CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026 raad.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 24 juni 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 3: Kadernota 20268.578 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2026 1

Inhoudsopgave Aanbieding 3 Financieel beeld 5 Uitgangspunten Kadernota 2026 7 Ontwikkelingen per programma 8 Programma 1 Bestuur 10 Programma 2 Veiligheid 13 Programma 3 Fysiek 15 Programma 4 Sociaal 18 Programma 5 Samenleven 21 Strategisch financieel beleid 2027 - 2029 22 Toelichting Autonome ontwikkelingen & dekkingsmogelijkheden 24 Bijlage 1 - Financieel overzicht Kadernota 2026 Bijlage 2 - Investeringen

28 30

2

Aanbieding Jaarlijks geeft de gemeenteraad in de kadernota de richting voor de nieuwe of veranderde plannen voor de komende jaren. En ook hoeveel geld de gemeente daaraan uitgeeft. Met het vaststellen van de Kadernota 2026 werken we toe naar de Programmabegroting 2026-2029. Die wordt in het najaar aan de raad aangeboden. Na de vaststelling van de Programmabegroting 2026 - 2029 komen de budgetten vrij voor de uitvoering van de plannen en lopende ontwikkelingen.

Met deze kadernota worden de kaders gegeven voor het laatste jaar van deze coalitieperiode

Dit is de laatste kadernota in deze coalitieperiode. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ambities van het Coalitieakkoord ‘Bouwen aan een stevig fundament 2022-2026’. Het was noodzakelijk om het fundament op orde te brengen met als doel om een slagvaardige en betrouwbare lokale overheid te zijn voor onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Bij het maken van keuzes is de balans tussen de bestuurlijke ambities, de financiële situatie en de ambtelijke organisatie een randvoorwaarde. Zo hebben we geïnvesteerd in het versnellen van de woningbouw, de harmonisatie van de buitensport, zijn er stevige stappen gezet op het gebied van duurzaamheid, mobiliteit en het versterken van onze economie. Met het voorveld van het sociaal domein, ondersteuning van mantelzorgers en extra inzet op het gebied van cultuur heeft dit college ook direct in de versterking van onze samenleving geïnvesteerd. Al dit beleid kan door het prudente financieel beleid van de gemeente ook het komende jaar en de jaren daarna worden voortgezet. Met deze Kadernota 2026 ronden we deze coalitieperiode op een goede wijze af. We hebben vele van de ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 uitgevoerd en kunnen die langjarig voortzetten.

We hebben zelfs nog meer gedaan door financiële ruimte te creëren voor een aantal langjarige investeringen, zoals de aanpak van de netcongestie, het blijvend investeren in wijkpark Maarssenbroek en met onze plannen voor onderwijshuisvesting en de openbare ruimte. Zoals gebruikelijk ligt in de Kadernota het accent op de aanvullende voorstellen ten opzichte van de vastgestelde begroting voor de komende jaren.

Overbruggen van het ravijn

Met deze Kadernota 2026 geven we ook verdere invulling aan onze solide financiële strategie waarin we de ravijnjaren die door het Rijk zijn gecreëerd, kunnen overbruggen. Ondanks de berichten vanuit het kabinet over de Voorjaarsnota is het financiële ravijn voor gemeenten nog onverminderd diep. Aan het gemeentefonds zijn weinig structurele middelen toegevoegd en er staan op de lange termijn weer bezuinigingen op de jeugdzorg ingeboekt. Door onze financiële strategie, die dit college bij voorgaande Kadernota’s al heeft ingezet, kunnen we het ravijn overbruggen zonder dat het ten koste gaat van harde bezuinigingen op de samenleving of grote lastenverzwaringen. Met deze Kadernota 2026 accepteren we tekorten ten laste van onze algemene reserve in de jaren tot en met 2028 en is onze begroting weer structureel in balans in 2029. Daarmee betaalt het financiële beleid van onze gemeente in de afgelopen periode zich uit en hoeven wij anders dan vele andere gemeenten niet koud te bezuinigen op belangrijke maatschappelijke voorzieningen.

Ruimte gemaakt voor extra investeringen

Door ons strategische financiële beleid is er ook dit jaar weer ruimte voor extra investeringen. Zo investeren we met deze kadernota in de dienstverlening en introduceren we een “Mijn Omgeving” voor onze inwoners. We versterken onze inzet op veiligheid, we zetten in op nieuwe onderwerpen zoals netcongestie en de doorontwikkeling van de Omgevingswet. We versterken wederom het voorveld voor het sociaal domein en zetten vol in op de wettelijk verplichte regionalisering van de jeugdzorg. Ook bereiden we ons voor op de beëindiging van de samenwerking met TIM Stichtse Vecht per 1 januari 2027 en de nieuwe inrichting van onze wijkteams en de toegang tot het sociaal domein. Daarnaast zetten we in programma 5 onder andere actief en extra in op het jeugd- en sportfonds en het versterken van de uitvoering van onderwijshuisvesting conform ons Integraal Huisvestingsplan 2024 - 2043.

3

Financiële perspectief nieuwe coalitie

Met de sluitende begroting 2029 geven we een werkbaar perspectief aan de nieuwe coalitie. We zien het als onze verantwoordelijkheid om te zorgen voor een solide en toekomstbestendig financieel beleid. In principe worden alle intensiveringen zoals door dit college zijn voorgesteld aan uw raad ook na 2026 voortgezet. Het is dan aan de nieuwe raad, de nieuwe coalitie en het nieuwe college om haar nieuwe afwegingen te maken. Met dit financieel kader hebben zij hiervoor ook de mogelijkheden. Met deze kadernota geven we dan ook invulling aan de toekomstbestendigheid van de gemeente.

Realistisch begroten

Uit analyses over de laatste jaren is gebleken dat het volume aan begrote investeringen de werkelijk gerealiseerde bestedingen overtreffen, hoewel deze laatste in 2025 wel sterk is aangetrokken. Met deze Kadernota 2026 hebben we het investeringsvolume, op basis van deze analyse, meer in verhouding gebracht met de realistische investeringen. Daarbij was het niet nodig om onze ambities bij te stellen. In deze Kadernota is het voorstel opgenomen om te komen tot een financieel plafond voor de investeringen zodat we niet op voorhand de lasten dragen van investeringen die mogelijk niet realiseerbaar zijn gedurende het boekjaar. Dit is een tussenstap, in lijn met de op 17 december 2024 door uw raad vastgestelde omzetting van kapitaaldekkingsreserves en het toepassen van de nieuwe investeringsmethodiek, om te komen tot de volgende stap in de realistische investeringsplanning waaraan we sinds vorig jaar werken. In de begroting 2026 zullen we hier de volgende stap in zetten.

Onzekere financiële positie m.b.t. jeugdzorg duurt voort

Een deel van de kaders voor ons financiële meerjarenperspectief is op rijksniveau nog niet vastgesteld. In de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk is het voorstel opgenomen om gemeenten via het Gemeentefonds voor een deel (€ 400 miljoen) te compenseren voor de terugval in de algemene uitkering (ravijnjaren). Daarnaast is in de Voorjaarsnota een kabinetsvoorstel opgenomen om gemeenten - mede gelet op het advies van de commissie Van Ark - een incidentele compensatie voor 2026 en 2027 toe te kennen in het Gemeentefonds voor de jeugdzorg. Vanaf 2028 stelt het Kabinet aanvullende bezuinigingen voor. Het Kabinet wil vanaf 2028 komen tot een nieuw financieel arrangement voor de Jeugdzorg. Wij verwerken in de Programmabegroting 2026 – 2029 de laatste ontwikkelingen vanuit de Meicirculaire 2025.

