CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve versie Omgevingsvisie SV januari 2022.pdf

Raad 12 januari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 27. 21:55: Omgevingsvisie Stichtse Vecht23.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

76

ontwikkelen voor het behoud en/of de ontwikkeling van algemeen goed ofwel het aantrekkelijke decor van natuur, landschap en erfgoed. Veel voorwerk voor deze opdracht is al verricht. In ‘De kracht van de Stichtse Vecht’ staan de verhaallijnen en kernkwaliteiten goed beschreven. In het ‘Trendlijnenrapport’ is aangegeven hoe cultuurhistorie en landschap meegenomen moeten worden in de integrale belangenafweging. Om te inspireren hoe verantwoord omgegaan kan worden met ons verleden is een beoordelingskader opgesteld. Deze geeft inzicht in de gebiedseigen waarden en kwaliteiten. Zie hiervoor de matrix in bijlage 1. De bestaande beleidsnota Waardevol Toerisme wordt (onderdeel van) een omgevingsprogramma. Bovenstaande opdrachten worden zoveel mogelijk ondergebracht in de bestaande thema’s en programms’s. Dit zijn: • Beleefbare kastelen en buitenplaatsen • Beleefbare waterlinie • Stimuleren van duurzame vrijetijdsmobiliteit • Buitenrecreatie • Unieke kwaliteiten kernen/dorpen

Foto: Fietsers over Kanaaldijk Oost in Breukelen 77 Fotograaf: Willem Mes

5.6 Toekomstbestendig vitaal platteland Wat speelt er?

In het veenweidegebied is de melkveehouderij de belangrijkste drager en beheerder van het landschap. Qua beeld en beleving worden de kenmerkende groene weilanden met sloten en koeien door de meeste mensen hoog gewaardeerd. De agrarische sector staat echter onder druk. De komende jaren zullen veel agrariërs gaan stoppen. Dit komt onder andere door de opgaven en verantwoordelijkheden die op het buitengebied en dus de agrarische sector afkomen. De bodemdaling, de veenoxidatie en de stikstofproblematiek kunnen hebben gevolgen voor het gebruik van de landbouwgronden (zie ook 5.7). Het Rijk en de Provincie schrijven een transitie voor om tot kringlooplandbouw te komen. We nodigen agrariërs nadrukkelijk uit om hierop te anticiperen. Naast landbouw vragen de verstedelijkingsopgaven, de toenemende recreatiedruk, de energietransitie en de urgentie om de biodiversiteit te verhogen ook om ruimte in het buitengebied. De agrarische sector staat voor de uitdaging om de bedreigingen om te buigen in kansen. Een nieuwe balans is nodig voor het platteland. Voorop staat dat we op het platteland een aantrekkelijk ondernemersklimaat willen bieden. Essentieel daarin zijn goede/nieuwe verdienmodellen voor de (agrarische) ondernemers. Daarvoor moeten we samenwerken met de inwoners, (agrarische) ondernemers en organisaties.

Onderdeel van een toekomstbestendig platteland is een kwantitatief en kwalitatief goed natuurnetwerk. In de gemeente Stichtse Vecht is veel waardevolle natuur aanwezig: • Natura 2000 gebied: de Oostelijke Vechtplassen • Natuur Netwerk Nederland: o.a. buitenplaatsen langs de Vecht, Polder Mijnden, trekgaten bij Scheendijk, Polderreservaat Kockengen, de Aa, de Nieuwe Wetering, etc. • Natte parels: gebieden met hoge potentie op het gebied van waternatuur en -kwaliteit (waterparels) • Weidevogelkerngebied: westelijk veenweidegebied ten noorden en westen van Kockengen • Weidevogelrandzone: westelijk veenweidegebiedten oosten van Kockengen en rondom Nieuwer Ter Aa. 78

Het overgrote deel van het westelijke veenweidegebied is weidevogelgebied. Het oostelijk veenweidegebied / Plassengebied is grotendeels natuurgebied (Natura 2000 en NNN). Aanvullend hierop zijn groene contour gebieden (toekomstig NNN) en ecologische verbindingen aangewezen. De door de Provincie Utrecht en regio gewenste robuuste ecologische verbindingen verbinden het westelijke en oostelijke veenweidegebied (en Plassengebied). We gaan invulling geven aan deze robuuste ecologische verbindingen. Dit leidt tot de volgende opgaven: • Een nieuwe balans vinden op het platteland, die enerzijds anticipeert op de bodemdaling, veenoxidatie, waterhuishouding, en stikstofproblematiek en anderzijds op de toenemende ruimteclaims vanuit de verstedelijkingsopgave, recreatie, duurzame energie en de wens om de biodiversiteit te vergroten. Essentieel hierin zijn goede en duurzame verdienmodellen. • Een bijdrage leveren aan de transitie van het platteland in het hele buitengebied. Het veenweidegebied is hierbij aandachtsgebied. Hierbij nadrukkelijk de samenwerking opzoeken met de agrariërs, natuurorganisaties, regio, provincie en Rijk. • Mede invulling geven aan de robuuste ecologische verbindingen uit de provinciale Omgevingsvisie.

