainers.

• Omgekeerd inzamelen vergt wel maatwerk voor mensen die slecht ter been zijn, en/of onvermijdelijk veel restafval produceren. • Kanttekening is dat omgekeerd inzamelen minder goed aansluit bij nascheiding van PMD. PMD heeft namelijk veel volume. Wanneer dit bij het restafval moet worden gedaan, zullen bewoners veel vaker met restafvalzak naar de (op afstand geplaatste) ondergrondse container moeten lopen, waardoor de serviceprikkel deels verdwijnt. • De effectiviteit van dit systeem wordt mede bepaald door de andere instrumenten en flankerend beleid (communicatie en handhaving) die worden toegepast. In aanvulling op een financiële prikkel (diftar) kan Omgekeerd Inzamelen in gemeenten voor een jaarlijkse reductie op van restafval van gemiddeld 30-50 kg zorgen.

5

https://www.vang-hha.nl/nieuws-achtergronden/2019/land-cuijk-boekel/

Bron- en/of nascheiding: Algemeen • In veel gemeenten is er discussie over de keuze tussen bron- of nascheiding van PMD. Regelmatig wordt deze discussie gevoed door onjuiste of incorrecte informatie, bijvoorbeeld afkomstig uit de media. • Belangrijke notie is dat de keuze voor bron- en/of nascheiding alleen voor PMD geldt. Gft, Papier en karton, glas en textiel wordt in alle Nederlandse gemeenten aan de bron gescheiden. • Beide systemen kunnen tot goede resultaten leiden. Ook hier geldt weer: communicatie rondom de systeemkeuze, en goede afstemming met andere instrumenten is bepalend voor het succes ervan. • Er zijn ook gemeenten die kiezen voor een combinatie van bron- én nascheiding. Redenering van deze gemeenten is dat ze bronscheiding toepassen waar dit effectief kan (vaak in laagbouwwijken), en nascheiding inzetten in sterk stedelijke (hoogbouw)wijken, waar een systeem van bronscheiding niet van de grond komt.

Bronscheiding:

• Bronscheiding is het scheiden van afval door de inwoner voordat het door de gemeente wordt ingezameld. Alle Nederlandse gemeenten doen dit voor gft, papier en karton, glas, textiel en alle grondstoffen die op de milieustraten worden gescheiden. Op dit moment doet ca. 80% van de gemeenten aan bronscheiding van PMD. • Gemeenten die voor bronscheiding hebben gekozen, geven aan dit om de volgende redenen te hebben gedaan: - Het bronscheiden van GFT, papier en karton, glas en textiel gaat goed. Aansluiten bij deze systematiek voor PMD is voor deze gemeenten dus een logische vervolgstap. - Communicatief past het aan huis scheiden van PMD bij het bestaande systeem voor gft, papier en karton, glas en textiel. Deze gemeenten vinden het belangrijk om een eenduidige boodschap over te brengen aan hun bewoners. • Belangrijkste aandachtpunt voor de komende jaren van bronscheiding van PMD is het behoud van kwaliteit. Forse reductie van het restafval kan de kwaliteit van PMD onder druk zetten, doordat er een kans is dat er meer restaval bij het PMD belandt. Uitgebreide communicatie en handhaving zal in deze gemeenten ervoor moeten zorgen dat bewoners hun PMD goed (blijven) scheiden.

Koplopers:

Gemeenten met bronscheiding van PMD halen scheidingsrendementen tussen de 3 en zo’n 40 kg PMD per inwoner per jaar. De verschillen zijn dus enorm. Communicatie, draagvlak en inzamelmethodiek zijn bij bronscheiding van groot belang voor het resultaat. De koplopers in het scheiden van PMD én het reduceren van de hoeveelheid restafval zijn Circulus-Berkel, gemeenten van Dar, Land van Cuijk, gemeenten van ROVA en Twente Milieu.

Nascheiding:

• Bij nascheiding wordt PMD met het restafval ingezameld en vóór de verbranding mechanisch uit het restafval gescheiden. • Nascheiding wordt vaak gekozen met het oog op het gemak voor de inwoners. Het PMD hoeft niet apart te worden gehouden, maar kan samen met het restafval worden ingezameld.

