CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota Overleg en Inspraak (anoniem).pdf

Commissie Fysiek Domein 14 september 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: c.: Ontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis. Aangepaste Nota Inspraak- en vooroverleg.36.460 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

17

a. kleinschalig kamperen uitsluitend toegestaan is in de periode 15 maart tot en met 31 oktober b. het aantal kampeermiddelen bedraagt ten hoogste 25 per agrarisch bouwperceel; c. kleinschalig kamperen voor meer dan 15 plaatsen alleen is toegestaan in situaties waarbij hinder naar het oordeel van het college voor de directe omgeving niet optreedt; d. de kampeermiddelen bezitten een niet-permanent karakter (tenten, toercaravans en dergelijke); e. de afstand van kampeermiddelen tot geluidsgevoelige bestemmingen bedraagt ten minste 50 m; f. ten behoeve van een goede landschappelijke inpassing dient een beplantingsplan te g. kleinschalig kamperen is niet toegestaan ten behoeve van permanente bewoning of huisvesting van (tijdelijke) werknemers.” 32. De verwijzing naar kleinschalig kamperen wordt uit de tabel verwijderd. 33. Artikel 3.5.1. onder b wordt artikel 3.5.1. onder c. 34. De titel van artikel 3.7.2 is aangepast, “… naar de bestemming “Wonen”. 35. In artikel 4.1 onder a wordt het woord “tevens” geschrapt 36. In artikel 4.2,1. wordt “gronde” vervangen “gronden”. 37. In artikel 4.2.2 wordt de titel gewijzigd in “Gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen, ten behoeve van Bedrijfswoningen”. 38. In artikel 4.2.3. onder a lid 1 wordt vóór de naar een openbare weg gekeerde gevel vervangen voor “voor de voorgevelrooilijn”. 39. In artikel 4.2.3.

onder b wordt aangepast in “de bouwhoogte van overige bouwwerken geen gebouwen zijnde bedraagt niet meer dan 6 meter”. 40. Artikel 4.5 betreft een wijzigingsbevoegdheid. De omschrijving wijkt echter af van de omschrijving van eerdere wijzigingsbevoegdheden (artikel 3). Om de leesbaarheid van het bestemmingsplan te verbeteren en de uniformiteit te vergroten wordt voorgesteld om de omschrijving als volgt aan te passen: Burgemeester en wethouder zijn bevoegd de binnen de bestemming “Bedrijf” opgenomen bouwvlakken en bijbehorende bouwhoogten te wijzigen danwel de volledige bestemming “Bedrijf” in de bestemming “Wonen”, met dien verstande dat: ….. 41. Artikel 4.5 wordt de volgende voorwaarde toegevoegd: de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in verhouding staan tot de capaciteit van de betrokken wegen en wordt voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 26 lid 2.1 parkeernormen. 42. Artikel 5.4.1 gaat in op parkeervoorzieningen. Met betrekking tot de bestemming “Groen” heeft dit vooral betrekking op het realiseren van parkeerplaatsen. Voorgesteld wordt om artikel 5.4.1 volledig te laten vervallen en onder artikel 5.1 onder f naast in- en uitritten tevens op te nemen; “parkeerplaatsen”. 43. In artikel 6.1 onder a wordt aangegeven welke horeca categorieën mogelijk zijn. Deze zijn echter niet gekoppeld aan een aanduiding op de verbeelding.

Dit zal nog aangevuld moeten worden. 44. Artikel 6.3 betreft een wijzigingsbevoegdheid. De omschrijving wijkt echter af van de omschrijving van eerdere wijzigingsbevoegdheden (artikel 3). Om de leesbaarheid van het bestemmingsplan te verbeteren en de uniformiteit te vergroten wordt voorgesteld om de omschrijving als volgt aan te passen: Burgemeester en wethouder zijn bevoegd de binnen de bestemming “Horeca” te wijzigen” in de bestemming “Wonen”, met dien verstande dat: ….. 45. Aan artikel 6.3 wordt de volgende voorwaarde toegevoegd: de publieks- en/of verkeersaantrekkende werking in verhouding staan tot de capaciteit van de betrokken wegen en wordt voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 26 lid 2.1 parkeernormen. 46. In artikel 6.3.b wordt de lengtemaat “50 m” vervangen door de oppervlaktemaat “50 m2”. 47. In artikel 8.1 onder l en artikel 8.4.1.a onder 1 wordt parkeervoorzieningen aangepast in parkeerplaatsen. 48. In artikel 8.1 onder g wordt “zijn” verwijderd. 49. In artikel 8.1 onder h wordt toegevoegd “is gezamenlijk tevens ……. toegestaan”. Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

18

50. Artikel 8.3.2. verwijst in afwijking van andere planregels niet naar de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 26 lid 2.1. “parkeernormen”. Dit zal aangepast worden om de leesbaarheid te verbeteren. 51. Artikel 8.4.3.onder a lid 4 wordt geschrapt 52. In artikel 9.1 onder f wordt “parkeervoorzieningen” vervangen door “parkeerplaatsen”. 53. Aan artikel 9.2.2 word toegevoegd: “d. in afwijking van artikel 9.2.2. onder a mag de hoogte van een toegangshek niet meer dan 3 meter bedragen.” 54. Aan artikel 9.2.2. onder b lid 1 kan worden geschrapt. 55. Aan artikel 9.3.1.a wordt toegevoegd: “, met uitzondering van zwemmanifestaties met een maximum van 12 dagen per jaar.” 56. In artikel 10.1 onder c wordt het woord: uitsluitend verwijderd. 57. In artikel 10 1 onder a t/m f wordt de doortelling aangepast. Er staat nu twee keer artikel 10 lid 1 onder c. 58. In artikel 10 .1 onder d wordt parkeervoorzieningen gewijzigd in parkeerplaatsen. 59. In artikel 10.1 wordt als lid g toegevoegd: paden, wegen, in- en uitritten. 60. In artikel 10.2.1. onder a wordt het woord regel vervangen door regels. 61. Artikel 10.2.1. onder a lid 1 wordt gewijzigd in: “gebouwen mogen uitsluitend gebouwd worden binnen een bouwvlak” 62. Artikel 10.2.1. onder a lid 3 wordt het woord “verbeeldig” aangepast in “verbeelding”. 63. In artikel 10.2.3.

onder a lid 3 wordt “en in de directe nabijheid van het Fort” geschrapt. 64. In artikel 11.1 wordt toegevoegd: terrassen. 65. In de regels (artikel 6) is een aanvullende aanduiding (“gestapeld”) opgenomen om kenbaar te maken welk bouwvlak bedoeld is voor de bouw van appartementen. 4.2 Verbeelding In de bijlage 1: Aanpassingen ambtshalve wijzigingen verbeelding bestemmingsplan Nieuwersluis zijn de onderstaande wijzigingen weergegeven. 1. Op de digitale verbeelding ligt ter hoogte van het perceel Rijksstraatweg 47 een (rechthoekig) figuur waar geen regels aan verbonden zijn. Deze kan waarschijnlijk verwijderd worden. 2. Binnen het totale agrarisch bouwvlak van het perceel Rijksstraatweg 47 is per abuis een goot- en bouwhoogte opgenomen van respectievelijk 3 m en 6,5 m. Dit had beperkt moeten blijven tot de functieaanduiding van de bedrijfswoning. 3. De zijdelingse aanbouw op het perceel Rijksstraatweg 60 lijkt nog deels te liggen op gronden met de bestemming “groen”. Het volledige bouwwerk moet echter gelegen zijn binnen de woonbestemming. 4. Tegenover Zandpad 6 t/m 9 wordt een smalle strook in de bestemming “Groen” gewijzigd in de bestemming “Verkeer”. Dit sluit beter aan bij het feitelijke gebruik als informele parkeervoorziening. 5. De inpassingsplannen aan de Mijndensedijk 34/36 en Mijndensedijk 60 vallen ten onrechte buiten de dubbelbestemming beschermd dorpsgezicht.