Visie

We zetten ons zoveel mogelijk in op een buitengebied met (economisch) gezonde melkveehouderijen. Het buitengebied is divers en heeft een eigen dynamiek en is voortdurend in beweging. Door verschillende oorzaken zal het gebruik gedeeltelijk veranderen, waarbij nieuwe verdienmodellen ontstaan. We zien de volgende knoppen waaraan gedraaid kan worden om die verandering te begeleiden: • Economie en gebruik • Verbreding in de landbouw • Een integrale, gebiedsgerichte benadering Als het gaat om economie en gebruik dan willen we dat er ondernemersruimte is om binnen de landbouw te ontwikkelen en

Kaart: natuur 79

om te verbreden. Ontwikkelruimte binnen de landbouw is er als het omgevingsbeslag van de landbouwproductieprocessen niet toeneemt. Verdere uitbreiding van de agrarische bedrijven, buiten de verleende Natuurbeschermingswet-vergunning, is moeilijk. De stikstofproblematiek zorgt ervoor dat beleid vanuit het Rijk en de Provincie erop gericht is dat de agrarische bedrijven minder milieuruimte innemen. Met bedrijfsprocessen die minder externe effecten hebben is er meer ondernemersruimte. Professionalisering, modernisering, innovatie in combinatie met verbreding dragen hier gezamenlijk aan bij. Bij uitbreiding van een bedrijf zullen melkveehouders intern moeten salderen of stikstofdepositie ruimte van een ander agrarisch bedrijf moeten overnemen, extern salderen. Bij die overname speelt stikstof een rol. Hier wordt het landelijk en provinciaal beleid gevolgd. Als gemeente denken we mee, verbinden we en brengen mogelijkheden in beeld. Ook geven we aan in welke gebieden het niet wenselijk is dat stikstofruimte van stoppende agrariërs wordt overgekocht. Dit maakt onderdeel uit van het programma VAB-beleid (Vrijkomde Agrarische Bebouwing). Landelijk is de belangrijkste trend in de afgelopen decennia schaalvergroting van de hoeveelheid vee. Schaalvergroting kan bij voorkeur alleen wanneer dit past bij de bedrijfsvoering en wanneer in onbruik geraakte bijgebouwen gesloopt worden.

Samen met de agrariërs willen we kijken hoe we ruimte kunnen geven aan groei met behoud van de erfstructuur en de landschappelijk waarden. Hierbij kan ontwikkeling van de landbouw richting natuur-inclusief en kringlooplandbouw tot de mogelijkheden behoren. Daar horen professionalisering, modernisering en innovatie bij. In de ‘Perspectiefnota Landbouw’ (2021) worden de volgende trends gesignaleerd voor de melkveehouderij in Stichtse Vecht: • Business as usual • Duurzamer en natuurinclusiever • Verbreding van activiteiten • Functieverandering inclusief bedrijfbeëindiginig Op de kaart hiernaast is aangegeven waar wij als gemeente het

80

accent qua landbouw graag willen zien. Voor de Belevingszone Vecht geldt dat we de meeste kansen zien voor verbreding, aansluitend bij de hoge cultuurhistorische en recreatieve waarden van dit gebied. Voor het Veenweidegebied West geldt dat we agrariërs willen stimuleren in te zetten op verbreding en duurzamer/ natuurinclusiever. Op deze manier dragen zij bij aan een hogere recreatieve waarde van dit gebied. Business as usual vraagt in Veenweidegebied west wel om actie tegen de bodemdaling en veenoxidatie. Rondom Kockengen wordt al gewerkt met waterinfiltratiesystemen. De landbouwgebieden op de klei hebben dit probleem niet, waardoor zij gemakkelijker op de huidige wijze door kunnen boeren (Business as usual). Uiteraard binnen het geldende beleid en regelgeving. In en nabij het natura 2000 gebied en het weidevogelgebied ligt het accent op duurzamer/natuurinclusiever. In en nabij het natura 2000 gebied is het streven dat de stikstofruimte afneemt. Stikstofruimte van stoppende boeren kan hier niet overgenomen worden. Wij zien met name veel kansen voor groei van de economische omvang van de landbouw in verbreding, over de hele gemeente. We denken aan hoogwaardige en lokaal verkochte producten, recreatieve en andere functies die toegevoegd worden en groen/ blauwe diensten.

