Bijlage 6 Quickscan Flora en Fauna.pdf
Tekst van het document
Noord-Brabant en Limburg
AS
Ja: V
Vroedmeesterpad (Alytes obstetricans)
Ruderaal terrein (groeven), Zuid-Limburg en elders uitgezette HR halfnatuurlijke graslanden, steden, populaties dorpen, diverse wateren
Ja: V
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
31
Soort
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Vuursalamander (Salamandra salamandra)
Vochtige hellingbossen
Zeer zeldzaam, in hellingbossen in Zuid-Limburg
AS
Ja: H+V
Bruine kikker en gewone pad. Voor deze soorten is geen voortplantingswater aanwezig in het plangebied. Wel zijn er verschillende watergangen in de omgeving waar deze soorten kunnen voorkomen. Het plangebied biedt mogelijk geschikt landhabitat voor deze soorten waar ze buiten de voortplantingsperiode verblijven. Direct ten zuidwesten van plangebied 9, op straat tussen de gebouwen in, is een waarneming gedaan van bruine kikker. Gezien de afstand van het plangebied tot de voortplantingswateren zal de trefkans met individuen van deze soorten zeer klein zijn, maar kan niet worden uitgesloten.
5.9.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Bij renovatiewerkzaamheden worden er alleen werkzaamheden aan de gebouwen uitgevoerd waardoor de groenstroken, mogelijk geschikt landhabitat, intact blijven. Hierdoor is er bij de ingreep geen negatief effect voor deze soorten te verwachten. Worden er sloopwerkzaamheden uitgevoerd waarbij groenstroken verwijderd worden bestaat het risico dat deze soorten worden verwond of gedood. Bruine kikker en gewone pad zijn door de Provincie Utrecht voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Voor alle vrijgestelde soorten geldt wel altijd de Zorgplicht.
5.10 Vissen 5.10.1 Resultaten aanwezigheid In het plangebied is geen open water aanwezig. De aanwezigheid van beschermde vissen is daarom uitgesloten.
5.10.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde vissoorten (onder beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.11 Libellen 5.11.1 Resultaten aanwezigheid De in Nederland voorkomende beschermde libellen zijn soorten die in specifieke biotopen leven en/of een zeer beperkte regionale verspreiding kennen. Alle libellensoorten hebben water of natte omstandigheden nodig voor de voorplanting. In het plangebied zijn dergelijke habitats niet aanwezig. Het voorkomen van beschermde libellen kan daarom worden uitgesloten.
5.11.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde libelsoorten (onder beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
32
5.12 Vlinders 5.12.1 Resultaten aanwezigheid Onder het Beschermingsregime Habitatrichtlijn komen vlinder- en libellensoorten voor die in specifieke biotopen leven en/of een zeer beperkte regionale verspreiding kennen. Deze vlinders zijn onder te verdelen in soorten van droge en vochtige graslanden, soorten van natte graslanden en vlinders van bosrijke gebieden. In het plangebied komen geen van deze biotopen voor. Daarom kan de aanwezigheid van onder dit beschermingsregime vallende libellen en vlinders redelijkerwijs worden uitgesloten.
5.12.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde vlindersoorten aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
5.13 Overige ongewervelden 5.13.1 Resultaten aanwezigheid Van de overige ongewervelden vallen zeven soorten binnen het beschermingsregime Habitatrichtlijn en twee binnen het beschermingsregime Andere soorten. Deze beschermde soorten ongewervelden komen niet voor in het plangebied, omdat de specifieke biotopen in de stedelijke omgeving van de deelgebieden ontbreken of de deelgebieden ver buiten het bekende verspreidingsgebied van deze soorten liggen. Tabel 12. Biotoop en verspreidingskenmerken van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR = Habitatrichtlijn, AS = Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt biotoop (B) of buiten verspreidingsgebied (V). Soort
Biotoop
Oeveraas (Palingenia longicauda) Juchtleerkever (Osmoderma eremita)
Grote holle bomen
Bataafse stroommossel (Unio crassus)
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Verdwenen in Nederland
HR
Ja: B+V
Recent gevonden in Zuid-Limburg HR
Ja: B+V
Verdwenen in Nederland
Ja: B+V
Brede Grote stilstaande, schone wateren Drenthe geelrandwaterroofkever met goed ontwikkelde oever- en (Dytiscus latissimus) watervegetatie: meren, vennen, groeves; minimaal 1 meter diep en minimaal 1 hectare oppervlakte.
HR HR
Gestreepte Grote stilstaande, schone wateren Veensloten in laagveengebieden, HR waterroofkever met goed ontwikkelde oever- en Nieuwkoopse plassen, Noordwest (Graphoderus bilineatus) watervegetatie: meren, vennen, Overijssel en bij Oisterwijk groeves; minimaal 1 meter diep en minimaal 1 hectare oppervlakte.
