CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2025_Raad.pdf

Raad 9 juli 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5.: Kadernota 20258.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota 2025

Inhoudsopgave Aanbieding ............................................................................................................................................... 3 Financieel beeld ...................................................................................................................................... 5 Uitgangspunten Kadernota 2025 ............................................................................................................. 8 Ontwikkelingen per programma............................................................................................................... 9 Financieel overzicht programma's ......................................................................................................... 10 Programma 1 Bestuur ........................................................................................................................... 11 Programma 2 Veiligheid ........................................................................................................................ 13 Programma 3 Fysiek ............................................................................................................................. 14 Programma 4 Sociaal ............................................................................................................................

15 Programma 5 Samenleven .................................................................................................................... 17 Toelichting autonome ontwikkelingen en dekkingsmogelijkheden ........................................................ 18 Strategisch financieel beleid 2026 - 2029 ............................................................................................. 21 Scenario’s meerjarenperspectief 2026 - 2029....................................................................................... 22 Bijlage - Financieel overzicht Kadernota 2025 ...................................................................................... 24

2

Aanbieding Voor u ligt de Kadernota 2025. In de Kadernota geeft de gemeenteraad richting voor de plannen voor de komende jaren en ook hoeveel geld de gemeente daaraan uitgeeft. Met het vaststellen van de Kadernota wordt toegewerkt naar de Programmabegroting 2025 - 2028. Die wordt in het najaar aan de raad aangeboden. De budgetten voor de uitvoering worden vrijgegeven bij de vaststelling van de Programmabegroting 2025 - 2028 door de raad.

Financiële onzekerheden bij het opstellen van deze Kadernota Met deze Kadernota presenteren wij voor 2025 een structureel sluitende begroting. Daarbij moeten we de kanttekening maken, dat deze Kadernota is opgesteld onder onzekere financiële omstandigheden. Er is namelijk nog niet duidelijk wat de hoogte wordt van de rijksbijdrage aan het gemeentefonds om de tekorten bij gemeenten te compenseren. Nu de kabinetsformatie nog niet is afgerond, is nog onduidelijk of de door het demissionaire kabinet op 15 april aangeboden Voorjaarsnota 2024 wordt vastgesteld. We hebben er daarom voor gekozen de Kadernota 2025 te baseren op de feitelijke informatie die er nú is, dus zonder de effecten van de Voorjaarsnota 2024 van het demissionaire kabinet. Pas na het verschijnen van de meicirculaire verwachten we definitieve duidelijkheid over de hoogte van de rijksbijdrage aan het gemeentefonds. De consequenties van de meicirculaire voor onze gemeente presenteren we in een afzonderlijke allonge bij dit raadsvoorstel en betrekken we bij de Programmabegroting 2025 - 2028 die na de zomer aan u wordt voorgelegd. Voorjaarsnota 2024 demissionaire kabinet Gemeenten, vertegenwoordigd door de VNG, blijven zich onverkort inzetten voor een betere financiële positie van gemeenten, waarbij taken en middelen in balans zijn.

De VNG richt zich op het demissionaire kabinet en de partijen die betrokken zijn bij de kabinetsformatie. Inmiddels zijn in de Voorjaarsnota 2024 een aantal gunstige toezeggingen gedaan aan gemeenten, waaronder het structureel schrappen van de oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen. Het kabinet vraagt daarvoor wel een prijs: in 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Vanaf 2026 stijgt het gemeentefonds structureel met € 750 miljoen oplopend tot ongeveer € 1 miljard in 2029. Voor Stichtse Vecht betekent dit een mogelijk negatief effect voor het jaar 2025 van ca. € 2 miljoen en een positief effect van ca. € 2,0 miljoen voor de jaren 2026 en verder. Financiële keuzes Gezien de onzekere financiële vooruitzichten, realiseren we ons dat het onvermijdelijk is om scherpe keuzes te maken. Daarbij is onze strategie om in te zetten op de dienstverlening aan onze inwoners, het voldoen aan wettelijke taken en het behouden van het ‘fundament op orde’ waar de afgelopen jaren zo hard aan is gewerkt. En natuurlijk blijven we werken aan de belangrijkste ambities uit het Coalitieakkoord 2022-2026, binnen de financiële mogelijkheden die er de komende jaren zijn. Zo blijven we bijvoorbeeld inzetten op de ontwikkeling van een Vitaal Platteland en een goed (financieel) beleid voor passende zorg en ondersteuning voor onze meer kwetsbare inwoners.

Verder gaan we investeren in het opknappen van het 40 jaar oude park Maarssenbroek. En om inwoners meer te betrekken bij het werk in de gemeente willen we investeren in audiovisuele middelen in Boom en Bosch, zodat commissie- en raadsvergaderingen digitaal gevolgd kunnen worden. Voorts hebben we in deze Kadernota de effecten verwerkt van het afschaffen van de hondenbelasting vanaf 2025. Scenario's Op verzoek van onze toezichthouder, de provincie, hebben we alvast vooruit gekeken mocht de situatie zich voordoen dat de tekorten niet worden gecompenseerd door het Rijk. In deze Kadernota is daarom een aantal scenario’s benoemd voor de jaren vanaf 2026. In deze scenario’s wordt een beeld geschetst van de mogelijkheden die de gemeente heeft om deze jaren ook structureel sluitend te maken. Bij de uit te werken scenario’s concentreren wij ons op het scenario, waarin het Rijk de financiële afspraken die nu voorliggen handhaaft en op het scenario waarbij maximaal 33% van het eerdere referentiebedrag van € 3 miljard uitname uit het gemeentefonds wordt gecompenseerd. De beoogde einddatum van de uitwerking van deze scenario’s is februari 2025, zodat deze kan worden betrokken bij de Kadernota 2026. Tegen die tijd zal er hoogstwaarschijnlijk een nieuw kabinet zijn aangetreden, waardoor er voor gemeenten hopelijk meer financiële duidelijkheid komt.

3

Solide en toekomstbestendig financieel beleid Het is onze verantwoordelijkheid te zorgen voor een solide en toekomstbestendig financieel beleid. Er wordt op dit moment gewerkt aan een nota strategisch financieel beleid, dat na de Kadernota – maar voor de Programmabegroting – wordt aangeboden aan uw raad.

Realistisch ambitieniveau en verder bouwen aan een stevig fundament We blijven de komende jaren verder bouwen aan een stevig fundament. We werken aan het versterken van de balans tussen het realiseren van bestuurlijke ambities, een solide financiële positie en een stevige ambtelijke organisatie.

