Bp Westbroekse Binnenweg tussen 86 en 88 - Toelichting - VA01.pdf
Tekst van het document
• • •
een peilbesluit voor de polders in het Noorderparkgebied;
• •
actualiseren van de legger;
de kans op wateroverlastsituaties en eventuele maatregelen; de waterkwaliteit in het hele gebied en maatregelen voor de korte en lange termijn om de KRW doelen te halen; gebiedsgerichte maatregelen van reguliere waterschapstaken.
Keur 2019 – Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het projectgebied valt binnen het hoogheemraadschap Amstel, Gooi, Vecht. Binnen dit hoogheemraadschap is de Keur 2019 van kracht, dit is de opvolger van de Keur 2017. De Keur is één van de instrumenten van beheer die de waterbeheerder ter beschikking staat om de doelstellingen van waterbeheer te behalen. De drie hoofddoelstellingen die vanuit de Waterwet zijn aangegeven zijn:
• • •
voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen.
Watercompensatie Het waterschap hanteert het beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk gebied en 5.000 m² in het overige gebied 10 % daarvan gecompenseerd moet worden in de vorm van oppervlaktewater voor waterberging. Door compensatie wordt voorkomen dat ernstige peilstijging optreedt door afstromend regenwater met wateroverlast tot gevolg.
44
4.10.4 Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen. Planspecifiek Watercompensatie Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft als beleid dat bij het aanbrengen van meer dan 1.000 m² verharding in stedelijk en meer dan 5.000 m² aan verharding in het overige gebied 10% daarvan gecompenseerd moet worden met het toevoegen van oppervlaktewater. Met voorliggend plan wordt ca. 17.500 m² aan kassen gesloopt. Hiervoor in de plaats worden 4 woningen teruggebouwd en een zonneveld van ca. 16.000 m² gerealiseerd. Het hemelwater kan langs de zonnepanelen de bodem bereiken, waardoor de panelen niet gezien worden als verharding. Met enkel de verharding van de 4 woningen vindt er geen toename van meer dan 5.000 m² plaats. Het plan voorziet wel in de aanleg van extra water. In de planopzet is er in voorzien de oude sloten structuur te herstellen. Het plan voorziet daarmee in een extra bergend vermogen. Riolering en hemelwaterafvoer De afvoer van afval- en hemelwater wordt ontkoppeld.
Het afvalwater wordt aangesloten en afgevoerd via het gemeentelijk riool. Hemelwater infiltreert in de bodem of wordt via de bestaande sloten afgevoerd. De wijze waarop de afvoer van hemelwater uitgevoerd wordt, zal in het vervolg verder uitgewerkt worden. Waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in de nabijheid van een waterkering waar met het plan rekening gehouden dient te worden. Overleg Op 24 juni 2020 heeft een overleg plaatsgevonden met de heer Van den Boer van Waternet / Amstel Gooi en Vechtstreek. In dit overleg is besproken wat mogelijk/gewenst is met betrekking tot de herontwikkeling van het gehele perceel. Besproken is:
• • • • •
de milieutechnische kwaliteit van de bodem onder de kas, indien de bestaande bodem/verharding gehandhaafd zou blijven om daar de PV-panelen op te plaatsen is het van belang dat deze ondergrond water doorlatend is en de onderliggende bodem niet vervuild is. waarmogelijk oevers natuurvriendelijk aan te leggen nieuw te graven water voldoende diepte te geven t.b.v. een goede waterkwaliteit bruggen zo uit te voeren dat vanaf een bootje of vlet water schoongehouden kan worden struiken en bomen op enige afstand van sloten en vijver aanplanten om bladval in het water te voorkomen
In de verdere planvorming wordt rekening gehouden met deze aandachtspunten. Vanuit het aspect water zijn er geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen plan.