Ja: B+V
Vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus)
Dode bomen in vochtige bossen, Noord-Brabant, Limburg en houtwallen en lanen met bomen. Gelderland
HR
Ja: B+V
Platte schijfhoren (Anisus vorticulus)
Zoete, heldere en schone wateren Lokaal voorkomend in de meeste HR met een rijke begroeiing, in provincies draadalg-vegetaties of wateren
Ja: B+V
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
33
Soort
Biotoop
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Geïsoleerd: enkel in de schaatsvijver op landgoed Warnsborn nabij Arnhem
AS
Ja: B+V
Beperkt tot de Veluwe, Middenen Zuid-Limburg, de stuwwal bij Nijmegen, de Utrechtse Heuvelrug en Twente
AS
Ja: B+V
met krabbenscheer. Voorkeur voor wateren met veenbodems en in mindere mate aanwezig bij kleiof zandbodems. Europese rivierkreeft (Astacus astacus) Vliegend hert (Lucanus cervus)
Rottend eikenhout in oude eikenbossen, hakhout, houtwallen, lanen en parken met oude eikenbomen
5.13.2 Effect beoordeling en toetsing Wnb Aangezien er geen beschermde soorten overig ongewervelden (onder beschermingsregime Habitatrichtlijn of Andere Soorten) aanwezig zijn of worden verwacht zijn er geen negatieve effecten op deze soortgroep. Van een overtreding van de Wet natuurbescherming is voor deze soortgroep dus geen sprake.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
34
6
Conclusies en vervolgstappen
Uit de resultaten, de effectbeoordeling en toetsing aan de Wnb volgt dat de ingreep voor de vleermuizen, huismus en gierzwaluw een overtreding Wnb niet kan worden uitgesloten. Onderstaande tabellen geven een samenvatting van de effectbeoordeling, de toetsing aan de Wnb en de eventuele vervolgstappen voor gebiedsbescherming en per soort(groep). Tabel 13. Samenvatting effectbeoordeling gebiedsbescherming en houtopstanden Gebiedsbescherming
Effecten tgv ingreep
Overtreding Wnb
Vervolgstappen
Natura 2000
Nee
Nee
Geen
Natuurnetwerk Nederland
Nee
Nee
Geen
Houtopstanden
Nee
Nee
Geen
Tabel 14. Samenvatting effectbeoordeling (inclusief aangepaste werkwijze) en overtreding van Wet natuurbescherming (Wnb). VR= Vogelrichtlijn, HR= Habitatrichtlijn, AS= Andere Soorten. Soort/ soortgroep
Functie (mogelijk)
Effecten tgv ingreep Overtreding Wnb
Vervolgstappen
Vogels met jaarrond beschermd nest (cat.1-5)
Leefgebied, nesten
Mogelijk
Art. 3.1 lid 1 en 2
Nader onderzoek naar huismus en gierzwaluw
Algemene broedvogels
Leefgebied, nesten
Mogelijk
Art. 3.1 lid 1 en 2
Werken buiten broedseizoen
Vleermuizen
Verblijfplaatsen, foerageergebied
Mogelijk
Art. 3.5 lid 1 en 2
Nader onderzoek vleermuizen
Egel en konijn
Leef- en voortplantingsgebied
Nee
Nee
Renovatie: Nee Sloop: Zorgplicht, aangepaste werkwijze
Gewone pad, bruine kikker
Leef- en voortplantingsgebied
Nee
Nee
Renovatie: Nee Sloop: Zorgplicht, aangepaste werkwijze
6.1 Naderonderzoek Huismus en gierzwaluw Om de aanwezigheid en functies van huismus en gierzwaluw te bepalen is het nodig nader onderzoek te doen. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Kennisdocument Huismus (Bij12, 2017) en het Kennisdocument Gierzwaluw (Bij12, 2017). De onderzoeksmethode uit deze documenten geven invulling aan de onderzoeksverplichting voortkomend uit de Wet natuurbescherming. Aanvullend huismus- en gierzwaluw onderzoek houdt in dat er voor huismus twee bezoeken in de periode 1 april – 15 mei en voor gierzwaluw drie bezoeken in periode 1 juni – 15 juli aan het plangebied gebracht dienen te worden. Vleermuis Om de aanwezigheid en functies van vleermuissoorten in het plangebied te bepalen is het noodzakelijk aanvullend onderzoek te verrichten. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureau’s. Het Vleermuisprotocol geeft invulling aan de onderzoeksverplichting voortkomend uit de Wet natuurbescherming. Aanvullend
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
35
vleermuisonderzoek houdt in dat er drie bezoeken in de periode 15 mei - 15 juli en twee bezoeken in periode 15 augustus – 1 oktober aan het plangebied gebracht dienen te worden.
