CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan.pdf

Raad 21 mei 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 11.: Vaststelling bestemmingsplan Clarenborg Nieuwer Ter Aa.25.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Extern / Overig onderzoek

Droge stof (Extern) Droge massa aangeleverd monster Asbest fractie <0,5mm

Overig onderzoek(externe bron)

Nr. Uw monsteromschrijving

1

100 (puin), 100: 0-70, 100: 0-70

Opgegeven monstermatrix

Monster nr.

Asbestverdachte grond

13833054

Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende en geaccrediteerde verrichting S: AS SIKB erkende en geaccrediteerde verrichting

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

V: VLAREL erkende verrichting W: Waals Gewest erkende verrichting

Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV. IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Akkoord Pr.coörd.

VA

Bijlage (A) met de opgegeven deelmonsterinformatie behorende bij het analysecertificaat. 2023129695/1 Pagina 1/1 Monster nr. Barcode

13833054

Uw monsteromschrijving Boornr

Van

Tot

Uw datum monstername

Monsteromsch./Monstername ID

100 (puin), 100: 0-70, 100: 0-70

1822885MG

100

0

70

08-Sep-2023

1822884MG

100

0

70

08-Sep-2023

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV.

Bijlage (B) met opmerkingen behorende bij analysecertificaat 2023129695/1 Pagina 1/1 Opmerking 1)

Deze bepaling is uitgevoerd bij Eurofins Omegam (L086). Opmerking 2)

Deze bepaling is uitbesteed en uitgevoerd onder accreditatie L086.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV.

.

Bijlage (C) met methodeverwijzingen behorende bij analysecertificaat 2023129695/1

Analyse

Methode

Techniek

Methode referentie

Droge stof (uitbesteed)

W0004

Extern

Uitbesteding

Asbest NEN5898 (2016) ext

W0004

Microscopie

NEN 5898

W0004

Microscopie

NEN 5898

Pagina 1/1

Extern / Overig onderzoek

Overig onderzoek(externe bron)

Asbest Puin NEN5898 2016 ext

Nadere informatie over de toegepaste onderzoeksmethoden alsmede een classificatie van de meetonzekerheid staan vermeld in ons overzicht "Specificaties analysemethoden", versie april 2022.

Eurofins Analytico B.V.

Gildeweg 42-46 Venecoweg 5 NL-3771NB Barneveld B-9810 Nazareth +31 (0)34 242 63 00 +32 (0)9 222 77 59 Info-env@eurofins.nl belgie-env@eurofins.be www.eurofins.nl www.eurofins.be

BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC: 09088623 BTW/VAT: NL 8043.14.883.B01

Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV.

Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1613087 : 2023129695-231279 : Eurofins Analytico B.V.

Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum

: 7893440 : 100 (puin), 100: 0-70, 100: 0-70 : 08/09/2023

Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum

: M.G. : 19-09-2023

Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (Q). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving : zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal

massa zeeffractie (gram) 25561,0 83,2 150,3 118,3 150,3 118,3 0,0 26181,4

28780 26420 91,8 nat

g g m/m %

percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 97,6 10,0 0,04 0,3 23,0 27,64 0,6 73,2 48,70 0,5 88,2 74,56 0,6 150,3 100,00 0,5 118,3 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 463,0

asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3 0,0 0,5

Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen

aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0

massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0 0,2

gehalte asbest (mg/kg ds)

amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0

0,0 0,1 0,1 0,0 0,0 0,0 0,2

: Geen : Geen

Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond

Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0

Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0

totaal afgerond 0,0 0,0

Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). Opdrachtverificatiecode: UUOR-ECJW-WSLZ-LFFI

Ref.: 1613087_certificaat_v1

Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1613087 : 2023129695-231279 : Eurofins Analytico B.V.

Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:

- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: UUOR-ECJW-WSLZ-LFFI

Ref.: 1613087_certificaat_v1

Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1613087 : 2023129695-231279 : Eurofins Analytico B.V.

Barcodeschema's Monstercode Uw referentie

uw monsterref.

uw diepte

uw barcode

7893440

100 100

0-.7 0-.7

1822885MG 1822884MG

100 (puin), 100: 0-70, 100: 0-70

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: UUOR-ECJW-WSLZ-LFFI

Ref.: 1613087_certificaat_v1

Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever

: 1613087 : 2023129695-231279 : Eurofins Analytico B.V.

Analysemethoden Puin In dit analysecertificaat zijn de met 'Q' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. De matrix puin is representatief voor bouw- en sloopafval, puin en granulaat. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek

: Conform NEN 5898

Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: UUOR-ECJW-WSLZ-LFFI

Ref.: 1613087_certificaat_v1

BIJLAGE 4

Behoort bij rapport: Kaveldam Van Renessestraat Nieuwer ter Aa Project: 231279

Uw Project

Nieuwer ter Aa Renessestraat (231279)

Certificaat

2023129697

Toetsing

BoToVa T12 kwaliteit van grond volgens Wbb

Versie

2.0.24

Toetsingsdatum

21 September 2023 10:58

Analyse

Eenheid G.W.

100 (sterk beton), 100: 50-70 G.S.S.D Index

Oordeel

G.W.

Bodemtype correctie Fractie < 2 µm

6.8

9.3

Organische stof volgens gloeiverlies methode

2.9

2.6

Voorbehandeling Verkleinen kaakbreker

Uitgevoerd

Cryogeen malen

Uitgevoerd

100 (zwak puin), 100: 70-120 G.S.S.D Index

Oordeel

Uitgevoerd

Bodemkundige analyses Droge stof

% (m/m)

80.8

80.8

68.7

68.7

Organische stof

% (m/m) ds

2.9

2.9

2.6

2.6

Gloeirest

% (m/m) ds

97

Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)

% (m/m) ds

6.8

6.8

9.3

Metalen Barium (Ba)

mg/kg DS

120

291

@

80

162

@

Cadmium (Cd)

mg/kg DS

0.29

0.448

-

0.21

0.317

-

Kobalt (Co)

mg/kg DS

8.1

18.7

0.02

> AW

7.6

14.9

-

Koper (Cu)

mg/kg DS

55

95.1

0.37

> AW

19

30.9

-

Kwik (Hg)

mg/kg DS

0.061

0.0808

-

<0.050

0.0448

-

Molybdeen (Mo)

mg/kg DS

3.4

3.4

0.01

> AW

<1.5

1.05

Nikkel (Ni)

mg/kg DS

23

47.9

0.20

> AW

22

39.9

0.08

> AW

Lood (Pb)

mg/kg DS

89

127

0.16

> AW

39

53.6

0.01

> AW

Zink (Zn)

mg/kg DS

270

506

0.63

> AW

130

222

0.14

> AW

Minerale olie (C10-C12)

mg/kg DS

3.3

11.4

@

<3.0

8.08

@

Minerale olie (C12-C16)

mg/kg DS

15

51.7

@

<5.0

13.5

@

Minerale olie (C16-C21)

mg/kg DS

29

100

@

<5.0

13.5

@

Minerale olie (C21-C30)

mg/kg DS

49

169

@

14

53.8

@

Minerale olie (C30-C35)

mg/kg DS

20

69

@

7.9

30.4

@

Minerale olie (C35-C40)

mg/kg DS

12

41.4

@

<6.0

16.2

@

Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg DS

130

448

> AW

<35

94.2

-

@

@

97 9.3

-

Minerale olie

Chromatogram olie (GC)

0.05

Zie bijl.

