Brief schoolbesturen inzake Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs_Geredigeerd.pdf
Tekst van het document
Aan de Raadscommissie Sociaal Domein en Bestuur en Financiën van de gemeenteraad van Stichtse Vecht t.a.v. de griffier, Jacqueline Willenborg per e-mail Jacqueline.Willenborg.Gr@stichtsevecht.nl / griffie@stichtsevecht.nl
betreft
:
agendapunt 5 raadscommissie 2 december 2025
datum
:
27 november 2025
Geachte dames en heren,
De ondertekenende schoolbesturen vragen uw aandacht voor het volgende. Aanstaande 2 december komt uw commissie bijeen. Agendapunt 5 van uw vergadering is het uitbrengen van advies aan de gemeenteraad over het vaststellen van een nieuwe Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Deze verordening regelt gelet op artikel 102 van de Wet primair onderwijs (WPO) de toedeling van de middelen die de gemeente Stichtse Vecht vanuit het Gemeentefonds ontvangt voor de huisvesting van onze scholen. Deze verordening is hierom van groot belang voor ons. Met deze brief attenderen wij u er allereerst op dat de voorgelegde verordening niet op de voorgeschreven wijze tot stand is gekomen. Verder vragen we uw medewerking aan enkele nadrukkelijke wensen tot aanpassing van de verordening en de bijlage. Procedure Artikel 102 bepaalt van de WPO dat de gemeenteraad de verordening pas vaststelt nadat daarover op overeenstemming gericht overleg (OOGO) is gevoerd met de schoolbesturen in de gemeente. Dat is niet althans onvoldoende gebeurd, dat lichten we hieronder toe. -
-
Nadat de concept verordening aan hen was voorgelegd hebben de schoolbesturen tweemaal schriftelijk gereageerd. Eerst stuurden we op 6 oktober een brief met kanttekeningen bij de conceptverordening. Hierover is op 27 oktober overleg gevoerd. De besturen ervoeren dit overleg als een bijpraatsessie en niet als een OOGO. Het college is vervolgens de afspraak om de besturen aansluitend 28 oktober een aangepaste tekst voor de verordening voor te leggen en de besturen de gelegenheid te bieden hier nog op te reageren voordat het college de verordening
-
-
-
-
zou vaststellen en aan de gemeenteraad zou voorleggen, niet nagekomen. Het OOGO is dus niet afgerond. Vervolgens stuurden we een tweede brief op 14 november 2025 in vervolg aanleiding van de Nota van Inlichtingen. Hierin spitsten wij onze kritiek en wensen toe op drie voorstellen die het college had afgewezen. Op deze tweede brief heeft het college niet gereageerd. Ook hierom is het OOGO, voor zover het al begonnen was, niet afgerond. De brief van 14 november 2025 bevindt zich ten onrechte ook niet bij de stukken van agendapunt 5. Ook ontbreekt bij de stukken een verslag van het overleg van 27 oktober. Onze brief van 14 november 2025 treft u als bijlage aan. De besturen kenden tot aan de publicatie op de gemeentelijke website de aangepaste verordening niet die aan de gemeenteraad is voorgelegd, en wisten dus niet wat het college met hun inbreng had gedaan. Hier komt nog bij dat Stichtse Vecht in strijd met de wettelijke opdracht van artikel 102 WPO geen door de gemeenteraad vastgestelde procedure heeft voor het voeren van het op overeenstemming gerichte overleg. Daarmee ontbreekt een belangrijke waarborg.