(Groen/blauwe diensten zijn bovenwettelijke, vaak gesubsidieerde activiteiten van grondeigenaren gericht op de realisatie van maatschappelijke wensen of doelen op het gebied van natuur, landschap en water.) Hiermee wordt aangesloten op de visie op recreatie en wordt de gebruikswaarde van het landelijk gebied voor iedereen groter. Dit wordt momenteel ondersteund met de mogelijkheden die geboden worden in de bestemmingsplannen. Met toekomstig beleid kijken we of verruiming nodig en wenselijk is. Wij zien agrarische bedrijven als individuele ondernemingen die een individueel bedrijfsmodel ontwikkelen. De economische omvang van een bedrijf ontstaat door combinaties van verschillende bedrijfsonderdelen en bedrijfsprocessen. Er zijn dus geen generieke verdienmodellen. Wij stimuleren het ondernemerschap door ruimte te maken voor dat individuele bedrijfsmodel waar wij daar

Kaart: Accent landbouw 81

invloed op hebben, en wij nodigen de ondernemers uit om daar ook op in te spelen. We denken dat dat de meest kansrijke economische groeimogelijkheden in ons gebied in de verbreding zitten. De bodemdaling en veenoxidatie zijn een serieus probleem in de veenweidegebieden. Met name in het westelijke veenweidegebied zijn er grote aanpassingen nodig om de bodemdaling en veenoxidatie te stoppen of te vertragen. Echt duurzame landbouw draagt hieraan bij. Hiervoor zetten we voorlopig in om via een waterinfiltratiesysteem de bodemdaling te verminderen. Met een waterinfiltratiesysteem is de veenoxidatie en daarmee de bodemdaling tot ongeveer de helft te verminderen. Belangrijk voordeel van deze aanpak is dat het toepassen van een waterinfiltratiesysteem nauwelijks effect heeft op de agrarische bedrijfsvoering. Dit geeft ons én de agrariërs tijd om over de toekomst na te denken. Dergelijke ingrijpende veranderingen vragen om een integrale en gebiedsgerichte aanpak. Deze problemen spelen niet alleen in Stichtse Vecht, maar in de hele regio. Daarom zien we een leidende rol voor de Provincie(s) en sluiten wij graag aan als partner. Voor het veenweidegebied West willen we samen met de inwoners, organisaties, ondernemers en agrariërs onderzoeken welke mogelijkheden er zijn voor een of meerdere integrale, gebiedsgerichte en toekomstbestendig plannen.

We gaan invulling geven aan de (robuuste) ecologische verbindingszones in Stichtse Vecht, die vanuit de Provincie op kaart zijn gezet. Bij nieuwe ontwikkelingen anticiperen we op de gewenste ecologische verbindingen. We werken samen met de verschillende initiatiefnemers om beetje bij beetje de gewenste natuurverbindingen te realiseren. Hier kijken we ook naar het realiseren van recreatieve verbindingen. In de toekomst is er nog 40% van de huidige agrarische bedrijven over. Naast ruimte voor de agrariërs dient ook nagedacht te worden over vervolgfuncties voor de stoppende agrarische bedrijven. Wonen, recreatie en natuur zijn de meest voor de hand liggende opties. Daarbij moet wel goed afgewogen worden wat dit betekent voor de agrariërs die wel doorgaan. Denk hierbij aan de mogelijkheid om extern te salderen, maar ook aan de transitie naar duur82

zamere en natuurinclusievere landbouw. De agrariërs hebben hier mogelijk meer ruimte (grond) voor nodig. Behoud van de oude erfstructuren en het tegen gaan van vertuinen van het landschap zijn daarbij belangrijk. Bedrijven die niet gelieerd zijn aan het onderhoud van het agrarisch landschap zijn niet gewenst. Visie Toekomstbestendig vitaal platteland: • We bieden ontwikkelruimte binnen de agrarische bedrijfsvoering als het omgevingsbeslag (negatieve invloed op het milieu) niet toeneemt. Dit kan door intern salderen of extern salderen. Professionalisering, modernisering, innovatie in combinatie met verbreding dragen hier aan bij. • De meest kansrijke economische groeimogelijkheden voor de landbouw zitten in de verbreding en in duurzamer/natuurinclusiever. De gemeente stimuleert en faciliteert waar mogelijk de agrariërs die willen verbreden en/of duurzamer en natuurinclusiever willen worden. • We gaan naar een multifunctioneler platteland. Daarbij streven we naar een gevarieerder, duurzamer/natuurinclusiever en multifunctioneel landschap met een hogere opvangcapaciteit voor nevenfuncties en natuur. • De bodemdaling en veenoxidatie willen we stoppen of vertragen. Voor dit transitieproces is een integrale en gebiedsgerichte aanpak een geschikt middel. Wij zetten de huidige samenwerking met de agrarische sector, buurtgemeenten en Provincie voort.

Wij vinden dat de Provincie (en/of Rijk) hier een leidende rol heeft. We winnen tijd door de bodemdaling en veenoxidatie te vertragen m.b.v. een waterinfiltratiesysteem. • We onderzoeken samen met de samenleving de mogelijkheden voor een toekomstbestendig, integraal en gebiedsdekkend plan voor Veenweidegebied West. Dit kunnen ook meerdere kleine plannen worden. Indien gewenst gaan ook aan de slag in de andere gebieden. • We geven mede invulling aan de ecologische verbindingszones uit de provinciale Omgevingsvisie (POVI). De provincie Utrecht is hiervoor verantwoordelijk. • We gaan richtlijnen maken voor hoe om te gaan met vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s) en de bijbehorende stikstofruimte.