Polychloorbifenylen, PCB PCB 28

mg/kg DS

<0.0010

0.00241

<0.0010

0.00269

PCB 52

mg/kg DS

<0.0010

0.00241

<0.0010

0.00269

PCB 101

mg/kg DS

0.0015

0.00517

<0.0010

0.00269

PCB 118

mg/kg DS

<0.0010

0.00241

<0.0010

0.00269

PCB 138

mg/kg DS

0.0031

0.0107

<0.0010

0.00269

PCB 153

mg/kg DS

0.0040

0.0138

<0.0010

0.00269

PCB 180

mg/kg DS

0.0029

0.01

<0.0010

0.00269

PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg DS

0.014

0.0469

0.0049

0.0188

Naftaleen

mg/kg DS

<0.050

0.035

<0.050

0.035

Fenanthreen

mg/kg DS

0.75

0.75

0.21

0.21

Anthraceen

mg/kg DS

0.38

0.38

0.082

0.082

Fluorantheen

mg/kg DS

1.7

1.7

0.63

0.63

Benzo(a)anthraceen

mg/kg DS

0.95

0.95

0.14

0.14

Chryseen

mg/kg DS

0.88

0.88

0.14

0.14

Benzo(k)fluorantheen

mg/kg DS

0.50

0.5

0.082

0.082

Benzo(a)pyreen

mg/kg DS

1.0

1

0.15

0.15

Benzo(ghi)peryleen

mg/kg DS

0.77

0.77

0.10

0.1

Indeno(123-cd)pyreen

mg/kg DS

0.89

0.89

0.11

0.11

PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg DS

7.9

7.86

1.7

1.68

0.03

> AW

-

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK

0.17

> AW

Eurofins Nr.

Monsteromschrijving

Datum Monstername

Eindoordeel

M2M-202300194530

100 (sterk beton), 100: 50-70

08-09-2023

Overschrijding Achtergrondwaarde

M2M-202300194531

100 (zwak puin), 100: 70-120

08-09-2023

Overschrijding Achtergrondwaarde

Legenda G.W.

Gemeten waarde

G.S.S.D.

Gestandaardiseerde meetwaarde

@

Geen toetsoordeel mogelijk

-

<= Achtergrondwaarde

> AW

> achtergrondwaarde

Deze toetsing is met de grootste zorg samengesteld Eurofins Analytico B.V. is echter niet verantwoordelijk voor de uitkomst van deze toetsing.

Mocht u een probleem in deze toetsing signaleren dan verzoeken wij u vriendelijk dit door te geven aan eol.helpdesk@eurofins.com

Page 1 of 1

> AW

Toetsing BoToVa Grond Analyse Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)

Eenheid

RG *

AW *

I*

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

190 0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

920 13 190 190 36 190 100 530 720

Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40)

mg/kg ds

35

190

5000

Polychloorbifenylen, PCB PCB (som 7) (factor 0,7)

mg/kg ds

0,007

0,02

1

PAK PAK VROM (10) (factor 0,7)

mg/kg ds

0,35

1,5

40

Eenheid

RG *

S*

I*

μ g/L μ g/L μ g/L μ g/L μ g/L μ g/L μ g/L μ g/L μ g/L

20 0,2 2 2 0,05 2 3 2 10

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen Benzeen μ g/L Tolueen μ g/L Ethylbenzeen μ g/L Xylenen (som) factor 0,7 μ g/L Naftaleen μ g/L Styreen μ g/L

0,2 0,2 0,2 0,2 0,02 0,2

0,2 7 4 0,2 0,01 6

30 1000 150 70 70 300

0,2 0,2 0,1 0,1 0,1 0,2 0,2 0,1 0,1

0,01 6 0,01 24 0,01 7 7 0,01 0,01

0,2 0,1 0,1 0,6

0,01 0,01 0,01 0,8

1000 400 10 500 40 900 400 300 130 630 5 10 20 80

Toetsing BoToVa Grondwater Analyse Metalen Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Lood (Pb) Zink (Zn)

Vluchtige organische halogeenkoolwaterstoffen Dichloormethaan μ g/L Trichloormethaan μ g/L Tetrachloormethaan μ g/L Trichlooretheen μ g/L Tetrachlooretheen μ g/L 1,1-Dichloorethaan μ g/L 1,2-Dichloorethaan μ g/L 1,1,1-Trichloorethaan μ g/L 1,1,2-Trichloorethaan μ g/L Tribroommethaan μ g/L Vinylchloride μ g/L 1,1-Dichlooretheen μ g/L 1,2-Dichloorethenen (Som) factor 0,7 μ g/L Dichloorpropanen som factor 0.7 μ g/L Minerale olie Minerale olie totaal (C10-C40) * RG = rapportagegrens AW = Achtergrondwaarde (grond)

μ g/L

50 50 600 I = Interventiewaarde (grond en grondwater) S = Streefwaarde (grondwater)

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Lood in bodem en gezondheid Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu GGD-projectgroep bodem - definitieve versie: 29 januari 2016

Inleiding Een bodemverontreiniging met lood kan een gezondheidsrisico vormen voor jonge kinderen. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M) heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) het lood-in-bodemvraagstuk breed bekeken. Het recent verschenen RIVM-rapport 2015-02041 beschrijft de stand van zaken rondom lood in bodem, gezondheid en bodemnormen. Het rapport gaat daarnaast in op de mogelijkheden voor gemeenten en bewoners om de blootstelling aan bodemlood en de daarmee samenhangende risico’s voor de gezondheid terug te dringen. Met de invoering van de Omgevingswet zullen gemeenten een belangrijkere rol krijgen bij het vaststellen van de toelaatbare loodgehalten in bodem. In RIVM-rapport 2015-0204 geeft het RIVM aan dat het belangrijk is dat gemeenten het bodembeheer richten op vermindering van blootstelling aan bodemlood. Dit advies met informatie voor GGD-adviseurs kan worden gezien als een aanvulling op het RIVMrapport. Het is goed als GGD’en vroegtijdig bij het bodembeleid betrokken zijn. GGD-adviseurs kunnen dit advies en de informatie gebruiken bij hun advisering aan gemeenten. Advisering aan de gemeenten kan betrekking hebben op: 

hoeveel lood kinderen dagelijks mogen binnenkrijgen;

wat dit betekent voor de hoeveelheid lood in bodem, wenselijk vanuit gezondheid;

welke adviezen men kan geven om het gezondheidsrisico te beperken.

In de toelichting is aanvullende achtergrondinformatie opgenomen.

Hoeveel lood mag een kind dagelijks maximaal binnenkrijgen? De GGD’en adviseren voor blootstelling aan lood het ALARA-principe te hanteren.

Lood heeft bij jonge kinderen een nadelig effect op het leervermogen en leidt tot een verlies van IQ-punten. Voor het effect van lood bestaat voor zover nu bekend geen drempelwaarde. Daarom adviseren de GGD’en het ALARA-principe te hanteren voor blootstelling aan lood. Dit betekent dat moet worden gestreefd naar een zo laag mogelijke blootstelling van kinderen aan lood. Dit is in lijn met het advies van de EFSA2.

