Inspreektekst dhr. Buijze inclusief bijlage (bestrijding Aziatische hoornaar)
Tekst van het document
Han Buijze 8 september 2026 Goedenavond, Ik wil graag mijn zorgen met jullie delen over de beheersing van de Aziatische Hoornaar (AH), ook wel Geelpoothoornaar genoemd, en de gemeente adviseren om de beheersing van de AH op korte termijn en adequaat op te pakken. Even voorstellen • Han Buijze, hobbyimker, woont in Linschoten en is de afgelopen jaren zeer actief geweest met voorlichting over en bestrijden van de AH. • Secretaris en AH-coördinator van afd Oudenrijn van Imkers Nederland (70 imkers in het gebied van Montfoort, Oudewater, Woerden tot Breukelen, Maarsen). • Lid van de AH-werkgroep van imkerverenigingen in de prov. Utrecht (wij vertegenwoordigen daarin zo’n 800 hobbyimkers). Aziatische Hoornaar • Invasieve Exoot. Is sinds 2004 in Frankrijk (al meer dan 20 jaar). • Inmiddels in Italië, Spanje, Duitsland, Frankrijk, België en Nederland. • Ook in Frankrijk na 20 jaar nog steeds geen natuurlijke vijanden. • Inmiddels duidelijk dat schade aan insecten, biodiversiteit maar ook economische schade (bestuiving en vraat aan fruit) groot is. • Meeste zomernesten zitten hoog in de bomen. Er is echter ook een veiligheidsrisico omdat 1 op de 10 nesten laag blijft zitten (bijv. in een heg). • Totaal in provincie Utrecht zijn in 2025 490 nesten weggehaald. In de gemeente Stichtse Vecht zijn 19 nesten weggehaald.
Beleid Provincie Utrecht • Provincie Utrecht heeft afgelopen jaren conform de Europese regelgeving ingezet op bestrijden. Alle gevonden nesten zijn dus weggehaald. • Provincie Utrecht heeft dit jaar besloten om over te stappen op beheersen. Dit betekent dat ze alleen nog nesten weghalen in natura2000 gebieden. De grondeigenaren (o.a. gemeente) zijn zelf verantwoordelijk voor beheersing. Dat impliceert dat gemeente in de praktijk waarschijnlijk alleen nesten weghalen indien ze een risico met zich meebrengen m.b.t. de veilige leefomgeving. Hoe nu verder In de meegestuurde populatie en kostenberekening zijn voor de gemeente Stichtse Vecht | 3 scenario’s doorgerekend voor een periode van 10 jaar: • | Scenario 1 - vroeg beheer –1 59 nesten verwijderen | kosten: € 47 .7 | 00 • | Scenario 2 – geen beheer – | 1943 nesten verwijderen | kosten: €582.900 • | Scenario 3 – beheer na verzadiging – | 24 23 nesten verwijderen | ko s t e n : €726. | 900 Inmiddels kunnen we constateren dat ni et | beheersen geen optie is. We zien bijvoorbeeld in Frankrijk en België, maar ook in Nederland dat men achteraf toch gaat beheersen . Vraag is alleen of we net als met muskusratten, rivierkreeften , eikenprocessierupsen e.d. wachten tot het (te) laat is, de schade groot is, er zich veiligheidsincidenten hebben voorgedaan en de bestrijdingskosten hoog zijn.
Vroeg Behe er Het advies is dan ook aan de gemeente om op korte termijn ( | met ingang van dit jaar) over te gaan tot scenario 1: Vroeg Beheer. Dit impliceert dat: • | N iet alle e n d e n e sten weghalen die een veiligheidsrisico vormen maar ALLE nesten weghalen. Dit zijn er naar verwachting slechts 16 per jaar. De kosten hiervoor worden jaarlijks ingeschat op €4800. • | Actieve communicatie naar burgers (bewustwording, melden van waarnemingen, vrijwilligers). • | Binnen d e gemeente dienen processen inge ri cht te worden (gehele procesgang van aanmelden tot verwijderen en terugkoppeling) en d ien en medewerkers | geïnformeerd te worden (bijv. medewerkers in de Groenvoorziening) . • | Financiële ondersteuning van zoekgroepen (lokstof, hesjes, verloren gegane zenders). Naar schatting maximaal €500 per jaar. • | Anticiperen op “spring-trapping ’ in 2027 | al s preve nti eve | m a atre ge l. Kortom Kortom het is een win-win voor iedereen en op alle gebieden als | we nog dit jaar | de beheersing voortvarend op pakken .
1 Aan: De voorzitter en leden van de gemeenteraad van Stichtse Vecht Betreft: Beheersing van de Aziatische Hoornaar Verzoek: Ter bespreking in de commissie Linschoten, 20 augustus 2026 Geachte Commissieleden, In aanloop naar de commissievergadering van 8 september ontvangt u hierbij een toelichting op de bijgevoegde kostenanalyse voor de beheersing van de Aziatische hoornaar. Deze analyse is opgesteld om gemeenten inzicht te geven in de mogelijke kostenontwikkeling en de gevolgen van verschillende beheersstrategieën. Bijgevoegd vindt u een detailrapport (bijlage A) voor de gemeente Stichtse Vecht, met een nadere analyse van de ontwikkeling en mogelijke kosten in de gemeente. Achtergrond: landelijk beleid In januari van dit jaar heeft het ministerie van LVVN het Landelijk aanvalsplan invasieve exoten gepubliceerd, waarin ook de Aziatische Hoornaar (Geelpoot Hoornaar) wordt behandeld (p. 89).
In dit plan wordt onder meer aangegeven dat: • provincies in het midden van het land nog circa twee jaar inzetten op het vertragen van de opmars richting het noorden; • provincies tegelijkertijd voorlichting geven aan gemeenten, groenbeheerders, imkers en bestrijders over de verdere aanpak; • de provinciale inzet in de komende jaren geleidelijk wordt afgeschaald, waarbij taken rond opsporing en bestrijding in toenemende mate bij gemeenten en andere partijen komen te liggen; • provincies samenwerking, kennisdeling, vrijwillige opsporing en professionele bestrijding blijven stimuleren. Provincie Utrecht heeft in dit kader een Statenbrief opgesteld (Wijziging uitvoeringsbeleid Aziatische Hoornaar 2026 en verder, dd 10-03-2026). Weliswaar is op 22 april 2026 een motie aangenomen (M26-24 – Bestrijding Geelpoot Hoornaar). Deze motie vraagt om op basis van ervaringen in Gelderland en Brabant ‘te verkennen of het zinvol is om een provinciaal actieplan op te stellen’. De uitkomsten van deze verkenning dienen uiterlijk Q3 2026 met PS gedeeld te worden. Dit betekent in de praktijk dat gemeenten steeds nadrukkelijker zelf verantwoordelijk worden voor de organisatie en bekostiging van beheer. Als de uitkomsten van deze verkenning pas in Q3 kenbaar gemaakt worden impliceert dit dat er in 2026 niet of nauwelijks sprake zal zijn van bestrijding.
2 Drie scenario’s voor kostenontwikkeling De bijgevoegde analyse vergelijkt drie mogelijke scenario’s voor de ontwikkeling van kosten en beheer: 1. Actief beheer rond de kritische beheersgrens In dit scenario wordt vroegtijdig en gecoördineerd ingegrepen om de populatie rond of onder de kritische beheersgrens te houden. Dit vraagt om intensieve opsporing en consequent verwijderen van nesten, maar leidt doorgaans tot lagere cumulatieve kosten en minder ecologische en economische schade. De grens ligt rond de 78% bestrijding voor Utrecht, gebaseerd op groeicijfers van 2025. 2. Passief beheer met oplopende kosten Wanneer de aanpak voornamelijk reactief blijft, neemt het aantal nesten jaarlijks toe. De kosten voor bestrijding en maatschappelijke impact lopen dan geleidelijk op, terwijl het effect van maatregelen afneemt. De schade aan ecosystemen en lokale ecosystemen, maar ook aan landbouw waaronder voedselvoorziening en de sierteelt is dan permanent en voortdurend (ervaring in Frankrijk tussen de 5 en 25%, afhankelijk van de teelt). 3. Actief beheer na een piek in schade en overlast In dit scenario wordt pas intensief ingegrepen nadat de populatie en de overlast sterk zijn toegenomen. Hoewel er dan alsnog stevig wordt bestreden, zijn de totale kosten nog hoger omdat dan niet alleen moeten worden beheerst, maar moet worden gereduceerd.