Woordenwolk: Toekomstbestendig vitaal platteland 83

Opdrachten voor programma’s

Om de Omgevingsvisie te realiseren is het nodig om de volgende opdrachten mee te nemen in de bestaande en nieuwe programma’s: • Opdracht Handreiking initiatieven met focus op kwaliteit en identiteit (zie opdrachten Ruimte voor recreatie) • Programma Veenweide West: toekomstbestendig, integraal en gebiedsdekkend plan(nen) voor het westelijk veenweidegebied • Opdracht ontwikkelruimte versus omgevingsbeslag • Opdracht Verbreding van de landbouw • Opdracht andere vormen van landbouw (zie 5.7 en 7.1) • Opdracht Ecologische en recreatieve verbindingszones realiseren • Opdracht direct en eenduidig aanspreekpunt agrarische bedrijven • Opdracht Plattelandsraad • Opdracht VAB-beleid • Opdracht Promotie agrarische sector • Opdracht Experimenteerruimte Bovenstaande opdrachten zijn beschreven in de notitie ‘Opdrachten voor programma’s’. Voor de onderstaande onderwerpen geldt dat de gemeente Stichtse Vecht graag meedoet als partner in een grotere gebiedsgerichte aanpak. De gemeente Stichtse Vecht neemt hiervoor niet het eerste initiatief. • Gebiedsgerichte aanpak stikstof • Kavelruil • Grondbank • Gebiedsfonds Gebiedsgerichte aanpak stikstof De aanpak van het stikstofvraagstuk zal deels gebiedsgericht plaatsvinden onder regie van de provincie. In die gebiedsgerichte aanpak kunnen ook andere maatschappelijke opgaven, zoals het

84

anticperen op de klimaatverandering, worden meegenomen. Door samen te werken met de agrariërs kunnen waarschijnlijk de beste resultaten worden geboekt. Kavelruil Melkveehouders in Stichtse Vecht zullen graag extra grond willen t.b.v. het vergroten, meer grondgebonden of natuurinclusiever maken van hun melkveehouderij. Geregisseerde kavelruil, ook over de gemeentegrenzen heen, kan helpen om de landbouwstructuur te verbeteren. Ook hier zien wij een rol voor de provincie of regio. Grondbank In heel Nederland ontstaan initiatieven waarbij niet-agrariërs investeren in boerenland. Reden hiervoor is zorg en betrokkenheid van veel burgers voor het landschap en hun leefomgeving. Naast private grondbanken zijn er ook publieke grondbanken. Aan het verpachten van de gronden zitten dan voorwaarden verbonden waaraan de pachter moet voldoen. Stichtse Vecht particpeert graag als de provincie Utrecht een grondbank start. Gebiedsfonds De gemeente participeert graag in een gebiedsgericht fonds vanuit de regio, provincie of ander samenwerkingsverband.

Omgevingsvisie Natuur & landbouw Inwoners van Stichtse Vecht zijn trots op de natuur in hun gemeente. Ze vinden het belangrijk dat deze behouden blijft en dat woningbouw beperkt wordt. Anderen vinden vooral een goede balans belangrijk tussen natuur enerzijds en bijvoorbeeld de bouw van woningen of aanleg van zonnevelden anderzijds.

78%

De inwoners van Stichtse Vecht vinden dat er voldoende natuur is in hun woonomgeving.

Stellingen Ben je het ermee eens? (ja/nee)

Landbouw Er wordt verschillend gedacht over landbouw. Een deel van de inwoners is voorstander van kleinere boerenbedrijven en vindt dat de landbouwsector biologischer en duurzamer moet gaan werken. Andere inwoners zien kansen om een deel van de landbouwgrond te gebruiken als bijvoorbeeld natuurgebied of voor de aanleg van zonnevelden. Er is ook een groep inwoners die geen noodzaak ziet tot verandering. Een ruime meerderheid van de inwoners vindt dat de gemeente een belangrijke rol speelt op dit terrein.

“Stichtse Vecht heeft een mooi, divers landschap dat behouden moet worden, d.w.z. weidelandschap en karakteristieke Vecht.” – Inwoner Breukelen

Wat voor landbouw past er in de toekomst van Stichtse Vecht?

94,9%

Ja, de bestaande natuur moeten we in ieder geval behouden.

72,2%

Ja, groen in mijn kern is belangrijker dan veel parkeerruimte.

Meer groen Het aanleggen van nieuw groen wordt vaak genoemd door inwoners. Het gaat hierbij om het planten van meer bomen en bloemen en het aanleggen van plantsoenen. Dit is goed voor insecten en vogels. Om het groene karakter van kernen te behouden, pleiten inwoners voor een belasting of verbod op het volledig betegelen van tuinen.

Infographic: resultaten inwonersenquête 2020 14 Thema Natuur & landbouw

35%

Kleine(re) agrarische bedrijven die zich richten op de regionale en nationale markt.

61,8%

Ja, ruimte voor natuur is belangrijker dan ruimte voor landbouw.

25%

Een combinatie van voedselproductie en andere functies, zoals recreatie, horeca, winkel, etc.

