Notulen Heisessie Kwetsbare groepen - Stichtse Vecht.pdf
Tekst van het document
DATUM
03-03-2021
PROJECTNUMMER
1904.112
OPDRACHTGEVER
Gemeente Stichtse Vecht
Verslag heisessie Gemeente Stichtse Vecht Aanwezig: Jaap Burggraaf Carolien van der Heijde Fred Nieuwesteeg Fred Berghout Richard Schuit Yvonne Sieben Jaqueline Smit Sjoerd van Es Corien Besamusca Fayka van Opijnen Annet Bolsenbroek Daan Russchen John Engels Martin Bleijenburg Bas de Ruigh Hugo Smid
- Kwintes - Welzijn Stichtse Vecht - Gemeente Stichtse Vecht - Seniorenraad - Kwadraat - Handje Helpen - Beleidsadviseur - Vecht en omstreken - Abrona - Vecht en omstreken - Zilveren Kruis - Zilveren Kruis - Adviesraad sociaal domein - Companen - Companen - Companen
-
Toelichting De heisessie kwetsbare groepen (3 maart 2021) in de gemeente Stichtse Vecht begon met een korte introductie van Fred Nieuwesteeg. De woonvisie van gemeente Stichtse Vecht is in 2019 geactualiseerd, maar het thema wonen en zorg is nog een actiepunt. De behoefte van verschillende groepen zorgvragers moet scherper in beeld worden gebracht, zeker in het licht van het schaarse woningaanbod. Om tot een gezamenlijke beeld van de opgave te komen, wilt de gemeente haar samenwerkingspartners vroegtijdig betrekken. Uiteindelijk zal er naar een woonzorgakkoord worden toegewerkt; een bekrachtiging van het samen oppakken van de woonzorgopgave.
Presentatie van eerste bevindingen Companen begint de bijeenkomst met een presentatie over de eerste onderzoeksresultaten. Hieronder geven wij de belangrijkste uitkomsten en opmerkingen weer: • Na een stijging van het aantal Wlz indicaties VG tussen 2015 en 2017, zien we na 2017 een gestage stijging van het totaal aantal Wlz-indicaties VG. • Het zorggebruik is onderverdeeld op basis van zorgzwaarte. Dit wordt als een lastige indeling omschreven, omdat veel zorg aan mensen met een verstandelijke beperking als maatwerk wordt gezien. • De demografische doorrekening laat een lichte stijging van de behoefte VG op de lange termijn zien, maar geen grote stijging op basis van de bevolkingsontwikkeling. De doorrekening is misschien wat voorzichtig: het landelijke zorggebruik laat een progressieve trend zien van 2% á 2,5% stijging per jaar. Cliënten worden gemiddeld steeds ouder. Het gelijkblijven van de vraag wordt niet zo waarschijnlijk geacht. • Companen heeft op een rij gezet hoeveel VG-cliënten de gemeente relatief heeft, ten opzichte van het land en de regio: o per 1000 inwoners 3,5 VG-cliënten in de gemeente Stichtse Vecht. o Per 1000 inwoners 6,0 VG-cliënten in provincie Utrecht. o Per 1000 inwoners 6,4 VG-cliënten op landelijk niveau. • De bovenstaande staartjes impliceren dat de vraag veel groter kan zijn dan het huidige aanbod.
Binnen Stichtse Vecht liggen momenteel geen instellingsterreinen en in de regio wel. De instellingsterreinen zijn echter vaak (te) ver weg. Het is gewenst dat een instellingsterrein dichter bij huis ligt. o Deelnemers vragen zich vervolgens wel af of het realistisch is dat cliënten vaker ‘lokaal wonen’. Gespecialiseerde zorg vraagt om enige schaalomvang en dat kan een belemmerende factor zijn. Voor woonvormen met aanbod in minder gespecialiseerde zorg moet een bouwlocatie beschikbaar of betaalbare kleinschalige huizen. Dat is momenteel een lastig verhaal in de gemeente; we zien hier een spanningsveld. • Richting de toekomst (2040) houdt Companen rekening met een lichte (verdere) extramuralisering. o De deelnemers zien een (lichte) behoefte van cliënten die zelfstandig willen wonen. VG1&2 wonen al compleet zelfstandig. o De definities van geclusterd-, gespikkeld- en gemengd wonen zijn bij sommige deelnemers nog altijd onbekend. Binnen de rapportage nemen we een begrippenlijst op. • Companen presenteert een terugblik op de beschikkingen voor beschermd wonen. Er zit een balans in het aantal cliënten dat in Stichtse Vecht woont en het aantal cliënten dat afkomstig is uit Stichtse Vecht (en bijv. buiten de gemeente beschermd woont). o Vanuit Daan Russchen (Zilveren Kruis) worden deze cijfers wel herkend.
