CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Memo uitgangspunten doorrekeningen effecten Harmonisatiebeleid_8april2021.pdf

Informatieve commissie II 20 april 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5. 21:10: Harmonisatie buitensport2.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

TOELICHTING UITGANGSPUNTEN DOORREKENING EFFECTEN HARMONISATEBELEID VOOR VOETBALCLUBS GEMEENTE STICHTSE VECHT

Inleiding De gemeente Stichtse Vecht heeft Godthelp Advies & Innovatie en Middelkoop Advies gevraagd om een onafhankelijke doorrekening te maken van de effecten van het gemeentelijk harmonisatiebeleid voor de lokale voetbalverenigingen. De voetbalverenigingen geven aan dat zij de gevolgen van het harmonisatiebeleid niet kunnen dragen. De gemeente heeft een berekening opgesteld waaruit blijkt dat de gevolgen voor de clubs beperkt blijven wanneer op een aantal onderdelen voor de clubs een goede 0-situatie wordt gecreëerd. Dit memo geeft een korte toelichting op de gehanteerde uitgangspunten bij de opgestelde berekeningen. Het sportvelden-areaal wat ten opzichte van de huidige situatie onder beheer en (financiële) verantwoordelijkheid van de clubs komt te vallen wordt ruim verdubbeld. Dit heeft een effect op het risicoprofiel. Er is een ‘kale’ doorrekening gemaakt en een tweetal ‘plus’ doorrekeningen waarbij het effect van een aantal exploitatierisico’s in kaart is gebracht. Ook is een korte vergelijking gemaakt van het harmonisatiebeleid in vergelijking met andere gemeenten. De memo sluit af met een algemene conclusie. Doorrekeningen Er zijn drie modellen doorgerekend. Allereerst een ‘doorrekening kaal’. Dit model berekent het effect van de velden die nog niet zijn geprivatiseerd/ verzelfstandigd ofwel het effect van het verder uitrollen van het harmonisatiebeleid.

Er is een vergelijking gemaakt van de huidige situatie versus de toekomstige situatie. De aanvullende (voorgenomen) subsidieregeling ‘kwaliteitsimpuls buitensportaccommodaties’ is hierin meegenomen. De toekomstige financiële effecten van de tien velden die de afgelopen jaren reeds zijn geprivatiseerd (en waar reeds contracten aan ten grondslag liggen) zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Er is in dit model geen rekening houdende met de in dit memo beschreven risico’s.

Daarnaast is een ‘doorrekening plus 1’ opgesteld. Deze doorrekening kent dezelfde uitgangspunten als ‘doorrekening kaal’ alleen is hierbij ook rekening gehouden met een aantal financiële effecten van de in dit memo beschreven risico’s (let op: niet alle risico’s zijn doorgerekend).

Tot slot is een ‘doorrekening plus 2’ opgesteld. Dit is de ‘doorrekening plus 1’ aangevuld met een indicatie van de financiële effecten bij de reeds geprivatiseerde/ verzelfstandigde (tien) velden. Bij deze velden zijn komende jaren bovengemiddelde kosten te verwachten die de verenigingen mogelijk niet hebben voorzien in hun clubbegrotingen (let op: niet alle risico’s zijn doorgerekend).

Uitgangspunten doorrekeningen Ten behoeve van de gevraagde doorrekeningen is een korte toelichting gemaakt van de gehanteerde uitgangspunten. Gemeente draagt zorg voor 0-situatie per vereniging conform voorgenomen aanvullende subsidieregeling (betreft gepland groot onderhoud tot 2025) De gemeente heeft een maatwerkplan gemaakt om voor verschillende verenigingen een 0-situatie te creëren voor de sportvelden voordat zij deze in beheer krijgen. Deze maatwerkoplossing is gericht op het wegwerken van achterstallig onderhoud.

Reeds verzelfstandige (geprivatiseerde) velden Bij de ‘doorrekening kaal’ en ‘doorrekening plus 1’ zijn de effecten doorgerekend van de velden die vanaf 2021 nog geprivatiseerd moeten worden. Tien velden zijn afgelopen jaren reeds gerealiseerd en vallen reeds onder contractuele verantwoordelijkheid van de verenigingen. Aangezien de verwachting is dat de kosten voor een aantal van deze reeds geprivatiseerde velden de komende jaren bovengemiddeld zullen toenemen zijn de effecten hiervan niet geheel los te zien van de effecten van de nog te privatiseren velden. De effecten van de reeds geprivatiseerde velden zijn daarom via een separate berekening in kaart gebracht (doorrekening plus 2). Prijsindexering Er is geen rekening gehouden met prijsindexeringen. Uitgangspunt is dat de dekking van de kosten via contributies of andere inkomsten ook periodiek wordt geïndexeerd. Rentevoet Er is gerekend met zowel 1,5% als 2,5% rente. Dit raakt de garantstellingsregelingen van de gemeente. Hoe ruimer deze is vormgegeven des te lager de rente is waar de verenigingen voor kunnen lenen. Door de coronacrisis is de financiële positie van veel verenigingen onder druk komen te staan. Het risicoprofiel is toegenomen. Er is daarom een bandbreedte gehanteerd (1,5% bij doorrekening ‘kaal’ en 2,5% bij doorrekeningen ‘plus 1 en 2’).