Het agrarisch bouwvlak dat is toegevoegd aan het plangebied valt hier terecht wel buiten. 6. Ter plaatse van de “schuilhutten”, op de agrarische bestemming, dient het agrarisch bouwvlak te worden verwijderd zodat alleen de functieaanduiding op de verbeelding wordt weergegeven. 7. De weilanden achter het fort hebben de dubbelbestemming NNN terwijl deze niet gelegen zijn in het gebied dat door de provincie Utrecht als zodanig is aangewezen. 8. Het aantal woningen in de bouwvlakken is niet weergegeven. In de regels van artikel 13 is opgenomen dat het aantal woningen maximaal 1 mag bedragen tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. Het aantal woningen is echter niet op de bouwvlakken aangegeven. 9. Op het perceel Rijsstraatweg 17 ontbreekt een deel van het bouwvlak, grenzend aan de openbare weg. Het bouwvlak dient hier verruimd te worden. 10. Het is onduidelijk welke functionaliteit gekoppeld is aan de stippellijn (functieaanduiding) aangrenzend aan de speeltuin in de Stationsweg. Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

19

11. De aanduiding “speeltuin” en de bestemming grond moeten het volledig kadastraal perceel 1417 beslaan. 12. De goot- en bouwhoogte van Rijksstraatweg 35 (Hotel) komen niet overeen met verleende vergunning. De goot- en bouwhoogte moeten gewijzigd worden in 7.1 m en 11.4 m. 13. De goothoogte in de maatvoeringsaanduiding ter plaatse van Mijndensedijk 34-36 dient gewijzigd te worden in 5.2 m. Daarnaast valt een deel van het bouwvlak buiten deze aanduiding. Het deel van het bouwvlak dat gelegen is buiten de huidige aanduiding moet voorzien worden van een maximale bouwhoogte van 4 meter. 14. Ambtshalve is gebleken dat de “waterkering” niet door de kern Nieuwersluis gaat maar er omheen. Dat betekent dat een deel van de aanduiding ten onrechte op de plankaart is opgenomen. 4.3 Toelichting Recreatie Paragraaf 2.5.3 van de toelichting, thema recreatie, is inmiddels verouderd. De paragraaf kan vervangen worden door het volgende tekstvoorstel. 2.5.3 Waardevol Toerisme Stichtse Vecht 2021-2023 Het Beleidsplan Waardevol Toerisme Stichtse Vecht 2021-2023 vormt de actualisatie van het toeristisch-recreatief Beleidsplan Recreatie en Toerisme Water Verbindt (2014) van de gemeente Stichtse Vecht. Het is gedeeltelijk geschreven in de maanden voordat de coronacrisis toesloeg en gedeeltelijk tijdens de coronacrisis in 2020.

Het werpt een blik op een gewenste gebalanceerde aanpak van toerisme in de gemeente Stichtse Vecht voor de periode tot 2030 met hierbij een concrete uitvoeringsagenda voor de jaren 2021, 2022, en 2023. Met een gebalanceerde aanpak bedoelen we dat de toeristisch-recreatieve ontwikkeling in balans dient te zijn met erfgoed, cultuur, natuur en leefbaarheid. We willen hierbij meer aandacht geven aan het verlichten van overlast en drukte. Separaat van het voorliggende beleidsplan is in 2020 een Herstelplan vastgesteld door het college van B&W met concrete projecten om het herstel van de toeristischrecreatieve sector in Stichtse Vecht te steunen. Dit projectplan is in 2020 uitgevoerd. De verwachting is dat herstel van de coronacrisis voor de toeristisch-recreatieve sector ten minste tot en met 2022 zal duren. Dit beleidsplan is vanuit een positieve blik opgesteld. Want ondanks de coronacrisis en ondanks een aantal zaken die verbetering verdienen, kunnen we dankzij het rijke cultureel erfgoed en de fraaie rivier de Vecht ontspannen in een van de mooiste gemeenten van Nederland. De inzet is om deze kwaliteiten te koesteren, deze waar mogelijk te versterken en tegelijkertijd oog te hebben voor het instandhouden van voldoende banen en bestedingen van recreanten en toeristen.

Het beleidsplan borduurt voort op het Kompas voor Kwaliteitstoerisme dat lokale vertegenwoordigers in 2019 aan de gemeente hebben aangeboden. Verder kan het beleidsplan worden gezien als een lokale doorvertaling van het in 2018 verschenen landelijke Perspectief Nederland 2030 dat de provincies en het ministerie van EZK hebben omarmd. Hierin is de ambitie uitgesproken dat toerisme in 2030 van toegevoegde waarde is voor alle Nederlanders. De perceptie van overlast van bewoners wordt voor het eerst vroegtijdig betrokken in het beleid. Sommige bewoners van Nieuwersluis, Vreeland, Loenen aan de Vecht en Nigtevecht geven aan overlast te ervaren van drukte van bezoekers van mei tot en met september gerelateerd aan: • Passantenverkeer van auto’s, fietsers, wielrenners en motorrijders aan de oevers van de Vecht • ‘Plasoverlast’ van bootvaarders op de oevers van de Vecht • Geluidsoverlast van passerende bootvaarders op de Vecht • Ergernissen over de snelheid van varende boten op de Vecht In de uitwerking naar concrete projecten wordt aandacht gegeven om deze ervaren overlast van bewoners te verlichten. Denk hierbij aan het voorzien in extra sanitaire voorzieningen nabij de Vecht, een campagne voor

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

20

hoffelijk gedrag van recreatievaarders en het opbouwen van een online druktemonitor om inzicht te krijgen in de drukke en minder drukke bezoeklocaties op verschillende tijdstippen en mensen erop te attenderen dat ze ook naar minder drukke plekken kunnen gaan. De uitvoeringsagenda voor 2021, 2022 en 2023 voor dergelijke verlichtende maatregelen is in uiteengezet. Het beleidsplan heeft als ambitie een toekomstbestendig behoud en ontwikkeling van Stichtse Vecht als waardevolle toeristisch-recreatieve gemeente. Toekomstbestendig betekent hier dat het belang van bezoekers, bewoners en bedrijven in samenhang wordt gewogen. De doelstelling draagt hierdoor een samengesteld maatschappelijk en economisch karakter. Behalve het opbouwen van het aantal banen van voor de coronacrisis dienen recreatie en toerisme de komende jaren ook bij te dr gen aan Stichtse Vecht als aantrekkelijke woon- en werkgemeente, behoud en ontwikkeling van cultuur, cultureel erfgoed en natuur, een vitaal platteland en aan duurzame vrijetijdsmobiliteit in Stichtse Vecht. Op basis van interviews, trendanalyse, een goed bezochte thema-avond met bewoners, bedrijven en nonprofitpartners en enkele klankbordsessies stelt het voorliggende Perspectief voor om beleid te gaan voeren aan de hand van leidende inhoudelijke principes en beleidsthema’s.

