CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage IV. Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9 en 11 Maarssen.pdf

Commissie Fysiek Domein 8 februari 2022, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: a.: Ontwerpbestemmingsplan Herenweg 9 en 11 in Maarssen.4.383 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen T 085 7737676 Web info@regelink.nl | www.regelink.nl KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390980458

Colofon

Tekst, foto's en samenstelling

Mandy Wierenga

Naam opdrachtgever

Wilfred Sprang

Rapportnummer

RA21168-01

Status rapport

Concept

Datum oplevering rapport

02 september 2021

Aantal pagina's

20

Collegiale toets

Marlien de Voogd

Wijze van citeren

Mandy Wierenga, 2021. Onderzoek huismus en vleermuizen

Herenweg 9-11 in Maarssen. Rapport RA21168-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.

Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl

Lid Netwerk Groene Bureaus

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

2

Inhoudsopgave Aanleiding

4

1.1 1.2

4 4

Aanleiding Doel

Plangebied en ingreep

5

2.1 2.2

5 5

Plangebied Ingreep

Werkwijze

6

3.1 3.2 3.3 3.4

6 6 6 7

Onderzoeksinspanning Methode huismusonderzoek Methode vleermuisonderzoek Volledigheid inventarisatie

Resultaten

8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

8 8 8 9 9 9 9

Algemeen beeld Huismus Gewone dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Ruige dwergvleermuis Samenvatting resultaten

Effectbepaling en toetsing aan de Wet natuurbescherming

11

5.1 5.2

11 11

Effectbepaling van de ingreep Toetsing Wet natuurbescherming

Conclusies en vervolgstappen

12

6.1 6.2

12 12

Conclusies Vervolgstappen

Bronnen

13

7.1 7.2 7.3

13 13 13

Literatuur Websites Project gerelateerde bronnen

Bijlage 1.

Foto-impressie plangebied

14

Bijlage 2.

Wet natuurbescherming

15

Bijlage 3.

Kaart waarnemingen huismus

19

Bijlage 4.

Kaart waarnemingen vleermuizen

20

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

3

Aanleiding 1.1 Aanleiding De heer Sprang is van plan beide woningen in het plangebied te slopen, en deze te vervangen voor twee nieuwgebouwde woningen. Ecoresult heeft in september 2018 een ecologische quickscan uitgevoerd voor dit gebied (Van der Neut, 2018)1. Hieruit blijkt dat in het plangebied mogelijk nestplekken en/of functioneel leefgebied voor de huismus aanwezig is. Daarnaast zijn mogelijk zomer-, kraam- en paarverblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger in het plangebied aanwezig. EcoNatura heeft in 2019 onderzoek naar vleermuizen en huismus uitgevoerd2. Op basis van dit onderzoek is een ontheffing op de Wet natuurbescherming aangevraagd. De ontheffing is geweigerd, omdat het onderzoek als onvoldoende is beoordeeld. De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft in een brief van 19 december 2019 (kenmerk 9Z/19/136897 / D – 336174) aangeven dat het onderzoek naar huismus en het zomeronderzoek naar vleermuizen dient te worden herhaald, onder de juiste protocollen. Regelink Ecologie & Landschap zodoende heeft in opdracht vandhr Sprang in het plangebied dit onderzoek naar vleermuizen (enkel zomeronderzoek) en huismus uitgevoerd. Bij het opstellen van deze rapportage is uitgegaan van de definities zoals aanwezig op de website van Regelink Ecologie & Landschap3.

1.2 Doel Met dit onderzoek worden de volgende vragen beantwoord: •

Komt de huismus voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied voor de huismus?

•

Welke soorten vleermuizen komen in de zomer voor in het plangebied?

•

Welke functies heeft het plangebied in de zomer voor de aanwezige soorten vleermuizen?

•

Leidt de ingreep tot overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming?