Pagina 1 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Toelichting: hoe erg is verlies van IQ-punten? De loodblootstelling bij kinderen is in de afgelopen decennia flink gedaald, vooral door het verbod op loodhoudende benzine. Er is dus al veel winst behaald, maar het kan nog beter omdat juist bij lage loodblootstelling relatief veel IQ-puntverlies optreedt 1,2. Het nadelige effect van lood is van toepassing op het ‘gemiddelde’ kind. Voor een individueel kind is het onzeker wat precies de omvang van het effect is. Dit heeft te maken met verschillen in bijvoorbeeld de kinetiek van lood en de gevoeligheid van een kind voor lood. Er zijn uiteraard ook andere factoren dan lood die het IQ beïnvloeden, zoals erfelijkheid, leefomstandigheden en educatie. Ook varieert de uitkomst van een IQ-test bij eenzelfde persoon per keer. Het verlies van enkele IQ-punten is op individueel niveau daarom niet meetbaar, maar het is wel op populatieniveau merkbaar. 

Bij kinderen met een loodinname van 0,5 microgram/kg/dag kan gemiddeld circa één IQpuntverlies optreden. Op populatieniveau betekent het verlies van één IQ-punt dat de sociaaleconomische status en arbeidsproductiviteit van een bevolking ongunstig worden beïnvloed. Bij kinderen wordt één IQ-puntdaling geassocieerd met een latere afname in productiviteit van 2%. 2

Bij kinderen met een loodinname van 1,9 microgram/kg/dag kan gemiddeld circa drie IQpuntenverlies optreden. Drie IQ-puntdaling betekent op populatieniveau: -

een toename van 57% in het aantal mensen met een IQ-score onder 70;

-

een afname van 40% in het aantal mensen met een IQ-score boven 130.3

Mensen met een IQ onder 70 en een ondersteuningsbehoefte hebben een verstandelijke beperking. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schat dat er in Nederland ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn4. Bij de decentralisaties in het sociale domein zijn zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie centrale begrippen. Een paar IQ-puntenverlies aan de onderkant kan het verschil maken tussen wel of niet zelfredzaam zijn en maatschappelijk participeren.

Wat betekent dit voor de hoeveelheid lood in bodem? De GGD’en adviseren voor gevoelige locaties te streven naar een vermindering van de blootstelling aan lood. Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom de voorkeur.

De loodinname die bij kinderen leidt tot één of drie IQ-puntverlies kan met het blootstellingsmodel CSOIL worden omgerekend naar een gehalte lood in bodem. In tabel 1 staan de berekende risicowaarden weergegeven. Met een verdere vermindering van de blootstelling aan lood is gezondheidswinst te behalen.

Pagina 2 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom bij gevoelige locaties, zoals wonen met tuin, kinderspeelplekken en kinderdagverblijven, de voorkeur. Tabel 1: Risicowaarden* voor lood in bodem (mg/kgds) op basis van geschat IQ-puntverlies < 1 IQ-puntverlies

1-3 IQ-puntverlies door

> 3 IQ-puntenverlies

door bodemlood

bodemlood

door bodemlood

< 60

60 - 260

> 260

< 90

90 - 370

> 370

< 100

100 - 390

> 390

Grote moestuin (> circa 200 m2) Wonen met tuin (kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen spelen

*Informatie over de uitgangspunten voor de berekening staat in de toelichting.

Welke maatregelen beperken het risico? De huidige interventiewaarde voor lood (530 mg/kgds) biedt bij gevoelige locaties onvoldoende bescherming voor de gezondheid van kinderen. Ook onder de interventiewaarde is er sprake van een IQ-puntenverlies. Bij gevoelige locaties zijn daarom maatregelen nodig om blootstelling aan lood bij kinderen te voorkomen.

Uit tabel 1 blijkt dat bij de huidige interventiewaarde voor wonen met tuin (530 mg/kgds) meer dan 3 IQ-puntenverlies kan optreden. Ook onder de interventiewaarde is sprake van een nadelig gezondheidseffect door IQ-puntverlies. Het gezondheidsrisico voor kinderen door bodemlood kan worden beperkt door sanering van de bodem of door gebruiksadviezen: 

Bij sanering wordt verontreinigde grond vervangen of afgedekt door schone grond (of grond geschikt voor de beoogde functie).

Bij het goed opvolgen van gebruiksadviezen wordt het contact van kinderen met bodemlood beperkt. Hiermee kan het gezondheidsrisico tot een acceptabel niveau worden teruggebracht.

Het geven van gebruiksadviezen in combinatie met goede communicatie kan een alternatief zijn voor sanering. Het goed opvolgen van die adviezen door de gebruikers van de grond is hierbij cruciaal. Sanering van verontreinigde grond is een duurzamere oplossing waarbij gebruikersgedrag het gezondheidsrisico niet langer beïnvloedt. Het risico van bodemlood kan men ook beperken via goede ruimtelijke ordening: door gevoelige bestemmingen (kinderspeelplekken, kinderdagverblijven, stadslandbouw en dergelijke) zo veel mogelijk te realiseren op niet-verontreinigde grond of grond met een laag bodemloodgehalte.

Pagina 3 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Sanering Het bevoegd gezag beslist boven welke bodemloodwaarde sanering moet plaatsvinden. De bodem in Nederland is op veel plekken verontreinigd met lood. De saneringsinspanning zal zich als eerste moeten richten op de meest verontreinigde locaties waar jonge kinderen spelen, zoals tuinen bij woningen en kinderdagverblijven (de gevoelige locaties). Het ligt voor de hand dat gevoelige locaties met een loodgehalte boven de interventiewaarde (530 mg/kg) het eerst aan de beurt zijn voor sanering. Ook bijvoorbeeld herstructurering van wijken biedt kansen voor sanering. Uiteindelijk kan op die wijze voor een steeds groter deel van de Nederlandse bodem een betere bodemloodkwaliteit worden bereikt. Gebruiksadviezen De gebruiksadviezen om contact van jonge kinderen met lood te beperken bestaan in het kort uit: 

Laat kinderen in een zandbak met schoon speelzand spelen. Leg (kunst)gras, tegels of een schone laag grond aan op plekken waar kinderen spelen. Bij voorkeur met een laag schone grond of zand onder het (kunst)gras of tegels.

Kweek groenten in bakken met schone teelaarde.

Let vooral bij jonge kinderen extra op hygiëne (handen wassen na het buitenspelen)

Ga de inloop van grond in huis tegen (schoenen uitdoen, regelmatig stofzuigen of dweilen)

De gebruiksadviezen zijn zinvol bij gevoelige locaties met een bodemloodkwaliteit waarbij meer dan 1 IQ-puntverlies kan optreden. Voor sommige gemeenten gaat het dan om een groot deel van het grondgebied. Dit betekent dat de gebruiksadviezen moeten worden gericht aan een groot deel van de bevolking. Met andere woorden: het breed verspreiden van algemene gebruiksadviezen, bijvoorbeeld via informatie op websites en algemene brochures of posters. Het is goed om hierbij ook aandacht te hebben voor andere bronnen van lood, zoals loden waterleidingen. Meer informatie over deze bron staat in het GGD-informatieblad lood in drinkwater5 en RIVM-rapport 2015-0204. Uiteraard geldt dat hoe hoger het bodemloodgehalte is, des te dringender het is om gebruiksadviezen te geven en hierover tijdig en duidelijk te communiceren. Hierbij gaat het om specifieke risicocommunicatie met bewoners en andere gebruikers van verontreinigde grond, bijvoorbeeld via bewonersbrieven en informatiebijeenkomsten.

