CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van Zienswijzen Nadere Criteria Zonnevelden.pdf

Commissie Fysiek Domein 18 maart 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4: Peilnota nadere criteria zonnevelden8.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Endelhovenlaan 1, 3601 GR Maarssen Postbus 1212, 3600 BE Maarssen T 140346 F 0346 25 40 10 www.stichtsevecht.nl info@stichtsevecht.nl

Datum 05 februari 2025 Onderwerp Zienswijzen zonnevelden Bijlage(n) n.v.t.

Team Ontwikkeling Leefomgeving en Economie Behandeld door Kasper Van Heteren Telefoonnummer 0346 25 42 92 E-mail Kasper.van.heteren@stichtsevecht .nl Ons kenmerk Uw kenmerk

Bij beantwoording graag ons kenmerk en datum vermelden.

Vindt u deze brief niet duidelijk? Laat het ons weten via info@stichtsevecht.nl If you don’t understand Dutch, please email us at info@stichtsevecht.nl Pagina 1 van 23

1. Inleiding Aanleiding voor het document Nadere Criteria Zonnevelden De gemeenteraad van gemeente Stichtse Vecht vindt het belangrijk dat ruimte bieden aan zonnevelden gebeurt in samenhang met andere maatschappelijke belangen die ook fysieke ruimte vereisen. In het Beleidskader zonnevelden en bijbehorende kansenkaart (2020) wordt op hoofdlijnen invulling gegeven aan de eisen en afwegingskaders waar zonnevelden mogelijk zijn binnen de gemeente en waar die aan moeten voldoen. Vervolgens wordt in de Strategie zonnevelden (2024) geduid hoe de gemeente toe wil gaan werken naar realisatie van zonnevelden binnen Stichtse Vecht. Hierin staat onder meer dat er nadere regels (criteria) dienen te worden opgesteld waaraan zonnevelden moeten voldoen. Het document Nadere Criteria Zonnevelden, waarop deze Nota van Zienswijzen betrekking heeft, geeft invulling aan deze opgave.

Doel van deze Nota Hoewel het strikt genomen niet verplicht was, heeft de gemeente gezien de belangstelling voor het onderwerp onder inwoners en andere betrokkenen besloten dit beoordelingskader toch ter inzage te leggen. De “Nadere Criteria Zonnevelden” hebben vanaf 16 oktober 2024 tot en met 31 december 2024 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. In deze periode van 11 weken zijn 29 zienswijzen ontvangen. Een aantal zienswijzen is deels gelijkluidend. In deze ‘Nota Zienswijzen” zijn de zienswijzen op het beoordelingskader “Nadere Criteria Zonnevelden” samengevat en beantwoord. Vervolgens is per zienswijze aangegeven of en in welke mate de zienswijze aanleiding geeft tot het doorvoeren van wijzigingen in de Nadere Criteria Zonnevelden.

Leeswijzer Iedere zienswijze is in de inhoudsopgave voorzien van een nummer. Een indiener van een zienswijze wordt een ‘reclamant’ genoemd. Hoofdstuk 2 beantwoordt zienswijzen en vragen die door meerdere reclamanten zijn ingediend. In hoofdstuk 3 komen de afzonderlijke zienswijzen aan bod. Elke zienswijze wordt kort samengevat en beantwoord. Omdat de zienswijzen worden samengevat kan het zijn dat de formulering van de zinnen anders is dan in de oorspronkelijke reactie. Na elke beantwoording wordt aangegeven of de reactie leidt tot aanpassingen in het beoordelingskader ‘Nadere Criteria Zonnevelden’. In hoofdstuk 4 komen de ambtshalve wijzigingen aan de orde. Ambtshalve wijzigingen betreffen wijzigingen die voortkomen uit nieuwe of gewijzigde inzichten en/of herstel van onjuistheden die niet uit de zienswijzen voortkomen. In hoofdstuk 5 is een overzicht opgenomen, de “Staat van wijzigingen”, waarin alle wijzigingen ten opzichte van het beoordelingskader “Nadere Criteria Zonnevelden” worden genoemd.

Pagina 2 van 23

2. Algemene zienswijzen Bij elke zienswijze is een reactie geschreven waarin ingegaan wordt op de ingediende suggesties/ aanbevelingen. De zienswijzen hebben grofweg betrekking op de volgende onderwerpen: 1. Keuze voor focusgebieden 2. Geluidsoverdracht via zonnepanelen 3. Geluidsoverlast of geluidsoverdracht bij zonnepanelen 4. Impact op uitzicht en/of woningwaarde 5. Impact op natuur, bodem en biodiversiteit 6. Lichtschittering 7. Parallelle ontwikkelingen in ontwikkelingen in de omgeving 8. Netcongestie

2.1 Keuze voor focusgebieden Een groot deel van de zienswijzen gaan (deels) over de keuze voor de drie focusgebieden Maarssenbroek-Noord, Kortrijk en Corridor-Noord (Harde As-Noord). Er worden voorstellen gedaan om extra focusgebieden toe te voegen of focusgebieden uit te sluiten. Beantwoording: Gemeente Stichtse Vecht maakt het indienen van een initiatief voor zonnepanelen binnen de gemeente mogelijk op basis van eerder vastgesteld beleid. In 2020 is hiervoor de Kansenkaart opgesteld en vastgesteld door de Raad. Op basis van de Kansenkaart zijn drie focusgebieden aangewezen in de Strategie Zonnevelden. Er wordt in het beleid niet gesproken van een voorkeursvolgorde voor de focusgebieden. Ook dit document is vastgesteld door de raad (9 april 2024). Het toevoegen of verwijderen van focusgebieden vormt geen onderdeel van het huidige beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden. In het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden geven we uitvoering aan het Raadsbesluit om de ontwikkeling van initiatieven voor zonnevelden in de focusgebieden te faciliteren. Het document richt zich op de eisen en uitgangspunten waar initiatiefnemers voor zonnepanelen aan moeten voldoen.

2.2 Alternatieven voor de opwekking van zonne-energie en gebruik van agrarische gronden Verschillende reclamanten doen voorstellen voor andere alternatieven voor het opwekken van zonne-energie, bijvoorbeeld op daken of in de geluidswal langs de A2. Daarbij wordt vaak opgemerkt dat het plaatsen van zonnevelden op agrarische gronden zonde is. Beantwoording: De Nederlandse overheid heeft met de ondertekening van het Klimaatakkoord op 28 juni 2019 besloten dat in 2050 een CO2-reductie van 95% moet zijn behaald. Om dat doel te behalen, moet de elektriciteitsvoorziening worden verduurzaamd, ook in onze gemeente. De gemeente Stichtse Vecht onderschrijft het belang van de (agrarische) gronden en zet ook in eerste instantie in op de maximale benutting van daken Pagina 3 van 23

en gevels, braakliggende gronden, waterzuiveringen, vuilstorten en de bermen van wegen. We volgen hiermee de nationale Zonneladder. Echter, de daken, gevels en braakliggende gronden bieden onvoldoende ruimte om te voorzien in de energiedoelstellingen van de gemeente Stichtse Vecht. Het is onvermijdelijk dat er ook zonnevelden (deels op landbouwgronden) nodig zijn. Zoals beschreven in paragraaf §2.4 in het beoordelingskader kan dit alleen als de landbouwgrond aan bepaalde voorwaarde voldoet. Bovendien blijft de landbouwgrond bestemd als landbouwgrond, door het tijdelijke karakter van de zonnevelden. Het is hierbij randvoorwaardelijk dat multifunctioneel ruimtegebruik wordt onderzocht. Hiermee houden we het landschappelijke karakter zoveel mogelijk in stand. Het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden gaat over het schetsen van kaders voor initiatieven voor grondgebonden zonneparken. Zonnepanelen op de geluidswal vallen hier niet onder. Het plaatsen van zonnepanelen in de bestaande geluidswal is overigens wel een initiatief dat de gemeente ondersteunt. In het kader van het programma Opwekking Energie op Rijksgronden (OER) wordt het plaatsen van zonnepanelen op/ nabij de infrastructuur van de A2 onderzocht. De zienswijzen en aanbevelingen leiden niet tot wijzigingen.

