Bijlage 6. Welstandsnota Stichtse Vecht 2013.pdf
Tekst van het document
De individuele woning binnen een rij is deel van het geheel
Woningen aan de Lisdodde wijken af in massaopbouw, materiaal en kleur
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 87
Vierde Kwadrant Gebiedsbeschrijving Het Vierde Kwadrant wordt een woongebied aan de noordoostzijde van Kockengen. Naast rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en enkele vrijstaande drijvende woningen voorziet het verkavelingsplan ook in enkele appartementengebouwen. In het inrichtingsplan wordt gestreefd naar een harmonieus en ingetogen beeld dat past bij het landschap en de omgeving. De bebouwing is onderverdeeld in drie clusters. Per cluster komt samenhang in stijl, materiaal en kleur. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de stedenbouwkundige clusters in een zorgvuldige en gevarieerde architectuur. De dynamiek van het gebied is de komende periode hoog. Het moet nog gebouwd worden. Aanvullend beleid Voor het Vierde Kwadrant is een beeldkwaliteit- en inrichtingplan opgesteld. De uitgangpunten van dit plan zijn bij de ontwikkeling van het gebied aanvullend van toepassing. Gewoon welstandsgebied Het Vierde Kwadrant is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op de totstandkoming en het beheer van het afwisselende beeld zonder dissonanten tussen de individuele gebouwen en het aanzien vanuit omringende gebieden.
Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de totstandkoming en het behoud van samenhang in het afwisselende straatbeeld op het niveau van de massa's, architectonische uitwerking en in het materiaalen kleurgebruik.
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 88
Gebied KO3
Vierde Kwadrant Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon, waarin vooral de voorgevelrooilijnen en hoeken van belang zijn • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte(n) • bijgebouwen staan bij voorkeur achter het hoofdgebouw • gebouwen met een bijzondere functie zoals scholen kunnen een meer vrije positie innemen en daarbij een meerzijdige oriëntatie krijgen Massa • de bouwmassa is gedifferentieerd en evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster bezien vanuit de openbare ruimte • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van drie lagen met plat dak of twee lagen met kap met de nok evenwijdig aan of dwars op de voorgevel • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen indien goed zichtbaar vanuit de openbare ruimte vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa en bij voorkeur per woningtype gelijk uitvoeren • appartementengebouwen en gebouwen met bijzondere functies harmoniëren met het karakter van het gebied en kunnen afhankelijk van hun ligging afwijken van de gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en sober • gevels hebben bij voorkeur een horizontale geleding •
elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per stedenbouwkundige eenheid in samenhang • materialen zijn duurzaam • gevels zijn in hoofdzaak van baksteen of hout, hellende daken dekken met pannen • kleuren zijn terughoudend • op- en aanbouwen indien zichtbaar vanuit de openbare ruimte in kleur en materiaal afstemmen op de hoofdmassa
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 89
Gebied KO3
Maarssen Dorp Beschrijving Het beschermd dorpsgezicht van Maarssen bestaat uit het historische dorp met enerzijds aaneengesloten grachtenpanden en anderzijds buitenplaatsen met parken zoals Vechtestein en Goudestein. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Parkweg, Wilhelminaweg, Kaatsbaan, Breedstraat en een deel van de Diependaalsedijk. De straten langs de Vecht zijn stenig met aaneengesloten straatwanden met individuele panden en korte rijen woningen. Voortuinen komen voor. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Het dorpscentrum van Maarssen heeft veel verschillende functies. Woningen worden afgewisseld met andere functies als winkels, bedrijven, kerken en scholen. De gevarieerde bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de Vecht of anders de weg en heeft een individueel karakter, hoewel bij rijen herhaling voorkomt. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee lagen en variërende kappen. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Door de verschijningsvorm van de individuele gevels en de gesloten straatwanden ontstaat een levendig straatbeeld. Ook het beeld vanaf de Vecht is levendig. Richting het noorden worden de kavels breder en de bebouwing meer grootschalig.
