Bijlage 6 Quickscan Flora en Fauna.pdf
Tekst van het document
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
Postadres Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen
085 7737676
info@regelink.nl | www.regelink.nl
KvK 14081365 BTW NL822004379.B01 Triodosbank NL84TRIO 0390380458
Colofon Tekst, foto’s en samenstelling
Elle van Dijk
In opdracht van
Stichting Portaal - Utrecht
Naam opdrachtgever
Inge Oortgiesen
Rapportnummer
RA22032-01
Status rapport
Definitief
Datum oplevering rapport
27 april 2022
Aantal pagina’s
58
Collegiale toets
Arthur Hoffmann
Wijze van citeren
Elle van Dijk, 2023,Ecologische quickscan 17 woonblokken in
Maarssen. RapportRA22032-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.
Regelink Ecologie & Landschap Gerrit Zegelaarstraat 1 6709 TA Wageningen 085-7737676 info@regelink.nl www.regelink.nl Lid Netwerk Groene Bureaus
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
2
Inhoudsopgave 1
2 3
4
5
Aanleiding
5
1.1 1.2 1.3
5 5 6
Aanleiding Doel Natuurwet- en regelgeving
Werkwijze Plangebied en ingreep
9 11
3.1 3.2 3.3
11 12 16
Ligging plangebied Beschrijving plangebied Ingreep
Resultaten gebieden en houtopstanden
17
4.1
Natura 2000 gebieden
17
4.1.1 4.1.2 4.1.3
Ligging Natura 2000 gebieden Effectbeoordeling Natura 2000 Toetsing aan Wnb
17 17 18
4.2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
18
4.2.1 4.2.2
Ligging van het NNN Effectbeoordeling en toetsing Wnb
18 19
4.3
Bescherming van houtopstanden
19
4.3.1
Situatie houtopstanden
19
Resultaten soorten
20
5.1
Vogels
20
5.1.1 5.1.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
20 21
5.2
Planten
22
5.2.1 5.2.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
22 22
5.3
Vleermuizen
22
5.3.1 5.3.2 5.3.3
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling Toetsing Wnb
22 24 25
5.4
Knaagdieren
25
5.4.1 5.4.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
25 26
5.5
Muizen (ware-, woel- en slaapmuizen)
26
5.5.1 5.5.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
26 27
5.6
Marterachtigen
27
5.6.1
Resultaten aanwezigheid
27
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
3
6
7
5.6.2
Effect beoordeling en toetsing Wnb
28
5.7
Overige zoogdieren
28
5.7.1 5.7.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
28 29
5.8
Reptielen
30
5.8.1 5.8.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
30 30
5.9
Amfibieën
30
5.9.1 5.9.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
30 32
5.10
Vissen
32
5.10.1 5.10.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
32 32
5.11
Libellen
32
5.11.1 5.11.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
32 32
5.12
Vlinders
33
5.12.1 5.12.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
33 33
5.13
Overige ongewervelden
33
5.13.1 5.13.2
Resultaten aanwezigheid Effect beoordeling en toetsing Wnb
33 34
Conclusies en vervolgstappen
35
6.1 6.2 6.3
35 36 37
Naderonderzoek Zorgplicht Kansen voor versterken biodiversiteit: natuurinclusief werken
Literatuur en bronnen
38
7.1
Soortengroepen
38
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
40
Bijlage 2.
Foto-impressie plangebied
44
Bijlage 3.
Jaarrond beschermde nesten
47
Bijlage 4.
Beschermde planten, verspreiding en habitat
51
Bijlage 5.
Vrijgestelde soorten per provincie
55
Bijlage 6.
Stappen planstikstof depositie
56
Bijlage 7.
Stappenplan gebiedsbescherming
57
Bijlage 8.
Stappenplan soortenbescherming
58
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
4
1
Aanleiding
1.1 Aanleiding Woningcorporatie Stichting Portaal is van plan om de woningen van zeventien woonblokken te Maarssen te renoveren of te slopen. Het is volgens de Wet Natuurbescherming (Wn) en nationale en internationale regelgeving verplicht om voorafgaand aan een ruimtelijke ingreep onderzoek te doen naar de effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland (NNN). In bepaalde gevallen is het ook verplicht om melding te doen van het kappen van houtopstanden. In §1.3 wordt de voor natuur relevante wetgeving kort toegelicht. Deze rapportage geeft een inschatting van (potentiële) effecten van de ingreep op beschermde gebieden en beschermde soorten flora en fauna, in het kader van de Wet Natuurbescherming en Utrechtse soortenlijst. Beoordeeld wordt of effecten van de ingreep strijdig zijn met deze wet of Utrechtse soortenlijst. In bepaalde situaties is aanvullend onderzoek nodig en/of kan bekeken worden of er alternatieven zijn voor de ingreep of kan de werkwijze worden aangepast.
1.2 Doel Een ecologische quickscan wordt vaak door het bevoegd gezag vereist bij vergunningverlening voor ruimtelijke ontwikkelingen of bij beheer ingrepen. De rapportage ecologische quickscan is de basis voor eventuele verdere onderzoeken. Wij schrijven daarom uitgebreide quickscans waarin alle soortgroepen aan de orde komen. Met deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: •
Wat is de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN)?
•
Heeft de ingreep betrekking op houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming beschermd zijn?
•
Welke beschermde soorten flora en fauna zijn waargenomen of kunnen worden verwacht in het plangebied?
•
Heeft de ingreep (mogelijk) een negatief effect op beschermde gebieden? Verdere toetsing hiervan maakt geen onderdeel uit van deze quickscan.
•
Heeft de ingreep (mogelijk) een effect op de potentieel aanwezige beschermde flora en fauna?
•
Leidt het uitvoeren van de ingreep mogelijk tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming?
•
Is er voor de effecten op beschermde gebieden een nadere toetsing nodig?
•
Naar welke soorten en voor deze soorten belangrijke functies is aanvullend onderzoek nodig?
•
Zijn er mitigerende maatregelen mogelijk om overtredingen van de verbodsbepalingen Wet natuurbescherming te voorkomen (het opstellen van een mitigatieplan maakt geen deel uit van de quickscan)?
•
Welke vervolgstappen zijn er nodig, zoals nader onderzoek, ecologische werkprotocol, mitigatieplan en/of ontheffingsaanvraag?
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
5
1.3 Natuurwet- en regelgeving De Wet natuurbescherming (Wnb) is per 1 januari 2017 van kracht en bevat Europese en nationale natuurbeschermingsregels voor Natura-2000 gebieden, planten- en diersoorten en houtopstanden. Hieronder staan kort de belangrijkste punten, in Bijlage 1 is de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven. Bescherming van gebieden (Wnb) Natura 2000-gebieden zijn aangewezen vanuit de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn. Voor ieder gebied zijn doelstellingen vastgesteld om habitats en/of soorten te beschermen. Ingrepen en activiteiten in en nabij deze gebieden moeten worden getoetst op hun effect op de beschermde natuurwaarden. De bescherming van Natura 2000-gebieden staat in paragraaf 2.2 van de Wn. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn door de provincie aangewezen om een ecologisch netwerk van gebieden te vormen. De gebieden zijn planologisch beschermd via de Provinciale Ruimtelijke Verordening, waarin de regels en de wezenlijke waarden en kenmerken van gebieden in het NNN zijn beschreven. Voor activiteiten in (en soms rond) het NNN moet worden getoetst of ze negatieve effecten hebben op de kernkwaliteiten van het NNN. Bescherming van houtopstanden (Wnb) De Wet natuurbescherming beschermt bos en andere ‘houtopstanden’ zoals houtwallen, heester - en struikhagen, struwelen of beplantingen van bosplantsoenen.