4

Financieel beeld Samenvatting Het financiële uitgangspunt voor de Kadernota 2025 is dat we de begroting voor 2025 structureel laten sluiten. We willen daarbij invulling geven aan de belangrijkste opgaven van het coalitieakkoord, zoals ontwikkeling van een Vitaal platteland en passende zorg en ondersteuning. We houden daarnaast rekening met de huidige financiële ontwikkelingen, zoals de inflatie en stijging van de rentekosten. Het college heeft er voor gekozen om in deze Kadernota een doorkijk te geven naar 2029. Dit met het oog dat we volgend jaar een structureel sluitende begroting in 2026 of 2029 moeten presenteren. Kadernota 2025-2029 (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

A. Startpositie: Programmabegroting 2024-2027

-600

6.271

7.391

6.087

6.087

Autonome- en beleidsontwikkeling B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

-5.207 -4.940 -7.022 -9.338 -9.338

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

5.868

6.549

6.569

6.909

-

-

-

-

-

E. Beleidswensen

4.863

3.628

3.538

3.710

4.231

Totaal autonome- en beleidsontwikkeling

5.524

5.237

3.086

1.281

1.802

D. Fundament op orde

6.909

Dekkingsmogelijkheden F1. Uitgaven verlagen F2. Inkomsten verhogen

-1.273 -1.273 -1.273 -1.273 -1.273 -507

-507

-507

-507

-507

F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen

-3.413 -2.339 -2.828 -2.651 -2.431

Totaal dekkingsmogelijkheden

-5.193 -4.119 -4.608 -4.431 -4.211

Stand Kadernota 2025 (negatief bedrag = voordeel; positief bedrag = nadeel)

-268

7.389

5.869

2.937

3.678

waarvan incidenteel

-15

-15

-

-

-

Structureel saldo Kadernota 2025-2029

-283

7.374

5.869

2.937

3.678

Ontwikkeling gemeentefonds – Voorjaarsnota Rijk 2024 Op 15 april 2024 is de Voorjaarsnota (VJN) van het Rijk 2024 bekend geworden. Deze moet de Tweede kamer nog vaststellen en wordt daarna verwerkt in de meicirculaire 2024. Uitgaande van de VJN Rijk 2024 wordt voor Stichtse Vecht een negatief effect verwacht voor het jaar 2025 van ca. € 2,0 miljoen en een positief effect van € 2,0 miljoen voor de jaren 2026 e.v. Als uitgangspunt van deze Kadernota 2025 gaan we uit van de nu bekende feiten, dus zonder het effect van de VJN Rijk 2024. Dit betekent dat het uitgangspunt deze Kadernota een sluitende begroting in het jaar 2025 en tekorten in de jaren 2026 - 2028 is. Mochten de verwachtingen van de VJN Rijk 2024 verwerkt worden in de meicirculaire, dan wordt het uitgangspunt in de begroting 2025 dat het jaar 2028 structureel sluitend wordt opgesteld en de jaren 2025 – 2027 een tekort laten zien. Als deze verwachting uitkomt, is het voornemen van het college om het tekort van 2025 incidenteel te dekken uit de Algemene Reserve. Daarbij gaan we er nu vooralsnog vanuit dat deze incidentele dekking ook toegestaan zal worden door de toezichthouder. Uiteraard zullen wij dit punt bij de begroting expliciet maken en toelichten, omdat dit nog geen onderdeel uitmaakt van deze kadernota.

Voorwaarden voor een structureel sluitende begroting in 2025 zijn: • De maatregelen voorveld uitgevoerd worden volgens scenario 2 “Activeren inwoners”. Bij scenario 2 is er geen aanvullend budget nodig voor de benodigde investering. Dit, door het anders inzetten van de al bestaande budgetten. We kunnen dan wel in de verwerking rekening houden met de verwachte positieve effecten. • De inzet van het gehele structurele weerstandsvermogen van € 3,4 miljoen in 2025, zoals nu opgenomen in de begroting.

5

Scenario's voor de periode 2026-2029 Zoals bekend zijn de tekorten bij de gemeenten vanaf 2026 groot doordat het Rijk nog geen besluit heeft genomen over eventuele compensatie van deze tekorten. Gezien de lopende kabinetsformatie is het niet de verwachting dat deze compensatie er geheel komt of dat deze op korte termijn bekend is. In deze Kadernota hebben we daarom een aantal scenario’s geschetst voor de jaren vanaf 2026: diverse mogelijkheden die de gemeente heeft om deze jaren ook structureel sluitend te krijgen als het Rijk niet of onvoldoende compenseert.

Autonome- en beleidsontwikkelingen Er is gewerkt bij het opstellen van deze Kadernota met prioritering van alle bekende ontwikkelingen die de komende periode spelen bij de gemeente. We hebben daarbij de belangrijkste prioriteiten verwerkt. Van de andere prioriteiten is vastgesteld dat deze wenselijk zijn, maar dat de gemeente op dit moment het geld mist om deze uit te voeren. We stellen voor om deze ontwikkelingen (voorlopig) binnen bestaande budgetten op te vangen. In de afgelopen jaren is er zowel bij de mei- als septembercirculaires extra middelen ontvangen van het Rijk. Deze middelen kunnen ook ingezet worden voor het uitvoeren van deze ontwikkelingen. De gemeente loopt hierbij echter wel het risico dat de ontwikkelingen niet binnen bestaande budgetten kunnen worden opgevangen en er geen resp. onvoldoende extra middelen in de circulaires bijkomen. Eventuele overschrijdingen worden gemeld in de Berap 2025 en verwerkt in de jaarrekening 2025. We hebben in de Kadernota onderscheid gemaakt tussen autonome ontwikkelingen en beleidswensen. Deze worden toegelicht in deze Kadernota. De uitkomsten van de meicirculaire van 2024 zijn nu nog niet bekend en worden in de Programmabegroting 2025 - 2028 opgenomen.

Dekkingsmogelijkheden Om de extra benodigde uitgaven van € 5,5 miljoen in 2025 structureel op te vangen stellen we voor om de indexering van de interne lasten op 0% te zetten. Dit betekent dat we in 2025 bezuinigen op de reguliere budgetten. Wel worden de belastingtarieven, inflatie volgend, met 3,1% verhoogd. Daarnaast stellen wij voor om het gehele structurele weerstandsvermogen van € 3,4 miljoen in te zetten om het resterende tekort in 2025 op te lossen. Het structurele weerstandsvermogen voor de jaren vanaf 2026 blijft wel beschikbaar (zie ook hoofdstuk Strategisch financieel beleid).

P&C Cyclus In de afgelopen jaren zijn er zowel bij de mei- als septembercirculaires extra middelen ontvangen van het Rijk. Wanneer deze middelen beschikbaar komen, zullen deze worden ingezet om eventuele risico’s af te dekken. De gemeente loopt hierbij echter wel het risico, dat de ontwikkelingen niet binnen bestaande budgetten kunnen worden opgevangen en er geen resp. onvoldoende extra middelen in de circulaires bijkomen. Bij de Programmabegroting 2025 - 2028 wordt een procesvoorstel gedaan hoe dit wordt verwerkt in de P&C cyclus 2025.

Strategisch financieel beleid – in ontwikkeling Zoals in de begroting 2024 aangegeven, wordt er gewerkt aan strategisch financieel beleid. Daarbij kan met een aantal indicatoren een beeld geschetst worden van de financiële positie van de gemeente. De verwachting is dat de nota Strategisch financieel beleid na de Kadernota, maar voor de Programmabegroting, ter vaststelling wordt aangeboden aan de raad. In het hoofdstuk Strategisch financieel beleid wordt hier nader op ingegaan.

6

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk gaan we in op de uitgangspunten die bij de Programmabegroting 2025 2028 worden gehanteerd. Per programma is vervolgens een nadere toelichting gegeven op de beleidswensen, die in deze Kadernota zijn opgenomen. Daarna worden de autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden toegelicht. In aparte hoofdstukken wordt vervolgens ingegaan op het strategisch financieel beleid en de scenario's voor 2026 - 2029. In de bijlage is een compleet financieel beeld van deze Kadernota opgenomen. Toelichting tabellen Bij de financiële cijfers worden lasten / nadeel met een positief getal weergegeven en baten / voordeel met een negatief getal. Onttrekkingen uit de reserves zijn voor de exploitatie een bate en dus een negatief getal. Toevoegingen aan de reserves zijn lasten voor de exploitatie en dus een positief getal. Voor de leesbaarheid is gekozen om bedragen af te ronden op € 1.000. Indien daarvan wordt afgeweken, dan wordt dat bij de tabel aangegeven. Het kan gebeuren dat hierdoor bij de tabellen een minimaal verschil optreedt door deze afrondingen.