De schade is dan groot, maar niet onomkeerbaar. Het is echter wél het duurste scenario. Over cumulatieve kosten en de piekjaarkosten voor de gemeente Stichtse Vecht wordt in bijlage A gerapporteerd. Alles draait om de populatiedynamiek Bij een populatiedynamiek met een groeifactor van 5 en een dispersie van 80 km per jaar bestaat een veilige aanpak alleen uit het beheersbaar maken van de populatie onder de kritische beheersgrens – overal en zonder uitzondering - , wat nu nog met relatief weinig middelen mogelijk is. Het landelijk beleid om de druk in gemeenten eerst te laten doorgroeien naar de piekbelasting rond 2028 en ze daarna zelf te laten opdraaien voor de kosten is dan ook op zijn minst opmerkelijk. Er is in feite maar één aanpak die ook in de wetenschappelijke literatuur wordt onderschreven: De uitdaging ligt niet in het uitroeien, maar in het beheersen: • beperken van ecologische en economische schade, • via gecoördineerd beheer en een integrale aanpak, door vroege detectie en inzet van alle beschikbare middelen, • en meer onderzoek naar effectieve middelen en innovaties (zoals het gebruik van slimme vallen en biologische bestrijdingsmiddelen. Het beheersingsdoel moet zijn: actief populatiebeheer om de groeifactor ≤ 1 te houden. 3 Waarom afwachten geen risicovrije optie is Soms wordt verondersteld dat na verloop van tijd een natuurlijk evenwicht ontstaat.
Het afwachten daarvan is echter feitelijk een onbeheerst experiment. Een eventueel evenwicht betekent niet dat de schade verdwijnt: stabilisatie kan juist leiden tot blijvende predatiedruk op honingbijen en wilde bestuivers, met structurele gevolgen voor ecosystemen en bestuivingsafhankelijke sectoren zoals landbouw en sierteelt. Daarnaast kan natuurlijke regulatie — voor zover die optreedt — jaren tot decennia duren, terwijl in die periode onomkeerbare schade kan ontstaan aan insectenpopulaties en economische sectoren. Voor gemeenten is vooral van belang dat afwachten geen invloed heeft op de populatiegroei of de uiteindelijke kostenontwikkeling. Wanneer de populatie eenmaal sterk groeit, nemen ook de kosten voor opsporing en bestrijding toe. In dat geval verschuift de aanpak van relatief beperkte en preventieve maatregelen naar grootschaliger en duurder beheer. Doel van deze analyse Afgelopen jaren is binnen de provincie door vele vrijwilligers actief gezocht naar nesten van de Aziatische Hoornaar. Op basis van meldingen in waarneming.nl gaan zoekgroepen op pad om de nesten op te sporen. Ondanks dat dit soms erg veel tijd kost zijn de vrijwilligers in de zoekgroepen erg gemotiveerd om de nesten te vinden. In sommige gevallen wordt daarbij ook gebruik gemaakt van zenderapparatuur.
Zodra een nest gevonden is werd dit gemeld in waarneming.nl en ging een door de provincie gecontracteerde bestrijder de nesten op een milieuvriendelijk wijze verwijderen. Omdat de provincie niet langer alle nesten gaat weghalen dreigt dit redelijk goed lopende proces te stagneren waardoor niet alle nesten meer weggehaald worden, de motivatie van de vrijwilligers in de zoekgroepen daalt en ook veel hobbyimkers gaan stoppen met het imkeren omdat volken door de Aziatische Hoornaar verzwakken en daarna veelal de winter niet overleven. Doel van dit schrijven is dan ook om de gemeente Stichtse Vecht te vragen om nog dit jaar in te zetten op scenario 1 van deze analyse zodat beschreven proces doorgezet kan worden. Op korte termijn impliceert dit dat de volgende acties in gang gezet zouden moeten worden: 1. Bestrijders contracteren die ALLE gevonden nesten op een milieuvriendelijke wijze verwijderen. 2. Actieve communicatie naar de burgers. Dit betreft onder andere: a. Burgers attenderen op de aanwezigheid van de Aziatische Hoornaar en duidelijk maken hoe een Aziatische Hoornaar te herkennen is. b. Omdat een deel van de nesten niet hoog in de bomen zit, maar laag blijft zitten en omdat de Aziatische Hoornaar agressief wordt bij nadering van een nest is het van belang om burgers hierop te wijzen en voorzichtig te zijn. c.
Burgers duidelijk maken dat het belangrijk is om waarnemingen te melden en duidelijk maken hoe men waarnemingen kan melden. d. Burgers vragen om zich te melden als vrijwilliger voor de zoekgroepen.
1 Impact van de Aziatische hoornaar (Vespa velutina) in Europa Nestelgedrag, economische impact en risico's voor de volksgezondheid Vespa velutina Datum: 4 juni 2026 Silvia Hellingman Belangrijk: In eerdere versie van dit rapport werd verwezen naar het beleidsdocument Verantwoord beleid bij het beheer van de Aziatische hoornaar in Nederland van Jacques J.M. van Alphen. Van Alphen is gastonderzoeker bij Naturalis Biodiversity Center. Het feit dat op het voorblad van zijn document “Naturalis Biodiversity Center” staat, betekent niet dat het een officieel standpunt van Naturalis betreft. Het betreft een analyse van Emeritus Prof. Dr. Jacques Van Alphen zelf.
2 1. Inleiding De Aziatische hoornaar (Vespa velutina) wordt in Europa beschouwd als een van de meest schadelijke invasieve exoten. De impact is drieledig: een directe bedreiging voor de biodiversiteit, een aanzienlijke economische kostenpost voor de agrarische sector en een risico voor de volksgezondheid. 2. Nestelgedrag en Cyclus De hoornaar hanteert twee verschillende nestfasen, elk met eigen risicoprofielen. Het Primaire Nest (Voorjaar): • Periode: Maart/april, gestart door een solitaire koningin. • Locatie: Beschutte plekken (schuurtjes, carports, hagen), vaak op ooghoogte. • Uiterlijk: Lichtbruin "papier", formaat van een golfbal tot kleine meloen. • Impact: Vormt het startpunt van de kolonie; vroege opsporing is cruciaal om verdere verspreiding te voorkomen. Het Secundaire Nest (Zomer/Herfst): • Locatie: Meestal in boomtoppen (>10 meter hoog), waardoor ze pas opvallen na de bladval. • Capaciteit: Kan uitgroeien tot het formaat van een skippybal en huisvest duizenden hoornaars. • Regionale Variatie: In Zuid-Europa (Italië/Spanje) nestelt 25-30% zich op minder dan 5 meter hoogte, wat het gevaar voor burgers vergroot. 3. Economische Impact De totale schade in Europa loopt jaarlijks in de miljoenen euro's. Schade per land • Frankrijk: Jaarlijks € 30,8 miljoen (bijensterfte en bestrijding). Bron: het beleidsrapport van Jacques J.M.
