CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Uitvoeringsprogramma geactualiseerde woonvisie november 2020.pdf

Raad 26 september 2023, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 21.: Woonvisie 2023 - 203020.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het complex bestaat uit 315 wooneenheden waarvan er 160 van het bedrijf Socius, en 155 van woningcorporatie Portaal zijn. Er woont een diverse groep van bewoners die bestaat uit jongeren en ouderen. Via WoningNet worden de woningen regulier toegewezen. Socius heeft de leeggekomen onzelfstandige woningen in de zorgvleugel van het verzorgingshuis omgebouwd tot zelfstandige woningen en verhuurt deze aan studenten en startende jongeren. De beoogde doelgroepen zijn masterstudenten, werkende jongeren en vergunninghouders. De woningen zijn tijdelijk. Er zijn veel gezamenlijke voorzieningen aanwezig, zoals een restaurant, kapper, huisarts en een gemeenschappelijke activiteitenzaal.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

23

Het pand heeft verschilleden beheerders zoals een pandbeheerder, technisch beheerder, een beheerder huurzaken en een beheerder communicatie en maatschappelijke invulling. Alle beheerders wonen in het pand, zijn hoofdaanspreekpunt en kunnen geldboetes uitschrijven als de leefregels worden overtreden. Voor de beheertaak krijgen ze huurkorting. Daarnaast heeft iedere gang twee gangbeheerders en dit zijn ook bewoners. Zij hebben de taak om overzicht te houden, klachten en andere belangrijke zaken door te spelen naar het pandbeheer. De mix In de zorgvleugel wonen ouderen, studenten en starters gespikkeld. De voorzieningen van het verzorgingshuis worden gedeeld met de 55-plussers die in de aanleunwoningen wonen naast het complex. Jongeren die interesse hebben in een woning moeten een motivatiebrief schrijven en hun CV meesturen om in aanmerking te komen voor een van de woningen. Er worden geen specifieke richtlijnen gehanteerd bij de selectie. Het gaat er vooral om dat de jongeren een intrinsieke motivatie hebben om zich in te zetten voor de ouderen en betrokken te zijn in het pand en de buurt. Er worden verschillende diensten aan ouderen aangeboden zoals een praatje maken of boodschappen doen. Het project is met name bedoeld voor het versterken van contacten en kijken waar ouderen en jongeren elkaar kunnen ondersteunen, versterken en van elkaar kunnen leren.

Succesfactoren  Door goede samenwerking tussen de zorgpartij en de nieuwe verhuurder kan de overgang van beheertaken, voorzieningen en andere taken zonder te veel leegstand plaatsvinden.  Socius heeft met gebruikmaking van crowdfunding en vooruit betalingen van huren het project van de grond kunnen trekken. Voordat een woonvorm zoals de ‘Magic Mix’ gerealiseerd wordt, moet bij een aantal vragen worden stilgestaan:  Hoe kom je tot een selectie van potentieel geschikte locaties voor deze (tijdelijke) woonvormen? Braakliggend terrein, transformeren leegstaand/vrijkomend vastgoed, uitgerangeerde vakantieparken etc.  Mogelijke eigendomsconstructies verkennen met de markt: rol gemeente/ontwikkelaar/ corporatie?  Welke doelgroepen zijn er in welke omvang, welke doelgroepen wil en kan je mixen?  Aan welke criteria moeten dergelijke locaties voldoen?  Welke keurmerken zijn er om rekening mee te houden, bijvoorbeeld SNF-keurmerk voor arbeidsmigranten.  Welke mogelijkheden qua ruimtelijke procedures zijn er: bestemmingsplan/omgevingsplan, tijdelijke omgevingsvergunning afwijkend gebruik etc.  Belangrijk aandachtspunt is ook goede communicatie en afstemming met omwonenden. Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren Het realiseren van bijzondere woonvormen voor samenwoning diverse

Wanneer moet het gebeuren Eerste kwartaal 2021

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

Wie zijn bij de uitvoering betrokken  Gemeente

24

doelgroepen, in algemene zin onderzoeken. Deelname aan Living Lab Housing First; lokaal procesvoorstel voor dit regionale initiatief Ambtelijke werksessie voor het formuleren van de gemeentelijke wensen/eisen. Verkenning met de markt.