Aanpassingen Inhoudelijk is van belang dat de regeling volgens artikel 102 van de WPO moet voldaan aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Aan deze eis voldoet de verordening die aan u is voorgelegd niet. Weliswaar heeft het college in de verordening en de bijlage een aantal punten aangepast aan de wensen van de schoolbesturen, maar drie essentiële aanpassingen, ook genoemd in onze brief van 14 november 2025, zijn niet aangebracht. En dat is nodig om tot overeenstemming te komen met de ondertekenende schoolbesturen. Het gaat om de volgende wijzigingswensen. 1. Aan artikel 6a van de verordening willen we graag toevoegen: ‘Het IHP moet worden aangemerkt als een bundel beschikkingen.’ Met deze toevoeging krijgen de beslissingen om een voorziening wel of niet op het IHP te plaatsen de status van besluit, en kan een schoolbestuur dat een gewenste voorziening buiten het IHP ziet vallen zich hiertegen verweren. Zonder deze toevoeging verliezen schoolbesturen rechtsbescherming tegen afwijzingen van hun aanvragen. 2. Artikel 7 lid 1 van de Nadere regels wordt aangevuld met de zinsnede: ‘ met uitzondering van de overschrijdingen: waarvoor het college tevoren goedkeuring heeft verleend aan de hand van een door het college in de beschikking of afsprakenbrief opgenomen procedure;
waarvoor het college bij de verantwoording goedkeuring verleent omdat het om uitgaven gaat die tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoren, en waarvoor in geval van een school voor primair onderwijs, het schoolbestuur gelet op het wettelijk investeringsverbod geen verantwoordelijkheid mag dragen.’ Met deze toevoeging wordt voorkomen dat overschrijdingen die redelijkerwijs voor rekening van de gemeente behoren te komen rigoureus voor rekening van het schoolbestuur dat als bouwheer optreedt komen. En met deze toevoeging voorkomen we dat vanaf 2026 geen enkel schoolbestuur nog als bouwheer wil optreden. 3. Artikel 22 van de verordening behoeft aanpassing. De besturen waarderen het dat het college in bepaalde gevallen in het voordeel van een school wil afwijken van de regels en een voorziening wil toekennen waarop de school strikt genomen geen recht heeft. Ook delen zij de belangen die in artikel 21 worden genoemd: de leefbaarheid, de maatschappelijke functie van het onderwijs en de spreiding van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente. De besturen zijn alleen wel van mening deze extra ruimte niet mag worden beperkt tot de tot de in artikel 22 genoemde kernen Kockengen, Tienhoven, Loenersloot, Nieuwer Ter Aa, Vreeland en Nigtevecht. Immers niet valt uit te sluiten dat ook elders in de gemeente zich vergelijkbare knelpunten voordoen.
Hierom, en om willekeur te voorkomen, zou de extra ruimte voor de hele gemeente moeten gelden. In plaats van de voorgestelde artikelen 21, 22 en 23 zou moeten worden volstaan met de volgende tekst: ‘Artikel 21 1. Indien het bevoegd gezag een aanvraag indient voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, kan het college, ook indien niet aan alle reguliere criteria voor opname wordt voldaan, besluiten de voorziening op te nemen in het programma in het belang van a. de leefbaarheid van het voedingsgebied van de school; b. de maatschappelijke functie van het onderwijs, en c. de spreiding van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente.
Artikel 22 Bij zijn besluitvorming als bedoeld in artikel 21 toetst het college in hoeverre de aangevraagde voorziening bijdraagt aan het behoud en de versterking van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied. Daarbij worden in ieder geval betrokken:
a. de mate waarin de voorziening bijdraagt aan het behoud en de versterking van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied; b. de samenhang van de voorziening met andere maatschappelijke functies en initiatieven in het voedingsgebied; c. de gevolgen van het al dan niet realiseren van de voorziening voor het voedingsgebied en haar inwoners; d. de spreiding, bereikbaarheid en kwaliteit van het totale onderwijsaanbod binnen en rond het voedingsgebied; e. de haalbaarheid en het draagvlak voor de voorziening; f. de visie van het bevoegd gezag op de onderwijshuisvesting in het voedingsgebied, inclusief eventuele samenwerking met andere partijen.’
Artikel 23 vervalt.
Tot slot Wij verzoeken u te bevorderen dat de drie hierboven vermelde wijzingen worden aangebracht in de verordening (1 en 3) en de bijlage (2). Wij benadrukken dat wij staan voor een goede samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen in het belang van de kinderen van de gemeente Stichtse Vecht en we spreken hier dan ook onze hoop uit om in de toekomst actiever met elkaar samen te werken.