6.2 Zorgplicht Naast dat er soorten vallen onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en Andere Soorten, zoals omschreven in dit rapport, is het ook wettelijk vastgelegd dat nadelige gevolgen voor alle in het wild levende dier- en plantensoorten en natuurgebieden redelijkerwijs moeten worden voorkomen. Dit is in de Wet natuurbescherming beschreven als de ‘Zorgplicht’. De zorgplicht is altijd van toepassing. Om invulling te geven aan de zorgplicht kunnen de volgende maatregelen worden genomen. Bij grote/ingewikkelde projecten kunnen we dit ecologisch begeleiden en/of een ecologisch werkprotocol opstellen. Enkele algemeen geldende maatregelen •
Indien er vegetatie wordt verwijderd vinden de werkzaamheden voor zover mogelijk plaats buiten de voortplantingsperiode en winterrustperiode van zoogdieren en amfibieën. In de regel loopt de voortplantingsperiode en de broedperiode van maart-juli en de overwinteringsperiode van oktober-maart. (check periodes);
•
Werkzaamheden waarbij vegetatie wordt verwijderd rustig en vanuit één zijde aanvangen;
•
De werkzaamheden altijd naar een open einde uitvoeren, zodat dieren zoals amfibieën en zoogdieren kunnen vluchten (dus niet in een brede baan richting het water of dichte barrière;
•
Bij voorkeur dieren niet oppakken. Indien dit nodig is, dieren in een geschikt habitat buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden uitzetten;
•
Werkzaamheden overdag uitvoeren, tussen zonsopgang en zonsondergang;
•
Geen of zo min mogelijk verlichting gebruiken ter voorkoming van verstoring.
Zoogdieren •
Voorafgaand aan de werkzaamheden het plangebied inspecteren op aanwezigheid van holen van vos en konijn.
•
De ruige delen van het plangebied handmatig en langzaam maaien, waarbij wordt uitgekeken naar holen van vos en konijn; -
holen van konijn mogen niet worden vergraven in de periode dat ze jongen hebben; globaal januari tot in juli.
-
holen van vossen mogen niet worden vergraven in de periode dat ze jongen hebben; globaal maart tot in augustus.
•
Mogelijke overwinteringslocaties van egel worden ontzien in de winterrustperiode; globaal van november tot en met maart.
•
Vinden de werkzaamheden toch in de winter plaats dan wordt de vegetatie rustig en handmatig verwijderd in plaats van met bulldozer of graafmachine .
Vissen en amfibieën •
Er wordt gewerkt buiten voortplantingsperiode en de winterrust van amfibieën. In de regel loopt de voortplantingsperiode van maart-juli en de overwinteringsperiode van oktober-maart.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
36
•
Voorafgaand aan het winterseizoen worden de plekken waar amfibieën typisch overwinteren (takkenhopen, houtwallen, dood hout etc) verwijderd uit het deel van het plangebied dat wordt afgegraven;
•
Bij projecten waarbij wateren worden gedempt of leeggepompt, is het noodzakelijk om vissen te vangen en over te plaatsen naar een alternatief geschikt leefgebied;
•
Het najaar is de meest geschikte periode voor het afvangen van vissen om verstoring in de voortplantingsperiode en de winterrust te voorkomen.
•
Bij het gedeeltelijk dempen van watergangen wordt naar open water toe gewerkt, zodat vissen en overige soorten in de richting van open water kunnen ontsnappen;
Planten •
Maaiwerkzaamheden bij voorkeur uitvoeren na het bloeiseizoen van planten, in de periode half september – november. Daarmee wordt voorkomen dat bloeiende planten worden weggemaaid en daarmee voedsel voor insecten verdwijnt.
•
Wanneer maaiwerkzaamheden in het bloeiseizoen van planten worden uitgevoerd, moeten zeldzame of beschermde soorten vooraf met een lint worden gemarkeerd, zodat deze bloeiende planten bij de maaiwerkzaamheden behouden blijven.
•
Werk gefaseerd bij maai- en graafwerkzaamheden, waarbij ieder maaiseizoen een deel van de vegetatie, bij voorkeur 15 tot 30 procent gehandhaafd blijft.
•
Zorg er bij graafwerkzaamheden voor dat de oorspronkelijke bodemopbouw gehandhaafd blijft, en de bovenlaag weer teruggebracht wordt zodat zaden in de bodem behouden blijven.