Besluitvorming over de wijze van aanpak voor de living Lab Housing First

2.6

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente  Zorgaanbieders  Corporaties

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente  Ontwikkelaars  Corporaties  Relevante brancheorganisaties  Het college  De gemeenteraad

Eerste half jaar 2021

Lokale invulling regionale afspraken U16 en Utrecht West over maatschappelijke opvang en beschermd wonen en basisset

Transitie en transformatie kwetsbare doelgroepen maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW) Op dit moment zijn de centrumgemeenten in Nederland verantwoordelijk voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen (MOBW). Vanaf 2022 worden ook de regiogemeenten hiervoor verantwoordelijk. Deze transitie houdt in dat de taken van de centrumgemeenten gefaseerd over gaan naar de regiogemeenten. Dit geldt in ieder geval voor de doelgroep BW. De centrumgemeente Utrecht blijft nog tot 2026 verantwoordelijk voor MO. Dit neemt niet weg dat de regiogemeenten al wel te maken hebben met inwoners met een MO achtergrond of inwoners die dakloos dreigen te raken. Naast de transitie is er sprake van een transformatie binnen MOBW. Het belangrijkste deel van de opvang vindt nu intramuraal plaats en zal steeds verder verschuiven naar opvang in de wijk. Het vooruitzicht is: waar mogelijk een eigen woonplek, in de wijk, waar men intensieve ondersteuning op maat kan ontvangen. Gemeenten worden geacht het beste voor inclusie van hun kwetsbare inwoners te kunnen zorgen, omdat zij het dichtst bij de inwoners staan. De centrumgemeente Utrecht en de 15 regiogemeenten die samen de U16 vormen, hebben regionale uitgangspunten geformuleerd en vastgelegd in de ‘Regionale koers maatschappelijke opvang en beschermd wonen U16’.

De uitgangspunten van deze Regionale koers zijn:  Eigen verantwoordelijkheid, keuzevrijheid en wederkerigheid zijn vanzelfsprekend. De regie ligt bij de inwoner en waar nodig regelt de gemeente ondersteuning. De ondersteuning en mate van zelfregie is maatwerk en moet zo dicht mogelijk bij en met de persoon georganiseerd worden.  Normaliseren en uitgaan van mogelijkheden Herstel van het gewone leven, waar problemen onderdeel van uitmaken. Vaak gaat dit om het hebben van een woonplek en een zinvolle invulling van de dag door activering en (mee)werken.  Ruimte voor professionele afwegingen en beslissingen

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

25

Om maatwerk en flexibiliteit te kunnen bieden is ruimte voor professionele afwegingen en beslissingen essentieel.  Eenvoudiger systeem en integrale aanpak Regels verminderen en verruimen om professionals slagvaardiger te kunnen laten werken. Uitgangspunt ‘één plan, één cliënt en één aanspreekpunt’.  Lokaal wat lokaal kan, regionaal wat meerwaarde heeft. Iedere gemeente moet een basisset/gereedschapskist aan voorzieningen en ondersteuning hebben. Voor de ondersteuning die zodanig schaars en specialistisch is dat lokaal aanbod onmogelijk of inefficiënt is, organiseren wij regionaal aanbod. Deze set bestaat uit de volgende onderdelen: - Lokale ambulante behandeling en begeleiding - Toegang tot een woonplek - Schuldhulpverlening en financieel beheer - Inkomen - Activering en toeleiding naar (betaald) werk - Tijdelijke woonplek - Persoonlijke ontwikkeling - Informele zorg - Integratie in de wijk - Preventie & vroegsignalering De gemeente heeft het Uitvoeringsprogramma MOBW Stichtse Vecht opgesteld, waarin is beschreven hoe de gemeente zich voorbereidt op deze nieuwe taak. Belangrijk onderdeel van dit stuk is de beschrijving van de basisset. Per onderdeel is aangegeven wat de ambitie is van de gemeente, wat er al aanwezig is en welke actiepunten zijn geformuleerd.