7

Uitgangspunten Kadernota 2025 Uitgangspunten Kadernota 2025 We gebruiken de volgende uitgangspunten voor het opstellen van de Programmabegroting 2025 2028.

Indexeringen CAO De hoogte van de loonsom in geld (€) wordt bepaald door de toegestane formatie per functie te vermenigvuldigen met de werkgeverslasten, op basis van het schaalmaximum en de meest actuele CAO. De huidige CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. In deze Kadernota is rekening gehouden met een loonstijging in 2025 van 6,6%. Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 2028 gebruiken wij de laatst bekende informatie. Prijsontwikkeling materiële budgetten De prijsontwikkeling wordt op basis van het algemene indexcijfer in 2025 geraamd op 1,6%. In de Kadernota 2025 is als dekkingsmogelijkheid rekening gehouden met het niet indexeren van de materiële prijsgevoelige budgetten. Dit levert een besparing op van € 1,3 miljoen. Gemeenschappelijke regelingen en subsidies Gemeenschappelijke regelingen en maatschappelijke partners zijn ook geconfronteerd met de hoge loon- en prijscompensatie. In de Kadernota 2025 houden we rekening met de al bekende verhogingen van de gemeenschappelijke regelingen. Voor de overige gemeenschappelijke regelingen rekenen we voorlopig op een stijging van 3,1% (dit is een gewogen gemiddelde van de verwachte CAO stijging en de prijsontwikkeling). De verbonden partijen dienen jaarlijks de begroting in bij de gemeenten voor zienswijzen. De door het algemeen bestuur vastgestelde begroting 2025 verwerken we in de gemeentelijke begroting.

Voor de subsidies houden we rekening met een gemiddelde indexering van 3,1%.

Rente De rente is gebaseerd op de werkelijke leningsovereenkomsten. Daarnaast is door de huidige rente ontwikkelingen het rentepercentage, waarmee in de liquiditeitenplanning wordt gerekend voor nieuw af te sluiten overeenkomsten, verhoogd van 2% in de begroting 2023 naar 3% in de begroting 2024. De omslagrente voor de kapitaallasten berekenen we bij het opstellen van de begroting, rekening houdend met de maximaal toegestane bandbreedte volgens de verslaggevingsvoorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording).

Algemene uitkering Bij het opstellen van de Kadernota 2025 is uitgegaan van de september- en decembercirculaire 2023. De financiële effecten van de meicirculaire 2024, die eind mei of begin juni wordt gepubliceerd, kunnen niet meer op tijd worden geanalyseerd om te verwerken in deze Kadernota 2025. De consequenties van de meicirculaire voor onze gemeente presenteren we in een afzonderlijke allonge bij dit raadsvoorstel en betrekken we bij de Programmabegroting 2025 - 2028 die na de zomer aan u wordt voorgelegd.

Indexering belastingen, heffingen en overige inkomsten De belastingen, heffingen en overige inkomsten verhogen we jaarlijks met het algemene indexcijfer van het CPB. Voor 2025 wordt dat 3,1%.

Meerjarenperspectief De baten en lasten in het meerjarenperspectief presenteren we op basis van constante prijzen met prijspeil 2025.

8

Ontwikkelingen per programma

9

Financieel overzicht programma's Financieel overzicht programma's In dit financiële overzicht zijn de beleidswensen, op programma niveau, gepresenteerd. Elk onderwerp wordt in de programmahoofdstukken toegelicht. E. Beleidswensen (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

1.1 Hondenbelasting afschaffen (n.a.v. motie)

311

311

311

311

311

1.2 Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed

PM

PM

PM

PM

PM

1.3 Stemwijzer voor gemeente SV

15

15

0

0

0

1.4 AV Middelen voor Boom en Bosch

27

27

27

27

27

Programma 1 Bestuur:

1.5 Bedrijfsvoering

0

0

0

0

0

353

353

338

338

338

2.1 Implementatie Bibob

54

54

54

54

54

Totaal Programma 2 Veiligheid

54

54

54

54

54

Totaal Programma 1 Bestuur Programma 2 Veiligheid:

Programma 3 Fysiek: 3.1 Park Maarssenbroek - investering

0

58

93

93

93

3.1 Park Maarssenbroek - dekking binnen bestaand budget

0

-58

-93

-93

-93

183

128

78

78

78

0

PM

PM

PM

PM

183

128

78

78

78

8.004

3.2 Vitaal Platteland 3.3. Opstellen realistische investeringsplanning Totaal Programma 3 Fysiek Programma 4 Sociaal: 4.1 Passende zorg en ondersteuning - TIM

7.468

7.249

7.135

7.351

4.1 Passende zorg en ondersteuning - formatie

108

108

108

108

108

4.1 Passende zorg en ondersteuning - besparing

-3.495

-4.456

-4.367

-4.411

-4.543

4.2 Opvang ontheemden

191

191

191

191

191

4.273

3.093

3.068

3.240

3.761

5.1 Opstellen IHP

0

PM

PM

PM

PM

Totaal Programma 5 Samenleven

0

PM

PM

PM

PM

4.863

3.628

3.538

3.710

4.231

Totaal Programma 4 Sociaal Programma 5 Samenleven:

Totaal Beleidswensen

10

Programma 1 Bestuur Wij geven hieronder een korte toelichting op de beleidswensen voor programma 1, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

1.1 Afschaffen hondenbelasting Met een motie bij de Programmabegroting 2024 heeft een raadsmeerderheid de wens geuit voor een onderzoek naar de mogelijkheden voor het afschaffen van de hondenbelasting. Gesteld wordt dat deze belasting relatief vreemd is. De hond is het enige huisdier dat wordt belast. De gemeente maakt, gelet op onder andere het hondenuitlaatbeleid, wel kosten voor bijvoorbeeld de controle op de aanlijnplicht en de algehele opruimplicht voor hondenpoep. Deze kosten blijven we maken ook bij het afschaffen van de hondenbelasting. Omdat het afschaffen van de hondenbelasting leidt tot lagere gemeentelijke inkomsten moet deze inkomstendaling worden gecompenseerd. Hierbij kunt u denken aan een structurele verlaging van ons begrotingssaldo of het structureel verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld de onroerendezaakbelastingen). In deze Kadernota is de structurele inkomstenverlaging opgevangen door een structurele verlaging van het begrotingssaldo.

1.2 Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed van de gemeente Stichtse Vecht is beschreven in het Uitvoeringsplan verduurzaming gemeentelijke gebouwen. Dit uitvoeringsplan is onderdeel van de in november 2020 door de gemeenteraad vastgestelde Vastgoednota 2020 en Beheerplan gemeentelijk vastgoed 2021 – 2030. Het uitvoeringsplan bestrijkt in totaal negen jaar welke zijn onderverdeeld in drie termijnen van elk drie jaar. In 2024 was gepland om een evaluatie van de driejarige aanpak en de behaalde resultaten te laten plaatsvinden. In dat jaar worden ook de vervolgstappen bepaald voor het verduurzamen van de gemeentelijke vastgoedobjecten voor de daaropvolgende driejarige periode: 2025 – 2027. Echter door allerlei moverende redenen, o.a. capaciteitsgebrek, is er in het tweede kwartaal 2023 pas gestart met het uitvoeringsplan. Dit betekent concreet dat het budget voor fase 1 in de loop van 2025 eindig is, waarna er budget benodigd is voor fase 2. De benodigde omvang van het budget (investeringskrediet) voor fase 2 is nu nog niet scherp; bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 - 2028 is deze wel te bepalen. Voor de Kadernota 2025 kan op dit moment ten behoeve van de verduurzaming van gemeentelijk vastgoed dan ook geen raming worden afgegeven voor het benodigde budget.