Voor het kappen van houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming vallen moet een kapmelding bij het bevoegd gezag worden ingediend. De Wet natuurbescherming is van toepassing als: •
De houtopstand buiten de ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ ligt;
•
De houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen (voor uitzonderingen zie art. 4.1 Wn,Bijlage 1).
Bescherming van soorten (Wnb) De wet Natuurbescherming kent voor soorten drie beschermingsregimes: •
Beschermingsregime Vogelrichtlijn: Europees beschermde vogels (artikel 3.1)
•
Beschermingsregime Habitatrichtlijn: Europees beschermde flora en fauna behalve vogels (artikel 3.5)
•
Beschermingsregime Andere soorten: Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10)
Voor de beschermingsregimes zijn lijsten met soorten opgesteld. Per regime gelden een aantal verbodsbepalingen. In bepaalde situaties zijn soorten vrijgesteld of kan ontheffing aangevraagd worden indien aan een aantal voorwaarden is voldaan. In Tabel 1 zijn de verbodsbepalingen samengevat. Zorgplicht (Wnb) Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht (art 1.11). Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, en voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden,
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
6
dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd. De zorgplicht geldt dus ook voor nationaal beschermde soorten die voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld. Tabel 1. Verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming voor de drie regimes soortenbescherming
Storen
Eieren
Vernielen nesten/ verblijfplaatsen
Doden/vangen
Soorten Vogelrichtlijn art. 3.1
Soorten Habitatrichtlijn art. 3.5
Art. 3.1.1 Het is verboden opzettelijk Art. 3.5.1 Het is verboden in het wild Art 3.10.1.a. Onverminderd van nature in Nederland in het wild levende dieren HR IV soorten artikel 3.5, 1 ste,4de en 5de lid, is het levende vogels van soorten als (Verdrag Bern en Bonn) in hun verboden in het wild levende bedoeld in artikel 1 van de natuurlijk verspreidingsgebied dieren, genoemd in de bijlage A, Vogelrichtlijn te doden of te vangen. opzettelijk te doden of te vangen. bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. Art. 3.1.2 Het is verboden opzettelijk Art. 3.5.4 Het is verboden de nesten, rustplaatsen en eieren van Voortplantings- of rustplaatsen van vogels als bedoeld in het 1 ste lid te dieren als bedoeld in het 1 ste lid te vernielen of te beschadigen, of beschadigen of te vernielen. nesten van vogels weg te nemen.
Art. 3.1.3 Het is verboden eieren Art. 3.5 3 Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het 1 ste lid van dieren als bedoeld in het eerste te rapen en deze onder zich te lid in de natuur opzettelijk te hebben. vernielen of te rapen. Art. 3.1.4 Het is verboden vogels als Art. 3.5.2 Het is verboden dieren als bedoeld in het 1ste lid opzettelijk te bedoeld in het 1ste lid opzettelijk te storen. verstoren.
Art. 3.1.5 Verbod onder 3.1.4 geldt niet als de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Plukken
-
Belangen ontheffing
Andere soorten art. 3.10
Art. 3.3 Ontheffing voorwaarden conform belangen VR
-
Art 3.10.1.b. Onverminderd artikel 3.5, 1 ste,4de en 5de lid, is het verboden de vaste voortplantings- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
-
-
-
Art. 3.5.5 Het is verboden planten HR (en Verdrag van Bern) in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.10.1.c. Onverminderd artikel 3.5, 1 ste, 4de en 5de lid, is het verboden vaatplanten genoemd in de bijlage B in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art. 3.8 Ontheffing voorwaarden conform belangen HR
Art. 3.11 vrijstelling/ ontheffing op basis van diverse belangen
Vrijstellingen (Wnb) en regionale lijsten Het ministerie van Economische Zaken heeft een lijst opgesteld met soorten waarvoor een vrijstelling geldt van een aantal verbodsbepalingen bij ruimtelijke ingrepen. Per provincie kunnen verschillende soorten zijn vrijgesteld (zie Bijlage 5). In Bijlage 1 wordt de wet- en regelgeving uitgebreider beschreven.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
7
Rode lijsten en Utrechtse soortenlijst Voor diverse soortgroepen zijn Rode Lijsten beschikbaar, deze hebben geen juridische status. Daarnaast is het van belang rekening te houden met de soorten die zijn opgenomen op de Utrechtse soortenlijst.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
8
2
Werkwijze
Bij het onderzoek is de volgende werkwijze gevolgd: Beschrijving situatie Het plangebied is op kaart ingetekend en de ligging en kenmerken zijn beschreven. Met informatie van de opdrachtgever is de ingreep en de planning van de werkzaamheden weergegeven. Bureauonderzoek Als onderzoeksgebied is het gebied tot een afstand van 500 meter vanaf het plangebied genomen. Voor het onderzoeksgebied is met recente bronnen en literatuur onderzocht welke beschermde soorten flora en fauna in de afgelopen 10 jaar zijn waargenomen. Hierbij zijn waarnemingen uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en gegevens uit recente verspreidingsatlassen en actuele websites gebruikt. Deze gegevens worden bij het hoofdstuk resultaten van de betreffende soortgroepen besproken. De gegevens in de NDFF zijn slechts een indicatie, aangezien het vaak toevallig waarnemingen betreft en geen systematisch onderzoek naar het voorkomen van soorten. Het ontbreken van waarnemingen in de NDFF sluit niet uit dat soorten kunnen voorkomen. Voor het bepalen van de ligging van het plangebied ten opzichte van beschermde gebieden (Natura 2000 en NNN) is gebruik gemaakt van provinciale kaartgegevens. Veldonderzoek Op 30 maart 2022 heeft ecoloog Elle van Dijk het plangebied bezocht. In het plangebied zijn de ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd waarbij verrekijker en fotocamera zijn gebruikt.
Een veldbezoek voor een quickscan flora en fauna is nadrukkelijk geen volledige inventarisatie. Dat betekent dat op basis van het veldbezoek het voorkomen van soorten niet per definitie is uit te sluiten. Resultaten Op basis van de bevindingen uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek is voor alle beschermde soorten bepaald of zijn in het plangebied kunnen voorkomen of potentieel kunnen voorkomen en welke mogelijke functie het plangebied voor deze soorten heeft. Per soortgroep is in het hoofdstuk resultaten in tabelvorm aangeven welke soorten op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten op basis van specifieke habitateisen en/of de recente verspreidingsgegevens van soorten. Voor alle soorten die niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is vervolgens beargumenteerd waarom deze wel of niet potentieel kunnen voorkomen. Effectbeoordeling, toetsing en vervolgstappen Op basis van de verspreidingsgegevens en habitateisen van beschermde soorten en de biotoopkenmerken van het plangebied is ingeschat of beschermde soorten (potentieel) in het plangebied voorkomen en welke mogelijke functies het plangebied heeft voor beschermde soorten. Op grond van de beschreven ingreep is bepaald: 1.
Of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat hiervoor nog een aanvullende toetsing noodzakelijk is;
2.
Of de bescherming van houtopstanden aan de orde is;
3.
Of er negatieve effecten op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten en essentiële functies te verwachten zijn.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
9
4.
Of en zo ja naar welke beschermde soorten nader onderzoek moet worden uitgevoerd;
5.