6.3 Kansen voor versterken biodiversiteit: natuurinclusief werken Bij veel projecten bieden de ingrepen of werkzaamheden kansen om betrekkelijk eenvoudig een bijdrage te leveren om biodiversiteit te versterken. De maatregelen zijn niet wettelijk verplicht, ze komen niet voort uit overtredingen van de Wet natuurbescherming. Regelink Ecologie & Landschap ziet dat er veel kansen zijn voor biodiversiteit die onbenut blijven. We bieden daarom graag enkele handvatten om te laten zien hoe vaak eenvoudig een bijdrage geleverd kan worden. Algemeen •
Maak gebruik van gevarieerde inheemse planten en bomensoorten: goed voor insecten, vogels;
•
Voer ecologische beheer, bijvoorbeeld gefaseerd maaien, bloemrijke bermen;
•
Creëer overhoekjes en zandige plekken;
•
Maak insectenvoorzieningen;
•
Realiseer kleine groene verbindingen (bijv. hagen, takkenrillen) voor insecten, egels, kleine soorten;
•
Leg faunavoorzieningen aan bij nieuwbouw, renovatie of verduurzaming (bijv. gierzwaluw- en mussenkasten, vleermuisvoorzieningen).
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
37
7
Literatuur en bronnen
7.1 Soortengroepen Amfibieën, vissen en reptielen •
BIJ12, 2017, Kennisdocument Heikikker, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kamsalamander, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Levendbarende hagedis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Poelkikker, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rugstreeppad, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Zandhagedis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Grote modderkruiper, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Brouwer, T., M. Dorenbosch, R. van Eekelen & J. Spier, 2010. Vissenatlas Noord-Brabant. Uitgeverij Profiel, Bedum.
•
Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.ravon.nl
Zoogdieren •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rosse vleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Watervleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Bever, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Das, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Noordse woelmuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
•
Dietz, C., A. Kiefer, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. Alle soorten van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman, 2011. Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.
•
Regelink, J.R. & T. Bosch, 2007. Grote bosmuis in Winterswijk. Zoogdier 18 (2): 23.
•
www.zoogdiervereniging.nl
Planten en vegetatie •
Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.floron.nl
Insecten en ongewervelden •
www.vlinderstichting.nl
•
www.eis-nederland.nl
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
38
Vogels •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Roek, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Buizerd, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kerkuil, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
www.sovon.nl
Methoden, databanken, wetgeving •
www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen
•
www.ndff-ecogrid.nl
•
www.telmee.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl
•
www.minez.nederlandsesoorten.nl/zoeken-naar-soort
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx
•
www.ruimtelijkeplannen.nl
•
www.raadvanstate.nl/@115651/pas-mag/
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/toestemmingverlening-zonder-pas
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpakstikstof/documenten/publicaties/2019/10/12/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositiebij-nieuwe-activiteiten
Overige bronnen •
Mulder, M., 2021, Onderzoek huismus, gierzwaluwen vleermuizen 48 woningen, Maarssen, Rapport RA21116-01, Regelink Ecologie & Landschap, Wageningen.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
39
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
Algemeen Vanaf 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •
bescherming van Natura 2000-gebieden,
•
bescherming van soorten,
•
bescherming van houtopstanden.
Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplic ht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html). Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •
leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of
•
natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn.
Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of,
•
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,
2.
beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,
3.
beschermingsregime andere soorten.
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: 1.
opzettelijk vogels te doden of te vangen;
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
40
2.
opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;
3.
eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;
4.
opzettelijk vogels te storen.
Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,
•
het Verdrag van Bern, bijlage II,
•
het Verdrag van Bonn, bijlage I,
en alle planten uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,
•
het Verdrag van Bern, bijlage I.
Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. opzettelijk dieren te verstoren; 3. opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; 4. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 5. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
41
Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •
geen andere bevredigende oplossing bestaat;
•
geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;
•
en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en artikel 3.10, lid 2).
Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang. Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •
houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;
•
houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;
o
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
42
ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland. De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •
zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
43
Bijlage 2.
Foto-impressie plangebied
Constantijn Huygensstraat
Jacob Catsstraat
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
44
Dr. Plesmanstraat
Pieter de Hooghstraat
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
45
Schimmelpenninckstraat
Schaepmanstraat
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
46
Bijlage 3.
Jaarrond beschermde nesten
Het Ministerie van LNV heeft een lijst met vogelsoorten vastgesteld waarvan de nesten het hele jaar door beschermd zijn aangepast. Nestplaatsen van de soorten van categorie 1-4 zijn jaarrond beschermd, voor soorten van categorie 5 is een inventarisatie gewenst. De provincies Overijssel, Gelderland en Limburg hebben een eigen lijst. De tabel met soorten staat op de volgende pagina. Categorieën van ministerie van LNV Cat. 1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, ook buiten het broedseizoen gebruikt worden als vaste rust- en verblijfplaats (Steenuil)
Cat. 2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing of biotoop zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Roek, Gierzwaluw en Huismus)
Cat. 3
Nesten van vogels, zijnde géén koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Grote gele kwikstaart, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar en Slechtvalk)
Cat. 4
Nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer, Wespendief en Zwarte wouw)
Cat. 5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (diverse soorten waaronder Boerenzwaluw, Groene specht en Torenvalk) Categorieën provincie Overijssel
Cat.1
Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats
Cat.2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Cat.3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Cat.4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen
Cat.5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen Categorieën provincie Gelderland
Cat. 4
Soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats kwalificeren (jaarrond beschermde nesten).