Echter is het evident dat dit project wel budget nodig heeft om te kunnen slagen.

1.3 Stemwijzer Om inwoners meer inzicht te geven in de visie van de verschillende politieke partijen in gemeente Stichtse Vecht, heeft de gemeenteraad de ambitie uitgesproken om voor de gemeenteraadsverkiezing van 2026 een lokale Stemwijzer beschikbaar te stellen. Daarmee probeert zij de verbinding met inwoners te verhogen en de drempel om te gaan stemmen te verlagen. Om dit te realiseren, wordt er in 2025 gestart met de voorbereiding en aanbesteding.

1.4 AV Middelen Commissiezaal We willen de inwoners van Gemeente Stichtse Vecht op een goede manier live commissievergaderingen laten volgen. Vanuit het presidium is de wens geuit om de commissievergaderingen met beeld en geluid uit te zenden. Vergelijkbaar met de raadsvergaderingen. De huidige apparatuur is verouderd en aan vervanging toe.

11

1.5 Bedrijfsvoering De afgelopen jaren is gewerkt aan het versterken van het fundament van de organisatie. Deze ontwikkeling zetten we door, zodat we de dienstverlening aan onze inwoners op peil kunnen houden, voldoen aan wettelijke regels, aantrekkelijk blijven als werkgever en voldoende aandacht kunnen blijven besteden aan ICT veiligheid. We stellen voor om de volgende ontwikkelingen binnen de bedrijfsvoering (voorlopig) binnen bestaande budgetten op te vangen: • Voldoen aan (nieuwe) wet- en regelgeving in relatie tot (data)beveiliging en archivering. Een doorontwikkeling van de ICT omgeving gericht op rationalisering applicatie landschap, beweging naar cloudapplicaties en het door ontwikkelen van de kantoorautomatisering. In dat kader is ook een aanbesteding van bedrijfsbrede software noodzakelijk, door het aflopen van bestaande contracten. • Het bieden van goede dienstverlening aan onze inwoners. Daarvoor is het nodig om een functioneel beheerder applicaties DSO Omgevingswet aan te stellen. Bij Publiekszaken zijn extra opleidingen noodzakelijk om aan de hogere eisen te kunnen voldoen. Door externe ontwikkelingen, zoals (identiteits)fraude en ondermijning zien we dat de complexiteit van het werk toeneemt. • Een onderscheidende en actieve arbeidsmarktbenadering gericht op een krappe arbeidsmarkt.

Om een aantrekkelijk werkgever te zijn, zijn afspraken gemaakt om een concurrerende reiskostenvergoeding aan te bieden van 23 cent per km. • Stijging van de energiekosten bij de binnensportfaciliteiten en de compensatie van energie- en huurlasten bij publieke / maatschappelijke voorzieningen. • De noodzakelijke aanpassingen aan 't Kikkerfort, gericht op een veilig gebruik van het zwembad. • Het versterken van de dienstverlening van de gemeente door het opstellen van serviceafspraken, meting van kwaliteit van dienstverlening en de implementatie van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (de wet regelt dat burgers en bedrijven hun zaken die ze met de overheid moeten doen, digitaal kunnen afhandelen). • De noodzakelijke vervanging en uitbreiding van het wagenpark en hierbij over te stappen van het investeren in aanschaf van auto’s naar het leasen daarvan. • Uitvoeringskosten gerelateerd aan o.a. de (gebiedsgerichte) Omgevingsprogramma's. In de afgelopen jaren zijn er zowel bij de mei- als septembercirculaires extra middelen ontvangen van het Rijk. Deze middelen kunnen ook ingezet worden voor het uitvoeren van deze ontwikkelingen. De gemeente loopt hierbij echter wel het risico dat de ontwikkelingen niet binnen bestaande budgetten kunnen worden opgevangen en er geen resp. onvoldoende extra middelen in de circulaires bijkomen.

Eventuele overschrijdingen worden dan gemeld in de Berap 2025 en verwerkt in de jaarrekening 2025.

12

Programma 2 Veiligheid Wij geven hieronder een korte toelichting op de beleidswensen voor programma 2, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

2.1 Implementatie Bibob Op dit moment zijn we bezig met het ontwikkelen van Bibob-beleid. Er komt een Bibobonderzoeker/analist om alle Bibob-onderzoeken voor de organisatie uit te voeren. De gemeente loopt het risico op vermenging tussen onderwereld en bovenwereld als we onvoldoende capaciteit hebben om Bibob-onderzoeken uit te voeren.

13

Programma 3 Fysiek Wij geven hieronder een korte toelichting op de beleidswensen voor programma 3, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

3.1 Park Maarssenbroek De belangrijkste groenvoorziening voor de inwoners van de grootste kern van Stichtse Vecht wordt aantrekkelijker met nieuwe voorzieningen. Hiermee stimuleren we buiten bewegen in een groene omgeving vlakbij de woonplek. In het coalitieakkoord is afgesproken om in het park te investeren. Het gaat hierbij om de aanleg van twee locaties in park Maarssenbroek, namelijk het upgraden van het parkcentrum Maarssenbroek met Superspeelspoor en kinderboerderij en het realiseren van een nieuwe multifunctionele parkinrichting ter hoogte van Zwanenkamp. In 2022 heeft het college voorkeursscenario’s vastgesteld. In 2023 heeft de raad via de Kaderbrief € 300.000 beschikbaar gesteld voor de ontwikkeling van een breed gedragen en door participatie tot stand gekomen voorlopig ontwerp op basis van de voorkeursscenario’s. In 2024 wordt het met participatie ontwikkelde voorlopig ontwerp uitgewerkt tot een definitief ontwerp met bestek en technische tekeningen inclusief de aanvraag van de benodigde omgevingsvergunning en de aanbesteding van het werk. In 2025 volgt de realisatie met een uitloopmogelijkheid naar 2026. Kapitaalslasten worden meegenomen bij het opstellen van de realistische investeringsplanning, waarbij er vooralsnog wordt uitgegaan dat deze daarin budgetneutraal kunnen worden opgevangen.

Ook wordt in de begroting voldoende extra middelen beschikbaar gesteld voor beheer en onderhoud na de realisatie (vanaf 2027).

3.2 Vitaal Platteland Ons landelijk gebied krijgt voortdurend te maken met opgaven vanuit het Utrechts Programma Landelijk Gebied over Stikstof, Natuur, Water, Klimaat en Landbouw. In 2024 zijn eenmalig middelen beschikbaar gesteld voor de inzet van specialisten en ondersteuning op gebiedsprocessen. De belangen voor de gemeente en haar inwoners en de ontwikkelingen in het landelijk gebied blijven ook na 2024 groot. Aan inwoners, agrariërs en andere ondernemers in het landelijk gebied moet toekomstperspectief geboden worden in een context van onder druk staande verdienmodellen en wettelijk verplichte verduurzaming van het gebied. Om daar blijvend regie op te voeren, wil de Gemeente Stichtse Vecht een agenderende rol innemen in de regio op de deelgebieden Veenweiden en Oostelijke Vechtplassen. Bij deze ambitie is het zaak om middelen te reserveren voor onder andere de inhuur van specialisten en/of bureaus die de gemeente ondersteunen bij beleidsontwikkeling en de bijbehorende intensieve participatietrajecten voor voldoende draagvlak.

