CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief Adviesbureau Haver Droeze - Reactie op memo Focus op Ruimte d.d. 9-12-2021_Geredigeerd.pdf

Raad 1 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 14. 21.50: Verklaring van geen bedenkingen paddock, takkenril en ringslangbroeihoop Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis.1.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

14 januari 2022

GEMEENTE STICHTSE VECHT T.a.v. de gemeenteraad Postbus 1212 3600 BE MAARSSEN BETREFT: REACTIE OP MEMO FOCUS OP RUIMTE D.D. 9 DECEMBER 2021 PROJECT: MIJNDENSEDIJK 53 - NIEUWERSLUIS Per email verzonden aan:

Geachte raadsleden, Hierbij ontvangt u namens de heer en mevrouw een reactie op het stuk dat de heer op 9 december jl. namens mevrouw heeft ingediend aangaande de verleende Ontwerp Verklaring van Geen Bedenkingen voor (onder meer) de paddock op het perceel Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis. De heer en mevrouw zijn sinds juli 2021 eigenaar van het perceel en de opstallen aan de Mijndensedijk 53 in Nieuwersluis. Inmiddels wonen zij daar ook met hun 3 kinderen en zij hopen hier nog lange tijd met veel plezier te kunnen wonen en genieten. vrijwel alle lopende procedures definitief beslecht Het is juist dat de heer en mevrouw hebben ingestemd met een gesprek met mevrouw (en haar adviseur). Dit in de hoop een nieuwe start te kunnen maken en een prettige relatie op te bouwen met alle buren. In reactie op de opmerking dat partijen dit overleg gaan voeren om ‘er gezamenlijk uit te komen’, kan worden opgemerkt dat met de uitspraak van de Raad van State van 22 december jl. over de handhaving inzake de dam/duiker zuid vrijwel alle lopende procedures, op 1 na, definitief zijn beslecht. Daarmee is er duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan op het perceel en voor welke zaken wel en voor welke zaken er geen (aanvullende) toestemming nodig is.

paardenhouderij-activiteiten strikt hobbymatig Aangezien ook de nieuwe eigenaren (hobbymatig) 2 paarden hebben, is er echter wel behoefte aan een paardenstal. De bestaande paardenstal zal daartoe worden gesloopt en worden herbouwd conform de vergunning die daarvoor reeds is verleend. Om diezelfde reden zouden zij graag zien dat ook de gevraagde omgevingsvergunning voor de paddock wordt verleend.

1 van 4 220114 Reactie op brief 09122021 FocusopRuimte

Blijkens de Ruimtelijke Afweging d.d. maart 2021 (bijlage 8 bij het raadsvoorstel, p. 13) speelt bij de beoordeling van de inpasbaarheid van de paddock, ook de vraag in hoeverre door de toevoeging van een dergelijke voorziening sprake is van ‘bedrijfsmatige (agrarische) activiteiten’ dan wel van ‘hobbymatige activiteiten’. Daarbij wordt verwezen naar het advies van de ODRU d.d. 15 februari 2021 (bijlage 2 bij de Ruimtelijke Afweging maart 2021). In reactie daarop laat ik u weten dat de nieuwe eigenaren de bielzen in het weiland ter markering van de springbak reeds hebben verwijderd en ook de (omheining van de) longeerton is inmiddels verwijderd. Doordat het aantal voorzieningen is teruggebracht, staat vast dat de paardenhouderij-activiteiten in de huidige omvang een strikt hobbymatig karakter hebben. Overigens kan daarbij het aantal paarden nog worden verruimd tot 5 à 6. ambtelijke reactie op een vraag raadslid / statenlid Op 9 december 2021 heeft de heer namens mevrouw (Mijndensedijk 59) u een brief gestuurd. In die brief wordt gewezen op een ‘aanvullend advies’ van de provincie in de vorm van een mailbericht van 6 oktober 2021. Dit is echter geen formeel advies maar een ambtelijke reactie op een vraag van een raadslid van Het Vechtse Verbond van de gemeente Stichtse Vecht, tevens Statenlid 50Plus binnen de Provincie Utrecht.

gemeente is bevoegd gezag Afgezien van het feit dat de uit toonzetting in de brief een persoonlijk, niet nader onderbouwd waardeoordeel doorklinkt, moet worden opgemerkt dat niet de provincie, maar de gemeente het bevoegd gezag is om te beslissen op de aangevraagde vergunning. Het is zodoende niet aan de provincie om een antwoord te formuleren over de vraag in hoeverre de paddock al dan niet kan worden vergund. Het afwijkingenbeleid van de gemeente geldt daarbij als toetsings-/beoordelingskader. Bovendien heeft het College zich met betrekking tot de onderdelen welstand en monumenten zich tot tweemaal toe laten adviseren door Mooi Sticht. Uit deze adviezen volgt dat de te beschermen waarden van het landschap en het beschermde dorpsgezicht met de aangevraagde bouwwerken en activiteiten niet worden aangetast. Er is geen sprake van een detonerende invulling en de onderdelen hebben geen negatief effect op de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht. Het effect op het landschap en de openheid is gering. Het advies van 15 februari 202 maakt als bijlage 15 deel uit van het raadsvoorstel. Het advies van 19 februari 2021 maakt als bijlage 1 deel uit van de Ruimtelijke Afweging maart 2021.