VAT-kosten In de huidige beleidslijn is geen rekening gehouden met kosten voor Voorbereiding, Administratie & Toezicht (VAT-kosten). Uitgangspunt is dat vergunningsaanvragen, inmetingen, bestekken, aanbestedingen en contractvorming door vrijwilligers worden verzorgd. Bij diverse clubs gaat dit goed, maar het komt elders ook regelmatig voor dat goedwillende vrijwilligers fouten maken in aanbesteding/ kwaliteitskeuzes/ garantieverklaringen aannemers. Er is daarom een doorrekening gemaakt zonder (doorrekening ‘kaal’) en met (doorrekeningen ‘plus 1 en 2’) VAT-kosten. Deze kosten liggen normaliter op ca. 8% van de realisatiekosten. Marktontwikkelingen Op het gebied van sportvelden zijn momenteel verschillende marktontwikkelingen zichtbaar op het gebied van circulariteit, milieubelasting, duurzaamheid en zorgplicht. Er is landelijk veel discussie over de infill-materialen bij kunstgras. De verwachting is dat een nieuwe, infillvrije, deels biologische afbreekbare kunstgrasmat de nieuwe norm wordt1. Met de precieze effecten van deze ontwikkelingen en de bijbehorende veranderende wetgeving is vooralsnog geen rekening gehouden in de berekeningen per vereniging. SBR-toplaagvervangingen Een drietal voetbalverenigingen beschikt momenteel over in totaal vier kunstgrasvelden met een SBRinfill-toplaag. Dit is het type rubber-infill waar landelijk veel discussie over is.

Hoewel het wettelijk nog niet is verboden is de verwachting dat deze velden bij de aankomende toplaagvervanging van een andere (duurdere) infill voorzien zullen moeten worden. Dit speelt bij de reeds geprivatiseerde velden en is daarom (alleen) meegenomen in de ‘berekening plus 2’. BOSA-subsidie De BTW op zowel investeringen als onderhoud is sinds 1 januari 2019 niet meer verrekenbaar voor sportvelden. Ter compensatie heeft het Ministerie van VWS de BOSA-subsidieregeling in het leven geroepen (20% subsidie op kosten die aan voorwaarden voldoen, op een beperkt aantal onderdelen gaat het om 30%2). Deze regeling loopt tot en met 31 december 2023. De verwachting is dat de regeling daarna weer met 5 jaar wordt verlengd, maar dit moet nog wel worden vastgesteld. De voetbalverenigingen kunnen van deze regeling gebruik maken en dit is dan ook als uitgangspunt gehanteerd in de doorrekeningen. Wel is het periodiek tussentijds verlengen van deze subsidieregeling een extra risico voor de sportclubs. De gemeente zou een vangnetfunctie kunnen

De verwachting van Middelkoop Advies is dat dit de prijs voor een nieuwe toplaag kan verhogen met € 40.000 - € 60.000. Met tien kunstgrasvelden kan deze ontwikkeling dan ook forse impact hebben. 2 Per volledige vervangingscyclus van de voetbalvelden in Stichtse Vecht gaat het om circa € 1.000.000 - € 1.500.000 aan BOSA-subsidiegelden. 1

vervullen voor het geval deze regeling op termijn onverhoopt komt te vervallen. Dit risico is niet doorgerekend, omdat verwacht wordt dat de regeling zal worden verlengd. Afschrijvingstermijnen toplagen en onderbouw Ten aanzien van de afschrijving van de onderbouw van de kunstgras sportvelden is gerekend met een afschrijvingstermijn van 30 jaar voor de onderbouw van de velden. Voor de toplagen bij kunstgras is gerekend met een afschrijvingsperiode van 15 jaar. Om deze termijn te halen is rekening gehouden met een tussentijdse vervanging van de doelgebieden na ca. 8 jaar. Bij de natuurgrasvelden is bij de toplagen gerekend met een afschrijvingstermijn van 20 jaar. Reeds afgeschreven sportvelden na 2025 Er is, naast het eerder genoemde maatwerkplak voor groot onderhoud tot 2025, geen rekening gehouden met reeds gedeeltelijk afgeschreven sportvelden na 2025. De verenigingen die velden in beheer krijgen die bijvoorbeeld in 2027 vervangen moeten worden zullen renovatiekosten deels moeten voorfinancieren omdat zij hier maar beperkt voor hebben kunnen sparen 3. De effecten hiervan zijn vooralsnog niet op verenigingsniveau doorgerekend, omdat dit om een detailanalyse per veld vraagt.