3.3 Opstellen realistische investeringsplanning De afgelopen jaren is gebleken dat de opgestelde investeringsagenda, door planningsoptimisme en/of gebrek aan capaciteit, onvoldoende ten uitvoering is gebracht. De komende periode wordt daarom gewerkt aan een realistische en uitvoerbare investeringsagenda voor de jaren 2024 t/m 2029. De realistische financiële investeringsagenda moet afgestemd zijn op de technische planning, beschikbare capaciteit en uitvoeringskracht van de betrokken afdelingen. Dit betekent dat met name gekeken wordt naar een realistische fasering van de noodzakelijke investeringen. Uitgangspunt hierbij is dat deze investeringen door een betere spreiding over de begrotingsjaren, binnen de huidige budgetten worden uitgevoerd. Dit uitgangspunt maakt dat het realistische opstellen van de investeringsplanning budgetneutraal is. Deze realistische investeringsagenda wordt verwerkt in de Programmabegroting 2025 – 2028. Op de langere termijn moet gekeken worden naar het kwaliteitsniveau en de grote vervangingsopgave die op grond van huidige beheerplannen vooral vanaf 2030 nodig is. Bij eerst volgende actualisatie van de beheerplannen en het op te stellen Integraal huisvestingsplan (IHP) Onderwijsgebouwen (programma 5) zullen we een beter beeld krijgen van de grootschalige vervangingsopgave en de financiële consequenties voor de kapitaallasten op langere termijn.

14

Programma 4 Sociaal Wij geven hieronder een korte toelichting op de beleidswensen voor programma 4, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

4.1 Passende zorg en ondersteuning In Stichtse Vecht werken we aan het normaliseren van zorg. Dit houdt in dat we hulpvragen minder problematiseren en medicaliseren en zo normaal mogelijk oplossen (zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig). Ook willen we dreigende problemen eerder signaleren. In het coalitieakkoord 2022-2026 is de ambitie opgenomen om het voorveld beter te positioneren. Het voordeel van een sterk voorveld is dat zij laagdrempelige en lichte ondersteuning biedt. Tevens staat in het coalitieakkoord dat het essentieel is om goed inzicht te hebben in de kosten en effecten van het sociaal domein zodat we een koers kunnen uitzetten gericht op het bieden van (preventieve) zorg waar dat nodig en effectief is. Een sterk voorveld draagt bij aan het beheersbaar houden van de kosten van het sociaal domein zodat zorg beschikbaar blijft voor inwoners die het echt nodig hebben. Het beheersen van de kosten sociaal domein is ook nodig voor een solide financiële positie van onze gemeente. In het bestuurlijk overleg hebben het Rijk en de VNG afspraken gemaakt over hoe ze met elkaar werken aan meer financiële zekerheid voor gemeenten voor de Wmo en jeugd. Dit gaat onder meer over het beëindigen van het openeinde-deel van de Wmo, het bespaarpotentieel voor jeugd en de risicoverdeling tussen Rijk en VNG voor financiële tekorten.

Uitgangspunt is dat autonome ontwikkelingen voor rekening en risico van het Rijk zijn. Van gemeenten wordt verwacht dat ze maatregelen nemen. Als gemeente Stichtse Vecht en andere gemeenten niet of onvoldoende de afgesproken maatregelen uitvoeren, dan is het risico dat compensatie voor gestegen kosten in de toekomst door het Rijk uitblijft. Het is daarom nu nodig om maatregelen te nemen. In juli 2023 heeft het college de bestuursopdracht voorveld vastgesteld. De uitwerking van de bestuursopdracht geeft inzicht in hoe de ambitie van het college om het voorveld beter te positioneren er uit kan zien én welke effecten de maatregelen in het voorveld (op termijn) kunnen opleveren op de hulp en op de aantallen mensen die zorg nodig hebben in de jeugdzorg en WMO. Met een sterk voorveld kunnen we het systeem van hulp en ondersteuning laagdrempelig voor de inwoner en beter betaalbaar houden voor de gemeente. Zie bijgevoegde bijlagen bij het raadsvoorstel. In de bestuursopdracht zijn, in samenwerking met diverse maatschappelijke partijen, drie scenario’s ontwikkeld voor een betere positionering van het voorveld. Het college heeft gekozen voor het scenario ‘activeren inwoners’. Dit scenario heeft de meeste impact op vermindering van instroom bij TIM SV en de Wmo (gemeente), terwijl er geen aanvullend budget nodig is. De financiële besparing is ingeschat in een realistische bandbreedte.

De hoogste opbrengst van deze realistische bandbreedte is verwerkt in deze Kadernota. In het structureel weerstandsvermogen is rekening gehouden met het risico dat de opbrengst lager uitvalt. Het verschil tussen de bovenkant en onderkant van de realistisch ingeschatte bandbreedte is meegenomen bij de impactanalyse van de gevoeligheid van de begroting voor structurele risico's. Zie de toelichting op het structureel weerstandvermogen in het onderdeel Strategisch financieel beleid 2026 - 2029. In de begroting 2025 van TIM SV zijn de kosten realistisch geraamd, rekening houdend met de transformatie en maatregelen die TIM SV zelf uitvoert. Daarin is nog geen rekening gehouden met mogelijke besparingen van de maatregelen door partijen in het voorveld. Uiteraard monitoren we samen met TIM SV en partijen in het voorveld of de maatregelen van de bestuursopdracht inderdaad het beoogd (financieel) effect gaan hebben.

15

4.2 Opvang ontheemden De gevolgen van de invoering van de Spreidingswet zijn op dit moment nog niet duidelijk. De Spreidingswet kan als gevolg hebben dat er een toestroom van statushouders naar Stichtse Vecht komt. De omvang hiervan is nog niet bekend. Tot maart 2025 ontvangt de gemeente een specifieke uitkering voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen (leefgeld en opvanglocaties). Deze vluchtelingen kunnen echter niet gebruik maken van re-integratietrajecten en dergelijke, hoewel er in 2023 is gestart met taallessen . Als per 2025 Oekraïense vluchtelingen toegang krijgen tot de sociale zekerheid dan heeft dit op de volle breedte gevolgen voor het Sociaal Domein. Een deel van deze vluchtelingen zal moeten inburgeren en inburgeringstrajecten moeten volgen. Ook kunnen zij dan aanspraak maken op bijstand en armoedebeleid. De financiële gevolgen van het openstellen van het sociale zekerheidsstelsel voor Oekraïense vluchtelingen zijn nu nog niet bekend, maar de verwachting is dat hier te weinig budget voor beschikbaar is. De maatschappelijke begeleiding voor inburgering wordt tot en met 2024 uitgevoerd door MOmenz. Maatschappelijke begeleiding is een verplichting vanuit de wet inburgering. De gemeente kan afspraken maken over het ambitieniveau waarop de gemeente maatschappelijke begeleiding biedt.

Wanneer de uitvoering in 2025 niet opgenomen wordt in de basissubsidie voor MOmenz, volgt er een nieuwe aanbesteding. Dat brengt extra kosten met zich mee (uitvoeren Europese aanbesteding, overdracht van gegevens, etc.). Stichting Leergeld voert een deel van het minimabeleid uit en heeft in 2023 en 2024 een enorme toestroom van aanvragen gekregen. Zij hebben daarom zowel in 2023 als in 2024 een verhoogde subsidie ontvangen. De verwachting is dat het aantal aanvragen voor de minimaregeling de komende jaren verder toeneemt.