Of de ingreep een overtreding van de Wet natuurbescherming kan inhouden en zo ja welke stappen nodig zijn om de ingreep uit te kunnen voeren zonder deze wet te overtreden.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
10
3
Plangebied en ingreep
3.1 Ligging plangebied Het plangebied betreft zeventien wooncomplexen te Maarssen gelegen in de bebouwde kom van de gemeente Stichtse Vecht, provincie Utrecht. Het plangebied is opgedeeld in tien deelgebieden en ligt ten noorden van de rivier de Vecht. In tabel 2 staan de adressen van de wooncomplexen en in welk deelgebied deze liggen. Tabel 2. Ligging wooncomplexen en indeling deelgebieden. Deelgebied
Adressen
1
Van Hogendorpstraat (nr. 1 – 14 even en oneven)
2
Kuijperstraat (nr. 60 – 104 even)
3
Kemperstraat (nr. 1 – 14 even en oneven)
4
Schaepmanstraat (nr. 60 – 106 even)
5
Schimmelpenninckstraat (nr. 1 – 14 even en oneven)
6
Troelstrastraat (nr. 60 – 106 even)
7
Jacob Catsstraat (nr. 2 - 40 even) Brederostraat (nr. 2 – 18 even)
8
Dr. Plesmanlaan (nr. 6 – 76 even) P.C. Hooftstraat (nr. 38 - 46 even) Constantijn Huygensstraat (nr. 2 – 64 even)
9
Dr. Plesmanlaan (nr. 78 – 96 even
10
Pieter de Hooghstraat (nr. 22 – 38 even)
Tussen de deelgebieden in liggen een aantal watergangen (zie figuur 1). Rondom het plangebied staan rijtjeshuizen, flats en appartementencomplexen. Aan de noordoostzijde ligt de rand van de bebouwde kom met daarachter weilanden. Ten westen liggen woningen met daarachter een strook bosrijke parken. Ten zuiden van het plangebied ligt de dorpskern van Maarssen. In totaal heeft het plangebied (de losse deelgebieden samen) een oppervlakte van ongeveer 2,7 hectare. In figuur 1 is de begrenzing van het plangebied met rood aangegeven.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
11
Figuur 1. Ligging van het plangebied, met de begrenzing in rood aangegeven. De nummers geven de deelgebieden aan. © Dienst voor het kadaster en de openbare registers, Apeldoorn, 2021.
3.2 Beschrijving plangebied In deze paragraaf worden de deelgebieden beschreven. Een overzicht van de exacte adressen is weergegeven in paragraaf 3.1. In Bijlage 2 zijn aanvullende foto’s van de plangebieden weergegeven. Deelgebied 1, 3 en 5 De appartementencomplexen aan de Schimmelpennickstraat, Kemperstraat en van Hogendorpstraat zijn van hetzelfde type en bestaan uit twee woonlagen. Een deel is allen laagbouw met een plat dak, boeiboorden en bakstenen muur. Het andere deel heeft dakpannen, bakstenen muren en boeiboorden langs de gehele gevel. Op een aantal plekken zij de kantpannen kapot waardoor er grotere ruimtes zijn om makkelijk onder de dakpannen te kruipen, zie figuur 2. Aan de voor- en achterzijde is het dak bereikbaar via de onderste rij dakpannen. Rondom de woonblokken zijn veel groenstroken en tuinen met lage en hoge beplanting zoals vlinderstruik (Buddleja davidii), rododendron (Rhododendron spec.), conifeer (Coniferales spec.) en verschillende soorten haagplanten zoals laurier laurierkers (Prunus laurocerasus). Ook staan er op enkele plekken naast de woonblokken bomen zoals populier (Populus) en is een enkele muur begroeit met klimop (Hedera helix).
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
12
Figuur 2. Het appartementencomplex aan de Schimmelpennickstraat. Hier is ruimte onder de dakpannen en achter de boeiboorden. © foto linksboven: Googlemaps, 2022. Deelgebied 2, 4 en 6 In deze deelgebieden, aan de Troelstrastraat, Schaepmanstraat en Kuyperstraat staan detzelfde type flatgebouwen. Deze gebouwen bestaan uit vijf lagen waarbij op de begane grond garageboxen gesitueerd zijn en daarboven bevinden zich appartementen. Tijdens het veldbezoek stond de zuidoostzijde van het flatgebouw aan de Troelstrastraat in de steigers in verband met schilderwerkzaamheden. Langs de zuidoost- en oostgevel is een lage heg aangeplant. Direct rondom de gebouwen is voornamelijk begroeiing aanwezig bestaande uit haagplanten. Aan een enkele zijde groeien bomen zoals wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia). Naast de balkons zijn grindplaten aan de gevel bevestigd. Langs de onderzijde van deze grindplaten zijn kieren van ongeveer 4 cm. Aan de noordwestgevel van het gebouw aan de Troelstrastraat zitten onder de ramen open stootvoegen. Bij de gebouwen aan de Schaepmanstraat en Kuyperstraat zitten deze open stootvoegen niet. Op de hoeken is er mogelijk ruimte tussen de dakrand en de muur, zie figuur 3.
Daarnaast zijn er op enkele plekken spleten achter de afwatering (rode cirkel op afbeelding) met toegang tot de ruimte achter de dakbetimmering die aan de voor en achterzijde van het gebouw onder de dakrand bevestigd is.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
13
Figuur 3. Flatgebouw aan de Troelstrastraat. Op de hoeken is ruimte onder de dakrand (blauwe pijlen) Alleen aan de noordwestgevel zitten er open stootvoegen in de muur. Onder langs de grindplaten is ruimte om tussen te kruipen (rode pijlen) en achter de bevestiging van de regenpijp bij het dak zijn inkruipruimtes. Deelgebied 7 en 10 De appartementencomplexen aan de Brederostraat, Jacob Catsstraat en Pieter de Hooghstraat bestaan uit twee woonlagen. Hier bevinden zich appartementen gebouwd in de jaren vijftig. Deze gebouwen hebben een bitumen dak, betonnen muren en boeiboorden langs de hele gevel, zie figuur 4. Tussen de muren en boeiboorden is langs de gehele gevel op verschillende plekken ongeveer 2 cm ruimte. Bij het wooncomplex aan de Pieter de Hooghstraat zijn deze ruimtes aan de voorzijde en zijgevel met gaas dichtgemaakt. Alleen ter hoogte van de portieken zit er geen gaas voor. Rondom de woonblokken liggen verschillende groenstroken. In de Brederostraat en Jacob Catsstrat zijn er open grasveldjes aangelegd tussen de wooncomplexen.
Figuur 4. Type woonblok aan de Brederostraat, Huygensstraat, Jacob Catsstraat, Plesmanlaan, Pieter de Hooghstraat en P.C. Hooftstraat. De boeiboorden lopen langs de gehele gevel en er zijn veel groenstroken aangeplant. Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen RA22032-01
14
In de Jacob Catstraat zijn in totaal tien nestkasten, geschikt voor huismus en gierzwaluw, geplaatst aan de woningen net buiten maar direct tegenover het plangebied. Zie figuur 5.
Figuur 5. Nestkasten (rode pijlen) aan de woningen tegenover het plangebied in de Jacob Catstraat. Deelgebied 8 en 9 De appartementencomplexen aan de Constatijn Huygenstraat, P.C. Hooftstraat en de Dr. Plesmanlaan zijn uit de jaren vijftig. Ze hebben twee woonlagen, hebben een bitumen dak, betonnen muren en boeiboorden langs de gehele gevel en de voortuinen bestaan uit lage begroeiing, zie figuur 6.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
15
Figuur 6. Wooncomplexen aan de Constatijn Huygenstraat. Achter de boeidboorden aan de zijgevel is ongeveer 3 cm ruimte. Aan de voorgevel en achterzijde is deze ruimte op verschillende plekken ontoegankelijk gemaakt door middel van roosters (rode pijl). Achter de boeiboorden zijn langs de zijgevels ruimtes van ongeveer 2cm. Ter hoogte van de portieken is deze ruimte 3 cm. In de Constantijn Huygenstraat zijn aan de woningen direct tegenover het plangebied nestkasten voor gierzwaluw en huismus bevestigd, zie figuur 5.