Deze inhoudelijke principes zorgen ervoor dat Stichtse Vecht de komende jaren toekomstbestendig en duurzaam ontwikkelt op het gebied van recreatie en toerisme. Zij moeten ervoor zorgen dat recreatie en toerisme zich ontwikkelen in een gewenste richting die past bij de aard en het karakter van Stichtse Vecht. Het gaat om de volgende leidende principes:  Individueel bezoek staat voorop; groepsbezoek zullen we niet actief stimuleren.  De focus ligt op bezoekers uit de directe regio, hoewel iedereen welkom is.  Duurzame vormen van vrijetijdsmobiliteit, zoals fietsen en elektrisch varen, willen we actief ondersteunen.  We hebben ook aandacht voor verblijfstoerisme in plaats van alleen voor dagbezoek. We faciliteren doordeweeks zakelijk bezoek om de piekbelasting van dagbezoek in het weekend aan te vullen. De beleidsthema’s waaraan de gemeente Stichtse Vecht prioritaire aandacht wil schenken zijn: • Beleefbare kastelen en buitenplaatsen • Beleefbare waterlinie (Nieuwe en Oude Hollandse Waterlinie) • Duurzame vrijetijdsmobiliteit • Buitenrecreatie Door de focus de komende jaren op deze thema’s te leggen, kiest de gemeente Stichtse Vecht voor een gebalanceerde toeristisch-recreatieve ontwikkeling, die past bij de kwetsbare kwaliteiten van de gemeente. Bovendien sluiten de leidende principes en de beleidsthema’s inhoudelijk aan op het Kompas voor Kwaliteitstoerisme.

De thema’s ‘beleefbare kastelen en buitenplaatsen’ en ‘beleefbare water linie’ kennen een kleinschalig karakter en spreken kwaliteitsbezoekers aan. Het thema ‘duurzame vrijetijdsmobiliteit’ faciliteert initiatieven als elektrisch varen, kleinschalig varen, meer aandacht voor de (elektrische) fiets en mogelijk andere passende activiteiten. Het laatste thema ‘buitenrecreatie’ omvat de brede scope van inspanningen op het vlak van buitenrecreatie voor, zoals het voorzien in recreatiegebieden, wandel-, fiets- en vaarroutes (voor sloep). Provinciaal ruimtelijk beleid Inmiddels hebben de provinciale Omgevingsvise en Omgevingsverordening ter inzage gelegen. De ruimtelijke gevolgen zijn beperkt omdat het veelal om een beleidsneutrale omzetting van de bestaande provinciale structuurvisie en provinciale ruimtelijke verordening gaat. In het ontwerpbestemmingsplan zal een verwijzing gemaakt moeten worden naar de nieuwe beleidsstukken. Het volgende tekstvoorstel zal opgenomen worden:

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

21

De ruimte in de provincie is beperkt terwijl de vraag naar ruimte groot is. Dat stelt de provincie Utrecht voor een grote uitdaging: hoe gaan we om met de groei van inwoners en bedrijven zonder dat dit ten koste gaat van een prettige en gezonde leefomgeving? We móeten keuzes maken. Daarom is het uitgangspunt om waar mogelijk te kiezen voor slim combineren en concentreren. Slim combineren Met slim combineren bedoelt de provincie Utrecht dat de beschikbare ruimte op meerdere manieren gebruikt kan worden. We combineren bijvoorbeeld het versterken van de rivierdijken met de ontwikkeling van nieuwe fiets- en wandelroutes en nieuwe recreatie- en natuurgebieden. Door te zorgen dat het autoverkeer op de dijken vermindert, ontstaat er meer ruimte voor wandelaars en fietsers. Concentreren Concentreren betekent bijvoorbeeld dat nieuwe woningen voornamelijk gebouwd worden dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Veel van wat je nodig hebt, is dan in de buurt en goed bereikbaar. Als het nodig is om kernen leefbaar te houden, is daarnaast een kleine uitbreiding mogelijk. Daarbij vinden we voldoende ruimte om te bewegen en voldoende groen en water belangrijk. En door te bouwen in bebouwd gebied (concentreren) zorgen we er juist voor dat er op andere plekken in de provincie ruimte overblijft voor andere zaken dan wonen.

Denk aan natuur, het verbouwen van voedsel en het opwekken van zon- en windenergie en het verbouwen van voedsel. Uitvoering geven aan de Omgevingsvisie De vraagstukken waar we voor staan kunnen de provincie niet alleen oplossen. Samenwerking met met inwoners, ondernemers, belangenorganisatie en medeoverheden, partners en de samenleving is cruciaal. Alleen dan kunnen we onze ambities bereiken. We voeren het beleid van de Omgevingsvisie uit met behulp van: ■ de Omgevingsverordening In de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht staan de regels die horen bij het beleid dat in de Omgevingsvisie staat. Bijvoorbeeld regels voor natuurgebieden, waterwingebieden en woningbouw. Het opstellen van deze regels is een wettelijke taak of is het gevolg van politieke keuzes van de provincie Utrecht. In de Omgevingsverordening gaat het deels om regels die alleen voor gemeenten, waterschappen en uitvoeringsdiensten gelden en deels om regels die voor iedereen gelden. De provincie Utrecht heeft de ambitie om alleen regels te maken om risico’s uit te sluiten. Soms is het mogelijk van regels af te wijken. De provincie Utrecht vindt het belangrijk om ruimte te geven aan nieuwe initiatieven en maatwerk per gebied. In de Omgevingsverordening zijn alle regels voor de leefomgeving samengebracht en de provincie Utrecht is van zo’n 20 verordeningen naar één Omgevingsverordening gegaan.

Dit moet het voor iedereen eenvoudiger maken om te zien welke regels waar gelden. ■ Programma’s Om het beleid uit te voeren hebben we niet alleen regels nodig, maar ook op uitvoering gerichte programma’s. De provincie zal hier samen met overheden, partners en de samenleving invulling aan geven. Bijvoorbeeld in het programma ‘wonen en werken’. Gemeenten in een regio en provincie zitten daarbij samen aan tafel en leggen vast welke woningen waar op welk moment gebouwd gaan worden en welke bedrijventerreinen ontwikkeld gaan worden. Daarbij houden we ook rekening met andere zaken, zoals dat mensen naar hun werk kunnen gaan en dat er voldoende recreatie en groen is. Met de Omgevingsvisie wil de prpvincie Utrecht duidelijkheid geven hoe de Utrechtse leefomgeving ingericht kan worden. Welke rol de provincie pakt, hangt af van de situatie. De ene keer zal de provincie Utrecht een ontwikkeling stimuleren, de andere keer zorgen we ervoor dat plannen worden aangepast om de kwaliteiten van de omgeving te beschermen. 4.4 Bijlagen 1. Ruimtelijke onderbouwing voor het perceel Mijndensedijk 49-51 zal worden toegevoegd.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

22

5 Wijzigingen inspraak- en vooroverlegreacties. In de verbeelding, de regels en/of in de toelichting van het voorontwerpbestemmingsplan Kern Nieuwersluis zijn de hieronder genoemde wijzigingen aangebracht als gevolg van de ingekomen inspraaken vooroverlegreacties. Rijksstraatweg 68 te Nieuwersluis Conform de inspraakreactie zal de agrarische bestemming op het perceel gelegd worden zoals opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Dat betekent dat de tuinbestemming en woonbestemming uit voorontwerp bestemmingsplan komen te vervallen en een deel van de woonbestemming weer omgezet wordt naar agrarisch met bouwvlak.