16

Programma 5 Samenleven Wij geven hieronder een korte toelichting op de beleidswensen voor programma 5, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

5.1 Opstellen IHP In de raadsinformatiebrief van 26 januari 2023 bent u geïnformeerd over het op te stellen integraal huisvestingsplan onderwijs (IHP) en de opgaven op het gebied van onderwijshuisvesting voor de komende jaren. Uitgangspunt bij het opstellen van het IHP is dat één school per jaar en een gymzaal per twee jaar in aanmerking komen voor (her)bouw, uitbreiding of renovatie. Dit is het minimale scenario, gezien de staat van diverse scholen. In overleg met scholen, college en raad worden definitieve keuzes gemaakt. Door personeelswisselingen is het opstellen van het IHP vertraagd. De verwachting is dat na de zomer het IHP vastgesteld kan worden. In het investeringsplan van de Programmabegroting 2024 2027 is voor ruim € 19 miljoen aan voorbereidingskosten en investeringen voor het IHP opgenomen. In de Kadernota 2025 zijn, in afwachting van het op te stellen IHP, geen extra middelen opgenomen. Uit het IHP zal blijken of de nu beschikbare middelen voldoende zijn of dat bij de Kadernota 2026 aanvullende middelen nodig zijn.

17

Toelichting autonome ontwikkelingen en dekkingsmogelijkheden Wij geven hieronder een korte toelichting op de autonome ontwikkelingen en de dekkingsmogelijkheden, die opgenomen zijn in deze Kadernota.

B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Septembercirculaire 2023 (RIB 12-10-23)

-5.207

-4.940

-7.022

-9.338

-9.338

Decembercirculaire 2023 Totaal Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

0

0

0

0

0

-5.207

-4.940

-7.022

-9.338

-9.338

In deze Kadernota hebben wij de september- en decembercirculaire 2023 gebruikt voor de indicatieve begrotingsprognose voor 2025 - 2029. Het kabinet zet in op het ontwikkelen van een nieuwe financieringssystematiek in het Gemeentefonds vanaf 2026. Op dit moment weten we nog niet hoe de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten zich ontwikkelt of hoe die er straks uit gaat zien. De meicirculaire 2024 komt pas beschikbaar na het opstellen van de Kadernota 2025. Deze circulaire betrekken we bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 - 2028.

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Raming loonindexering

3.028

3.028

3.028

3.028

3.028

Raming prijsindexering

1.273

1.273

1.273

1.273

1.273

Raming indexeringen Gemeenschappelijke Regelingen

454

454

454

454

454

Raming aanvullende bijdragen Gemeenschappelijke Regelingen

797

972

1.046

1.096

1.096

Raming indexeringen subsidies

194

194

194

194

194

Rentekosten

106

204

150

440

440

Pionier hoofd- en dislocatie

0

408

408

408

408

Opstellen realistische investeringsplanning

0

PM

PM

PM

PM

Diverse kleine mutaties

17

17

17

17

17

5.868

6.549

6.569

6.909

6.909

Totaal Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

Indexering In het hoofdstuk 'Uitgangspunten' staat beschreven welke indexatie is toegepast. Dit resulteert in 2025 in een structurele begrotingsbijstelling van de loonsom van € 3,0 miljoen. Vanwege de gestegen prijzen verwachten wij een bijstelling van onze prijsgevoelige exploitatiebudgetten van € 1,3 miljoen. Ook gemeenschappelijke regelingen krijgen te maken met hogere loon- en prijsindexaties. Dit resulteert in een structurele begrotingsbijstelling van € 454.000. Op basis van de ontvangen voorlopige begrotingen 2025 van de gemeenschappelijke regelingen verwachten we een aanvullende stijging van onze bijdragen (zie volgende tabel). Bij het opstellen van de Programmabegroting 2025 2028 gaan we voor onze bijdrage uit van de vastgestelde begrotingen van de gemeenschappelijke regelingen. De indexering van de subsidies leidt tot een structurele bijstelling van de begroting met € 194.000.

18

Rentekosten Bij de bepaling van de liquiditeitsbehoefte is er met een investeringsomvang van € 15 miljoen per jaar gerekend. Dit leidt tot hogere rentelasten voor de komende jaren. Daarnaast is, gezien de huidige rente ontwikkelingen, het rentepercentage verhoogd van 2% bij de begroting 2023 naar 3% bij de begroting 2024.

Pionier hoofd- en dislocatie De verwachte kapitaallasten van € 408.000, die te maken hebben met de vervanging en uitbreiding van de Pionier, zijn vanaf 2026 opgenomen in de Kadernota. De verwachte oplevering is in 2025.

Opstellen realistische investeringsplanning Voorlopig wordt er van uitgegaan dat het opstellen van een realistische investeringsagenda leidt tot een betere spreiding van de noodzakelijke investering over de begrotingsjaren. Daarmee kunnen de verwachte kapitaallasten binnen de huidige budgetten worden opgevangen.

Diverse kleine mutaties Dit betreft de volgende ontwikkelingen, die grotendeels gedekt kunnen worden door de bijstelling van het budget voor digitale toegankelijkheid. C. Kleine mutaties (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Project duidelijke taal / Functiecorrectie recruiting

15

15

15

15

15

Investeren buitensportaccommodatie + Beweegtoestellen gym- en sporthallen

11

11

11

11

11

Beheer en onderhoud kunstcollectie / kunst openbare ruimte

25

25

25

25

25

Bestuurssecretariaat - formatie

6

6

6

6

6

Digitale toegankelijkheid: budget in kadernota 2023

-40

-40

-40

-40

-40

Totaal Kleine mutaties

17

17

17

17

17

Aanvullende bijdragen gemeenschappelijke regelingen C. Gemeenschappelijke regelingen en subsidies (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

Raming indexering Gemeenschappelijke regelingen - 3,1%

454

454

454

454

454

Indexering tarieven door prijsontwikkeling voor GR Plassenschap Loosdrecht

38

66

94

94

94

Ophoging inzet leerplicht

19

19

19

19

19

Loon en prijsontwikkelingen GGDrU

125

125

125

125

125

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen - begroting 2025

84

114

153

203

203

Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen - begroting 2024

208

326

332

332

332

ODRU uurtarief

203

203

203

203

203

VRU

119

119

119

119

119

Reeds bekende aanpassingen bijdragen bovenop indexering:

Raming indexering subsidies - 3,1% Totaal Gemeenschappelijke regelingen en subsidies

194

194

194

194

194

1.444

1.619

1.693

1.743

1.743

19

F. Dekkingsmogelijkheden F. Dekkingsmogelijkheden (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

F1. Uitgaven verlagen

-1.273

-1.273

-1.273

-1.273

-1.273

Indexering overige bedrijfslasten naar 0%

-1.273

-1.273

-1.273

-1.273

-1.273

F2. Inkomsten verhogen

-507

-507

-507

-507

-507

Tariefsverhoging belastingen - inflatievolgend

-507

-507

-507

-507

-507

F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen

-3.413

-2.339

-2.828

-2.651

-2.431

Mutatie Structureel weerstandsvermogen

-3.413

-2.339

-2.828

-2.651

-2.431

Totaal Dekkingsmogelijkheden

-5.193

-4.119

-4.608

-4.431

-4.211

1. Het verlagen van uitgaven Lasten niet indexeren In de Kadernota 2025 is als dekkingsmogelijkheid rekening gehouden met het niet indexeren van de materiële prijsgevoelige budgetten. Dit betekent dat we in 2025 bezuinigen op de interne reguliere budgetten. Dit levert een besparing op van € 1,3 miljoen.

2. Het verhogen van inkomsten Belastingverhogingen We verhogen de belastingen volgend aan de inflatie. We stellen voor om de OZB, RZB, parkeerbelasting, precariobelasting en de toeristen- en forensenbelasting alleen te verhogen met het algemene indexcijfer van 3,1%.