Figuur 7. Gierzwaluwnestkasten aan de zijgevel en huismusnestkasten (rode pijlen) aan de voorzijde van de woningen in de Constantijn Huygenstraat. Aan de noordoostzijde ligt de Dr. Plesmanlaan (doorgaande weg) met daarachter een watergang van ongeveer 8 meter breed.
3.3 Ingreep Stichting Portaal Utrecht is van plan om de zeventien woonblokken in het plangebied te slopen of te renoveren, na-isolatie van daken en gevels. Ten tijde van het schrijven van dit rapport zijn de precieze werkzaamheden en planning nog niet bekend.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
16
4
Resultaten gebieden en houtopstanden
4.1 Natura 2000 gebieden 4.1.1 Ligging Natura 2000 gebieden Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ’Oostelijke Vechtplassen’. Dit gebied ligt op een afstand van 900 meter van het plangebied.
Figuur 8. Ligging van het plangebied (begrenzing in rood aangegeven) ten opzichte van Natura 2000 gebied ‘Oostelijke Vechtplassen’. De ligging van Natura 2000-gebieden is in blauw (Vogelrichtlijn) en groen (Habitatrichtlijn) aangegeven. © Provinciale kaartenbank Provincie Utrecht, versie 31 maart 2023).
4.1.2 Effectbeoordeling Natura 2000 Effecten op Natura 2000-gebieden bestaan uit verlies aan habitat, negatieve effecten op soorten en verstorende effecten. In de effectenindicator (https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12) worden 19 verschillende storende factoren onderscheiden, waaronder effecten door geluid, trilling, visuele verstoring, verdroging en vermesting. De meeste storingsfactoren vinden plaats wanneer ingrepen daadwerkelijk in het gebied plaatsvinden. Dat is in deze situatie niet aan de orde, aangezien het plangebied geheel buiten de Natura 2000-gebieden ligt. Effecten van buitenaf noemen we verrijkende effecten, zoals trilling, geluid of visuele verstoring en vermesting. Stikstofdepositie is een voorbeeld van verrijkende vermesting. De sloop- en renovatie werkzaamheden vinden plaats buiten de Natura 2000-gebieden, waarbij de kortste afstand ongeveer 900 meter is. Door de beperkte omvang, buffering door omliggende wegen en bebouwing en de aard van de werkzaamheden in aanleg en gebruik van dit project is het uitgesloten dat negatieve effecten door trilling, geluid of visuele verstoring zullen optreden.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
17
4.1.3 Toetsing aan Wnb Natura 2000 gebieden zijn Europese beschermingszones met specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor leefgebieden voor bepaalde vogels en/of bescherming van natuurlijke habitats voor habitatrichtlijnsoorten. Deze Natura 2000 gebieden zijn beschermd binnen de Wnb. Het is volgens artikel 2.7, lid 2 verboden om zowel binnen als buiten Natura 2000-gebied activiteiten uit te voeren met negatieve effecten gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren en/of,
•
een significant verstorend effect hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
Vanwege de uitspraak van de Raad van State (mei 2019) is het stikstofbeleid (PAS) waarbij een drempelwaarde voor depositie van 0,05 mol/ha gold, niet meer geldig. Werkzaamheden mogen daarom op dit moment geheel geen stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden veroorzaken. Vanaf 1 juli 2021 is de Wet stikstof reductie en natuurverbetering van kracht, die de Wet Natuurbescherming wijzigt door toevoeging van een aantal stikstof-gerelateerde artikelen. Voor kleine tijdelijke werkzaamheden geldt een vrijstelling van natuurvergunningplicht in de aanlegfase (rijkoverheid.nl, 2021). TIJDENS de geplande werkzaamheden is er beperkte uitstoot van stikstof, die gezien de vrijstelling voor tijdelijke activiteiten niet leidt tot een overtreding van de Wn. Daarbij zijn er geen negatieve effecten te verwachten in de nieuwe situatie NA de werkzaamheden. Voor wat betreft Natura 2000 gebieden is de ingreep geen overtreding van de Wn.
4.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) 4.2.1 Ligging van het NNN Het plangebied ligt op 295 meter afstand van het NNN (zie figuur 3).
Figuur 9. Ligging van het plangebied (begrenzing in rood aangegeven) ten opzichte van het NNN (in oranje aangegeven). © Provinciale kaartenbank (versie 31 maart, 2023).
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
18
4.2.2 Effectbeoordeling en toetsing Wnb Omdat het plangebied buiten het NNN ligt, en de Provincie Utrecht geen externe werking kent, zijn er redelijkerwijs geen negatieve effecten te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Aangezien uit de effectbeoordeling blijkt dat er geen negatieve effecten op het NNN worden verwacht is een toetsing aan de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN is niet van toepassing.
4.3 Bescherming van houtopstanden 4.3.1 Situatie houtopstanden Op dit moment is het niet bekend of er bomenkap plaats gaat vinden. Indien er binnen het plangebied geen bomen worden gekapt is dit beschermingsregime niet van toepassing op dit project en hoeft er geen toetsing aan de Wet Natuurbescherming plaats te vinden.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
19
5
Resultaten soorten
5.1 Vogels Alle vogels zijn beschermd volgens het beschermingsregime Vogelrichtlijn. Daarbij heeft het Ministerie van LNV heeft een lijst met vogelsoorten vastgesteld waarvan de nesten het hele jaar door beschermd zijn aangepast. Hierbinnen zijn verschillende categorieën, waarvan voor soorten van categorie 1-4 de nestplaatsen jaarrond beschermd zijn. Voor soorten van categorie 5 is een inventarisatie gewenst om te beoordelen of er voldoende alternatieven in de omgeving zijn. De provincies Overijssel, Gelderland en Limburg hebben een eigen lijst, met een eigen indeling van categorieën. In Bijlage 3 is dit toegelicht en zijn de lijsten met jaarrond beschermde nesten opgenomen.
5.1.1 Resultaten aanwezigheid Vogelsoorten met (jaarrond) beschermde nesten (categorie 1 - 5) Het plangebied bestaat uit tien verschillende deelgebieden met verschillende type gebouwen. In tabel 3 is per deelgebied aangegeven of er potentie is voor broedvogels binnen dit beschermingsregime zoals huismus (Passer domesticus) en/of gierzwaluw (Apus apus). In het plangebied zijn geen grotere bomen aanwezig met horsten. Daarom worden soorten zoals buizerd (Buteo buteo) of boomvalk (Falco subbuteo) niet binnen het plangebied verwacht. In de NDFF zijn waarnemingen geregistreerd van nestlocaties van spreeuw (Sturnus vulgaris) in deelgebied 3 en 9. Ook zijn er waarnemingen geregistreerd van baltsende huismussen in deelgebied 3. Tijdens eerder onderzoek uitgevoerd door Regelink Ecologie & Landschap (M. Mulder, 2021) is een nestlocatie van huismus gevonden onder de dakrand van het complex aan de Constantijn Huygenstraat (deelgebied 8). In ditzelfde deelgebied zijn waarnemingen gedaan van gierzwaluw met nest-indicerend gedrag. Daarnaast zijn er veel waarnemingen van huismus en gierzwaluw direct ten oosten van het plangebied bij de woningen rondom de Roemer Visscherstraat. Ook ten zuiden van het plangebied aan de Adriaan van Ostadestraat en direct ten zuiden van deelgebied 9 zijn veel waarnemingen gedaan van gierzwaluw.