4

Financieel beeld Samenvatting

Het financiële uitgangspunt voor de Kadernota 2026 is een herstel op termijn: een sluitende begroting voor 2029, herstel van onze reservepositie en invulling te geven aan de belangrijkste opgaven van het coalitieakkoord, zoals versnelling van de woningbouw, de harmonisatie van de buitensport, het versterken van de economie en passende zorg en ondersteuning. We houden daarnaast rekening met de huidige financiële ontwikkelingen, zoals de inflatie. Kadernota 2026 - 2029 (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

A. Startpositie: Programmabegroting 2025 - 2028

-6.487

-5.978

-4.025

-4.025

B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

4.602

4.812

4.781

4.901

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

-4.370

-4.370

-4.370

-4.370

D. Beleidswensen

-4.250

-3.510

-3.272

-3.272

Totaal Autonome- en beleidsontwikkeling

-4.017

-3.068

-2.861

-2.741

F1. Uitgaven verlagen

2.149

2.149

2.149

2.149

F2. Inkomsten inflatievolgend verhogen

464

464

464

464

F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

1.947

F4. Anticiperen hogere algemene uitkering

1.000

1.000

1.000

1.000

F5. Financieringsmethodiek (wegen)

1.777

1.639

1.506

1.372

F6. Financieel plafond Investeringen

1.000

1.000

1.000

-

Stand Kadernota 2026 (negatief bedrag = nadeel; positief

-4.114

-2.793

-766

167

Waarvan incidenteel (exclusief reservemutaties financiering

-128

p.m

p.m

p.m

Structureel saldo Kadernota 2025 - 2029

-4.242

-2.793

-766

167

Autonome- en beleidsontwikkeling

Dekkingsmogelijkheden

Totaal dekkingsmogelijkheden bedrag = voordeel) wegen)

Ontwikkeling gemeentefonds – Voorjaarsnota Rijk 2025 Het Rijk geeft in de Voorjaarsnota 2025 aan dat gemeenten voor de terugval in de algemene uitkering deels (€ 400 miljoen) worden gecompenseerd. Hierdoor is het financiële ravijn voor Stichtse Vecht ongeveer in 2026 € 1 miljoen minder diep. De commissie van Ark, die zich heeft gericht op de toekomstbestendige financiering van de Jeugdzorg, heeft geadviseerd aan het Rijk en de gemeenten om de Hervormingsagenda jeugd te verbreden en financiële tekorten eerlijk te delen. Het Kabinet heeft hierop besloten om in de Voorjaarsnota het voorstel op te nemen om extra incidentele middelen voor 2026 en 2027 toe te kennen voor de jeugdzorg in het Gemeentefonds. Vanaf 2028 stelt het Kabinet aanvullende bezuinigingen voor. Het Kabinet wil vanaf 2028 komen tot een nieuw financieel arrangement voor de Jeugdzorg. De Voorjaarsnota 2025 van het Rijk wordt verwerkt in de Meicirculaire 2025. Deze Gemeentefondscirculaire verwerken we in de Programmabegroting 2026 – 2029. Autonome- en beleidsontwikkelingen In de Kadenota beschrijven we de prioriteitstelling en de nieuwe aanvullende beleidsaccenten. Vanuit de beperkte financiële middelen die het Rijk beschikbaar stelt en de gehanteerde beleidsuitgangspunten

5

hebben we een balans gezocht tussen de financiële middelen die nodig zijn voor de nieuwe beleidsaccenten en de beschikbare financiële middelen. Belangrijke uitgangspunten zijn het komen tot een sluitende begroting in 2029 waarbij we incidentele dekkingsmiddelen inzetten om de ravijnjaren te overbruggen en onze reservepositie versterken. Hierdoor blijft de opgenomen stijging van de gemeentelijke belastingen en heffingen beperkt tot inflatievolgend. Dekkingsmogelijkheden Naast het anticiperen op een hogere algemene uitkering bij de Meicirculaire 2025 (€ 1 miljoen) stellen we u nog een aantal dekkingsmogelijkheden voor van ongeveer € 5 miljoen. Zo stellen we voor om, voor het tweede jaar op rij, de indexering van prijsgevoelige budgetten op 0% te zetten, dit resulteert in een besparing van € 2 miljoen. Daarmee is volgens het college de maximale ruimte op bezuinigingen vanuit organisatiebudgetten wel bereikt. De belastingtarieven worden, inflatie volgend, met 2,8% verhoogd. De gemeenteraad heeft op 13 mei 2025 ingestemd met de nieuwe financieringsmethodiek voor wegen. In de Programmabegroting 2026 – 2029 zullen we deze nieuwe financieringsmethodiek nog nader uitwerken door o.a. het opnemen van ‘rompinvesteringen’ op ons Investeringsplan 2026 - 2029. De dekkingsmogelijkheden zijn in deze Kadernota nader beschrijven (blz. 24 en 25).

Leeswijzer

IIn het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de uitgangspunten, die bij de Programmabegroting 2026 - 2029 worden gehanteerd. Per programma is vervolgens een nadere toelichting gegeven op de beleidswensen. In aparte hoofdstukken wordt vervolgens ingegaan op het strategisch financieel beleid voor 2027 - 2029. Daarna worden de autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden toegelicht. In de bijlage is een compleet financieel beeld van deze Kadernota opgenomen. Toelichting tabellen Bij de financiële cijfers worden lasten/ nadeel met een negatief getal weergegeven en baten/ voordeel met een positief getal. Onttrekkingen uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een positief getal. Toevoegingen aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een negatief getal. Voor de leesbaarheid is gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Indien daarvan wordt afgeweken, dan wordt dat bij de tabel aangegeven. Het kan gebeuren dat hierdoor bij de tabellen een minimaal verschil optreedt door deze afrondingen.

6

Uitgangspunten Kadernota 2026 Uitgangspunten Kadernota 2026

We hanteren de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 2026 - 2029.

Indexeringen

CAO De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. In deze Kadernota is rekening gehouden met een loonstijging in 2026 van 3,8%. Voor de nieuwe CAO ligt er een onderhandelaarsakkoord. Wij verwachten dat in de Meicirculaire 2025 een bijstelling wordt opgenomen voor de loonindexering in de komende jaren. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 - 2029 gebruiken wij de laatst bekende informatie. Prijsontwikkeling materiële budgetten De prijsontwikkeling wordt op basis van het algemene indexcijfer in 2026 geraamd op 2,2%. In de Kadernota 2026 is als dekkingsmogelijkheid rekening gehouden met het niet indexeren van de materiële prijsgevoelige budgetten. Dit voor het tweede jaar op rij. Dit levert een besparing op van ruim € 1,7 miljoen. Gemeenschappelijke regelingen en subsidies Gemeenschappelijke regelingen leggen jaarlijks de ontwerpbegrotingen voor zienswijze voor aan de gemeenteraden. In de zienswijzen benadrukken wij dat wij vanaf 2026 voor een bezuinigingsopgave staan als gevolg van de kortingen op het Gemeentefonds (ravijnjaren). Bij een bezuinigingsopgave verwachten we dat gemeenschappelijke regelingen naar evenredigheid mee gaan bezuinigen.

In deze Kadernota is een structurele besparingsopgave voor gemeenschappelijke regelingen opgenomen van 2,8% (ongeveer € 0,4 miljoen). De realisatie van deze besparingsopgave is afhankelijk van de besluitvorming door de besturen van gemeenschappelijke regelingen. Niet alle gemeenschappelijke regelingen zijn vergelijkbaar. We betrekken de besluitvorming bij de opstelling van de Bestuursrapportage. Voor de subsidies houden we rekening met een gemiddelde indexering van 2,8%. Hiervoor is een structureel budget opgenomen van € 262.000.

Algemene uitkering

Bij het opstellen van de Kadernota 2026 is uitgegaan van de september- en decembercirculaire 2024. Aangevuld met een inschatting van de extra inkomsten op basis van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. De financiële effecten van de Meicirculaire 2025, die eind mei of begin juni wordt gepubliceerd, betrekken we bij de opstelling van de Programmabegroting 2026 - 2029. Via een raadsinformatiebrief zullen wij u informeren over de financiële effecten van de Meicirculaire 2025.

Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten

De belastingen, heffingen en overige inkomsten verhogen we jaarlijks met het algemene indexcijfer van het CPB. Voor 2026 wordt dat 2,8%.

Meerjarenperspectief

De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2026.

7

Ontwikkelingen per programma De nieuwe ontwikkelingen die zijn opgenomen in de Kadernota beschrijven we per programma. De continuering van onze going-concerntaken nemen we op in de begroting.

8

Programma 1 Bestuur 9

Programma 1 Bestuur Solide en toekomstgerichte organisatie, effectevaluatie (€ 253.000 structureel)

Er is de afgelopen jaren constant gewerkt aan een solide en toekomstgerichte organisatie volgens de 4 pijlers van de gemeentelijke visie en missie: verbeteren van de dienstverlening, koesteren en waarderen van de medewerkers, de opgaven zijn leidend en het fundament is op orde. De Staat van de organisatie wordt vanaf 2025 1 keer per jaar toegelicht tijdens een informatieve commissie. Tijdens de laatste informatieve commissievergadering van 25 maart 2025 is toegelicht dat we goed op weg zijn. De uitstroom uit de organisatie is genormaliseerd, taken en mensen zijn meer in balans en er is veel geïnvesteerd in een stabiele organisatie. Op basis van een evaluatie (“de effectevaluatie”) die is uitgevoerd door een extern bureau worden concrete aanpassingen van ons organisatiemodel doorgevoerd. Deze zijn gericht op het aanscherpen van het sturingsmodel, het herijken van de organisatieprincipes, het verlagen van de span of control van het management en het verbeteren van de rolduidelijkheid. Hiermee werken we aan een organisatie, die beter is toegerust voor huidige en toekomstige taken. Door de formatie voor het management structureel met 3 fte uit te breiden, kunnen we de span of control weer beheersbaar maken (€ 419.000). Om dit (deels) te financieren, wordt de vacature van 1 fte directeur niet ingevuld (€ 166.000).

Compliance wetgeving (2026: € 1.552.000, daarna € 602.000 structureel)

Om alle wet- en regelgeving op het gebied van bijvoorbeeld informatiebeveiliging en privacybescherming na te komen, zijn investeringen noodzakelijk. Hierdoor kunnen we een adequate en veilige dienstverlening garanderen aan de inwoners. De verbeterpunten uit de rapportage BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) worden verwerkt in een plan van aanpak, waarna de verbeterpunten doorgevoerd kunnen worden. In deze Kadernota 2026 maken we een start met de digitale weerbaarheid en het inrichten van de informatiehuishouding conform de eisen van de Archiefwet en de opmerkingen van onze toezichthouder.

Wet Open overheid (€ 151.000 structureel)

Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Overheidsorganisaties moeten informatie over wat zij doen en waarom, uit zichzelf geven of als iemand daarom vraagt. Zo kunnen burgers, maar ook bijvoorbeeld Kamerleden of journalisten, de overheid controleren. De aankomende jaren moeten steeds meer soorten overheidsinformatie actief openbaar worden gemaakt. Omdat dit veel werk en aanpassing van systemen kost, gebeurt dit in kleine stapjes. In deze Kadernota 2026 is beleidsontwikkeling opgenomen, omdat openbaarheid belangrijk is voor de democratie in ons land en voor het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid. Door de uitvoering van de wet goed te regelen, kunnen we bovendien werken aan efficiëntie van de organisatie.

Dienstverlening (€ 230.000 structureel)

Gemeente Stichtse Vecht blijft continue werken aan het verbeteren van haar dienstverlening en het bevorderen van een efficiënte en transparante overheid. Door de inzet van artificial intelligence (AI), de introductie van een “Mijn Omgeving” en Mystery Guests binnen de gemeente Stichtse Vecht wordt gewerkt aan een aanzienlijke verbetering van de gemeentelijke dienstverlening. Inwoners krijgen via “Mijn Omgeving” toegang tot hun persoonlijke gegevens en gemeentelijke diensten op één centrale en gepersonaliseerde locatie. Ze kunnen eenvoudig hun gegevens bijwerken, aanvragen indienen en de status van hun verzoeken volgen. Dit voorkomt dat inwoners, ondernemers en netwerkpartners zich door verschillende systemen moeten worstelen. Door de inzet van AI wordt het mogelijk sneller en efficiënter te reageren op vragen, verzoeken en repeterende werkzaamheden deels geautomatiseerd te laten verlopen. Deze innovaties helpen ons om als gemeente niet alleen tegemoet te komen aan de eigentijdse eisen en behoeften van onze inwoners, maar ook om een toekomstgerichte en efficiënte organisatie te zijn. Vanzelfsprekend zijn informatiebeveiliging en privacybescherming voorwaarden voor deze ontwikkelingen.

10

Participatie (€ 25.000 structureel)

Met de Participatieverordening die in uw gemeenteraad voorligt kan er gebruik gemaakt worden van nieuwe instrumenten in de participatie, zoals de Right to Challenge. Maar ook een eventueel referendum kan tot de mogelijkheden behoren om de interactie met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners te verbeteren. Voor een referendum is in deze kadernota geen budget geraamd omdat de raad nog geen beleid hieromtrent heeft vastgesteld. Mocht worden besloten over te gaan tot een referendum, dan zal naar bevind van zaken gehandeld worden en wordt in de P&C cyclus hierover gerapporteerd.

Bedrijfsvoering (€ 130.000 structureel)

Hoewel in 2024 belangrijke stappen zijn gezet en verdere verbeteringen voor 2025 in het vooruitzicht liggen, blijft doorontwikkeling van de ICT-omgeving noodzakelijk. De focus ligt hierbij op rationalisering van het applicatielandschap, de overgang naar cloudapplicaties en verdere optimalisatie van de kantoorautomatisering. Deze ontwikkelingen zijn essentieel om kosten te besparen, efficiënter te kunnen werken en de veiligheid toekomstbestendig te borgen. In deze Kadernota is daarom budget opgenomen voor drie specifieke thema’s: ICT-infrastructuur en kantoorautomatisering, informatiebeheer en het gebruik van AI. In het kader van compliance en de naleving van wet- en regelgeving is structureel budget gereserveerd voor een beheerder Office 365. Sinds een jaar werkt de gemeente in haar nieuwe ICT-omgeving en is ook onze kantoorautomatisering up to date gebracht. Echter momenteel is het functioneel beheer van Microsoft Office 365 onvoldoende structureel geborgd, met verhoogde risico’s op het gebied van datalekken en bedrijfscontinuïteit tot gevolg. In de Programmabegroting 2025 is ervoor gekozen om de bedrijfsvoeringsbudgetten niet generiek te indexeren. In plaats daarvan wordt per budget beoordeeld of er sprake is van een knelpunt, waarna eventuele indexatie alsnog plaatsvindt. Voor de contracten binnen de interne dienstverlening gold in 2025 deze aanpak.

Daarom is in de Kadernota 2026 een structureel centraal budget opgenomen om de indexatie van deze contracten te bekostigen (€ 1,753 miljoen). Daarnaast wordt het budget voor naturalisaties aan zowel de baten- als de lastenzijde aangepast, in lijn met de gerealiseerde inkomsten en uitgaven van de afgelopen jaren.