•

Welke vervolgstappen zijn nodig om overtreding van de Wet Natuurbescherming (zoveel mogelijk) te voorkomen

1 Quickscan flora en fauna, Ecoresult; M.J.A. van der Neut, 2018 2 Rapportage 2019-037- Vleermuisonderzoek Herenweg 9-11 Maarssen, Econatura. 2019 3 http://www.regelink.nl/kenniscentrum/definities-vleermuizenonderzoek/

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

4

Plangebied en ingreep 2.1 Plangebied Het plangebied betreft een perceel met een oude twee-onder-een-kap woning aan de Herenweg 9-11 in het lintdorp Maarsseveen aan de oostrand van de stad Maarssen. Het terrein ligt in de groene omgeving van een ontgonnen laagveenweidegebied, met graslanden (o.a. paardenwei), bosschages en elzensingels. Het plangebied grenst aan de zuidwestzijde aan de straat Herenweg, aan noordwest- en zuidoostzijde aan andere woonpercelen en aan de noordoostzijde aan een paardenweide. Een groot deel van het erf bestaat uit een tuin met gazon, struikbeplanting en enkele oude fruitbomen. Tevens staat er los van het pand een kapschuur en een kleinere (rommel)schuur in de tuin. Het vooroorlogse pand laat tekenen van verval zien en is momenteel in gebruik door antikraak bewoning. De begrenzing van het plangebied is in Figuur 1. Plangebied Herenweg 9-11Figuur 1 met rood aangegeven. Een impressie van het plangebied is weergegeven in Bijlage 1.

Figuur 1. Plangebied Herenweg 9-11. Het plangebied is met rood aangegeven.

2.2 Ingreep Het gehele pand wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Ook alle overige bebouwing in het plangebied zal worden gesloopt. Naar verwachting zal hierbij alle groen worden verwijderd.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

5

Werkwijze 3.1 Onderzoeksinspanning In het voorjaar en de zomer van 2021 is het plangebied aan de Herenweg 9-11 in Maarssen geïnventariseerd op de aanwezigheid van huismus en vleermuizen. In Tabel 1 zijn de gegevens van de veldbezoeken weergegeven. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vogels en vleermuizen. In de volgende paragrafen staat een toelichting op de toegepaste onderzoeksmethoden. Tabel 1. Datum en tijdstip van en weersomstandigheden tijdens de inventarisaties. N = nestlocaties, L= Leefgebied, V= Vliegroute, F = Foerageergebied, K= Kraamverblijf, Z= Zomerverblijf, P=Paarverblijf, MZ= middernachtelijk zwermgedrag winterverblijfplaats Datum

Tijd

Onderzochte functies

Medewerker

Weerstomstandigheden

08-04-2021

08:30-10:30

Huismus: N, L

Mandy Wierenga

6ºC, zwaar bewolkt, droog, 3 Bft

23-04-2021

07:30-09:30

Huismus: N, L

Mandy Wierenga

5ºC, licht bewolkt, droog, 2 Bft

19-05-2021

21:30-23:30

Vleermuizen:

Mandy Wierenga

9ºC, onbewolkt, droog, 1 Bft

Mandy Wierenga

16ºC, onbewolkt, droog, 1 Bft

Mandy Wierenga

9ºC, licht bewolkt, droog, 1 Bft

Mandy Wierenga

14ºC, onbewolkt, droog, 1 Bft

V, F, K, Z 24-06-2021

21:50-23:50

Vleermuizen: V, F, K, Z

25-06-2021

03:20-05:20

Vleermuizen: V, F, K, Z

09-07-2021

03:30-05:30

Vleermuizen: V, F, K, Z

3.2 Methode huismusonderzoek Het onderzoek naar nestplaatsen en leefgebied van huismus is uitgevoerd volgens de richtlijnen in het Kennisdocument Huismus. Tijdens het veldbezoek is het plangebied op gehoor en op zicht geïnventariseerd. Daarbij werd gelet op geschikt leefgebied en foerageergebied, foeragerende dieren, copulaties, vogels die met nestmateriaal of voedsel slepen en vogels die gebouwen invliegen. De inventarisaties zijn ‘s ochtends uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden. De data van de veldbezoeken en de weersomstandigheden zijn opgenomen in Tabel 1.

