I. Bijlage Tarieventabel leges 2026 (2).pdf
Tekst van het document
€ 425,28
Artikel 2.40 Wijzigen omgevingsvergunning Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van een omgevingsvergunning is hetzelfde tarief verschuldigd als op grond van dit hoofdstuk verschuldigd is voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit of activiteiten waarop de aanvraag tot wijziging betrekking heeft. Artikel 2.41 Wijzigen voorschriften omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om wijziging van voorschriften van een omgevingsvergunning:
€ 425,28
Artikel 2.42 Intrekken omgevingsvergunning Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om gehele of gedeeltelijke intrekking van een omgevingsvergunning, tenzij artikel 2.58 van toepassing is: € 127,97 Artikel 2.43 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, in behandeling is genomen:
€ 0,00
Artikel 2.44 Beoordeling onderzoeksrapporten De in artikel 2.49 opgenomen tarieven zijn van overeenkomstige toepassing op het in behandeling nemen van een aanvraag tot het beoordelen van een onderzoeksrapport, zonder dat sprake is van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ander besluit. Artikel 2.45 Wijzigen van het omgevingsplan Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan:
€ 15.918,83
Artikel 2.46 Niet genoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een ander, in dit hoofdstuk niet benoemd besluit op grond van de Omgevingswet, de op die wet gebaseerde algemene maatregelen van bestuur of het omgevingsplan: PARAGRAAF 2.12 MODALITEITEN
Artikel 2.47 Achteraf ingediende aanvraag
20
€ 425,28
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de activiteit, worden de op grond van de paragrafen 2.3 tot en met 2.8 verschuldigde leges verhoogd met: Met een maximum van Artikel 2.48 Uitgebreide voorbereidingsprocedure Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is op de voorbereiding van het besluit: a. als sprake is van een milieubelastende activiteit: b. als sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: c. als sprake is van andere activiteiten dan bedoeld in de onderdelen a en b: Artikel 2.49 Beoordeling onderzoeksrapporten Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als krachtens wettelijk voorschrift voor de betreffende aanvraag een rapport moet worden beoordeeld: a. voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport: b. voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport: c. voor de beoordeling van een geluid- of luchtrapport betreffende de geluid- of luchtbelasting: d. voor de beoordeling van een akoestisch rapport betreffende de interne en externe geluidwering of nagalm van een bouwwerk: e. voor de beoordeling van een ecologisch onderzoeksrapport: f. voor de beoordeling van een milieueffectrapportage (MER): g.
voor de beoordeling van een niet in de voorgaande onderdelen genoemd rapport: Artikel 2.50 Advies 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een daartoe aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag om een omgevingsvergunning, een aanvraag vooroverleg of een ander besluit op grond van de Omgevingswet: a. voor een advies van de gemeenteraad: b. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 dat uitsluitend betrekking heeft op redelijke eisen van welstand, als bedoeld in de gemeentelijke beleidsregels bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet, en afgedaan wordt door den subcommissie ten aanzien van welstandsadvisering:
50% € 1.216,46
€ 8.266,86 € 9.010,63 € 9.010,63
€ 688,91 € 688,91 € 688,91 € 794,90 € 529,93 € 9.114,86 € 317,96
€ 489,27
€ 177,00 c.
voor een advies van de subcommissie ten aanzien van agrarische advisering als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b: € 1.407,51
d.1. voor een advies van een subcommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b en c en als het advies door één deskundige schriftelijk tot stand is gekomen; d.2 voor een advies van een subcommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b en c en als het advies door twee of meer deskundigen schriftelijke tot stand is gekomen; e. voor een advies van de gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in de Verordening op de gemeentelijke adviescommissie voor omgevingskwaliteit Stichtse Vecht 2024 in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel b tot en met d: f. voor een advies in andere gevallen dan bedoeld in de onderdelen a tot en met e: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.
Als een begroting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 21
€ 190,78
€ 500,00
€ 1.211,43
Artikel 2.51 Instemming 1. Onverminderd het bepaalde in de andere artikelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, als een aanvraag om een omgevingsvergunning of een ander besluit op grond van de Omgevingswet betrekking heeft op een activiteit waarvoor de beslissing op de aanvraag op grond van artikel 16.16 van de Omgevingswet instemming behoeft van een bestuursorgaan: het bedrag dat dit bestuursorgaan aan rechten zou heffen als het voor de activiteit waarvoor instemming wordt verzocht zelf bevoegd gezag zou zijn. 2. Het bedrag bedoeld in het eerste lid wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
PARAGRAAF 2.13 VERMINDERING
Artikel 2.52 Vermindering na omgevingsoverleg 1. Als de aanvraag om een omgevingsvergunning bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel b, en zoals nader omschreven in de paragrafen 2.3 tot en met 2.8, is voorafgegaan door een aanvraag om omgevingsoverleg als bedoeld in artikel 2.2, aanhef en onderdeel a, en zoals nader omschreven in paragraaf 2.2, waarop de aanvraag om de omgevingsvergunning betrekking heeft, bestaat onder de in het tweede lid genoemde voorwaarden aanspraak op vermindering van de voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning verschuldigde leges. De vermindering bedraagt: van de voor het omgevingsoverleg geheven leges. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het omgevingsoverleg betrekking had; b. in overeenstemming met de uitkomsten van het omgevingsoverleg; en c. binnen 12 maanden na het laatste omgevingsoverleg of, als het omgevingsoverleg volgens afspraak leidt tot een kennisgeving aan de aanvrager, na de dagtekening van de kennisgeving. 3. Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning in ieder geval verschuldigd: Artikel 2.53a Vermindering bij zonnepanelen op monumenten 1.