De aanvragen voor de Wlz lopen momenteel nog door; dit kan nog wat invloed hebben, maar per saldo zullen de cijfers ongeveer hetzelfde zijn. Het aantal aanvragen voor de Wlz komt goed overeen met de landelijke cijfers. o Kwintes heeft data over de aanvragen Wlz beschikbaar. Companen zal hen benaderen voor deze data. • Voor de toekomstige woonvraag in diverse scenario’s vindt op dit moment een spreiding plaats binnen de gemeente Stichtse Vecht. Hierbij kan een stijging worden verwacht. Deze trend of ontwikkeling dient meegenomen te worden bij het wegen van trends en ontwikkelingen op de woonzorgvraag.
2
o
Companen en de deelnemers constateren dat er nog een verdiepingsslag nodig om de woonbehoefte van kwetsbare jongeren goed in beeld te krijgen. Voor volgende bijeenkomsten is het wenselijk om meer jeugdpartners mee te nemen.
Trends en ontwikkelingen (besproken via Mural) In de online brainstormsessie staan we stil bij de hoofdvraag: Welke trends en ontwikkelingen zijn van invloed op de huisvesting van deze doelgroepen? Tijdens de bespreking zijn de volgende kernonderwerpen naar voren gekomen.
Uitdagingen in het aanbod •
•
•
Een brede ontwikkeling betreft de behoefte van zorgvragers aan eigen woonruimte en eigen voorzieningen. Echter is de woningvoorraad niet berekend op een toename van kleine huishoudens. Het sociale huuraanbod bestaat grotendeels uit eengezinswoningen, waardoor vraag en aanbod knellen. De voorraad zou meer gevarieerd (gemengd wonen, kleine woningen) moeten zijn om goed in te spelen op de behoefte van zorgvragers. o Voor jongeren geldt dat de huurprijs voor contingent woningen vaak boven de huurgrenstoeslag voor jongeren ligt. Voor hen zijn studio’s of kamers een veel logischere stap in hun wooncarrière. Dit aanbod wordt gemist in Stichtse Vecht. Deelnemers raden aan om met Youké te bekijken hoe groot de behoefte aan kamers onder jongeren is. Het bouwen van nieuwe (geclusterde) woningen ligt volgens de deelnemers vast bij de grond. De gemeente en corporaties hebben beperkte grondposities. Om te investeren in nieuw vastgoed is samenwerking nodig met marktpartijen/particulieren. o Er komen wel boerderijen vrij. De boerderijen kunnen omgebouwd worden tot woonvoorziening. o Voor initiatieven in het wonen en zorg kan ook gebruik gemaakt worden van de marge van 5% om buiten de rode contouren te bouwen. o Fred Berghout doet de suggestie om nieuwe financieringsvormen voor wonen en zorg te verkennen. Bij vervolgbijeenkomsten zullen wij SVn uitnodigen om hierover mee te denken.
De dure omgeving zorgt wellicht ook voor een minder aantrekkelijk woonmilieu voor zorgpersoneel. Zij kiezen dan voor een andere woon- en werkgemeente. Het aanbieden van woonruimte voor personeel binnen de gemeente kan helpen om arbeidstekorten te beperken.
Ambulantisering Tijdens de sessie wordt aangegeven dat men een verdere ambulantisering verwacht. De woningen en/of ondersteuning zijn echter (nog) niet voldoende aanwezig. Dit kan leiden tot knelpunten. • Om de beweging naar de wijk te faciliteren is het nodig om het zorg- en welzijnsnetwerk in de wijk te verstevigen. Dit vereist meer samenwerking tussen de ketenpartners. • Deelnemers geven aan dat aanbod vraag creëert. Mensen met psychiatrische problematiek stromen vaker uit de intramurale setting als zij de mogelijkheden hebben om zelfstandig te kunnen wonen met ambulante begeleiding. o Maar let wel op: een steeds zwaardere groep stroomt uit. Dit zal op de middellange termijn zorgen voor een toename van psychiatrische problematiek in de wijk (het nieuwe ‘normaal’).