3.3 Methode vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken zijn vleermuizen met zicht- en geluidwaarnemingen geïnventariseerd. Hierbij is een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type: Pettersson D240x) gebruikt om de echolocatie die vleermuizen uitzenden hoorbaar te maken voor mensen. Met de karakteristieken van de frequentie, klank en ritme van het geluid worden verschillende vleermuizensoorten in het veld herkent. Wanneer in het veld niet met zekerheid de vleermuissoort kon worden bepaald is een geluidsopname gemaakt met een extern opnameapparaat. De geluidsopname zijn achteraf met het computerprogramma Batsound geanalyseerd, waarbij voor determinatie gebruik is gemaakt van Barataud, 2015 en voor de

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

6

grenswaarden in echolocatie van www.batecho.eu. Voor sociale geluiden van vleermuizen is gebruik gemaakt van Middleton, 2014 en Pfalzer, 2002. In combinatie met de visuele waarnemingen van het gedrag is de determinatie van de soort en de functie van het gebied bepaald. De inventarisaties zijn postend en lopend uitgevoerd, waarbij het plangebied en het omliggende gebied meerdere keren zijn doorkruist. Tijdens alle bezoeken waren de weersomstandigheden geschikt voor het inventariseren van vleermuizen. Om de functies van het plangebied voor vleermuizen te onderzoeken zijn meerdere veldbezoeken uitgevoerd in verschillende periodes. De inventarisaties in het kraamseizoen (mei t/m juli) zijn de bezoeken direct vanaf zonsondergang tot twee uur na zonsondergang of vanaf twee uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst uitgevoerd.

3.4 Volledigheid inventarisatie Het huismussenonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen in de overeenkomstige Kennisdocumenten van BIJ12. De vleermuisinventarisatie is uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017 zoals vastgesteld door Gegevensautoriteit Natuur. Inventarisaties zijn een steekproef gebaseerd op momentopnames, waardoor het niet is uit te sluiten dat soorten en functies die niet waargenomen werden op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat de Wet natuurbescherming een initiatiefnemer vraagt te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methoden en inspanning is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderhavige onderzoek heeft de initiatiefnemer gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

7

Resultaten 4.1 Algemeen beeld Gedurende het onderzoek zijn in en in de nabijheid van het plangebied de volgende soorten aangetroffen: •

Huismus

•

Gewone dwergvleermuis

•

Ruige dwergvleermuis

•

Laatvlieger

•

Rosse vleermuis

In de volgende paragrafen wordt per soort de waarnemingen en functies verder besproken. De waarnemingskaarten zijn opgenomen in Bijlage 3 en Bijlage 4.

4.2 Huismus In het plangebied zijn bij de eerste en tweede inventarisatieronde rond de 10 huismussen waargenomen. Deze zaten in het groen van het plangebied, in de hagen op de erfgrens en in de tuin van de buren ten noordwesten van het plangebied (Herenweg 7a). Er is binnen het plangebied geen territoriaal of nestindicerend gedrag van huismussen waargenomen, wel is territoriaal gedrag waargenomen direct naast het plangebied in de tuin en rondom het huis van de buren. Dit gedrag en de aanwezigheid van de mussen in de hagen op de erfgrens en in het plangebied hangt samen met de aanwezigheid van minimaal 2 nesten onder de pannen van de woning Herenweg 7a. Er zijn geen nesten van huismussen aangetroffen in het plangebied, of aanwijzingen daarvoor. Ondanks het gebruik van het groen in het plangebied, is het plangebied geen essentieel leefgebied van de huismus. Gezien het feit dat de mussen relatief weinig tijd in het plangebied doorbrengen en er voldoende overig groen in de nabijheid aanwezig is, ook na de sloop en herinrichting van het plangebied, biedt de omgeving voldoende alternatieven voor het groen in het plangebied. De waarnemingen zijn weergegeven in Bijlage 3.

4.3 Gewone dwergvleermuis Foerageergebied In het plangebied zijn ten hoogste twee gelijktijdig foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze twee individuen foerageerden in verschillende tuinen in de omgeving, en waren af en aan aanwezig binnen het plangebied. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren, de beperkte tijd die ze in het plangebied aanwezig zijn en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis is. Vliegroutes De aanwezige lijnvormige elementen fungeren niet als vliegroute. Essentiële vliegroutes zijn dan ook niet aanwezig in het plangebied. Zomer- en kraamverblijfplaatsen Er zijn geen verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen, of aanwijzingen daartoe, in het plangebied aangetroffen. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen. Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

8

4.4 Rosse vleermuis Foerageergebied In het plangebied is tweemaal hoog boven het plangebied zeer kortstondig een foeragerende rosse vleermuis waargenomen. Deze twee individuen foerageerden op grote hoogte boven het plangebied en vertoonden geen binding met het plangebied. Aangezien het plangebied geen geschikt foerageergebied is voor rosse vleermuis en de dieren geen binding hadden met het plangebied, kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor rosse vleermuis is. Zomer- en kraamverblijfplaatsen Er zijn geen verblijfplaatsen van rosse vleermuizen, of aanwijzingen daartoe, aangetroffen in de aanwezige bomen in het plangebied. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen.