De directe omgeving van het plangebied is geschikt leefgebied voor huismus en gierzwaluw. Tijdens het veldbezoek is een boomkruiper (Certhia brachydactyla) waargenomen die via de kantpannen onder het dak kroop bij het complex aan de Schimmelpennickstraat (deelgebied 5). Ook is er aan de Constatijn Huygenstraat (deelgebied 8) nestmateriaal aangetroffen boven de portiek, zie figuur 10. Tabel 3. De woonblokken met potentie voor vogels met jaarrond beschermde nesten in de categorie 1-5. * = waargenomen bij wooncomplex tijdens veldbezoek Deelgebied huismus 1, 3 en 5
ja
gierzwaluw ja
overig
boomkruiper* Dak toegankelijk via kantpannen, nokpannen spreeuw
2, 4 en 6
nee
locatie bij de woonblokken
ja
en bij dakgoot. Ruimte achter dakbetimmering toegankelijk bij bevestiging regenpijp aan dakrand.
7 en 10
nee
nee
Geen ruimte onder dak en geen overige openingen die groot genoeg zijn voor vogels
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
20
Deelgebied huismus 8 en 9
ja
gierzwaluw
overig
ja
locatie bij de woonblokken Op enkele plekken is de ruimte achter de boeiboord toegankelijk via openingen ter hoogte van het portiek. Aan de zijgevel is ruimte bij de dakrand en boeiboord.
Figuur 10. Nestmateriaal in de ruimte tussen de muur, boeiboord en gaas. Overige vogelsoorten Deze overige vogelsoorten hebben geen jaarrond beschermd nest, maar hier dient wel rekening mee gehouden te worden in het broedseizoen. De deelgebieden binnen het plangebied bestaan uit diverse gebouwen. In het opgaande groen, zoals bomen en struiken kunnen broedvogels zoals merel (Turdus merula), heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) broeden. In het plangebied staan enkele bomen, hierin zijn geen holtes aangetroffen die toegankelijk zijn voor vogels. Voor de kauw (Coloeus monedula) is in vrijwel alle deelgebieden potentieel broedgebied aanwezig. Deze soort broedt namelijk geregeld in dakgoten of schoorstenen. Binnen het plangebied zijn geen kleinschalige agrarische elementen of grasland aanwezig. Daarom kunnen soorten zoals graspieper (Anthus pratensis), ringmus (Passer montanus) en witte kwikstaart (Motacilla alba) worden uitgesloten voor het plangebied.
5.1.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Huismus, gierzwaluw en boomkruiper Binnen het plangebied zijn (mogelijk) jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw en boomkruiper aanwezig. Door de ingreep kunnen deze nesten worden vernield en/of verstoord In Tabel 3 is in een overzicht per deelgebied weergegeven of (en voor welke soorten) jaarrond beschermde nesten worden verwacht. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan dit leiden tot het verlaten van nesten met eieren of jongen. Daarnaast brengt dit de functionaliteit van de nesten in gevaar. Dit is in overtreding met de Wet Natuurbescherming, artikel 3.1 lid 1 en 2. Overige broedvogels In het onderzoeksgebied en het plangebied komen diverse broedvogels voor, zie Tabel 5. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd tijdens het broedseizoen kan dit leiden tot het verlaten van nesten Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
21
met eieren of jongen en brengen de functionaliteit van de nesten in gevaar. Dit is in overtreding met de Wet Natuurbescherming, artikel 3.1 lid 1 en 2. Werken buiten het broedseizoen voorkomt overtreding. Het broedseizoen loopt in stedelijk gebied globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van weersomstandigheden en de soorten.
5.2 Planten 5.2.1 Resultaten aanwezigheid Water-, oever- en moerasplanten In het plangebied is geen open water of moeras aanwezig. De aanwezigheid van beschermde water -, oever- en moerasplanten kan daarom worden uitgesloten. Terrestrische planten De volgende vier soorten zijn beschermd volgens het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Liggende raket (Sisymbrium supinum) en zomerschroeforchis (Spiranthes aestivalis) zijn verdwenen uit Nederland. Tonghaarmuts (Orthotrichum rogeri) is een zeldzame pionierssoort van jonge wilgenbossen en in jonge aanplant van zomereik. Het verspreidingsgebied in Nederland is beperkt tot een aantal locaties. Groenknolorchis (Liparis loeselii) is een soort van natte, vrij voedselarme grond, en komt voornamelijk voor in natte duinvalleien en trilvenen, maar ook in beekdal- en blauwgraslanden. Het verspreidingsgebied in Nederland is beperkt tot een aantal locaties (Waddeneilanden, Hollandse en Zeeuwse duinen, laagveengebieden en Zeeland). Het plangebied valt buiten het verspreidingsgebied van tonghaarmuts en groenknolorchis. Bovendien ligt het plangebied in stedelijk gebied, waar geschikt biotoop voor deze soorten ontbreekt. Zodoende kan de aanwezigheid van al deze soorten redelijkerwijs worden uitgesloten.
Andere soorten Binnen het beschermingsregime Andere Soorten vallen vooral planten van akkers, akkerranden, graslanden, bossen, moerassen en verstoringszones. In het plangebied zijn zeer voedselrijke omstandigheden. De aanwezigheid van de overige soorten kan door het ontbreken van geschikt leefgebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Er zijn ook enkele muurplanten beschermd. Het plangebied is geheel verhard. De verharde elementen worden met regelmaat schoongemaakt door de bewoners. Daarnaast zijn muurplanten niet waargenomen tijdens de ecologische quickscan. Daarom kunnen zeldzame en beschermde muurplanten worden uitgesloten.
5.2.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde planten aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.3 Vleermuizen 5.3.1 Resultaten aanwezigheid Het functioneel leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Gedurende het jaar hebben verblijfplaatsen verschillende functies zoals voor overwintering, zomer -, kraam- of paarverblijfplaatsen. Vleermuizen zijn globaal in te delen naar het type verblijfplaatsen die ze Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
22
gebruiken; gebouwbewonende soorten en boombewonende soorten. Er zijn ook soorten de in beide biotopen verblijfplaatsen kunnen hebben. Veel vleermuissoorten komen in heel Nederland voor. Enkele soorten kennen een beperkt verspreidingsgebied. In Tabel 5 zijn globaal de habitatvoorkeur aangegeven. Het plangebied bestaat uit tien verschillende deelgebieden met verschillende soorten gebouwen. In de onderstaande tabel (Tabel 6) is per deelgebied aangegeven of er wel of geen potentie is voor vleermuizen binnen het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Omdat de ingreep alleen effect heeft op de gebouwen, is alleen potentieel geschikt leefgebied voor gebouwbewonende soorten vleermuizen meegenomen Tabel 4. Potentie voor vleermuissoorten voor de verschillende deelgebieden. Deelgebied Potentie
Toelichting
1, 3 en 5
Dak toegankelijk via kantpannen, nokpannen
ja
en dakgoot 2, 4 en 6
ja
Onder dakrand, ruimte achter grindplaten, open stootvoegen (alleen deelgebied 6), spleten achter bevestiging regenpijp om achter dakbetimmering te komen.
7 en 10
ja
Ruimte achter boeiboorden.
8 en 9
ja
Ruimte achter boeiboorden.