Met vriendelijke groet,
Mevr. Berkhout en Dhr. Hooghiemstra (Kalisto) Mevr. Verhage (Scholenstichting Pastoor Ariëns) Dhr. Huibers (Vechtstreek en Venen) Mevr. Van Zoelen (Fides) Mevrouw Koot (GSO) Dhr. Van Hell (Educatis) Dhr. Pel (OBS De Regenboog)
Burgemeester en Wethouders van Stichtse Vecht t.a.v. Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN
Beste Hierbij laten we het college het standpunt weten van de ondertekenende schoolbesturen over de nieuwe verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Stichtse Vecht.
Procedureel Om te beginnen vragen we of we het goed hebben begrepen dat de concept verordening waarover we 27 oktober spraken, dinsdag 28 oktober door het college is vastgesteld en al aan de gemeenteraad is voorgelegd. Zo ja, hoe is dit te rijmen met de afspraak dat u de besturen 28 oktober een aangepaste tekst voor de verordening zou voorleggen en de besturen hierop nog konden reageren voordat het college de verordening zou vaststellen en aan de gemeenteraad zou voorleggen? Waarom is er na 27 oktober geen vervolgoverleg geweest? Indien de verordening inmiddels bij de gemeenteraad ligt, noodzaakt dit ons u deze brief te sturen alvorens we eventueel onze visie en standpunten aan de gemeenteraad voorleggen. We vernemen graag welke aanpassingen u in de verordening heeft aangebracht. Ook willen we weten of het college het overleg met de schoolbesturen van 27 oktober aanmerkt als het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) dat is voorgeschreven in artikel 102 lid 5 van de Wet primair onderwijs. Wij hebben dit in elk geval als niet meer dan een bijpraatsessie ervaren. Hoe ziet de procedure eruit die de gemeenteraad volgens deze bepaling moet vaststellen voor het voeren van OOGO? Graag vernemen we bovendien of het college deze brief en onze eerdere brief van 6 oktober 2025 ter kennis van de gemeenteraad brengt.
Inhoudelijk
Hieronder gaan we in op drie voor ons belangrijke onderdelen van de concept-verordening en de aanpassing die we daarin noodzakelijk vinden, terwijl het college in de Nota van Toelichting aangaf niet tot aanpassing over te gaan.
1. Artikel 6a lid 6 In onze brief vroegen we naar aanleiding van artikel 6a lid 6 van de conceptverordening om duidelijkheid over de mogelijkheid van het indienen van bezwaar en beroep tegen de diverse besluiten. We willen zeker weten dat een schoolbestuur straks net als nu volwaardige rechtsbescherming heeft. Want ondanks de door de schoolbesturen onderschreven intentie om tot een gezamenlijk gedragen IHP te komen, kan het in de toekomst toch vóórkomen dat een schoolbestuur niet al zijn wensen gehonoreerd ziet worden in het IHP. Volgens de Nota van Toelichting kan tegen het IHP straks geen bezwaar en beroep worden aangetekend omdat het een beleidsdocument is en geen besluit. Tegen de besluiten vanuit het IHP zoals een afwijzing kan volgens de Nota van Toelichting wel bezwaar worden gemaakt. Hiermee wordt de besturen tekortgedaan. Nieuw is dat in artikel 6a lid 6 staat dat het college bij de beoordeling en programmering van de huisvestingsvoorzieningen rekening houdt met de prioritering en fasering van het IHP, tenzij er gewijzigde omstandigheden zijn of zwaarwegende argumenten om van het IHP af te wijken. Wat betekent dit ‘rekening houden’? Volgens ons betekent dit dat een aanvraag voor een voorziening die niet in het lopende IHP is opgenomen, normaal gesproken wordt afgewezen enkel omdat hij niet in het IHP staat.