Het zorgen voor voldoende huisvesting (ook tijdelijke) om deze doelgroep in de wijk te kunnen ondersteunen is een van de grootste opgaven op het gebied van MOBW. Het huisvesten van kwetsbare personen in een wijk, vraagt om een gevarieerd aanbod aan woningen, zowel zelfstandig, verspreid over de gemeente, als juist gezamenlijk, bijvoorbeeld geclusterd in een gemengd wonen-complex. Het zal nodig zijn de bestaande woningvoorraad uit te breiden, vooral met woningen in de sociale huursector en in het bijzonder woningen voor alleenstaanden. In het Uitvoeringsprogramma MOBW zijn actiepunten opgenomen die vanuit ‘wonen’ een bijdrage leveren aan de realisatie van voldoende woonplekken:  Onderzoek woonruimte: Onderzoek doen naar alle mogelijkheden om woonruimte voor deze doelgroep te realiseren (bestaande panden, nieuwbouw, tijdelijke locaties) en dit afzetten tegen de opgave.  Plan woonruimte: Met corporaties en andere partners een plan maken voor het realiseren van voldoende woonruimte.  Living Lab Eerst een Thuis: Deelname aan Living Lab, gericht op het mogelijk realiseren van een gemengd wonen project om de doorstroom van mensen in MO te bevorderen.  Corporaties: Afspraken maken met de corporaties over jaarlijkse in- en uitstroom MOBW en deelname aan bouwprojecten.

De volgende overige punten leveren voornamelijk een bijdrage vanuit ‘zorg en welzijn’ aan de realisatie van voldoende woonplekken:  Uitstroom MOBW: Afspraken over uitstroom uit MOBW stroomlijnen binnen Stichtse Vecht en waar nodig in UW verband.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

26

Uitstroom MOBW: Bij uitstroom uit MOBW zorgen voor goede overdracht (naar wijkteam of aanvullende zorg), zachte landing in de wijk, aansluiting bij het lokale netwerk en voorzieningen. Ambulantisering: Bestuurlijke afspraken ambulantisering MOBW, gemaakt tussen gemeenten, corporaties en zorgaanbieders, uitwerken in Utrecht West verband.

Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren Deelname aan Living Lab, gericht op het mogelijk realiseren van een gemengd wonen project om de doorstroom van mensen in MO te bevorderen. Onderzoek doen naar mogelijk- heden woonruimte voor deze doelgroep te realiseren (bestaande panden, nieuwbouw, tijdelijke locaties) en dit afzetten tegen de opgave. Met corporaties en andere partners een plan maken voor het realiseren van voldoende woonruimte. Afspraken maken met de corporaties over jaarlijkse inen uitstroom MOBW en deelname aan bouwprojecten. Afspraken maken met omwonenden, zorginstellingen e.d. omtrent het begeleiden van deze bewoners.