2.3 Geluidsoverlast of geluidsoverdracht bij zonnepanelen Verschillende reclamanten maken zich zorgen over geluidsoverdracht of geluidsoverlast bij zonnepanelen. Bijvoorbeeld door het geluid van transformatoren, of doordat de zonnepanelen mogelijk geluid van de A2 of het Amsterdam-Rijnkanaal verder dragen. Hierover staan nog geen richtlijnen in het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden. Beantwoording: Transformatoren produceren inderdaad een laagfrequent geluid. Voor transformatoren geldt daarom een minimumafstand van 30m naar woonpercelen. In de praktijk zijn transformatoren nauwelijks hoorbaar op meer dan enkele meters afstand. Een zonnepark vormt daarom geen milieuhinderlijke bedrijfsactiviteit. Het aanleggen van een zonnepark kan ervoor zorgen dat de bodem 'harder' wordt en dat het geluid verder draagt dan voorheen, maar er zijn tevens maatregelen waarmee het geluid van omliggende infrastructuur geminimaliseerd kan worden, bijvoorbeeld zonnepanelen te kantelen en het geluid in een andere richting te reflecteren. Voor alle initiatieven geldt dat de activiteiten van een zonnepark geen risico mogen vormen voor overschrijding van de wettelijke normen voor geluidshinder, want deze zijn niet vergunbaar. De zienswijzen leiden daarom niet tot een wijziging.

2.4 Impact op uitzicht en/of woningwaarde Verschillende reclamanten maken zich zorgen de impact die een zonneveld kan hebben op hun uitzicht of de impact op hun woningwaarde.

Pagina 4 van 23

Beantwoording: Alle energiebronnen hebben een ruimtelijke impact. In Nadere Criteria Zonnevelden worden specifieke voorwaarden beschreven over het behoud van zichtlijnen en doorzichten bij zonnevelden (§3.2.1). De gemeente is van mening dat hiermee de vrije uitzichten en landschappelijke inpassing genoeg wordt gewaarborgd. Indien de reclamant een nadeelcompensatie (voorheen planschade) verwacht, dan kan hij/ zij een aanvraag indienen om dit te laten beoordelen en te verhalen bij de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt zorgt voor alle mogelijke schade en de afhandeling van verzoeken tot compensatie. De gemeente speelt hierin geen rol vanwege de tijdelijke aard van de vergunning voor het zonnepark. Deze procedure is geen onderdeel van Nadere Criteria Zonnevelden. De zienswijzen leiden niet tot een wijziging.

2.5 Impact op natuur, bodem en biodiversiteit Verschillende reclamanten maken zich zorgen of geven aan dat de natuur door een zonneveld wordt verstoord, voor diverse dieren, vogels en beschermde soorten. Beantwoording: De gemeente Stichtse Vecht hecht veel waarde aan haar natuur, bodem en biodiversiteit en is zich bewust van de positieve effecten die groene gronden hebben op gezondheid en voor klimaatadaptatie. Gronden die nu als ‘natuur’ of ‘agrarisch’ zijn bestemd, behouden dan ook de bestemming ‘natuur’ of ‘agrarisch’, vanwege de tijdelijke functie van de zonnepanelen. Het beoordelingskader benoemt verschillende uitgangspunten om in de tussenperiode de natuur, bodem en biodiversiteit te waarborgen of zelfs te verbeteren. Deze moeten in acht worden genomen als een initiatiefnemer een vergunbaar project wil voorstellen. Deze voorwaarden staan beschreven in paragraaf §3.3 in het beoordelingskader en hebben betrekking tot ecologie, natuurontwikkeling en bodemkwaliteit. Aansluitend zijn er specifieke voorwaarden beschreven voor zonnevelden nabij natuurgebieden (§4.1.1, §4.2.1. en §4.3.1). Voorbeelden zijn ‘positieve bijdragen aan de biodiversiteit d.m.v. een landschappelijk inpassingsplan’, ‘behouden of versterken van landschappelijke kenmerkende structuren en elementen’ of ‘aansluiting van het zonneveld op bestaande recreatieve netwerken’.

De gemeente acht deze uitgangspunten voldoende. De zienswijzen leiden niet tot wijziging.

2.6 Lichtschittering Verschillende reclamanten uiten zorgen over eventuele weerkaatsing/ schittering van zonlicht die de panelen kunnen veroorzaken. Het beoordelingskader doet hier geen uitspraken over. Beantwoording: Zonnepanelen zijn gemaakt om zonne-energie te absorberen en niet om deze te weerkaatsen. Bij moderne zonnepanelen is er dan ook weinig sprake van spiegeling en/of weerkaatsing. Ook initiatiefnemers zijn erbij gebaat schittering als gevolg van spiegeling of weerkaatsing zoveel mogelijk te voorkomen vanwege energieverlies. We begrijpen de zorg van de reclamanten, omdat het mogelijk blijft dat bij een bepaald seizoen, op een bepaalde tijd, de zonnepanelen tot lichtschittering leiden richting omliggende Pagina 5 van 23

percelen. Door het opstellen van zonnepanelen op een bepaalde juiste hoek, het aanbrengen van een coating op de zonnepanelen en een goede landschappelijke inpassing met groene omheining is de kans op hinder voor omwonenden minimaal. De zienswijzen leiden tot een wijziging. De gemeente voegt een algemeen ontwerpprincipe toe aan Nadere Criteria Zonneparken in paragraaf §3.2.1: “Er mag geen sprake zijn van overmatige overlast door lichtschittering voor omliggende woonpercelen of verkeer.” Aanvullend wil de gemeente benadrukken dat bij het realiseren van een zonnepark, het omgevingsplan gewijzigd moet worden. Er moet hierbij voldaan moet worden aan de nationale wetgeving (voor o.a. lichthinder).

2.7 Parallelle ontwikkelingen en ontwikkelingen in de omgeving Verschillende reclamanten geven aan dat er in de focusgebieden al plannen liggen voor andere ontwikkelingen (bijvoorbeeld een vuilstortplaats, fietsbrug of stroomstation). Ook geven sommige reclamanten aan dat er in de gebieden rondom de focusgebieden al erg veel ontwikkelingen zijn geweest die impact hebben op de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en gemoedstoestand. Beantwoording: Het al dan wel of niet ontwikkelen van een vuilstortplaats of stroomstation is een op zichzelf staande ontwikkeling en heeft geen invloed op of een gebied wel of niet als geschikt wordt erkend voor zonnepanelen. De exacte invulling en begrenzing van mogelijke initiatieven is nog niet bekend. Het wel of niet toevoegen van andere activiteiten staat los van de criteria waar initiatieven voor zonnevelden in de focusgebieden aan moeten voldoen. Echter, de kansrijkheid van een succesvol initiatief voor een zonneveld neemt af naar mate er andere concrete ontwikkelplannen binnen het gebied ontstaan.