15,6%

Ja, natuur moet altijd toegankelijk zijn voor recreanten. Ook als dit de natuur schaadt.

10%

28%

Kringlooplandbouw: waarbij mest van het vee teruggaat naar de plek waar hun voer groeide, om daar weer te dienen als voeding voor nieuwe gewassen.

2%

Grote agrarische bedrijven die aan Europa vlees en zuivel leveren.

Waterlandbouw (vis, algen, rijst, etc.) in een deel van de huidige veenweidegebieden.

Terugkoppeling Omgevingsvisie

85

5.7 Werken aan klimaatverandering Wat speelt er?

Het klimaat verandert wereldwijd, veroorzaakt door de uitstoot van koolstofdioxide en andere broeikasgassen. Ook in Stichtse Vecht ervaren we veranderingen en zien we dat het weer extremer is en nog extremer wordt in de toekomst. We krijgen te maken met meer regenval en extreme buien, langere perioden van droogte en meer hittegolven. Ook stijgt het risico op overstromingen door grotere rivierafvoeren. Om onze omgeving nu en in de toekomst leefbaar en aangenaam te houden, werken we via twee sporen aan klimaatverandering: • We passen ons aan aan de gevolgen van klimaatverandering (klimaatadaptatie). • We beperken verdere klimaatverandering door minder broeikasgassen uit te stoten (klimaatmitigatie). Aanpassen aan het veranderende klimaat vraagt om (veelal ruimtelijke) maatregelen. Weersextremen veroorzaken wateroverlast, droogte, hittestress en een grotere kans op overstromingen. We zullen onze systemen en ruimtelijke inrichting hierop moeten aanpassen. We hebben meer ruimte voor water en groen nodig. Hierdoor kunnen we: • meer waterberging creëren, waardoor we minder wateroverlast krijgen; • het grondwater aanvullen, waardoor we beter bestand zijn tegen droge perioden; • meer bomen laten groeien, die zorgen voor schaduw en verkoeling tijdens hete perioden. De opwarming van de aarde kunnen we beperken door minder broeikasgassen uit te stoten.

Naast het stoppen/vertragen van de veenoxidatie met de bijbehorende CO2 uitstoot, is een ingrijpende verandering in ons energiegebruik nodig. Vermindering van het energiegebruik, maar ook het duurzaam opwekken is nodig. Als land hebben we de ambitie bepaald om in 2030 35 TWh (terawattuur) elektriciteit duurzaam op land op te wekken. Op regionaal niveau onderzoeken we hoeveel we hier als regio aan gaan bijdragen (RES: 1,8 TWh in 2030). Stichtse Vecht heeft de lokale opgave voor het opwekken van duurzame energie vastgesteld op minimaal 0,1 86

TWh in 2030 en minimaal 0,2 TWh in 2040. De focus ligt hierbij in de nabije toekomst op zonne-energie. Daarnaast hebben we nog een besparingsopgave en een warmteopgave. Bodemdaling door zetting en veenoxidatie speelt in het veenweidegebied al sinds de 12e eeuw. Bij zetting daalt de bodem onder het eigen of erbovenop geplaatste gewicht. Dit speelt bij wegen en gebouwen en dus vooral in de kernen. Zetting wordt niet veroorzaakt door klimaatverandering, maar kan wel worden verergerd door droogte. Als veen, door een dalende grondwaterstand, aan de buitenlucht wordt blootgesteld, verbrandt of verdampt het langzaam. Dat heet oxideren. Door klimaatverandering zullen er vaker en langer drogere perioden voorkomen waardoor de grondwaterstand daalt en er meer veenoxidatie plaatsvindt. Door veenoxidatie komt het broeikasgas koolstofdioxide vrij, wat bijdraagt aan verdere klimaatverandering. We moeten oplossingen bedenken hoe we samen met de onze inwoners, agrarische ondernemers en organisaties kunnen werken aan een toekomstbestendig veenweidegebied. Daarbij zal naast een goed verdienmodel voor de agrariërs ook een oplossing gevonden moeten worden voor het stoppen/vertragen van veenoxidatie. Het is ook belangrijk om bodemdaling door zetting te voorkomen. Dat verkleint de kans op wateroverlast doordat wegen minder snel zakken en de berging in de watergangen vermindert.

Daarnaast hoeven de wegen dan minder vaak opgehoogd te worden. Het regelmatig ophogen van de wegen is een grote kostenpost voor de gemeente (en dus de maatschappij). Dit resulteert in de volgende opgaven: • Aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en hier ruimte voor zoeken. • Stoppen/vertragen bodemdaling: veenoxidatie in veenweidegebied en zetting in de kernen. • Minder broeikasgassen uitstoten door: minder veenoxodatie, minder energieverbruik en opwekken van duurzame energie.

Omgevingsvisie Duurzaamheid & milieu

Ervaar je overlast van extreem weer of bodemdaling?