Voorontwerpbestemmingsplan links, geldend bestemmingsplan rechts.

5.1. Mijndensedijk 49-51 te Nieuwersluis De agrarische activiteiten op het perceel Mijndensedijk 49 en 51 zijn nu definitief beëindigt en de omliggende weidegrond is niet langer in eigendom. Dit betekent dat hier geen toekomstbestendig agrarisch bedrijf gevestigd kan zijn. Wij willen daarom meegaan met het verzoek van inspreker om het perceel een woonbestemming te geven. Dat betekent vervolgens wel dat we het gebruik van de huidige situatie, als woonbestemming, moeten vastleggen en voor de toekomst een mogelijkheid moeten opnemen om medewerking te kunnen verlenen aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling” voor één extra woning. Verbeelding  De agrarische bestemming komt te vervallen en het perceel krijgt deels een woonbestemming en tuinbestemming. Voor het overige blijft de agrarische bestemming (zonder bouwvlak) gehandhaafd.  Om duidelijk te maken dat dit bouwvlakken één geheel vormt, wordt er op de plankaart een verbindingsstreepje tussen de bestemmingsvlakken voor wonen geplaatst.  Net als in de huidige situatie wordt het realiseren van een woning op het oostelijke deel uitgesloten. Hier komt een aanduiding “zonder wonen” (zw).  De woonbestemming wordt in zijn geheel aangewezen als wijzigingszone, in het bestemmingsplan worden de bijbehorende regels opgenomen.  Daarnaast wordt de woonbestemming aangeduid als “voormalig agrarisch bedrijf”.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

23

Woonbestemming (rood) en tuinbestemming (groen)

 

De bestaande bedrijfswoningen Mijndensedijk 49 en 51 zullen bestemd worden als woningen, waarbij de bestaande hoogtematen en overige aanduidingen (behalve bedrijfswoning) blijven gehandhaafd. De woonbestemming van het perceel Mijndensedijk 47 wordt met vijf meter verlengd, in zuidelijke richting, zodat deze beter aansluit bij de feitelijke situatie en het gebruiksmogelijkheden van het perceel worden verbeterd.

Planregels  Voor de wijzigingszone wordt een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke voorziet in de bouw van één extra woning binnen het westelijke bestemmingsvlak voor wonen, perceel met de bestaande woningen, als alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt.  De wijzigingsbevoegdheid voorziet in de bouw van één extra woning met een maximale inhoud van 800m3, een goothoogte van 4 meter en een bouwhoogte van 8 meter.  Bijbehorende bouwwerken bij de woningen mogen 50m2 bedragen zodat er voor drie woningen (twee bestaande en een nieuwe) gezamenlijk 150m2 aan bijgebouwen gerealiseerd akn worden.  De woonbestemming op het oostelijke deel van het perceel (wijzigingszone) wordt omgezet naar de bestemming agrarisch met waarden, zonder bouwvlak.  De bouwwerken landschappelijk worden ingepast en aangetoond is dat de bestaande en beoogde landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden niet onevenredig worden aangetast.  Het bevoegd gezag wint, alvorens over de wijziging te beslissen op grond van een inrichtingsplan, schriftelijk advies in bij een deskundige inzake, milieu, natuur, landschap en cultuurhistorie met betrekking tot de vraag of aan het bepaalde onder artikel .. lid … sub . wordt voldaan.  Er dient te worden voldaan aan de parkeernormen in hoofdstuk 3 Algemene regels onder artikel 26 lid 2.1 parkeernormen.

 Het wijzigen van de bestemming mag geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.  Er mag één extra in- en uitrit gerealiseerd worden.  Tot de herinrichting van het perceel en de sloop van de bebouwing mag de stal gebruikt worden voor hobbymatige houden van dieren, een beroep-aan-huis en opslag. Het bedrijfsmatig houden van dieren is uitgesloten.  

In artikel 1 bergrippen wordt met betrekking tot voormalig agrarische bedrijf opgenomen: een agrarisch of niet-agrarisch bouwblok waarop in het verleden een agrarisch bedrijf werd uitgeoefend, waarvan de bedrijfsgebouwen nog geheel of gedeeltelijk bestaan. In artikel 1.52 met betrekking tot het houden van paarden wordt aangevuld met: Het bevoegd gezag dient te beoordelen of het hobbymatig houden van dieren al dan niet overeenkomt met het bedrijfsmatig houden van dieren. Uit de jurisprudentie blijkt dat bij de vraag of de omvang van de activiteit vergelijkbaar is met een bedrijfsmatige activiteit onder andere bepaalt wordt door: - de continuïteit van de activiteit (hoelang duurt de activiteit); - het winstoogmerk van de activiteit (verhouding tussen kosten en opbrengsten); - de hinder die de activiteit veroorzaakt; - de huisvesting van de dieren (zijn er speciale voorzieningen getroffen); - de commerciële doeleinden (worden er bijvoorbeeld advertenties gezet);

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

24

- het gebruik / de aanwending van de dieren (voor hobby of eigen gebruik); - de perceelgrootte; - de omgeving waar dieren worden gehouden (in landelijk of stedelijk gebied). In artikel 1 wordt met betrekking de opslag van agrarische goederen opgenomen dat:

In de planregels komen de aanduiding “zonder wonen”, de wijzigingszone en de aanduiding “voormalig agrarisch bedrijf” komen terug in de planregels (artikel 1 en bestemmingsomschrijving). Met betrekking tot de sloop van voormalige bedrijfsbebouwing achten wij het verstandig om vooraf vast te leggen welke bedrijfsbebouwing gesloopt dient te worden om te kunnen voldoen aan de “ruimte-voor-ruimte-regeling”. Op de onderstaande afbeelding staan de bedrijfsgebouwen opgenomen die volgens ons voor sanering in aanmerking komen. In totaal gaat het om een oppervlakte van 1.027m2. Deze bebouwing moet gesloopt worden ten behoeve van de bouw van één extra woning binnen het wijzigingsgebied op het westelijke perceel.

Te slopen bebouwing (rood omlijnd)

Toelichting In de toelichting van het bestemmingsplan zal opgenomen worden dat de bestemming is gewijzigd. We zullen het volgende tekstvoorstel opnemen: Mijndensedijk 49 en 51 Op het perceel Mijndensedijk 49 en 51 was een kleine melkveehouderij gevestigd. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd maar de bedrijfsbebouwing is nog niet gesloopt en de omliggende weidegronden zijn vervreemd. Het is duidelijk dat er op deze locatie geen “nieuwe” toekomstbestendige veehouderij gevestigd kan worden. Daarom is het niet wenselijk om de huidige agrarische bestemming, inclusief bouwvlak te handhaven. Via dit bestemmingsplan wordt daarom een woonbestemming op het perceel gelegd. In de planregels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen welke het mogelijk maakt de bestaande bedrijfsbebouwing te slopen en één nieuwe extra woning te realiseren. Dit kan uitsluitend op hetzelfde perceel als Mijndensedijk 49 en 51. De beëindiging van het agrarische bedrijf op deze locatie heeft positieve gevolgen voor het woon- en leefklimaat in de directe omgeving. Het aantal verkeersbewegingen over de Mijndensedijk wordt verminderd en door de bedrijfsbeëindiging neemt de stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000 gebied af. Het opnemen van een woonbestemming heeft geen negatieve gevolgen voor gebruiksmogelijkheden van omliggende percelen.