Pagina 4 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Toelichting In deze toelichting staat beknopt beschreven wat de huidige inzichten zijn rondom lood in bodem en gezondheid en hoe de GGD’en daarmee kunnen omgaan. Uitgebreidere informatie staat in RIVM-rapport 2015-0204.

1. Gezondheidseffecten van lood en gezondheidskundige advieswaarde voor lood Samenvatting Loodblootstelling heeft bij jonge kinderen een nadelig effect op het leervermogen (verlies IQpunten). Hiervoor is voor zover bekend geen drempelwaarde. De GGD’en adviseren het ALARAprincipe te hanteren voor loodblootstelling: zo laag als redelijkerwijs mogelijk. Achtergrondinformatie 

Uit het EFSA-advies van 20102 is duidelijk geworden dat de toelaatbare dagelijkse inname (TDI) voor lood van 3,6 microgram/kg/dag niet meer moet worden gebruikt.

In Sanscrit (instrument voor het bepalen van spoedeisendheid van saneren) wordt een maximaal toelaatbaar risiconiveau voor de mens (MTRhumaan) van 2,8 microgram/kg/dag gehanteerd. Het MTRhumaan is vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. Destijds is deze MTRhumaan gekozen op basis van een pragmatische beleidsmatige afweging: bij deze MTR kon de interventiewaarde gelijk blijven. Er lag geen gezondheidskundige onderbouwing aan ten grondslag, behalve dat het lager is dan de TDI die volgens EFSA niet meer moet worden gebruikt.

Het RIVM heeft geen opdracht gekregen het MTRhumaan te herzien en geeft er in RIVMrapport 2015-0204 geen advies over, omdat er geen beleidsmatig standpunt is over welk IQ-verlies daarbij hoort.

De EFSA heeft een Bench Mark Dose Level (BMDL) voor lood vastgesteld: een stijging van 12 microgram lood (Pb) per liter bloed geeft 1 IQ-puntdaling. Dit komt overeen met een loodblootstelling van 0,5 microgram/kg/dag (bij kinderen van 6 jaar). Deze BMDL-waarde is gekozen omdat 1 IQ-puntdaling op populatieniveau de sociaaleconomische status en arbeidsproductiviteit van een bevolking ongunstig beïnvloedt. De EFSA stelt dat 1 IQpuntdaling bij kinderen kan worden geassocieerd met een latere afname in productiviteit van 2%.2

De JECFA3 stelt het volgende: -

Een loodblootstelling onder 0,3 microgram/kg/dag (0,5 IQ-puntdaling) is ‘negligible’.

-

Een loodblootstelling boven 1,9 microgram/kg/dag (3 IQ-puntdaling) is ‘of concern’3.

Pagina 5 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Meer dan 3 IQ-puntdaling betekent op populatieniveau: -

Een toename van 8% in aantal mensen met IQ-score lager dan 100.

-

Een toename van 57% in aantal mensen met een IQ-score onder 7a.

-

Een afname van 40% in aantal mensen met een IQ-score boven 130.

Daarnaast kan IQ-verlies volgens de JECFA als een marker worden gezien voor andere effecten op de neurologische ontwikkeling waarvoor het wetenschappelijke bewijs niet robuust genoeg is. Deze effecten, waaronder ADHD en leesproblemen, zijn waargenomen bij kinderen met vergelijkbare lood-in-bloedwaarden6. 

RIVM-rapport 2015-0204 geeft een indicatie van het IQ-puntverlies dat kan optreden als gevolg van lood in bodem (via bodem en huisstof). De gepresenteerde berekeningen gelden voor het scenario plaatsen waar kinderen spelen en moeten als indicatief worden beschouwd. -

Bij een inname van 2,82 microgram/kg/dag gaat het om circa 3-4 punten IQ-verlies. Deze blootstelling treedt op bij 530 mg/kg lood in bodem (interventiewaarde), scenario plaatsen waar kinderen spelen.

-

Bij een inname van 1,86 microgram/kg/dag gaat het om ca. 2-3 IQ-puntenverlies. Deze blootstelling treedt op bij 350 mg/kg lood in bodem, scenario plaatsen waar kinderen spelen.

Lood wordt na inname opgenomen in bloed en beenderen. Uit beenweefsel komt lood heel langzaam weer vrij. Dit maakt dat een eenmalige hoge inname kan leiden tot langdurige effecten1. Lood hoopt zich dus zowel bij langdurige als kortdurende blootstelling op in het botweefsel en komt daar vervolgens langzaam weer uit vrij. Daardoor is het moeilijk aan te geven na hoeveel tijd IQ-verlies optreedt bij een bepaalde blootstelling aan bodemlood.

2. Relatieve biobeschikbaarheid lood in bodem Samenvatting Uit het ‘biggenonderzoek’ van het RIVM (2014) blijkt dat de opname van lood in het lichaam bij diffuse bodemverontreiniging (stedelijke ophooglagen) hoger is dan eerder werd verondersteld 7. De uitkomst van het ‘biggenonderzoek’ laat geen duidelijk onderscheid zien tussen diffuse loodverontreiniging (stedelijke ophooglagen) en ‘gewone’ loodverontreiniging (puntbronnen) voor wat betreft de relatieve biobeschikbaarheid (RBB) van lood. Voor de berekening van de risicowaarden bij 1 en 3 IQ-puntverlies is de GGD-projectgroep bodem daarom uitgegaan van de standaard RBB van 0,74.

a De helft van de bevolking heeft (per definitie) een IQ lager dan 100, de andere helft hoger. Ongeveer 2% van

de bevolking heeft een IQ lager dan 70. In Nederland zijn dat ruim 300.000 mensen. Een verstandelijke beperking wordt vastgesteld op basis van het intellectueel functioneren (IQ) en de ondersteuningsbehoefte. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schat dat er in Nederland ongeveer 142.000 mensen met een verstandelijke beperking zijn. (https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijferscontext/incidentie-en-prevalentie#node-incidentie-van-verstandelijke-beperking, https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijfers-context/incidentie-enprevalentie#node-prevalentie-van-verstandelijke-beperking)

Pagina 6 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

Achtergrond: 

RIVM-rapport 607711015/2014 over de biobeschikbaarheid van lood (‘biggenonderzoek’) geeft aan dat de lagere RBB voor stedelijke ophooglagen van 0,4 niet meer moet worden gehanteerd. Het rapport geeft aan dat voor diffuse verontreiniging met lood kan worden uitgegaan van een standaard RBB die ligt tussen 0,58 (P50) en 0,84 (P80). De gemiddelde RBB in het onderzoek is 0,66.

De standaard RBB voor ‘gewone’ bodemloodverontreiniging (puntbronnen) in Sanscrit is 0,74. Dit is het 80-percentiel van de relatieve biobeschikbaarheid van lood van de tot 2008 gemeten bodems, gecombineerd met het 80-percentiel van het verschil tussen gevoede en nuchtere omstandigheden8.

0,74 ligt in de voorgestelde range van 0,58 (P50) - 0,84 (P80). De RBB bij diffuse loodverontreiniging (stedelijke ophooglagen) wijkt dus niet duidelijk af van RRB die bij ‘gewone’ loodverontreiniging in bodem wordt gebruikt.