Dat het klimaat verandert en we daar rekening mee moeten houden, wordt door vrijwel iedereen gezien. Inwoners noemen het tegengaan van de efecten van die verandering, onder meer door het verminderen van fjnstof en CO2-uitstoot en de verduurzaming van de landbouw. Ook bodemdaling en het onder controle houden van het grondwaterpeil staan op het lijstje van problemen. Hoe we met elkaar het milieu leefbaar kunnen houden, levert verdeeldheid op. De gemeente zal met duidelijk beleid moeten komen hoe ze dit samen met inwoners en ondernemers wil aanpakken. Dit geldt niet alleen voor klimaatverandering, maar ook voor verduurzaming van Stichtse Vecht.

Stellingen Ben je het ermee eens? (ja/nee) 93,7%

87,6%

Ja, het weer is de afgelopen jaren veranderd.

Ja, er zijn maatregelen nodig om de gevolgen van extreem weer te beperken.

20% Geen overlast

80% Overlast

top

4

1

2

3

4

Planten en bomen drogen uit.

Eigen woning wordt erg warm.

Openbare ruimte is aan het verzakken.

Straat minder goed begaanbaar na regen.

“Er zou meer aan duurzaamheid gedaan moeten worden, zoals lantaarnpalen op zonne-energie, meer zonnepanelen op daken of meer groen rondom scholen.” – Inwoner Maarssen

Maatregelen Inwoners stellen maatregelen voor om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan. Bijvoorbeeld het stimuleren van groenere tuinen voor de waterafvoer en de aanleg van groene daken. In het verlengde van deze oplossingen doen inwoners ook suggesties voor verduurzaming. Denk aan het plaatsen van zonnepanelen en meer laadpalen voor elektrische auto’s.

50,8% 72,2% Ja, ik maak mij zorgen over de klimaatverandering.

79,5%

Ja, mijn buurt blijft ook zonder aanpassingen in de toekomst aangenaam.

Ja, gebieden met grote bodemdaling zijn geen geschikte locaties om te bouwen.

Infographic: resultaten inwonersenquête 2020 6 Thema Duurzaamheid & milieu

Terugkoppeling Omgevingsvisie

87

Visie

We werken aan klimaatverandering via twee sporen: 1. Klimaatadaptatie: het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering op de thema’s wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. We werken aan een groener en klimaatbestendiger Stichtse Vecht. 2. Klimaatmitigatie: het beperken van klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. 1. Klimaatadaptatie Klimaatverandering vergroot de kans op: wateroverlast door hevige regenbuien, langere periodes van droogte, hittestress en overstromingen. Om de overlast en schade te beperken zijn ruimtelijke maatregelen én brede bewustwording nodig. Klimaatadaptatie vraagt om een lange adem en continuïteit in beleid. Daarvoor is draagvlak nodig. 87,6% van de inwoners vindt dat er maatregelen nodig zijn. Bij hevige regenbuien komt water op straat te staan. Dit kan noodzakelijk zijn om grote overlast in woningen te voorkomen. Dat is niet te voorkomen en moeten we accepteren. Wel proberen we om ernstige overlast te beperken en schade aan bijvoorbeeld woningen en vitale en kwetsbare functies te voorkomen. Ook blijven hoofd- en ontsluitingswegen zo veel mogelijk begaanbaar. Geplande werkzaamheden, zoals nieuwbouwplannen en onderhoudscycli van bijvoorbeeld infrastructuur, riolering, groen en gebouwen, benutten we zoveel mogelijk benut om een klimaatbestendige inrichting te realiseren.

We gaan meer ruimte creëren voor water, bomen en groen in en nabij de kernen en op werklocaties. Hiermee houden we regenwater langer vast volgens de trits: vasthouden-bergen-afvoeren en zorgen we voor schaduw en verkoeling in hete zomers. Wanneer het regenwater wordt afgevoerd, gebeurt dat zoveel mogelijk gescheiden van het vuilwater. We stimuleren inwoners en bedrijven ook om hun eigen terrein groener te maken en regenwater af te koppelen van de riolering. Meer ruimte voor water, bomen en groen gaat ook hittestress tegen. Hittestress speelt in het stedelijk gebied van Maarssenbroek. We nemen de natuur mee in onze plannen en kiezen voor ‘natuurinclusief bouwen’. Dat betekent dat we bewust ruimte creëren voor de natuur in de groenstructuur (bijvoorbeeld door planten te gebruiken die als voedselbron voor dieren dienen) en in ge88

bouwen (bijvoorbeeld door schuil- en nestelgelegenheden in het gebouw te integreren). Daarnaast willen we ook de aanwezigheid, gezondheid en het welzijn van dieren in onze openbare ruimte beschermen en waar nodig bevorderen. Op die manier kunnen we de natuurbeleving van mensen in hun woonomgeving versterken. Samen met het waterschap en hoogheemraadschap gaan we inzetten op de ontwikkeling van een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem. Onderdeel hiervan is het verbeteren van de waterkwaliteit. Dit is belangrijk voor de natuur en de landbouw, maar komt ook ten goede aan andere functies zoals recreatie, wonen en werken. De manier waarop de omgeving gebruikt wordt, heeft zijn weerslag op de waterkwaliteit en -kwantiteit. Ook wordt er ook gekeken naar meer biodiversiteit. Bij nieuwe ontwikkelingen is een robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem uitgangspunt voor hoe je ontwikkelt en waar je ontwikkelt. Technische oplossingen kunnen oplossingen bieden om op, vanuit bodem en water gezien, onlogische plaatsen toch te ontwikkelen. Het bodem- en watersysteem is gemeente overschrijdend. Daarom werken we goed samen met waterschappen, buurgemeenten en andere partijen in de regio. Hier wordt onder andere gekeken naar meerlaagse veiligheid van de dijken.