Lokaal wonen Er wordt een beperkt effect verwacht van het lokaal wonen voor BW/MO, omdat de inzet meer gericht is op het ambulantiseren van zorgvragers en het wonen in de wijk. Mensen met psychiatrische problematiek
3
vertrekken nu vaak naar instellingsterreinen buiten de gemeente, maar onder deze doelgroepen bestaat weinig behoefte om te vertrekken naar die terreinen. • Voor de uitstroom wordt verwacht dat een deel van de mensen die uit regiogemeentes komen de wens hebben om weer terug te keren naar de herkomstgemeente. • Bezuinigingen op verschillende vormen van zorg (Wmo) die horen bij de decentralisatie. o Vanuit de deelnemers wordt aangegeven dat er nu al sprake is van merkbare bezuinigingen en dat begrotingen beleidsarm worden ingericht. Het besef is aanwezig dat ze al te maken hebben met flinke tekorten. o Een vraag die bij deze ontwikkeling nader kan worden uitgezocht is: Wat betekent de druk op de middelen voor de vraag in de toekomst?
Tussenvormen / geclusterd wonen Een breed palet aan tussenvormen vullen het gat tussen het wonen met 24-uurszorg en het zelfstandig wonen met of zonder ambulante begeleiding. • Gemengd wonen is een vorm van wonen die gewenst kan zijn om meerdere groepen te ondersteunen; bijvoorbeeld jongeren, ouderen en zorgvragers. • Living Lab biedt huisvesting aan mensen die dakloos zijn geweest. • Er bestaat behoefte aan meer ‘skaeve huse’. Er is nu nog onvoldoende zicht op de precieze aantallen in Stichtse Vecht. Deze woningen zijn geschikt voor mensen die weinig prikkels aan kunnen, en ook de maatschappij heeft hier vraag naar (omdat ze last hebben van veel geluid etc.). De realisatie vergt in ieder geval maatwerk.
Inzet op technologie Zilveren Kruis zet al in op technologie. De inzet wordt gezien als randvoorwaarde voor ambulantisering. “Digi-contact” kan helpen om mensen thuis te laten wonen, evenals voorbeelden zoals “de knuffelpoes” of “Robot-Tessa” genoemd. Het verwachte effect is dat dit niet direct leidt tot meer efficiency van bedrijfsvoering, maar dat technologie meer ondersteunend zal zijn en het comfort kan verhogen. • Verder voorbeelden beslaan de inzet van enkelbanden om mensen weer zelfstandig laten wonen en dat ouderen bepaalde track-and-trace-systemen kunnen dragen. Deze ontwikkelingen gaan hard en zijn een aanvulling op de kwaliteit van de zorg, maar in mindere mate een aanvulling op de bedrijfsvoering.
Inclusiviteit in de wijk De deelnemers uiten het belang van inclusieve wijken voor kwetsbare groepen. • De combinatie van extramuralisering en passend toewijzen verhoogt de druk op kwetsbare wijken/straten, omdat in bepaalde wijken/straten hoge concentraties zijn ontstaan van kwetsbare groepen. Dit zet de veerkracht van bepaalde wijken/straten onder druk. o De deelnemers zien een lage sociale acceptatie voor onzichtbare gebreken, zoals psychiatrische problematiek. Er ligt een opgave om dit stigma weg te nemen en de zorgvraag verder te normaliseren. o Ouderen nemen in aantal toe en worden steeds vitaler. Senioren zouden als vrijwilliger in een goede rol kunnen spelen in het bewerkstelligen van meer inclusiviteit in de wijk. • Corona geeft meer psychische problematiek. Mensen ervaren momenteel meer eenzaamheid, nu zij ook geen activiteiten kunnen ondernemen of elkaar kunnen ontmoeten. Dit vraagt om aandacht.
Overig
4
•
•
• •
Volgens de deelnemers werkt de huidige urgentieregeling momenteel niet afdoende. Spoedzoekers kunnen hier onvoldoende aanspraak op maken. Dit heeft veel gedwongen samenwonen tot gevolg, hetgeen tot maatschappelijk leidt (relaties die op spanning staan; agressie of geweld). De gemeente (en gebiedsregisseurs) kunnen meer doen om dorps- en wijkcomités te betrekken bij de woonzorgopgave. Door het inzetten op dorp- en wijkcomités krijgt de opgave een lokaal karakter. Samen moet de opgave worden aangepakt, waarbij de gemeente een regierol moet pakken. Ongeveer 40% van de BW-cliënten is per 1-1-2021 naar de Wlz gegaan. Voor de VG-doelgroep zien we een toename aan multiproblematiek (complexe zorgvraag). Zeker nu de doelgroep steeds ouder wordt, vraagt een deel van deze mensen om gecombineerde vormen van vormen van zorg.