van Alphen (Naturalis, 2025), waarin hij de economische schade van de Aziatische hoornaar samenvat. Het cijfer wordt expliciet genoemd als jaarlijkse kosten door bijensterfte + bestrijding in Frankrijk. • Spanje: € 35 - 45 miljoen. Spanje heeft een veel grotere bestuivingsafhankelijke landbouw dan Vlaanderen of Frankrijk. Conservatieve schatting (op basis van EU‑methodologie voor ecosysteemdiensten): € 20 - 25 miljoen verlies aan bestuivingsdiensten door lagere bijenactiviteit, koloniedruk en predatie. Cijfers Galicië. Bron: peer‑reviewed studies van de Universiteit van Santiago de Compostela 2024): € 561 schade per imker per jaar, 14–21% verlies van de totale honingproductiewaarde. Galicië is ongeveer 35–40% van alle Spaanse imkerijproductie. Opschaling naar Spanje (met lagere prevalentie in het zuiden): → € 12 - 15 miljoen per jaar Bestrijding: op basis van bekende contracten (zoals Reus: € 20.000) en regionale noodplannen: € 3 - 5 miljoen per jaar • Italië: Op basis van alle beschikbare officiële bronnen is de totale jaarlijkse schade van Vespa velutina in Italië het best te schatten op € 20 - € 30 miljoen per jaar. Er bestaan geen officiële Italiaanse schadebedragen, maar deze schatting volgt uit wat wél bekend is uit onderzoek, verspreidingsdata en EU‑methodologie.
3 • België (Vlaanderen): De totale waarde van bedreigde bestuivingsdiensten bedraagt € 194,4 miljoen. Bron: Rapport “Economische waardering van ecosysteemdiensten in Vlaanderen” (Vlaamse Milieumaatschappij / Departement Omgeving). Deze waarde wordt vervolgens gebruikt in beleidsstukken over de Aziatische hoornaar, omdat deze soort een directe bedreiging vormt voor honingbijen en wilde bestuivers. Belangrijkste Schadebronnen • Bijenteelt: Predatie en "foerageerverlamming" (bijen durven de kast niet uit), wat leidt tot verhongering van volken en lagere honingopbrengst. • Landbouw: Directe vraatschade aan rijp fruit (vooral druiven) en indirecte schade door verminderde bestuiving. • Bestrijdingskosten: Hoge kosten voor nestverwijdering (vaak gespecialiseerd klimwerk) en innovatie zoals radio-tracking. Schade aan Biodiversiteit: Meer dan alleen bijen De Aziatische hoornaar is een opportunistische jager. Hoewel honingbijen een makkelijke prooi vormen, bestaat het dieet voor een groot deel uit andere belangrijke bestuivers. • Andere insecten: Onderzoek toont aan dat circa 33% tot 50% van hun dieet bestaat uit wilde bijen, zweefvliegen, vlinders en wespen. Bronnen: Laurino et al. (2019), Piemonte, Italië. Monceau et al. (2014), Frankrijk, publicatie: Ecology and Evolution. Rome et al. (2015), Frankrijk.
• Ecosysteem-impact: Door deze brede jacht verstoort de hoornaar de volledige lokale voedselketen en vermindert hij de biodiversiteit van inheemse insectenpopulaties. Bronnen: EU JRC Technical Report (2019). Nature Scientific Reports (2021). Schade aan de fruitteelt In Zuid-Europa (Spanje, Portugal, Italië) is de economische schade in de fruitteelt direct zichtbaar door vraatschade. Bronnen: La Vanguardia – “Asian wasps threaten Spanish vineyards” (2024). Portugese landbouwdiensten verwijzen in rapportages naar “fruit damage by Vespa velutina”. De Italiaanse STOPVESPA‑projecten bevestigen dat Vespa velutina suikers uit fruit haalt. • Suikerbehoefte: In de herfst hebben de hoornaars veel suikers nodig. Ze vreten gaten in rijp fruit, waardoor dit onverkoopbaar wordt of gaat rotten aan de boom/rank. • Getroffen gewassen: Vooral wijndruiven, vijgen, appels en peren. De totale economische schade van invasieve soorten in Europa wordt geprojecteerd op € 11,9 miljard over de komende decennia. Vespa velutina is één van de hoogst scorende soorten in de categorie “toekomstige economische schade”. Bron: Invasive alien species in Europe: economic costs and future projections”. Auteurs: Diagne et al. (met bijdragen van EU‑EASIN onderzoekers). 4. Risico's voor de Volksgezondheid Hoewel de hoornaar niet proactief aanvalt, reageert de soort agressief bij verstoring van het nest.
De Aziatische hoornaar vormt reële risico’s voor de volksgezondheid, vooral door het risico op ernstige allergische reacties en door het toenemende aantal nesten in dichtbevolkte gebieden.
4 • Locatiegevaar: Omdat primaire nesten vaak op ooghoogte in tuinen zitten, is het risico op incidentele steken hoog. • Medische impact: Meervoudige steken kunnen leiden tot ernstige complicaties; voor allergische personen is er een risico op een fatale anafylactische shock. • Mortaliteit Zuid-Europa (Recente jaren) De dodelijke incidenten in Spanje, Portugal, Italië en Frankrijk laten een zorgwekkende trend zien voor de volksgezondheid (bronnen: Spanje - regionale gezondheidsdiensten. Portugal - Portugese overheid (ICNF – Instituto da Conservação da Natureza e das Florestas). Italië - STOPVESPA‑project (LIFE EU), LIFE STOPVESPA rapportages. Frankrijk - Franse overheid (Ministère de la Santé) en regionale prefecturen). Land Gemiddelde doden p.j. Bijzonderheden Spanje 3 tot 4 doden Concentratie in Galicië; piek in oktober 2025 met 3 doden in 15 dagen. Portugal 1 tot 2 doden Vaak gerelateerd aan landbouwactiviteiten in het noorden en midden van het land. Italië ~ 1 dode Toename van ernstige anafylactische reacties in regio's als Ligurië en Toscane. Frankrijk meerdere doden Stijging van incidenten door hoge nestdichtheid Naast de 3 doden in Spanje (oktober 2025), zijn er meer cijfers die de ernst onderstrepen: • Frankrijk: Sinds de introductie zijn er tientallen dodelijke slachtoffers geregistreerd.
De medische kosten voor behandelingen na steken worden geschat op miljoenen euro's per jaar. Frankrijk registreert duizenden medische interventies per jaar door hoornaars. • Portugal: Jaarlijks worden meer dan 10.000 nesten vernietigd om de druk op de volksgezondheid te verlagen. Desondanks blijven incidenten met landbouwers schering en inslag. Bron: EU INVASIVE SPECIES - Vespa velutina factsheet 5. Aziatische Hoornaar een risico voor Nederland? Daar zijn tegenstrijdige meningen over. EIS‑rapport (2024): schade beperkt. Het rapport “Hoe verder met de Aziatische hoornaar?” (EIS, 2024) concludeert dat: • de economische schade beperkt zou blijven • bestrijding niet kosteneffectief zou zijn Naturalis / Van Alphen (2025): schade substantieel. Het tegenrapport “Verantwoord beleid bij het beheer van de Aziatische hoornaar in Nederland” stelt dat: • de economische schade aanzienlijk kan worden • Nederland dezelfde richting op gaat als Frankrijk en Spanje
• | bestuivingsverlies en imkerijschade fors onderschat worden Het rapport verwijst naar buitenlandse schadecijfers (zoals € 30,8 miljoen/jaar in Frankrijk) om te laten zien wat Nederland te wachten staat. Het EIS‑rapport (2024) is de basis voor het huidige provinciale beleid. Naturalis (Van Alphen, 2025) stelt dat: • | EIS structureel onderschat • | Nederland dezelfde kant op gaat als Frankrijk en Spanje • | schade aan bestuiving en landbouw fors kan worden • | beleid gebaseerd moet zijn op empirie, niet op aannames EIS‑rapport (2024): schade beperkt. Nadere beoordeling van het EIS‑rapport “Hoe verder met de Aziatische hoornaar?” (EIS, 2024): • | “Het aantal nesten in Nederland en Vlaanderen stijgt nog steeds explosief, jaarlijks met een factor zeven, wat in 2023 resulteerde in meer dan 500 nesten in Nederland en meer dan 6400 in Vlaanderen.” Het EIS-rapport verbindt daar geen evenredig alarmerende beleidsconclusie aan. • | EIS rapport economische schade: 3.3 Economie: “Barbet-Massin et al. (2020) brengen de kosten van de bestrijding van de Aziatische hoornaar in kaart. Zij geven hierbij aan dat de economische kosten van de Aziatische hoornaar nog niet in kaart gebracht zijn. Hun claim dat de economische schade waarschijnlijk hoger is dan de kosten van de bestrijding, mist dan ook onderbouwing”.
