Erratum Gemeentelijk Rioleringsplan 2022.pdf
Tekst van het document
Erratum Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 Begin februari 2022 is er een fout in het kostendekkingsplan van het Gemeentelijk Rioleringsplan 20222026 ontdekt. Als gevolg van het opsplitsen van de financiële afschrijvingstermijnen voor de vrij verval riolering is er in het GRP alleen btw over toekomstige vervangingen met een financiële afschrijvingstermijn van 40 jaar berekend. Per abuis is er geen btw berekend over toekomstige vervangingen met een financiële afschrijvingstermijn van 60 jaar. Proces Middels dit erratum informeert het college de raad. Op 8 februari is er een commissievergadering waarin het GRP besproken wordt. Aangezien het erratum met name op de langer termijn financiële gevolgen heeft en de vergadering vooral over de beleidsambities van het GRP gaat is het voorstel om de commissievergadering onveranderd door te laten gaan. Voorgesteld wordt om het GRP, voor de raadsvergadering van 8 maart, aan te passen. Zodat het juiste document behandeld wordt tijdens de raadsvergadering. Inhoudelijk gevolg De geconstateerde fout heeft invloed op de toekomstige lasten. Om kostendekkend te blijven is het nodig dat de baten (rioolheffing) harder stijgen dan eerder is voorzien. Dit heeft invloed op de heffingsberekeningen zoals deze zijn opgenomen. In onderstaande tekst zijn passages vanuit het GRP en het raadsvoorstel opgenomen.
De rode tekst markeert de inhoudelijke wijziging als gevolg van het erratum. Stijging rioolheffing conform GRP 2017-2021 De stijging zoals opgenomen in het GRP 2017-2021 is niet toereikend om over de gehele periode van 60 jaar een positieve voorziening te behouden. Bovendien stijgt de voorziening in 2050 2045 tot ruim €43,5 €37 miljoen, dit is niet wenselijk. Stijging rioolheffing conform variant 1 In deze variant kan de rioolheffing de komende jaren gelijk blijven, we teren daarbij eerst in op onze voorziening. Dit betekent wel dat we vanaf 2037 jaarlijks aanzienlijk moeten stijgen met de heffing (5 10 jaar met €10,00 en daarna jaarlijks met €5,00 €6,50 dat we kunnen afbouwen naar €3,00 €4,00, deze bedragen zijn exclusief inflatie). Hiermee voorkomen we dat we de voorziening verder blijft stijgen, maar vragen we op termijn wel steeds meer rioolheffing van onze inwoners. In 2080 wordt een tarief van €430 €475 voorzien. Stijging rioolheffing conform variant 2 In deze variant stijgt de heffing jaarlijks met €3,04 €4,03 (exclusief inflatie). Hiermee zorgen we voor een geleidelijke stijging van de rioolheffing. De eerste jaren blijft hierbij de voorziening wel doorgroeien tot een maximale stand van circa €19 €20 miljoen in 2045. In 2080 wordt een tarief van €417 €470 voorzien.
Stijging rioolheffing conform variant 3 In deze variant stijgt de heffing tot 2037 jaarlijks met €2,08 en daarna jaarlijks met €3,75 €5,33 (exclusief inflatie). Hierbij is de lastendruk voor onze inwoners de eerste jaren wat lager gehouden, de voorziening blijft de eerste jaren nog steeds doorgroeien, echter de maximale stand is in 2040 2035 circa €13,7 €12 miljoen. In 2080 wordt een tarief van €435 €472 voorzien. In onderstaande grafiek is het effect van bovenstaande wijzigingen op de rioolheffing bij de verschillende varianten opgenomen.
Bijlagen met inhoudelijke wijzigingen: 1. Aangepast Figuur 5.1 (blz. 49) 2. Aangepaste Tabel K.2 Verrekenbare BTW (Bijlage 8 - blz. 103) 3. Aangepaste Bijlage 9 Resultaten heffingsberekening