2.8 Netcongestie Een aantal reclamanten geeft aan dat het met de huidige netcongestie niet mogelijk is om stroom die wordt opgewerkt met de zonnevelden te leveren aan het bestaande elektriciteitsnet. Beantwoording: Dat er op dit moment sprake is van transportschaarste (congestie) op het elektriciteitsnet, geeft geen reden om geen initiatieven voor zonneparken te verwelkomen. Het document Nadere Criteria Zonnevelden beschrijft in §3.5 hoe een initiatiefnemer al via een Nettoets (quick scan) zich kan voorbereiden op de aansluiting op het energienet. De gemeente vindt de hier genoemde stappen toereikend. Overigens staat de gemeente Stichtse Vecht welwillend tegenover initiatieven om netcongestie te voorkomen of te beperken. De zienswijzen leiden niet tot wijziging.

Pagina 6 van 23

3. Individuele zienswijzen In dit hoofdstuk behandelen we de afzonderlijke zienswijzen die niet aan de orde zijn gekomen in Hoofdstuk 2. Algemene zienswijzen. Omdat de zienswijzen worden samengevat kan het zijn dat de formulering van de zinnen anders is dan in de oorspronkelijke reactie. Alle oorspronkelijke zienswijzen worden wel in acht genomen bij de verdere behandeling van het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden.

Reclamant H 1. Reclamant verzoekt de gemeente om de criteria die gebruikt zijn om gebieden te categoriseren in de Kansenkaart (2020) toe te sturen. Beantwoording De gebieden in de Kansenkaart (2020) zijn gebaseerd op verschillende overwegingen. Allereerst is er gekeken naar uitsluitingsbieden, waar op basis van de huidige functie de ontwikkeling van een zonneveld niet mogelijk is (bijvoorbeeld Natuurnetwerk Nederland, woonwijken of gebieden met cultuurhistorische waarden). Vervolgens is er gekeken naar ruimtelijke overwegingen. Ten slotte is er gekeken naar hoe gebieden aansluiten bij het OER-traject op de A2, aansluiten bij initiatiefnemers en aansluiten bij lopende projecten. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Reclamant I Bezwaar tegen de eventuele zonnepanelen in Maarssenbroek-Noord. 1. Reclamant uit diens zorgen over mogelijke effecten van vermeende straling en luchtvervuiling van zonnepanelen op de gezondheid. Beantwoording Elektrische, magnetische en elektromagnetische velden komen overal voor. Bekende natuurlijke vormen zijn Uv-straling (zon), infrarode straling (warme voorwerpen) en zichtbaar licht. Zonnepanelen wekken gelijkstroom op, dit gaat gepaard met een geringe elektromagnetische straling en velden. De omvormers zetten de gelijkstroom om in wisselstroom, deze veroorzaken eveneens geringe elektrische velden. De transformatoren in een zonnepark werken met een hogere spanning dan de zonnepanelen en omvormers. De elektromagnetische velden die hierbij vrijkomen zijn in vergelijking met een hoogspanningsinstallatie nihil. Er is geen reden om aan te nemen dat elektromagnetische velden die in de buurt van een eventueel zonnepark en de daarbij behorende ondergrondse kabelverbindingen voorkomen, een gezondheidsrisico vormen. In alle gevallen moeten initiatieven voor zonneparken zich houden aan de landelijke normen. Daarom is dit ook geen onderdeel van het beoordelingskader “Criteria Zonnevelden”. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Pagina 7 van 23

Reclamant J 1. Reclamant benoemt dat er 10 jaar geleden een groot stuk bos is aangeplant, ter compensatie van de verbreding van het spoor en de A2. Reclamant uit diens zorgen dat dit bos mogelijk gekapt moet worden en natuurcompensatie mogelijk verdwijnt in het focusgebied in verband met een eventueel zonneveld. Beantwoording In de omgevingsverordening provincie Utrecht worden regels gesteld om aantasting van NNNgebieden in Nederland zo veel mogelijk te voorkomen (NNN= Natuur Netwerk Nederland). Bij alle omgevingsactiviteiten in een NNN-gebied wordt daarom een NNN-toets gedaan, waarbij gekeken wordt of de activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het NNN-gebied. Het kan voorkomen dat aantastende activiteiten in NNN-gebieden wel kunnen wel plaatsvinden bij: - Plannen met een groot belang voor de samenleving, waarvoor geen alternatieven zijn met minder impact op de natuur; - Plannen die per saldo leiden tot een versterking van het NNN (meerwaardebenadering); - Kleine veranderingen die juist bedoeld zijn om andere bestaande functies binnen NNN in stand te houden; Mocht het voorkomen dat NNN-gebieden worden aangetast, stelt de omgevingsverordening regels voor compensatie d.m.v. een compensatieplan. Hierbij geldt onder andere dat compensatie z.s.m.

(in ieder geval drie jaar) na de omgevingsactiviteiten moet plaatsvinden; in nabijheid van de aantasting moet zijn en in oppervlakte (meestal) gelijk moet zijn als de oppervlakte van het aangetaste NNNgebied. De kansrijkheid van een succesvol initiatief voor een zonneveld in een NNN-gebied is zal daarom beperkt zijn. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Reclamant M 1. Reclamant vraagt zich af wat de schade is voor mens en dier als de zonnepanelen beschadigen of kapotgaan. Beantwoording Een belangrijke voorwaarde voor initiatieven voor zonnevelden, is dat ze maximaal 25 jaar mogen blijven staan. Dit is ongeveer gelijk aan de huidige gemiddelde levensduur van een zonnepaneel. Bij gebruik van zonnepanelen die giftige stoffen bevatten, kan de bodem worden verontreinigd bij beschadiging of bij brand. De veiligheidsregio hanteren echter eisen die deze risico’s voorkomen. Je kan hierbij denken aan de verplichte ruimte tussen afzonderlijke rijen met panelen, het gebruik van zonnepanelen zonder stoffen die de bodem verontreinigen of een maximaal oppervlak van aaneengesloten panelen. Ook Brandweer Nederland en diverse verzekeraars hanteren richtlijnen voor de risicobeheersing.

Reclamant N Bezwaar tegen eventuele zonnepanelen in focusgebied Corridor-Noord. 1. Reclamant benoemt dat het onduidelijk is wat de exacte grootte van het focusgebied is met betrekking tot de woningen. Reclamant vraagt of het mogelijk is om een specifiekere kaart aan te leveren waarin de betrokken woningen in het focusgebied duidelijk zijn. Pagina 8 van 23

Beantwoording De gemeente kan zich vinden in de zienswijze van de Reclamant. De zienswijze leidt tot wijziging. De gemeente maakt per focusgebied een kaart met meer detailniveau. Deze kaarten worden toegevoegd aan Bijlage I - Kaartmateriaal beschermingsregimes.

2. Reclamant vraagt welke oriëntatie de mogelijke zonnepanelen zullen hebben. Beantwoording Zowel Zuid als Oost-West worden niet uitgesloten op basis van het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden. We verwijzen u naar paragraaf §3.4 voor de algemene landschappelijke uitgangspunten en naar de ontwerpprincipes per deelgebied in paragrafen §4.1, §4.2 en §4.3

Reclamant S 1. Reclamant vraag zich af waarom de gemeente geen direct contact heeft opgenomen met de grondeigenaren van de drie focusgebieden. Reclamant vraagt ook om in het vervolg via directe wijze op de hoogte gehouden te worden. Beantwoording De gemeente verontschuldigt zich dat Reclamant niet direct betrokken was. De gemeente was in de veronderstelling dat alle grondeigenaren waren gecontacteerd. We zullen in het vervolg Reclamant direct op de hoogte houden van het proces.