RIVM-rapport 2015-0204 geeft aan dat voor diffuse verontreiniging kan worden uitgegaan van de mediane waarde die in het biggenonderzoek is vastgesteld: 0,58 (P50). De GGDprojectgroep bodem vindt dit geen logische keuze, om de volgende redenen: -

In het biggenonderzoek zijn slechts 6 bodems onderzocht. De P50 is bij een dergelijk klein aantal niet robuust te noemen. De gemiddelde RBB in het onderzoek was 0,66.

-

Bij eerder biobeschikbaarheidsonderzoek, waarbij 90 bodems zijn onderzocht, is een P50 van 0,67 gevonden (en een P80 van 0,91)9.

-

Uit het biggenonderzoek komt geen duidelijk onderscheid naar voren met ‘gewone’ loodverontreiniging in de bodem (puntbron), waarvoor in Sanscrit een standaard RBB wordt gehanteerd van 0,74.

-

Het is vanuit gezondheid gezien beter om uit te gaan van een hoger percentiel, zodat meer kinderen worden beschermd tegen te hoge loodblootstelling.

Het ‘biggenonderzoek’ geeft geen duidelijke reden waarom onderscheid zou moeten worden gemaakt tussen diffuse bodemloodverontreiniging en puntbronnen. Voor de berekening van de risicowaarden bij 1 en 3 IQ-puntverlies is de GGD-projectgroep bodem daarom uitgegaan van de standaard RBB van 0,74.

3. Beschermingsniveau gezondheid Beleidsmatige keuze voor bodemloodkwaliteit Met een vermindering van de blootstelling aan lood is gezondheidswinst te behalen. Een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies, heeft daarom gezondheidskundig gezien de voorkeur. Het bevoegd gezag beslist boven welke bodemloodwaarde sanering moet plaatsvinden. De (beleidsmatige) keuze welke bodemloodkwaliteit men wil bereiken, heeft behalve met het gezondheidsrisico ook met haalbaarheid te maken.

Pagina 7 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

In een gemeente met veel bodemloodverontreiniging zal in het algemeen een bodemloodkwaliteit overeenkomend met minder dan 3 IQ-puntverlies het eerst haalbare zijn. Op termijn heeft het uiteraard de voorkeur dat iedereen in een gezonde woonomgeving kan wonen, met een laag bodemloodgehalte, overeenkomend met minder dan 1 IQ-puntverlies. Herontwikkeling van locaties biedt vaak de beste kansen om de kwaliteit van de grond te verbeteren. Daar waar geen laag bodemloodgehalte is, kan men, met het opvolgen van de gebruiksadviezen, de risico’s beperken. Tijdige en duidelijke communicatie is in deze gevallen van belang. N.B. Voor alle situaties geldt dat wanneer er ook andere bronnen van loodblootstelling zijn, zoals loden waterleidingen, daar ook maatregelen moeten worden genomen (bijvoorbeeld informeren bewoners, vervangen loden waterleidingen).

4. Overzicht gezondheidskundige waarden voor lood in de bodem De volgende tabel geeft een overzicht van bestaande risicowaarden (saneringsurgentie, maximale waarden) en risicowaarden voor lood in de bodem bij 1 en 3 IQ-puntverlies. In de gekleurde vakken staan de gezondheidskundige bodemloodwaarden. Deze waarden zijn afgeleid in het blootstellingsmodel CSOIL (Sanscrit), met een RBB van 0,74. Tabel: Risicowaarden voor lood in bodem in mg/kgds (RBB = 0,74) Maximale Saneringsurgentie waarden

humaan risico

< 1 IQ-puntverlies 1-3 IQ-puntverlies

> 3 IQ-puntenverlies door

(Sanscrit)

door bodemlood

door bodemlood

-

390

< 56 (60)**

56-262 (60-260)

> 262 (260)

210

542 (530*)

< 94 (90)

94-368 (90-370)

> 368 (370)

-

565

< 101 (100)

bodemlood

Grote moestuin (> circa 200 m2 ) Wonen met tuin (incl. kleine moestuin) Plaatsen waar kinderen

101-385 (100390)

> 385 (390)

spelen Inname bodem-lood

< 0,5

0,5-1,9

> 1,9

microgram/kg/dag microgram/kg/dag microgram/kg/dag

(kind) * In de praktijk wordt vaak de interventiewaarde voor wonen met tuin aangehouden (530 mg/kg ds). ** Tussen haakjes staan de afgeronde waarden die in de praktijk kunnen worden gehanteerd. Pagina 8 van 9

Aanvullend advies met informatie voor GGD-adviseurs gezondheid en milieu 29-01-2016

5. Gebruiksadviezen: aandachtspunten 

Locaties waar jonge kinderen (0-6 jaar) vaak spelen, zoals wonen met tuin, kinderopvang en kinderspeelplekken, hebben prioriteit bij het doen van bodemonderzoek, het maken van een risicobeoordeling en het nemen van maatregelen (sanering/gebruiksadviezen).

Er zijn naast bodemloodverontreiniging ook andere bronnen van loodblootstelling, zoals loden waterleidingen. Ook hiervoor zijn maatregelen zinvol (informatie aan bewoners, vervangen loden waterleidingen). Dit kan worden meegenomen in de communicatie over gebruiksadviezen. Meer informatie over deze bronnen staat in het GGD-informatieblad lood in drinkwater5 en RIVM-rapport 2015-0204.

Literatuur

1 RIVM Rapport 2015-0204. Diffuse loodverontreiniging in de bodem. Advies voor een gemeenschappelijk beleidskader. Otte P,

Bakker MI, Lijzen JPA, Versluijs CW, Zeilmaker MJ 2 European Food Safety Authority. EFSA Panel on Contaminants in the Food Chain (CONTAM); Scientific Opinion on Lead in

Food. EFSA Journal 2010; 8(4):1570. [151 pp.]. doi:10.2903/j.efsa.2010.1570 3 Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives. Seventy-third meeting. Geneva, 8–17 June 2010. Summary and

Conclusions. Issued 24 June 2010 (FAO: Food and Agricultural Organization) 4 https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/verstandelijke-beperking/cijfers-context/incidentie-en-prevalentie#node-

prevalentie-van-verstandelijke-beperking 5 RIVM briefrapport RIVM Rapport 609400003/2012. Lood in drinkwater: GGD-informatieblad medische milieukunde.

Dusseldorp A, Versteegh JFM, Drijver M, Janssen PJCM 6 Seventy-third report of the Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives..WHO technical report series ; no. 960.

World Health Organization 2011 7 RIVM Report 607711015/2014. Oral bioavailability of lead from Dutch made grounds. A validation study. Kesteren PCE van et

al. 8 RIVM Rapport 711701081/2008. Richtlijn: bepalen van de orale biobeschikbaarheid van lood in de bodem. Hagens WI, Sips

AJAM, Lijzen JPA, Oomen AG 9 RIVM Report 711701086/2009: Relative oral bioavailability of lead from Dutch made grounds. Hagens WI et al.