Het plangebied bestaat uit diverse soorten gebouwen (zie paragraaf 3.2). Van enkele gebouwen is de spouwmuur bereikbaar via open stootvoegen en enkele kieren en de ruimte tussen het dakbeschot en de pannen is bereikbaar via kantpannen (zie tabel 3). Zodoende kunnen verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus), ruige dwergvleermuis (Pipistrelllus nathusii), kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus), meervleermuis (Myotis dasycneme) en laatvlieger (Eptesicus serotinus) binnen de deelgebieden worden verwacht. Tweekleurige vleermuizen (Vespertilio murinus) verblijven onder andere in muurspleten van hoge gebouwen en het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van deze soort. Daarom kunnen er in deelgebied 2, 4 en 6 verblijfplaatsen aanwezig zijn van deze soort. De geplande ingrepen hebben geen invloed op het aanwezige groen in de bebouwde kom van Maarssen. Daarom zijn de deelgebieden niet beoordeeld op de aanwezigheid van boombewonende soorten vleermuizen zoals bijvoorbeeld rosse vleermuis (Nyctalus noctula) en watervleermuis (Myotis daubentoni). In en nabij het plangebied staan bomen en ander opgaand groen. Ook is er redelijk wat groen in de tuinen van bewoners aanwezig. Daarom kunnen de deelgebieden geschikt zijn als foerageergebied voor gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en laatvlieger.
Lijnvormige elementen zijn niet aanwezig in het plangebied, zodat vliegroutes van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Uit eerder onderzoek, uitgevoerd door Regelink Ecologie & Landschap, in Maarssen (M. Mulder, 2021) is gebleken dat er een zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig is indeelgebied 7 (Jacob Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
23
Catsstraat) en twee paarverblijfplaatse van ruige dwergvleermuis in deelgebied 8 (Constatijn Huygensstraat). Daarnaast zijn tijdens dit onderzoek in de directe omgeving van het plangebied, ten oosten van het plangebied boven de Jacob Catsstraat, verschillende verblijfplaatsen gevonden van vleermuizen. Het gaat om vier zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, drie paarverblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis en drie zomerverblijfplaatsen van laatvlieger. In het plangebied kunnen op basis van verspreiding van vleermuissoorten, waargenomen soorten en aanwezige biotopen verschillende soorten vleermuizen worden verwacht. In Tabel 5 is weergegeven welke soorten en welke functies van deze soorten mogelijk voorkomen. In deze tabel zijn eveneens de te verwachten effecten opgenomen die in de volgende paragraaf worden toegelicht.
5.3.2 Effect beoordeling Uit Tabel 5 blijkt dat er verblijfplaatsen en foerageergebied van enkele soorten vleermuizen in de omgeving en binnen het plangebied kan voorkomen. Zolang er geen bomen worden gekapt worden er geen potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen vernietigd. Bij het slopen van de gebouwen in het plangebied gaan de verblijfplaatsen in de gebouwen verloren. De groenstroken en tuinen in het plangebied worden mogelijk gebruikt als foerageergebied. Aangezien er diverse alternatieve foerageergebieden in de omgeving van het plangebied aanwezig zijn, is het niet waarschijnlijk dat dit essentiële functies betreft. Uit de resultaten blijkt dat enkele soorten vleermuizen binnen het plangebied kunnen voorkomen. In Tabel 5 is weergegeven op welke potentieel voorkomende combinatie van soorten en functies binnen het plangebied voorkomen en waar mogelijk negatieve effecten te verwachten zijn. Tabel 5. De potentieel aanwezige soorten vleermuizen en functies (aangegeven met X). Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Groen X = geen effect te verwachten, rood X = negatief effect niet uitgesloten. - = functie niet verwacht. Soort
Habitat (verblijfplaats)
Uit te sluiten
Verblijfplaats functie Zomer Kraam Paar
Andere functie
Winter Vliegroute
Foerageergebied
gewone dwergvleermuis (Pipistrelllus pipistrellus)
Gebouwen
Nee
X
X
X
X
-
X
ruige dwergvleermuis (Pipistrelllus nathusii)
Gebouwen, bomen
Nee
X
-
X
-
-
X
kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)
Gebouwen
Nee
X
X
X
-
-
X
rosse vleermuis (Nyctalus noctula)
Bomen, gebouwen
Ja: H
-
-
-
-
-
-
bosvleermuis (Nyctalus leisleri)
Bomen, gebouwen
Ja: H+V
-
-
-
-
-
-
laatvlieger (Eptesicus serotinus)
Gebouwen
Nee
X
X
-
-
-
X
tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)
Gebouwen
Nee
X
-
-
-
-
X
gewone grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)
Gebouwen, bomen
Ja: H
-
-
-
-
-
grijze grootoorvleermuis (Plecotus austriacus)
Gebouwen
Ja: H +V
-
-
-
-
-
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
-
RA22032-01
24
Soort
Habitat (verblijfplaats)
watervleermuis (Myotis daubentoni)
Bomen
meervleermuis (Myotis dasycneme)
Uit te sluiten
Verblijfplaats functie
Andere functie
Ja: H
-
-
-
-
-
-
Gebouwen
Nee
X
X
-
-
-
X
Franjestaart (Myotis nattereri)
Bomen
Ja: H
-
-
-
-
-
-
ingekorven vleermuis (Myotis emarginatus)
Gebouwen
Ja: V
-
-
-
-
-
-
vale vleermuis (Myotis myotis)
Kerkzolders, groeven
Ja: V
-
-
-
-
-
-
Bechsteins vleermuis (Myotis bechsteinii)
Gebouwen, bomen
Ja: V
-
-
-
-
-
-
Baardvleermuis (Myotis mystacinus)
Gebouwen, bomen
Ja: H
-
-
-
-
-
-
Brandt’s vleermuis (Myotis brandtii)
Gebouwen
Ja: V
-
-
-
-
-
-
5.3.3 Toetsing Wnb Alle in Nederland voorkomende soorten vleermuizen zijn beschermd volgend het regime Habitatrichtlijn. Vernietigen van verblijfplaatsen is een overtreding van artikel 3.5, lid 4 van de Wet natuurbescherming. Omdat door de ingreep meerdere potentiële verblijfsplaatsen verdwijnen en het risico op doden of verwonden bestaat, leidt de ingreep mogelijk tot een overtreding van artikel 3.5, lid 1, 2 en 4. Overtredingen zijn mogelijk te voorkomen door een aangepaste werkwijze en mitigerende maatregelen te nemen. Er moet dan eerst onderzoek plaats vinden naar de aanwezige functies. Hiermee kan mogelijk een ontheffing worden aangevraagd.
5.4 Knaagdieren 5.4.1 Resultaten aanwezigheid In onderstaande tabel zijn drie beschermde knaagdiersoorten weergegeven. Alle drie de soorten zijn uit te sluiten in het plangebied op basis van geen geschikt habitat in het plangebied. Daarnaast ligt het plangebied buiten het verspreidingsgebied van de hamster. Tabel 6 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Bever (Castor fiber)
Overgangszones tussen land en water van rivieren, meren en broekbossen, bomen op oever, rust.
Langs alle grote rivierengebied, Flevoland, delen van noord Nederland, Gelderland, Limburg, soort breidt zich uit
HR
Ja: H
Hamster (Cricetus cricetus)
Open, agrarisch landschap op Alleen Zuid-Limburg leem- of lössgrond, met een lage grondwaterstand, graanakkers of percelen met luzerne.
HR
Ja: H+V
Eekhoorn (Sciurus vulgaris)
Naald en loofbos
AS
Ja: H
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
Vrijwel geheel Nederland
RA22032-01
25
5.4.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde knaagdieren (volgens beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.5 Muizen (ware-, woel- en slaapmuizen) 5.5.1 Resultaten aanwezigheid Op basis van de regionale verspreiding en/of zeer specifieke habitateisen zijn een aantal beschermde muizensoorten op voorhand uit te sluiten in het plangebied. Deze soorten zijn weergeven in Tabel 7. Overige muizensoorten betreffen soorten die door de provincie zijn vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen (zie ook Bijlage 5. Tabel 7 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Eikelmuis (Eliomys quercinus)
Structuurrijke loofbossen in glooiend gebied,
Specifieke gebieden in ZuidLimburg
HR
Grote bosmuis (Apodemus flavicollis)
Diverse biotopen met enige bedekking
Limburg, Noord/Oost-Nederland, AS breidt zich uit.