2.7

Wanneer moet het gebeuren Eerste kwartaal 2021

Wie zijn bij de uitvoering betrokken  Gemeente  Corporaties  Zorgaanbieders

Tweede kwartaal 2021

 Gemeente  Ontwikkelaars  Corporaties

Derde kwartaal 2021

 Gemeente  Corporaties  Zorgaanbieders  Ontwikkelaars

Derde kwartaal 2021

 Gemeente  Corporaties

Vierde kwartaal 2021

 Gemeente  Corporaties  Huurdersorganisaties  Omwonenden

In beeld brengen vraag naar woonwagenstandplaatsen

Beleidskaders voor gemeentelijk woonwagenstandplaatsenbeleid Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in juli 2018 een beleidskader opgesteld dat gemeenten een handreiking biedt voor beleidsvorming rondom woonwagens. Dit beleidskader verduidelijkt dat recht dient te worden gedaan aan de culturele identiteit die samenhangt met deze woonvorm. Gemeenten hebben de primaire

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

27

verantwoordelijkheid beleid voor woonwagens en standplaatsen vast te stellen als onderdeel van het volkshuisvestingsbeleid. Het beleid dient onder andere voldoende rekening te houden met en ruimte te geven voor het woonwagenleven van woonwagenbewoners. De gemeente is verantwoordelijk voor de ruimtelijke ordeningskant van het standplaatsenbeleid. In het bestemmingsplan/omgevingsplan wordt vastgelegd waar de kavels voor standplaatsen liggen en hoeveel dat er zijn. Ook is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en voor handhaving van bijvoorbeeld bouwvoorschriften. De corporaties zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen, verhuren en exploiteren van woonwagen-locaties, standplaatsen en woonwagens voor de bewoners die tot de doelgroep van woningcorporaties behoren (kerntaken van de woningcorporaties). Ze hebben onder de Algemene wet gelijke behandeling een zelfstandige verplichting om te voldoen aan de nondiscriminatie standaarden. Woonwagenstandplaatsen in de gemeente Stichtse Vecht In de gemeente Stichtse Vecht zijn in Zwanekamp vier woonwagenstandplaatsen gelegen. Deze vallen onder het woongroepenmodel volgens de regionale huisvestingsverordening. Daarnaast zijn er nog enkele plaatsen in Kockengen en in Nigtevecht. In Kockengen pacht de gemeente van een particuliere eigenaar.

De gemeente verhuurt de standplaatsen en de woonwagens zijn in eigendom van de huurders. De toewijzing van de plaatsen gaat via de woongroep die bestaat uit de huidige huurders. De plaatsten worden het eerst toegewezen aan geïnteresseerde familieleden van zittende huurders. De corporaties zijn niet betrokken bij de verhuring of toewijzing van woonwagenstandplaatsen. Op dit moment hanteert de gemeente een informele wachtlijst waarvoor zich tot nu toe 5 kandidaten gemeld hebben. Daarnaast verhuurt woningbouwvereniging Vecht en Omstreken vier woonwagenstandplaatsen in de kern Breukelen. Behoefte aan standplaatsen: wachtlijst of onderzoek Van belang is dat de behoefte aan standplaatsen helder is. Hiervoor is het hanteren van een wachtlijst een gebruikelijke methode. Deze wachtlijst kan aansluiten bij de reguliere wachtlijst van de woningcorporatie of een regionaal woonruimteverdeelsysteem, zoals WoningNet in de regio Utrecht. Deze wachtlijst kan ook een losstaande wachtlijst zijn, alleen voor mensen die een woonwagenstandplaats zoeken. Ook kan de gemeente zelf een wachtlijst hanteren waar geïnteresseerden zich kunnen inschrijven. Wanneer er geen sprake is van een wachtlijst of er voor een lange tijd geen wachtlijst is gehanteerd, raadt men aan een onderzoek naar de behoefte aan standplaatsen en woonwagens uit te voeren.