Pagina 9 van 9

BIJLAGE 5

Behoort bij rapport: Kaveldam Van Renessestraat Nieuwer ter Aa Project: 231279

Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Akoestisch onderzoek School met de bijbel en o.s.v. NiTA Woningbouwplan Nieuwer ter Aa Opdrachtgever Contactpersoon Referentie Datum Behandeld door Status

SamenThuis met Reuvers BV de heer F. Kreugel 22182.05v4 30 oktober 2023 ing. T. van der Velden ir. J.H. Reijnierse definitief Buro Bouwfysica B.V. Cypresbaan 45 2908 LT Capelle aan den IJssel +31 (10) 760 0049 info@burobouwfysica.nl www.burobouwfysica.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding .......................................................................................................... 3

Bijlagen:

2

Uitgangspunten .............................................................................................. 4

2.1

Algemene situatie ...................................................................................... 4

3

Beoordelingskader ......................................................................................... 5

3.1

Bedrijven en milieuzonering ...................................................................... 5

Bijlage 1: Schematische weergave akoestisch model Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model representatieve bedrijfssituatie Bijlage 3: Berekeningsresultaten akoestisch model representatieve bedrijfssituatie LAr,LT en LA,max Bijlage 4: Berekeningsresultaten akoestisch model representatieve bedrijfssituatie + scherm 3 m1 LAr,LT en LA,max

3.1.1

Algemeen .......................................................................................... 5

3.1.2

Richtafstanden .................................................................................. 6

3.1.3

Omgevingstype en richtafstanden planlocatie ................................. 7

3.1.4

Beoordeling aanvaardbaar woon- en leefklimaat ............................. 7

3.2

Activiteitenbesluit milieubeheer................................................................ 7

3.3

Inrichtingsgebonden verkeer ..................................................................... 9

3.4

Resume toetsingskader.............................................................................. 9

4

Bedrijfsbeschrijving ...................................................................................... 10 4.1.1

Uitgangspunten School met de Bijbel (RBS).................................... 10

4.1.2

Uitgangspunten o.s.v. NiTA (RBS) ................................................... 10

5

Rekenmodel ................................................................................................. 12

5.1

Geluidniveaus en bronvermogens ........................................................... 12

6

Resultaten en beoordeling ........................................................................... 14

6.1

Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT - RBS .................................. 14

6.2

Maximaal (piek)geluidniveau LA,max - RBS................................................. 15

6.3

Inrichtingsgebonden verkeer ................................................................... 15

7

Samenvattend en bespreking resultaten ..................................................... 16

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

2

1

Inleiding

In opdracht van SamenThuis en Reuvers BV is voor het project ‘’Nieuwer ter Aa’’ een akoestisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de optredende geluidniveaus als gevolg van de activiteiten die plaatsvinden op de dichtbijgelegen basisschool (School met de Bijbel) en voetbalvereniging (o.s.v. NiTA). Het plan betreft circa 16 appartementen, 18 rijwoningen, 9 2-onder-1-kap woningen, 9 vrijstaande woningen en een zorggebouw voor dementerende ouderen. Het ontwerp van het plan is in handen van VFO architects. Het doel van het akoestische onderzoek is te bepalen of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening (GRO) en in welke mate er aanvullende maatregelen nodig zijn om dit indien nodig te bereiken. Hiertoe wordt inzichtelijk gemaakt wat de optredende geluidbelastingen ter plaatse van de nieuwbouwwoningen zijn als gevolg van de activiteiten op het schoolplein en op de voetbalvereniging. De berekende geluidbelastingen worden getoetst aan de richtwaarden uit de VNGpublicatie ‘’Bedrijven en milieuzonering” en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De volgende uitgangsdocumenten zijn bij het onderzoek gehanteerd: - Wet geluidhinder. - Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, editie 2009, Sdu Uitgevers Den Haag. - Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening, 1998. - Handleiding meten en rekenen Industrielawaai 1999.

- Activiteitenbesluit milieubeheer d.d. 19 oktober 2007. In de volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens de uitgangspunten, de normstelling, het rekenmodel, de resultaten en de conclusies beschreven.

Figuur 1: Situatie van nieuwbouw Nieuwer ter Aa

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

3

2

De omgeving van de planlocatie betreft een landelijk gebied met een combinatie van wonen en lichte bedrijvigheid (brandweerkazerne, (auto)bedrijven, horeca, kerk e.d.) ook ligt de planlocatie nabij de drukke rijksweg A2, waardoor kan worden beargumenteerd dat het omgevingstype “gemengd gebied” van toepassing is. In het rapport met kenmerk 20221188.v01 “Quickscan bedrijven en milieuzonering – woningbouwplan Nieuwer ter Aa”, d.d. 01-11-2022, wordt eveneens het omgevingstype “gemengd gebied” als uitgangspunt gehanteerd.

Uitgangspunten

2.1 Algemene situatie Het project ligt westelijk van de A2 en is omringd door enerzijds industrie en anderzijds woningen, een school en een voetbalvereniging. In figuur 2 is een situatieschets van de huidige situatie op basis van gegevens volgens Google Maps weergegeven.

De Dorpstraat is de hoofdverkeersader van Nieuwer ter Aa, voor de wegen in de directe omgeving geldt een snelheidslimiet van 30 km/u.

Figuur 2: Situatieschets huidige situatie (bron Google Maps februari 2023)

In de bovenstaande figuur is de situatieschets weergeven van de planlocatie. De locatie van het bebouwingsgebied is aangegeven middels een blauw vlak, de locatie van de School met de Bijbel is aangegeven met een rood vlak. De leerlingen van de school spelen in de pauze(s) buiten op het pleintje maar ook op het veldje dat zich tussen de school en het bebouwingsgebied bevindt. Het veld van voetbalvereniging o.s.v. NiTA is door Google Maps reeds gemarkeerd als een groen vlak, op dit veld vinden trainingen en wedstrijden plaats.

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

4

3

Een gemeente beslist zelf of ze op een bepaalde locatie bedrijven of woningen mogelijk wil maken (gemeentelijke beleidsvrijheid), de gemeente dient hierbij wel op een zorgvuldige wijze haar keuze af te wegen en te verantwoorden.

Beoordelingskader

Op basis van een akoestisch model worden de geluidbelastingen op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen in beeld gebracht voor de toekomstige situatie. Het betreft hier de relevante optredende geluiden als gevolg van activiteiten op het schoolplein en op de velden van de voetbalvereniging. In het onderhavige onderzoek ligt de focus met name op (stem) geluid dat tijdens de pauzes en trainingsavonden wordt geproduceerd.

De beoordelingsmethodiek uit de VNG publicatie bestaat uit de volgende stappen: Stap 1: Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk.

Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing wordt in eerste instantie de systematiek zoals beschreven in de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (2009) beschouwd en vervolgens het Activiteitenbesluit milieubeheer (2007). Op basis hiervan wordt een beoordelingskader voor de onderhavige situatie vastgesteld.

Stap 2: Indien niet wordt voldaan aan de richtafstanden, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting ter plaatse van woningen binnen de gebiedstypering “gemengd gebied” van: -

3.1 Bedrijven en milieuzonering 3.1.1 Algemeen -

Het plan is beoordeeld op basis van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering met kenmerk “Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, editie 2009, Sdu Uitgevers Den Haag”. De publicatie is een hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming om de afstanden tussen bedrijvigheid en woningen concreet voor een locatie in te vullen (maatwerk) maar legt niet vast wat wel en niet is toegestaan. Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven worden gesitueerd. Het waar nodig ruimtelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen: • •

-

Stap 3: Wanneer niet wordt voldaan aan de maximale geluidbelastingen conform stap 2, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen binnen de gebiedstypering “Gemengd gebied” van: -

Het reeds in het ruimtelijk spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen. Het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

Een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van maximaal LAr,LT ≤ 50 dB(A) etmaalwaarde, dit komt overeen met LAr,LT = 50, 45 en 40 dB(A) in de dag(7.00 – 19.00 uur), de avond- (19.00 – 23.00 uur) respectievelijk de nachtperiode (23.00 – 7.00 uur); Een maximaal (piek) geluidniveau van LA,max ≤ 70 dB(A) etmaalwaarde, oftewel LA,max = 70, 65 en 60 dB(A) in de dag- (7.00 – 19.00 uur), de avond(19.00 – 23.00 uur) respectievelijk de nachtperiode (23.00 – 7.00 uur); Een equivalente geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder van maximaal LA,eq = 50 dB(A) etmaalwaarde.