Beide adviezen zijn derhalve - ten aanzien van de paddock en faunavoorzieningen - positief; de gevraagde omgevingsvergunning en de bijbehorende Verklaring van Geen Bedenkingen kunnen daarom worden verleend. Unesco werelderfgoed reeds via bestaande wet- en regelgeving beschermd In relatie tot de recente aanwijzing van de Nieuwe Hollandse Waterlinie als Unesco Wereld Erfgoed kan worden opgemerkt dat deze aanwijzing géén extra beperkingen of nieuwe afwegingskaders meebrengt ten opzichte van het reeds bestaande beschermingsregime.

220114 Reactie op brief 09122021 FocusopRuimte

2 van 4

In de samenvatting van het nominatiedossier Hollandse Waterlinies staat hierover het volgende (p. 31, zie https://www.programmanieuwehollandsewaterlinie.nl/bibliotheek/documenten/document en-unesco/): p. 31 “ Beide waterlinies zijn momenteel goed beschermd door Nederlandse wet- en regelgeving. Bijna alle objecten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en veel van de Stelling van Amsterdam zijn als Rijksmonument of provinciaal monument aangewezen. Beide waterlinies zijn in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) opgenomen. De bescherming van het Barro werkt door in het provinciale en gemeentelijke planologische beleid. Buiten de begrenzing van het erfgoed ligt een ‘attentiezone’, waarin nog aanvullende beschermingsregimes gelden. Zo zijn er gemeentelijke bestemmingsplannen, aangevuld met specifiek beleid op het gebied van natuur en/of landschapswaarden, bijvoorbeeld Natura 2000. Om het erfgoed te beschermen, sluiten de provincies in het gebied van de Hollandse Waterlinies hun ruimtelijk beleid voor het toekomstige Werelderfgoed op elkaar aan. Zo zorgen ze ervoor dat bij ruimtelijke ontwikkelingen overal binnen de Hollandse Waterlinies op dezelfde manier afwegingen worden gemaakt. Daarnaast geldt nu al dat iedere initiatiefnemer aan moet geven dat ontwikkeling géén negatieve gevolgen heeft voor de uitzonderlijke universele waarde.

Niet binnen het toekomstige werelderfgoed en ook niet in de aangrenzende ‘attentiezone’. p. 33 “ Ook ontwikkelingen die grenzen aan het werelderfgoed mogen de uitzonderlijke unieke waarde van dit erfgoed niet aantasten. Naast de begrenzing van de site is er daarom een ‘attentiezone’ aangegeven. … De zone is een visuele weergave van alle huidige beschermingsregimes die gelden binnen deze zone en dus een beschermende werking voor het erfgoed hebben. Deze regimes zijn niet aanvullend of beperkend, ze zijn reeds bestaand. Denk hierbij aan bestemmingsplannen voor het buitengebied die een verdere verstening tegengaan en Natura 2000-beleid , dat biotopen van open landschappen beschermt. Dit beleid zorgt ervoor dat aantasting van de unieke waarde van het erfgoed en daarmee de visuele integriteit kan worden voorkomen.” De aanwijzing als Unesco Werelderfgoed bevestigt zodoende de uniciteit van de cultuurhistorische waarde van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar vormt geen nieuw zelfstandig toetsingskader. De bescherming van die waarden is reeds geborgd via de monumentenregelgeving en het gemeentelijke en provinciale planologische beleid. De vraag of het bestaande bouwwerk kan worden gelegaliseerd, kan dus worden beantwoord aan de hand van de bestaande planologische kaders hetgeen ook is gebeurd.

De afweging die het College in dat kader heeft gemaakt, is uitgebreid en zorgvuldig te noemen. Bovendien heeft het College zich met betrekking tot het onderdeel cultuurhistorie laten adviseren door een onafhankelijke en deskundige partij: Mooi Sticht. Uit het advies van Mooi Sticht blijkt niet, zoals wel gesteld door de procescoördinator Omgevingsagenda Gemeenten – Regio West van de Provincie Utrecht dat de realisatie van een paddock onwenselijk zou zijn. 220114 Reactie op brief 09122021 FocusopRuimte

3 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1781/documents/39357