In de economische paragraaf wordt géén concrete schade voor fruittelers gekwantificeerd, en ook de imkerijschade blijft op het niveau van kwalitatieve zorg, niet van kwantitatieve raming. Hoofdstuk 4.1 en 4.2 beschrijven de “huidige praktijk” en “resultaten” van nestopsporing en ‑verwijdering, maar zonder structurele kostencijfers per nest of per jaar. In de samenvatting en in de beleidsconclusies (hoofdstuk 5) komt de kern neer op dat “geld besteed aan de bestrijding van de Aziatische hoornaar weggegooid is.”. EIS gebruikt het argument “bestrijding is niet kosteneffectief”, maar onderbouwt dat niet met een volwaardige kosten‑batenanalyse. De bestrijdingskosten worden niet kwantitatief afgezet tegen schade voor imkers, fruittelers en ecosysteemdiensten. EIS negeert internationale schadecijfers. Voorbeelden: o | Frankrijk: € 30,8 miljoen/jaar o | Spanje: € 35–45 miljoen/jaar (schatting op basis van peer‑reviewed data) o | Italië: € 20–30 miljoen/jaar o | Portugal: >10.000 nesten/jaar → miljoenen aan bestrijdingskosten EIS 3.2 Biodiversiteit: “Samenvattend kan gesteld worden dat de prooikeuze van hoornaars, met uitzondering van honingbijen, vooral als ‘nuttig’ gekwalificeerd kan worden. Predatie door hoornaars vormt geen bedreiging voor de biodiversiteit.”. EIS onderschat biodiversiteitsschade.
EIS focust op honingbijen, maar: o | 33–50% van het dieet bestaat uit wilde bestuivers o | EU‑JRC toont ecosysteemverstoring o | predatie beïnvloedt voedselketens (vogels, vleermuizen, insecten) • | “De Aziatische hoornaar is niet agressief en zal alleen steken bij directe verstoring van het nest.” (EIS‑advies, sectie over gedrag en risico | ’s). En “Het risico voor de volksgezondheid is 5 6 beperkt.”. EIS vermeldt in de verantwoording en literatuurlijst: Franse ecologische studies uit 2006– 2014. Maar EIS verwijst echter nergens naar: o recente Franse incidentdata o Spaanse of Portugese gezondheidsrapportages o Italiaanse STOPVESPA‑incidenten o EU‑risicobeoordelingen over volksgezondheid o medische casusstudies over anafylaxie Onvermeld blijven de 3 doden in Spanje (oktober 2025), Frankrijk: Sinds de introductie zijn er tientallen dodelijke slachtoffers geregistreerd, Italië: Toename van ernstige anafylactische reacties in regio's als Ligurië en Toscane en Portugal: incidenten met landbouwers schering en inslag. EIS negeert de officiële EU‑waarschuwingen over de Aziatische hoornaar. • EU‑verordening 1143/2014 – Invasive Alien Species (IAS) o De Aziatische hoornaar is opgenomen als IAS van Uniezorg.
Dit betekent dat de EU formeel erkent dat de soort: ▪ schadelijk is voor biodiversiteit, ▪ economische schade veroorzaakt, ▪ risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengt, en ▪ dat lidstaten verplicht zijn tot preventie, monitoring en bestrijding. Dit wordt bevestigd in het officiële antwoord van de Europese Commissie op een parlementaire vraag. • EU‑risicobeoordeling (GB‑NNRA) – Eurostat / circabc. De officiële EU‑risicobeoordeling noemt de volgende risico’s: o Predatie op honingbijen én wilde bestuivers (hommelsoorten, zweefvliegen). o Negatieve impact op bestuivingsdiensten, met gevolgen voor fruit‑ en gewasproductie. o Risico’s voor recreatie en volksgezondheid door agressief nestverdedigingsgedrag. o Hoge kans op verdere verspreiding in Noord‑Europa, inclusief Nederland. Deze beoordeling is een formeel EU‑document en wordt gebruikt voor beleidsbeslissingen. • EU JRC Technical Report (2019) – Impact op Ecosysteemdiensten. Het Joint Research Centre (wetenschappelijke dienst van de Europese Commissie) publiceerde een volledig case‑study rapport over Vespa velutina. Belangrijkste conclusies: o De soort veroorzaakt substantiële schade aan bestuivingsdiensten. o Dit leidt tot economische verliezen in landbouw en fruitteelt. o De hoornaar verstoort ecosystemen op landschapsniveau. o De impact neemt toe naarmate de soort zich noordwaarts uitbreidt.
• EASIN / Europese Commissie – Species Factsheet (2023 update). Beschrijft Vespa velutina als high impact invasive species: o Meldt snelle verspreiding en grote druk op bestuivers o Waarschuwt voor economische schade in bijenteelt en landbouw o Geeft aan dat risico’s in Noord-Europa toenemen • EPPO (European and Mediterranean Plant Protection Organization). Relevantie: o EPPO noemt Vespa velutina een ernstige bedreiging voor bestuivers o PRA’s tonen dat verspreiding naar Noord-Europa waarschijnlijk is
o | Bevestigt hoge nestdichtheden en grote impact op honingbijen o | Adviseert vroegtijdige detectie en empirisch beleid • | EPPO (European and Mediterranean Plant Protection Organization), EPPO Alert List & Pest Risk Analysis (PRA). Relevantie: o | EPPO noemt Vespa velutina een ernstige bedreiging voor bestuivers o | PRA’s tonen dat verspreiding naar Noord-Europa waarschijnlijk is o | Bevestigt hoge nestdichtheden en grote impact op honingbijen o | Adviseert vroegtijdige detectie en empirisch beleid • | EFSA (European Food Safety Authority) – Scientific Opinion (2020–2023). Hoewel EFSA vooral voedselveiligheid beoordeelt, heeft het meerdere rapporten waarin Vespa velutina wordt genoemd in relatie tot: o | Risico’s voor bestuivers o | Impact op landbouwproductie o | Noodzaak van evidence based monitoring • | Europese LIFE projecten (LIFE STOP Vespa, LIFE Invasaqua, LIFE Asap). Deze projecten zijn door de EU gefinancierd en leveren peer reviewed rapporten. Relevantie: o | Documenteren snelle verspreiding in Frankrijk, Spanje, Portugal, Italië o | Beschrijven grote economische schade aan bijenteelt o | Tonen dat nestdichtheden exponentieel stijgen zonder interventie o | Adviseren empirisch onderbouwde bestrijdingsstrategieën • | Europese Academische Publicaties (Nature, Biological Invasions, NeoBiota). Voorbeelden: o | Monceau et al.