3. Het inzetten van algemene dekkingsmiddelen Structureel weerstandsvermogen In de begroting 2024 is een structureel weerstandsvermogen opgenomen om in onzekere financiële tijden een beroep op te kunnen doen. Deze structurele risicobuffer kunnen we inzetten voor structurele ontwikkelingen zoals inflatie, rentestijgingen en specifieke posten met grote onzekerheden. We stellen voor om deze stelpost in 2025 volledig in te zetten om het tekort te compenseren. en voor de jaren 2026 e.v. de stelpost op het niveau van ongeveer € 1,7 miljoen aan te houden. Voor een nadere toelichting op de omvang verwijzen wij naar het onderdeel Structureel weerstandsvermogen in het hoofdstuk Strategisch financieel beleid 2026 - 2029.

20

Strategisch financieel beleid 2026 - 2029 Zoals in de begroting 2024 aangegeven wordt er gewerkt aan strategisch financieel beleid, waarbij er met een aantal indicatoren een beeld geschetst wordt van de financiële positie van de gemeente. De verwachting is dat de nota Strategisch financieel beleid na de Kadernota, maar voor de Programmabegroting, ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. Op dit moment zijn er twee indicatoren die het beste de financiële positie van de gemeente in deze Kadernota weergeven.

Incidenteel weerstandsvermogen Het incidenteel weerstandsvermogen gaat over de omvang en het verloop van de Algemene Reserve. Hierbij wordt de omvang van de Algemene Reserve beoordeeld aan de hand van de weerstandsratio. Door de raad is vastgesteld dat deze tussen de 1,4 en 2,0 moet liggen. Bij de jaarrekening 2023 blijkt de ratio 2,18 te zijn. Echter gezien de geprognosticeerde tekorten in de jaren 2026 – 2028, is de verwachting dat de weerstandsratio ruim onder de door de raad vastgestelde bandbreedte van 1,4 komt of zelfs negatief wordt (zie onderstaande tabel). Dit is geen gewenste ontwikkeling. Kadernota 2025-2029 (bedragen x € 1.000)

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Beginstand Algemene Reserve

-15.991

-17.139

-17.407

-10.018

-4.149

-1.213

Mutaties jaarrekening 2023

-2.995

Mutaties begroting 2024

2.416

Begrotingsresultaat

-569

-268

7.389

5.869

2.937

3.678

Eindstand Algemene Reserve

-17.139

-17.407

-10.018

-4.149

-1.213

2.465

Benodigde weerstandscapaciteit (conform Jaarrekening 2023)

-7.350

-7.350

-7.350

-7.350

-7.350

-7.350

2,33

2,37

1,36

0,56

0,17

-0,34

Ratio weerstandsvermogen

Structureel weerstandsvermogen Het structureel weerstandsvermogen gaat over een jaarlijks opgenomen budget in de exploitatie, voor het opvangen van structurele ontwikkelingen, zoals gemeentefonds, rente, bijdragen gemeenschappelijke regelingen (besluitvorming AB) en loon- en prijscompensatie. Daarnaast houdt de Gemeente Stichtse Vecht rekening met de specifieke posten met grote onzekerheden, die we uitdrukken in een realistische bandbreedte (bijvoorbeeld TIM SV in 2024; effecten maatregelen voorveld in 2025). We stellen voor om deze stelpost in 2025 volledig in te zetten om het tekort te compenseren en voor de jaren 2026 e.v. de stelpost op het niveau van ongeveer € 1,7 miljoen aan te houden. Impactanalyse gevoeligheid begroting structurele risico's (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

1. Teruggang algemene uitkering (1% van de algemene uitkering)

1.176

1.098

1.113

1.136

1.136

2. Stijging van marktrente met 1%

245

431

576

721

866

3. Gemeenschappelijke regelingen prijsstijging met 1%

125

125

125

125

125

4. Loon en prijscompensatie 1% niet doorrekenen in belastingtarieven

160

160

160

160

160

5. Passende zorg en ondersteuning: bandbreedte maatregelen voorveld

1.276

1.728

1.550

1.727

1.947

Totale impact gevoeligheid begroting structurele risico's

2.982

3.542

3.524

3.869

4.234

Beschikbaar structureel weerstandsvermogen

3.413

4.067

4.378

4.378

4.378

Voorgestelde correctie

-3.413 -2.339 -2.828 -2.651 -2.431

Structureel weerstandsvermogen na correctie

0

1.728

1.550

1.727

1.947

21

Scenario’s meerjarenperspectief 2026 - 2029 Onze toezichthouder (provincie Utrecht) heeft aanbevolen om richting de Programmabegroting 2025 2028 in beeld te brengen wat geen, gedeeltelijke of volledige aanvulling van het gemeentefonds vanaf 2026 voor komende begrotingen betekent. Bijvoorbeeld door in de Kadernota 2025 een aantal scenario’s in beeld te brengen en aan te geven welke oplossingsrichtingen daarbij horen en binnen welk tijdspad deze (stapsgewijs) kunnen worden gerealiseerd. Daarmee zetten we dan een eerste stap in de richting van het kunnen realiseren van sluitende begrotingen na 2025. In deze Kadernota 2025 presenteren we een structureel sluitende begroting 2025 en niet structureel sluitende jaren 2026 en verder. In de scenario’s nemen we daarom het perspectief op 2029 mee. In de Kadernota 2026 moet óf 2026 óf 2029 structureel sluitend worden gepresenteerd om de toets van de toezichthouder goed te doorstaan. We presenteren voor twee scenario’s het effect op het saldo van de Kadernota 2025 voor de situatie dat het Rijk een deel van het eerdere referentiebedrag van € 3 miljard uitname uit het gemeentefonds compenseert. Uitgaande van de begrotingssaldo’s, zoals deze volgen uit de Kadernota en waarbij de VJN Rijk 2024 nog niet is verwerkt, worden de tekorten voor de jaren vanaf 2026 in de scenario’s als volgt: Kadernota 2025-2029 (bedragen x € 1.000) A.

Startpositie: Programmabegroting 2024-2027

2025

2026

2027

2028

2029

-600

6.271

7.391

6.087

6.087

B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds

-5.207 -4.940 -7.022 -9.338 -9.338

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen

5.868

6.549

6.569

6.909

0

0

0

0

0

E. Beleidswensen

4.863

3.628

3.538

3.710

4.231

F. Dekkingsmogelijkheden

-5.193 -4.119 -4.608 -4.431 -4.211

D. Fundament op orde

Stand Kadernota 2025 (negatief bedrag = voordeel; positief bedrag = nadeel)

2.937

6.909

-268

7.389

5.869

3.678

0

6.000

8.000 10.000 12.000

Ravijnjaren Totaaleffect korting € 3 mld GF - inschatting o.b.v. beschikbare informatie Scenario 1 - het Rijk compenseert 20% Effect korting € 3 mld GF Eindstand Kadernota 2025 - scenario 1 - 20%

0

1.200

1.600

2.000

2.400

-268

6.189

4.269

937

1.278

0

1.980

2.640

3.300

3.960

-268

5.409

3.229

-363

-282

Scenario 2 - het Rijk compenseert 33% Effect korting € 3 mld GF Eindstand Kadernota 2025 - scenario 2 - 33%

