Bp Weeresteyn excl. bijlagen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Schuurwoning buitenplaats Weeresteyn Zandpad 32 te Nieuwersluis
Gemeente Stichtse Vecht
Planstatus:
vastgesteld
Identificatiecode:
NL.IMRO.1904.BPZandpad32bijNWS-VG01
Datum:
7 oktober 2021
Contactpersoon Plannen-makers:
Dhr. C. Vaartjes
Kenmerk Plannen-makers:
PM20025
Opdrachtgever:
Mevr. Watkinson en mevr. Zeldenrust
Plannen-makers Europalaan 500 3526 KS Utrecht www.plannen-makers.nl BTW id: NL002150639B90 KvK nummer: 59112751
Pagina 2 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Inhoudsopgave 1
Inleiding ........................................................................................................................................... 4 Aanleiding ................................................................................................................................ 4 Geldende bestemmingsplan .................................................................................................... 4 Doelstelling .............................................................................................................................. 4 Leeswijzer ................................................................................................................................ 5
2
Het plan ........................................................................................................................................... 6 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 6 Planbeschrijving....................................................................................................................... 7 Beeldkwaliteit ........................................................................................................................... 9
3
Beleidsmatige onderbouwing ........................................................................................................ 12 Rijksbeleid ............................................................................................................................. 12 Provinciaal beleid................................................................................................................... 14 Regionaal beleid .................................................................................................................... 19 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 20
4
Milieutechnische uitvoerbaarheid .................................................................................................. 23 Milieueffectrapportage ........................................................................................................... 23 Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 24 Geluidhinder .......................................................................................................................... 26 Ecologie en natuurbescherming ............................................................................................ 27 Bodemkwaliteit....................................................................................................................... 29 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................... 30 Externe Veiligheid .................................................................................................................. 32 Cultureel Erfgoed ................................................................................................................... 35 Waterhuishouding ..................................................................................................................
38 Verkeer en Parkeren ............................................................................................................. 41 Kabels en leidingen ............................................................................................................... 42 Duurzaamheid ....................................................................................................................... 42
5
Juridische planbeschrijving ............................................................................................................ 44 Plansystematiek..................................................................................................................... 44 Opzet van de regels .............................................................................................................. 44 De bestemmingen.................................................................................................................. 45
6
Juridische, maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid ................................................... 46 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid ......................................................................................... 46 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 46
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................. 47
8
Bijlagen .......................................................................................................................................... 48
Pagina 3 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
1 Inleiding Aanleiding In Nieuwersluis ligt de buitenplaats Weeresteyn aan de Vecht. Het landgoed met verschillende gebouwen is vandaag de dag onderverdeeld in verschillende percelen met verschillende eigenaars. Op 2 oktober 2017 hebben de eigenaren van de schuur en het perceel D 1673 (hierna initiatiefnemers) een principeverzoek ingediend voor het slopen van de schuur en het bouwen van één woning op deze locatie. Door de ontwikkeling zal er een ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering optreden; het gebruik (wonen) zal beter passen bij het karakter van de buitenplaats en door het herstel van de omliggende boomgaard en het aanleggen van een tuin rondom de woning verbetert de tuin- en parkaanleg.
Geldende bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan voor de locatie is bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Noord’ en is vastgesteld op 3 december 2015. Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘Buitenplaats’. Naast de bestemming Buitenplaats heeft het plangebied de dubbelbestemmingen ‘Waarde – cultuurhistorie 1’, ‘Waarde-Cultuurhistorie 4’, ‘Waarde Archeologie 4’ en gebiedsaanduiding ‘Overige zone - monument’. In het huidige bestemmingsplan is ter plaatse van de bestaande bebouwing (de schuur) een bouwvlak opgenomen met de functieaanduiding bijgebouw.
Figuur 1. Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Planperceel bij rode marker.
Het perceel betreft een Buitenplaats zone langs de Vecht (Waarde – cultuurhistorie 4). Buitenplaats Weeresteyn is een historisch landgoed met cultuurhistorische waardevolle bebouwing en landschappelijke, cultuurhistorische en natuurwaarden. Buitenplaats Weeresteyn (515204), inclusief tuin- en parkaanleg (515206) heeft dan ook een monumentale status als rijksmonument. Daarnaast maakt het perceel deel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (Waarde – cultuurhistorie 1). Vanwege de rijke historie van de gronden heeft het perceel een archeologische waarde aanduiding.
Doelstelling Het initiatief past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied Noord’. Om het plan planologisch mogelijk te maken is herziening van het bestemmingsplan vereist, conform artikel 3.1 van de Wet Ruimtelijke Ordening. Voorliggende toelichting voorziet in een ruimtelijke onderbouwing van het onderhavige initiatief. Na deze procedure om het bestemmingsplan te wijzigen worden een aanvraag omgevingsvergunning ingediend. Pagina 4 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Leeswijzer Onderhavig bestemmingsplan bestaat naast deze inleiding uit een beschrijving van het beoogde plan in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 wordt verantwoord waarom het plan past binnen het beleid van de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt de milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan toegelicht. Hoofdstuk 5 bevat de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid toegelicht. Na de toelichting volgen de regels inclusief de bijlagen en de verbeelding van het bestemmingsplan.
Pagina 5 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
2 Het plan Ligging van het plangebied Buitenplaats Weeresteyn ligt op de oostelijke oever in een bocht aan de Vecht, op de grens van Nieuwersluis en Breukelen. Het wordt ontsloten via het Zandpad. Aan de zuidkant wordt de buitenplaats begrenst door de Weersloot die de Vecht verbindt met het oostelijk plassengebied. Aan de oostzijde gaat de bebossing van Weeresteyn over in het open weidelandschap dat doorloopt tot aan de oostelijke Vechtplassen.
Figuur 2. Buitenplaats in omgeving, aangeduid met rode cirkel. (Bron: Google Earth)
Figuur 3. Zoom in op buitenplaats Weeresteyn, globaal aangeduid met rood kader. (Bron: Google Earth)
Het plangebied is onderdeel van Buitenplaats Weeresteyn. Aan de zuidzijde van het plangebied ligt de Weersloot, een watergang die de Trekgaten verbindt met de Vecht. Aan de westzijde van het plangebied ligt een woning op Zandpad nummer 31. Het daar achtergelegen nummer 31A is in het bestemmingsplan aangeduid als bijgebouw. Ten noordwesten van het plangebied ligt het hoofdhuis van de buitenplaats, Zandpad 29. Ten noordoosten ligt eveneens een woonhuis, nummer 32. Ten oosten van het plangebied grenst het terrein aan de weilanden en open gedeelten van de buitenplaats.