Stikstof Op het perceel is een agrarische bedrijfsvoering beëindigd en daarmee is ook de stikstofdepositie afkomstig van deze bedrijfsvoering komen te vervallen. Dit heeft, gelet op de korte afstand tot het Natura 2000 gebied van de Oostelijke Vechtplassen, een gunstig effect op de natuurwaarden. De gemeente hecht veel waarde aan het gunstige effect dat deze verandering met zich meebrengt maar beschikt niet over de middelen om de kwaliteitswinst juridisch-planologisch te verankeren. De regelgeving wordt hoofdzakelijk op landelijk niveau bepaald en de uitvoering ligt bij de provincies. Het agrarisch bedrijf heeft in het verleden, via de provincie Utrecht, een vergunning gekregen in het kader van de Natuurbeschermingswet. Wij zouden in het bestemmingsplan kunnen opnemen dat het beëindigen van het agrarisch bedrijf een gunstig effect heeft op de stikstofdepositie maar dit biedt geen enkele garantie voor wat betreft het verkrijgen van nieuwe omgevingsvergunningen in de toekomst. Desondanks zullen wij in de toelichting van het bestemmingsplan ingaan op de bestemmingswijziging en het positieve effect op de stikstofdepositie.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

25

5.2 Mijndensedijk 53 Verbeelding  Ter plaatse van het atelier (1) wordt naast een maatvoerings- en functieaanduiding een bouwvlak opgenomen van dezelfde omvang.  Ter plaatse van het atelier wordt de aanduiding “zonder wonen” (zw) opgenomen om het gebruik als woning uit te sluiten. De functieaanduiding atelier wordt gewijzigd naar beroep-aanhuis - atelier.  Ter plaatse van de hooiberg (2) wordt een bouwvlak opgenomen met een goothoogte van 6 meter en een bouwhoogte van 8,5 meter.  Ter plaatse van de hooiberg wordt de nadere aanduiding “hooiberg” en “opslag” opgenomen en een aanduiding “zonder wonen” (zw) om het gebruik als zelfstandige woning uit te sluiten.  Ter plaatse bestaande stal (3) wordt de functieaanduiding voor paardenhouderij voorzien van een bouwvlak met een maximale goothoogte van 2.65 meter en een maximale bouwhoogte van 8.35 meter. Dit bouwvlak wordt tevens aangeduid als “zonder wonen” (zw) om het gebruik als zelfstandige woning uit te sluiten.  Ter plaatse van de stapmolen en paardenbak (4) op gronden met een agrarische bestemming wordt een functieaanduiding aangebracht voor “stapmolen” en “paardenbak”.  In artikel 3.3.3. onder a wordt toegevoegd uitsluitend binnen het bouwvlak of daarvoor bedoelde aanduiding.  Ter plaatse van de historische wagenberging (5) wordt de tuinbestemming gewijzigd in een woonbestemming met bouwvlak.

Ter plaatse van dit bouwvlak wordt de aanduiding “zonder wonen” (zw) opgenomen om het gebruik als zelfstandige woning uit te sluiten. De maatvoeringsaanduiding blijft ongewijzigd.  Ter plaatse van de historische wagenberging heeft een deel van het perceel de bestemming “groen”. Deze bestemming wordt vooral gebruikt voor openbaar groen en past niet bij het feitelijke gebruik. De bestemming groen zal gewijzigd worden in “ agrarisch met waarden” met ter plaatse van nu nog de groenbestemming een aanduiding voor “landschapselement”.

Nummering bedoelde bouwwerken

Planregels  In de planregels (artikel 13) wordt opgenomen dat het atelier, ter plaatse van de aanduiding “beroep-aan-huis / atelier” bedoeld is voor het uitoefenen van een beroep aan huis dan wel atelier.  In de planregels (artikel 13) wordt opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding “hooiberg” een hooiberg aanwezig mag zijn waarbij het gaat om een half open constructie waarbij uitsluitend de begane grond omsloten mag zijn door wanden.  In de planregels (artikel 13) wordt opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding “paardenhouderij” een gebouw opgericht mag worden met een maximale oppervlakte van 266m2 beNota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

26

     

  

doeld voor de stalling van vee en de opslag van agrarische goederen en materiaal ten behoeve van het onderhoud en beheer van bijbehorende gronden. In de planregels (artikel 3) wordt opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding “stapmolen” een stapmolen aanwezig mag zijn en ter plaatse van de aanduiding “paardenbak” een paardenbak aanwezig mag zijn. In de planregels worden in artikel 13 de aanduiding opslag, zonder wonen, beroep aan huis / atelier en in artikel 3 stapmolen en paardenbak opgenomen. Een stapmolen zal omschreven worden in artikel 1 als een ruimte in de vorm van een cirkel, waar meerdere paarden tegelijk kunnen stappen, al dan niet door middel van aansturing via een computergestuurde bedieningskast. In de planregels (artikel 3) wordt met betrekking tot de aanduiding “landschapselement” op gronden met een agrarische bestemming opgenomen dat deze gronden zijn aangewezen voor opgaande beplanting in de vorm van een geriefbos. In artikel 1 met betrekking tot geriefbos opgenomen: een klein bos waar in vroeger tijden het hakhout vandaan werd gehaald dat in en rond het huis werd gebruikt.

Met betrekking tot aanduiding “paardenhouderij” zal in de planregels (artikel 13.1 lid f) worden opgenomen dat de gronden tevens bestemd zijn voor hobbymatige paardenhouderij activiteiten, waarbij maximaal 6 paarden, inclusief niet zelfstandige veulens, mogen worden gehouden waarbij de aansluitend agrarische gronden gebruikt mogen worden voor weiden van de paarden. In de planregels wordt bij artikel 1.9 onder h toegevoegd paardenhouderij: een agrarisch bedrijf waarbij het geheel of in overwegende mate gaat om het voortbrengen van producten door middel van het houden van paarden. In de planregels wordt bij artikel 3.1 opgenomen dat de gronden met een agrarische bestemming met waarden landschapswaarden tevens bedoelt zijn voor het weiden van (hobby)dieren. Onder artikel 3.1 onder e wordt toegevoegd waarbij wordt gestreefd naar - behoud van de openheid van de agrarische gronden; - behoud van de bestaande kavelsloten; - behoud van de historische verkavelingsstructuur

5.3 Mijndensedijk 59 Verbeelding Ter plaatse van het bijgebouw op de bestemming “tuin” ontbreekt de aanduiding met bouwhoogten om weer te geven dat hier een bestaand bijgebouw is gesitueerd. Dit is in afwijking met andere situaties binnen het plangebied. We stellen daarom voor om ook hier een aanduiding op te nemen waarbinnen een goothoogte van 2 meter en een bouwhoogte van 2,30 meter is toegestaan.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