Ja: H+V Ja: V
Hazelmuis (Muscardinus Gemengd loofbos, vooral aan de Zuid-Limburg avellanarius) bosrand, in voedselrijke struiklaag (bijv hazelaar, sleedoorn, meidoorn)
HR
Ja: H+V
Molmuis (Arvicola scherman)
Laag gelegen, vochtige gebieden, Zuid-Limburg dichtbegroeide oevers, ook verderaf van water in akkers, graslanden, tuinen boomgaarden
AS
Ja: H+V
Noordse woelmuis (Microtus oeconomus)
Natte kruidenrijke vegetatie, rietland, moeras, zeer extensief gebruikt nat weiland en periodiek overstroomde terreinen.
Friese merengebied, Texel, HR Noord-Holland zuid, het Utrechts/Zuid-Hollands veenweidegebied en deltagebied.
Ja: H+V
Veldspitsmuis (Crocidura leucodon)
Kleinschalige landschappen met open karakter, vegetaties met gesloten goed ontwikkelde kruidlaag
Twente en Zeeuws-Vlaanderen
Ja: H+V
Waterspitsmuis (Neomys Schone wateren met een fodiens) ontwikkelde watervegetatie en een rijke oevervegetatie
AS
Groot deel van Nederland, vooral AS Friesland, Overijssel, NoordHolland
Ja: H
Vrijgestelde muizen-soorten Een aantal muizensoorten zijn door de provincie Utrecht vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen. Het betreft de volgende soorten: aardmuis (Microtus agrestis), bosmuis (Apodemus sylvaticus), dwergmuis (Micromys minutus), dwergspitsmuis (Sorex minutus), gewone bosspitsmuis (Sorex araneus), huisspitsmuis (Crocidura russula), ondergrondse woelmuis (Microtus subterraneus), rosse woelmuis (Myodes glareolus), tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus), veldmuis (Microtus arvalis) en woelrat (Arvicola
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
26
amphibius). In Bijlage 5 is aangegeven voor welke verbodsbepalingen dit precies geldt. Dit kan per provincie verschillen.
5.5.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde muizensoorten (volgens beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake. Voor alle vrijgestelde soorten geldt wel altijd de Zorgplicht.
5.6 Marterachtigen 5.6.1 Resultaten aanwezigheid Binnen de soortgroep marterachtigen is het voorkomen in het plangebied van een aantal beschermde soorten op voorhand uit te sluiten, op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. In Tabel 8 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. In een aantal provincies zijn de kleine marterachtigen vrijgesteld bij ruimtelijke ingrepen, zie daarvoor Bijlage 5. Tabel 8. Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). *= Soorten zijn vrijgesteld in de Provincie Utrecht. Soort
Habitat
Boommarter (Martes martes),
Komt voor in allerlei typen en Midden- en Noord-Nederland, AS leeftijden bos. Ze verblijven in delen van Brabant, Zeeland, Zuidallerlei holten, zoals boomholten, Holland en Noord-Holland, . konijnen-, vossen- en dassenholen; het verblijf waar de jongen opgroeien is bijna altijd een boomholte.
Ja: H
Das (Meles meles).
Bossen in combinatie met weides, Gehele oostelijk helft van AS akkers, lijnvormige elementen. Nederland, Incidenteel in zeeland, Zuid-Holland, Noord-Holland, Flevoland.
Ja: H
Otter (Lutra lutra)
Langs oevers van stromend water, meren, plassen met voldoende dekking en rust en voedsel.
Delen van Noord-Nederland, Flevoland, Zuid-Holland, Gelderland, Overijsselse Vecht, lokaal in Noord- en MiddenLimburg.
HR
Ja: H
Steenmarter (Martes foina)
Gebieden met kleinschalige Vooral de oostelijke helft en landbouw met oude schuren, midden Nederland, maar ook in heggen en geriefbosjes. westelijk Nederland Verblijfplaatsen in gebouwen o.a. op zolders, kruipruimtes, spouwmuren, onder dakpannen. Binnen het territorium ook meerdere rust- en verblijfplaatsen in boomholtes, takkenhopen en struweel.
AS
Ja: zie toelichting
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
RA22032-01
27
Soort
Habitat
Bunzing (Mustela putorius)*
half open, structuurrijke gebieden Vrijwel geheel Nederland met voldoende dekking, oude holen van konijn, vos, das
Verspreiding
Wn Uit te sluiten AS
Ja: H
Wezel (Mustela nivalis)* half open, structuurrijke gebieden Vrijwel geheel Nederland met voldoende dekking, oude holen van konijn, vos, das
AS
Ja: H
Hermelijn (Mustela erminea)*
AS
Ja: H
half open, structuurrijke gebieden Vrijwel geheel Nederland met voldoende dekking, oude holen van mol, muizen
Steenmarter Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van steenmarter (Martes foina). Steenmarters hebben een voorkeur voor gebieden met kleinschalige landbouw met oude schuren, heggen en geriefbosjes. In gebouwen dienen beschutte plekken als zolders, kruipruimtes, spouwmuren en ruimten onder dakpannen en schuren als verblijven. Binnen het territorium gebruiken ze echter ook tientallen schuilplekken in boomholtes, takkenhopen en struweel om te rusten of tijdelijk te verblijven. In de omgeving van het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van steenmarter. Het plangebied is matig tot niet geschikt voor steenmarter. In het plangebied zijn geen sporen van steenmarter gevo nden, zoals vraatsporen, uitwerpselen, wissels en krabsporen. Gezien het feit dat het hier om in gebruik genomen woningen gaat is het redelijkerwijs uit te sluiten dat deze soort in het plangebied voorkomt.
5.6.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde marterachtigen (volgens beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.7 Overige zoogdieren 5.7.1 Resultaten aanwezigheid Binnen de groep overige zoogdieren komen zowel streng beschermde soorten van de habitatrichtlijn voor als soorten volgens beschermingsregime Andere Soorten. Ook zijn een aantal soorten door sommige provincies vrijgesteld. Van een aantal soorten is op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding het voorkomen in het plangebied op voorhand uit te sluiten. In Tabel 9 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. In sommige provincies zijn soorten vrijgesteld, zie daarvoor Bijlage 5. Tabel 9 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR= Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). *= Vrijgesteld in de Provincie Utrecht. Soort
Habitat
Verspreiding
Wn
Uit te sluiten
Damhert (Dama dama)
Loofbossen met ondergroei, grazige randzones
Duingebieden, Veluwe, Utrechtse Heuvelrug, Zuidwest Limburg, landelijk verspreid (Nulstandbeheer)
AS
Ja: V
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
28
Soort
Habitat
Verspreiding
Wn
Uit te sluiten
Edelhert (Cervus elaphus).
Bossen, grasgebieden
Veluwe, Oostvaardersplassen, Weerterbos. Incidenteel Utrechtse Heuvelrug, NoordBrabant en Limburg (Nulstandbeheer)
AS
Ja: H
Egel (Erinaceus europaeus)*
Zeer uiteenlopende biotopen
Heel Nederland
AS
Nee, zie toelichting
Haas (Lepus europaeus)*
Zeer uiteenlopende biotopen
Heel Nederland
AS
Ja: H
Konijn (Oryctolagus cuniculus)*
Zeer uiteenlopende biotopen
Heel Nederland
AS
Nee, zie toelichting
Lynx (Lynx lynx)
Dichte bossen met ondergroei, heuvels
Incidenteel in Zuid-Limburg
HR
Ja: H+V
Ree (Capreolus capreolus)*
Bos, bosranden, grasland, Heel Nederland heide, duinen, cultuurlandschap
AS
Ja: H
Vos (Vulpes vulpes)*
Zeer uiteenlopende biotopen
Heel Nederland
AS
Ja: H
Wild zwijn (Sus scrofa)
Voedselrijke bossen met natte plaatsen
(Nulstandbeheer)
AS
Ja: H+V
Wilde kat (Felis silvestris)
Oude, structuurrijke loofbossen Lokaal in Zuid-Limburg
HR
Ja: H+V
Wolf (Canis lupus)
Diverse landschappen en biotopen, voorkeur voor grote bossen.