45
4.11 Verkeer en parkeren Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur en het parkeren in en rondom het plangebied. 4.11.1 Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer dat wordt gegenereerd bij ruimtelijke ontwikkelingen, zijn kencijfers verkeersgeneratie ontwikkeld. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (exclusief openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de beoogde ontwikkeling toe rijdt en hiervan wegrijdt. Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte (CROW) geeft in publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen' kencijfers voor verkeersgeneratie. In de richtlijnen wordt onderscheid gemaakt op basis van de functie van de ontwikkeling (wonen, bedrijf, etc.) en op basis van de locatiekenmerken. Zodoende kan bij ruimtelijke ontwikkelingen voor vrijwel elke locatie een goed beeld worden verkregen wat de totale verkeersaantrekkende werking bedraagt. Planspecifiek Om de toename van de verkeersgeneratie vanwege het beoogde plan te bepalen is de CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren' geraadpleegd. In de toekomstige situatie worden in totaal 4 vrijstaande woningen gerealiseerd.
De verkeersgeneratie voor 'koop, huis, vrijstaand' in de categorieën 'niet stedelijk' en 'buitengebied' bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie 8,2 voertuigbewegingen per etmaal. Voor de in totaal 4 woningen komt dit neer op 32,8 voertuigbewegingen per etmaal. Het plangebied wordt via de Westbroekse Binnenweg ontsloten. De toename van de verkeersgeneratie kan met de huidige verkeersstructuur opgevangen worden. Daarmee kan geconcludeerd worden dat het aspect verkeer geen belemmeringen veroorzaakt voor de beoogde ontwikkeling. 4.11.2 Parkeren Het benodigde of gewenste aantal parkeerplaatsen bij ruimtelijke ontwikkelingen kan worden bepaald op basis van parkeerkencijfers of op basis van parkeernormen. Parkeerkencijfers zijn op de praktijk gebaseerde cijfers van de verwachte parkeerbehoefte. Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. Op basis van deze parkeernormen wordt parkeerbeleid veelal vormgegeven. Gemeentelijke beleid De gemeente Stichtse Vecht heeft in het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan Stichtse Vecht 2013 (GVVP) vastgelegd welke parkeernormen gelden. Planspecifiek Zoals deel B van het GVVP van de gemeente Stichtse Vecht voorschrijft geldt voor 'koop, vrijstaand' in Tienhoven ('buitengebied' en 'niet stedelijk') een parkeernorm van 2,5 parkeerplaatsen per woning. De parkeerbehoefte voor de woningen bedraagt 10 parkeerplaatsen.
Op het eigen terrein is voldoende ruimte om te voorzien in de parkeerbehoefte. Het aspect parkeren vormt daarmee geen belemmeringen voor het voorliggende plan.
46
4.12 Duurzaamheid De gemeente Stichtse Vecht heeft haar beleid rond duurzaam bouwen onder andere verwoord in de Woonvisie 2017 - 2022 (zie toelichting paragraaf 3.3.4). Hierin wordt in de inzet binnen de 5 thema's van de GPR Gebouw-tool vastgesteld op:
• • • •
thema energie (gemeente heeft geen grondeigendom): 10; thema energie (gemeente heeft geen grondeigendom): 10+; thema toekomstwaarde: 8; overige thema's (milieu, gezondheid en gebruikskwaliteit): gemiddeld 8.