Daarnaast willen we de gevolgen van droogte beperken en daarmee versnelde veenoxidatie en zetting ten gevolge van droogte verminderen. We hebben samen de verantwoordelijkheid om een oplossing te zoeken voor het op zijn minst vertragen van de bodemdaling en de daarmee samenhangende veenoxidatie en zetting. Op de lange termijn is het (steeds verder) verlagen van het waterpeil (in natte perioden) niet houdbaar in het veenweidegebied. Het waterpeil moet naar een duurzaam niveau. Hiervoor zijn verschillende oplossingen: een waterinfiltratiesysteem, peilfixatie, permanente inundatie en optoppen (en afgraven). We willen graag samen met de agrariërs een toekomstbestendig en gebiedsdekkend plan maken voor het westelijk veenweidegebied. Dit vraagt om een integrale aanpak en ruimte om te experimenteren. We zoeken een goede balans tussen vernatten en haalbare verdienmodellen. Met het toepassen van een waterinfiltratiesysteem zijn al ervaringen opgedaan. (zie 5.6)

Woordenwolk: Werken aan klimaatverandering 89

2. Klimaatmitigatie: de energietransitie We staan voor een ingrijpende energietransitie. Het Nationaal Klimaatakkoord geeft richting met een beoogde CO2-reductie van 49% in 2030 t.o.v. 1990. We willen in 2040, uiterlijk 2050, alleen nog maar duurzaam opgewekte energie gebruiken. Om een groener en klimaatbestendiger Stichtse Vecht te worden, werken we naast duurzame energieopwekking aan energiebesparing, duurzame mobiliteit, warmtetransitie (aardgasvrij) en klimaatadaptatie. We beperken ons ruimtegebruik door nieuwe functies slim te combineren. We zoeken bij het opwekken van duurzame energie zoveel mogelijk naar een combinatie van functies en/of maatregelen om de natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden te verbeteren evenals de recreatieve beleving. Uitgangspunten bij de energietransitie: • We richten ons op vermindering van de energievraag, ofwel energiebesparing. Hoe meer we besparen hoe minder we (grootschalig) hoeven op te wekken èn op het zoveel mogelijk duurzaam opwekken van de energie die we gebruiken. • De duurzame energie die we opwekken met grootschalige (zonne)energie is onder voorbehoud van een goede landschappelijke inpassing, bijdrage aan lokaal eigendom, wederkerigheid en realisatiemogelijkheden • De energietransitie is een gezamenlijke opgave. De gemeente is één van de partijen.

Voor grootschalige opwekking en de warmtetransitie hebben wij een regierol. Veel initiatieven voor besparing en opwekking komen van de doelgroepen zelf. Waar mogelijk en waar nodig zullen wij faciliterend optreden. We dragen bij aan de energiedoelstelling van de regio Utrecht door binnen Stichtse Vecht in 2030 minimaal 0,1 TWh duurzame elektriciteit op te wekken en in 2040 in totaal minimaal 0,2 TWh . Dit is onder voorbehoud van een goede landschappelijke inpassing, bijdrage aan lokaal eigendom, wederkerigheid en realisatiemogelijkheden. De focus ligt hierbij in de nabije toekomst op zonne-energie. Dit is zowel zon op daken en gevels als zon op land. We realiseren zoveel mogelijk zon op daken en gevels door inwoners, agrariërs en bedrijven te stimuleren zonnepanelen op hun daken en gevels te leggen. 90

Voor grondgebonden zonne-energie hebben we de voorkeursvolgorde vastgelegd in het beleidskader zonnevelden. 1. Ja: Zon op daken en gevels en onbenutte terreinen 2. Ja, mits: Zon op land in de groene en oranje gebieden 3. Nee, tenzij: Zon op land in de rode gebieden 4. Nee: de donkerrode gebieden. De bijbehorende kansenkaart zonnevelden is hiernaast weergegeven. Zonnevelden zijn het meest kansrijk in de groene gebieden, daarna in de oranje gebieden en tot slot in de lichtrode gebieden. en daarna in de oranje gebieden. De rode gebieden zijn uitgesloten voor zonnevelden omdat het hier sprake is van Natura2000. De kansenkaart is een richtsnoer. Zonnevelden zijn niet overal en niet overal evenveel mogelijk. Voorwaarden worden gesteld aan aanvragen om de waarden te beschermen. Daadwerkelijke kansrijkheid en inpassing vindt plaats per initiatief op een specifieke locatie. Dit betekent dat we met name kansen voor zonnevelden zien in deelgebied de Snelle Vecht en in de landbouwgebieden op klei ten westen van de Vecht (deelgebied Langzame Vecht). Zonnevelden kunnen een (aanvullend) verdienmodel voor stoppende en doorgaande agrariërs vormen. Uit de Plattelandsvisie blijkt dat de agrariërs bereid zijn te investeren in duurzame energie als dat de primaire functie (landbouw) niet beperkt.