Vestiging op de Veluwe, elders incidenteel zwervend
HR
Ja: H+V
Noordzee, sommige soorten incidenteel in havens, delta.
HR
Ja: H+V
Zeezoogdieren Zee 21 beschermde soorten
Egel en konijn In het plangebied zijn biotopen aanwezig van deze soorten, tuinen met veel begroeiing, open grasvelden binnen het plangebied en bosrijke omgeving aan de westzijde van het plangebied. Deze soorten komen naar verwachting vrij algemeen voor in en rondom het plangebied.
5.7.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Beschermde soorten Aangezien er geen beschermde overige zoogdieren (volgens beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake. Egel en konijn Bij de renovatiewerkzaamheden worden er alleen werkzaamheden aan de gebouwen uitgevoerd waardoor de groenstroken en grasvelden intact blijven. Hierdoor is er bij de ingreep geen negatief effect voor deze soorten te verwachten. Worden er sloopwerkzaamheden uitgevoerd waarbij groenstroken verwijderd worden bestaat het risico dat deze soorten worden verwond of gedood. Egel en konijn zijn door de Provincie Utrecht voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Voor alle vrijgestelde soorten geldt wel altijd de Zorgplicht.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
29
5.8 Reptielen 5.8.1 Resultaten aanwezigheid Binnen de soortgroep reptielen is het voorkomen in het plangebied van een aantal beschermde soorten op voorhand uit te sluiten, op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. In Tabel 10 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. Tabel 10 Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Habitat
Verspreiding
Adder (Vipera berus)
Natte heide en hoogveen, bossen Pleistocene zandgronden, in Limburg alleen op de Meinweg
Wn Uit te sluiten AS
Ja: H+V
Gladde slang (Coronella Heide en hogere droge delen in austriaca) hoogveenvegetaties
Oostelijk helft van Nederland (hogere zandgronden) en ZuidLimburg
HR
Ja: H+V
Hazelworm (Anguis fragilis)
Heel Nederland m.u.v. Zeeland, uitgezette populaties in de Hollandse duinen
AS
Ja: H+V
Levendbarende hagedis Heide, hoogveen, open bos, Vrijwel geheel Nederland m.u.v. (Zootoca vivipara) bermen, diverse zonnige plekken. Zuid-Holland en Noord-Holland
AS
Ja: H
Muurhagedis (Podarcis muralis)
Warme beschutte locaties, met name muren en rotsen.
Maastricht en enkele (uitgezette) populaties
HR
Ja: H+V
Ringslang (Natrix helvetica)
Waterrijke habitats, met droge biotopen voor overwintering en eiafzet
Noord-Holland, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Drenthe en Friesland, verder verspreid
AS
Ja: H
Zandhagedis (Lacerta agilis)
Droge warme gebieden in duinen Kust- en rivierduinen, Veluwe en en zandgronden stuwwallen
HR
Ja: H+V
Vochtige bos en heide met een dichte vegetatiestructuur, houtwallen, struweel, stenige habitats.
5.8.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde reptielensoorten (onder beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.9 Amfibieën 5.9.1 Resultaten aanwezigheid Het functioneel leefgebied van amfibieën bestaat uit voortplantingswater en landhabitat. De meeste soorten maken in het voorjaar en/of zomer gebruik van het water en de rest van het jaar hebben ze zomer- en winterverblijfplaatsen op het land. Sommige soorten overwinteren onder water in de modder. In het plangebied is geen open water aanwezig, zodat er geen voortplantingshabitat is voor beschermde amfibieën. In de omgevingvan het plangebied, aan de Dr. Plesmanstraat, is open water aanwezig. Een brede sloot met veel begroeiing langs de oevers. In het plangebied zijn biotopen zoals ruige tuinen en groenstroken die mogelijk geschikt landhabitat vormen voor amfibieën. Een aantal beschermde Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
30
amfibieënsoorten is op voorhand uit te sluiten op basis van specifieke habitateisen en/of regionale verspreiding. In Tabel 11 is hiervan een overzicht gegeven. Voor soorten die niet zonder meer zijn uit te sluiten staat onder de tabel een toelichting. In sommige provincies zijn soorten vrijgesteld, zie daarvoor Bijlage 5. Tabel 11. Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR= Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten.. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). *= Vrijgesteld in de Provincie Utrecht. Soort
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Alpenwatersalamander (Ichthyosaura alpestris)
Allerlei typen wateren
Noord-Brabant en Limburg. Gelderland (Rijk van Nijmegen), Zeeland en Drenthe
AS
Ja: V+H
Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus)*
Zonnige, goed begroeide oevers, Vrijwel geheel Nederland
AS
Ja: H
Boomkikker (Hyla arborea)
Bos, struweel en kleinschalige cultuurlandschappen
HR
Ja: V+H
Bruine kikker (Rana temporaria)*
Kleinere wateren, bos en struweel Vrijwel geheel Nederland
AS
Nee, zie toelichting
Geelbuikvuurpad (Bombina variegata)
Ruderaal terrein (groeven), halfnatuurlijke graslanden
Alleen zuidelijk deel van ZuidLimburg.
AS
Ja: H+V
Gewone pad (Bufo bufo)*
Bosjes, overhoekjes, ruigtes, diverse watertypen met waterplanten
Vrijwel geheel Nederland
AS
Nee, zie toelichting
Heikikker (Rana arvalis)
Heide, hoog- en laagveen, halfnatuurlijk grasland, bos en struweel
Vrijwel alle provincies, in Limburg HR ontbreekt de soort in het gebied ten zuiden van de Meinweg.
Kamsalamander (Triturus cristatus)
Struweel en houtwallen nabij niet Oost en zuid Nederland, vooral verzuurd voortplantingswater met zandgronden en het onderwatervegetatie rivierengebied
Pleistocene zandgronden en de duinen
Ja: H
HR
Ja, H
Kleine watersalamander Klein ondiep water met vegetatie, Vrijwel geheel Nederland (Lissotriton vulgaris)* diverse landschappen
AS
Ja: H
Knoflookpad (Pleobates fuscus)
Vennen, randen van beek- en rivierdalen, extensief beheerde, zandige agrarische gebieden. Overwintering: diep ingegraven.
Pleistocene zandgronden in Limburg, Noord-Brabant, delen van Gelderland, Overijssel en Drenthe
HR
Ja: V
Meerkikker (Pelophylax ridibundus)*
Zonnige, goed begroeide oevers
Vooral westen en noorden van Nederland, rivierengebied
AS
Ja: V
Poelkikker (Pelophylax lessonae)
Heide, hoogveen, halfnatuurlijke graslanden, agrarisch gebied en laagveen, duinen. Zonnige, voedselarme schone wateren, begroeide oevers.
Vooral pleistocene, hogere zandgronden, rivierengebied
HR
Ja: H
Rugstreeppad (Epidalea Poelen, ondiepe plassen, snel calamita) opwarmend water
Pionier van duin- en rivierengebied, polders
HR
Ja: H
Vinpootsalamander (Lissotriton helveticus)
Bos, heidegebieden, hellingbossen