Pagina 6 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Figuur 4. Overzicht buitenplaats Weeresteyn (in rood kader). Plangebied in blauw kader. (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Planbeschrijving 2.2.1 Historische context De buitenplaats Weeresteyn ligt op een rechthoekig perceel aan de Vecht en langs de Weersloot. De buitenplaats bestaat uit een fors, rechthoekig, 18e-eeuws hoofdhuis (nr. 29) met een bijgebouw en garage, omgeven door een parktuin in landschappelijke stijl met een slingervijver. Het omvat een toegangshek en enkele opstallen waaronder een woonhuis (nr. 31) met bijgebouwen, de opslagschuur die volgens dit plan gesloopt zal worden en vervangen door een woonhuis, en de voormalige tuinmanswoning op het ‘Bisschopseiland’ (nr. 32). Ook aanwezig is onder meer een brug met gietijzeren hekken uit 1880, vormgegeven in eclectische stijl en een kazemat die deel uitmaakt van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Op de plek van het tegenwoordige hoofdhuis stond een 17e -eeuws dwarshuis, dat vermoedelijk in 1672 werd verwoest. In 1710 werd het huidige huis in Lodewijk XIV-stijl gebouwd in opdracht van Jan Cramer. Eind 18e-eeuw onderging het huis verscheidene wijzigingen. In de jaren ’70 van de 20e-eeuw werd het pand ingrijpend gerenoveerd waardoor er van het oorspronkelijke interieur nagenoeg niets meer over is. Het huidige park van Weeresteyn is het resultaat van ruim 300 jaar ontwikkeling, waarin de tuin in verschillende perioden totaal van aanzien veranderde.
De ontwikkeling van het park is in vier fasen in te delen: Fase 1: Formele tuin- ca 1710-1760/80 Fase 2: Landschappelijke aanleg- 1760/80 - 1900 Fase 3: Aanplant fruitbomen en bouw schuren – 1909-1938 Fase 4: Verkaveling park – 1938 – heden Zie voor verdere historische informatie de ‘Historische beschrijving Weeresteyn’ van drs. JonkerDuynstee in bijlage 1.
2.2.2
Huidige situatie Op de buitenplaats Weeresteyn ligt in de strook langs de Weersloot een opslagloods omgeven door betonplaten. Op de kade staat een vaste kraan waarmee schepen in en uit het water kunnen worden getakeld. De loods heeft gevels van zwart geteerde houten planken en een dak van grijze golfplaten, die asbest bevatten. De loods werd sinds 1970, tot de aankoop van de initiatiefnemers in 2017, gebruikt als garage, stalling, werkplaats voor het herstel van auto’s, caravans en boten, als kantoor en opslagruimte voor bouwmaterialen. Dit in strijd met het huidige bestemmingsplan omdat het geen activiteiten betrof die enige relatie hadden met de buitenplaats Weeresteyn. Verder werd de Weerslootkade gebruikt als buitenopslag van bouwmaterialen en boten en werden er ligplaatsen verhuurd. Al deze bedrijvigheid hoort eigenlijk niet thuis op een buitenplaats en zorgde voor veel drukte
Pagina 7 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
en verkeersbewegingen. Het terrein wordt ontsloten door een weg die van vanaf het monumentale toegangshek van Weeresteyn naar achteren loopt tot aan de ‘tuinmanswoning’. De huidige loods met aanbouw in 336 m2 + 25 m2 groot. De nokhoogte is 5.5 m en de goothoogte 3 m. Een groot deel van het 1.140 m2 grote terrein is afgedekt met grindbetontegels en betonplaten.
Figuur 5. Huidige loods op het plangebied. Rechts de zuidelijke kadezijde en links de noordgevel.
2.2.3
Beoogde planontwikkeling Onderhavig plan voorziet in de sloop van de huidige loods, het verwijderen van een deel van de omringende verhardingen en waar nodig de sanering van schadelijke stoffen en materialen. Het nieuw te bouwen huis wordt beduidend kleiner dan de loods met aangebouwde berging en krijgt het aanzien van een ‘schuurwoning’ met een eenduidige simpele hoofdvorm, waardoor het zich voegt in de huidige omgeving. De oppervlakte van de woning wordt circa 80 m2 met een aanbouw van 36 m2 en een inhoud van 400 m3. De nokhoogte zal max 7 m en de goothoogte max 3 m bedragen. Deze maten vinden aansluiting bij de naastliggende bebouwing van de woning met bijgebouw op Zandpad 31. De nieuwe woning voegt zich in de hiërarchie van het bestaande ensemble van gebouwen. Hij ligt buiten het zicht van het hoofdhuis en heeft hierop geen nadelige invloed in stedenbouwkundige zin. De hoofdvorm is eenvoudig, de detaillering en materialisatie terughoudend. De nok van het dak ligt evenwijdig aan de Weersloot en de andere gebouwen in deze zone. De wanden van het nieuwe huis worden gemaakt van zwart geschilderd hout en het dak van grijze dakpannen of donkergrijs metaal met roeven. Op onderstaande afbeeldingen is het beoogde ontwerp van de nieuwe schuurwoning weergegeven.
Figuur 6. Vogelvluchtperspectief op de voorgevel van het huis vanuit noordoostelijke en noordwestelijke richting.
Pagina 8 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Beeldkwaliteit 2.3.1 Stedenbouwkundige inpassing Op de plek van de loods heeft in het verleden ook een gebouw gestaan. Door het vervangen van de loods met een schuurwoning, blijft het oorspronkelijke ensemble van gebouwen op de buitenplaats intact. Verder worden de in de buitenplaats biotoop omschreven belangrijke elementen niet in hun waarde aangetast. De massa-opbouw sluit aan bij de omringende bebouwing op Weeresteyn en aan de overzijde van de Weersloot. Doordat de bouwmassa van de loods wordt vervangen door de kleinere bouwmassa van het huis, wordt er beter aangesloten bij de korrelgrootte van de overige gebouwen op Weeresteyn. De noklijn van de kap ligt, net als bij de overige gebouwen langs het water, evenwijdig aan de Weersloot. De huidige schuur blokkeert de zichtlijn vanaf de weg naar het open buitengebied. In de nieuwe situatie wordt deze zichtlijn hersteld doordat het huis een geringere omvang heeft. De nieuwe woning ligt buiten het zicht van het hoofdhuis en tast derhalve het beeld van het hoofdhuis of de overige bijgebouwen niet aan. Bij de aanvraag van de omgevingsvergunning zullen huis en tuin verder in details worden uitgewerkt. 2.3.2 Landschappelijke inpassing Er is veel onderzoek gedaan naar de historische ontwikkeling van de buitenplaats qua tuinaanleg, de begroeiing en het gebruik, met een extra inspanning voor het plangebied.
In de Historische beschrijving van Weeresteyn (zie bijlage 1) laat Drs. Juliëtte Jonker-Duynstee middels een kaart uit 1726 zien dat zich op de plek van de huidige loods een boomgaard bevindt. De boomgaard stopt precies op de grens van het onderhavige perceel aan de rand van het toenmalige en huidige open weidelandschap. Op een luchtfoto van de RAF uit 1942-1947 is te zien dat de boomgaard later verder in het weidelandschap is uitgebreid, maar dit is slechts een beperkte periode zo geweest.
Figuur 7. Links: kaart uit 1726 met boomgaard.
Rechts: RAF-foto (1942-1947)
Er is over het plan overleg gevoerd met de provincie. Zij heeft in eerste instantie geadviseerd om de nieuwe woning aan de oostzijde in te betten in nieuw te planten bomen. Hier grenst het terrein aan de weilanden en open gedeelten van de buitenplaats. Dit betreft echter grond die niet in eigendom is van de initiatiefnemers, waardoor het advies niet uitvoerbaar was.