2. Reclamant vindt zonnevelden als mono-gebruik van gronden verwerpelijk. Reclamant geeft aan dat wat positief is voor de energievoorziening, tot schade leidt in andere gebieden. Reclamant vindt multifunctioneel gebruik een absolute must. Beantwoording De gemeente is het eens met de Reclamant en wijst op het huidige algemene uitgangspunt voor zonnevelden zoals opgenomen in Nadere Criteria Zonnevelden (paragraaf §3.2.1): “Er wordt altijd gezocht naar meervoudig ruimtegebruik, zoals een combinatie van opwek met natuurontwikkeling, waterberging of landbouw.” De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Reclamant U 1. Reclamant geeft aan dat uit Duits onderzoek blijkt dat zonnepanelen (door regen) giftige en zware metalen kunnen uitspoelen in de grond en dus een grote milieu-impact hebben. Voorbeelden daarvan zijn koper, cadmium, lood en tin. Dit zou bodemverontreiniging kunnen veroorzaken, die zeker op landbouwgrond niet gewenst is. Zeker niet in een gebied dat door de aanwezigheid van grote infrastructurele werken als de A2, Amsterdamrijnkanaal, toegenomen vliegbewegingen boven de regio en het spoor al zwaar te lijden heeft onder vervuiling.

Pagina 9 van 23

Beantwoording De gemeente is niet bekend met het Duitse onderzoekt maar wil de aanname wel ontkrachten. Het hemelwater stroomt van de panelen af en infiltreert in de bodem. Hierbij is geen sprake van giftige stoffen die in de bodem terecht komen. Zonnepanelen bevatten vaak een kleine hoeveelheid lood, die wordt gebruikt voor de soldeerschakelingen. De schakelingen zijn opgesloten in het paneel, want elektronische verbindingen en water gaan niet goed samen. Er is dus geen risico op uitspoeling. Zonnepanelen bevatten geen uitloogbare materialen. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

2. Reclamant benoemd dat het een streven is van de gemeente om na 25 jaar de velden af te breken, maar dat dit geen harde eis is. Beantwoording De gemeente begrijpt de onduidelijkheid over het afbreken van de zonnevelden. De zienswijze leidt tot een wijziging. De gemeente voegt een uitgangspunt toe aan Nadere Criteria Zonneparken in paragraaf §3.1: “Zonnevelden mogen mede daarom maximaal 25 jaar blijven staan. Na deze termijn wordt het zonneveld verwijderd en de kavels in hun oorspronkelijke staat teruggebracht, de initiatiefnemer moet dit beschrijven in een opruimplan. Dit is de verantwoordelijkheid en de kosten zijn voor de exploitant van het zonneveld. Dit zal ook in de voorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen.”

3. Reclamant benoemt dat in de procesparticipatie (§6.1 criteria zonnevelden) wordt geschreven ”De gemeente vindt het wenselijk dat de directe omgeving vanaf het eerste idee actief wordt betrokken in het participatieproces en inspraak krijgt.” Reclamant geeft aan dat tot nu toe de direct betrokkenen hiervan niets gemerkt hebben. De zorgen die geuit worden, worden afgedaan als begrijpelijk maar vallen niet onder de reikwijdte van het document “criteria zonnevelden”. Dit leidt dus zeker niet tot participatie. Reclamant vindt dat het zou de gemeente Stichtse Vecht zou sieren wanneer ze eerder serieus met de betrokkenen in gesprek waren gegaan om draagvlak te creëren. Beantwoording De geciteerde tekst heeft betrekking uit §6.1 heeft betrekking op het initiatief voor een zonneveld. Tot nu toe konden er geen initiatieven worden ingediend, direct betrokkenen zijn nu daarom nog niet aan de orde. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Reclamant V 1. Reclamant bevestigd dat het akkoord van Parijs bindend is, maar vindt dat er een kritische noot of actueel inzicht bij past, zoals beschreven in de publicatie van PBL ‘Wat zijn rechtvaardige en haalbare klimaatdoelen voor Nederland?’ (19-03-2024) Beantwoording Zoals beschreven in paragraaf §1.1 heeft de Nederlandse overheid besloten dat er in 2050 een CO2reductie van 95% behaald moet zijn. In de Regionale Energiestrategie (RES) U16 hebben de gemeente Stichtse Vecht en 15 andere gemeenten samen met de provincie en de waterschappen afgesproken om gezamenlijk 1,8 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken per 2030. De gemeente Stichtse Vecht wil daarvan 0,1 TWh opwekken. Een deel van die 0,1 TWh moet worden

Pagina 10 van 23

gerealiseerd met zon op grote daken. Binnen de gemeente Stichtse Vecht willen wij hieraan invulling geven door ruimte te bieden voor zonnevelden.

2. Reclamant geeft aan dat in paragraaf §1.2 (het doel) de bewonersbelangen niet terugkomen. Beantwoording De constatering van Reclamant is juist. Het initiële doel van Nadere Criteria Zonnevelden is het stellen van kaders voor initiatieven voor zonnevelden. Één van de hoofdkaders waarnaar wordt gerefereerd is participatie (H6). Hierin wordt uitgebreid beschreven hoe met de samenleving in gesprek moet worden gegaan en hoe de initiatiefnemer moet omgaan met bewonersbelangen. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

3. Reclamant vindt dat de overlap van de focusgebieden met de locaties voor het nieuwe stroomstation vragen oproept, zeker in combinatie met paragraaf §3.5 en de informatie tijdens de hiervoor bestemde inloopavonden. Reclamant geeft aan dat hij liever een zonneveld wil dan een stroomstation bij Maarssenbroek Noord, tenzij hier een relatie tussen zit. Beantwoording De gemeente kan zich voorstellen projecten die door elkaar lopen tot verwarring leiden. In twee van de drie focusgebieden heeft TenneT een plan voor een stroomstation. Het is in theorie mogelijk dat er in een gebied zowel een stroomstation als een zonneveld wordt gerealiseerd. Er zijn echter strenge eisen voor een zonneveld rondom een stroomstation. Het stroomstation biedt tevens een koppelkans: het station kan het makkelijker maken om een zonneveld aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Desondanks betreffen het twee afzonderlijke trajecten.

4. Reclamant vindt de eisen van een te hoog abstractieniveau en de afbeeldingen te zacht. Reclamant noemt als voorbeeld “creëer natuurlijke afscheidingen waar mogelijk” met bomen aan weerszijde”. Reclamant benoemt dat deze formulering niet leidt tot een eis en de markt alsnog hun eigen gang kan gaan. Beantwoording De uitgangspunten zoals genoemd in Nadere Criteria Zonnevelden zijn gelijk aan richtlijnen die genoemd worden in andere vergelijkbare beoordelingskaders. De gemeente is van mening dat de huidige uitgangspunten tot de juiste balans leiden tussen sturing en het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit, en het geven van voldoende vrijheid voor een initiatiefnemer om vorm te geven aan de uitgangspunten. De gemeente vermoed dat reclamant refereert naar de passage ‘Natuurlijke afscheidingen (zoals een sloot of struweel) hebben de voorkeur boven hekwerken. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt gekozen voor een adequaat landschappelijk hekwerk…’. Het klopt dat hierin geen eis staat, omdat het niet in elke situatie mogelijk is om geen hekwerk te plaatsen. Dit is in veel gevallen een voorwaarde van de verzekeringsmaatschappij. Met het beoordelingskader motiveert de gemeente de initiatiefnemer om de landschappelijke inpassing, ondanks de eisen van andere partijen, zo compleet mogelijk te maken. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

5. Reclamant vindt dat er in paragraaf §3.4 meer regels besteed moeten worden aan innovatieve oplossingen. Pagina 11 van 23

Beantwoording De gemeente geeft in §3.5 aan welwillend te staan tegenover innovatieve initiatieven om netcongestie te voorkomen of te beperken. Ze stelt hieraan geen kaders en geeft initiatiefnemers alle ruimte om met de gemeente mee te zoeken naar creatieve oplossingen. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