27

5.4 Cultuurhistorie Planregels  Artikel 19.1 onder a wordt toegevoegd Oude Hollandse Waterlinie. Toelichting De eerste alinea van paragraaf 2.3.4 wordt zodanig aangepast dat er geen sprake is van één rijksmonument, maar de NHW een enorme verzameling van rijksmonumenten is. Verder op in deze alinea zal voor wat betreft de verboden kringen aangevuld worden dat: In de Eerste verboden kring wordt uitsluitend in hout gebouwd; in de tweede verboden kring wordt hout met een stenen fundering gecombineerd. In de derde verboden kring werd meer toegestaan en kon bij oorlogsdreiging alles worden verwijderd, dit voor eigen risico van de eigenaar. Met betrekking tot de tweede alinea van paragraaf 2.3.4 wordt met betrekking tot het aanwijzingprogramma opgemerkt dat de beschermende werking van (toekomstig) Werelderfgoed betekent dat de kernkwaliteiten van de NHW niet aangetast mogen worden. Die kernkwaliteiten bestaan uit het samenhangende systeem van strategisch landschap, militaire werken en waterstaatkundige objecten. Nieuwe ontwikkelingen mogen de visuele integriteit van de Linie niet aantasten. In het bestemmingsplan moet ook de begrenzing uit het UNESCO nominatiedossier worden beschreven: http://provincieutrecht.opendata.arcgis.com/app/b5974739d0664c4eb1faf10ac4ef38d5). De begrenzing zal alsnog toegevoegd worden. In paragraaf 2.3.4.

zal ook het volgende tekstvoorstel opgenomen worden: De Oude Hollandse Waterlinie (OHW) is de eerste waterlinie die het economisch hart van ons land moest verdedigen en die in het Rampjaar 1672 in werking is gesteld. De OHW liep net als haar opvolger van de voormalige Zuiderzee naar de Biesbosch, echter via een westelijker tracé en veel minder uitgewerkt. De OHW leunde sterk op de vestingsteden met daartussen enkele eenvoudige veldschansen, aarden werken zonder bebouwing. Vesting Nieuwersluis en de vestingsteden Woerden en Oudewater maakten deel uit van deze waterlinie. Gezien het geringe aantal overgebleven schansen zijn slechts een enkele verdedigingswerken als de Linie van Linschoten in de PRS/PRV opgenomen. Het accent ligt hier op het benutten van meekoppelkansen om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de werken te verbeteren. In bijlage 1 bij de toelichting dient het volgende tekstvoorstel opgenomen te worden Oude Hollandse Waterlinie De Oude Hollandse Waterlinie ligt tussen de voormalige Zuiderzee en de Biesbosch. Het Utrechtse deel ligt ten oosten van de riviertjes ’t Gein, de Amstel, de Kromme Mijdrecht en de Meije en beslaat het westelijk deel van de Lopikerwaard. Deze verdedigingslinie ligt geheel in het veengebied. Door de ruime aanwezigheid van water is hier volstaan met een gering aantal verdedigingswerken.

De keten van inundatiegebieden vergde vele tientallen kilometers aan kades en watergangen. De Oude Hollandse Waterlinie leunde sterk op vestingsteden: Gorinchem, Nieuwpoort, Schoonhoven, Oudewater, Woerden, Nieuwersluis, Weesp, Naarden en Muiden. De liniesteden waren stervormige bolwerken met grachten en bastions. Daartussen lagen op strategische plekken veldschansen, aarden werken, voorzien van bastions en een gracht, maar zonder bebouwing. Het waren primitieve forten, bedoeld voor tijdelijke bezetting in tijden van oorlog. De contouren van deze forten en veldschansen zijn nog steeds terug te vinden in het landschap. In 1672 werd de Oude Hollandse Waterlinie voor het eerst getest: een sterk Frans leger slaagde er niet in om er doorheen te komen. Omdat het middendeel van de linie zwakke plekken kende, verschoof hij aan het eind van de achttiende eeuw richting Utrecht. In 1795 bleek de linie niet bestand tegen strenge vorst die zelfs de grote rivieren deed bevriezen. Na de Franse tijd werd de landverdediging opnieuw georganiseerd en werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie ten oosten van de stad Utrecht aangelegd.” De legenda’s van de kaartjes nummers 7 t/m10 missen ontbreken. Deze alsnog toegevoegd worden.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

28

5.5 Water Toelichting Paragraaf 2.4 Het project ‘Toekomstbestendig watersysteem Amsterdam Rijnkanaal en Noordzeekanaal wordt niet benoemd. De waterbeheerders brengen in samenwerking met provincie Utrecht en Noord Holland de randvoorwaarden van het watersysteem in beeld. Paragraaf 2.4.2 Art 2.2 Beschermingszone drinkwaterwinning (langs Amsterdamrijnkanaal en langs het afwateringskanaal aan de Oostkanaaldijk). Dit moet zijn artikel 1.11: Beschermingszone drinkwaterwinning van de PMV. De afstand is niet gespecificeerd. Dit betreft het oppervlaktewater zelf en een zone van 100 meter langs de waterkant aan beide zijden. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening is vastgelegd dat rekening gehouden moet worden met het drinkwaterbelang. Hoe, dat staat in de Handreiking ruimtelijke bescherming drinkwaterwinningen. Er ontbreekt een verwijzing naar de Handreiking ruimtelijke bescherming drinkwaterwinningen. Het Gebiedsdossier Nieuwersluis 2019 vormt de basis voor de gezamenlijke gebiedsaanpak. Graag een verwijzing naar de Gebiedsdossier Nieuwersluis 2019 opnemen. Dit omdat het innamepunt Nieuwersluis mogelijk in de toekomst vaker wordt ingezet voor de drinkwaterwinning. Dit als gevolg van de plannen om naast de Waterleidingplas ook de Loenderveense Plas Oost te betrekken bij het drinkwaterproductieproces.

Hierbij zal naast Bethunepolderwater een grotere hoeveelheid water uit het AmsterdamRijnkanaal gebruikt moeten worden. Hierdoor krijgt het innamepunt van Nieuwersluis een nog grotere betekenis. 5.6 Externe veiligheid Toelichting Naar aanleiding van de reactie van de VRU heeft de ODRU de paragraaf voor externe veiligheid (4.5) aangepast. Wij zullen het volgende tekstvoorstel meenemen in het bestemmingsplan. Kader Algemeen Externe veiligheid is de kans om te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Beleid en regelgeving op dit gebied is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: a. het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); b. het transport van gevaarlijke stoffen over wegen, waterwegen en spoorwegen; c. het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Met betrekking tot risico’s wordt onderscheid gemaakt in twee risicomaten: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als het risico op een plaats buiten een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is.