Cat. 5
Soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats kunnen kwalificeren indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn (mogelijk jaarrond beschermde nesten). Categorieën provincie Limburg
Cat.1
Jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats
Cat.2
Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Cat.3
Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
47
Cat. 4
Zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. Categorieën provincie Flevoland
Cat. 1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.
Cat. 2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Cat. 3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Cat. 4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Cat. 5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Cat. 5a Nesten die vallen onder 5a zijn in beginsel wel jaarrond beschermd, tenzij uit een ecologische beoordeling blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale staat van instandhouding van de soort, bijvoorbeeld omdat er voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. Cat. 5b Nesten die vallen onder 5b zijn in beginsel niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn.
LNV
Friesland
Groningen
Noord-Holland
Drenthe
Utrecht
Zuid-Holland
Zeeland
Overijssel
Gelderland
Limburg
Flevoland
Noord-Brabant
Tabel 15. Vogelsoorten en de beschermingscategorieën van de nesten per provincie. In zwart de provincies die volgens de lijst van LNV werken, in rood provincies met een eigen lijst.
Steenuil (Athena noctua)
1
1
1
1
1
1
1
1
1 1
4
1
1
Gierzwaluw (Apus apus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
2
2
Huismus (Passer domesticus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
2
2
Roek (Corvus frugilegus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
1
2
Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
3
Kerkuil (Tyto alba)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
1
1
Oehoe (Bubo bubo)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
1
5a
Ooievaar (Ciconia ciconia)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
5a
Slechtvalk (Falco peregrinus)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
3
Boomvalk (Falco subbuteo)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Buizerd (Buteo buteo)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
4
5a
Havik (Accipiter gentilis)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Ransuil (Asio otus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
4
Sperwer (Accipiter nisus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
4
5a
Wespendief (Pernis apivorus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Zwarte wouw (Milvus migrans)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Blauwe reiger (Ardea cinerea)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
48
Drenthe
Utrecht
Zuid-Holland
Zeeland
Overijssel
5
5
5
5
5
5
5 3
Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Boomklever (Sitta europaea)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Bosuil (Strix aluco)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
Brilduiker (Bucephala clangula)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Draaihals (Jynx torquilla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Eidereend (Somateria mollissima)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Ekster (Pica pica)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Glanskop (Parus palustris)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Groene specht (Picus viridis)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Grote bonte specht (Dendrocopos major)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Hop (Upupa epops)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Huiszwaluw (Delichon urbicum)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 2
5
2
5b
IJsvogel (Alcedo atthis)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Kleine bonte specht (Dryobates minor)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Kleine vliegenvanger (Ficedula parva)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Koolmees (Parus major)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Kortsnavelboomkruiper (Certhia familiaris macrodactyla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Oeverzwaluw (Riparia riparia)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Raaf (Corvus corax)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Ruigpootuil (Aegolius funereus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Spreeuw (Sturnus vulgaris)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Tapuit (Oenanthe oenanthe)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Torenvalk (Falco tinninculus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Zeearend (Haliaeetus albicilla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Zwarte kraai (Corvus corone)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Zwarte mees (Periparus ater)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Zwarte specht (Dryocopus martius)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
Flevoland
Noord-Holland
5
Limburg
Groningen
5
Gelderland
Friesland
Noord-Brabant
LNV Boerenzwaluw (Hirundu rustica)
5
2
3
2
4
4
5b
5b
4
5b
3
5a
3
5a
4
Bijeneter (Merops apiaster)
4
Grauwe klauwier (Lanius collurio)
4
Grutto (Limosa limosa)
5
Kramsvogel (Turdus pilaris)
4 4
5
Paapje (Saxicola rubetra) Ringmus (Passer montanus)
5b 4
5
4
Rode wouw (Milvus milvus)
3
Roerdomp (Botaurus stellaris)
4
Spotvogel (Hippolais icterina)
4
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
5b
4
Kwartelkoning (Crex crex) Middelste bonte specht (Dendrocoptes medius)
3
RA22032-01
5a
49
5
Veldleeuwerik (Alauda arvensis)
5
Visdief (Sterna hirundo)
4
Wulp (Numenius arquata)
5
4
Zomertortel (Streptopelia turtur)
5
4
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
Flevoland
Limburg
Gelderland
Overijssel
Noord-Brabant
Zeeland
Zuid-Holland
Utrecht
Drenthe
Noord-Holland
Groningen
Friesland
LNV Tureluur (Tringa totanus)
RA22032-01
50
Bijlage 4.