Bij nieuwbouw streeft de gemeente deze ambitie na en maakt hierover afspraken met woningcorporaties en ontwikkelende partijen en legt dit vast in anterieure overeenkomsten. Ambitie In de Voorjaarsnota 2016 is de ambitie vastgelegd om in 2030 klimaatneutraal te zijn. De definitie is als volgt ingevuld: op het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht wordt in 2030 evenveel energie duurzaam opgewekt als aan energie wordt verbruikt. Nederland in 2050 vrij van aardgas Maar liefst 95 % van de 7,7 miljoen huishoudens in Nederland gebruikt aardgas voor verwarming, warm water en om op te koken. Stoppen met het gebruik van aardgas zorgt dus voor een flinke afname van onze CO2-uitstoot. En hoe minder CO2 in de lucht, hoe beter dat is voor het klimaat en de biodiversiteit. Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd. Hierdoor krijgen nieuwe gebouwen geen gasaansluiting meer. Dit komt door een verandering van de gasaansluitplicht. De wetswijziging heeft invloed op nieuwe gebouwen waarvan de bouwvergunning is aangevraagd na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen. Energiebesparing en duurzame energiebronnen De gemeente Stichtse Vecht heeft de ambitie bij nieuwbouw NOM-woningen te realiseren. Dit houdt in dat over het hele jaar de opwek van energie gelijk is aan het totale energieverbruik van een woning. Dit houdt een EPC < 0 in.
Het Bouwbesluit van de Rijksoverheid stelt minder hoge (energie)eisen aan nieuwbouwwoningen dan de gemeente Stichtse Vecht ambieert. De wettelijke ondergrens vanuit de rijksoverheid is vastgelegd in het Bouwbesluit (EPC 0,4). Per juli 2020 wordt de EPC-eis vervangen door de BENG-normering. Om aan deze eisen te voldoen kan, onder andere, gebruik gemaakt worden van een warmtepomp, zonnecollectoren, goede isolatie, PV-panelen, zuinige ventilatie en uitstekende naad-/kierdichting. Planspecifiek Het streven is om het nieuwbouwplan te laten voldoen aan de ambities voor nieuwbouw van de gemeente Stichtse Vecht en aan de aanbevolen scores voor GPR Gebouw. De voorgenomen woningen worden niet aangesloten op het gasnet en daarmee aardgasvrij gebouwd. De ontwikkelaar heeft de ambitie om de woningen als nul-op-de-meterwoningen uit te voeren. Er wordt waarschijnlijk een warmtepomp- en wisselaar in de woningen geplaatst. Er wordt gebruik gemaakt van duurzame materialen. De woningen zullen gebouwd worden volgens de meest recente eisen van het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke ambities overeenkomstig GPR Gebouw. Zonneveld Naast de hiervoor genoemde duurzaamheidsambities voor de woningen, wordt er met het voorliggende plan een zonneveld van ca. 16.000 m² gerealiseerd.
De opbrengst van het zonneveld is bedoeld ter vergroening van de bedrijven als De Fabrique en DUS in Utrecht en Vliegveld Twenthe Evenementenlocatie in Enschede. Daarnaast bestaat de mogelijkheid voor omwonenden om aan het project deel te nemen.
47
5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten weer die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2 Verbeelding Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3 Planregels De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in hoofdstuk 2. Ten slotte regelt hoofdstuk 3 de overgangs- en slotbepalingen. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de SVBP 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met 'Inleidende regels' (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de 'Bestemmingsregels', de 'Algemene regels' (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de 'Overgangs- en slotregels'. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemming op alfabetische volgorde. Ook dit hoofdstuk kent een standaardopbouw:
• • • • • • •
bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
48
5.4 Wijze van bestemmen Navolgend worden per artikel kort de belangrijkste aspecten weergegeven. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Hiervoor is aangesloten bij de SVBP 2012. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden - Landschapswaarden De gronden voorzien van de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zijn bestemd voor het beweiden van dieren, recreatief medegebruik en het behouden, versterken en herstel van het veenweidegebied en aanwezige natuurwaarden. Ter plaatse van de aanduiding 'zonnepanelen' zijn voorzieningen voor het opwekken en leveren van duurzame energie toegestaan. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming en aanduiding worden gebouwd.