Voorstel voor het aanpassen van prognoses Companen verwerkt de bovenstaande trends en ontwikkelingen in haar prognoses voor de behoefte, en in de beschrijving van de beleidsopgaven in Stichtse Vecht. Hieronder zetten wij uiteen welke aannames wij voorstellen om mee te nemen in onze prognoses. Aannames m.b.t. mensen met een verstandelijke beperking (VG) Voor de prognose voor huisvesting aan mensen met een verstandelijke beperking rekenen wij twee varianten door. In het eerste scenario gaan we uit van het huidig zorggebruik en rekenen we dit door richting de toekomst. In het tweede scenario gaan we uit van meer ‘lokaal wonen’, waarbij cliënten vaker binnen de gemeente van herkomst worden opgevangen. De deelnemers geven aan dat meer Wlzvoorzieningen binnen de gemeente gewenst zijn, omdat het huidige aanbod beperkt is. Voor met name zware zorg moeten cliënten nu vaak verhuizen naar andere gemeenten. Nieuw aanbod vereist echter afstemming met en akkoord van het zorgkantoor. Zij zien voor de Wlz-zorg toe op een goede spreiding van zorg(locaties) over hun werkgebied. Companen en het zorgkantoor signaleren daarnaast dat de VGgroep landelijk wel toeneemt in omvang. In beide scenario’s nemen we het stijgend zorggebruik mee. Dit leidt tot de volgende scenario’s: •
•
Demografische doorrekening - Situatie van 2020 doorberekend naar de toekomst - Zorggebruik neemt toe met 2% Scenario ‘lokaal wonen’ - Zorggebruik neemt toe met 2% - Meer landelijke spreiding van VG-cliënten naar rato van het aantal inwoners. Het verschil tussen de huidige situatie en het landelijk gemiddelde wordt voor 50% gedicht. - De zichttermijn voor dit scenario is 2040
Binnen de huidige groep cliënten verwachten wij een lichte verdere verschuiving van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen. Wij nemen hierbij het volgende aan: Aannames over verdeling geclusterd en gespikkeld wonen in 2020 Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd Wmo 0% SG(LVG) 100% VG1 50% VG2 50% VG3 85%
Aandeel gespikkeld 100% 0% 50% 50% 15%
5
VG4 VG5 VG6 VG7 VG8
100% 100% 95% 100% 100%
Aannames over verdeling geclusterd en gespikkeld wonen in 2040 Zorgzwaartepakketten Aandeel geclusterd Wmo 0% SG(LVG) 85% VG1 0% VG2 0% VG3 67% VG4 100% VG5 100% VG6 85% VG7 100% VG8 100%
0% 0% 5% 0% 0%
Aandeel gespikkeld 100% 15% 100% 100% 33% 0% 0% 15% 0% 0%
Aannames m.b.t. mensen in Beschermd Wonen (BW) Voor mensen in Beschermd Wonen rekenen wij twee varianten door. In het eerste scenario gaan we uit van het huidig zorggebruik en rekenen we dit door richting de toekomst. In het tweede scenario gaan we uit van meer ‘lokaal wonen’, waarbij cliënten vaker binnen de gemeente van herkomst worden opgevangen. In beide scenario’s gaan we uit van een verdere ambulantisering van de cliënten, volgend op de trend om vaker Beschermd Thuis te wonen. We gaan uit van een verschuiving van 15%. Dit leidt tot de volgende scenario’s:’ •
•
Demografische doorrekening - Situatie van 2020 doorberekend naar de toekomst - Richting 2033 verschuift 15% van de cliënten in Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis Scenario ‘lokaal wonen’ - Regionale spreiding van BW-cliënten naar herkomst (indien mogelijk) of naar rato van het aantal inwoners - De zichttermijn voor dit scenario is de overgangsfase van 10 jaar in de decentralisatie. Het voorlopige eindpunt ligt op 2033. - Richting 2033 verschuift 15% van de cliënten in Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis
Aannames m.b.t. kwetsbare jongeren (18-27 jr) Om de jaarlijkse uitstroom vanuit jeugdhulp met verblijf te bepalen, richten we ons op de groep jongeren die in een bepaald kalenderjaar 18 jaar worden of ouder dan 18 jaar zijn, én verblijven in jeugdhulp met verblijf én pleegzorg. Op basis van onderzoek in andere gemeenten schatten wij in dat van deze groep x% in het hierop volgende jaar is…: Uitgestroomd naar zelfstandig wonen Uitgestroomd naar geclusterd begeleid wonen Uitgestroomd naar BW
20% 45% 10%
6
Uitgestroomd naar Wlz Nog niet is uitgestroomd (verlengde jeugdzorg)
5% 20%
7