4.5 Laatvlieger Foerageergebied Tijdens het onderzoek is tweemaal kortstondig, hoog boven het plangebied een foeragerende laatvlieger waargenomen. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor laatvlieger is. Zomer- en kraamverblijfplaatsen Er zijn geen verblijfplaatsen van laatvlieger, of aanwijzingen daartoe, aangetroffen in het plangebied. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen.

4.6 Ruige dwergvleermuis Foerageergebied In het plangebied is een foeragerende ruige dwergvleermuis waargenomen. Dit individu was zeer kortstondig binnen het plangebied aanwezig. Op grond van het beperkte aantal foeragerende dieren en de in ruime mate aanwezige alternatieve foerageermogelijkheden in de directe omgeving kan gesteld worden dat het plangebied geen essentieel foerageergebied voor ruige dwergvleermuis is. Zomerverblijfplaats Er zijn geen verblijfplaatsen van ruige vleermuizen aangetroffen. Ook zijn er geen verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied aangetroffen.

4.7 Samenvatting resultaten Onderstaande tabellen geven een overzicht van de aan getroffen soorten en functies. In hoofdstuk 5 is voor deze functies het effect van de ingreep beschreven. Vervolgens is beoordeeld of effecten een overtreding zijn van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

9

Tabel 2. Samenvatting van de waargenomen vleermuissoorten en functies in het plangebied. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Soort

Verblijfplaats functie

Andere functie

Zomer

Kraam

Vliegroute

Foerageergebied

-

-

-

2

-

-

-

1

-

-

-

2

-

-

-

2

gewone dwergvleermuis ruige dwergvleermuis laatvlieger Rosse vleermuis

Tabel 3. Samenvatting van de waargenomen vogelsoorten en functies. De getallen geven het (geschatte) aantal individuen per functie weer. Soort

Huismus

Functie Nest

Kwetterplek

Foeragerend

Essentieel leefgebied

0

0

10

nee

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

10

Effectbepaling en toetsing aan de Wet natuurbescherming 5.1 Effectbepaling van de ingreep Huismus In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van huismus aangetroffen. Wel wordt het plangebied gebruikt door ongeveer 10 dieren om te foerageren, die broeden onder het dak van de buren op nr 7a. Het plangebied maakt echter geen deel uit van essentieel leefgebied van de huismus. Bij de ingreep wordt het pand gesloopt en (waarschijnlijk) alle groen verwijderd. Door de ingreep gaat de foerageermogelijkheid, niet zijnde essentieel, in ieder geval tijdelijk verloren. Er gaan bij de voorgenomen werkzaamheden geen nestplekken of andere beschermde functies verloren. Vleermuizen Het plangebied wordt als foerageergebied gebruikt door gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en overvliegende rosse vleermuis. Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied. Bij de ingreep wordt het pand gesloopt en (waarschijnlijk) alle groen verwijderd. Door de ingreep gaat de foerageermogelijkheid, niet zijnde essentieel, in ieder geval tijdelijk verloren. Er gaan bij de voorgenomen werkzaamheden geen verblijfplaatsen of andere beschermde functies verloren.

5.2 Toetsing Wet natuurbescherming Omdat uit de effectbepaling blijkt dat negatieve effecten niet aan de orde zijn, is een overtreding van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

11

Conclusies en vervolgstappen 6.1 Conclusies Algemeen •

Het onderzoek heeft plaatsgevonden volgens de richtlijnen uit het Kennisdocument Huismus en het Vleermuisprotocol 2017, waardoor gesteld kan worden dat het plangebied afdoende is geïnventariseerd.

•

Voor het uitvoeren van de werkzaamheden is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Resultaten •

Het plangebied heeft geen essentiële functie voor huismus.

•

Het plangebied fungeert als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger en overvliegende rosse vleermuis. Het betreft een niet-essentieel foerageergebied.

•

In het plangebied zijn geen vliegroutes waargenomen.