Hier liggen de meeste buitenplaatsen. Er is meer afstand tussen de bebouwing en minder regelmaat in de plaatsing langs de weg met veel ruimte voor groen. De buitenplaatsen vormen een aaneengesloten groene zone met een parkachtig karakter, die doordringt tot in het centrum van Maarssen. De bebouwing heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige veelal rijke detaillering. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oorspronkelijke gevels hebben veel accenten terwijl de detaillering van nieuwere panden vaak sober is. Bijgebouwen zijn veelal eenvoudiger gedetailleerd dan het hoofdgebouw. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen in aardtinten, soms van natuursteen of in een lichte tint gepleisterd. Kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Bijzondere elementen zijn bijvoorbeeld Bolenstein, de historische kerken, ophaalbrug en kaden. Deze gebouwen en bouwwerken vormen accenten door hun ligging en afwijking in massa, opbouw en vorm.
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 90
Gebied MA1
Maarssen Dorp Waardebepaling en ontwikkeling Maarssen Dorp heeft een rijke geschiedenis. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing, de meer grootschalige ensembles van de buitenplaatsen en het relatief lege groene buitengebied. Het dorp is aangewezen als beschermd dorpsgezicht, deels door het Rijk en deels door de gemeente zelf. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol. Een deel hiervan is aangewezen als monument. Meerdere buitenplaatsen zijn door het Rijk in hun samenhang aangewezen als historische buitenplaatscomplexen. De dynamiek van het beschermd dorpsgezicht is laag en betreft veelal kleine wijzigingen. Beschermd en bijzonder welstandsgebied Maarssen Dorp is grotendeels beschermd welstandsgebied. Het deel dat buiten het van rijkswege beschermde gezicht ligt, is bijzonder welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van de oorspronkelijk structuurelementen, de cultuurhistorische bebouwing in een groene omgeving. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een zorgvuldige en gevarieerde vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en kleuren (Maarssen heeft een kleurenwaaier voor monumenten). Voor beschermde dorpsgezichten gelden meer regels. Dit geldt ook voor welstand.
De criteria bestaan uit gewone gebiedscriteria en aanvullende criteria voor met name kleine plannen. Deze aanvullende criteria zijn vastgelegd om de specifieke kenmerken van de architectuur van het gebied te behouden. Op een aantal punten wijken deze dan ook af van de standaarden voor kleine planen, die elders vrijgegeven zijn of binnen de voor de hele verdere gemeente geldende criteria vallen.
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 91
Gebied MA1
Maarssen Dorp
Gebied MA1
Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het dorpse karakter van het gebied behouden • hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en op het water (eventueel meerdere voorgevels geven), met in de eerste lijn bebouwing boerderijen en (buiten)huizen en in de tweede lijn stallen, bijgebouwen en schuren • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • historische perceelsbreedtes en samenhangende, straatwanden behouden • gevels zijn deel van straatwanden, waaraan de perceelsbreedte is af te lezen • bijgebouwen staan bij voorkeur uit het zicht en achter de voorgevelrooilijn Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het dorpse karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw tot drie lagen met eenduidige kap, afgestemd op de context • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de verkavelingsrichting dwars op of parallel aan de Vecht of de weg • de entree ligt in principe aan de
belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden • gebouwen met bijzondere functies mogen afhankelijk van hun positie in het gebied afwijken van gebruikelijke massa, opbouw en vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de dorpse bebouwing • gevelcompositie afstemmen op de bestaande situatie • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • gevelopeningen zijn staand • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn ingetogen, verouderen mooi, harmoniëren met belendingen en passen in het traditionele straatbeeld • gevels in hoofdzaak uitvoeren in aardkleurige baksteen of in lichte tint pleisteren, hellende daken dekken met matte, keramische pannen • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren harmoniëren met de omringende bebouwing Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 92
Gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte
Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa
Maarssen Dorp
Gebied MA1
Aanvullende welstandscriteria Voor het beschermd dorpsgezicht gelden de volgende aanvullende criteria: Aanvullende algemene criteria • voor het bouwen, verbouwen of slopen binnen het beschermd dorpsgezicht moet men advies inwinnen bij de gemeente • bij verbouwing en herbouw worden in principe de bestaande goothoogtes, nokhoogtes en dakhellingen gehandhaafd • wijzigingen spelen in beginsel een ondergeschikte rol in het straatbeeld • wijzigingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdgebouw en het straatbeeld • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar
Individuele en afwisselende bouw langs stenige straten
Kleine plannen algemeen • wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op het hoofdvolume • bij aanpassingen aan vrijstaande gebouwen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar Aanbouwen • aanbouwen zoveel mogelijk achter het hoofdgebouw plaatsen of naast hoofdgebouw in de straatwand opnemen en grotere aanbouwen uitvoeren met kap Bijgebouwen • bijgebouwen in de eerste lijn hebben hoofdzakelijk gevels van baksteen (of vergelijkbaar steenachtig materiaal), grotere bijgebouwen hebben een kap • bijgebouwen in de tweede lijn hebben gevels van hout in een donkere en gedekte kleur of zijn van baksteen, grotere bijgebouwen hebben een kap Gevelwijzigingen • alleen als het herstel van historisch wenselijke eigenschappen betreft • kozijnen liggen bij voorkeur verdiept in het gevelvlak • kozijnen zijn in beginsel van hout en hebben een traditionele Hollandse profilering Dakkapellen en dakramen • de zijwangen van dakkapellen uitvoeren in zink of bekleden met horizontale delen in een donkere en gedekte kleur of de kleur van het houtwerk • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand • dakkapellen en dakramen blijven in principe minimaal 1,00 m onder de nok • vlakke dakramen hebben een staande diagonaal, worden horizontaal gelijnd (geen strookramen) en zijn in samenhang met
onderliggende gevelindeling
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 93
De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig
Dorpslinten Maarssen Beschrijving De dorpslinten van Maarssen hebben overwegend gevarieerde, kleinschalige bebouwing uit diverse periodes in een gegroeide en compacte structuur met als basis het individuele pand met een dorps karakter. De linten bestaan hoofdzakelijk uit de bebouwing aan de Klokjeslaan, Driehoekslaan, Stationsweg, Binnenweg en een deel van de Parkweg, Kortelaan, Nassaustraat en Maarsseveensevaart. Ook de oude dorpsbebouwing direct grenzend aan het beschermd gezicht aan onder andere de Raadhuisstraat, Termeerweg, Emmaweg en Kerkweg maakt deel uit van dit gebied. Aaneengesloten dorpsachtige woningen worden afgewisseld met vrijstaande en twee onder één kapwoningen. Aan de Kerkweg staan enkele villa's. De vele voortuinen versterken het groene karakter. De Raadhuisstraat en omgeving zijn minder groen waarbij de woningen veelal gesloten gevelwanden vormen en direct aan de stoep staan. In het hele gebied is sprake van enige functiemenging. De rooilijn van de bebouwing volgt de weg en heeft kleine verspringingen. Bij rijen is de rooilijn in samenhang. Bebouwing is bij voorkeur georiënteerd op de weg en, langs de Zandweg en Binnenweg, op de Vecht. De bebouwing is gevarieerd en heeft een individueel karakter. De opbouw is eenvoudig tot gedifferentieerd en bestaat veelal uit één tot twee bouwlagen met een nadrukkelijke kap.
