M 27.2 PVV - Redt de rechtstaat, deel 3.pdf
Tekst van het document
Motie Reg. Nr. M 27.2 Agendapunt: 27. Omgevingsvisie Onderwerp:
Redt de rechtstaat, deel 3
Gemeenteraad van Stichtse Vecht, in vergadering bijeen op 21 december 2021 gehoord de beraadslagingen over de omgevingsvisie. Constaterende: −
dat recentelijk de Raad van State de het arrest van Nevele van het Europese Hof heeft bevestigd
−
dat overweging 83 uit het Nevele arrest als volgt luidt: Volgens het in artikel 4, lid 3, VEU neergelegde beginsel van loyale samenwerking zijn de lidstaten verplicht de onwettige gevolgen van een dergelijke schending van het Unierecht ongedaan te maken. Hieruit volgt dat de bevoegde nationale autoriteiten, inclusief de nationale rechterlijke instanties waarbij beroep is ingesteld tegen een nationale handeling die in strijd met het Unierecht is vastgesteld, verplicht zijn om in het kader van hun bevoegdheden alle noodzakelijke maatregelen te treffen om het verzuim van een milieubeoordeling te herstellen. Dit kan er, voor een „plan” of „programma” dat is vastgesteld zonder rekening te houden met de verplichting een milieubeoordeling te verrichten, bijvoorbeeld in bestaan dat maatregelen tot opschorting of nietigverklaring van dit plan of programma worden vastgesteld (zie in die zin arrest van 28 juli 2016, Association France Nature Environnement, C-379/15, EU:C:2016:603, punten 31 en 32) en dat een reeds verleende vergunning wordt ingetrokken of opgeschort teneinde een dergelijke beoordeling alsnog te verrichten [zie in die zin arrest van 12 november 2019, Commissie/Ierland (Windturbinepark te Derrybrien), C-261/18, EU:C:2019:955, punt 75 en aldaar aangehaalde rechtspraak].
−
dat de gemeente Stichtse Vecht voornemens is om de Omgevingsvisie Stichtse Vecht vast te gaan stellen, waarin tal van plannen die effect op de fysieke leefomgeving en daarmee het milieu zullen hebben, zijn opgenomen.
−
dat Artikel 3 van de Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001 betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s, als volgt luidt: Werkingssfeer 1. Een milieubeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 9, voor de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde plannen en programma's die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. 2. Onverminderd lid 3, wordt een milieubeoordeling gemaakt van alle plannen en programma's a. die voorbereid worden met betrekking tot landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening of grondgebruik en die het kader vormen voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor de in bijlagen I en II bij Richtlijn 85/337/EEG genoemde projecten, of b. waarvoor, gelet op het mogelijk effect op gebieden, een beoordeling vereist is uit hoofde van de artikelen 6 of 7 van Richtlijn 92/43/EEG.
−
dat het maken van plannen derhalve valt onder zowel de Richtlijn als het Arrest en dat de voorgenomen aanname van de Omgevingsvisie Stichtse Vecht, in strijd is met het Unierecht, tot stand zijn gekomen, nota bene nadat het arrest van Nevele bekend werd.
−
dat het college van Stichtse derhalve handelt in strijd met het Unierecht en hoe langer het college dit laat voortduren hoe groter de kans dat men schadeplichtig zal zijn, waaronder begrepen de individuele bestuurders.
Draagt het college op: 1. Op de kortst mogelijke termijn een MER omtrent de gevolgen van het vaststellen van de omgevingsvisie voor de fysieke leefomgeving van Stichtse Vecht te laten uitvoeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Wim Ubaghs