Beschermde planten, verspreiding en habitat
Onderstaande tabel geeft Habitat en verspreiding van beschermde soorten met de beschermingsstatus (Wn), HR= Habitatrichtlijn, AS= Andere Soorten. Aangegeven is of het voorkomen van een soort in het plangebied met zekerheid is uit te sluiten op basis van ontbreken geschikt habitat (H) en/of buiten verspreidingsgebied (V). Indien soorten niet zonder meer zijn uit te sluiten is in paragraaf 5.2 beschreven waarom een soort (mogelijk) wel of niet voorkomt. Soort NL-naam
Latijnse naam
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Akkerboterbloem
Ranunculus arvensis
Droge storingsmilieus
Zuid-Limburg en misschien nog in het rivierengebied.
AS Ja, H
Akkerdoornzaad
Torilis arvensis
Vochtige, bemeste graslanden
Rond de grote rivieren en AS Ja, H Zuid-Limburg
Akkerogentroost
Odontites vernus vernus
Droge storingsmilieus Zuid-Limburg en in het (akkers en akkerranden) rivierengebied.
Beklierde ogentroost
Euphrasia rostkoviana kalkgraslanden
Zuid-Limburg
AS Ja, H
Berggamander
Teucrium montanum
Rotsen en kalkgraslanden
Westelijke deel van ZuidLimburg.
AS Ja, H
Bergnachtorchis
Platanthera chlorantha Kalkrijke zomen
Zuid-Limburg, lokaal in Noord-Brabant, Zeeland en oost-Nederland
AS Ja, H
Blaasvaren
Cystopteris fragilis
Muren
Zuid-Limburg en op enkele andere plaatsen
AS Ja, H
Blauw guichelheil
Anagallis arvensis foemina
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers.
Zuid-Limburg en op enkele andere plaatsen.
AS Ja, H
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Kalkgrasland
kustgebieden, ZuidLimburg (aangeplant)
AS Ja, H
Bosboterbloem
Ranunculus pol. nemorosus
Kalkrijke bossen
Zuid-Limburg en NoordHolland
AS Ja, H
Bosdravik
Bromopsis r. benekenii
Kapvlakten op kalkrijke Zuid-Limburg humeuze lemige grond.
AS Ja, H
Brave hendrik
Chenopodium bonushenricus
Droge storingsmilieus, humeuze grond
Zuid-Limburg
AS Ja, H
Brede wolfsmelk
Euphorbia platyphyllos
Kalkrijke akkers, bermen
Zuid-Limburg, AS Ja, H rivierengebied en Zeeland
Breed wollegras
Eriophorum latifolium Moeras
Overijssel
AS Ja, H+V
Bruinrode wespenorchis
Epipactis atrorubens
Kalkrijke zomen
Zuid-Limburg en op enkele andere plaatsen.
AS Ja, H
Dennenorchis
Goodyera repens
Bossen op droge, zure grond.
Noord- en MiddenNederland, Wadden en Zuid-Limburg
AS Ja, H
Dreps
Bromus secalinus
Droge storingsmilieus, kalkarme akkers
Verspreid door Nederland AS Ja, H
Drijvende waterweegbree
Luronium natans
open water (>95% trouw) en moeras
Vooral in Noord-Brabant HR Ja, H+V en Noord-Limburg. Zelden in het oosten en midden.
Echte gamander
Teucrium cham. germanicum
Kalkgraslanden, bosranden
Zuid-Limburg en aan kust. AS Ja, H
Franjegentiaan
Gentianella ciliata
Kalkgraslanden
Zuid-Limburg en rivierengebied.
AS Ja, H
Geelgroene wespenorchis
Epipactis muelleri
Kalkrijke bossen
Zuid-Limburg
AS Ja, H
Geplooide vrouwenmantel
Alchemilla subcrenata Natte, bemeste graslanden
Drenthe, Friesland
AS Ja, H+V
Getande veldsla
Valerianella dentata
Zuid-Limburg en rivierengebied.
AS Ja, H
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
AS Ja, H
RA22032-01
51
Soort NL-naam
Latijnse naam
Habitat
Gevlekt zonneroosje
Tuberaria guttata
Droge graslanden (excl. Texel en Vlieland, bij zilte) Zelhem en Ossehoek/Grevelingen
AS Ja, H+V
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Droge storingsmilieus, kalkarme akkers
geheel Nederland
AS Ja, H
Gladde zegge
Carex laevigata
Natte bossen (langs bronbeekjes en moerassen
Midden- en NoordLimburg.
AS Ja, H+V
Groene nachtorchis
Coeloglossum viride
Blauwgraslanden
Zuid-Limburg
AS Ja, H
Groenknolorchis
Liparis loeselii
vochtige duinvalleien, trilveen, alkalische laagveenmoerassen
West-Nederland
HR Ja, H+V
Groensteel
Asplenium viride
Droge, voedselrijke bossen
Groningen
AS Ja, H+V
Groot spiegelklokje
Legousia speculumveneris
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zuid-Limburg en rivierengebied.