11

Programma 2 Veiligheid 12

Programma 2 Veiligheid Verharding criminaliteit/ jongerenwerk – exploitatie (€ 100.000 structureel)

Landelijk is het aantal explosies bij woningen als gevolg van drugsconflicten de laatste jaren aanzienlijk toegenomen. In 2023 is dit aantal landelijk verdriedubbeld (naar 678 incidenten) en in 2024 is opnieuw een forse stijging waarneembaar (naar 1543 incidenten). In 2024 is het Offensief Tegen Explosies gestart waarbij onder andere Ministerie Justitie & Veiligheid, Nationale Politie, Openbaar Ministerie, gemeenten en woningcorporaties samenwerken. In 2025 is landelijk een actieplan gepresenteerd waarbij wordt ingezet op preventie, opsporing en vervolging, nazorg en lokale aanpak. In Stichtse Vecht is ook een stijging van het aantal incidenten waarneembaar. De kosten per incident variëren tussen de € 10.000 en € 50.000, afhankelijk van de maatregelen en duur. Naast inzet van middelen (sluiting panden, cameratoezicht) komt er veel juridisch werk aan te pas (opstellen besluiten, bezwaren, beroep e.d.), waardoor ook juridische capaciteit noodzakelijk is. Daarom neemt het college een versterking op dit punt in de kadernota op. Daarnaast spelen jongerenwerkers een essentiële, preventieve rol in de keten van de aanpak van jonge aanwas in drugscriminaliteit. Al op zeer jonge leeftijd worden kinderen geronseld voor het criminele circuit. De vroegsignalering, bewustwording en de informatiepositie van het jongerenwerk is essentieel om de groei van jonge aanwas tegen te gaan.

We zetten jongerenwerkers vanuit veiligheidsoverwegingen, naast inzet op het collectief, ook extra in op individuen en groepen jongeren.

13

Programma 3 Fysiek 14

Programma 3 Fysiek (Implementatie) Omgevingswet (2026: € 889.000, 2027: € 587.000, daarna € 451.000 structureel)

De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. De nieuwe wet zorgt ervoor dat er 1 loket is waar inwoners een vergunning aan kunnen vragen (Omgevingsloket). Om met de Omgevingswet te kunnen werken, moeten de verschillende overheden de daarvoor benodigde werkprocessen op orde hebben. Daarnaast is integrale samenwerking tussen de overheden van belang, net als participatie met de samenleving. Dit is een belangrijke andere manier van werken. Belangrijke pijlers onder het werken met de omgevingswet zijn de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan. Met deze additionele middelen kunnen we deze programma’s opstellen en werken we aan het opstellen van omgevingsplan. De rijksoverheid heeft bepaald dat het omgevingsplan uiterlijk 2032 dient te worden vastgesteld. Deze middelen worden voor een periode van 2 jaar incidenteel toegekend. In 2027 wordt bepaald in welke mate middelen nodig zijn voor de periode na 2027 voor de verdere implementatie van de omgevingswet en het opstellen van het omgevingsplan, gericht op de huidige deadline van 2032. In deze Kadernota 2026 zetten wij de in vorige begrotingen opgenomen incidentele formatie van het procesteam om in een structurele inzet. De ervaring leert dat deze inzet noodzakelijk is om de Omgevingswet goed te kunnen uitvoeren en de dienstverlening aan de inwoners en ondernemers te bieden die is bedoeld met deze wet.

Formatie wordt ingezet voor het opstellen en uitvoeren van de omgevingsprogramma’s en het herijken van de Omgevingsvisie. In de komende jaren ligt er een grote opgave voor zowel de herijking van de Omgevingsvisie als de uitwerking in gebiedsvisies (zoals reeds gestart voor Maarssenbroek). Gebiedsvisies zijn toekomstgericht en geven de kaders op gebiedsniveau. Dit geeft duidelijkheid en richting voor inwoners en ondernemers voor toekomstige ontwikkelingen.

Netcongestie (€ 125.000 structureel)

De netcongestie belemmert de ontwikkeling van de economie en woningbouw. Dit lijkt primair een landelijk probleem, maar vraagt om een goede samenwerking met ons als lokale overheden. Juist ook in Stichtse Vecht waar belangrijke kruispunten van landelijke energie-infrastructuur liggen, is het noodzakelijk om goed regie te pakken. Er wordt intensief samengewerkt met de provincie en TenneT om te voorkomen dat de gemeente (en de regio) op slot gaat voor grootverbruikers en mogelijk ook voor kleinverbruikers in de toekomst. Hierbij blijven we aandacht vragen bij het Rijk en de netbeheerders voor goede landschappelijke inpassing. Vanuit de gemeente wordt gewerkt op 3 sporen: 1) goede inpassing van energie-infrastructuur op midden- en laagspanningsniveau. Dit landt met name in wijken en kernen in de openbare ruimte, 2) goede inpassing van energie-infrastructuur op hoogspanningsniveau. Dit vraagt om gedegen energieplanologie en onderhandelingsruimte en 3) wachtlijstmanagement, batterijbeleid en E-hubs. Samen moeten we onderzoeken hoe we de vraag naar elektriciteit kunnen sturen en creatief met oplossingen kunnen omgaan. Om dit te realiseren wordt extra formatie ingezet. Met deze acties verlichten we de problemen zo veel mogelijk en kunnen we als gemeente verder met elektrificatie van de wagens, warmtevoorziening en uitbreiding van bedrijven, woningen en maatschappelijke voorzieningen.

Hierbij houden we rekening met een bijdrage van 50% vanuit verschillende subsidieregelingen.

Solide organisatie (€ 102.000 structureel)

Om de dienstverlening aan inwoners en ondernemers vanuit het ruimtelijke domein te verstevigen werken we aan uitbreiding van expertise op complexe dossiers (zoals bijvoorbeeld flora- en faunaverplichtingen, advisering m.b.t water en energie), zodat we een deskundige gesprekspartner kunnen zijn. Door de inzet van omgevingsmanagement hebben inwoners en ondernemers één aanspreekpunt. De kosten die hiermee gemoeid zijn (€ 245.000), worden deels gefinancierd vanuit subsidies (€ 143.000).

15

Investeringen en wegen (p.m.)

In 2024 is de Realistischere Investeringsagenda opgesteld en vastgesteld met de Programmabegroting 2025. Deze had tot doel om inzicht te geven in noodzakelijke investeringen, gekoppeld aan een realistische (operationele en financiële) planning en de benodigde capaciteit om dit uit te voeren. Daarmee is een robuuste stap gemaakt. Met deze Kadernota geven we verder uitvoering aan de door de raad vastgestelde beleidsstukken. Het uitvoeren van deze investeringen en werkzaamheden dragen bij aan de beleving van de leefomgeving door onze bewoners en ondernemers. Onder de dekkingsmogelijkheden is onder punt 5 de aanpassing in de Financieringsmethodiek (wegen) en als punt 6 de instelling van een financieel plafond voor investeringen (kapitaallasten).

Overige (2026: € 856.000, daarna € 391.000 structureel)

Voor de vervanging van de transformatiehuizen Stedin (€ 300.000), het op prijspeil 2025 brengen van de onderhoudsvoorzieningen Gemeentelijk Vastgoed (€ 220.000) en het niet meer opnemen van de taakstelling op de ODRU (171.000) zijn budgetten opgenomen. Ten behoeve van het opstellen van de nota Dierenwelzijn is € 15.000 opgenomen.Het is in het gemeentelijk belang om een projectorganisatie op te zetten voor de vervanging en uitbreiding van transformatiehuizen door Stedin in de openbare ruimte. Hierbij dient een afweging gemaakt te worden in de mate van facilitering binnen de openbare ruimte. Deze uitgaven zijn exclusief de legesbedragen voor de vergunningaanvragen. In de afgelopen jaren zijn de onderhoudskosten voor onze gemeentelijke accommodaties gestegen. De toevoegingen aan onze onderhoudsvoorzieningen zijn niet in gelijke mate gestegen. Om de beschikbare middelen in de onderhoudsvoorzieningen weer op peil te brengen is jaarlijks € 220.000 nodig. De aanpassing in de Kerstboominzameling vraagt € 50.000, die we dekken uit een verhoging van de afvalstoffenheffing voor een gelijk bedrag. Voor de uitvoering van de motie Klimaatadaptatie is incidenteel in 2026 € 150.000 opgenomen. Deze zetten we in om een globale verkenning op te stellen over de te nemen maatregelen voor klimaatadaptatie. Hierbij betrekken wij ook de waterschappen Amstel, Gooi & Vecht en Stichtse Rijlanden.

We onderzoeken nog de mogelijkheden om hiervoor een specifieke uitkering aan te vragen.