En als een bestuur tegen deze afwijzing bezwaar maakt heeft het geen kans tenzij het op gewijzigde omstandigheden of zwaarwegende argumenten kan wijzen. Anders dan nu kan een bestuur bij voorbeeld niet meer verwijzen naar de criteria van de bijlagen van de verordening. Zo dreigt er een ongewenste fuik te ontstaan. Dit kunnen we voorkómen door aan artikel 6a toe te voegen dat het IHP moet worden aangemerkt als een bundel beschikkingen. Uiteraard moet het IHP dan ook worden opgesteld en ingericht als een besluit en een motivering bevatten van de plaatsingen op het IHP én van de afwijzingen. Hiertegen kan een schoolbestuur dat ziet dat een gewenste/noodzakelijke voorziening niet in het IHP is opgenomen, dan bezwaar maken en daarbij verwijzen naar bij voorbeeld de criteria van de bijlagen van de verordening. Op deze manier kunnen we het IHP de gewenste status geven zonder afbreuk te doen aan de rechtszekerheid van de schoolbesturen.
2. Artikel 13 lid 6 / Nadere regels verantwoording
U wilt nadere regels vaststellen over de verantwoording en financiële risico’s. Wij hebben daaraan geen behoefte en beperken ons bij voorkeur tot het maken van afspraken conform artikel 13 lid 1 onder e en de afsprakenbrieven. Als u toch nadere regels vaststelt, dan moet om te beginnen duidelijk zijn dat de basis hiervoor niet artikel 13 lid 1 onder e is, zoals u nu in de aanhef schrijft, maar artikel 13 lid 6 van de conceptverordening. Bovendien moet het toepassingsbereik zoals omschreven in artikel 2 van de Nadere regels worden beperkt tot de gevallen waarin het schoolbestuur bouwheer is. En de bepaling in artikel 7 lid 1 van de Nadere regels dat alle overschrijdingen voor rekening van het bevoegd komen, dient te worden aangevuld met de zinsnede: ‘ met uitzondering van de overschrijdingen: a. waarvoor het college tevoren goedkeuring heeft verleend aan de hand van een door het college in de beschikking of afsprakenbrief opgenomen procedure; b. waarvoor het college bij de verantwoording goedkeuring verleent omdat het om uitgaven gaat die tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoren, en c. waarvoor in geval van een school voor primair onderwijs, het schoolbestuur gelet op het wettelijk investeringsverbod geen verantwoordelijkheid mag dragen.’
3. Artikel 21 Voor artikel 21 dat gaat over scholen onder de opheffingsnorm komt u met een aangepaste tekst. Hierin wilt u vastleggen dat u bovenop de verordening aanvullend maatwerk kunt leveren voor scholen onder de opheffingsnorm die zijn gelegen in strategische kerngebieden. We hebben deze nieuwe tekst nog niet gezien, zodat daarover in het geheel geen OOGO is gevoerd. We dringen er bij u op aan de nieuwe tekst eerst in concept aan ons voor te leggen. En we dringen er op voorhand op aan het door u gewenste aanvullend maatwerk niet te beperken tot bepaalde kernen in de gemeente Stichtse Vecht, maar te hanteren voor gelijke gevallen (lees: scholen onder de opheffingsnorm) in de gehele gemeente Stichtse Vecht. Zo voorkomt u willekeur. Verder adviseren we u in een toelichting voorbeelden te noemen van het beoogde maatwerk. Bij voorbeeld dat als een school onder de opheffingsnorm fuseert met een andere school, zij als dislocatie kan blijven bestaan en u aanvullend op de verordening een vaste voet van 200 m2 toekent.
Tot slot Gelet op de aanstaande behandeling van de verordening door de raadscommissie en gemeenteraad vragen we u om binnen twee werkdagen na verzending op deze brief te reageren.
Met vriendelijke groet, Mevr. Berkhout en de Dhr. Hooghiemstra (Kalisto) Mevr. Verhage (Scholenstichting Pastoor Ariëns) Dhr. Huibers(Vechtstreek en Venen). Mevr. Van Zoelen (Fides) Mevr. Koot (GSO) Dhr. Van Hell (Educatis) Dhr. Pel (OBS De Regenboog)