Het onderzoek kan bijvoorbeeld in de vorm van een enquête onder de woonwagenbewoners die wonen in een woonwagen, hun inwonende familieleden en spijtoptanten. Met de inventarisatie kan de actuele behoefte aan standplaatsen en woonwagens in beeld worden gebracht en kunnen prognoses worden gemaakt voor de komende jaren. Hieronder lichten we twee voorbeelden van behoefteonderzoek toe: globaal en uitgebreid behoefteonderzoek.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

28

Globaal

Uitgebreid

Op basis van de huidige bewoners van

Uitgebreider onderzoek bestaat uit het actief

woonwagenlocaties wordt ingeschat hoeveel

vragen naar de behoefte door middel van een

personen verwachting

er

de

een

jaren

naar

enquête. Deze enquête kan worden uitgezet

woonwagen

willen

onder

komende eigen

de

woonwagenbewoners

de

(hoofdbewoners en inwonende jongeren) maar

huishoudsamenstelling en de leeftijd van de

ook onder mensen die van een woonwagen

bewoners om na te gaan of er meerdere

naar een reguliere woning zijn verhuist. Op

generaties in één woonwagen wonen. Van

deze wijze kan een eventuele breder levende

inwonende kinderen kan worden aangenomen

behoefte

dat ze op den duur een eigen wagen willen. Ook

gemeente kun je ervoor kiezen alleen de

kan het wenselijk zijn om als vader en moeder

behoefte binnen de eigen gemeente of ook

een andere woonwagen te betrekken zodat

buiten de gemeente te inventariseren. In het

grootmoeder en grootvader in de woonwagen

laatste geval worden de mensen die van een

kunnen blijven wonen en meer ruimte hebben.

woonwagen naar een reguliere woning in een

Daarnaast kan er gekeken worden hoeveel

andere gemeente ook uitgenodigd de enquête

huishoudens bestaan uit ouderen. Zij kunnen op

in te vullen. Er kan voor gekozen worden om

den duur de woonwagen verlaten. Deze komen

naast enquêtes ook interviews uit te voeren.

dan

een

Dergelijke onderzoeken kunnen ook op een

woonbehoefte zijn onder spijtoptanten. Deze

breder schaalniveau worden uitgevoerd, zoals

behoefte valt in te schatten aan de hand van het

binnen een gehele provincie.

bewonen.

weer

Hiervoor

kijk

beschikbaar.

je

Er

naar

kan

in

kaart

worden

gebracht.

Als

aantal verhuizingen vanuit een woonwagen naar een reguliere woning in de afgelopen jaren.

Het onderzoek kan ook in regionaal verband (U16) worden opgepakt. Hiervoor kan de interesse onder de regiogemeenten gepeild worden. Na de uitvoering van een onderzoek, is het van belang een wachtlijst aan te leggen in verband met de toewijzing. Ook kan aan de hand van de uitkomsten de gewenste samenstelling van de woonwagenlocaties verder worden ingevuld en kan eventueel tegemoet worden gekomen aan het wonen in familieverband op de woonwagenlocatie(s). Per gemeente is het aantal te realiseren woonwagenplaatsen in beginsel verschillend. Dit kom doordat sommige gemeenten van oudsher een grotere populatie aan woonwagenbewoners hebben dan andere gemeenten. De factoren die een rol spelen in het bepalen van de grootte van woonwagenlocaties zijn de volgende:  De grootte van plaatselijke families.  De mogelijkheden om verschillende doelgroepen bij elkaar te plaatsen op één locatie of mogelijkheden voor meerdere kleinere woonwagenlocaties.  De mogelijkheden die er zijn om bestaande locaties uit te breiden.  De mogelijkheden voor nieuwe locaties. Toewijzing Het is van belang criteria vast te stellen voor de manier van toewijzen. Hiermee kan worden aangegeven wie in aanmerking komt voor een standplaats en/of woonwagen. Bij de toewijzing van standplaatsen kan het afstammingsbeginsel worden gehanteerd.