16

Programma 4 Sociaal 17

Programma 4 Sociaal Ontwikkeling voorveld in relatie tot wegvallen IZA-GALA (€ 150.000 incidenteel)

In mei 2024 is de Bestuursopdracht Voorveld Sociaal domein vastgesteld. Het doel is om met versterking van het voorveld een verschuiving te realiseren van (duurdere) formele naar informele zorg. Dat is nodig om met elkaar goede zorg en ondersteuning te kunnen blijven leveren in tijden van krapte. Het versterken van de sociale basis sluit aan op ons Integraal beleidskader sociaal domein, het subsidieprogramma en op landelijke programma’s zoals GALA (Gezond en Actief Leven Akkoord) en IZA (Integraal Zorg Akkoord). De in 2024 extra verstrekte subsidies zijn vooralsnog toegekend voor 2 jaar. In deze jaren zal gemonitord worden of de onderliggende aannames ook inderdaad kloppen. In die 2 jaren zal worden ingezet op het gemeentebreed uitrollen van Welzijn op Recept, er komt één informatie- en adviespunt, er wordt gewerkt aan een laagdrempelig aanbod op pedagogisch advies, het opbouwwerk wordt uitgebreid en een communicatiecampagne wordt opgezet. De financiële effecten zijn opgenomen in de Kadernota en Programmabegroting 2025. Inmiddels blijkt dat rijksmiddelen (IZA-GALA) als dekking van de versterking van het voorveld zijn weggevallen.

Om te voorkomen dat de continuering van de bestuursopdracht in het gedrang komt en daardoor de kosten voor de jeugdhulp, schuldhulpverlening en Wmo verder oplopen, is de dekking voor het wegvallen van de incidentele rijksmiddelen in het geheel opgenomen in de Kadernota 2026.

Nieuwe inrichting van wijkteams en toegang (p.m.)

Per 1 januari 2027 stopt onze overeenkomst met TIM Stichtse Vecht. Dat betekent dat we ons in 2026 voorbereiden op de nieuwe organisatie voor de wijkteams en toegang. De consequenties van de overgang voor inwoners en maatschappelijke partners proberen we zoveel mogelijk te voorkomen. De afspraken over de samenwerking tussen maatschappelijk partners en TIM SV worden daar waar mogelijk zoveel mogelijk gecontinueerd in de nieuwe situatie. Goede communicatie en passende informatie voor alle doelgroepen staat hierbij centraal. Voor de overgang naar de nieuwe organisatie houden we rekening met een bedrag voor implementatieen frictiekosten. De hoogte van deze kosten is op het moment dat deze Kadernota is geschreven, nog niet inzichtelijk. Dat wordt duidelijker na de oplevering van het Businessplan van Berenschot, die voor de zomer wordt verwacht. Daarom is een PM post opgenomen in de Kadernota 2026.

Samenwerking Utrecht West (€ 254.000 incidenteel)

Per 1 januari 2027 stopt onze overeenkomst met TIM Stichtse Vecht. Dat betekent dat we ons in 2026 voorbereiden op de nieuwe organisatie voor de wijkteams en toegang. We streven ernaar de gevolgen van deze overgang voor inwoners en maatschappelijke partners zoveel mogelijk te beperken. De afspraken over de samenwerking tussen maatschappelijke partners en TIM SV worden daar waar mogelijk zoveel mogelijk gecontinueerd in de nieuwe situatie. Goede communicatie en passende informatie voor alle doelgroepen staat hierbij centraal. Het versterken van de regionale samenwerking in Utrecht West draagt bij aan een dekkend zorglandschap voor de (kwetsbare) inwoners met een ondersteuningsvraag. Om dit alles goed voor te bereiden, is een voorbereidingsbudget opgenomen. Hier gaan mogelijk nog aanvullende kosten bijkomen voor de daadwerkelijke inrichting van de Gemeenschappelijke Regeling. Deze zijn op dit moment nog niet inzichtelijk maar worden betrokken bij het besluit voor oprichting van de regeling.

Bijstandsuitgaven en BUIG-uitkering (- € 1.506.000 incidenteel)

Uit analyse blijkt dat de uitgaven voor uitkering structureel hoger is dan begroot (€ 719.000). Daar tegenover staat dat de BUIG uitkering van het Rijk aanzienlijk is verhoogd (€ 2,225 miljoen). Daar passen we de begroting op aan. In deze Kadernota zijn voor het jaar 2026 de verhogingen incidenteel verwerkt. Er wordt onderzoek gedaan naar de bestedingen in de afgelopen 5 jaar. Op basis van de uitkomsten wordt een prognose gemaakt voor de komende 5 jaar, om te beoordelen of dit structureel verwerkt kan worden, passend bij het principe van realistisch begroten.

18

Overige Sociaal (2026: € 399.000, daarna € 349.000 structureel)

Voor de uitvoering van de motie ‘Reiskostentegemoetkoming re-integratie en inburgering is een extra budget opgenomen. Hierdoor is het mogelijk de vanaf km-grens van 10 km naar 4 km te verlagen. Een budgetbijstelling is noodzakelijk door de aangenomen motie ‘Reiskostentegemoetkoming beleidsregels re-integratie Participatiewet’ die de gemeenteraad op 1 oktober 2024 heeft aangenomen. Waardoor meer mensen in aanmerking komen voor de tegemoetkoming en er meer kilometers worden vergoed, waardoor de totale kosten stijgen (€ 75.000). Voor de uitvoering van Nieuw Beschut is € 100.000 jaarlijks te weinig begroot. De kosten stijgen jaarlijks, maar de begroting is hier nooit op aangepast. Met deze budgetbijstelling worden de uitgaven meer realistisch begroot. Voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en heffingen is een budgetverhoging van € 80.000 nodig, omdat de uitgaven in 2024 aanzienlijk zijn gestegen. Conform de huidige werkwijze betrekken wij deze uitgaven bij de berekening van de kostendekkende afvalstoffen- en rioolheffing in 2026. Verder worden noodzakelijke ICT-uitgaven gedaan (€ 175.000) om de kwaliteit van de dienstverlening te handhaven (regiesysteem en GWS-suite). We houden de waardering van de mantelzorgers op het huidige niveau, namelijk € 100,- per mantelzorger (€ 20.000).

Om uitvoering te kunnen geven aan de aangenomen motie “Kosten aanvraag gehandicaptenparkeerkaart (GPK) en -parkeerplaats (GPP)” is een bedrag aan gederfde inkomsten verwerkt in de Kadernota (€ 29.000). Na de besluitvorming van de gemeenteraad kan dit worden meegenomen in de Legesverordening 2026 die we eind 2025 aan de gemeenteraad voorleggen.

19

Programma 5 Samenleven 20

Programma 5 Samenleven Jeugdfonds sport en cultuur (€ 75.000 structureel)

Het Jeugdfonds sport en cultuur is opgericht vanuit de ambitie ‘iedereen doet mee.’ Structureel is hiervoor een budget begroot van € 25.000. Door het succes van dit fonds bedragen de jaarlijkse uitgaven veel hoger, namelijk € 100.000. Kadernota wordt dit aangevuld door een extra budget op te nemen van € 75.000 structureel omdat het college dit succesvolle beleid graag verder voortzet en de deelname aan de samenleving verder bevordert.

Kikkerfort (€ 270.000 structureel)

Voor het Kikkerfort is vanaf 2026 een structureel extra budget nodig van € 170.000 in verband met hogere energielasten. De huidige budgetten zijn nog gebaseerd op oude energieprijzen. Daarnaast is een extra budget opgenomen om de gestegen personeelslasten als gevolg van aangescherpte regelgeving in zwembaden op te vangen (€ 100.000). Deze kostenstijgingen zijn onontkoombaar en budgetbijstelling is hiervoor noodzakelijk.