6. Reclamant vraagt verheldering over de passage in paragraaf §3.4: “Zorg voor minimaal 50 meter afstand tussen de dichtstbijzijnde bebouwing en de zonnepanelen. Of maak indien het landschap dat toelaat gebruik van een visuele barrière in de vorm van beplanting. ”. Reclamant kan zich geen beeld vormen bij een visuele barrière en vraagt zich af of een bestaande bomenrij al aan die definitie kan voldoen. Beantwoording De beplanting moet ervoor zorgen dat het zonnepark niet goed zichtbaar is voor nabije bebouwing. Een bestaande bomenrij zou dus inderdaad aan deze definitie kunnen voldoen, mits de bomenrij het zonneveld zodanig uit het zicht onttrekt. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

7. Reclamant vindt dat er meer concrete eisen gesteld moeten worden aan de passage “Probeer de inpassing van zonnevelden te realiseren in combinatie met een recreatieve voorziening (struinpad, groen, etc.) voor de mensen die in de buurt van het zonneveld wonen en werken.”. Reclamant geeft aan dat een recreatieve voorziening uit het verleden (superspeelspoor) kort na oplevering niet meer bruikbaar was door vandalisme en beperkte budgetten. Reclamant vindt dat deze eis duidelijker en juridisch afdwingbaar verwoord moet worden. Beantwoording De gemeente is van mening dat het huidige uitgangspunt tot de juiste balans leidt tussen sturing en het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit, en het geven van voldoende vrijheid voor een initiatiefnemer om vorm te geven aan het uitgangspunt. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

8. Reclamant vraagt zich af of er een Nederlandstalig woord is voor property-zone. Beantwoording Property-zone wordt in het document benoemd in relatie tot de UNESCO-Werelderfgoedinschrijving Hollandse waterlinies. Hiermee wordt het gebied van de UNESCO-Werelderfgoedinschrijving Hollandse waterlinies bedoeld. De gemeente begrijpt de verwarring van de Reclamant. De zienswijze leidt tot een wijziging: De propertyzone van de UNESCO-Werelderfgoedinschrijving Hollandse waterlinies wordt veranderd in Het gebied van de UNESCO-Werelderfgoedinschrijving Hollandse waterlinies.

9. Reclamant vindt dat het document uitspraken moet doen over wettelijke termijnen en communicatie voor een goed participatieproces, i.v.m. eerdere slechte ervaringen met Stedin. Beantwoording Pagina 12 van 23

De gemeente is van mening dat de huidige uitgangspunten in H6 van Nadere Criteria Zonnevelden voldoende sturing geven aan een initiatiefnemer om een goed participatieproces in te richten. De gemeente kiest ervoor om de initiatiefnemer hierbij enige ruimte te geven in hoe hij/zij het proces precies invult. De kaders zijn vastgelegd onder de omgevingswet met bijbehorende participatie, en vervolgens vastgesteld door de raad. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Reclamant X 1. Reclamant vindt dat de gemeente meet met twee maten. Reclamant geeft aan dat vergunningen voor nieuwbouw aan het bebouwingslint Kortrijk (bebouwingslint Veenweiden) niet worden verleend omdat de gezichtsvelden niet mogen verdwijnen. Voor zonnepanelen aan het bebouwingslint mag dit wel. Reclamant geeft aan dat de toekomstige zonnevelden ook een impact hebben op het landschap en vindt het afgeven van vergunningen niet consistent. Beantwoording Er is nog geen vergunning verleend, er ligt ook nog geen plan om te toetsen. Dat er met twee maten gemeten zal worden is dus vooralsnog een aanname. De zienswijze leidt niet tot wijzingen.

2. Reclamant geeft aan dat, tot zover bekend, de huidige grondeigenaren hun grond niet willen verkopen voor zonnevelden. Beantwoording Het wel of niet welwillend zijn van grondverkoop door de huidige eigenaren staat los van de criteria waar initiatieven voor zonnevelden aan moeten voldoen. Het klopt dat de kansrijkheid van een succesvol initiatief afneemt indien er geen grondeigenaren bereid zijn om medewerking te verlenen aan het tijdelijke gebruik van een zonneveld. Ook als de aanname juist is, is het onbekend hoe grondeigenaren hier in de toekomst naar kijken. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

3. Reclamant vindt participatie een mooi streven, maar vindt dat beloften niet waar worden gemaakt. Reclamant noemt als voorbeeld de landschappelijke inpassingsplannen voor het transformatorstation.

Beantwoording Door middel van de richtlijnen geformuleerd in de Nadere Criteria Zonnevelden wil de gemeente een goed participatieproces voor een nieuw initiatief borgen. Deze richtlijnen zijn opgenomen in H6 en de gemeente is van mening dat deze uitgangspunten volstaan.

Pagina 13 van 23

Reclamant Y 1. Reclamant benadrukt het belang om zonneveldprojecten volledig in lokaal eigendom te hebben en benoemd de voordelen voor duurzaamheid, natuurbehoud, leefomgeving, zelfvoorzienendheid, spreiding opwek, lage reële kosten per zelf opgewekte en gebruikte kWh. Beantwoording Deze bevindingen sluiten goed aan bij het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden.

2. Reclamant benoemt mogelijkheden om met de aankomende Energiewet opgewekte energie te delen binnen de gemeenschap, door lokale initiatieven te stimuleren en daarmee een eerlijke en toegankelijke energiemarkt te realiseren. Beantwoording Deze bevindingen leiden niet tot wijziging van het beoordelingskader.

3. Reclamant bepleit dat sociale woningbouwprojecten worden betrokken bij zonneveldprojecten en dat een eerlijke verdeling van de voordelen zal moeten worden gewaarborgd, zodat iedereen kan profiteren van de energietransitie. Beantwoording Er is voor gekozen om het uiteindelijk bij de initiatiefnemer te laten om proces- en financiële participatie in te vullen, mits aan de doelen uit de huidige Nadere Criteria Zonnevelden wordt voldaan. De gemeente is van mening dat de huidige beschrijving hiermee volstaat. Sociale woningbouwprojecten worden volgens de huidige criteria niet uitgesloten en vallen binnen de genoemde huidige omgeving. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

4. Reclamant benoemt het belang van het betrekken van lokale installateurs. Reclamant benoemt de mogelijkheid dat lokale installateurs, in ruil voor een kleine margevermindering, een klein aandeel in het eigendom krijgen. Dit motiveert hen om de installatie op hoogwaardig niveau uit te voeren en langdurig te onderhouden. Tevens benoemt reclamant dat door mede-eigenaarschap de betrokkenheid kan worden vergroot. Beantwoording We onderschrijven dat we als gemeente graag willen investeren in onze lokale economie. We hechten er daarom ook belang aan dat een initiatief een positieve impact heeft op onze lokale ondernemers. Het betrekken van lokale installateurs wordt echter geen eis in het beoordelingskader Nadere Criteria Zonnevelden, omdat ervoor gekozen is om de ruimte te laten aan de initiatiefnemer in het kader van de business case. De zienswijze leidt daarom niet tot wijzigingen.