AS Ja, H
Grote bosaardbei
Fragaria moschata
Droge, voedselrijke bossen op kalkrijke bodem.
Zuid-Limburg en rivierengebied.
AS Ja, H
Grote leeuwenklauw
Aphanes arvensis
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zuid-Limburg, het hele kustgebied en het rivierengebied.
AS Ja, H
Honingorchis
Herminium monorchis Kalkgraslanden in zeeduinen
Kustgebied en waddengebied
AS Ja, H+V
Kalkboterbloem
Ranunculus polyanthenos ssp. Polyanthenoides
Kalkgraslanden
Zuid-Limburg
AS Ja, H
Kalketrip
Centaurea calcitrapa
Kalkrijke ruigten
Sint-Pietersberg (LB)
AS Ja, H+V
Kartuizer anjer
Dianthus carthusianorum
Kalkgraslanden
Voornamelijk oost en midden-Nederland
AS Ja, H
Karwijselie
Selinum carvifolia
Moeras, graslanden, bosranden aan rand beekdalen
Oosten van het land, in de AS Ja, V, Kempen en in ZuidLimburg.
Kleine ereprijs
Veronica verna
Droge, neutrale graslanden
binnenduinen bij Haarlem, AS Ja, H lokaal in Brabant en Limburg
Kleine Schorseneer
Scorzonera humilis
Droge heiden
Veluwe en Drenthe.
AS Ja, V
Kleine wolfsmelk
Euphorbia exigua
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zeeland, Gelderland en Limburg
AS Ja, H
Kluwenklokje
Campanula glomerata Kalkgraslanden
Verspreid in midden- en Zuid-Nederland
AS Ja, H
Knollathyrus
Lathyrus linifolius
Bodden op lemige kalkrijke grond.
Zuid-Limburg, tussen Nijmegen en Gennep, op de Veluwe, in Twente en in Drenthe.
AS Ja, H+V
Knolspirea
Filipendula vulgaris
Droge, neutrale graslanden
oostelijke rivierengebied.
AS Ja, H+V
Korensla
Arnoseris minima
Droge storingsmilieus, kalkarme akkers
zuid en oost Nederland
AS Ja, H+V
Kranskarwij
Carum verticillatum
blauwgraslanden
bij Eindhoven
AS Ja, H+V
Kruipend moerasscherm
Apium repens
Natte pionier milieus Zeer zeldzaam in Zeeland, HR Ja, H+V (>90% trouw), grasland Noord-Brabant, kalkrijke duinen en in het oosten
Kruiptijm
Thymus praecox
Kalkgraslanden
Gulpen (LI)
AS Ja, H+V
Lange zonnedauw
Drosera longifolia
Natte heiden
Drenthe
AS Ja, V
Liggende ereprijs
Veronica prostrata
Kalkrijke graslanden in rivierduinen
Oost-Nederland
AS Ja, H+V
Moerasgamander
Teucrium scordium
Moeras, bossen en zomen en ruigten
Voorne (Zuid-Holland)
AS Ja, H+V
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
RA22032-01
52
Soort NL-naam
Latijnse naam
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Muurbloem
Erysimum cheiri
Muren, rotsachtige plaatsen
Alle provincies behalve Groningen
AS Ja, H
Naakte lathyrus
Lathyrus aphaca
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zuid-Limburg en verspreid AS Ja, H op enkele plaatsen in NL.
Naaldenkervel
Scandix pectenveneris
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zuid-Limburg en op enkele plaatsen in het rivierengebied.
AS Ja, H+V
Pijlscheefkelk
Arabis h. sagi_ata
Oude stadsmuren, kalkhellingen
Limburg
AS Ja, H+V
Roggelelie
Lilium bulbiferum croceum
Kalkarme akkers, open plekken in bossen, bosranden.
Zuid-Limburg, Drenthe.
AS Ja, H+V
Rood peperboompje
Daphne mezereum
Kalkrijke bossen
Zuid-Limburg, in de AS Ja, H Achterhoek en in Twente.
Rozenkransje
Antennaria dioica
Graslanden en droge heiden
De duinen, Drenthe, Zuidoost-Fryslân, Overijssel, Gelderland.
Ruw parelzaad
Lithospermum arvense
Kalkrijke akkers
Verspreid door Nederland, AS Ja, H m.u.v. Drenthe en Zeeland
Scherpkruid
Asperugo procumbens
Duinen, kalkrijke ruigten West Nederland en akkers
AS Ja, V+H
Schubvaren
Ceterach officinarum
Kalkstenen muren en rotsen
West-Nederland, rivierengebied en ZuidLimburg
AS Ja, V+H
Schubzegge
Carex lepidocarpa
Hooiland met bronbeekjes, kalkmoerassen
Zuid-Limburg.