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet en enkel ziet op het plaatsen van zonnepanelen op een gemeentelijk monument, op een provinciaal monument, op een rijksmonument, op een voorbeschermd gemeentelijk monument, op een voorbeschermd provinciaal monument of op een voorbeschermd rijksmonument, wordt dit tarief verminderd met: van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges 2. In aanvulling van hetgeen in het eerste lid van dit artikel is bepaald, komen de direct of indirect door te berekenen tarieven van andere bevoegd gezagen, gemeenschappelijke regelingen en de gemeentelijke adviescommissie niet in aanmerking voor vermindering. Artikel 2.53b Vermindering bij monumenten in combinatie met bouwen 1. Indien de aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit monumenten (art. 2.8) of een rijksmonumentenactiviteit (art. 2.9) en ook de bouwactiviteit technisch (art. 2.5) en/of de omgevingsplanactiviteit bouwen (art. 2.6) benodigd is, wordt bij het bepalen van de leges voor art. 2.5 en/of art. 2.6 en voor zover de (bouw)kosten betrekking hebben op de instandhouding dan wel restauratie dan wel verduurzaming op die leges in mindering gebracht: 2.
Bij de toepassing van het eerste lid blijft voor het in behandeling nemen van de aanvraag om de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit technisch (art. 2.5) en/of de omgevingsplanactiviteit bouwen (art. 2.6) in ieder geval verschuldigd: a. voor de bouwactiviteit technisch (art. 2.5) b. voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (art. 2.6) 22
50%
€ 425,28
100%
90%
€ 51,40 € 257,00
PARAGRAAF 2.14 TERUGGAAF
Artikel 2.54 Teruggaaf bij aanvraag en oordeel geen omgevingsvergunning nodig Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 85% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.55 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges.
25%
Artikel 2.56 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning, of maatwerkvoorschrift, of aanvraag vooroverleg bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag vooroverleg om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a indien de aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van twee weken na het in behandeling nemen ervan van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; d. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. e.
In het geval de aanvraag omgevingsvergunning of de aanvraag vooroverleg wordt ingetrokken na de termijn van twee weken na het indienen van de aanvraag maar er aantoonbaar en ter beoordeling aan het college geen handelingen zijn verricht om de aanvraag te beoordelen, bestaat aanspraak op een teruggaaf van :
100% 75%
50%
25%
100%
Artikel 2.57 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; d. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
23
100% 75%
50%
25%
Artikel 2.60 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.12. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf In geval van teruggaaf anders dan een teruggaaf van 100% blijft een bedrag van minimaal €300,00 verschuldigd.