(2014–2020) ▪ | Documenteren massale predatie op honingbijen ▪ | Kwantificeren economische schade in Frankrijk o | Rome et al. (2015–2022) ▪ | Beschrijven verspreidingsmodellen die laten zien dat Nederland kwetsbaar is o | Robinet et al. (2017–2023) ▪ | Voorspellen noordwaartse expansie richting Benelux en Duitsland Inzet vallen Vespa velutina 6. | Inzet vallen voor monitoring De kritiek van EIS is dat de vallen niet selectief zijn, klopt. Echter: • | Lioy et al. (2020) – Italië & Frankrijk. Peer reviewed studie over selectiviteit van vallen. Wat deze studie zegt: Vallen hebben bijvangst, maar Vespa velutina veroorzaakt zoveel predatie op bestuivers dat geen bestrijding ecologisch nog schadelijker is. De auteurs pleiten voor verbeterde vallen, niet voor stoppen met vangen. • | European and Mediterranean Plant Protection Organization - EPPO Pest Risk Analysis & Guidelines: EPPO adviseert terughoudendheid met vallen omdat ze niet-selectief zijn. EPPO benadrukt dat vallen geen bewezen effect hebben op populatiereductie op landschapsniveau. EPPO adviseert: o | Vallen niet als enige methode gebruiken o | Maar wel inzetten in monitoring en rond haarden o | Omdat Vespa velutina zonder ingrijpen grote schade veroorzaakt aan bestuivers 7 8 EPPO erkent het dilemma en kiest voor gerichte bestrijding.
• LIFE projecten (EU gefinancierd) – veldrapporten uit Frankrijk, Spanje en Portugal: Vallen worden alleen aanbevolen voor lokale monitoring, niet voor bestrijding. • Spaanse LIFE projecten (LIFE STOP Vespa, LIFE Invasaqua). Deze projecten hebben duizenden vallen getest. Conclusies: o Vallen zijn niet volledig selectief, maar gerichte inzet (bijvoorbeeld rond nesten of in monitoringzones) verlaagt de populatie significant. o Niet ingrijpen leidt tot explosieve groei en grote schade aan bestuivers. De EU-projecten benadrukken dat vallen schadelijk kunnen zijn, maar geen bestrijding is veel schadelijker. 7. Verbeterde opsporingsmethoden verlagen de kosten van bestrijding De afgelopen jaren zijn de opsporingsmethoden voor Vespa velutina sterk geëvolueerd. Waar de bestrijding vroeger afhankelijk was van tijdrovende visuele inspecties en meldingen van burgers, beschikt men tegenwoordig over snellere, nauwkeurigere en kostenefficiënte technieken. Deze vooruitgang heeft geleid tot lagere bestrijdingskosten, snellere interventies en hogere efficiëntie in het veld. • Radar en telemetrietechnieken In Frankrijk, Spanje en Italië worden steeds vaker mini zenders op gevangen werksters geplaatst.
Deze methode: o leidt binnen 10–45 minuten naar het nest o voorkomt langdurige zoekacties o maakt het mogelijk om meerdere nesten per dag te lokaliseren o verlaagt personeelskosten aanzienlijk Studies van INRAE tonen aan dat telemetrie de kostprijs per gevonden nest met 40–60% verlaagt. • Gerichte monitoring in plaats van massale vallen Dankzij betere kennis van: o vliegpatronen o landschapsgebruik o seizoensdynamiek worden vallen nu gericht ingezet (bijvoorbeeld rond hotspots of vermoedelijke nestlocaties), in plaats van massaal verspreid. Redenen: o vermindert bijvangst o verlaagt materiaalkosten o verhoogt de kans dat een gevangen werkster naar een nest leidt LIFE STOP Vespa rapporteert dat gerichte monitoring tot 70% minder vallen vereist voor dezelfde detectiegraad. • AI analyse van meldingen en beelden In meerdere EU landen worden meldingen via apps en foto herkenning automatisch geanalyseerd. Dit: o filtert foutieve meldingen o versnelt de respons o voorkomt onnodige ritten In Spanje leidde dit tot een 30% reductie in operationele kosten.
9 • Verbeterde nestdetectie door drones Drones met warmtecamera’s worden steeds vaker ingezet om nesten in: o hoge bomen o stedelijke structuren o moeilijk bereikbare terreinen te lokaliseren. Drones vervangen dure klimteams en verkorten de zoektijd drastisch. Snellere interventie = lagere kosten Hoe eerder een nest wordt gevonden: • hoe kleiner het nest • hoe minder materiaal nodig is • hoe minder risico’s voor uitvoerders • hoe lager de kosten van verwijdering In Frankrijk is de gemiddelde kostprijs per nest meer dan gehalveerd sinds de introductie van telemetrie en drones. Conclusie De combinatie van telemetrie (zenderen), drones, gerichte monitoring, AI-analyse en verbeterde meldsystemen heeft de opsporing van Vespa velutina in Europa aanzienlijk efficiënter gemaakt. Hierdoor: • worden nesten sneller gevonden • daalt de werkdruk voor bestrijdingsteams • neemt de kostprijs per nest sterk af • wordt de totale bestrijding economisch haalbaarder Deze technologische vooruitgang maakt het mogelijk om de soort effectiever en goedkoper te beheersen dan in de beginjaren van de invasie. Europese bronnen die telemetrie bevestigen: • FR INRAE (Frankrijk): Telemetrie is de meest efficiënte methode voor nestdetectie. • ES LIFE STOP Vespa: Radio tracking reduces search time and operational costs significantly.
• IT Università di Torino: Radio telemetry allows rapid nest localisation even in complex landscapes. Bestrijding van nesten met drones De inzet van drones heeft de bestrijding van Vespa velutina de afgelopen jaren aanzienlijk veranderd. Waar vroeger hoogwerkers, klimteams of risicovolle boomklimtechnieken nodig waren, kunnen nesten nu snel, veilig en kostenefficiënt worden bereikt met gespecialiseerde drones. Deze methode wordt inmiddels toegepast in Frankrijk, Spanje, Italië en steeds vaker in Noord-Europa. Drones bieden drie grote voordelen: • Veiligheid: o Geen klimmers meer nodig in hoge bomen o Geen risico’s voor bestrijdingsteams o Minder kans op incidenten met agressieve nesten o Minder kans op incidenten met agressieve nesten • Bereikbaarheid;
10 Drones bereiken nesten op 20–40 meter hoogte Ook geschikt voor nesten in: o smalle stedelijke straten o bosranden o ontoegankelijke terreinen • Kostenbesparing: o Geen hoogwerker nodig (besparing: €500–€1.500 per inzet) o Minder personeel o Snellere interventie → lagere totale kosten 8. Natuurlijke vijanden Vogels Europese soorten die Vespa velutina eten • Europese bijeneter (Merops apiaster). Meest gedocumenteerde predator. Eet zowel werksters als koninginnen. Sterk effect lokaal, maar niet populatie remmend op landschapsniveau. Bronnen: Spanje, Portugal, Frankrijk (MNHN, INRAE) • Koolmees & pimpelmees. Eten soms larven uit verlaten nesten. Geen effect op populatie • Spechten. Openen verlaten nesten, eten larven/poppen. Geen effect op actieve kolonies Zoogdieren • Das. Documentatie uit Frankrijk: graaft soms nesten uit. Alleen bij grondnesten, zeldzaam • Vossen. Eten gevallen larven/poppen. Geen effect op populatie Parasitoïden en parasieten • Conops vesicularis (parasitaire vlieg). Parasitiseert volwassen wespen. Gedocumenteerd in Frankrijk en Italië. Infectiegraad laag (<5%). Geen populatiecontrole • Sarcophaga spp. (vleesvliegen). Eten larven in verlaten nesten. Geen effect op actieve kolonies • Pheromermis vesparum (nematode). Parasitiseert wespenlarven. Bekend van Vespa crabro. In Vespa velutina slechts incidenteel gevonden.