In scenario 1 zijn alle jaren 2026 tot en met 2029 niet structureel sluitend. De verwachte tekorten in 2028 en 2029 zijn resp. € 1,0 en € 1,4 miljoen. De tekorten in 2026 tot en met 2029 bedragen in totaal € 13,0 miljoen. Deze moeten opgevangen worden uit de Algemene Reserve die dan terugloopt naar € 4,1 miljoen. De weerstandsratio bedraagt dan 0,56 eind 2029 op grond van benodigde weerstandsvermogen van € 7,35 miljoen volgens de jaarstukken 2023. In scenario 2 is vanaf 2028 perspectief op een structureel sluitende begroting met een positief saldo van € 0,3 miljoen in 2028 en € 0,2 miljoen in 2029. De tekorten in 2026 en 2027 bedragen in totaal € 8,8 miljoen. Deze moeten opgevangen worden uit de Algemene Reserve die dan terugloopt naar € 8,3 miljoen. De weerstandsratio bedraagt dan 1,13 eind 2027 op grond van benodigde weerstandsvermogen van € 7,35 miljoen volgens de jaarstukken 2023. Een eerste verkenning van de financiële gevolgen van de VJN Rijk 2024 voor Stichtse Vecht laat zien dat deze dichter bij scenario 1 liggen dan bij scenario 2. Het risico bestaat dat de meicirculaire 2024 een financieel beeld laat zien dat dicht bij scenario 1 ligt. Mocht deze situatie zich daadwerkelijk voordoen dan zijn additionele maatregelen noodzakelijk om een solide financiële positie voor Stichtse

22

Vecht te waarborgen. Dergelijke ingrepen vragen zorgvuldigheid en tijd. Beschikbaarheid van een stevig gevulde Algemene Reserve en een voldoende niveau van het structurele weerstandsvermogen draagt bij aan het kunnen overbruggen van de periode die nodig is om deze ingrepen ook zorgvuldig uit te kunnen voeren. Bij de uitwerking van de scenario’s gaan wij vooralsnog uit van de volgende uitgangspunten. Vooralsnog worden hier financiële effecten genoemd. Op het moment dat eventuele effecten optreden voor inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, zullen we over de maatschappelijke effecten het gesprek voeren. • Toewerken naar een structureel sluitende begroting in 2029; • ‘Geen knaken, geen taken’ (hiermee wordt bedoeld dat door het Rijk naar gemeenten overgehevelde taken niet uitgevoerd kunnen worden als daar geen toereikende financiële vergoeding tegenover staat); • Beleidswensen toetsen aan het coalitieakkoord 2022-2026. De mogelijke maatregelen zijn: • De begroting dichter naar de realisatie brengen. In de analyses op de verschillen tussen begroting en realisatie in de afgelopen jaren blijkt dat we gemiddeld jaarlijks een positief saldo overhouden van € 2,5 miljoen. Een verdiepende analyse op een aantal taakvelden laat een patroon zien van jaarlijks positieve afwijkingen en op een aantal jaarlijks negatieve afwijkingen.

De mogelijkheden van deze maatregel zijn beperkt, omdat we in de Kadernota 2024 en 2025 al stappen zetten om de begroting dichter naar de realisatie te brengen op grond van deze inzichten. • Verlagen van de uitgaven. Hiervoor zijn keuzes nodig in de ambities, waarbij het uitgangspunt is dat de bestuurlijke ambities in balans blijven met de financiële positie en de ambtelijke organisatie. • Verhogen van de inkomsten. • Inzetten van reserves (de spaarpot). De tekorten in 2026 en verder opvangen met een bijdrage uit de Algemene Reserve, die onder voorwaarden dan als ‘structureel’ mag worden aangemerkt. De toezichthouders (Ministerie van BZK / provincie) stellen hieraan de voorwaarde dat de solvabiliteit minimaal 20% bedraagt. De maatregelen Verlagen van de uitgaven en Verhogen van de inkomsten vragen om bestuurlijke keuzes. Het uitwerken van voorstellen vergt een gedegen voorbereiding, maar ook een goed beeld van het op te lossen tekort in 2029. Na het publiceren van de meicirculaire 2024 krijgen we hier een goed zicht op. We starten een zorgvuldig proces om voorstellen uit te werken. We maken een ruimere verkenning met keuzemogelijkheden, waarbij zo mogelijk effecten in beeld worden gebracht. De beoogde einddatum van de uitwerking van deze scenario’s is februari 2025, waarna deze betrokken worden bij de Kadernota 2026.

Na afronding van de formatie van en het aantreden van een nieuw kabinet, komt er ook meer duidelijkheid voor gemeenten over de ontwikkeling van het gemeentefonds richting 2029.

23

Bijlage - Financieel overzicht Kadernota 2025 Financieel overzicht Kadernota 2025 Kadernota 2025-2029 (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

2029

A. Startpositie: Programmabegroting 2024-2027

-600

6.271

7.391

6.087

6.087

B. Autonome ontwikkelingen gemeentefonds Septembercirculaire 2023 (RIB 12-10-23) Decembercirculaire 2023 B. Totaal effect ontwikkelingen gemeentefonds

-5.207 -4.940 -7.022 -9.338 -9.338 0

0

0

0

0

-5.207 -4.940 -7.022 -9.338 -9.338

C. Autonome en onontkoombare ontwikkelingen Raming loonindexering

3.028

3.028

3.028

3.028

3.028

Raming prijsindexering

1.273

1.273

1.273

1.273

1.273

Raming indexeringen Gemeenschappelijke Regelingen

454

454

454

454

454

Raming aanvullende bijdragen Gemeenschappelijke Regelingen

797

972

1.046

1.096

1.096

Raming indexeringen subsidies

194

194

194

194

194

Rentekosten

106

204

150

440

440

IHP - Pionier hoofd- en dislocatie

0

408

408

408

408

Opstellen realistische investeringsplanning

0

PM

PM

PM

PM

Diverse kleine mutaties

17

17

17

17

17

5.868

6.549

6.569

6.909

6.909

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Hondenbelasting afschaffen (n.a.v. motie)

311

311

311

311

311

Verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed

PM

PM

PM

PM

PM

Stemwijzer voor gemeente SV

15

15

0

0

0

AV Middelen voor Boom en Bosch

27

27

27

27

27

Implementatie Bibob

54

54

54

54

54

Park Maarssenbroek - investering

0

58

93

93

93

Park Maarssenbroek - dekking binnen bestaand budget

0

-58

-93

-93

-93

C. Totaal effect Autonome en onontkoombare ontwikkelingen D. Fundament op orde D. Totaal effect Fundament op orde E. Beleidswensen

Vitaal Platteland Passende zorg en ondersteuning - TIM Passende zorg en ondersteuning - formatie Passende zorg en ondersteuning - besparing Opvang ontheemden Opstellen IHP E. Totaal effect Beleidswensen

183

128

78

78

78

7.468

7.249

7.135

7.351

8.004

108

108

108

108

108

-3.495 -4.456 -4.367 -4.411 -4.543 191

191

191

191

0

PM

PM

PM

191 PM

4.863

3.628

3.538

3.710

4.231

F. Dekkingsmogelijkheden F1. Uitgaven verlagen

-1.273 -1.273 -1.273 -1.273 -1.273

Indexering overige bedrijfslasten naar 0%

-1.273 -1.273 -1.273 -1.273 -1.273

F2. Inkomsten verhogen

-507

-507

-507

-507

-507

Tariefsverhoging belastingen - inflatievolgend

-507

-507

-507

-507

-507

F3. Inzet algemene dekkingsmiddelen

-3.413 -2.339 -2.828 -2.651 -2.431

Mutatie Structureel weerstandsvermogen

-3.413 -2.339 -2.828 -2.651 -2.431

F. Totaal dekkingsmogelijkheden

-5.193 -4.119 -4.608 -4.431 -4.211

Stand Kadernota 2025 (negatief bedrag = voordeel; positief bedrag = nadeel)

-268

7.389

5.869

2.937

3.678

waarvan incidenteel

-15

-15

-

-

-

Structureel saldo Kadernota 2025-2029

-283

7.374

5.869

2.937

3.678

24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2488/documents/54942