Pagina 9 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Dhr. J. Copijn heeft vervolgens een advies opgesteld met compensatiemaatregelen waarbij verschillende karakteristieke elementen van de buitenplaats worden hersteld op de gronden van de initiatiefnemers. Het betreft verschillende onderdelen op het zogenoemde Bisschopseiland en de achterliggende vijver. Dit advies is door La4sale uitgewerkt naar een inrichtingsplan (zie bijlage 7), waarin eveneens het advies van de gemeente betreffende het plangebied is uitgewerkt. De provincie heeft positief geadviseerd over de voorgestelde compensatiemaatregelen. De begeleidende tekst uit het inrichtingsplan luidt: Deze opgave heeft voor het perceel met de huidige woning geleid tot een strategische schets met compensatiemaatregelen, die uiteindelijk na bestemmingswijziging en met deskundige uitwerking op maat kunnen worden uitgevoerd. Voor het betreffende perceel met de te transformeren schuur heeft dit geleid tot een structuurontwerp van een bouwvolume met groene voet en aanknopingspunten voor architectuur- en tuinuitwerking. Qua architectuur wordt voorgesteld om in een eigentijdse vorm aan te sluiten op de groene houten bouwstijl die de naastgelegen bijwoning en de huidige woning van de opdrachtgevers beide kenmerkt. Dit zal de samenhang van gebouwen binnen het Buiten vergroten. Tuin en huis zullen na bestemmingswijziging in een concreet totaalontwerp worden uitgewerkt.
Op de volgende pagina zijn de inrichtingstekeningen te vinden van de huidige situatie, de beoogde situatie en de verschillende onderdelen van het inrichtingsplan. Het inrichtingsplan bestaat uit zeven focuspunten, waarbij het eerste deel betrekking heeft op het planperceel. De overige zes delen hebben betrekking op het Bisschopseiland en het daarachter gelegen weiland met vijver, eveneens in eigendom van de initiatiefnemers. In onderstaande tabel volgt een overzicht van de maatregelen. Zie het inrichtingsplan voor de motivering en verdere details. Nr. 1
Locatie Planperceel
Maatregelen Sloop van schuur en herbouw van woning binnen bouwcontour. Fruitgaard herstellen door het bijplanten van fruitbomen. Zoom van hortensia’s die ‘tuinkamers’ creëren. Siertuin omgeven door romantisch wit hekwerk. verharding die ruimte biedt om te parkeren. Plant van twee bomen.
2 3 4
Noordzijde perceel Zuidzijde perceel Oostzijde perceel Westzijde perceel Zuidoostelijke en zuidwestelijke gevel Noordzijde eiland Zuidzijde eiland Bomenrij Noordzijde eiland Broeibak Noordzijde eiland Populier Noordzijde eiland Vijver - Oostzijde
5 6 7
Plant van fruitbomen. Plant van fruitbomen Zorgvuldige snoei en herstel groene ‘wand’; vanwege weersbestendigheid bomenrij en meer licht voor historische moestuin. Restauratie en herstel broeibakken, bij toereikende financiële middelen. Zorgvuldige snoei om silhouet van boom te bewaren. Verwijdering van opgeschoten wilgen. Bijplanten van treurwilgen.
Pagina 10 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Figuur 8. Bestaande situatie Planperceel en Bisschopseiland.
Figuur 9. Beoogde situatie Planperceel en Bisschopseiland
Figuur 10. Inrichtingsplan Planperceel en Bisschopseiland
Pagina 11 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
3 Beleidsmatige onderbouwing Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie is de opvolger van de Nota Ruimte en de Nota mobiliteit. Het Rijk kiest daarin een aantal doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voorts benoemt het Rijk 13 nationale belangen. Deze belangen zijn gelijkwaardig aan elkaar en beïnvloeden elkaar onderling. In de SVIR is een eerste integrale afweging gemaakt van deze belangen. Dit heeft als gevolg dat het Rijk in gebieden of projecten een gebieds- of project specifieke afweging zal maken. Indien nodig maakt het Rijk duidelijk welke nationale belangen voorgaan. Planspecifiek De ontwikkeling bevindt zich in de Noordvleugel van de Randstad. De SVIR benoemt deze als een stedelijke regio met topsectoren. De hierboven genoemde ambitie uit de SVIR voor het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving met behoud van natuurlijke en cultuurhistorische waarden is relevant voor het plangebied.
Het plangebied draagt bij aan deze ambitie door een landschappelijk beeld te realiseren met de kwaliteit waaraan behoefte is. 3.1.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd en is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigde Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. Planspecifiek Voorliggend plan betreft de vervanging van een schuur door een woning op buitenplaats Weeresteyn.
Het betreft daarmee een stedelijke ontwikkeling in landelijk gebied. Het plangebied valt echter onder de uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk gebied voor historische buitenplaatszone en militair erfgoed. De uitzondering vereist dat de ontwikkeling kleinschalig is, landschappelijk inpasbaar en ten bate van het creëren van economische dragers voor het behoud van de buitenplaats. Voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan (het herstel van) de beeldkwaliteit en daarmee de cultuurhistorische waarde van de buitenplaats. Verder voorziet het plan in de behoefte aan duurzaam behoud en onderhoud van de buitenplaats, door het realiseren van bewoonde bebouwing in plaats van Pagina 12 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
een schuur die makkelijk een verwaarloosde indruk wekt. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Om uitvoering te geven aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, is op 30 december 2011 het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Hierin staat een aantal projecten beschreven die van Rijksbelang zijn en waarmee gemeenten rekening dienen te houden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het betreft de onderstaande projecten: • • • • • • • • • • • • • •
Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Natuurnetwerk Nederland Grote rivieren IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Waddenzee en waddengebied Kustfundament Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Rijksvaarwegen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Elektriciteitsvoorziening Defensie Project Mainportontwikkeling Rotterdam Ruimtereservering parallelle Kaagbaan
Planspecifiek Voorliggend plan betreft de vervanging van een loods door een woning in een buitenplaats langs de Vecht die onderdeel uitmaakt van de Hollandse Waterlinie. De voorgestelde bouw van een woning op de buitenplaats Weeresteyn op de plek van de bestaande loods heeft geen negatieve gevolgen op de kernkwaliteiten die aan de Hollandse Waterlinie worden toegekend en is om die reden niet in strijd met de doelstelling van het Barro. 3.1.4
Cultuurhistorisch beleid
Visie Erfgoed en Ruimte (2011) Nederland ontwikkelt continu en om binnen al deze veranderingen het karakter van Nederland te behouden is in 2011 de beleidsnota “Kiezen voor karakter, Visie, erfgoed en ruimte” vastgesteld. Deze visie heeft als doel om de belangen in de gebiedsgerichte beleidsnota zijnde cultuurhistorische belangen die van nationale betekenis zijn beschreven in gebieds-erfgoed zorg van het rijk te beschrijven. Hierbij worden prioriteiten gesteld en samenwerking gezocht met publieke aan private partijen. Daarnaast heeft de visie als doel om een basis te vormen voor een gebied voor een gedeeld referentiekader voor gebiedsgericht erfgoedbeheer. De visie is onder andere het gevolg van de beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg uit 2009. De Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo) heeft 3 pijlers: 1. herbestemming van monumenten die hun functie verliezen - dit is nodig om leegstand en verval tegen te gaan; 2. cultuurhistorie verankeren in de ruimtelijke ordening - het Besluit ruimtelijke ordening legt de verplichting op om in bestemmingsplannen rekening te houden met cultuurhistorische waarden;
Pagina 13 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
3. krachtigere en eenvoudigere regels - deregulering om het aantrekkelijker te maken te investeren in cultuurhistorie. Erfgoedwet (2016) Het archeologisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt binnen Nederland als waardevol beschouwd. De Erfgoedwet, vastgesteld in 2016, regelt op welke wijze omgegaan dient te worden met archeologisch erfgoed in Nederland. In 1992 ondertekende Nederland mede het zogenaamde Verdrag van Valetta (Malta). Dit verdrag heeft als doel de bescherming van het archeologisch erfgoed van Europa te bevorderen. In Nederland heeft dit geleid tot een herziening van de toenmalige Monumentenwet 1988 alsmede een aanvulling op of wijziging van bepaalde artikelen in enkele andere wetten. Deze Wijzigingswet is beter bekend als de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ), die op 1 september 2007 van kracht werd. Vanaf de inwerkingtreding van deze (wijzigings-)wet zijn gemeenten verplicht rekening te houden met archeologische waarden in de bestemmingsplannen. Deze wetten zijn vervangen door de Erfgoedwet, echter overgangsrecht in de Erfgoedwet regelt dat bepaalde bepalingen uit de Monumentenwet (die dus niet in de Erfgoedwet staan) nog van kracht zijn tot de Omgevingswet van kracht is. Planspecifiek Voorgenomen planontwikkeling vindt plaats op Buitenplaats Weeresteyn. De Buitenplaats inclusief tuinen parkaanleg is als rijksmonument benoemd.