Binnen de wet- en regelgeving zijn aan deze definitie grens- en richtwaarden opgehangen ten aanzien van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico is gedefinieerd als cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedgebied van een risicobron en een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. In wet- en regelgeving is aan het groepsrisico een oriënterende waarde toegekend als indicator voor de omvang van een ramp en een afwegingsproces gericht op zelfredzaamheid, beheersbaarheid, rampenbestrijding en resteffecten.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

29

Het beleid en de wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid biedt geen absolute veiligheid. Er is sprake van het realiseren van een verantwoorde situatie, waarbij een kleine kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen tot het normaal maatschappelijk risico wordt gerekend. Wet- en regelgeving De regelgeving voor inrichtingen met (over het algemeen) grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen is samengebracht in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In dit Besluit is aangegeven welke bedrijven bij het verlenen van een milieuvergunning of het nemen van een besluit op grond van de Wro nadere aandacht behoeven. In andere regelgeving dan Bevi kunnen ook risiconormen of aan te houden effectafstanden zijn opgenomen ten aanzien van inrichtingen. Te denken valt aan het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit ten aanzien van propaantanks, benzine- en aardgastankstations en gasdrukregelstations. De regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit zijn risiconormen oprenomen. Externe veiligheid in relatie tot transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (AMvB Buisleidingen). In de gemeente Stichtse Vecht is een Omgevingsvisie Externe veiligheid vastgesteld.

In de deze visie staat beschreven op welke wijze verantwoording van externe veiligheidsrisico’s in ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen plaatsvindt De gevolgen van elektromagnetische straling worden zo veel als mogelijk beperkt met een beleidsadvies van VROM voor hoogspanningslijnen en door middel van het hanteren van blootstellingslimieten op grond van Europese regels voor antennes. Planspecifiek Algemeen Een overzicht van eventuele risicobronnen in het plangebied kan worden verkregen via de provinciale risicokaart.

Figuur 11 - Uitsnede provinciale risicokaart

Inrichtingen In het plangebied zijn geen bedrijven gevestigd die vallen onder het Bevi. Het plan maakt deze bedrijven ook niet mogelijk. Daarnaast zijn in de nabijheid van het plangebied geen bedrijven gelegen waarvan de plaatsgebonden risicocontouren of het (groepsrisico) invloedgebied over het plangebied reikt. Bedrijven die vallen onder overige veiligheidswetgeving In het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig met een overig veiligheidsrisico.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

30

Propaantanks Propaantanks zijn in dit gedeelte van de gemeente Stichtse Vecht bekend in het bedrijvenbestand van de Omgevingsdienst. Er kan reeds voldaan worden aan specifieke veiligheidswetgeving (in dit geval de afstanden volgens het Activiteitenbesluit). Er worden geen bestemmingen toegestaan die belemmeringen oproepen voor de veiligheidsafstanden van de propaantanks. Ruimtelijke regulering vanwege risico’s is dan niet nodig. Transport van gevaarlijke stoffen Wegen, spoorwegen en waterwegen met structureel en grootschalig transport van gevaarlijke stoffen liggen in de buurt van het plangebied. Zowel het Amsterdam Rijnkanaal, de spoorlijn UtrechtAmsterdam/Schiphol als de rijksweg A2 zijn transportroutes voor gevaarlijke stoffen. Er liggen geen plaatsgebonden risicocontouren over gevoelige woonbestemmingen in het plan. Vanwege het transport van (zeer) brandbare stoffen over het Amsterdam Rijnkanaal en (zeer) toxische stoffen over de spoorlijn Utrecht-Amsterdam/Schiphol en rijksweg A2 ishet plangebied wel gelegen binnen het (groepsrisico) invloedsgebied van deze risicobronnen. In een enkel geval (bestemming aan de Stationsweg 26) bedraagt de afstand tot deze transportroutes minder dan 200 m. Gezien het consoliderende karakter van het planvoornemen zal dit plan niet leiden tot een toename van het groepsrisico.

Een berekening van de hoogte van het groepsrisico is niet vereist (artikel 8 lid 2, Besluit externe veiligheid transportroutes).Een beschouwing van de aspecten ‘bestrijdbaarheid’ en ‘zelfredzaamheid’, alsmede het inwinnen van advies van de Veiligheidsregio hieromtrent, is wel vereist (artikel 7 en 9, Besluit externe veiligheid transportroutes). Gemeentelijke route voor transport van gevaarlijke stoffen Voor de gemeentelijke en provinciale wegen die aansluiten op de rijksweg A2 is in de gemeente Stichtse Vecht een routering voor gevaarlijke stoffen ingesteld. Deze lopen niet door het plangebied. Over de vastgestelde route mag uitsluitend bestemmingsverkeer rijden. Doorgaand verkeer door de gemeente Stichtse Vecht is daarmee niet (meer) toegestaan. Het risico als gevolg van dit transport ten behoeve van bestemmingsverkeer (in dit plan) wordt daarmee dermate laag dat nader onderzoek naar plaatsgebonden risico en groepsrisico als gevolg van provinciale en gemeentelijke wegen niet noodzakelijk is. Voor noodzakelijk transport ten behoeve van laden en/of lossen van gevaarlijke stoffen buiten de vastgestelde routes is een ontheffing nodig. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden om een veiligere leefomgeving te realiseren. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Er moet rekening worden gehouden met transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen.

Volgens de risicokaart (www.risicokaart.nl) ligt er geen buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen in het plangebied waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is. Het lokale gasnet voor huishoudens en bedrijven valt niet binnen het kader van externe veiligheid. Daarnaast zijn er in de omgeving van het plangebied ook geen buisleidingen gelegen waarvan de plaatsgebonden risicocontouren of het (groepsrisico) invloedsgebied over het plangebied reikt.

Figuur 12: In het plangebied is een zendmast aanwezig (bron antenneregister.nl)

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

31

Elektromagnetische straling Uit de gegevens op de website van het antenneregister (www.antenneregister.nl) blijkt dat in het plangebied een zendmast aanwezig is. Een straalverbinding, ook wel vaste verbinding of pointtopoint-straalverbinding genoemd, is een communicatieverbinding die gebruikmaakt van radiogolven. Een vaste verbinding wordt altijd opgezet tussen twee vaste punten: een zend- en ontvangstantenne. Deze zijn bevestigd aan een mast of op een gebouw. Omroepen en providers maken vooral gebruik van deze verbindingen. In het bestemmingsplan is de vaste verbinding gelijk als in de bestaande situatie mogelijk gemaakt in de planregels. Er gelden geen overige randvoorwaarden of risico’s die van toepassing zijn op het plan. Bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid Uit bovenstaande inventarisatie blijkt dat bij de Veiligheidsregio om advies moet worden ingewonnen inzake de aspecten ‘bestrijdbaarheid’ en ‘zelfredzaamheid’ in relatie tot het transport van gevaarlijke stoffen over het Amsterdam-Rijnkanaal, de spoorlijn Utrecht-Amsterdam/Schiphol en rijksweg A2. De Veiligheidsregio heeft haar advies beschreven in de brief met kenmerk 52497 en d.d. 13-8-2019 aan de gemeente Stichtse Vecht. Gezien het consoliderende karakter van het planvoornemen ziet de Veiligheidsregio geen aanleiding te adviseren over eventuele aanvullende maatregelen op het thema ‘bestrijdbaarheid’.