De nokrichting loopt evenwijdig aan of staat haaks op de weg. Gevels hebben in het algemeen een traditionele opbouw. Er komen veel verschillende op- en aanbouwen voor. Het lint heeft een grote diversiteit aan architectuurstijlen en een zorgvuldige detaillering, sober tot rijk. Siermetselwerk, fijn gedetailleerde gootklossen, daklijsten en kozijnen komen voor. Oude gevels hebben veel accenten terwijl bij nieuwere panden de detaillering vaak sober is. Het materiaal- en kleurgebruik is divers en terughoudend. Gevels zijn van baksteen, soms geverfd of gepleisterd in een lichte tint en kappen zijn gedekt met keramische pannen. Kozijnen zijn gewoonlijk uitgevoerd in geschilderd houtwerk. Gevels van bijgebouwen zijn van steen of hout. Uitzonderingen zijn de seriematige rijwoningen op een aantal plekken in de linten, met name aan de Driehoekslaan. De individuele woning is onderdeel van het geheel. Bijzondere elementen zijn de in het lint opgenomen boerderij Elsenburg aan de Klokjeslaan en de kerk aan de Kerkweg. Deze gebouw vormen accenten door hun ligging en afwijking in massa, opbouw en vorm. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van de dorpslinten is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gegroeide structuur met kleinschalige bebouwing aan groene straten. Diverse panden zijn door hun vorm en positie cultuurhistorisch waardevol.
De dynamiek van de linten is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Bijzonder welstandsgebied De dorpslinten van Maarssen zijn bijzondere welstandsgebieden. Het beleid is terughoudend en gericht op behoud van variatie zonder verrommeling, waarbij de grens met het beschermd gezicht aanvullende aandacht krijgt. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het gegroeide kleinschalige karakter, zonder wijzigingen en nieuwbouw onmogelijk te maken. Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 94
Gebied MA2
Bijzonder element is de boerderij Elsenburg aan de Klokjeslaan
Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa
Gevels zijn van (bak)steen, daken gedekt met keramische pannen
Dorpslinten Maarssen
Gebied MA2
Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • het kleinschalige, dorpse karakter van het gebied behouden • rooilijnen van de hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen enigszins ten opzichte van elkaar, bij rijen is de rooilijn in samenhang • de hoofdgebouwen oriënteren op de belangrijkste openbare ruimte en op het water • bijgebouwen staan achter de voorgevelrooilijn en bij voorkeur uit het zicht Massa • de bouwmassa is evenwichtig, in harmonie met het kleinschalige karakter van het gebied en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm en nokrichting) • gebouwen zijn individueel en afwisselend en hebben een eenvoudige tot gedifferentieerde opbouw met een rechthoekige plattegrond • de individuele woning binnen een rij is deel van het geheel • gebouwen hebben bij voorkeur een onderbouw van één tot twee lagen met een kap • de nokrichting is evenwijdig aan de verkavelingsrichting of de weg • de entree ligt in principe aan de belangrijkste openbare ruimte • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume en hebben bij voorkeur een eenvoudige kap van minstens 30 graden Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering
zijn zorgvuldig en evenwichtig • de architectuur volgt het beeld van de kleinschalige bebouwing • begane grondlaag afstemmen op geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen, zijgevels hebben in beginsel vensters • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • ramen zijn bij voorkeur staand of (verticaal) onderverdeeld • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn terughoudend en bij voorkeur traditioneel • gevels in hoofdzaak uitvoeren in baksteen of deels invullen met hout • hellende daken bij voorkeur dekken met (matte) keramische pannen en incidenteel met (natuurlijk) riet • houtwerk schilderen in traditionele kleuren • kleuren afstemmen op de omringende bebouwing
Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs groene straten
Gebouwen zijn individueel en afwisselend
De opbouw bestaat veelal uit één tot twee lagen met een kap
De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig
Aanvullende criteria voor kleine plannen • dakkapellen raken de gootlijn als dit bijdraagt aan de architectuur van de gevel en de straatwand
De individuele woning binnen een rij is onderdeel van het geheel Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 95