TITEL 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER EUROPESE DIENSTENRICHTLIJN Hoofdstuk 1 Horeca 3.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet 3.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet 3.1.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet
2026 € 820,80
3.1.4
Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het sluitingsuur voor inrichtingen, als bedoeld in de Drank- en Horecawet, geldend voor een kwartaal
€ 82,34
3.1.4.1 3.1.4.2 3.1.5
geldend voor een kalenderjaar geldend voor 1 keer een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet Indien bij de behandeling van de aanvragen tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in de artikelen 3.1.1 t/m 3.1.3 van deze tarieventabel een BIBOB advies wordt ingewonnen worden de daar genoemde tarieven verhoogd met:
€ 338,19 € 23,98 € 126,65
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2024
€ 575,10
Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag voor het wijzigen van een exploitatievergunning voor een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2.28 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2024 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten 3.2.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening 2024 voor: 3.2.1.1 een vergunning of ontheffing, voor zover niet anders is aangegeven in dit hoofdstuk
€ 256,48
3.2.1.2
€ 45,55
3.1.6
3.1.6
3.1.7
3.2.1.3.1.1
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek om een vergunning op grond van artikel 3.5 van de Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht (VFL) Als sprake is van een combinatie met de evenementenvergunning als bedoeld in artikel 2.25 APV 2024 zijn geen leges verschuldigd. een (meerjarige) vergunning als bedoeld in artikel 2.25 (evenement): commerciële evenementen die volgens het Uitvoeringsbeleid Evenementen vallen onder: Risicocategorie (meerjarige) A
3.2.1.3.1.2
Risicocategorie (meerjarige) B
3.2.1.3.1.3
Risicocategorie C
3.2.1.3 3.2.1.3.1
24
€ 672,58 € 154,51
2026
€ 177,34
€ 143,03 (€ 206,53) € 186,16 (€ 246,32) € 8.580,79
3.2.1.3.1.4
Indien een aanvraag om evenementenvergunning in risicocategorie C valt, maar qua aard en omvang gelijk is te stellen met Risicocategorie B geldt het tarief zoals opgenomen in artikel 3.2.1.4.1.2
3.2.1.3.1.5
Extra opgevraagde gegevens: Bij eerste keer opvragen extra gegevens Bij tweede en volgende keren opvragen extra gegevens een vergunning als bedoeld in artikel 5.23 (snuffelmarkt) van de Algemene plaatselijke verordening 2024:
3.2.1.3.2
Hoofdstuk 3 Overige vergunningen APV en VFL 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening 2024 (APV 2024) en de Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht voor: 3.3.1 een vergunning als bedoeld in artikel 2.72 APV 2024 (ter beschikking stellen consumenten vuurwerk) 3.3.2 een vergunning als bedoeld in artikel 5.13 APV 2024 (inzameling van geld of goederen) 3.3.3 een vergunning als bedoeld in artikel 3.9 Verordening fysieke leefomgeving Stichtse Vecht (verbranden afvalstoffen) 3.3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
€ 143,03 € 358,44 € 179,90
2026
€ 489,82 € 177,77 € 86,09 € 177,34
Hoofdstuk 4 Prostitutiebedrijven 3.4 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.4.1 Tot het verlenen, verlengen of wijzigen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.34 van de Algemene plaatselijke verordening 2024: 3.4.1.1 voor seksbedrijven (zoals een prostitutiebedrijf of een escortbedrijf)
€ 739,82
3.4.1.2
€ 739,82
voor andere seksbedrijven dan bedoeld in het subonderdeel 3.4.1.1
Hoofdstuk 5 Huisvestingswet 2014 3.5 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.5.5 3.5.6 3.5.7
tot het verlenen van een vergunning voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 tot het verlenen van een vergunning voor het samenvoegen van woonruimte met andere woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder b, van de Huisvestingswet 2014 tot het verlenen van een vergunning voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 tot het verlenen van een vergunning voor het verbouwen van woonruimte tot twee of meer woonruimten als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder d, van de Huisvestingswet 2014 tot het verlenen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014 tot het verlenen van een urgentie als bedoeld in artikel 2.5.1 van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015 tot het verkrijgen van een vergunning opkoopbescherming als bedoeld in artikel 41 Huisvestingswet 2014
2026
2026 € 499,30 € 499,30 € 499,30 € 499,30 € 1.020,91 € 158,98 € 226,42
Hoofdstuk 6 Vervallen Hoofdstuk 7 Kinderopvang 3.7.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot:
25
2026
3.7.1.1
het in exploitatie nemen van een kindercentrum (dagopvang en / of buitenschoolse opvang) of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1:45, eerste lid van de Wet kinderopvang
€ 1.037,00
3.7.1.2
het bieden van gastouderopvang als bedoeld in artikel 1:45, tweede lid van de Wet kinderopvang Indien de in 3.7.1.1 bedoelde aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van twee weken na het in behandeling nemen ervan én er nog geen inspectie heeft plaatsgevonden, bedraagt de teruggaaf van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges
€ 554,00
3.7.2.1
3.7.2.2
75%
Indien de in 3.7.1.1 bedoelde aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van tien weken na het in behandeling nemen ervan, of wordt afgewezen op grond van de inspectie voor aanvang exploitatie, bedraagt de teruggaaf
50%
Hoofdstuk 8 Standplaatsen 3.8 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning om in de gemeente standplaats te mogen innemen met de bedoeling goederen of waren te verkopen: 3.8.1 geldig voor 1 dag
2026
€ 20,30
3.8.2
geldig voor een week of korter doch langer dan een dag
€ 41,79
3.8.3
geldig voor vier kalendermaanden of korter, doch langer dan een week
€ 77,20
3.8.4
geldig langer dan vier maanden
€ 191,21
Hoofdstuk 9 Winkeltijdenwet 3.9 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.9.1 tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet/winkeltijdenverordening 3.9.2
tot het wijzigen van een in onderdeel 1.13.1 bedoelde ontheffing
Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.10 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Behorende bij het raadsbesluit van 16 december 2025 De griffier van de gemeente Stichtse Vecht
26
2026 € 155,77
€ 78,47
2026 € 752,12