Dit houdt in dat wanneer er sprake is van schaarste aan woonwagenstandplaatsen, woonwagenbewoners voorrang moet worden gegeven. Zij hebben vanwege hun eigenheid in cultuur een andere woonbehoefte dan

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

29

andere woningzoekenden en daardoor een sterkere behoefte aan een woonwagenstandplaats. Hierbij gaat het om woonwagenbewoners die al in een woonwagen wonen of door omstandigheden in een reguliere woning wonen maar terug willen keren naar een woonwagen (spijtoptanten). De afstamming, ofwel het ‘woonadres’ van de woningzoekende of de (groot)ouders van de woningzoekende kan aantonen of de woningzoekende een woonwagenbewoner of spijtoptant is. Het toewijzen kan bijvoorbeeld ook via coöptatie of inschrijfduur gaan. Wij raden aan om na het uitvoeren van de behoefte inventarisatie woonwagenstandplaatsenbeleid op – en vast te stellen met tenminste kaders voor het invulling geven aan de geconstateerde uitbreidingsopgave, de kaders voor het kwantitatief en kwalitatief op peil houden van bestaande standplaatsen en woonwagens en uitgangspunten voor de toewijzing van standplaatsen en woonwagens. Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren

Wanneer moet het gebeuren

Wie zijn bij de uitvoering betrokken

Het inzichtelijk maken van de huidige situatie. Voor het inzichtelijk maken van de huidige behoefte is het van belang dat er goede communicatie plaatsvindt:  Ga de dialoog aan en betrek woonwagenbewoners net als de andere inwoners van de gemeente bij het beleid dat hun aangaat.  Creëer ruimte voor actieve, effectieve en constante betrokkenheid van woonwagenbewoners.  Zet hiermee nadrukkelijk in op vertrouwen Besluitvorming over de wijze van behoefteonderzoek: globaal of uitgebreid, regionaal of lokaal Woonwagenstandplaatsenbeleid op- en vaststellen op basis van huidige situatie en uitkomsten behoefteonderzoek. Aandacht voor werking van de wachtlijst, manier van toewijzen, beheer en onderhoud van locaties, eigendomsconstructies en uitbreiding van de standplaatsen als dat uit het

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente 1.

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente  Het college  De gemeenteraad

Tweede kwartaal 2021

 Gemeente  Corporaties

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

2.

30

behoefteonderzoek blijkt. Hierbij zal ook de eventuele rol van de corporaties en/of de inzet van een professionele beheersorganisatie aan de orde komen. De uitvoering van het opgestelde beleid

 Gemeente  Corporaties

Vanaf derde kwartaal 2021 3.

2.8

Besluitvormingstraject doelgroepenverordening

De doelgroepenverordening Onder de per 1 juli 2008 in werking getreden Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) kunnen gemeenten in bestemmingsplannen expliciet sturen op de gewenste woningbouwcategorieën die voor bepaalde doelgroepen bestemd zijn in de vorm van een doelgroepenverordening. Vóór 1 juli 2008 beperkten de juridische mogelijkheden zich tot het vastleggen van typen woningen. In een doelgroepenverordening worden doelgroepen (inkomen), instandhoudingstermijn, aanvangshuurprijs en maximale huurprijs per woningbouwcategorie vastgesteld. Wanneer de verordening is vastgesteld kunnen in bestemmingsplannen eisen worden opgenomen ten aanzien van de realisatie van verschillende woningbouwcategorieën. De realisatie van de woningbouwcategorieën wordt in percentages uitgedrukt. Met een doelgroepenverordening en de doorwerking van de doelgroepenverordening in bestemmingsplannen, kan er voor worden gezorgd dat woningen betaalbaar en bereikbaar blijven voor de beoogde doelgroepen. De categorieën die de gemeente mag hanteren in het bestemmings- en exploitatieplan waren tot voor kort sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en particulier opdrachtgeverschap. In juli 2017 is de categorie geliberaliseerde woningen voor middenhuur aan het rijtje toegevoegd. Het gaat hierbij om huurwoningen met een huurprijs van ten minste € 737,14 (prijspeil 2020).