Kosten dagelijks onderhoud Uitgangspunt bij het harmonisatiebeleid is dat er naast een 1/3e subsidie bij realisatie of groot onderhoud een jaarlijkse onderhoudsbijdrage wordt verstrekt voor dagelijks onderhoud. Deze bijdrage is gebaseerd op een rapportage uit 2014. Doordat de clubs het onderhoud deels met vrijwilligers uitvoeren is dit budget over het algemeen voldoende. Als gevolg van toenemende regelgeving en afnemende vrijwilligersinzet op middellange termijn kan dit budget echter onder druk komen te staan. In de voorliggende doorrekening zijn eventuele financiële effecten hiervan niet meegenomen. Locatiespecifieke omstandigheden De doorrekeningen zijn exclusief kosten voor eventuele gewichtsbesparende constructies, herstelkosten schade, verzakkingen en/of andere kosten als gevolg van lokale omstandigheden4. Dit vraagt om apart onderzoek. De mate waarin deze kosten kunnen optreden verschilt per vereniging. Onvoorziene kosten In de doorrekeningen is bij de doorrekening ‘kaal’ geen rekening gehouden met onvoorziene kosten en in de plus-varianten wel (10% onvoorzien). Technische uitgangspunten Tot slot is een aantal technische uitgangspunten benoemd waarop de doorrekeningen zijn gebaseerd: Technisch uitgangspunten Bedragen zijn gebaseerd op obstakelvrije ondergrond Bedragen zijn gebaseerd op schone grond klasse Achtergrondwaarde Afschrijvingskosten lichtmasten

Risico volgens huidig harmonisatiebeleid Risico bij verenigingen Risico bij verenigingen Geen verandering ten opzichte van bestaande situatie

Het gaat hierbij, gemeentebreed, om een extra jaarlijkse rentelast van € 10.000 - € 15.000 (ten opzichte van regulier sparen). In een zettingsgevoelig gebied kunnen de meerkosten in specifieke situaties oplopen tot circa € 100.000 voor het betreffende veld. 3 4

Samengevat Onderstaande tabel geeft per doorrekening aan waar rekening mee is gehouden. Financiële effecten nog te privatiseren velden Toepassing 1/3e regeling Gebruikmaking BOSA-subsidie Beschikbaarstelling budgetten dagelijks/ jaarlijks onderhoud Wegwerken achterstallig onderhoud aantal geselecteerde velden (gepland groot onderhoud tot 2025) Toepassen hogere rentevoet Toepassen VAT-kosten Rekening houden met post onvoorzien Rekening houden met marktontwikkelingen/ wijzigingen wet- en regelgeving* Rekening houden met financieel effect reeds geprivatiseerde velden (waaronder velden met SBR-rubber)* Rekening houden met reeds gedeeltelijk afgeschreven sportvelden (na 2025)* Risico BOSA-subsidie lange termijn* Risicotoets budgetten dagelijks onderhoud* Locatiespecifieke kosten gewichtsbesparende constructies, herstelkosten schade, verzakkingen etc.* Rekening houden met afschrijvingskosten veldverlichting*

Kaal v v v v v -

Plus 1 v v v v v v v v -

Plus 2 v v v v v v v v deels v -

* advies: gemeente draag zorg voor een vangnetfunctie voor deze risico’s.

Vergelijking met harmonisatiebeleid met andere gemeenten Het harmonisatiebeleid van de gemeente Stichtse Vecht legt realisatie en beheer van de sportvelden in handen van de voetbalverenigingen. Dit gekoppeld aan een subsidieregeling. Verschillende andere gemeenten kennen een soortgelijk beleid. Wel ligt het beheer bij het merendeel van de sportparken in Nederland nog altijd bij gemeenten of verzelfstandige entiteiten als sportbedrijven of stichtingen. Wat opvalt is dat het beleid in de gemeente Stichtse Vecht geen onderscheid maakt tussen bijvoorbeeld voetbal en tennis. De meeste andere gemeenten doen dit wel, omdat tennis anders is georganiseerd. Ook is de subsidiecomponent5, specifiek kijkende naar de voetbalsport, lager dan te doen gebruikelijk bij andere gemeenten waar realisatie en beheer in handen van de voetbalverenigingen is neergelegd. Uit ervaringscijfers van Godthelp Advies en Middelkoop Advies blijkt dat bij voetbalvelden de gemiddelde gemeentelijke subsidiebijdrage (direct of indirect) gemiddeld 50% - 80% van de integrale kostprijs bedraagt. Hierbij is geen rekening gehouden met het feit dat veel gemeenten daarnaast ook een aparte subsidieregeling kennen ten behoeve van de realisatie van was- en kleedruimten. Over het algemeen zijn de gemeentelijke kosten lager wanneer realisatie in handen van voetbalverenigingen wordt neergelegd.

