Brief 12-1 schoolbesturen gericht aan de raadscommissie.pdf
Tekst van het document
Aan de Raadscommissie Sociaal Domein en Bestuur en Financiën van de gemeenteraad van Stichtse Vecht t.a.v. de griffier, Annemarie Hiemstra per e-mail annemarie.hiemstra@stichtsevecht.nl in afschrift aan bestuurssecretariaat@stichtsevecht.nl
betreft
:
agendapunt 4 raadscommissie 13 januari 2026
datum
:
12 januari 2026
Geachte dames en heren,
De ondertekenende schoolbesturen vragen uw aandacht voor het volgende. U bespreekt 13 januari nogmaals het uitbrengen van advies aan de gemeenteraad over het vaststellen van de nieuwe Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs. Eerder was dit op 2 december 2025 het geval. Wij willen benadrukken dat het niet de intentie is om het proces te vertragen, echter deze verordening is voor ons van groot belang aangezien deze gelet op artikel 102 van de Wet primair onderwijs (WPO) de toedeling regelt van de middelen die de gemeente Stichtse Vecht vanuit het Gemeentefonds ontvangt voor de huisvesting van onze scholen. Op basis van de thans voorliggende stukken verzoeken wij u dringend om de gemeenteraad te adviseren niet akkoord te gaan met de voorliggende verordening. Onze bezwaren zien op twee hoofdpunten: 1) het niet serieus en consciëntieus volgen van de wettelijk voorgeschreven procedure en; 2) een viertal grote inhoudelijke omissies, die ertoe leiden dat de huisvesting van het onderwijs en daarmee de kinderen in Stichtse Vecht in de komende jaren geen recht wordt gedaan.
Ad 1) Procedure In onze eerdere brief aan u van 27 november 2025 hebben we meegedeeld dat de voorgelegde verordening niet op de voorgeschreven wijze tot stand is gekomen. U heeft hierop op 2 december 2025 besloten de voorgelegde verordening niet te behandelen.
Eerst moest het college het op overeenstemming gerichte overleg (OOGO) met de schoolbesturen afronden. Vanuit de commissie is gevraagd om de wettelijk verplichte procedure voor OOGO op te stellen, en om advies in te winnen van de besturen over de nieuwe verordening. We zijn de commissie zeer erkentelijk voor deze interventie. Als gevolg hiervan is er inmiddels een OOGO geweest op 11 december. Dit is helaas niet goed verlopen. Er was slechts beperkt tijd beschikbaar, zodat niet alle punten die we wilden inbrengen ook aan de orde zijn geweest. Hierom hebben we het college bij brief van 17 december 2025 (zie bijlage 1) laten weten welke aanpassingen nodig zijn om tot overeenstemming te kunnen komen. In haar reactie van 6 januari (zie bijlage 2) laat de wethouder helaas weten aan al onze wensen voorbij te gaan en niets aan de verordening te veranderen. Daarnaast willen wij benadrukken dat alle punten namens de ondertekende besturen zijn en dat dit niet van één bestuur is gekomen, wat de wethouder wel schrijft in haar reactie. Ook heeft het college geen tekst aangeboden voor de wettelijk verplichte OOGO-procedure, zoals door u en ons gevraagd. In het overleg van 11 december jl heeft de wethouder ons gemeld dat zij nog geen formeel verzoek voor het opstellen van een dergelijke procedure van uw commissie heeft ontvangen. Uw interventie heeft dus niet de gewenste opbrengst gekregen.