5. Reclamant verzoekt de gemeente om prioriteit te geven aan lokale bewoners, bedrijven en energiecoöperaties bij de financiering en deelname aan zonneveldprojecten. Dit versterkt het draagvlak en voorkomt dat externe investeerders de lokale gemeenschap buitenspel zetten. Beantwoording

Pagina 14 van 23

Zoals beschreven in H6, de gemeente Stichtse Vecht wil dat zonnevelden voor 100% in lokaal eigendom zijn. Wanneer dat niet lukt, kan de initiatiefnemer op een andere wijze zorgen voor 100% lokaal eigenaarschap. Bijvoorbeeld door een gebieds- of omgevingsfonds in te richten, een directe omgevingsregeling te treffen of door aandelen of certificaten te verkopen aan de omgeving (financiële deelneming). Er is voor gekozen om geen extra prioriteringen te benoemen. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Reclamant Z 1. Reclamant geeft aanbeveling om de volgende passage aan te passen: §3.2.2 ‘Natuurlijke afscheidingen (zoals een sloot of struweel) hebben de voorkeur boven hekwerken. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt gekozen voor een adequaat landschappelijk hekwerk van bijvoorbeeld hout en gaaswerk, ingepast aan de binnenzijde van de groene inpassing met passagemogelijkheden voor fauna.’ Reclamant benadrukt dat een natuurlijke afscheiding niet voldoende is om een zonnepark te verzekeren en te beveiligen. Beantwoording Het plaatsen van een hekwerk is een gebruikelijke beveiligingsmaatregel voor zonneparken en wordt vaak vereist door verzekeringsmaatschappijen. We passen de passage aan, waarbij we het belang van de passeerbaarheid voor fauna en flora blijven benoemen. De gemeente is van mening dat het ene het ander niet hoeft uit te sluiten: als een zwaar hekwerk vereist is bij de gewenste verzekeraar, dan zijn er nog steeds kansen voor een groen aangezicht. Het is aan de initiatiefnemer om het benodigde hekwerk zo groen en diervriendelijk kunnen invullen. De zienswijze leidt tot wijziging: §3.2.2 ‘Natuurlijke afscheidingen (zoals een sloot of struweel) als beveiliging van het zonnepark hebben de voorkeur boven hekwerken.

Wanneer dit niet mogelijk is, moet het hekwerk zoveel mogelijk worden ingepast in het landschap, zodat het zicht op het hekwerk vanaf het maaiveld wordt beperkt. Het is hierbij belangrijk dat het hekwerk geen barrière vormt voor fauna.’

2. Reclamant geeft aanbeveling om de ondergrens van 25% open ruimte, exclusief de ruimte tussen de panelen(rijen), aan te passen naar 25% open ruimte, inclusief de ruimte tussen de panelen(rijen). Reclamant benoemt dat dit aansluit bij de voorwaarden van Gedragscode Zon op Land en de voorwaarden van de SDE++. Beantwoording De gemeente heeft een ondergrens van 25% open ruimte, exclusief de ruimte tussen panelen(rijen) opgesteld om de landschappelijke inpassing te waarborgen. Wanneer 25% inclusief de tussenruimte is, kan de 25% inpassing opgelost wordt tussen de panelen(rijen). Er worden dan geen of minder inpassingsmaatregelen aan de randen genomen, terwijl de echte ecologische en landschappelijke meerwaarde juist aan de randen wordt gecreëerd. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen. 3. Reclamant doet aanbeveling om het materialenpaspoort pas te laten indienen als producten besteld moeten worden of als er bijna gebouw wordt. Reclamant benoemt dat tijdens het schrijven en aanvragen van een omgevingsvergunning, het nog niet duidelijk is met welke materialen er in de markt zijn en waar exact mee gewerkt zal worden, omdat er veel tijd zit tussen de aanvraag en realisatie. Beantwoording Pagina 15 van 23

De gemeente neemt de aanbeveling van de reclamant aan. Een materialenpaspoort vraagt om veel detail, wat het proces kan vertragen en initiatiefnemers kan afweren. De zienswijze leidt tot wijziging: §3.4 ‘De gemeente vindt het belangrijk dat de gebruikte materialen voor zonnevelden maatschappelijk verantwoord zijn geproduceerd en kunnen worden hergebruikt. Daarom wordt aan de initiatiefnemer gevraagd een lijst aan te leveren van de te gebruiken grondstoffen voor de panelen en constructies. Na het toekennen van de omgevingsvergunning wordt er gevraagd om een overzicht waarin de maatschappelijke verantwoording van materialen wordt getoetst.’

4. Reclamant doet de aanbeveling om de 1,5 meter hoogtebeperking van zonnepanelen te versoepelen. Reclamant benoemt dat een beperking van 1,5 meter hoogte niet goed is voor de bodem vanwege de lage hellingshoek van de panelen. Beantwoording De gemeente hecht waarde aan de gezondheid van bodem en neemt de aanbeveling van reclamant aan. Hierbij borgt de gemeente nog steeds dat panelen onder ooghoogte moeten blijven. De zienswijze leidt tot wijziging: §4.1; §4.2; §4.3; §5.1 ‘Het open karakter van het gebied wordt niet aangetast: zonnepanelen blijven onder ooghoogte (1,5 meter) om omliggende openheid beleefbaar te houden. Hierin mag worden afgeweken onder de volgende voorwaarden: - Als de omliggende wegen aantoonbaar hoger liggen en; - Als door middel van een dwarsdoorsnede kan worden aangetoond dat er over de panelen heen gekeken kan worden door een persoon van gemiddelde lengte.’

5. Reclamant doet de aanbeveling om af te wijken van 100% lokaal eigendom en zich te committeren aan het landelijk streven naar 50% lokaal eigendom. Reclamant benoemt dat 100% lokaal eigendom niet haalbaar is binnen de gemeente Stichtse Vecht. Beantwoording Het uitgangspunt dat er sprake moet zijn van 100% lokaal eigendom is een besluit dat is vastgesteld door de raad bij het vaststellen van de Strategie Zonnevelden op 9 april 2024. Initiatiefnemers hebben een inspanningsverplichting om 100% lokaal eigendom te realiseren. Indien dit niet wordt gehaald, dient het restant te worden aangevuld met andere vormen van financiële participatie. Omdat er sprake is van een raadsbesluit wordt de tekst niet gewijzigd. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen.

Pagina 16 van 23

Reclamant AA 1. Reclamant verzoekt om de open ruimte tussen panelen mee te laten tellen in de norm voor 25% open ruimte. Reclamant benoemt hoe dit de ecologische waarde en realisatiekracht bevordert. Beantwoording Zie de beantwoording van Reclamant Z ad. 2.

2. Reclamant verzoekt om de eis van "minimaal een jaar voor de realisatie" te schrappen en uitsluitend te hanteren dat het resultaat van de nettoets bij de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt overlegd. In de huidige tekst wordt gesteld dat een nettoets minimaal een jaar voor de realisatie van een zonneveld moet worden uitgevoerd en dat het resultaat van deze toets bij de aanvraag van de omgevingsvergunning moet worden overlegd. Reclamant benadrukt dat de aanvraag van een omgevingsvergunning en de daadwerkelijke realisatie van een zonneveld altijd minimaal een jaar uit elkaar liggen. De huidige formulering kan daarom tot verwarring leiden. Beantwoording De gemeente is het eens met het voorstel van Reclamant. De gemeente wijzigt de tekst in Nadere Criteria Zonneparken in paragraaf §3.5 naar: “Om in te kunnen schatten of de capaciteit van het netwerk van Stedin toereikend is moet voor er met de realisatie van een zonneveld wordt gestart, een zogeheten nettoets worden uitgevoerd. Deze dient te worden aangevraagd door de initiatiefnemer bij Stedin. Het resultaat van de nettoets moet vervolgens overlegd worden bij de aanvraag omgevingsvergunning.”

3. Reclamant verzoekt om de definitie van ‘de wijdere omgeving’ aan te passen van een straal van 3km naar een straal van maximaal 1km rondom het plangebied. Reclamant benoemt dat je hiermee de betrokkenheid van de directe omgeving vergroot. Een kleinere schaal voorkomt dat de betrokkenheid te diffuus wordt. Beantwoording De gemeente hecht waarde aan een ruime interpretatie van het begrip ‘omgeving’. De gemeente heeft besloten om aan deze criteria, die in samenspraak met de samenleving tot stand is komen, vast te houden. De zienswijze leidt niet tot wijziging.