Dit komt (logischerwijs) onder meer doordat de bijdrage/inzet van vrijwilligers hierbij hoger is ten opzichte van de professionele organisaties. Tegenover de lagere kosten staat ook een hoger risicoprofiel. Kennis en kunde wordt versnipperd over tal van (door de jaren heen wisselende) vrijwilligers. Afgelopen jaren hebben onder andere de gemeenten Utrecht en Molenlanden het privateringsbeleid terug moeten draaien vanwege financiële problemen bij de sportverenigingen.

Subsidie van 1/3e van de kosten bij aanleg of renovatie plus een jaarlijkse onderhoudsbijdrage van € 5.946 voor kunstgrasonderhoud en € 11.356 voor natuurgrasonderhoud. Uitgaande van de mogelijkheid om in aanvulling hierop ook van de landelijke BOSA-subsidie gebruik te kunnen maken. Vanuit deze kaders is een korte vergelijking met andere gemeenten gemaakt. 5

Samenvattende tabel uitkomsten berekeningen Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de doorrekeningen op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Hierbij valt op te merken dat de huisvestingslasten voor de verenigingen die momenteel reeds over een eigen kunstgrasveld beschikken bovengemiddeld hoog zijn. Ook zijn als gemeld niet alle risico’s op verenigingsniveau doorgerekend. Onderstaande (indicatieve) kosten komen hier bovenop. Uitkomst theoretische berekening financiele effecten uitvoering harmonisatiebeleid voetbalverenigingen*

OSM 75 VV Kockengen VIOD vv Maarssen - met extra onderhuur DOB NITA SV de Vecht FC Breukelen - met extra onderhuur vv DWSM

Doorrekening Kaal

Per Doorrekening Per Doorrekening Per spelend Plus 1 spelend Plus 2 spelend lid per lid per lid per jaar jaar jaar -€ 7.443 -€ 10 -€ 9.323 -€ 12 € 6.933 €9 € 4.701 € 19 € 7.905 € 32 € 8.113 € 33 € 1.688 € 11 € 2.352 € 15 € 2.352 € 15 -€ 3.853 -€ 5 € 4.209 €5 € 8.823 € 10 € 4.211 € 42 € 4.957 € 50 € 4.957 € 50 €0 €0 €0 €0 € 8.126 € 69 €0 €0 €0 €0 € 1.576 €5 -€ 4.262 -€ 9 -€ 799 -€ 2 € 4.391 €9

nieuwe situatie DWSM: onderhuur bij VV Maarssen -> budgetneutraal t.o.v. huidige situatie incl. overige huisvestingslasten

* let op: cijfers hangen direct samen met benoemde uitgangspunten en gehanteerde aannames zoals opgenomen in de toelichting en financiele onderlegger. Andere uitgangspunten leiden tot andere uitkomsten.

Uitkomsten doorrekeningen Doorrekening kaal Uitkomst van de ‘doorrekening kaal’ is dat de financiële gevolgen voor de voetbalverenigingen gemiddeld genomen beperkt zijn. Doorrekeningen plus 1 De ‘plus-doorrekening 1’ laat zien dat, rekening houdende met een aantal risicofactoren en uitgaande van alleen de nog te verzelfstandigen sportvelden, de effecten voor een aantal clubs nog altijd beperkt is, maar bij een aantal andere clubs een behoorlijke extra financiële druk ontstaat. Doorrekeningen plus 2 De indicatieve ‘plus-doorrekening 2’ laat zien dat wanneer in aanvulling op ‘doorrekening plus 1’ ook rekening wordt gehouden met de reeds verzelfstandigde (tien) velden er bij meerdere clubs substantieel extra budget voor sportveldenonderhoud nodig zal zijn om de doorgerekende risico’s op te kunnen vangen. Financiële draagkracht verenigingen In het kader van de uitgevoerde doorrekeningen heeft geen analyse van de verenigingsbegrotingen plaatsgevonden en kunnen derhalve geen uitspraken worden gedaan over de financieringskracht van de verenigingen. In algemene zin is het wel aannemelijk dat de verenigingen, uitgaande van het huidige beleid en risicoprofiel, substantieel extra budget in hun verenigingsbegrotingen moeten creëren voor sportveldenonderhoud.

Het sportvelden-areaal wat ten opzichte van de huidige situatie onder beheer en (financiële) verantwoordelijkheid van de clubs komt te vallen wordt namelijk meer dan verdubbeld. Dit heeft een aanzienlijk effect op het risicoprofiel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1512/documents/33256