CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7. 20230619 Rom advies bedrijven- en milieuzonering agrarisch.pdf

Raad 1 juli 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 21: Weigering omgevingsvergunning en weigering vvgb herbouw schapenstal758 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ROM MILIEUADVIES Aan T.a.v. Onderwerp Olo-nummer Adviseur ROM Telefoon Datum Kenmerk

Gemeente Stichtse Vecht Meili Xia ROM advies bedrijven- en milieuzonering Otterspoorbroek 5-6 in Breukelen N.v.t. I. van Steenbergen 088 - 022 50 00 19 juni 2023 Z-2023-102928 / D2023-00023866

Inleiding Bij de gemeente Stichtse Vecht is een aanvraag binnen gekomen voor de realisatie van een nieuwe (grotere) schapenstal aan de Otterspoorbroek 5-6 in Breukelen. Initiatiefnemer is voornemens op perceel BKL07 C 2478200 in totaal 200 schapen te gaan houden. De gemeente heeft ons gevraagd of het houden van 200 schapen een hobbymatige- of bedrijfsmatige activiteit is. In dit advies onderbouwen wij ons standpunt hierover. Advies 1. Het realiseren van een schapenstal van 60 m2 en het houden van 200 schapen is een bedrijfsmatige activiteit. Inhoudelijke beoordeling 1.1 Er is geen wettelijke grondslag om te bepalen of activiteiten als ‘inrichting’ gezien kunnen worden. Van belang is of de activiteiten moeten worden gezien als een ‘inrichting’ zoals bedoeld in artikel 1.1, onder d van de Wet milieubeheer. Een activiteit is een inrichting als er aan twee voorwaarden wordt voldaan: 1. De activiteit is bedrijfsmatig of heeft een omvang alsof het bedrijfsmatig is; 2. Er moet een categorie uit bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht van toepassing zijn. Er is geen wettelijke grondslag om te bepalen of er sprake is van ‘een omvang alsof het bedrijfsmatig is’, in dit geval of er sprake is van hobbymatig houden van dieren. 1.2 Uit jurisprudentie blijkt dat het houden van 50 tot 60 schapen in ieder geval als bedrijfsmatig wordt gezien.

In de bijlage geven we een opsomming van aspecten die meewegen bij de beoordeling of er sprake is van een bedrijfsmatige activiteit. Er is jurisprudentie over dit onderwerp waarbij niet alleen het aantal dieren van belang is maar ook de manier waarop de dieren worden gehouden en of er sprake is van economisch voordeel (zie bijlage). Het houden van 200 schapen met een stal van 60 m 2 zien wij vanwege de jurisprudentie als bedrijfsmatig. Wat is getoetst?  Mail bericht met vraagstelling vanuit de gemeente Stichtse Vecht (d.d. 13 juni 2023) Waaraan is getoetst?  Wet milieubeheer

Pagina 1 van 2

Bijlage Brief van ministerie VROM In een brief van het toenmalige ministerie VROM is aan gemeenten over het kleinschalig houden van dieren (kenmerk DWL/99192791) een opsomming gegeven van aspecten die meewegen bij de beoordeling of er sprake is van een bedrijfsmatige activiteit. 1. continuïteit van de activiteit (hoelang zal de situatie voortduren?); 2. winstoogmerk van de activiteit (wat is de verhouding tussen kosten en opbrengsten?); 3. hinder die de activiteit veroorzaakt; 4. omvang van de dierstapel (hoeveel dieren worden gehouden en van welke soort zijn ze?); 5. huisvesting waarin de dieren worden gehouden (is er sprake van speciale voorzieningen?); 6. commerciële doeleinden (worden er bijvoorbeeld advertenties gezet?); 7. gebruik/de aanwending van de dieren (houdt men de dieren voor hobby, eigen gebruik of gezinsconsumptie?); 8. perceel grootte; 9. omgeving waarin het houden van dieren wordt verricht (houdt men de dieren bijvoorbeeld in het landelijk gebied of in de stad?). Uitspraak Raad van State 200204016/1 Wijdemeren Onderwerp: Begrip inrichting, kleinschalig of hobbymatig gehouden dieren Inleiding: Er verblijven 50 tot 60 schapen in weilanden achter woningen van derden. In de aflamperiode worden deze schapen ondergebracht in een stal waar eveneens 3 stieren en 2 geiten zijn gehuisvest. De vraag is of het houden van de dieren als inrichting kan worden aangemerkt.

Afdeling: Alhoewel een bedrijfsmatige activiteit niet is gebleken, is de Afdeling gelet op het soort, het aantal en de wijze waarop deze dieren gehuisvest zijn, waardoor een zekere continuïteit bestaat van de verrichte activiteiten, evenwel van oordeel dat sprake is van een bedrijvigheid in een omvang alsof zij bedijfsmatig is. Hierbij is niet van belang of de drijver van de inrchting (verzorger) ook daadwerkelijk eigenaar is van de gehouden dieren, nu in artikel 1.1, eerste lid van de Wm is bepaald dat het gaat om elke door de mens ondernomen bedrijvigheid. Het standpunt van verweerder, dat nu het een zogenoemde collectieve schapenhouderij betreft er geen sprake kan zijn van een inrichting in de zin van de Wm, kan de Afdeling niet volgen, nu alle schapen gedurende een aanmerkelijke periode per jaar tijdens het aflammeren in de stal worden gehouden. Tussen de inrichting en de weilanden gelegen achter de woningen bestaan niet zodanige bindingen die de conclusie rechtvaardigen dat de gemeenschappelijke weide deel uitmaakt van de inrichting. Datum uitspraak: 9 april 2003 Zaaknummer: 200204016/1

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2871/documents/59823