Omgeving Harmonieplein Beschrijving De voorzieningen zijn voor een deel geclusterd in gebieden met diverse vrijstaande gebouwen met voornamelijk publieke functies in een overwegend stenige omgeving. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan het Harmonieplein, de Harmonieweg, Gaslaan en een deel van de Bolensteinseweg en Bolensteinsestraat. De inrichting van de openbare ruimte is zorgvuldig en doelmatig. De gebouwen zijn vrijstaand en individueel. Ze zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte en hebben een verspringende rooilijn. Representatieve ruimten liggen in het algemeen aan de voorzijde. In het hele gebied is sprake van functiemenging, mede doordat boven de voorzieningen vaak gewoond wordt. De bebouwing is eenvoudig van opzet en heeft een grote variatie in maat en schaal. De opbouw is tot drie lagen hoog met een plat dak of een kap. Aan de rand komt ook hogere bebouwing voor. Gevels hebben een verzorgde detaillering die meestal eenvoudig is. Materialen zijn overwegend traditioneel of terughoudend. Kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang. Waardebepaling en ontwikkeling De omgeving van het Harmonieplein grenst aan het beschermd dorpsgezicht. De waarde is vooral gelegen in het afwisselende beeld van de gevarieerde bebouwing. De dynamiek van de gebieden is laag. Het beleid is terughoudend en gericht op het goed functioneren en beheer.
Gewoon welstandsgebied De omgeving van het Harmonieplein is een gewoon welstandsgebied. Het beleid is gericht op het behoud van variatie zonder verrommeling. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het gevarieerde karakter en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal en kleur.
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 96
Gebied MA3
Omgeving Harmonieplein
Gebied MA3
Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen staan vrij op de kavel • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • rooilijnen van de hoofdmassa’s liggen terug en volgen de weg • expeditieruimten zoveel mogelijk aan de achterkant van het gebouw situeren Massa • de bouwmassa en gevelopbouw zijn evenwichtig en in harmonie met het dorpse karakter van het gebied • gebouwen zijn vrijstaand, individueel en hebben een eenvoudige vorm • gebouwen hebben een onderbouw tot drie lagen met plat dak of kap • de individuele woning binnen een gebouw is deel van het geheel • de begane grondlaag van het gebouw afstemmen op de geleding, ritmiek en stijl van de hele gevel • entreepartijen vormgeven als accenten of zelfstandige volumes • bedrijven en voorzieningen zijn herkenbaar als zelfstandige eenheden • er zijn zo min mogelijk dichte gevels aan de straat Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn verzorgd en evenwichtig • de onderste gebouwlaag van complexen waar mogelijk transparant vormgeven in relatie met de openbare ruimte met een nadruk op entreepartijen en vergelijkbare functies (zo min mogelijk gesloten gevels aan het maaiveld) • accenten en geledingen ten behoeve van het onderscheiden van functies zijn wenselijk •
wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per cluster of complex in samenhang • grote vlakken bestaan uit materialen met een structuur zoals baksteen, houten betimmering, gevouwen staalplaat of met kozijnen onderverdeelde glazen puien • kleuren zijn terughoudend en in onderlinge samenhang
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 97
Vrijstaande gebouwen met veelal publieke functies in een stenige omgeving
Gebouwen met voorgevel richten op belangrijkste openbare ruimte
De individuele woning in een gebouw is onderdeel van het geheel
Friezenbuurt Beschrijving De Friezenbuurt ligt tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de Straatweg en heeft korte rijtjes aaneengebouwde woningen in een dichte bebouwingsstructuur langs smalle straten. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan de Friezenstraat, Kanaalstraat en Burgemeester Egginkstraat. De bebouwingsstructuur is in hoofdzaak gebaseerd op herhaling van de woning als basiseenheid, waarbij verbijzonderingen in de openbare ruimte accenten in massa en de vormgeving van hoeken en kappen hebben. Voortuinen komen voor en geven diverse smalle straten een groen karakter. De rooilijn is per cluster in samenhang en verspringt. De overgang tussen privé en openbaar gebied is vaak zorgvuldig vormgegeven door middel van bijvoorbeeld voortuinen, luifels en tuinmuurtjes. De bebouwing bestaat zowel uit vrijstaande en twee onder één kap woningen als rijen en vormt samenhangende clusters in gedifferentieerde composities. De opbouw van de woningen varieert, maar bestaat in het algemeen uit één tot twee lagen met een kap. Met name hoekwoningen hebben een gedifferentieerde opbouw met erkers, balkons, uitbouwen en serres. Gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten. De voorgevel is representatief en de overige in het zicht staande gevels ook. In de wijk komen veel op- en aanbouwen in diverse soorten en maten voor.