• Daarnaast is het type bebouwing voor veel gemeenten een belangrijke reden om voor nascheiding van PMD te kiezen. In (binnen)steden of andere wijken met veel hoogbouw is het vaak lastig om bronscheiding goed van de grond te krijgen. Daar biedt nascheiding een goede oplossing om meer PMD te scheiden en recyclen. • Nascheidingsinstallaties zijn in ontwikkeling. Het scheidingsrendement van de verschillende nascheidingsinstallaties in Nederland varieert momenteel van 8 tot zo’n 25 kg PMD per inwoner per jaar.

Voorbeeld

Sinds 2019 haalt in Rotterdam het bedrijf AVR machinaal PMD uit het Rotterdamse restafval. De hoeveelheid PMD die voorheen per jaar door middel van bronscheiding werd gehaald wordt nu bijna elke maand uit het restafval nagescheiden6. Dit is een forse verbetering en past goed bij de grote hoeveelheid hoogbouw van de gemeente Rotterdam.

Kwaliteit:

Toenemende aandacht voor afvalscheiding is de afgelopen jaren een enorme impuls geweest voor de afname van de hoeveelheid restafval met gemiddeld tien huisvuilzakken per inwoner per jaar7. Als onbedoeld bijeffect kwam voor enkele deelstromen ook de kwaliteit onder druk te staan. Gevolg is dat grondstoffen als PMD en gft soms dermate vervuild zijn, dat ze niet gerecycled kunnen worden. Om dat te voorkomen is er naast het verminderen van de hoeveelheid restafval ook meer aandacht nodig voor de kwaliteit en de zuiverheid van de gescheiden ingezamelde grondstoffen.

Aanvullende ‘No regret’ maatregelen: • Gft is makkelijk te recyclen en vormt een groot deel van al het huishoudelijk afval. Bij hoogbouw wordt gft echter niet altijd gescheiden. Invoering van gft-scheiding bij hoogbouw kan al snel een groot verschil maken en is conform het Besluit gescheiden inzamelen ook verplicht. • Afvalscheiding bij scholen en maatschappelijke organisaties is nog geen gemeengoed. Hier liggen kansen voor meer en betere scheiding. • Invoering van de ‘Ja-sticker’ in plaats van de ‘nee-sticker’ bij reclamedrukwerk zorgt ervoor dat mensen zelf actief moeten aangeven of zij ongeadresseerd reclamedrukwerk wensen te ontvangen. Hierdoor zal het reclamedrukwerk in volume in het huisafval afnemen. • Samenwerking met kringloopwinkels is altijd een goed idee. Kringloopwinkels kunnen herbruikbare spullen inzamelen voordat het wordt afgedankt waardoor de gemeente minder afval heeft. Een win-winsituatie dus. • De BEST-tas is een tas (vaak van gerecycled plastic) waarin een inwoner Boeken, Elektrische apparaten, Speelgoed en Textiel kan doen. De tas wordt aan huis opgehaald. Door de BEST-tas krijgen gebruikte spullen een tweede leven en worden meer materialen gerecycled.

6 7

https://dagblad010.nl/algemeen/eerste-resultaten-van-nascheiden-zijn-positief https://www.nvrd.nl/nieuwsberichten/2021/170-miljoen-zakken-huisvuil-minder-verbrand

• Het steunen van acties rond afvalinzameling. Een voorbeeld hiervan is E-waste. De E-waste Race is een wedstrijd tussen scholen in een regio om zoveel mogelijk elektronisch afval bij mensen op te halen. De winnaar wint een leuke schoolreis. Op deze manier betrek je de bewoners veel meer bij de wereld achter consumptie en afval. Recent zijn ook de eerste gemeenten gestart met een textielrace. • Het opzetten van een circulair ambachtscentrum voor kringloop, incl. reparatiecafé ’s, etc. kan efficiëntievoordelen bieden en er tegelijkertijd voor zorgen dat herbruikbare spullen zoals beschadigd meubilair of kapotte fietsen niet bij het afval terecht komen, maar een tweede leven krijgen. Bijkomend voordeel is dat hiervoor door veel gemeenten sociale werkplekken worden gecreëerd. • Mobiele milieustraten die bijvoorbeeld maandelijks op een centrale plek in de wijk komen te staan, bieden inwoners de mogelijkheid specifieke afvalstromen zoals elektronica, metalen, piepschuim of medicijnafval gratis gescheiden in te leveren. Hiermee zorg je onder andere voor betere en laagdrempelige scheiding van grotere stukken afval dat niet als restafval aangeboden hoeft te worden, en pak je een communicatieve kans om afvalscheiding dicht bij de mensen onder de aandacht te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1701/documents/37915