Daarbij mag de bouwhoogte niet hoger dan 3 m bedragen. Artikel 4 Tuin Deze bestemming is opgenomen voor tuinen met de daarbij bijbehorende bouwwerken, parkeervoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 0,90 m bedragen op de gronden voor de naar het openbaar gebied gekeerde gevel van het hoofdgebouw en maximaal 2 m op de overige gronden. De bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 3 m. Artikel 5 Water De bestemming 'Water' is opgenomen voor het water, de waterlopen en waterhuishouding binnen het plangebied. Daarnaast zijn de watergangen voorzien van de aanduiding 'natuur- en landschapswaarden'. Deze gronden zijn ook bestemd voor het behoud, versterken en herstel van de voorkomende, dan wel daaraan eigen zijnde landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden. Artikel 6 Wonen De voor wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimt voor de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen dan wel bedrijfsmatige activiteiten aan huis en mantelzorg. Deze gronden zijn tevens bestemd voor de daarbij behorende bouwwerken, erven en tuinen, toegangspaden tot gebouwen en in- en uitritten, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en overige functioneel met het wonen verbonden voorzieningen.
Artikel 7 Waarde - Archeologie - 4 De gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 4' zijn mede bestemd voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 8 Antidubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.
49
Artikel 9 Algemene bouwregels In dit artikel zijn algemene bepalingen over bouwen opgenomen. Deze bepalingen hebben betrekking op bestaande en afwijkende maatvoeringen en ondergrondse bouwwerken. Artikel 10 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van parkeren. Hierin wordt verwezen naar het gemeentelijke parkeerbeleid. Artikel 11 Algemene aanduidingsregels In dit artikel is opgenomen dat het plangebied ligt binnen de zone van een geluidzoneerd industrieterrein. Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen om – onder voorwaarden – af te wijken van hetgeen is bepaald in het bestemmingsplan. Artikel 13 Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een mogelijkheid opgenomen om de ligging van bestemmingsgrenzen, de Staat van Bedrijfsactiviteiten en de aanduiding ‘geluidzone - industrie’ – onder voorwaarden – te wijzigen. Artikel 14 Overige regels In dit artikel is nader bepaald dat waar in de planregels naar andere wettelijke bepalingen wordt verwezen de regelingen van toepassing zijn zoals die luiden op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan. Artikel 7.1, waarin wordt verwezen naar het gemeentelijk parkeerbeleid, vormt hier een uitzondering op.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht In deze regels wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik. Artikel 16 Slotregel Als laatste wordt de slotregeling opgenomen. Deze regeling bevat zowel de titel van het plan als de vaststellingsregeling.
50
6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van ‘afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:
•
het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;
•
het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;
•
het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is.
Planspecifiek In het kader van dit bestemmingsplan is met de gemeente Stichtse Vecht een anterieure overeenkomst gesloten. Hierbij is ook op hoofdlijnen onderzocht of het plan financieel uitvoerbaar is. Geconcludeerd is dat het plan financieel uitvoerbaar is.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Algemeen Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Een ontwerp bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens de dag na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Participatie De omwonenden worden voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geïnformeerd.
51
6.2.2 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het wettelijke vooroverleg, als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro., voorgelegd aan de gebruikelijke overlegpartners en voor eenieder ter inzage worden gelegd. Het bestemmingsplan is toegezonden aan vijf organisaties die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Er zijn vijf vooroverlegreacties ontvangen. In de Nota Overlegreacties (zie bijlagen bij toelichting bijlage 10) zijn de vooroverlegreacties samengevat en voorzien van een gemeentelijke beantwoording.
6.2.3 Verslag zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan “Westbroekse Binnenweg tussen 86-88” heeft ter inzage gelegen vanaf 24 september 2021 tot en met donderdag 4 november 2021. Gedurende deze periode zijn twee reacties ontvangen in het kader van het wettelijk vooroverleg en zijn 7 zienswijzen ontvangen. De overlegreacties en zienswijzen zijn in de 'Nota Zienswijzen Ontwerpbestemmingsplan Westbroekse Binnenweg 86-88' samengevat en voorzien van een inhoudelijke beantwoording.
52