Het cultuurhistorisch beleid is daarom van grote invloed op voorliggend plan. In paragraaf 4.8 Erfgoed wordt verder ingegaan op de specifieke gevolgen van het beleid voor voorliggend plan.
Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 10 maart 2021 is de nieuwe Omgevingsvisie Provincie Utrecht vastgesteld. In de visie staan de onderstaande zeven beleidsthema’s als zijnde beleidskeuzen en ambities.
Zoals in de afbeelding hierboven te zien is loopt het onderwerp ‘Gezonde en veilige leefomgeving’ door de zeven thema’s heen, dit onderwerp vormt dan ook de rode draad die alle verschillende thema’s verbindt. Hieronder worden de diverse thema’s toegelicht gericht op wat relevant is voor planologische ontwikkelingen.
Pagina 14 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Stad en land gezond: “2050: wij streven naar een gezonde en veilige leefomgeving: de milieukwaliteit is goed, de veiligheid is gewaarborgd, bewegen wordt gestimuleerd, er zijn voldoende ontspanningsen ontmoetingsmogelijkheden en iedereen doet mee. 2040: voor bestaande woningen en andere geluidgevoelige gebouwen streven we naar het niet verder toenemen van de geluidhinder; een geluidsbelasting van maximaal 60 dB is, gegeven de huidige infrastructuur, acceptabel. 2040: wij hebben voldoende stiltegebieden. 2040: wij streven er naar de toename van risico’s van opslag en transport van gevaarlijke stoffen en van straling door hoogspanningslijnen te beperken, evenals geur- en geluidhinder door industriële bedrijven en lichthinder.” Klimaatbestendig en waterrobuust: “2050: het bodem- en watersysteem (zowel grondwater als oppervlaktewater) is blijvend robuust en kan veerkrachtiger omgaan met grote hoeveelheden neerslag en droogte. Hier werken wij continu aan. 2050: de ondergrond en het bodem- en watersysteem worden duurzaam gebruikt, waarbij gebruik en functies van de ondergrond en het bodem- en watersysteem in samenhang met de bovengrondse opgaven worden bekeken, zodat de juiste functie op de juiste plek ligt. 2050: wij hebben op een veilige en verantwoorde manier de duurzame energie die het bodem- en watersysteem levert zo optimaal mogelijk benut.
2050: nieuwe opkomende stoffen, zoals medicijnresten, microplastics en PFAS, in het grond- en oppervlaktewater zijn integraal onderdeel van het waterkwaliteitsbeleid. 2040: wij zorgen dat er altijd voldoende en schoon drinkwater is, zelfs wanneer zich een extreme groei van de drinkwatervraag zou voordoen. Besparen van drinkwater en voorkomen van verspilling van grondwater zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. 2027: wij voldoen aan de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW-doelen)” Duurzame energie: “2050: de provincie Utrecht is zo spoedig mogelijk en uiterlijk in 2050 CO2-neutraal. 2030: minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht wordt hernieuwbaar opgewekt. De energievoorziening is afkomstig uit duurzame bronnen op het eigen grondgebied. Daarbij zijn de duurzame energiebronnen met oog voor de Utrechtse kwaliteiten gerealiseerd en draagt de inpassing ervan zo veel mogelijk bij aan andere doelen. 2030: de provincie Utrecht heeft samen met partners haar bijdrage geleverd in onder andere de Regionale Energiestrategieën om aan de afspraken in het nationale Klimaatakkoord te voldoen.
2030: geschikte daken worden zoveel als mogelijk benut voor energie opwekken en/of klimaatadaptatie.” Vitale steden en dorpen: “2050: Het realiseren van circulaire woningen of woonwijken 2040: een sterke provincie met een duurzaam, gezond en divers woon- en leefklimaat. 2040: behoud en versterking van de inclusiviteit van de Utrechtse samenleving, zodat alle inwoners kunnen wonen, werken of ontmoeten waar en wanneer zij dat wensen. 2040: iedereen die in de provincie Utrecht wil wonen kan beschikken over passende woonruimte. Dit betekent onder andere een voldoende aanbod aan woningen in het sociale en middeldure segment. 2040: behoud en versterking kwaliteit van de woonomgeving; gevarieerd en met aandacht voor de openbare ruimte met groen en blauw en ruimte om te bewegen en laagdrempelige en goed bereikbare voorzieningen. 2040: het realiseren van energieneutrale woningen of woonwijken. 2030: alle nieuwbouw in de provincie Utrecht gebruikt 50% minder primaire abiotische grondstoffen”
Pagina 15 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar: “2040: de provincie Utrecht is goed bereikbaar per fiets, openbaar vervoer en auto in een gezonde en verkeersveilige omgeving. Dit is essentieel voor een vitale Utrechtse regio. 2040: alle belangrijke nieuwe en bestaande woon- en werklocaties en sociaal-recreatieve voorzieningen binnen de provincie Utrecht zijn op een ruimte-efficiënte, duurzame, gezonde en veilige manier bereikbaar.” Levend landschap, erfgoed en cultuur “2050: bij ontwikkelingen is voortgebouwd op de kernkwaliteiten van onze karakteristieke landschappen. Aardkundige waarden zijn zichtbaar in het landschap. 2030: bestaande en nieuwe aardkundige monumenten vertellen het verhaal van het aardkundig erfgoed en dragen bij aan de recreatieve beleving van het landschap. 2030: alle gemeenten hebben initiatieven ontplooid die ten goede komen aan de kernrandzone.” Toekomstbestendige natuur en landbouw “2050: de provincie Utrecht heeft een robuust klimaatbestendig natuurnetwerk van hoge kwaliteit. 2050: binnen en buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN), in zowel het landelijk als het stedelijk gebied, is er in 2050 een gunstige staat van instandhouding van beschermde en bedreigde flora en fauna, en is de biodiversiteit ten opzichte van 1990 toegenomen. 2050: de natuur heeft een hoge belevingswaarde en er is een grote maatschappelijke betrokkenheid bij natuur.