Op het thema ‘zelfredzaamheid’ adviseert de Veiligheidsregio: - In, in de toekomst te verlenen omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen, voorschriften op te nemen dat gebouwen waar mensen verblijven, indien uitgerust met een mechanisch ventilatiesysteem, deze eenvoudig uit te schakelen is; - In, in de toekomst te verlenen omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen, voorschriften op te nemen dat ten tijde van een plasbrand of (dreigende) BLEVE van het gebouw weggevlucht kan worden in de richting van de stralingsluwe zijde (veelal oostelijke richting) en dat aan de zijde van de risicobron zo weinig mogelijk glas wordt toegepast; - Toekomstige bewoners te informeren over de mogelijke scenario’s en de handelsperspectieven daarbij. Conclusie Met in acht name van bovenstaande adviespunten van de Veiligheidsregio vormt externe veiligheid geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 5.7 Bodem Voor de locatie van het fort zijn in het verleden drie bodemonderzoeken uitgevoerd aan de Rijksstraatweg 7b te Nieuwersluis (Fort Nieuwersluis). Deze ontbraken in het overzicht van de lijst met bekende bodemonderzoeken in de bodemparagraaf van de toelichting van het bestemmingsplan. We zullen de uitgevoerde rapporten van de drie bodemonderzoeken toe te voegen aan de “Lijst bekende bodemonderzoeken” in de bodemparagraaf.

De resultaten van de drie bodemonderzoeken geven géén aanleiding voor verandering van het beeld van de bodemkwaliteit. De drie bodemonderzoeken hebben plaatsgevonden op relatief kleine deellocaties binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij het eerstgenoemde bodemonderzoek wordt de sterke verontreiniging in de grond met polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) bevestigd, terwijl bij de andere twee bodemonderzoeken slechts lichte verontreinigingen zijn gemeten. In de tabel “Overzicht Wbb-locaties” wordt in de bodemparagraaf van het voorontwerpbestemmingsplan (d.d. 1 juli 2019) reeds verwezen naar de locatie aan de Rijksstraatweg 7B (Fort Nieuwersluis). Het gaat om de volgende onderzoeken: - Rapport: “Verkennend bodemonderzoek Fort Nieuwersluis Ter plaatse van de toekomstige parkeervakken”, Tauw, kenmerk R001-1231724CYH-pws-V01-NL, d.d. 15 juli 2015; - Rapport: “Verkennend bodemonderzoek Fort Nieuwersluis Tijdelijke parkeerplaats”, Tauw, kenmerk R001-1236086ESM-kmi-V01-NL, d.d. 18 januari 2016; - Rapport: “Verkennend bodemonderzoek Fort Nieuwersluis”, Tauw, kenmerk R0021231724IJO-hgm-V01-NL, d.d. 27 augustus 2015; De legenda van de bijbehorende kaart ontbreekt. De legenda wordt alsnog bijgevoegd in de toelichting. Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

32

Bijbehorende legenda.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

33

Bijlagen -

Bijlage: Aanpassingen ambtshalve wijzigingen verbeelding bestemmingsplan Nieuwersluis. Beoordelingskader Mijndensedijk Nota van beantwoording. Vooroverlegreacties Inspraakreacties.

Nota Overlegreacties voorontwerpbestemmingsplan Nieuwersluis d.d. 16 maart 2021

34

Bijlage: Aanpassingen ambtshalve wijzigingen verbeelding bestemmingsplan Nieuwersluis

Overzicht aanpassingen verbeeldingen 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

8. Zie aparte bijlage 9.

10. en 11

12

13

14

Bijlage 1: Aanpassingen ambtshalve wijzigingen verbeelding bestemmingsplan Nieuwersluis.

Bijlage 2: Beoordelingskader Mijndensedijk Nota van beantwoording.

Ruimtelijke afweging Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis - inspraak 1 – Mijndensedijk 53 te Nieuwersluis, d.d. 2 maart 2021

Maart 2021

4.4.2 Huidige bestemming ................................................................................................................... 16

Inhoud

4.4.3. Ruimtelijke onderbouwing 2020 ................................................................................................. 16

Hoofdstuk 1 Inleiding ....................................................................................................................................... 3

4.4.4. Beoordeling ................................................................................................................................ 16

1.1 Aanleiding ............................................................................................................................................. 3

4.4.5 Wensen inspraakreactie ............................................................................................................. 17

1.2 Ligging en begrenzing van het perceel................................................................................................. 3

4.4.6 Conclusie..................................................................................................................................... 17

Hoofdstuk 2 Bestaande situatie ...................................................................................................................... 5

4.5. Ringslangbroeihoop en takkenril ............................................................................................................. 17

2.1 Beoogde ontwikkeling (2008) ............................................................................................................... 5

4.5.1 Omschrijving ............................................................................................................................... 17

2.2 Feitelijke situatie (2020) ........................................................................................................................ 5

4.5.2 Huidige bestemming ................................................................................................................... 18

Hoofdstuk 3

Ruimtelijke afweging ................................................................................................ 7

4.5.3. Ruimtelijke onderbouwing 2020 ................................................................................................. 18

3.1. Algemene spelregels belangenafweging .................................................................................................. 7

4.5.4 Wensen inspraakreactie ............................................................................................................. 18

3.1.1. Beëindiging van de agrarische bedrijfsvoering ........................................................................... 7

4.5.5 Beoordeling ................................................................................................................................. 18

3.1.2. Conclusie ..................................................................................................................................... 8

4.5.6 Conclusie..................................................................................................................................... 18

3.2.1 Verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ........................................................................................ 8

4.6. Gewasteeltkas ......................................................................................................................................... 18

3.2.2. Discrepanties ............................................................................................................................... 8

4.6.1 Omschrijving ............................................................................................................................... 18

3.2.3. Conclusie ..................................................................................................................................... 9

4.6.2 Huidige bestemming ................................................................................................................... 18

Hoofdstuk 4

Beoordeling inpasbaarheid .................................................................................... 10

4.6.3 Beoordeling ................................................................................................................................. 19

4.1. Inleiding ................................................................................................................................................... 10

4.6.4 Wensen inspraakreactie ............................................................................................................. 19

4.2. Wagenberging (Paardenstal) .................................................................................................................. 10

4.6.5 Conclusie..................................................................................................................................... 19

4.2.1 Omschrijving ............................................................................................................................... 10

4.7. Bewoning historische zomerwoning ........................................................................................................ 19

4.2.2 Huidige bestemming ................................................................................................................... 10

4.7.1 Omschrijving ............................................................................................................................... 19

4.2.3 Ruimtelijke onderbouwing 2020 ................................................................................................. 11

4.7.2 Huidige bestemming ................................................................................................................... 20

4.2.4. Beoordeling ................................................................................................................................ 11

4.7.3 Beoordeling ................................................................................................................................. 20

4.2.5 Wensen inspraakreactie ............................................................................................................. 12

4.7.4. Wensen inspraakreactie ........................................................................................................... 20

4.2.6. Conclusie ................................................................................................................................... 13

4.7.5 Conclusie..................................................................................................................................... 21

4.3. Longeercirkel, Paddock en Paardenspringweide ................................................................................... 13

4.8. Overige wensen inspraakreactie ............................................................................................................. 21

4.3.1 Omschrijving ............................................................................................................................... 13

4.8.1 Omschrijving ............................................................................................................................... 21

4.3.2 Huidige bestemming ................................................................................................................... 13

4.8.2 Woonboerderij ............................................................................................................................. 21

4.3.3. Ruimtelijke onderbouwing 2020 ................................................................................................ 14

4.8.3. Atelier ......................................................................................................................................... 21

4.3.4 Beoordeling ................................................................................................................................. 14

4.8.4. Erfafscheidingen / -muren .......................................................................................................... 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1655/documents/35594