•

In het kraamseizoen zijn geen zomer- en/of kraamverblijfplaatsen aangetroffen.

Effecten •

Negatieve effecten zijn niet aan de orde.

Toetsing •

Met het uitvoeren van de werkzaamheden worden de Wet natuurbescherming niet overtreden.

6.2 Vervolgstappen De werkzaamheden, en dan met name het rooien en kappen van bomen en groen, dient buiten het vogelbroedseizoen uitgevoerd te worden. Gezien de te verwachten vogelsoorten in de tuin loopt het broedseizoen van 15 maart tot 15 juli. Daarnaast worden er in de tuin algemene zoogdiersoorten als egel en muizensoorten verwacht. Daarbij is het belangrijk dat deze dieren niet moedwillig worden gedood of verwond (in het kader van de zorgplicht). De werkzaamheden zijn een kans om natuurinclusief te werken. Hiermee kunnen vaak op relatief eenvoudige manier extra maatregelen genomen worden die bijdragen aan behoud en herstel van biodiversiteit. In het geval van dit plangebied zijn goede opties het laten staan van bijvoorbeeld het groen op de erfgrens met huisnummer 7 of terugplaatsen van functioneel groen voor de aanwezige huismussen, bijvoorbeeld met wintergroene soorten zoals meidoorn, (wilde) liguster of coniferen. Met name in de buurt van de nesten zijn schuilplaatsen in de vorm van groenblijvende struiken beneficiair door de huismus. In de nieuwe woningen kunnen nieuwe nestplekken worden opgenomen, bijvoorbeeld met voor huismus geschikte nestkasten of het toegankelijk maken van delen van het dak.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

12

Bronnen 7.1 Literatuur •

Barataut, M., 2015. Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze. Muséum national d’Histoire naturelle, Paris [Inventaires et biodiversité series].

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht

•

BIJ12, 2017.Kennisdocument Huismus (Passer domesticus), Versie 1.0. BIJ12, Utrecht.

•

Dietz, C., O. von Helversen & D. Nill, 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noord-West Afrika. Tirion Natuur.

•

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. [http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol. (2-92021)].

7.2 Websites •

wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01

•

www.batecho.eu

•

www.bij12.nl

•

www.telmee.nl

•

www.verspreidingsatlas.nl/

•

www.vleermuis.net

•

www.waarneming.nl

7.3 Project gerelateerde bronnen •

Quickscan flora en fauna, Ecoresult; M.J.A. van der Neut, 2018

•

Rapportage 2019-037- Vleermuisonderzoek Herenweg 9-11 Maarssen, Econatura. 2019

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

13

Bijlage 1.

Foto-impressie plangebied

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

14

Bijlage 2.

Wet natuurbescherming

Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •

bescherming van Natura 2000-gebieden,

•

bescherming van soorten,

•

bescherming van houtopstanden.

Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html).

Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •

leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of

•

natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de

Habitatrichtlijn. Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel bin nen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •

de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren

of, •

een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag.

Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.

beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,

2.

beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,

3.

beschermingsregime andere soorten.

1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

15

1.

opzettelijk vogels te doden of te vangen;

2.

opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;

3.

eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;

4.

opzettelijk vogels te storen.

Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn.

2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,

•

het Verdrag van Bern, bijlage II,

•

het Verdrag van Bonn, bijlage I,

en alle planten uit: •

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,

•

het Verdrag van Bern, bijlage I.

Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1.

opzettelijk dieren te doden of te vangen;

2.

opzettelijk dieren te verstoren;

3.

opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen;

4.

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;

5.

opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,

te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1.

opzettelijk dieren te doden of te vangen;

2.

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;

3.

opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,

te ontwortelen of te vernielen.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

16

Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.

Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •

geen andere bevredigende oplossing bestaat;

•

geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;

•

en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en

artikel 3.10, lid 2). Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang.

Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •

houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;

•

houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;

•

naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;

•

uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;

•

het dunnen van een houtopstand;

•

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o

ten minste eens per tien jaar worden geoogst;

o

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;

o

zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

17

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland.

Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •

zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.

Onderzoek huismus en vleermuizen Herenweg 9-11 in Maarssen

RA21168-01

18

Bijlage 3.

Kaart waarnemingen huismus

Bijlage 4.

Kaart waarnemingen vleermuizen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1782/documents/39163