2040: in totaal is 3.000 ha natuur in de Groene contour gerealiseerd en toegevoegd aan het NNN. 2040: houtopstanden dragen bij aan schone lucht, landschappelijke kwaliteit, hogere biodiversiteit en CO2-vastlegging. 2028: alle nieuwe natuur die nog nodig is Planspecifiek Het voorliggende plan heeft raakvlakken met de volgende beleidsthema uit de Omgevingsvisie: Klimaatbestendig en waterrobuust: het plan past 50% groen/infiltrerende verharding toe op het perceel. in hoofdstuk 3.9 Waterhuishouding wordt toegelicht dat in het voorliggende plan sprake is van een afname aan verharding. Duurzame energie: In het plan worden zonnepanelenoverwogen, zie ook paragraaf 4.12 Duurzaamheid. Levens landschap, erfgoed en cultuur: In paragraaf 4.8 expliciet beschreven hoe in voorliggend plan rekening gehouden wordt met de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten. voor het Natuurnetwerk Nederland heeft de functie natuur en is met hoogwaardige natuur ingericht.” 3.2.2 Interim Omgevingsverordening Tegelijk met de Omgevingsvisie Provincie Utrecht heeft de provincie de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht vastgesteld op 10 maart 2021. De verordening is het toetsingskader van de ambities neergelegd in de Omgevingsvisie. De Verordening stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen. Niet alle onderwerpen zijn geschikt voor opname in een verordening.
In het algemeen lenen vooral onderwerpen met heldere criteria en/of spelregels en een zwaarwegend provinciaal belang zich hiervoor. De provincie heeft in de Verordening daarom onder meer regels opgenomen over: - Watersystemen - Ondergrond en bodem - Bereikbaarheid - Energie - Natuur - Cultuurhistorie en landschap - Landbouw - Wonen, werken en recreëren Pagina 16 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Planspecifiek Het plangebied ligt in landelijk gebied en maakt deel uit van gebied dat aangeduid is met ‘Beschermen en benutten van de cultuurhistorische hoofdstructuur’. Gemeenten worden gestimuleerd om beleid te ontwikkelen gericht op het behouden en versterken van de omgevingskwaliteit van het gebied. Als het voor versterking van de kwaliteit nodig is om een kostendrager te zoeken kan verstedelijking mogelijk worden gemaakt. Deze verstedelijking buiten het stedelijk gebied betekent een aantasting. De provincie heeft voor het Landelijk gebied in principe een verstedelijkingsverbod opgesteld. Hiervan kan onder voorwaarden van afgeweken worden. Het afwijken is een aantasting van het verstedelijkingsverbod. Het plan is niet in strijd met provinciaal beleid doordat het voldoet aan de voorwaarden om af te wijken van het verstedelijkingsverbod.
Figuur 11. Gebied landschappelijke waarden en cultuurhistorische Hoofdstructuur, plangebied nabij gele marker
Buitenplaatsen Voor de historische buitenplaats zones is het beleid enerzijds veiligstellen en anderzijds ruimte bieden voor ontwikkeling een bijzondere opgave. De historische buitenplaatsen vertegenwoordigen bijzondere cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in de provincie. De historische buitenplaats zones staan tegenwoordig onder hoge druk, zowel door ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving, als door ontwikkelingen op de buitenplaatsen zelf. De provincie wil, voor zover het past binnen het overige ruimtelijk beleid, in de verordening ruimte bieden voor ontwikkeling, gericht op het creëren van economische dragers voor het behoud van de cultuurhistorische waarden van buitenplaatsen. Daarbij is behoud van de specifieke kenmerken van de zone waarin de buitenplaats ligt het uitgangspunt. De provincie Utrecht kent een relatief hoog aantal historische buitenplaatsen (285), vaak bij elkaar gelegen in zones met specifieke kenmerken. Het meest bekend zijn de gordels langs de Vecht en de Stichtse Lustwarande, maar ook bij Paleis Soestdijk (Laagte van Pijnenburg), in de stadsrand van Utrecht (Amelisweerd, De Haar), in het landelijk gebied (Valleilandgoederen, Langbroekerwetering) en langs infrastructuur (Amersfoortseweg) komen dergelijke concentraties voor.
Om de mogelijkheden en regels uit de verordening te vertalen naar plannen op het niveau van de buitenplaatsen is de leidraad behoud door ontwikkeling op historische buitenplaatsen ontwikkeld. Deze biedt buitenplaats eigenaren en gemeenten houvast bij het opstellen c.q. beoordelen van ontwikkelplannen. In de voglende paragraaf wordt specifiek op de leidraad ingegaan. CHS-Militair erfgoed Voor het militair erfgoed van de voormalige waterlinies, Stelling van Amsterdam, Nieuwe Hollandse Waterlinie, Oude Hollandse Waterlinie en Grebbelinie, ligt de opgave vooral op het via gebiedsontwikkelingen behouden en beleefbaar maken van de linies in het landschap. Ook liggen er kansen op het gebied van publieksbereik. De Stelling van Amsterdam staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. De Nieuwe Hollandse Waterlinie is als uitbreiding van de SvA genomineerd. Reden is, dat de NHW een buitengewoon compleet voorbeeld is van een waterlinie uit de negentiende eeuw.
Pagina 17 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Het plangebied valt verder in de uitzondering verstedelijkingsverbod Landelijk gebied voor historische buitenplaatszone en militair erfgoed. Dit betekent dat verstedelijking in landelijk gebied is toegestaan in de Historische buitenplaatszone en het Militair erfgoed, onder voorwaarde dat de verstedelijking: - kleinschalig is - gericht is op het creëren van economische kostendragers ten behoeve van het behoud, herstel of de versterking, of een combinatie hiervan, van de cultuurhistorische waarde van de Historische buitenplaatszone dan wel het Militair erfgoed; en - zorgvuldig wordt ingepast in de omgeving. Voorliggend plan betreft een versterking van de cultuurhistorische waarde van de historische buitenplaats Weeresteyn door het vervangen van een verwaarloosde schuur door een verzorgde schuurwoning en het herstel van de oorspronkelijke boomgaardbeplanting. De op het terrein gelegen groepsschuilplaats blijft onaangetast en de te planten nieuwe hoogstam fruitbomen zullen zo worden gesitueerd dat het open karakter van het weidegebied waar de groepsschuilplaats zich in bevindt niet wordt aangetast. Voorliggend plan zorgt zodoende voor een versterking van de omgevingskwaliteit en is ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar, zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf in H2 en de paragraaf over cultuurhistorie 4.8.