5

Een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau van maximaal LAr,LT ≤ 55 dB(A) etmaalwaarde, dit komt overeen met LAr,LT = 55, 50 en 45 dB(A) in de dag(7.00 – 19.00 uur), de avond- (19.00 – 23.00 uur) respectievelijk de nachtperiode (23.00 – 7.00 uur);

-

-

De richtafstanden zijn afhankelijk van het omgevingstype, deze gebiedstypering is afhankelijk van de functies in het gebied. Het gebied wordt hierbij getypeerd als “rustige woonwijk” (of een vergelijkbaar omgevingstype) of “gemengd gebied”.

Een maximaal (piek) geluidniveau van LA,max ≤ 70 dB(A) etmaalwaarde, oftewel LA,max = 70, 65 en 60 dB(A) in de dag- (7.00 – 19.00 uur), de avond(19.00 – 23.00 uur) respectievelijk de nachtperiode (23.00 – 7.00 uur); Een equivalente geluidbelasting als gevolg van indirecte hinder van maximaal LA,eq = 65 dB(A) etmaalwaarde.

-

In dit geval dient het bevoegd gezag echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, hierbij dient tevens de cumulatie met reeds aanwezige overige geluidbelastingen te worden betrokken.

-

Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan opgenomen onder stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met reeds aanwezige geluidbelastingen moet worden betrokken.

De richtafstanden uit bijlage 1 van de VNG publicatie gelden voor een rustige woonwijk, indien sprake is van een gemengd gebied kan de richtafstand met één afstandsstap worden verlaagd. In onderstaande tabel zijn de te hanteren richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën zowel voor een rustige woonwijk als voor een gemengd gebied weergegeven.

3.1.2 Richtafstanden Lijst 1 uit de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering vermeldt de richtafstanden voor de betreffende activiteiten voor geluid gerangschikt naar SBI-2008 codering (Standaard Bedrijfsindeling).

Tabel 1: Richtafstanden naar milieucategorie en omgevingstype. Richtafstand tot Richtafstand tot Milieucategorie omgevingstype rustige omgevingstype woonwijk gemengd gebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m 5.1 500 m 300 m 5.2 700 m 500 m 5.3 1.000 m 700 m 6 1.500 m 1.000 m

De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende activiteiten) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. De gegeven afstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Derhalve zijn geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk, deze dienen te worden benoemd en gemotiveerd. De VNG-publicatie beschrijft voor de beoordeling van onder meer geluidhinder (veelal de maatgevende richtafstand) in een stappenplan. In eerste instantie wordt beoordeeld of de richtafstand van de gewenste ontwikkeling niet wordt overschreden.

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

Een “rustige woonwijk” is ingericht volgens het principe van functiescheiding, afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor. Een “gemengd gebied” kent vanwege de matige of sterke functiemenging of de ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting. In het gebied komen naast woningen ook andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

6

Met het akoestisch model is de optredende geluidbelasting ter plaatse van de kritische woningen berekend en getoetst op basis van de richtwaarden voor “gemengd gebied” zoals opgenomen onder Stap 2 in paragraaf 3.1.1, deze zijn in de onderstaande tabel verkort weergegeven:

3.1.3 Omgevingstype en richtafstanden planlocatie De omgeving van de planlocatie betreft een landelijk gebied maar wordt vanwege de bedrijvigheid (brandweerkazerne, (auto)bedrijven, horeca, kerk e.d.) in de directe omgeving en de geluidbelasting als gevolg van Rijksweg A2 in relatie tot de beschouwde woningen getypeerd als een gemengd gebied. In tabel 2 zijn op basis van de VNG publicatie voor het aspect geluid de maatgevende richtafstanden vermeld.

Tabel 3: Toetswaarden voor omgevingstype “gemengd gebied”. Geluidbelasting ter plaatse van woningen en overige geluidgevoelige bestemmingen Periode Langtijdgemiddeld Maximaal geluidniveau beoordelingsniveau LAr,LT [dB(A)] LA,max [dB(A)]

Tabel 2: Richtafstanden relevante functies per omgevingstype conform VNG publicatie. Richtafstand tot omgevingstype Omschrijving Gemengd gebied Scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs (milieucategorie 2) Veldsportcomplex (milieucategorie 3.1)

10 m1

Dag (7.00-19.00 uur)

50

70

Avond (19.00-23.00 uur)

45

65

Nacht (23.00-7.00 uur)

40

60

30 m1

3.2 Activiteitenbesluit milieubeheer

Uit de tabel volgt dat binnen een “gemengd gebied” voor een (basis)school een richtafstand van 10 m1 aangehouden dient te worden en voor een veldsportcomplex (voetbalveld) volgt dat binnen een “gemengd gebied” een richtafstand van 30 m1 aangehouden dient te worden.

De school en de voetbalvereniging kunnen eventueel als inrichting in de zin van de Wet milieubeheer worden aangemerkt, dit is afhankelijk of zij onder één van de categorieën uit Bijlage I onderdeel C van het Besluit omgevingsrecht (BOR) kunnen worden geschaard.

Vanwege de geringe afstand tussen het speelveldje van de school en de nieuwe woningen (ca 9,5 m1) en de geringe afstand tussen het voetbalveld en de gevels van de nieuwe woningen (ca 26 m1) is op basis van de richtafstanden uit de VNG-publicatie een aanvullend akoestisch onderzoek noodzakelijk / gewenst.

In dat geval dient in de gebruiksfase te worden voldaan aan de grenswaarden zoals opgenomen in afdeling 2.18 “Geluidhinder” van het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer”, 19 oktober 2007”, het Activiteitenbesluit. Deze eisen hebben betrekking op het immissieniveau ter plaatse van gevels van de nabijgelegen woningen en het geluidniveau in in- of aanpandige woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen.

3.1.4 Beoordeling aanvaardbaar woon- en leefklimaat Omdat niet overal aan de richtafstand wordt voldaan is het vanuit een goede ruimtelijke ordening gewenst om inzichtelijk te maken of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

In het onderstaande zijn de van belang zijnde grenswaarden en randvoorwaarden uit het eerder genoemde Besluit verkort weergegeven.

Hiertoe is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waarin de akoestisch relevante activiteiten en installaties op en rondom de nieuwbouwlocatie zijn gemodelleerd.

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

7

Afdeling 2.8 Geluidhinder

Artikel 2.18

Artikel 2.17

1.

1.

Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau (LAmax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a Plaats

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LA,max op de gevel van gevoelige gebouwen LA,max in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

b.

c. d. e. f.

Dagperiode 07.00-19.00 uur 50 dB(A)

Avondperiode 19.00-23.00 uur 45 dB(A)

Nachtperiode 23.00-07.00 uur 40 dB(A)

35 dB(A)

30 dB(A)

25 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

a.

b. c. d. e. f. g. h.

i.