4. Reclamant verzoekt om de eis voor 100% lokaal eigendom flexibeler en realistischer te definiëren. Reclamant doet voorstel dat er maximaal wordt ingezet op lokaal eigendom, met aanvullende vormen van financiële participatie om de betrokkenheid van de omgeving te waarborgen wanneer 100% lokaal eigendom niet haalbaar is. Beantwoording Het uitgangspunt dat er sprake moet zijn van 100% lokaal eigendom is een besluit dat is vastgesteld door de raad bij het vaststellen van de Strategie Zonnevelden op 9 april 2024. Initiatiefnemers hebben een inspanningsverplichting om 100% lokaal eigendom te realiseren. Indien dit niet wordt gehaald, dient het restant te worden aangevuld met andere vormen van financiële participatie. De zienswijze leidt niet tot wijziging. Pagina 17 van 23

5. Reclamant geeft aan dat het in de tekst van Criteria Zonnevelden niet duidelijk wordt op welk niveau de omgeving mag deelnemen aan de vormen van financiële participatie. Reclamant stelt voor dat de gemeente specifieert welk niveau van de omgeving hierbij betrokken mag worden, of dat de initiatiefnemer moet beargumenteren waarom voor een bepaald niveau gekozen is. Beantwoording Voor financiële participatie geldt dat de hele omgeving in aanmerking komt voor deelname. Wel dient de directe omgeving voorrang te krijgen: zij moeten als eerste de mogelijkheid krijgen om financieel te participeren. De huidige criteria biedt genoeg houvast om te beoordelen of er wordt voldaan aan de eisen voor participatie. De gemeente heeft de bewuste keuze gemaakt om de initiatiefnemer de ruimte te geven hier invulling aan te geven. De zienswijze leidt niet tot wijziging.

Reclamant BB 1. Reclamant vraagt zich af of de gemeente rekening heeft gehouden met de nieuwe ontwikkelingen zoals nieuwe bebouwing bij de Corridor en uitbreiding van het hoogspanningsstation bij Kortrijk, en of de gemeente een inschatting heeft gemaakt van de bereidheid van grondeigenaren in het restant van de 3 aangewezen focusgebieden. Reclamant verzoekt de gemeente om zo snel mogelijk ook andere groene en oranje gebieden uit vastgestelde kansenkaart aan te wijzen voor zonne-energie. De gemeente zou kunnen besluiten dat de in april 2024 aangewezen focusgebieden gedurende (bijvoorbeeld) een half jaar voorrang hebben maar dat de gemeente wel al meewerkt aan vooroverleg over andere gebieden. Parallel daarna kunnen dan andere gebieden worden aangewezen door de gemeenteraad. Zo kan het risico van grote vertraging worden verminderd. Beantwoording De kansenkaart waar naar verwezen wordt geeft in grote lijnen het potentieel en de mogelijkheden aan. De focus ligt nu op de 3 genoemde gebieden. De nadere criteria hebben een meer algemeen karakter voor initiatieven. Wij verwachten niet dat onze huidige aanpak hoeft te leiden tot vertragingen. De zienswijze leidt niet tot wijziging

2. Reclamant verzoekt een gedetailleerde kaarten van de focusgebieden. Beantwoording Zie ook de beantwoording van Reclamant N ad. 1.

3. Reclamant benoemt dat er in H6 expliciete maatschappelijke organisaties worden genoemd als partijen waarmee overlegd moet worden. Reclamant vraagt zich af waarom specifiek deze partijen? Omdat lokaal eigendom zo’n belangrijk uitgangspunt is, lijkt het de reclamant voor de hand te liggen als ook de koepelorganisaties van energiecoöperaties in de provincie Utrecht, Energie van Utrecht, op vergelijkbare wijze wordt geconsulteerd door de gemeente. Beantwoording De Gebiedscoöperatie, LTO en natuurorganisaties zijn genoemd in de Nadere Criteria Zonnevelden omdat ze een wezenlijk andere rol hebben dan de door reclamant voorgestelde organisaties. De aangewezen organisaties hebben vanuit hun huidige situatie en/of grondgebruik een direct belang en kunnen meedenken bij de uitwerking van een initiatief. Voor energiecoöperaties is het echter van

Pagina 18 van 23

belang dat er al een initiatief is. De zienswijze leidt niet tot wijziging.

4. Reclamant vindt de omschrijving rondom 100% lokaal eigendom niet duidelijk. Reclamant benoemt dat aandelen of certificaten juist de wijze vormen waarop 100% lokaal eigendom tot stand komt. Een gebieds- of omgevingsfonds of omgevingsregeling is een aanvullende faciliteit maar komt niet in de plaats van het lokaal eigendom middels vanuit het project uitgegeven aandelen of certificaten. Dit laatste is altijd nodig om de financiering bij 100% lokaal eigendom te realiseren, fondsen en regelingen zijn facultatief. In elk geval moet worden voorkomen dat de cursieve zinsnede zo kan worden geïnterpreteerd dat minder dan 100% lokaal eigendom ook wordt toegestaan als er dan maar andere faciliteiten worden aangeboden. Dan zou er namelijk afgeweken worden van wat de gemeenteraad hierover heeft vastgesteld. Beantwoording De betreffende passage is niet bedoeld zoals Reclamant de tekst interpreteert. Lokaal eigendom heeft te allen tijde de voorkeur boven andere vormen van financiële participatie. Pas wanneer initiatiefnemers kunnen aantonen dat 100% lokaal eigendom niet haalbaar blijkt, komen andere vormen in beeld. In dat geval moet het restant van 100% worden ingevuld met andere vormen van financiële participatie. De gemeente is van mening dat de huidige tekst dit duidelijk genoeg onderschrijft. De zienswijze leidt niet tot wijziging. 5.

Reclamant geeft aan dat er sprake is van 1 jaar wachttijd voor realisatie nadat Stedin de nettoets heeft opgeleverd die moet worden ingeleverd bij vergunningaanvraag. Het is reclamant niet duidelijk welke stappen precies in welke volgorde worden gezet en waar exact de 1 jaar wachttijd daarin past. Beantwoording Zie ook de beantwoording van Reclamant AA ad. 2.

6. Reclamant vraagt zich bij paragraaf §7.1 af hoe de gemeente omgaat met parallelle aanvragen voor hetzelfde gebied. Wat is de uitwerking van de algemene zinsnede dat de gemeente hierover tijdig duidelijkheid zal scheppen? Wanneer gebeurt dat en hoe? In stap 3 wordt gesproken van het organiseren van financiële participatie. Reclamant wijst de gemeente erop dat in deze fases wel principes kunnen worden uitgewerkt en globaal belangstelling gepeild bij de omgeving maar dat het feitelijk regelen van de participatie pas na toekenning van de vergunning en bij het regelen van de totale financiering kan plaats vinden. Pas na het berekenen van de definitieve business-case, het afsluiten van overeenkomsten voor vreemd vermogen (lening bij banken bijvoorbeeld) en het opstellen van de vereiste documenten (met voorwaarden) voor financiële participatie kunnen participanten feitelijk toetreden en hun financiering toezeggen. Beantwoording Zie de beantwoording van Algemene zienswijze, Parallelle ontwikkelingen en ontwikkelingen in de omgeving (§2.7) betreft parallelle aanvragen in hetzelfde gebied. De gemeente begrijpt dat de passage in stap 3 tot onduidelijkheden kan leiden. De zienswijze leidt tot wijziging om de passage te verduidelijken.