In de planbeschrijving is tevens de historische waarde van de buitenplaats toegelicht. De loods op het perceel werd niet in overeenstemming met de waarden van de buitenplaats gebruikt. Door een schuurwoning ter plaatse van de loods te bouwen blijft de beeldkwaliteit van het gebouwensemble intact. Daarbij sluit het gebruik als woning beter aan bij de gebruikswaarden van de buitenplaats en wordt er een extra economische drager gecreëerd. Voorliggend plan draagt daarom bij aan het behoud en de versterking van de waarde van de historische buitenplaats Weeresteyn 3.2.3 Leidraad behoud ontwikkeling op historische buitenplaatsen Als nadere uitwerking en onderbouwing van de verruimde ontwikkelmogelijkheden die volgens de PRV worden geboden is de leidraad 'Behoud door ontwikkeling van Historische buitenplaatsen (2014)' opgesteld. In de leidraad is een landgoedladder opgenomen, waaruit de noodzaak en toelaatbare omvang van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingenmoet blijken. Behoud door ontwikkeling is het uitgangspunt binnen de Historische Buitenplaats zone, die is begrensd in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Er wordt ruimte geboden aan ontwikkelingen, gericht op het creëren van economische kostendragers, indien deze bijdragen aan het herstel en versterking van de cultuurhistorische waarde van de buitenplaatszone.
Hierbij denkt de provincie Utrecht aan kleinschalige stedelijke (of stedelijk gelieerde) functies c.q. bebouwing. Als uitwerking van de leidraad 'Behoud door ontwikkeling van historische buitenplaatsen' is opgenomen hoe voor onderhavig plan de landgoedladder is doorlopen. Planspecifiek De voorliggende locatie maakt onderdeel uit van de buitenplaats Weeresteyn. Door de tijd is het landgoed in verschillende delen uiteengevallen en verkocht aan diverse partijen. In en om de loods vonden diverse verstorende activiteiten plaats. De nieuwe woning heeft tot doel om op deze plek een duurzame verandering op de buitenplaats en van het landschap tot stand te brengen. Het nieuw woonhuis zal voor minimaal 30 jaar worden opgericht en zal dus bijdragen aan de instandhouding van het landschap en de buitenplaats. Om een zorgvuldige landschappelijke inpassing te maken is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf in H2.
Pagina 18 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Regionaal beleid 3.3.1 Vechtvisie 2002 De Vechtplassencommissie heeft onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van het behoud door ontwikkeling in het Vecht- en Plassengebied. Hierin staat centraal 'behoud door ontwikkeling betekent vooral ook behoud van ontwikkeling'. Nieuwe woningen bepalen of de (cultuurhistorische) identiteit van het landschap wordt behouden of afgebroken waarbij gestuurd moet worden op gebied specifiek bouwen, zodat nieuwe cultuurhistorie wordt gemaakt. De architectuur aan de Vecht is zeer divers en er is geen traditionele bouwstijl zichtbaar. Juist de verzorgdheid, aandacht voor detail, mooie materialen en goed onderhoud zijn van belang en zorgen voor een hoge welstand. De groene voet, de buitenruimte bij de buitenplaatsen, landgoederen en de overige bebouwing maken de Vechtse welstand compleet. Volgens de criteria van de Vechtplassencommissie vormt Weeresteyn een Vechts ensemble. Een ensemble is een landgoed of buitenplaats waar meerdere gebouwen bij elkaar staan en deze sluiten wat betreft materiaal en architectuur goed op elkaar aan. De gebouwen hebben een sterke relatie met elkaar en met de groene voet waardoor ze een ensemble vormen. Nieuwe bebouwing aan de vecht dient een bijdrage te leveren aan de Vechtse identiteit. Hiervoor zijn een aantal aspecten opgesteld door de commissie. a “De zones bepalen het type korrel dat ontwikkeld kan worden.
Ze gelden voor de hele Vecht. Dit maakt zonering tot een bruikbaar instrument voor de ontwikkeling van nieuwe korrels” (Vechtvisie, 2002, p.36). b “Het ritme van de korrels maken van de Vecht een symphonie. Nieuwe ontwikkelingen moeten daarin meespelen” (Vechtvisie, 2002, p.38). c “Deze herhaling van verschil is de Vechtse repetitie. Bij alle nieuwbouw zou de welstand hierop toe moeten zien” (Vechtvisie, 2002, p.40). d “Elke eeuw heeft zijn eigen Vechtbeeld. Door te sturen op aantallen kan de verhouding in korrels beïnvloed worden en het Vechtbeeld van de toekomst bepaald.” (Vechtvisie, 2002, p.42). De bebouwing aan de Vecht is zowel georiënteerd richting het water als de richting van het achterland, hierdoor wordt een open landschap gecreëerd. Een harde randvoorwaarde van de Vechtplassencommissie is dat alle woningbouw binnen de Vechtse jurisdictie in een korrel plaats moet vinden. Nieuwe verhoudingen kunnen gecreëerd worden door gewaardeerde typen verder te laten ontwikkelen, storende elementen laten uitsterven of zelfs afbreken. Dit met als doel om het Vechtse ideaalbeeld te hervormen. Daarnaast wordt gesproken over een nieuw type Vechtse korrel. Deze ontstaat door het opeenstapelen van bestaande korrels. Hierdoor is het financieel draagvlak om de groene voet van een landschap te ontwikkelen groter.
Daarnaast wordt er ingespeeld op de vraag naar meer diversiteit van woonvormen in een collectieve setting. Dit wordt in de Vechtvisie samplen genoemd, Vechtse korrels worden over elkaar heen gebouwd. Planspecifiek Het vervangen van een ontsierende loods door een passend woonhuis in het plangebied op de buitenplaats Weeresteyn sluit aan bij de doelstellingen die de Vechtplassencommissie heeft neergelegd in haar studie ‘Vechtvisie 2002’. Door het vervangen van de loods door een, in omvang veel kleinere, woning ontstaat een beter korrelpatroon, mede omdat de afstand tot het eerste bijgebouw op de buitenplaats wordt vergroot. De architectuur wordt terughoudend, passend in de omgeving en eigentijds.