Uit het bovenstaande volgt dat stemgeluid afkomstig van kinderen op het speelplein tijdens en direct voorafgaand en na ‘’lestijd’’ en van bezoekers op het open terrein voor sport- of recreatieactiviteiten in het kader van het Activiteitenbesluit buiten beschouwing blijft.

de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus (LAmax) niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; …. …. …. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;…

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten; …. …. …. …. …. het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd of onoverdekt terrein dat onderdeel is van een inrichting voor primair onderwijs, in de periode vanaf een uur voor aanvang van het onderwijs tot een uur na beëndiging van het onderwijs; het stemgeluid van kinderen op een onverwarmd en onoverdekt terrein dat onderdeel is van een instelling voor kinderopvang.

Bij beoordeling van tonaal geluid (bijvoorbeeld dakinstallaties) dient mogelijk uit te worden gegaan van een strafcorrectie/toeslag KT = 5 dB, e.e.a. zoals aangegeven is in de ‘’Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai’’, 1999.

8

Tabel 4: Toetswaarden voor omgevingstype “gemengd gebied”. Geluidbelasting ter plaatse van woningen en overige geluidgevoelige bestemmingen Periode Langtijdgemiddeld Maximaal geluidniveau beoordelings-niveau LAr,LT LA,max [dB(A)] [dB(A)]

3.3 Inrichtingsgebonden verkeer De beoordeling van de mogelijke geluidhinder ten gevolge van de inrichtingsgebonden verkeer van en naar een inrichting geschiedt op basis van de ‘’Schrikkelcirculaire’’ van 29 februari 1996, getiteld ‘’Geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting; beoordeling in het kader van de vergunningverlening op basis van de Wet milieubeheer. Volgens deze circulaire is de voorkeursgrenswaarde van LAeq = 50 dB(A) etmaalwaarde op de gevels van woningen, met een maximale grenswaarde van LAeq = 65 dB(A) etmaalwaarde.

3.4 Resume toetsingskader Binnen het akoestisch onderzoek worden de akoestisch relevante activiteiten en installaties op en rondom de nieuwbouwlocatie gemodelleerd. Met het akoestische model wordt de optredende geluidbelasting ter plaatse van de meest kritische gelegen woningen berekend en beoordeeld. Op basis van de hiervoor weergegeven criteria worden de verkorte eisen uit de VGN-publicatie aangehouden als streefwaarden en toegepast op alle te beoordelen geluidbronnen. Indien noodzakelijk kan voor de relevante periodes worden uitgeweken naar de 5 dB(A) ruimere richtwaarde conform stap 3 van de VNG publicatie en Handreiking Industrielawaai en vergunningverlening. In dat geval dient het bevoegd gezag deze keuze te motiveren. Binnen dit onderzoek zijn op basis van het initiële uitgangspunt “gemengd gebied” de toetswaarden aangehouden zoals weergegeven in tabel 4. De optredende geluidbelasting als gevolg van inrichtingsgebonden verkeer / indirecte hinder worden separaat getoetst aan een voorkeursgrenswaarde van LAeq = 50 dB(A).

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

9

Dag (7.00-19.00 uur)

50

70

Avond (19.00-23.00 uur)

45

65

Nacht (23.00-7.00 uur)

40

60

4

Voor het aantal verkeersbewegingen is een aanname gedaan en is het totaal op 60 bewegingen in de Doude van Troostwijkstraat bepaald, dit bevat het afzetten en het ophalen van de kinderen.

Bedrijfsbeschrijving

In onderstaande paragrafen worden de uitgangspunten voor de school en de voetbalvereniging beschreven, hierna aangeduid als representatieve bedrijfssituatie (RBS), deze zijn opgegeven door / afgestemd met de gebruikers. Voor het akoestisch onderzoek wordt voor beide inrichtingen uitgegaan van de worst-case situatie. Hierbij zijn als gevolg van het ontbreken van informatie diverse aannames gedaan, eveneens uitgaande van een worst-case situatie. Daar waar sprake is van aannames wordt dit duidelijk vermeld. De beschrijvingen zijn leidend voor de uitgangspunten en invoergegevens van het akoestisch onderzoek.

Installaties: -

De school gaf aan dat gedurende de dag het installatiegeluid van de ventilatoren t.b.v. de luchtverversing in de omgeving goed waarneembaar is. Het bronvermogen van het installatiegeluid is op locatie gemeten en wordt meegenomen in het akoestisch rekenmodel.

4.1.1 Uitgangspunten School met de Bijbel (RBS)

4.1.2 Uitgangspunten o.s.v. NiTA (RBS)

Voor de school met de Bijbel zijn de onderstaande uitgangspunten aangehouden. Gegevens van het aantal kinderen en de pauzetijden zijn door de school aangeleverd.

Voor de voetbalvereniging zijn de onderstaande uitgangspunten aangehouden. Gegevens van het aantal teams en de wedstrijd- en trainingstijden zijn door de voetbalvereniging aangeleverd.

Openingstijden:

Openingstijden:

-

-

De school is alleen in de dagperiode geopend.

Groepen / klassen en buitenspeeltijden: -

-

4 combinatiegroepen, totaal +/- 92 kinderen. 69 kinderen (groep 3 t/m 8) 90 minuten buitenspelen, alleen stemgeluid. Groep 5 t/m 8 mogen op het veldje spelen (+/- 46 kinderen) Groep 3 en 4 spelen op het pleintje (+/- 23 kinderen) 23 kleuters 90 – 120 minuten (aanname 105 min.) buitenspelen, alleen stemgeluid.

Teams en wedstrijd- en trainingstijden: -

Verkeer naar inrichting: -

De school heeft geen eigen parkeerplaats, het parkeren van personenauto’s gebeurt op de aanwezige parkeergelegenheid in de omgeving. De school gaf aan dat het rond opening- en sluitingstijd druk is op de wegen / parkeerplaatsen.

30 oktober 2023 22182.05v4 Woningbouwplan Nieuwer ter Aa – akoestisch onderzoek School en Voetbalvereniging

De velden van de voetbalvereniging worden doordeweeks in de avondperiode gebruikt voor trainingen. De velden worden in het weekend in de dagperiode gebruikt voor wedstrijden.

-

10

De voetbalvereniging beschikt over 7 teams. De trainingsdagen en -tijden van de teams zijn van maandag t/m vrijdag tussen 19:00 – 22:00 uur. Tijdens trainingen maximaal 10 toeschouwers aanwezig (aanname) Op zaterdag worden 3 wedstrijden (3 x 90 minuten) gespeeld tussen 10:00 – 17:00 uur. Tijdens wedstrijden +/- 30 toeschouwers per wedstrijd (aanname). Aangegeven is dat een aantal keren per jaar toernooien worden georganiseerd, omdat dit aantal lager is dan 12 keer per jaar worden toernooidagen niet meegenomen in de representatieve bedrijfssituatie.

Verkeer naar inrichting: -

Aangegeven is dat op trainingsdagen circa 10 auto’s (dus in totaal 20 verkeersbewegingen) over de Van Renessestraat rijden. Aanname is dat op wedstrijddagen circa 30 auto’s (dus in totaal 60 verkeersbewegingen) over de Van Renessestraat rijden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2479/documents/53784