De detaillering is zorgvuldig, uitgewerkt tot op het kleinste niveau en per cluster in samenhang. De rand van het dak is benadrukt door een uitkragende dakgoot. Het materiaal- en kleurgebruik is per cluster in samenhang en veelal traditioneel. Gevels zijn grotendeels van baksteen met accenten en soms gestuct in lichte tinten. Hellende daken zijn in het algemeen gedekt met (oranje) keramische pannen. Kozijnen zijn van hout en in een lichte tint geschilderd. Waardebepaling en ontwikkeling De waarde is vooral gelegen in de stedenbouwkundige opzet met zorgvuldig vormgegeven woningen in gedifferentieerde opbouw. De dynamiek van dit gebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Gewoon welstandsgebied De Friezenbuurt is een gewoon welstandsgebied, waarin achterkanten van woningen soepel worden beoordeeld. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal.
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 98
Gebied MA4
Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon
Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa
Friezenbuurt
Gebied MA4
Welstandscriteria De bouwplannen worden in samenhang met de beschrijving getoetst aan de hand van de volgende criteria: Ligging • gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon • gebouwen met de voorgevel richten op de belangrijkste openbare ruimte • verspringingen in de rooilijn hebben een stedenbouwkundige aanleiding Massa • de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op de samenhang in rij of cluster • woningen hebben bij voorkeur een onderbouw van één of twee lagen met een eenduidige, nadrukkelijke kap (een zadeldak, mansardekap of schilddak) • de nokrichting is in beginsel evenwijdig aan de weg, een haakse richting komt voor als accent • accenten in hoogte en vormgeving hebben een stedebouwkundige aanleiding • gebouwen hebben representatieve voor- en zijgevels • uitbreidingen zoals aanbouwen en dakkapellen vormgeven als toegevoegd ondergeschikt element of opnemen in de hoofdmassa • dakvlakken alleen in beperkte mate onderbreken (voorkom grote dakkapellen, -ramen en -opbouwen) • bijgebouwen zijn ondergeschikt aan de hoofdmassa en eenvoudig van vorm Architectonische uitwerking • de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, evenwichtig en per cluster in samenhang • baksteenarchitectuur voert de boventoon • gevels hebben een horizontale geleding met verticale accenten • elementen in de gevel zoals deuren en ramen in een logische
verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen • kozijnen, dakgoten, daklijsten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren • traditioneel Hollandse houten kozijnen en (eenvoudige) profileringen zijn het uitgangspunt • wijzigingen en toevoegingen in stijl en afwerking afstemmen op het hoofdvolume en de rij of het cluster Materiaal en kleur • materialen en kleuren zijn per cluster in samenhang • gevels in hoofdzaak uitvoeren in (oranje of bruine) baksteen met hier en daar gepleisterde en siermetselwerkaccenten • hellende daken dekken met pannen • kleuren zijn traditioneel en in harmonie met de omringende bebouwing
Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 99
Korte rijen woningen in variërende baksteenarchitectuur
Woningen hebben bij voorkeur een onderbouw tot twee lagen met een kap
De architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig
Omgeving Dr. Plesmanlaan Beschrijving Het woongebied in de omgeving van de Doctor Plesmanlaan is in meerdere fasen gebouwd en bestaat uit een hoofdas met winkelcentrum en zijstraten met woningen in blokken of korte rijen van twee lagen met zadeldak in een veelal sobere baksteenarchitectuur. Het gebied bestaat onder andere uit de bebouwing aan en in de omgeving van de Doctor Plesmanlaan, Doctor Ariënslaan, Rembrandtsingel en Thorbeckelaan. De woningbouw heeft per cluster een samenhangende compositie door herhaling van zowel woningtype als rijen en blokken. De rechte rooi- en noklijnen zorgen per rij voor een samenhangend beeld en lopen evenwijdig aan de straat. In de oudere gebieden zijn de rijen relatief kort. De voorgevels van de woningen zijn veelal georiënteerd op de straat. Voor- en achtertuinen versterken het groene karakter. De rijwoningen hebben een eenvoudige opbouw van één tot twee lagen met een zadeldak waarbij de hoekwoningen vrijwel gelijk zijn aan de tussenwoningen. De herhaling van gevelelementen en schoorstenen geeft ritme aan het straatbeeld. Dakvlakken zijn regelmatig voorzien van dakkapellen en -ramen. Appartementengebouwen hebben diverse vormen en variëren in hoogte en architectuur. Recente gebouwen hebben veelal een verzorgde architectonische uitwerking. De materialisering en detaillering zijn in het algemeen eenvoudig en seriematig.
De meeste gevels zijn van baksteen en soms voorzien van grote houten of kunststof puien. Hellende daken zijn meestal voorzien van rode of donkere keramische pannen en worden veelal benadrukt door een uitkragende goot. Samenhangend kleurgebruik is standaard. Uitzondering zijn de verspreid over de wijk voorkomende vrijstaande woningen. Deze woningen hebben (onderling) verspringende rooilijnen en variëren in massa, architectonische uitwerking, materiaal- en/of kleurgebruik. Andere uitzondering is de flat aan de Dr. Plesmanlaan. Dit relatief grote gebouw heeft een winkelstrip met daarboven zes woonlagen en is daarmee duidelijk hoger dan de bebouwing in de omgeving. Bijzondere elementen zijn de verspreid over de wijk voorkomende gebouwen met bijzondere functies zoals scholen en diverse bedrijven. Deze gebouwen staan veelal vrij op de kavel en wijken af in massa, opbouw en vorm.
Gebied MA5
Gebouwen maken deel uit van een stedenbouwkundig patroon
Materialen en kleuren zijn degelijk en terughoudend en per rij in samenhang
Uitbreidingen vormgeven als ondergeschikt element of opnemen in massa
Waardebepaling en ontwikkeling De waarde van dit gebied is vooral gelegen in het rustige beeld van de straten met het groen van de bomen en in voortuinen. De architectuur is in het algemeen eenvoudig. De dynamiek van het woongebied is gemiddeld en betreft veelal kleine wijzigingen als dakkapellen en uitbouwen. Gewoon welstandsgebied Het woongebied in de omgeving van de Doctor Plesmanlaan is een gewoon welstandsgebied, waarin achterkanten van woningen soepel worden beoordeeld. Het beleid is gericht op het beheer van de rust in het groene straatbeeld en het aanzien vanuit omringende gebieden, waarbij de grens met het beschermd gezicht aanvullende aandacht krijgt. Bouwplannen aan achterkanten zonder invloed op het straatbeeld worden beperkt getoetst. Bij de beoordeling zal onder meer aandacht worden geschonken aan het behoud van het straatbeeld met herhaling in rooilijnen en gevelindeling en samenhang in zowel de architectonische uitwerking als het gebruik van materiaal. Welstandsnota Stichtse Vecht 2012, pagina 100
De individuele woning binnen een rij is deel van het geheel
Recent appartementengebouw met een verzorgde architectonische uitwerking