Te lage infectiegraad om relevant te zijn Predatoren • Europese hoornaar (Vespa crabro). Valt Vespa velutina aan. Vooral bij voedselconcurrentie. Kan individuele werksters doden. Geen effect op kolonies of populatiegroei • Papierwespen (Polistes spp.). Eten larven uit verlaten nesten. Geen effect op populatie Micro-organismen • Schimmels en bacteriën. Beauveria bassiana (entomopathogene schimmel). In laboratorium effectief. In veldsituaties onvoldoende verspreiding • Serratia marcescens (bacterie). Veroorzaakt ziekte in larven. Geen veldimpact Wat zeggen Europese bronnen over effectiviteit? • INRAE (Frankrijk): “Natural enemies of Vespa velutina exist but none are capable of regulating populations.” • MNHN (Muséum National d’Histoire Naturelle): “Predation by birds and mammals is observed but remains ecologically negligible.”
11 • LIFE STOP Vespa (EU project): “No natural enemy currently exerts sufficient pressure to slow population expansion.” • JRC – Europese Commissie: “The species lacks effective natural control in Europe, contributing to its invasive success.” Waarom natuurlijke vijanden de populatie niet remmen • Vespa velutina heeft grote kolonies (tot 15.000 individuen). • Predatie richt zich op individuele werksters, niet op koninginnen. • Parasitoïden hebben te lage infectiegraad. • De soort heeft geen co evolutie met Europese vijanden. • De reproductie is exponentieel (duizenden werksters per nest en tientallen tot honderden nieuwe koninginnen). 9. Conclusies Het is van het grootste belang om de Aziatische hoornaars serieus te nemen in Nederland. Nederland is een zeer dichtbevolkt land en het risico om in contact te komen met de Aziastische hoornaar is daardoor zeer groot. EIS stelt in zijn advies dat de Aziatische hoornaar niet agressief is richting mensen, alleen steekt bij directe nestverstoring en dus het risico voor volksgezondheid “beperkt” is. De feiten tonen het tegendeel aan. Het voeren van beleid op de foute aanname dat de Aziatische hoornaar niet agressief is richting mensen is risicovol. Ook relevant de mogelijke aansprakelijkheid van overheden voor risico’s van de Aziatische hoornaar aan de hand van het Kelderluik‑arrest (HR 1965).
Toegepast op Vespa velutina ontstaat een duidelijk juridisch kader waaruit volgt dat overheden wél degelijk een zorgplicht hebben en dat het huidige minimalistische beleid (zoals gebaseerd op EIS) juridisch kwetsbaar is. Het Kelderluik‑arrest geeft vier criteria om te bepalen of iemand aansprakelijk is voor gevaarzettend gedrag of nalaten. Bij overheden gaat het om de publiekrechtelijke zorgplicht én de onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Criterium 1: Hoe waarschijnlijk is onoplettendheid van burgers (“dan had je maar beter moeten opletten”)? De onoplettendheid is zeer waarschijnlijk en niet verwijtbaar. Burgers; • herkennen nesten vaak niet (hoog in bomen, in hagen, in schuren) • weten niet dat de soort gevaarlijker is dan een gewone wesp • verstoren nesten onbewust tijdens tuinieren, wandelen, snoeien • worden niet structureel geïnformeerd door overheid of gemeenten De overheid weet dat burgers dit risico niet zelfstandig kunnen inschatten. Criterium 2: Hoe groot is de kans op een ongeval? De kans is reëel en neemt toe. Feiten: • in Frankrijk, Spanje, Italië en Portugal vallen jaarlijks doden • Vlaanderen heeft >6.400 nesten en stijgende incidenten • Nederland had in 2023 al >500 nesten • meerdere steken kunnen levensgevaarlijk zijn • imkers, hoveniers, wandelaars en kinderen lopen verhoogd risico De kans op letsel is niet theoretisch maar concreet.
Criterium 3: Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
12 Ernstig tot dodelijk. Medisch risico: • anafylaxie (levensbedreigend) • toxische reacties bij meerdere steken • risico op valincidenten bij paniekreacties • risico voor hulpdiensten bij nestverwijdering Internationale cijfers tonen: • tientallen doden in Frankrijk • meerdere doden in Spanje en Italië • dagelijkse medische interventies in Portugal De gevolgen zijn zwaar en voorzienbaar. Criterium 4: Hoe bezwaarlijk is het om veiligheidsmaatregelen te nemen? Niet bezwaarlijk. Maatregelen zijn: • publieksvoorlichting (website, folders, meldpunten) • landelijke coördinatie van bestrijding • nestverwijdering • monitoring en snelle respons (zoals EU verplicht) • samenwerking met imkers en gemeenten Kosten zijn beperkt vergeleken met: • medische kosten • schade aan biodiversiteit • bestuivingsverlies Maatregelen zijn betrekkelijk eenvoudig, uitvoerbaar en wegen ruimschoots op tegen de schade. Inzet van vallen is nuttig voor de monitoring. Neveneffect: bijvangsten (niet selectief). Schade van de Vespa velutina is echter groter dan het negatieve effect van monitoring. Moderne technologieën voor opsporing en bestrijding zijn effectief en kosten efficiënt. Natuurlijke vijanden zijn onvoldoende tot niet in staat de populatie terug te dringen. 10.
Tot slot Ik zie weer dezelfde fouten maken zoals destijds met de eikenprocessierupsen, namelijk de historische onderschatting van de eikenprocessierups: • Vroege signalen werden genegeerd of geminimaliseerd • In de jaren ’90 en vroege jaren 2000 werd de soort gezien als “beperkt risico”. • Gemeenten kregen het advies dat bestrijding “niet nodig” was. • Waarschuwingen van ecologen en terreinbeheerders werden niet serieus genomen. En recent, waar “deskundigen” op basis van aannames stelden dat de eikenprocessierupsen de bomen niet verlieten en zich niet konden ingraven. Onderzoek heeft aangetoond dat de eikenprocessierupsen in staat zijn om in verlengde diapauze te gaan en jaren in rusttoestand gaan en wachten op betere tijden. Wederom het onderschatten van de risico’s. Laat men niet te zelfde fouten maken. Provincie Overijssel handelt proactief op basis van feiten en niet op basis van aannames.
13 11. Een nog grotere hoornaar is onderweg De Vespa soror is de grootste hoornaarsoort ter wereld na de bekende Japanse reuzenhoornaar (Vespa mandarinia). Ze staat bekend om haar enorme omvang en agressieve jachttechnieken. In Europa is de Vespa soror inmiddels aangetroffen in Spanje. Fysieke kenmerken • Formaat: Koninginnen kunnen tot 4,6 cm lang worden; werksters zijn meestal tussen de 2,5 en 3,5 cm. • Kleur: Ze hebben een opvallend donkerbruin tot zwart lichaam met een feloranje-geel gezicht en een oranje achterlijf met donkere banden. • Kaken: Ze bezitten extreem krachtige kaken (mandibels) die bedoeld zijn om prooien te onthoofden en pantsers van andere insecten te kraken. Nieuwe Invasieve Dreiging: Vespa soror in Spanje • Locatie: Voor het eerst aangetroffen in de gemeente Siero (provincie Asturië), in Noord- Spanje. • Vondsten: Er zijn in totaal vier exemplaren (werksters) gevangen in vallen die eigenlijk bedoeld waren voor de Aziatische hoornaar (V. velutina). o Maart 2022: Eerste twee exemplaren gevonden. o Oktober 2023: Nogmaals twee exemplaren op dezelfde locatie gevonden. • Status: Wetenschappers van de Universiteit van Oviedo publiceerden de officiële bevestiging eind 2024. Hoewel er nog geen nest is gevonden, duiden de vangsten in verschillende jaren op een mogelijke lokale vestiging. 12.