Op het moment is de categorie sociale koop gekoppeld aan de maximale grens van twee ton in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), terwijl woningen nauwelijks meer voor deze prijs te realiseren zijn door een stapeling van eisen qua duurzaamheid, levensloopbestendigheid etc.. De minister heeft in oktober 2019 maatregelen aangekondigd die inspelen op dit probleem. Bovendien wordt gewerkt aan maatregelen die de positie van starters en middeninkomens op de koopmarkt versterken (ten opzichte van beleggers die woningen opkopen en verhuren). De zelfbewoningsplicht die de gemeente Stichtse Vecht in de woonvisie als maatregel heeft opgenomen, voorkomt dit overigens al. De maatregelen van de minister worden doorgevoerd in de Omgevingswet (deze treedt op 1 januari 2022 in werking). Keuzes van de gemeente in een doelgroepenverordening  De gemeente kan zelf kiezen welke woningcategorieën in de doelgroepenverordening worden opgenomen: sociale huur en/of sociale koop en/of middenhuur.  Er is geen landelijke uniforme maximale huurprijs voor het middenhuursegment bepaald vanwege de verschillen per gemeente wat betreft de spanning op de woningmarkt. De gemeenten bepalen zelf de maximale huurprijs voor middenhuur. In de huisvestingsverordening van Stichtse Vecht is al opgenomen dat de maximale huurprijs voor middenhuur € 900,- per maand is. Indexering van deze maximale huurprijsgrens vindt

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

31

jaarlijks per 1 juli plaats aan de hand van het Consumenten Prijs Indexcijfers Alle Huishoudens, zoals jaarlijks gepubliceerd door het CBS. De doelgroepen voor sociale huur- en koopwoningen en middenhuurwoningen worden door middel van inkomensgrenzen door de gemeenten bepaald. De inkomensgrenzen heeft Stichtse Vecht al opgenomen in de huisvestingsverordening. Hierin zit nog de mogelijkheid om voorrang te geven aan bepaalde groepen, bijvoorbeeld 50% economisch/maatschappelijke binding met de regio (waarvan weer de helft lokale binding). Daarnaast moet in de doelgroepenverordening de instandhoudingstermijn voor deze woningen worden bepaald, binnen de Wet op de Basisregistratie Onderhoud gestelde grenzen. Voor middenhuurwoningen wordt in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de termijn van ten minste 10 jaar aangehouden. De gemeente kan dus voor een langere instandhoudingstermijn kiezen. Stichtse Vecht heeft reeds een instandhoudingstermijn van 15 jaar vastgelegd. Gemeenten kunnen afspraken maken over de minimale grootte van zowel sociale huurwoningen als middenhuurwoningen. Dit kan op een zeer gedetailleerde of meer generieke manier worden opgenomen in de verordening. Binnen de categorieën sociale- huurwoningen, koopwoningen en middenhuurwoningen kan een gemeente differentiëren naar meer afgebakende categorieën/doelgroepen.

Bij middenhuur kan bijvoorbeeld verschil worden gemaakt aan de hand van inkomen en maximale huurprijs.

Wanneer de doelgroepenverordening wordt vastgesteld ontstaat er een wettelijke basis om uitvoering van het gemeentelijke woonbeleid tot uitdrukking te brengen in nieuwe bestemmingsplannen in de vorm van een minimaal percentage per categorie. Ook kan dit in exploitatieplannen worden uitgedrukt in de vorm van een minimaal percentage die in de bestemmingsplannen worden genoemd naar bouwplekken/deelgebieden. Vergeleken met het bestemmingsplan kan in een exploitatieplan het aantal woningen binnen een bepaalde categorie en situering van de woningen worden benoemd. Het is daarmee een stuk gedetailleerder. Het is ook mogelijk om via anterieure overeenkomsten te bepalen waar in een plangebied bepaalde woningen moeten worden gerealiseerd die aan bepaalde minimale kwaliteitseisen voldoen. Het verdient echter de voorkeur om de bouw van genoemde categorieën woningen via publiekrechtelijk instrumentarium (bestemmingsplannen) te borgen. In regionaal verband wordt onderzoek gedaan naar de borging van de middenhuur in bestemmingsplannen. Belangrijke aandachtspunten en mogelijkheden voor borging die in dat onderzoek aan de orde komen, worden meegenomen in de besluitvorming in de gemeente Stichtse Vecht.