In paragraaf §7.3, stap 3 het woord ‘organiseren’ gewijzigd in ‘doet voorstel voor financiële participatie’: “Bijvoorbeeld door het participatieplan verder aan te

Pagina 19 van 23

scherpen en uit te voeren, door gedetailleerde ontwerpen op te stellen en door een voorstel te doen voor financiële participatie’”.

7. Reclamant verzoekt de gemeente om de ontwerpprincipes niet als eis maar als globale richtlijnen te hanteren. Reclamant vermoedt dat de gedetailleerde ontwerpprincipes het niet goed mogelijk maken om tot een rendabel project te komen. Projecten van maximaal 5 ha. (deelgebied Oeverwallen) acht de reclamant in elk geval met de huidige omstandigheden nauwelijks financieel haalbaar. Beantwoording De gemeente ziet de gestelde ontwerpprincipes nadrukkelijk als minimumeisen om zo een goede landschappelijke inpassing te borgen. In de praktijk binnen andere gemeenten blijkt dat de gestelde ontwerpprincipes goed haalbaar zijn en daarom zijn wij niet voornemens de gestelde ontwerpprincipes af te zwakken. De zienswijze leidt niet tot wijziging.

8. Reclamant benoemt dat het is de huidige tekst niet duidelijk is wat de definitie is van “eigen energieverbruik”. Gaat het om het energieverbruik van de initiatiefnemer? Wordt bedoeld dat op elk moment het momentane energieverbruik hoger of gelijk moet zijn aan de momentane opwekking? Of het totaal per jaar? Of wordt getolereerd dat er een deel (welk deel dan?) van de opwekking wordt terug geleverd over de aansluiting van de gebruiker? Hierbij is de vraag hoe dit tevoren vastgesteld wordt, dus welke bewijslast is er voor de gebruiker, welke rapportageverplichting is er voor de aanvrager na realisatie en welke sancties zijn er als de praktijk afwijkt van het de aanvraag. Beantwoording Het betreft hier kleinschalige zonnevelden voor eigen energieverbruik. Onder het eigen energieverbruik wordt verstaan het elektriciteitsverbruik van initiatiefnemer over een heel kalenderjaar. Dit dient inzichtelijk te worden gemaakt bij het aanvragen van de omgevingsvergunning. Er is geen sprake van een rapportageverplichting ná vergunningverlening. De zienswijze leidt niet tot wijziging.

Pagina 20 van 23

4. Ambtshalve wijzigingen In de onderstaande tabel zijn de tekstaanpassingen beschreven: Nr.

1.

Wijziging

Aanleiding

De naam van focusgebied ‘Harde As Zuid’ wordt consistent veranderd in ‘Corridor Noord’.

Uit de zienswijzen werd duidelijk dat de dubbele naam voor hetzelfde gebied tot onduidelijkheid leidt.

Pagina 21 van 23

5. Staat van wijzigingen Hieronder zijn de genoemde wijzigingen in beeld gebracht. Bij elke wijziging is aangegeven of de wijziging een gevolg is van een ingediende zienswijze of het gevolg van een ambtshalve overweging. Deze Staat van wijzigingen maakt onderdeel uit van het raadsbesluit van xx-xx-2025. Nr.

Wijziging

Aanleiding

1

De gemeente voegt een algemeen ontwerpprincipe toe aan paragraaf §3.2.1: “Er mag geen sprake zijn van overmatige overlast door lichtschittering voor omliggende woonpercelen of verkeer.”

Algemene zienswijze Lichtschittering

2

De gemeente voegt een kaart met meer detailniveau toe aan Bijlage I - Kaartmateriaal beschermingsregimes, In de kaart wordt het beter zichtbaar welke woningen betrokken zijn rond de focusgebieden.

Reclamant N ad. 1 Kaartmateriaal

3

De gemeente voegt een uitgangspunt toe aan paragraaf §3.1: “Zonnevelden mogen mede daarom maximaal 25 jaar blijven staan. Na deze termijn wordt het zonneveld verwijderd en de kavels in hun oorspronkelijke staat teruggebracht, de initiatiefnemer moet dit beschrijven in een opruimplan. Dit is de verantwoordelijkheid en de kosten zijn voor de exploitant van het zonneveld. Dit zal ook in de voorwaarden van de omgevingsvergunning worden opgenomen.

Reclamant U ad. 2 Afbreekverplichting

4

“De propertyzone van de UNESCO-Werelderfgoedinschrijving Hollandse waterlinies” wordt veranderd in “Het gebied van de UNESCO-Werelderfgoedinschrijving Hollandse waterlinies.” In paragrafen §2.3, H4, §4.1.1 en §4.1.2

Reclamant V. ad 8 Property-zone

5

“Natuurlijke afscheidingen (zoals een sloot of struweel) hebben de voorkeur boven hekwerken. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt gekozen voor een adequaat landschappelijk hekwerk van bijvoorbeeld hout en gaaswerk, ingepast aan de binnenzijde van de groene inpassing met passagemogelijkheden voor fauna.” wordt gewijzigd in “Natuurlijke afscheidingen (zoals een sloot of struweel) als beveiliging van het zonnepark hebben de voorkeur boven hekwerken. Wanneer dit niet mogelijk is, moet het hekwerk zoveel mogelijk worden ingepast in het landschap, zodat het zicht op het hekwerk vanaf het maaiveld wordt beperkt. Het is hierbij belangrijk dat het hekwerk geen barrière vormt voor fauna.” In paragraaf §3.2.2

Reclamant Z ad. 2 Natuurlijke afscheiding

6

De gemeente voegt een regel toe in paragraaf §3.4: ‘De gemeente vindt het belangrijk dat de gebruikte materialen voor zonnevelden maatschappelijk verantwoord zijn geproduceerd en kunnen worden hergebruikt. Daarom wordt aan de initiatiefnemer gevraagd een lijst aan te leveren van de te gebruiken grondstoffen voor de panelen en constructies. Na het toekennen van de omgevingsvergunning wordt er gevraagd om een overzicht waarin de maatschappelijke verantwoording van materialen wordt getoetst.’

Reclamant Z ad. 3 Materialenpaspoort

7

De gemeente breidt de beschrijving van voorwaarden uit in paragrafen §4.1; §4.2; §4.3; §5.1 ‘Het open karakter van het gebied wordt niet aangetast: zonnepanelen blijven onder ooghoogte (1,5

Reclamant Z ad. 4 Hoogte van panelen

Pagina 22 van 23

meter) om omliggende openheid beleefbaar te houden. Hierin mag worden afgeweken onder de volgende voorwaarden: - Als de omliggende wegen aantoonbaar hoger liggen en; - Als door middel van een dwarsdoorsnede kan worden aangetoond dat er over de panelen heen gekeken kan worden door een persoon van gemiddelde lengte.’

8

De gemeente wijzigt de tekst in Nadere Criteria Zonneparken in paragraaf §3.5 naar: “Om in te kunnen schatten of de capaciteit van het netwerk van Stedin toereikend is moet voor er met de realisatie van een zonneveld wordt gestart, een zogeheten nettoets worden uitgevoerd. Deze dient te worden aangevraagd door de initiatiefnemer bij Stedin. Het resultaat van de nettoets moet vervolgens overlegd worden bij de aanvraag omgevingsvergunning.”

Reclamant AA ad. 2 Nettoets

9

In paragraaf §7.3, stap 3 het woord ‘organiseren’ gewijzigd in ‘doet voorstel voor financiële participatie’: “Bijvoorbeeld door het participatieplan verder aan te scherpen en uit te voeren, door gedetailleerde ontwerpen op te stellen en door een voorstel te doen voor financiële participatie’”.

Reclamant BB ad. 6 Financiële participatie

Pagina 23 van 23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2851/documents/58568