Informatief Economic costs of the invasive Yellow-legged hornet on honey bees - ScienceDirect Children as frontline detectors: School-based programs can enhance early monitoring of Vespa velutina Vespa velutina news - Scientific research on the invasive Vespa velutina Asian hornet Drie doden in twee weken door Aziatische hoornaars zorgen voor onrust in Galicië | SpanjeVandaag Vespa velutina news - Scientific research on the invasive Vespa velutina Asian hornet EPPO Global Database Nieuwe reuzenhoornaar in Europa, maar paniek is niet aan de orde | Natuurpunt
Populatie- en kostenmodel Aziatische hoornaar (Vespa velutina) Scenarioanalyse van populatieontwikkeling, nestverwijdering en kosten Exportdatum en tijd: 20-8-2026, 16:21:56 Modelversie: 1.0 Notitie: Automatisch gegenereerde scenarioanalyse Dit rapport geeft een modelmatige vergelijking van drie beheerscenario's voor de Aziatische hoornaar. De uitkomsten zijn bedoeld voor scenarioanalyse en beleidsinterpretatie en niet als exacte voorspelling van toekomstige populatiegroottes. Effectieve beheersmaatregelen bestaan uit een integratie van meerdere bestrijdingsmethoden, zoals een combinatie van nestverwijdering, spring-trapping en andere methoden. Managementsamenvatting Simulatienaam: Stichtse Vecht Simulatieduur: 10 jaren Aanname: De invoerparameter 'Startpopulatie' representeert gegevens van het vorige seizoen (2025) Scenario | Totale kosten | Totaal verwijderde | Eindpopulatie | Verzadigingsjaa | Piekjaarkosten nesten | r Scenario 1 - vroeg beheer | € 47.700 | 159 | 20 | Niet bereikt | € 4.800 Scenario 2 - geen beheer | € 582.900 | 1.943 | 1.029 | 2030 | € 92.400 Scenario 3 - beheer na verzadiging | € 726.900 | 2.423 | 220 | 2030 | € 223.500 Interpretatie: - Bij de gekozen parameters leidt vroeg beheer tot lagere cumulatieve kosten dan beheer na verzadiging. - Uitstel van ingrijpen vergroot de populatiebasis waarop later moet worden beheerd.
- Het referentiescenario zonder actief beheer laat zien tot welk niveau de populatie onder deze aannames kan doorgroeien. - Scenario 1 - vroeg beheer heeft in deze run de laagste totale kosten, terwijl Scenario 1 - vroeg beheer de laagste eindpopulatie oplevert. Gebruikte modelparameters Parameter | Symb | Waarde | Eenheid | Betekenis ool Kostprijs per nestverwijdering | c | 300 | euro per nest | Directe verwijderingskosten per nest. Maximale nestdichtheid | d_max | 12 | nesten per km2 | Maximumdichtheid per oppervlakte-eenheid. Oppervlakte gebied | A | 96 | km2 | Grootte van het gemodelleerde gebied. Startpopulatie | N0 | 19 | nesten | Beginaantal nesten in jaar 1. Maximale groeifactor bij lage | R_max | 5 factor | Groeidruk in vroege populatiefase. dichtheid Verzadigingsdrempel | s | 0,95 | fractie van K | Drempel voor analytisch verzadigingsmoment. Jaarlijks verwijderingspercentage | p_beheer | 0,8 fractie | Aandeel actief verwijderde nesten per jaar. actief Jaarlijks verwijderingspercentage | p_passief | 0,3 fractie | Aandeel passief verwijderde nesten per jaar. passief Startjaar vroeg beheer | t_start | 1 jaar | Jaar waarin scenario 1 actief beheer start. Simulatieduur | T | 10 | jaren | Aantal gesimuleerde jaren. Kritisch beheerpercentage Grootheid | Waarde | Toelichting Kritisch beheerpercentage p_kritisch | 0,8 | Theoretische ondergrens bij lage dichtheid.
Gekozen beheerpercentage p_beheer | 0,8 | Invoer voor actieve scenario's. Conclusie | Boven p_kritisch | Structurele afremming in de vroege fase is volgens het model plausibel. Het kritische beheerpercentage is het theoretische minimumpercentage verwijdering dat bij lage dichtheid nodig is om populatiegroei af te remmen. Ligt het gekozen beheerpercentage daaronder, dan is structurele krimp in de vroege fase volgens het model minder waarschijnlijk. Pagina 1 van 5 Grafieken Populatieontwikkeling per scenario Cumulatieve kosten per scenario Resultaten per scenario Scenario 1 - vroeg starten met beheer Vanaf jaar t_start wordt jaarlijks een fractie p_beheer van de nesten verwijderd.
[S6] Totale kosten | Totaal verwijderde nesten | Eindpopulatie | Verzadigingsjaar | Piekjaarkosten € 47.700 | 159 | 20 | Niet bereikt | € 4.800 Volledige berekende tabel per jaar: Kale | Beginpop | Verwijderin | R_eff | Verwijderd | Populatie | Populatie | Jaarlijkse kosten | Cumulatieve kosten nderj | ulatie | gspercent | e nesten | na verwijd | volgend aar | age | ering | jaar 2025 | 19 | 0,8 | 4,93 | 15 | 4 | 20 | € 4.500 | € 4.500 2026 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 9.300 2027 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 14.100 2028 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 18.900 2029 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 23.700 2030 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 28.500 2031 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 33.300 2032 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 38.100 2033 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 42.900 2034 | 20 | 0,8 | 4,93 | 16 | 4 | 20 | € 4.800 | € 47.700 Scenario 2 - geen beheer Er vindt geen actieve nestverwijdering plaats. Dit scenario fungeert als referentiescenario.
[S6] Totale kosten | Totaal verwijderde nesten | Eindpopulatie | Verzadigingsjaar | Piekjaarkosten Pagina 2 van 5 € 582.900 | 1.943 | 1.029 | 2030 | € 92.400 Volledige berekende tabel per jaar: Kale | Beginpop | Verwijderin | R_eff | Verwijderd | Populatie | Populatie | Jaarlijkse kosten | Cumulatieve kosten nderj | ulatie | gspercent | e nesten | na verwijd | volgend aar | age | ering | jaar 2025 | 19 | 0,3 | 4,78 | 6 | 13 | 62 | € 1.800 | € 1.800 2026 | 62 | 0,3 | 4,35 | 19 | 43 | 187 | € 5.700 | € 7.500 2027 | 187 | 0,3 | 3,44 | 56 | 131 | 450 | € 16.800 | € 24.300 2028 | 450 | 0,3 | 2,39 | 135 | 315 | 752 | € 40.500 | € 64.800 2029 | 752 | 0,3 | 1,77 | 226 | 526 | 931 | € 67.800 | € 132.600 2030 | 931 | 0,3 | 1,53 | 279 | 652 | 999 | € 83.700 | € 216.300 2031 | 999 | 0,3 | 1,46 | 300 | 699 | 1.020 | € 90.000 | € 306.300 2032 | 1.020 | 0,3 | 1,44 | 306 | 714 | 1.026 | € 91.800 | € 398.100 2033 | 1.026 | 0,3 | 1,43 | 308 | 718 | 1.028 | € 92.400 | € 490.500 2034 | 1.028 | 0,3 | 1,43 | 308 | 720 | 1.029 | € 92.400 | € 582.900 Scenario 3 - beheer na verzadiging Er wordt pas actief verwijderd zodra de populatie de gekozen verzadigingsdrempel bereikt.