Zonnepanelen op staldaken, kleine windmolens (tot 15 meter ashoogte) of grote windturbines (passen niet binnen beleid) hebben geen negatief effect op de agrarische bedrijfsvoering. Verruiming van de netwerkcapaciteit is hierbij wel cruciaal. Alleen zonne-energie is niet toereikend is voor de lange termijn doelstelling. Daarom zetten we ook in op andere vormen van duurzame energie, zoals aquathermie, geothermie, etc. Daarvoor doen we eerst goed onderzoek (en pilots). We spelen in op nieuwe technologieën. Ook gaan we in gesprek met de buurgemeenten en waar mogelijk werken we samen. Wij willen voorkomen dat onze inwoners alleen de lasten hebben en niet de lusten.

Kansenkaart zonnevelden 15 dec 2020 vastgesteld voor de gemeenteraad (bron: gemeente Stichtse Vecht) 91

Visie werken aan klimaatverandering Klimaatadaptatie • Bewustwording van de ruimtelijke impact van reageren op de klimaatverandering. • Meer ruimte voor groen en water t.b.v. verkoeling, water vasthouden en bergen. • Robuust en toekomstbestendig bodem- en watersysteem leidend bij ontwikkelingen. • De bodemdaling en veenoxidatie stoppen/vertragen in veenweidegebied. Klimaatmitigatie • Klimaatbestendiger Stichtse Vecht door slim ruimtegebruik, duurzame mobiliteit, minder veenoxidatie, energiebesparing, warmtetransitie (aardgasvrij) en de opwek van zonne-energie. • Er wordt binnen Stichtse Vecht minimaal 0,1 TWh duurzame energie opgewekt voor 2030 en minimaal 0,21 TWh voor 2040. De focus ligt in de nabije toekomst op zonne-energie. Hierbij hanteren we onze voorkeursvolgorde. • Voor de lange termijn zetten we ook in op andere vormen van duurzame energie. Daarvoor doen we eerst onderzoek (en pilots). We bespreken met de buurgemeenten hun energieplannen en werken waar mogelijk samen.

Opdrachten voor programma’s

Om de Omgevingsvisie te realiseren is het nodig om de volgende opdrachten mee te nemen in de bestaande en nieuwe programma’s: • Opdracht Bewustwording reageren op klimaatverandering • Opdracht Meer ruimte voor water en groen • Opdracht Bodem- en watergeschiktheid voor ontwikkelingen. Hierin meenemen: actualisatie bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan • Opdracht andere vormen van landbouw (zie 5.6 en 7.1) • Opdracht Integraal en toekomstbestendig plan Veenweide West (zie 5.6) • Opdracht Opwek duurzame energie • Opdracht Uitvoeringsplan zonnevelden (gereed 2021) • Opdracht Warmtetransitievisie (gereed 2021) Vervolgens per wijk of buurt concreet maken in wijkuitvoeringsplannen. 92

Kaart: Werken aan klimaatverandering

93

Schets uitleg ontstaan bodemdaling en veenoxidatie en mogelijke oplossingen

94

Geschiktheid ondergrond voor bouwen (bron: gemeente Stichtse Vecht)

Inschatting bodemdalingsgevoeligheid (bron: provincie Utrecht)

Stedelijk hitte eiland effect

95

6. Gebieden De visie op thema’s is generiek en geldt voor de hele gemeente. Wel kan een thema in het ene gebied meer impact hebben dan in het andere gebied. We hebben per gebied de visie ingekleurd en genuanceerd. We hebben de opgaven, de verantwoordelijkheden en de input vanuit de samenleving vertaald naar ruimtelijke keuzes voor de volgende gebieden: 1. Veenweide West 2. Snelle Vecht 3. Langzame Vecht 4. Veenweide Oost/Plassengebied 5. De drie grote kernen Binnen deze 5 gebieden hebben we subgebieden bepaald, waarvoor we verschillende doelen nastreven. Dit heeft geleid tot een puzzel van verschillende gebieden die gezamenlijk de gemeente Stichtse Vecht vormen. De visiekaart ‘Kerngezond leven in een stedelijke regio’ biedt het integrale toekomstbeeld voor al deze gebieden en de ruimtelijke keuzes de we maken. In de volgende paragraaf lichten we de vijf hoofdgebieden toe. Voor de meeste gebieden hebben we al een duidelijk beeld. Bij Veenweide West en Oost geven we een eerste richting. De komend ejaren gaan we deze met elkaar verder uitwerken.

96

Foto: Historische brug over de Vecht

97

98

Bewustwording ruimtelijke impact klimaatverandering

Kaart: Integrale visie

99

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1865/documents/39370