Sportinventaris (€ 30.000 structureel)

Voor de sportinventaris is vanaf 2026 een structureel extra budget nodig van € 30.000 om te voldoen aan de wettelijke verplichting tot inspectie, onderhoud en reparatie van sporttoestellen en -inventaris. Het huidige budget is ontoereikend, waardoor een structurele verhoging noodzakelijk is.

Formatie onderwijshuisvesting (€ 100.000 structureel)

De formatieve bezetting voor onderwijshuisvesting is te laag om uitvoering te geven aan het door de raad vastgestelde Integraal huisvestingsplan (IHP). Extra capaciteit is noodzakelijk om de ambities uit het plan te realiseren. Daarom is € 100.000 structureel opgenomen in de kadernota. Deze budgetbijstelling is nodig om de begroting in lijn te brengen met de werkelijke kosten en de ambities uit het IHP te realiseren.

Overige Samenleven (€ 65.000 structureel)

De gemeente dient als een goede huisvader te zorgen voor de kunstcollectie en kunst in openbare ruimte Vanwege de kostenstijging door inflatie verwachten wij dat € 25.000 meer nodig is voor het beheer en onderhoud van de kunstcollectie en openbare ruimte. Voor de toename van het aantal aanvragen bij stichting Leergeld is een extra budget nodig van € 25.000. Voor de uitvoering van de motie Verzoek extra subsidie Sinterklaasoptochten nemen we € 15.000 vanaf 2026 op in onze begroting. De uitvoering van de motie Koesteren evenementen met maatschappelijke meerwaarde is als p.m. opgenomen.

21

Strategisch financieel beleid 2027 - 2029 In dit hoofdstuk is een prognose opgenomen voor ons incidenteel en ons structureel weerstandsvermogen op basis van de in de Kadernota beschreven maatregelen. Met ons gedegen strategische financiële beleid weten we het financiële ravijn, dat door het kabinet is gecreëerd, te overbruggen. Reserves zijn aangesproken op een verantwoorde manier, waardoor bezuinigingen niet nodig zijn.

Incidenteel weerstandsvermogen

In de concept Jaarstukken 2024 is in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing een benodigd weerstandsvermogen van € 9,8 miljoen berekend. In deze Kadernota hanteren we deze omvang van ons weerstandsvermogen, met een weerstandsratio van 1 als ondergrens. Voor de overbrugging van de ravijnjaren is het nodig om onze algemene reserve als incidentele dekkingsbron in te zetten. Op basis van de nu bekende uitgangspunten verwachten wij dat ons weerstandsratio in de komende jaren boven de 1,0 blijft uitkomen. Indien het geprognosticeerde begrotingsresultaat in de komende jaren in positieve zin afwijkt van het onderstaande beeld dan zetten wij deze ruimte in om onze algemene reserve minder te verlagen. Kadernota 2025 - 2029 (bedragen x € 1.000)

2025 *1

2026

2027

2028

2029

Beginstand Algemene Reserve

16.571

19.883

15.769

12.976

12.210

Algemene reserve weerstandratio 1

9.800

9.800

9.800

9.800

9.800

Algemene reserve vrijdeel

6.771

10.083

5.969

3.176

2.410

Mutaties jaarrekening 2024

1.162

-

-

-

-

Mutaties begroting 2025

38

-

-

-

-

Begrotingsresultaat

2.112

-4.114

-2.793

-766

167

Eindstand Algemene Reserve

19.883

15.769

12.976

12.210

12.377

Benodigde weerstandscapaciteit

-9.800

-9.800

-9.800

-9.800

-9.800

Ratio weerstandsvermogen

-2,03

-1,61

-1,32

-1,25

-1,26

(conform Jaarrekening 2024)

*1) De mutaties opgenomen in de kolom 2025 zijn gebaseerd op de concept jaarrekening 2024 en de mutaties opgenomen in het raadsvoorstel: ‘Nieuwe financiële techniek wegenbeheer en bestemmingsreserve onderhoud wegen’ (gemeenteraad 13 mei 2025). De gemeenteraad heeft op 13 mei 2025 ingestemd met het voorstel Nieuwe financiële techniek wegenbeheer en bestemmingsreserve onderhoud wegen. Met onder andere de instelling van de reserve Financiering versterken wij onze totale reservepositie. In de Programmabegroting 2025 – 2028 zijn de investeringen voor de verplaatsing en de aanleg van het Sportpark Zuilense Vecht opgenomen (€ 5,7 miljoen). Tevens is er een lopende grondexploitatie voor Zuilense Vecht (woningbouwdeel) opgenomen. Voorzichtigheidshalve is de netto-opbrengst van deze grondexploitatie nog niet toegevoegd aan de algemene reserve Grondexploitaties (€ 4,2 miljoen). Gelet op de omvang van deze reservemutatie benoemen we die in de Kadernota en nemen de mutatie in de Programmabegroting 2026 – 2029 op in het jaar 2028. Deze mutatie in 2028 heeft een positief effect op onze totale reservepositie.

22

Structureel weerstandsvermogen

In de Programmabegroting 2025 – 2028 is voor de jaren na 2025 een structureel weerstandsvermogen beschikbaar. Om te komen tot een sluitende begroting 2029 stellen we u voor om het structurele weerstandsvermogen in 2029 (€ 1,9 miljoen) volledig in te zetten als dekkingsmiddel. In de jaren 2026 tot en met 2028 is het structureel weerstandsvermogen nog beschikbaar om de benoemde risico’s op te kunnen vangen. In de Programmabegroting 2026 – 2029 zullen we voor 2026 tot en met 2028 de benodigde omvang van het structureel weerstandsvermogen bepalen.

23

Toelichting Autonome ontwikkelingen & dekkingsmogelijkheden Wij geven hieronder een korte toelichting op de autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

2026

2027

2028

2029

Septembercirculaire 2024 (RIB 24-10-2024)

4.350

4.389

4.196

4.148

Decembercirculaire 2024 (RIB 30-01-2024)

253

422

585

752

Totaal Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

4.602

4.812

4.781

4.901

(bedragen x € 1.000)

In deze Kadernota hebben wij de september- en decembercirculaire 2024 gebruikt voor de indicatieve begrotingsprognose voor 2026 - 2029. Intussen blijft de VNG zich inzetten voor een betere financiële positie van gemeenten, waarbij taken en middelen in balans zijn. In de Voorjaarsnota geeft het kabinet aan gemeenten deels tegemoet te komen voor de nieuwe financieringssystematiek in het Gemeentefonds vanaf 2026 en de Jeugdzorg. Op dit moment weten we nog niet hoe de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten zich ontwikkelt of hoe die er straks uit gaat zien. De Meicirculaire 2025 komt pas beschikbaar na het opstellen van de Kadernota 2026. Deze circulaire betrekken we bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 - 2029.

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

2026

2027

2028

2029

Raming loonindexering

-1.958

-1.958

-1.958

-1.958

Raming prijsindexering

-1.753

-1.753

-1.753

-1.753

Raming indexeringen Gemeenschappelijke Regelingen

-396

-396

-396

-396

Raming indexeringen subsidies

-262

-262

-262

-262

Rente

pm

pm

pm

pm

-4.370

-4.370

-4.370

-4.370

(bedragen x € 1.000)

Totaal Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

Indexering

In het hoofdstuk ‘Uitgangspunten’ staat beschreven welke indexatie is toegepast. Dit resulteert in 2026 in een structurele begrotingsbijstelling van de loonsom van € 2,0 miljoen. Vanwege de gestegen prijzen verwachten wij een bijstelling van onze prijsgevoelige exploitatiebudgetten van € 1,8 miljoen. Ook gemeenschappelijke regelingen krijgen te maken met hogere loon- en prijsindexaties. Dit resulteert in een structurele begrotingsbijstelling van € 396.000. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2026 - 2029 gaan we voor onze bijdrage uit van de vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. De indexering van de subsidies leidt tot een structurele bijstelling van de begroting met € 262.000.