[S6] Totale kosten | Totaal verwijderde nesten | Eindpopulatie | Verzadigingsjaar | Piekjaarkosten € 726.900 | 2.423 | 220 | 2030 | € 223.500 Volledige berekende tabel per jaar: Kale | Beginpop | Verwijderin | R_eff | Verwijderd | Populatie | Populatie | Jaarlijkse kosten | Cumulatieve kosten nderj | ulatie | gspercent | e nesten | na verwijd | volgend aar | age | ering | jaar 2025 | 19 | 0,3 | 4,78 | 6 | 13 | 62 | € 1.800 | € 1.800 2026 | 62 | 0,3 | 4,35 | 19 | 43 | 187 | € 5.700 | € 7.500 2027 | 187 | 0,3 | 3,44 | 56 | 131 | 450 | € 16.800 | € 24.300 2028 | 450 | 0,3 | 2,39 | 135 | 315 | 752 | € 40.500 | € 64.800 2029 | 752 | 0,3 | 1,77 | 226 | 526 | 931 | € 67.800 | € 132.600 2030 | 931 | 0,8 | 3,04 | 745 | 186 | 565 | € 223.500 | € 356.100 2031 | 565 | 0,8 | 3,59 | 452 | 113 | 406 | € 135.600 | € 491.700 2032 | 406 | 0,8 | 3,9 | 325 | 81 | 316 | € 97.500 | € 589.200 2033 | 316 | 0,8 | 4,1 | 253 | 63 | 258 | € 75.900 | € 665.100 2034 | 258 | 0,8 | 4,24 | 206 | 52 | 220 | € 61.800 | € 726.900 Pagina 3 van 5 Toelichting op model en aannames Afgeleide grootheid: K = d_max x A [S1, S7] De draagkracht K geeft de theoretische maximale populatieomvang binnen het gemodelleerde gebied onder de gekozen aanname voor maximale nestdichtheid.
Empirische achtergrond voor maximale nestdichtheid (d_max) De parameter d_max representeert de maximale nestdichtheid van Vespa velutina die in een gebied kan voorkomen wanneer de populatie zich volledig heeft gevestigd. Veldstudies in Europa laten zien dat de dichtheid sterk varieert afhankelijk van landschap en urbanisatiegraad [B5, B6, B7]. - ongeveer 5 nesten per km2 in landelijke gebieden - ongeveer 10-12 nesten per km2 in stedelijke gebieden In sommige lokale studies zijn nog hogere waarden waargenomen, met uitschieters tot ongeveer 19 nesten per km2 of meer in sterk verstedelijkte of voedselrijke landschappen. Deze waarden worden in dit model gebruikt als plausibele bandbreedte voor scenarioanalyse van populatieontwikkeling [B5, B6, B7]. De gekozen waarde voor d_max heeft grote invloed op de lange-termijnpopulatie en daarmee op de potentiele omvang van latere beheermaatregelen. Lagere waarden vertegenwoordigen meer open of landelijke landschappen, terwijl hogere waarden passen bij stedelijke of voedselrijke gebieden waar Vespa velutina dichter kan voorkomen [S7]. Model voor populatiedynamiek De populatieontwikkeling wordt gemodelleerd met een dichtheidsafhankelijk groeimodel van het Beverton-Holt-type [S2]. Dit betekent dat de populatie bij lage dichtheid snel kan toenemen, terwijl de groei afremt wanneer de populatie de draagkracht van het gebied benadert.
V_t = p_t x N_t N_rest = (1 - p_t) x N_t N_(t+1) = (R_max x N_rest) / (1 + ((R_max - 1) / K) x N_rest) C_t = c x V_t [S4] N_t = aantal nesten aan het begin van jaar t V_t = aantal verwijderde nesten in jaar t N_rest = resterende populatie na verwijdering N_(t+1) = populatie aan het begin van het volgende jaar C_t = jaarlijkse verwijderingskosten Interpretatie van modelparameters R_max Bepaalt hoe snel de populatie groeit wanneer deze nog ver onder de draagkracht ligt. Hogere waarden leiden tot snellere uitbreiding in de vroege fase. d_max Bepaalt samen met de oppervlakte de potentiele maximale nestbezetting van het gebied. Hogere waarden leiden tot een hogere theoretische draagkracht [S1, S7]. Empirische studies rapporteren voor Vespa velutina vaak ordegroottes rond circa 5 nesten per km2 in landelijke contexten en circa 10-12 nesten per km2 in stedelijke contexten, met lokale maxima tot ongeveer 15-19 nesten per km2 [B5, B6, B7]. A Grotere gebieden kunnen bij gelijke dichtheid meer nesten dragen. Daardoor nemen zowel potentiele populatieomvang als latere beheersinspanning toe [S1]. p_beheer Geeft aan welk deel van de aanwezige nesten jaarlijks voor reproductie effectief wordt verwijderd. Dit is de belangrijkste beleidsmatige stuurvariabele in actieve scenario's [S3]. c Beinvloedt niet de ecologische uitkomst van het model, maar wel de financiele gevolgen van beheer [S4].
t_start Bepaalt hoe vroeg actief beheer start. Een vroeger startmoment verkleint doorgaans de kans op latere hoge beheerkosten [S6]. s Geeft aan bij welk aandeel van de draagkracht in dit model wordt gesproken van verzadiging. Dit is een analytische drempel en geen absoluut ecologisch omslagpunt [S5]. Pagina 4 van 5 Systematische verwijzingen [S1] Draagkracht: De berekende draagkracht K volgt rechtstreeks uit de aanname K = d_max x A. [S2] Populatiegroei: De jaarlijkse populatieontwikkeling volgt uit een dichtheidsafhankelijk Beverton-Holt-model met parameter R_max. [S3] Beheer: De omvang van nestverwijdering in actieve scenario's wordt bepaald door p_t en dus uiteindelijk door p_beheer en het gekozen scenario-regime. [S4] Kosten: De jaarlijkse kosten volgen lineair uit het aantal verwijderde nesten via C_t = c x V_t. [S5] Verzadiging: Het verzadigingsjaar is afhankelijk van de gekozen drempel s x K en is dus modelmatig gedefinieerd. [S6] Scenariovergelijking: Verschillen tussen scenario's komen uitsluitend voort uit verschillen in timing en intensiteit van beheer; overige modelaannames blijven gelijk. [S7] Maximale nestdichtheid: De parameter d_max bepaalt samen met de oppervlakte van het gemodelleerde gebied de draagkracht K van het systeem. Alle populatie-uitkomsten in het model zijn daarom direct afhankelijk van de gekozen aannames over maximale nestdichtheid.
Bronnen en wetenschappelijke achtergrond [B1] Beverton, R.J.H. en Holt, S.J. Klassieke grondslag voor dichtheidsafhankelijke populatiemodellen. [B2] Monceau, K. en Thiery, D. Studies naar nestdistributie en nestdichtheden van Vespa velutina op lokale schaal in Frankrijk. [B3] Europese veldstudies over Vespa velutina: literatuur waarin stedelijke en landelijke nestdichtheden van enkele tot meer dan tien nesten per km2 worden gerapporteerd. [B4] Beleidsmatige notitie: Dit model gebruikt wetenschappelijke inzichten als basis voor scenarioanalyse, maar vervangt geen lokale veldinventarisatie of operationele risicoanalyse. [B5] Monceau, K., Bonnard, O. en Thiery, D. Vespa velutina nest distribution at a local scale: an 8-year survey. Monitoringstudie van nestdichtheden in Zuidwest-Frankrijk (Arcachon / Andernos-les-Bains), met als belangrijke bevinding circa 10 nesten per km2 in stedelijke zones. [B6] Veldstudies en monitoringprogramma's in Portugal en Frankrijk rapporteren gemiddelde stedelijke dichtheden van circa 5 +/- 3 nesten per km2 en hogere lokale maxima. [B7] Europese monitoringrapporten over Vespa velutina tonen dat lokale dichtheden sterk kunnen varieren afhankelijk van voedselbeschikbaarheid, urbanisatie en detectie-inspanning, met gemelde maxima tot circa 15-19 nesten per km2.
De bronverwijzingen geven de wetenschappelijke achtergrond van de gekozen modelstructuur en de orde van grootte van gebruikte dichtheidsaannames. De concrete scenario-uitkomsten in dit rapport zijn volledig afhankelijk van de door de gebruiker ingevoerde parameters. Contact en support Noch aan dit rapport, noch aan de inhoud kunnen rechten worden ontleend. Contactadres: Pagina 5 van 5