Helaas voelen onderstaande besturen zich daarmee nog steeds niet serieus genomen. Over de voorliggende conceptverordening hebben het college van B&W en de ondertekenende schoolbesturen aldus geen overeenstemming bereikt. Het college neemt zelfs onze voorgestelde aanpassingen op de notulen van het overleg van 27 oktober 2025 niet serieus, miskent dat wij twintig scholen met 4.100 leerlingen vertegenwoordigen, en doet het ten onrechte voorkomen alsof onze standpunten niet door alle ondertekenende besturen worden gedeeld. Daarbij komt dat de wethouder aangeeft dat het overleg van 27 oktober jl geen formeel overleg was omdat zij niet in persoon aanwezig was. Dat strookt niet met de eerdere bewering van de wethouder dat dit overleg wel zou moeten worden gezien in lijn met de wetgeving en daarmee dus als formeel overleg. Onze opmerkingen ten aanzien van het niet juist weergeven en niet nakomen van de gedane toezeggingen zouden volgens de wethouder geen waarde hebben omdat het niet een formeel overleg zou betreffen. Wij kunnen deze opmerking niet anders kwalificeren dan als het niet serieus nemen van het overleg, van de deelnemers en van de in dit overleg gemaakte opmerkingen. Wij kwalificeren dit als kwalijk.
Ad 2. Inhoudelijke omissies Hieronder beschrijven we de aanpassingen in de verordening die minimaal noodzakelijk zijn. Hierbij tekenen we aan dat de voorgestelde aanpassingen op geen enkele manier tot vertraging leiden in de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan. In onze eerdere brief aan u van 27 november 2025 vroegen we uw aandacht voor enkele nadrukkelijke wensen tot aanpassing van de verordening en de bijlage. Omdat het
college ons op geen enkele wijze tegemoet is gekomen doen we dit verzoek hieronder nogmaals, aangevuld met een vierde punt dat afkomstig is uit de beantwoording van vragen van de fractie van Samen Stichtse Vecht. Inhoudelijk is van belang dat de regeling volgens artikel 102 van de WPO moet voldoen aan de redelijke eisen die het onderwijs aan de huisvesting van scholen in de gemeente stelt. Aan deze eis voldoet de verordening die aan u is voorgelegd niet. Weliswaar heeft het college in de verordening en de bijlage een aantal punten aangepast aan de wensen van de schoolbesturen, maar vier essentiële aanpassingen, waarvan er drie ook zijn genoemd in onze brief aan het college van 14 november 2025, zijn niet aangebracht. En dat is nodig om tot overeenstemming te komen met de ondertekenende schoolbesturen. Het gaat om de volgende wijzigingswensen. 1. Aan artikel 6a van de nieuwe verordening willen we graag toevoegen: ‘Het IHP moet worden aangemerkt als een bundel beschikkingen.’ Met deze toevoeging krijgen de beslissingen om een voorziening wel of niet op het IHP te plaatsen de status van besluit, en kan een schoolbestuur dat een gewenste voorziening buiten het IHP ziet vallen zich hiertegen verweren. Zonder deze toevoeging verliezen schoolbesturen rechtsbescherming tegen afwijzingen van hun aanvragen. 2.
Artikel 7 lid 1 van de Nadere regels zou wat ons betreft moeten worden aangevuld met de zinsnede: ‘met uitzondering van de overschrijdingen waarvoor het college tevoren goedkeuring heeft verleend aan de hand van een door het college in de beschikking of afsprakenbrief opgenomen procedure; waarvoor het college bij de verantwoording goedkeuring verleent omdat het om uitgaven gaat die tot de verantwoordelijkheid van de gemeente behoren, en waarvoor in geval van een school voor primair onderwijs, het schoolbestuur gelet op het wettelijk investeringsverbod geen verantwoordelijkheid mag dragen.’ Met deze toevoeging wordt voorkomen dat overschrijdingen die redelijkerwijs voor rekening van de gemeente behoren te komen rigoureus voor rekening van het schoolbestuur dat als bouwheer optreedt komen. En met deze toevoeging voorkomen we dat straks geen enkel schoolbestuur nog als bouwheer wil optreden. 3. Artikel 22 van de nieuwe verordening behoeft aanpassing. De besturen waarderen het dat het college in bepaalde gevallen in het voordeel van een
school wil afwijken van de regels en een voorziening wil toekennen waarop de school strikt genomen geen recht heeft. Ook delen zij de belangen die in artikel 21 worden genoemd: de leefbaarheid, de maatschappelijke functie van het onderwijs en de spreiding van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente. De besturen zijn alleen wel van mening deze extra ruimte niet mag worden beperkt tot de in artikel 22 genoemde kernen Kockengen, Tienhoven, Loenersloot, Nieuwer Ter Aa, Vreeland en Nigtevecht. Immers niet valt uit te sluiten dat ook elders in de gemeente zich vergelijkbare knelpunten voordoen. Hierom, en om willekeur te voorkomen, zou de extra ruimte voor de hele gemeente moeten gelden. In plaats van de voorgestelde artikelen 21, 22 en 23 zou moeten worden volstaan met de volgende twee artikelen: ‘Artikel 21 1. Indien het bevoegd gezag een aanvraag indient voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, kan het college, ook indien niet aan alle reguliere criteria voor opname wordt voldaan, besluiten de voorziening op te nemen in het programma in het belang van a. de leefbaarheid van het voedingsgebied van de school; b. de maatschappelijke functie van het onderwijs, en c. de spreiding van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente.