Pagina 19 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Gemeentelijk beleid 3.4.1 Toekomstvisie ‘Focus op morgen’ – Gemeente Stichtse Vecht Focus op morgen is een toekomstvisie van Stichtse Vecht die de gemeenteraad op 29 januari 2013 heeft vastgesteld. De toekomstvisie bevat vier hoofddelen: a Een beschrijving van de kernkwaliteiten van Stichtse Vecht; b Inzicht in de trends en ontwikkelingen waarvoor de gemeente zich gesteld ziet; c De opgaven en kansen voor de toekomst; d Het gevolg geven aan de visie en het verder ontwikkelen van deelvisies op Stichtse Vecht. Behoud van het landschap met haar eeuwenoude buitenplaatsen en ontginningenstelsel vormt een belangrijke pijler. Het landschap geeft Stichtse Vecht identiteit en toekomstwaarde. Binnen de gemeente zijn meer dan 100 agrariërs, welke optreden als beheerder en drager van het landschap. Door ruimte te bieden aan verbreding van functies kunnen meer agrarische bedrijven blijven voortbestaan. Hierdoor kan het landschap zijn cultuurhistorische en landschappelijke waarden behouden en kunnen deze waarden worden versterkt. Bij verbreding wordt gedacht aan activiteiten op kleinschalig niveau, zoals bed- en breakfast, agritoerisme, kamperen bij de boer, educatieve activiteiten en verkoop van agrarische producten. Het rapport Trendlijnen Stichtse Vecht is een voortzetting van de toekomstvisie.
Omgevingsvisie De nieuwe omgevingsvisie van de gemeente Stichtse Vecht werkt het rapport Trendlijnen Stichtse Vecht verder uit. In dit rapport wordt onderscheid gemaakt tussen vier deelgebieden: de Langzame Vecht en de Snelle Vecht, en daarnaast de oostelijke en de westelijke veenweidegebieden. Daarnaast onderscheid het rapport verschillende trendlijnen, namelijk (1) het watersysteem, (2) rivierdorpen, (3) turfwinning, landbouw en veenplassen, (4) buitenplaatsen, (5) waterlinies, (6) infrastructuur: de ‘snelle Vecht’, (7) de achtertuin van de Randstand en (8) recreatielandschap. Planspecifiek Onderhavig plan zet in op behoud en herstel van het landschap rondom de Vecht met de kenmerkende buitenplaatszones. De landschappelijke inpassing van het plan draagt bij aan een kwaliteitsverbetering van de buitenplaats Weeresteyn zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf in H2. Voorgenomen ontwikkeling valt in deelgebied ‘de Langzame Vecht’ uit het rapport Trendlijnen SV. Verder raakt de ontwikkeling verschillende trendlijnen, waaronder Buitenplaatsen en Waterlinie. De gemeente wil in de militaire linie en buitenplaatsen modern wonen laten samengaan met recreatie, landbouw of natuurontwikkeling.
In voorliggend plan sluit het creëren van een nieuwe woning op de buitenplaats, ter plaatse van een oude schuur, aan bij de gemeentelijke visie voor de ontwikkeling van buitenplaatsen en waterliniewerken. 3.4.2 Landschapsontwikkelingsplan Breukelen – Loenen Het landschapsontwikkelingsplan betreft het buitengebied van de gemeenten Loenen en Breukelen. Het heeft twee belangrijke doelen. Ten eerste wordt een visie opgesteld voor de komende 10 tot 15 jaar. Belangrijk uitgangspunt is het behoud van het landelijk karakter van dit unieke landschap in het Groene Hart. Voor een vitaal landschap zijn echter wel ontwikkelingen nodig en wenselijk. De visie geeft inzicht in de ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied en de te maken keuzes. Daarnaast geeft de visie voor nieuwe ontwikkelingen landschappelijke randvoorwaarden aan. Belangrijk doel van het landschapsontwikkelingsplan is het stimuleren van initiatieven voor landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied door particulieren, instanties en de gemeenten zelf. Hierbij staat het behouden, versterken en ontwikkelen van de landschappelijke identiteit van de verschillende deelgebieden voorop. Buitenplaats Weeresteyn is op de algemene visiekaart van het LOP gesitueerd op de stroomrug van de Vecht.
Het gebied kenmerkt zich door een licht glooiend kleinschalig landschap met langgerekte Pagina 20 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
onregelmatige blokverkaveling. Op de themakaart ‘Visie cultuurhistorie en recreatie’ is Weeresteyn opgenomen als te behouden buitenplaats. De ambitie van de gemeente is om de toegankelijkheid van de buitenplaatsen te vergroten. Daarom zijn rondom de dorpskernen indicatieve recreatieve routes opgenomen. Buitenplaats Weeresteyn is een particulier woondomein, dat momenteel niet is opengesteld. Aan de zijde van de Vecht is de buitenplaats door de open bomenstructuur heen goed zichtbaar en ook vanaf de zijde van de Weersloot is zowel vanaf het water als vanaf het wandelpad goed zicht op de buitenplaats.
Figuur 12. LOP kaart cultuurhistorie
Planspecifiek In het landschappelijk inpassingsplan is het plangebied aangeduid als buitenplaats (nummer 20). Doordat met het plan ontsierende bebouwing wordt gesloopt en de te realiseren bebouwing landschappelijk wordt ingepast vormt het plan een kwaliteitsverbetering van het landschappelijk karakter. Tevens wordt met het plan de verbondenheid met de buitenplaats weer hersteld, zie ook de beeldkwaliteitsparagraaf in H2.
Pagina 21 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
3.4.3 Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid. De individuele vrijheid van de burger of ondernemer wordt afgewogen tegen het aanzien van hun omgeving als algemene waarde. Met het uiterlijk van een bouwwerk wordt iedere voorbijganger geconfronteerd. Het beleid is opgesteld vanuit de gedachte dat welstand een bijdrage levert aan de totstandkoming en het beheer van een aantrekkelijke bebouwde omgeving. Planspecifiek Onderhavig plan ligt in welstandsgebied Vechtzone (Gebied BG1 in de Welstandsnota). BG1 Vechtzone, bijzonder welstandsgebied De Vechtzone is een bijzonder welstandsgebied. De welstandsnota geeft aan dat het beleid gericht is op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen en de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing in een groene omgeving. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren. Daarnaast zijn de Welstandscriteria Erfgoed uit de Welstandsnota Stichtse Vecht 2013 van toepassing. Hierin zijn uitgangspunten opgenomen voor bouwplannen binnen de invloedssfeer van monumenten en beeldbepalende panden. Hoofdlijn is dat het bouwplan hieraan geen afbreuk mag doen.
Daartoe zal de welstandscommissie het plan toetsen aan de volgende criteria: • • • •
het bouwplan dient zich te voegen in zijn omgeving en de historische context zoveel mogelijk te respecteren, Het monument niet visueel of fysiek afsluiten van zijn omgeving Het bouwplan mag geen afbreuk doen aan de omgeving door onzorgvuldige detaillering, armoedig materiaalgebruik of contrasterende kleuren Het bouwplan mag niet in strijd zijn met de in de redengevende beschrijving van het monument genoemde visuele waarden.
Uitwerking Het onderhavige plan is voorbesproken met de Welstandscommissie. Deze heeft laten weten dat de nokrichting evenwijdig aan de Weersloot gehandhaafd moet blijven. Bij de uitwerking van het bouwplan is rekening gehouden met de vigerende Welstandsnota. Verder is naast dit bestemmingsplan eveneens een omgevingsvergunning nodig waarin de details van huis en tuin verder worden uitgewerkt, zoals ook aangegeven in de beeldkwaliteitsparagraaf (H2.3).