Rente

In deze Kadernota is een aantal maatregelen beschreven om te komen tot een realistische prognose voor ons totale gemeentelijke investeringsvolume en de versterking van onze reservepositie. Op basis van de beschreven uitgangspunten zal de Programmabegroting 2026 – 2029 worden opgesteld. In de begroting zullen wij de omslagrente actualiseren. Hierbij houden wij rekening met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording).

24

F. Dekkingsmogelijkheden (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

F1. Uitgaven verlagen

2.149

2.149

2.149

2.149

Indexering overige bedrijfslasten naar 0%

1.753

1.753

1.753

1.753

Besparingsopgave Verbonden partijen (geen prijsindexatie 2,8%)

396

396

396

396

F2. Inkomsten verhogen

464

464

464

464

Tariefsverhoging belastingen - inflatievolgend

464

464

464

464

F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen

-

-

-

1.947

Mutatie Structureel weerstandsvermogen

-

-

-

1.947

F4. Anticiperen hogere algemene uitkering

1.000

1.000

1.000

1.000

Anticiperen hogere algemene uitkering

1.000

1.000

1.000

1.000

F5. Financieringsmethodiek (wegen)

1.777

1.639

1.506

1.372

Aanpassing financieringsmethodiek (wegen)

1.777

1.639

1.506

1.372

F6. Financieel plafond Investeringen

1.000

1.000

1.000

-

Financieel plafond Investeringen

1.000

1.000

1.000

-

Totaal Dekkingsmogelijkheden

6.391

6.253

6.120

6.933

1. Het verlagen van uitgaven Lasten niet indexeren In de Kadernota 2026 is als dekkingsmogelijkheid rekening gehouden met het niet indexeren van de materiële prijsgevoelige budgetten. Dit betekent dat we in 2026 bezuinigen op de interne reguliere budgetten. Dit levert een besparing op van € 1,75 miljoen. Deze dekkingsmogelijkheid is ook ingezet om de begroting van 2025 mede sluitend te maken. Hiermee is de maximale inzetbaarheid van deze dekkingsvorm bereikt. Indien nodig informeren wij u via de Bestuursrapportages op totaal niveau over budgetten waarbij een aanpassing voor de gestegen prijzen toch noodzakelijk is. Besparingsopgave Verbonden partijen Net als andere gemeenten benadrukken wij in onze zienswijzen dat gemeenten vanaf 2026 voor een bezuinigingsopgave staan als gevolg van de kortingen op het Gemeentefonds (ravijnjaren). Bij een bezuinigingsopgave verwachten we dat gemeenschappelijke regelingen naar evenredigheid mee gaan bezuinigen. In deze Kadernota is een structurele besparingsopgave voor gemeenschappelijke regelingen opgenomen van 2,8% (ongeveer € 0,4 miljoen). De realisatie van deze besparingsopgave is afhankelijk van de besluitvorming door de besturen van gemeenschappelijke regelingen. Niet alle gemeenschappelijke regelingen zijn vergelijkbaar. We betrekken de besluitvorming bij de opstelling van de Bestuursrapportage. 2.

Het verhogen van inkomsten Belastingverhogingen We verhogen de belastingen alleen volgend aan de inflatie. De gedragslijn is dat we 70% van de indexatie dekking uit de algemene uitkering en 30% uit de indexatie van de belastingen. We stellen voor om de OZB, RZB, parkeerbelasting, precariobelasting en de toeristen- en forensenbelasting te verhogen met het algemene indexcijfer van 2,8%.

25

3. Het inzetten van algemene dekkingsmiddelen Structureel weerstandsvermogen In de Programmabegroting 2025 – 2028 is voor de jaren na 2025 een structureel weerstandsvermogen opgenomen om in onzekere financiële tijden een beroep op te kunnen doen. Onze begroting is gevoelig voor ontwikkelingen waar we zelf geen directe invloed op hebben, zoals schommelingen in het gemeentefonds en stijgende rente, met mogelijk nadelige effecten op ons structureel resultaat. Door een buffer aan te houden, voorkomen we dat we ongewenst ineens grote bezuinigingen moeten doorvoeren met grote nadelige maatschappelijke effecten. Het structurele weerstandsvermogen dient om in de begroting wendbaar te zijn voor deze structurele risico’s en voorkomt dat maatschappelijke en operationele activiteiten onder druk komen te staan, indien zich een risicovolle ontwikkeling daadwerkelijk voordoet. Om te komen tot een sluitende begroting 2029 stellen we u voor om het structurele weerstandsvermogen in 2029 (€ 1,9 miljoen) volledig in te zetten als dekkingsmiddel. In de jaren 2026 tot en met 2028 is het structureel weerstandsvermogen nog beschikbaar om de benoemde risico’s op te kunnen vangen. In de Programmabegroting 2026 – 2029 zullen we voor 2026 tot en met 2028 de benodigde omvang van het structureel weerstandsvermogen bepalen. 4.

Anticiperen hogere algemene uitkering Wij anticiperen op een hogere algemene uitkering bij de Meicirculaire 2025, dit gelet op de VNG-lobby over de ravijnjaren en de financieringswijze van de Jeugdzorg. Deze hogere algemene uitkering van € 1 miljoen is exclusief eventuele loon- en prijscompensatie en specifieke compensatie voor de Jeugdzorg. Op basis van de nu bekende informatie uit de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk is de verwachting dat dit bedrag ook zal worden toegekend in de Meicirculaire 2025. De Meicirculaire 2025 verwerken wij in de Programmabegroting 2026 - 2029. 5. Financieringsmethodiek (wegen) De voorziening wegen is opgeheven in de jaarrekening 2024, conform het Raadsbesluit 17 december 2024. Zodoende valt de voorziening vrij en is het resterende saldo toegevoegd aan de bestemmingsreserve Onderhoud Wegen op 31-12-2024. Voor verwerking van de kosten van groot onderhoud zijn er volgens het BBV drie boekingsmethoden, namelijk als investering, als voorziening en als exploitatiebudget. De Raad heeft op 13 mei 2025 besloten dat wat we op dit moment groot onderhoud noemen, in financieel opzicht als (vervangings-)investering verwerkt gaat worden met ingang van 1 januari 2025. Afhankelijk van het type investering (toplaag asfalt, elementenconstructie/onderlaag asfalt, fundering) wordt een juiste afschrijvingstermijn toegepast. Dit wordt de componentenbenadering genoemd.

Als gevolg van de toepassing van deze methodiek, vervalt de inzet van de bestemmingsreserve Onderhoud wegen. De bestemmingsreserve onderhoud wegen en de kapitaaldekkingsreserve zijn per 1-1-2025 omgezet naar een reserve financiering. De reserve financiering is dan onderdeel van het eigen vermogen en vormt een tegenhanger van de omvangrijke leningenportefeuille, die nodig is voor alle benodigde investeringen de komende tijd. Deze omzettingen hebben gevolgen voor de exploitatielasten vanaf 1-1-2025: • Wegvallen dotatie voorziening (voordeel) • Wegvallen vrijval kapitaaldekkingsreserve (nadeel) • Toename kapitaallasten door vervangingsinvesteringen (nadeel) • Toename budget klein onderhoud (nadeel) Het saldo van deze mutaties is opgenomen onder de regel F5. Financieringsmethodiek (wegen). 6. Financieel plafond investeringen Al enkele jaren wordt geconstateerd dat er sprake is van planningsoptimisme en dat het te realiseren investeringsvolume per jaarschijf fors, zo’n 50%, lager uitvalt. Hierdoor valt er al enige tijd op rij ruim € 1 miljoen aan kapitaallasten vrij in de exploitatie. Voor de financiële doorrekening van de kapitaallasten wordt er vanaf 2026 rekening gehouden met een plafond dat recht doet aan de uitvoeringscapaciteit.