AS Ja, H+V
Smalle raai
Galeopsis angustifolia Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Limburg en NoordBrabant, en middenNederland
AS Ja, H
Spits havikskruid
Hieracium lactucella
Droge, zure graslanden Limburg en in het oosten en midden van het land.
AS Ja, H
Steenbraam
Rubus saxatilis
Bossen op droge, zure grond
Zuidoost Groningen
AS Ja, V
Stijve wolfsmelk
Euphorbia stricta
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
langs de Waal en de IJssel AS Ja, H in Gelderland, Brabant en Zuid-Limburg
Stofzaad
Monotropa hypopitys
Struwelen
Duinen, Wadden, Midden- AS Ja, H Nederland en ZuidLimburg
Tengere distel
Carduus tenuiflorus
Kalkrijke ruigten
Wieringen (en voorheen in AS Ja, H+V de Hollandse duinen)
Tengere veldmuur
Minuartia hybrida
Droge storingsmilieus, akkers en grasland
Zuid-Limburg
AS Ja, H
Trosgamander
Teucrium botrys
Kalkgraslanden
oostelijke deel van ZuidLimburg.
AS Ja, H+V
Veenbloembies
Scheuchzeria palustris
Moeras en natte heiden Gelderland en NoordBrabant.
AS Ja, V
Vliegenorchis
Ophrys insectifera
Kalkrijke zomen (bosranden, open plekken in bos)
Zuid-Limburg
AS Ja, H+V
Vroege ereprijs
Veronica praecox
Droge storingsmilieus, akkers, grasland
Oost-Nederland (Brummen 1 locatie)
AS Ja, H+V
Wilde averuit
Artemisia c. campestris
Droge, neutrale graslanden
oostelijke rivierengebied en zeer zeldzaam in de Hollandse duinen.
AS Ja, H+V
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zuid-Limburg, AS Ja, H+V rivierengebied en op enkele plaatsen verspreid in NL.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
AS Ja, V+H
RA22032-01
53
Soort NL-naam
Latijnse naam
Habitat
Verspreiding
Wn Uit te sluiten
Wilde weit
Melampyrum arvense Droge storingsmilieus, kalkrijke akkers
Zuid-Limburg, rivierengebied
AS Ja, H+V
Wolfskers
Atropa bella-donna
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana Kalkgrasland, rivierdijken- en duinen
Rivierengebied en in het oosten van het land.
AS Ja, H+V
Zinkviooltje
Viola lutea calaminaria Kalkgraslanden, zinkhoudende grond
Zuid-Limburg langs Geul
AS Ja, H+V
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
Blauwgraslanden
Verdwenen in Nederland
HR Ja, H+V
Zweedse kornoelje
Cornus suecica
Bossen en heiden
Noord-Drenthe
AS Ja, H+V
Kapvlakten met kalkrijke Zuid-Limburg, Gelderland AS Ja, H+V ondergrond. en recent in urbane gebieden (o.a. Maastricht)
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
54
Limburg
N-Brabant
Zeeland
Z-Holland
Utrecht
Gelderland
Drenthe
Overijssel
Flevoland
N-Holland
Groningen
Vrijgestelde soorten per provincie
Friesland
Bijlage 5.
Aardmuis Bosmuis (1) Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
2
Egel Gewone bosspitsmuis
Zoogdieren
Haas Hermelijn Huisspitsmuis (1) Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter
9
7
3
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis (1) Vos Wezel Wild zwijn
Reptielen- Amfibieën
Woelrat
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
8
Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Hazelworm
4
Levendbarende hagedis
5
Groen = vrijgesteld voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1 Lichtgroen= vrijgesteld voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1 met uitzondering van het opzettelijk doden Oranje = niet vrijgesteld Geel = vrijgesteld met voorwaarden En alg vrijstelling in/op gebouwen (Wnb art 3.10 lid 3) Vrijgesteld in de periode maart-april en juli t/m november voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode 15 augustus t/m februari voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode juli t/m september voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode 15 augustus t/m 15 oktober voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode 1 juli t/m 29 februari Vrijstelling geldt voor binnen de bebouwde kom en alleen op grond van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd soortbeheerplan voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. met uitzondering van het opzettelijk doden. Vrijstelling uitsluitend met gebruik van de toegestane middelen, op percelen waar teelt van appels en peren plaatsvindt voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. met uitzondering van het opzettelijk doden. Vrijstelling uitsluitend met gebruik van de toegestane middelen, op percelen waar teelt van appels en peren plaatsvindt voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1.
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
55
Bijlage 6.
Stappen planstikstof depositie
Ecologische quickscan 17 woonblokken in Maarssen
RA22032-01
56
Bijlage 7.
Stappenplan gebiedsbescherming
Bijlage 8.
Stappenplan soortenbescherming