Pagina 22 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
4 Milieutechnische uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan moet voorzien in een goede ruimtelijke ordening, zoals de Wro ex art 3.1 stelt. De invulling van dit vereiste is in de jurisprudentie verder gepreciseerd. Onderstaand is per woon- en omgevingsaspect beoordeeld of en wat voor een wijziging er optreedt en of een goed woon- en leefklimaat voor zowel de omgeving als het plangebied zelf gegarandeerd is.
Milieueffectrapportage Toetsingskader Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd en in lijn gebracht met de Europese richtlijn hieromtrent (nr. 85/337/EEG). Voor deze wetswijziging kon bij de vraag of er een MER moest worden gemaakt, dan wel een mer-beoordeling moest worden uitgevoerd, worden volstaan met een toets aan de activiteiten en de bijbehorende getalsmatige grenzen uit het Besluit m.e.r. (bijlage C en D). Omdat de Europese richtlijn geen getalsmatige grenzen kent voor mer-plichtige activiteiten, zijn deze getalsmatige grenzen niet meer 'hard', maar hebben ze meer een indicatieve waarde. Concreet betekent dit dat bij de vraag of er een m.e.r. of een mer-beoordeling dan wel een planmer moet worden uitgevoerd, niet zonder meer kan worden uitgegaan van de getalsmatige grenzen in kolom 2 van bijlage C en D, maar dat meer in algemene zin beoordeeld moet worden of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen, waardoor het opstellen van een MER noodzakelijk zou zijn. Een planmer is wettelijk verplicht wanneer: • Het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor een (project-)mer noodzakelijk is, dan wel waarvoor beoordeeld moet worden of een (project-)mer noodzakelijk is; • Een bestemmingsplan activiteiten mogelijk maakt die kunnen leiden tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden (dan is een passende beoordeling noodzakelijk).
Bij een planmer gaat het om besluiten uit kolom 3 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. Een project-mer of besluit-mer betreft een besluit op grond waarvan geen nader besluit mer- of (beoordelings-)plichtig besluit meer nodig is. Het plan schept dus geen kader meer voor een mer(beoordelings)plichtig besluit. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een bestemmingsplan wat in directe zin woningbouw mogelijk maakt waarvoor een mer-plicht geldt, of om een omgevingsvergunning voor het in werking hebben van een veehouderij (met aanzienlijke milieugevolgen). Het betreft hier besluiten uit kolom 4 van bijlage C en D van het Besluit m.e.r. De wetswijziging van 1 april 2011 heeft tot gevolg dat ook onder de drempelwaarden beoordeeld moet worden of een mer-procedure doorlopen moet worden. Dit geldt zowel voor besluiten uit kolom 4 als voor besluiten (plannen) uit kolom 3 (planmer). Ingeval het project onder de drempelwaarde valt is deze beoordeling vormvrij. Dit betekent dat deze beoordeling via de officiële mer-beoordelingsprocedure kan geschieden, maar in veel gevallen zal een beoordeling in de toelichting bij het plan voldoende zijn. Planspecifiek De activiteit waarvoor toestemming wordt gevraagd en ten behoeve waarvan deze ruimtelijke onderbouwing is opgesteld, heeft betrekking op het bouwen van een woning. Hiervoor zal de bestaande schuur gesaneerd worden.
Voorliggend plan valt niet onder de definitie van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ als bedoeld in categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. In dit verband wordt verwezen naar jurisprudentie van de ABRvS van 12 juni 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1879) waarin specifiek ten aanzien van de ontwikkeling van onder meer twee eengezinswoningen is overwogen dat dit, gelet op het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing en de beperkte bebouwing op het perceel, niet behoeft te worden aangemerkt als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Dit betekent dat geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling nodig is. Er hoeft dan ook geen m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen. Pagina 23 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis
Bedrijven en milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening beoogt het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen), worden hinder en gevaar beperkt of voorkomen en wordt het voor bedrijven of woonfuncties mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Om dit gestandaardiseerd te kunnen beoordelen zijn in de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering richtafstanden opgesteld. Deze afstanden geven voor gemiddelde bedrijfssituaties aan op welke afstand geen hinder is te verwachten. De meer verfijnde afstemming voor de beperking of voorkoming van milieuhinder vindt vervolgens plaats in het kader van de Wet milieubeheer. In de brochure wordt onderscheid gemaakt in verschillende omgevingstypen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor andere gebieden, zoals drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijke gebieden. De betreffende VNG-publicatie vormt geen wettelijk kader. De in de publicatie opgenomen afstanden betreffen richtafstanden. Planspecifiek Voorliggende planontwikkeling houdt de nieuwbouw van een woning in ter plaatse waar in de huidige situatie een schuur staat.
Een woning is een milieugevoelige functie waar bedrijven in de omgeving rekening mee moeten houden en wat dus ook hun bedrijfsvoering kan belemmeren. Ten tweede moet ook beoordeeld worden of de woning inpasbaar is vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat. De buitenplaats wordt omgeven door woningen en agrarisch land. Ten zuiden van het plangebied ligt een melkveehouderij aan Zandpad 12 te Breukelen. Aan de noordzijde aan Zandpad 28a is eveneens een agrarisch bedrijf gelegen. Op dit bedrijf is veeteelt toegestaan, er worden echter op dit moment geen dieren gehouden. In de door de VNG uitgegeven brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ vallen de bedrijven onder de SBIcode 0121 (fokken en houden van rundvee). De richtafstand hiervoor is 100 meter. Uitgangspunt voor deze milieuzonering is een rustige woonwijk. Het planperceel ligt echter buiten de bebouwde kom langs het zandpad waar de woonfunctie afgewisseld wordt met de agrarische functie en diverse bedrijven. De omgeving kan dan ook niet als rustige woonwijk beoordeeld worden en daarom kan een trede lager aangehouden worden qua milieuzonering. Dit betekent dat er een richtafstand van 50 meter aangehouden kan worden betreffende. De woning ligt met respectievelijk 85 en 87 meter afstand ruim verder dan de 50 meter voor de richtafstanden van de milieuzonering.
Er ontstaat dan ook geen extra belemmering vanuit de omgeving voor de nieuwe woonbestemming. Geur Als onderdeel van de opbouw van de VNG-richtafstanden wordt het aspect geur meegewogen. Het aspect geur wordt hieronder, vanwege een zorgvuldige afweging of het plan ruimtelijk inpasbaar is, nader beschouwd. Geurhinder van veeteeltbedrijven valt onder de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). In plaats van de richtafstanden uit de VNG-publicatie bedrijven en milieuzonering wordt bij deze toetsing uitgegaan van de omgekeerde werking van de milieuwetgeving. Dit houdt in dat uit wordt gegaan van de afstanden en geurnormen uit de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). De te bestemmen schuurwoning is een geurgevoelig object. Om zowel te waarborgen dat een omliggende veehouderij niet wordt belemmerd als te waarborgen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat wordt rekening gehouden met de geur- en afstandscontouren rondom de bouwvlakken van de veehouderij. Hierbij wordt rekening gehouden met de aantallen en soorten dieren waarvoor een milieutoestemming is verleend / waarvoor een vergunning is verleend. Pagina 24 Bestemmingsplan Buitenplaats Weeresteyn – Zandpad 32 te Nieuwersluis