Op basis van de realisaties van afgelopen jaren, de lichte waarneembare stijging en de effecten van de investeringen IHP, wordt ingeschat dat een investeringsvolume van € 45 miljoen in 2026 en van € 55 miljoen in 2027 en verder, realistisch is. Dit betekent dat de kapitaallasten met € 1 Miljoen lager begroot

26

kunnen worden in de jaren 2026 t/m 2028. De doorrekening van 2029 is minder betrouwbaar omdat deze verder in de tijd ligt, voorzichtigheidshalve nemen we geen verwacht voordeel in dit jaar op. Een overzicht van de aangevraagde investering 2026 en rompkredieten wegen is opgenomen in bijlage 2. Het volume van de ambities in bedraagt ruim € 28 miljoen in 2026. Samen met de investeringen die er al zijn en mogelijkerwijs worden overgeheveld uit 2025, wordt voor de begroting 2026 een fasering uitgewerkt waarbij het plafond van € 45 miljoen voor 2026 het uitgangspunt is.

27

Bijlage 1 - Financieel overzicht Kadernota 2026 Kadernota 2026-2029 (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

A. Startpositie: Programmabegroting 2025-2025

-6.487

-5.978

-4.025

-4.025

Septembercirculaire 2024 (RIB 24-10-2024)

4.350

4.389

4.196

4.148

Decembercirculaire 2024 (RIB 30-01-2025)

253

422

585

752

B. Totaal effect ontwikkelingen gemeentefonds

4.602

4.812

4.781

4.901

Raming loonindexering

-1.958

-1.958

-1.958

-1.958

Raming prijsindexering

-1.753

-1.753

-1.753

-1.753

Raming indexeringen Gemeenschappelijke Regelingen

-396

-396

-396

-396

Raming indexeringen subsidies

-262

-262

-262

-262

Opstellen realistische investeringsplanning

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Diverse kleine mutaties

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

C. Totaal effect Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

-4.370

-4.370

-4.370

-4.370

Kadernota 2025 Veiligheid: verharding criminaliteit / jongerenwerk exploitatie

-100

-100

-100

-100

Kadernota 2025 Autonome ontwikkelingen: Beheer en onderhoud kunstcollectie / kunst openbare ruimte

-25

-25

-25

-25

Organisatieontwikkeling, effectevaluatie

-253

-253

-253

-253

Compliance wetgeving

-1.150

-600

-600

-600

Informatiebeheer (incl. beheerder Office 365)

-638

-238

-238

-238

Bedrijfsvoering D&I nieuwe software incl.techn. ondersteuning businessonderdelen

-130

-80

-80

-80

Dienstverlening Mijn omgeving/website

-100

-75

-75

-75

Participatie

-25

-25

-25

-25

Bedrijfsvoering overig

-45

-45

-45

-45

(Implementatie) Omgevingswet

-889

-587

-451

-451

Netcongestie

-125

-125

-125

-125

Solide organisatie

-102

-102

-

-

Overige Ruimte

-856

-391

-391

-391

Vorming Stichting t.b.v. wijkteams en toegang (Berenschot, medio april 2025)

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

D. Beleidswensen

28

Ontwikkeling voorveld in relatie tot wegvallen IZA-GALA

-150

-

-

-

Ontwikkeling samenwerking Utrecht West

-254

-

-

-

Overige Samenleven

-914

-864

-864

-864

Bijstandsuitkeringen en BUIG-uitkering

1.506

-

-

-

E. Totaal effect Beleidswensen

-4.250

-3.510

-3.272

-3.272

F1. Uitgaven verlagen

2.149

2.149

2.149

2.149

Indexering overige bedrijfslasten naar 0%

1.753

1.753

1.753

1.753

Besparingsopgave Verbonden partijen (geen prijsindexatie 2,8%)

396

396

396

396

F2. Inkomsten inflatievolgend verhogen

464

464

464

464

Tariefsverhoging belastingen - inflatievolgend

464

464

464

464

F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen

-0

-0

-0

1.947

Mutatie Structureel weerstandsvermogen

-

-

-

1.947

F4. Anticiperen hogere algemene uitkering

1.000

1.000

1.000

1.000

Anticiperen hogere algemene uitkering

1.000

1.000

1.000

1.000

F5. Financieringsmethodiek (wegen)

1.777

1.639

1.506

1.372

Aanpassing financieringsmethodiek (wegen)

1.777

1.639

1.506

1.372

F6. Financieel plafond Investeringen

1.000

1.000

1.000

-

Financieel plafond Investeringen

1.000

1.000

1.000

-

F. Totaal dekkingsmogelijkheden

6.391

6.253

6.120

6.933

Stand Kadernota 2026 (negatief bedrag = nadeel; positief bedrag = voordeel)

-4.114

-2.973

-766

167

Waarvan incidenteel (exclusief reservemutaties financiering wegen)

-128

p.m.

p.m.

p.m.

Structureel saldo Kadernota 2026-2029

-4.242

-2.793

-766

167

F. Dekkingsmogelijkheden

29

Bijlage 2 - Investeringen Omschrijvingen

Startjaar

Afschrijf termijn

2025

2026

2027

2028

Toekennen / Reserveren

Kwaliteitsimpuls station Breukelen

2026

30

1.500.000

R

Aanbrengen bermverharding 2026-2028

2026

30

300.000

R

Staatsliedenbuurt fase 2

2026

30

800.000

R

Bijdrage in investering geluidsschermen N230

2026

30

1.000.000

R

Jaarlijkse vervanging ondergrondse containers 2026

2026

15

210.000

R

Jaarlijkse vervanging mini-containers 2026

2026

15

70.000

R

Noodzakelijke verkeersmaatregelen 2026

2026

30

1.500.000

R

Vervangingsbudget verkeersregelinstallaties 2026

2026

15

765.000

R

Investeringen IHP projecten onderwijs (6,5 Mio in 26; 13 Mio 26; 3 x 6,5 27; rest 28)

2028

50

Investeringen IHP projecten onderwijs (6,5 Mio in 26; 13 Mio 26; 3 x 6,5 27; rest 28)

2027

60

Investeringen IHP projecten onderwijs (6,5 Mio in 26; 13 Mio 26; 3 x 6,5 27; rest 28)

2026

60

13.000.000

R

Investeringen IHP projecten onderwijs (6,5 Mio in 26; 13 Mio 26; 3 x 6,5 27; rest 28)

2026

60

6.500.000

R

2026

10

110.000

R

Investeringen van R naar T Fysiek

Samenleving 1.577.000 19.500.000

R R

Investeringen nieuwe (prio lijst) Autonome ontwikkelingen: Investeren buitensportaccommodatie + Beweegtoestellen gym- en sporthallen Renovatie Boom en Bosch

25

R

Investeringen vanuit ruimte Centrumplan Breukelen (Hazeslinger, Kerkbrink)

2026

30

100.000

R

Bloemstede Maarssen

2026

30

100.000

R

Weegbrug afvalscheidingsstation

2026

20

70.000

R

Geluidsscherm Bloemstede - Ruimtekwartier

2025

30

1.100.000

BPW Maarsseveensevaart

2025

20

1.036.489

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed

2026

20

Verduurzaming gemeentelijk vastgoed

2027

20

Kunstgrasveld (trapveld) kockengen

2026

15

Totaal kapitaallasten

R 1.800.000

R

575.000

R 575.000

35.000 2.136.489

28.435.000

20.075.000

1.577.000

30

Omschrijvingen

Startjaar

Afschrijf termijn

2025

2026

2027

2028

Toekennen / Reserveren

Investering lichtgroen behoort mogelijkerwijs tot rompbudget wegen Toplaag Asfalt wegen

2025

15

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

T

Toplaag Elementen wegen

2025

30

3.000.000

3.000.000

3.000.000

3.000.000

T

6.000.000

6.000.000

6.000.000

6.000.000

Totaal kapitaallasten

Investeringen onder rompkrediet Investeringen vanuit ruimte Fietspad Oostkanaaldijk Breukelen

2026

30

50.000

Vreelandseweg - Nigtevechtseweg

2026

30

450.000

Voorbereiding Portengen-GieltjesdorpSchenkeldijk

2026

30

400.000

Overig volgens MJOP

2026

30

5.100.000

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2870/documents/59884