Artikel 22 Bij zijn besluitvorming als bedoeld in artikel 21 toetst het college in hoeverre de aangevraagde voorziening bijdraagt aan het behoud en de versterking van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied. Daarbij worden in ieder geval betrokken: a. de mate waarin de voorziening bijdraagt aan het behoud en de versterking van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied; b. de samenhang van de voorziening met andere maatschappelijke functies en initiatieven in het voedingsgebied; c. de gevolgen van het al dan niet realiseren van de voorziening voor het voedingsgebied en haar inwoners; d. de spreiding, bereikbaarheid en kwaliteit van het totale onderwijsaanbod binnen en rond het voedingsgebied; e. de haalbaarheid en het draagvlak voor de voorziening;
f. de visie van het bevoegd gezag op de onderwijshuisvesting in het voedingsgebied, inclusief eventuele samenwerking met andere partijen.’
Artikel 23 vervalt.
4. We vragen u te bevestigen dat in lijn met bijlage I, onderdeel A9 van de verordening wordt vastgehouden aan de grens van twee kilometer hemelsbreed voor het toekennen van medegebruik.
Tot slot Wij verzoeken u te bevorderen dat de drie hierboven vermelde wijzingen worden aangebracht in de verordening (1 en 3) en de bijlage (2) en de hierboven beschreven bevestiging (4) wordt gedaan. Daarbij tekenen wij aan dat wij zeer hechten aan het gezamenlijk door gemeenteraad, gemeentebestuur én scholenveld als maatschappelijke partners vormgeven van het onderwijshuisvestingsbeleid in de gemeente Stichtse Vecht. Daarvoor zetten wij ons als scholenveld al vele jaren met hart en ziel in, ten behoeve van de kinderen en ouders in onze gemeente. De wijze waarop het gemeentebestuur op dit moment -in brede zinomgaat met het scholenveld geeft ons op dit moment echter weinig perspectief op een dergelijke samenwerking. Wij zullen ons ten alle tijden blijven inzetten voor een constructieve samenwerking in het belang van alle kinderen in Stichtse Vecht. Wij lichten onze bezwaren en plannen voor de toekomst graag nader toe aan de commissie en nodigen u hiertoe graag uit op een voor u passend moment. Met vriendelijke groet,
Dhr. Van Hell (Educatis) Mevr. Van Zoelen (Fides) Mevrouw Koot (Gewoon Speciaal Onderwijs) Mevr. Berkhout en Dhr. Hooghiemstra (Kalisto) Mevr. Verhage (Scholenstichting Pastoor Ariëns) Dhr. Pel (OBS De Regenboog) Dhr. Huibers (Vechtstreek en Venen)
CC: andere schoolbesturen
Bijlagen: -
Brief 17/12/25 Reactie wethouder 6/1/26