Koppeling met huisvestingsverordening Regels ten aanzien van de bekendmaking van het aanbod en toewijzing van de woning wordt niet geregeld in de doelgroepenverordening maar in de huisvestingsverordening. De Huisvestingswet is per 1 juli 2019 gewijzigd. Waar gemeenten eerst in een huisvestingsverordening regels konden stellen bij het bestrijden van onevenwichtige effecten van schaarste aan sociale (goedkope) woonruimte, kunnen zij dit instrumentarium voortaan in alle woningmarktsegmenten toepassen, als er in die segmenten sprake is van schaarste. Stichtse Vecht heeft de categorie middenhuur inmiddels opgenomen in de huisvestingsverordening. De regels over de bekendmaking en toewijzing van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen in Stichtse Vecht is al goed geregeld in de huisvestingsverordening. Maar

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

32

de praktische uitvoering van de toewijzing van de woningen in het middenhuursegment via Woningnet moet nog geregeld worden. Vanuit de markt is aangegeven, dat er begrip bestaat voor het waarom van een doelgroepenverordening. Sociale huur is doorgaans redelijk geborgd, maar voor het realiseren van middeldure huur en goedkopere/middeldure koop is extra inspanning nodig, daar moet iets voor gebeuren. Hier moet echter wel aandacht zijn voor haalbaarheid van businesscases. Gemeenten stellen vaak ook eisen met betrekking tot grootte van de woningen, maximale huurprijs en huurverhogingen. Met name de eisen ten aanzien van de grootte van de woning in relatie tot de huurprijs zijn niet altijd realistisch. Het zou goed zijn als lokale partijen eens samen kijken naar de wijze waarop haalbare businesscases gemaakt kunnen worden. In grote lijnen zien marktpartijen, dat realisatie van sociale huurwoningen verliesgevend is, realisatie van middeldure woningen kostenneutraal is en realisatie van duurdere vrije sectorwoningen ervoor zorgt dat projecten rendabel zijn. In die zin is de differentiatie die de gemeente Stichtse Vecht hanteert wel goed (30%-30%-40%). De middeldure woningen zouden dan 3-kamerwoningen moeten zijn (of grotere 2-kamerwoningen).

Van groot belang is in ieder geval dat gemeente, corporaties en marktpartijen elkaar snel en in een vroeg stadium weten te vinden, en verwachtingen/eisen vooraf helder zijn. Dan kan ook samen gekeken worden naar de haalbaarheid. Binnen de gemeente zal aandacht moeten zijn voor goede afstemming tussen de verschillende eisenpakketten: zijn eisen en verwachtingen reëel? Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren Doelgroepenverordening Nadere lokale uitwerking/invulling van de regionaal opgestelde opzet van de doelgroepenverordening: inhoudelijk en procesmatig (wat betreft besluitvorming). Ontwikkelaars en woningcorporaties consulteren.

Wanneer moet het gebeuren

Wie zijn bij de uitvoering betrokken

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente  Ontwikkelaars  Corporaties  Huurdersorganisaties  Gemeente

Opstellen lokale invulling Tweede kwartaal 2021 keuzes op basis van consultatieronde. Besluitvorming over de lokale Tweede kwartaal 2021 invulling. Praktische uitvoering toewijzing middenhuur via Woningnet Consulteren ontwikkelaars/ Meenemen bij de evaluatie beleggers van middenhuurvan de woningen, corporaties en huisvestingsverordening in huurdersorganisaties. 2021

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

 Het college  De gemeenteraad  Gemeente  Ontwikkelaars van middenhuurwoningen  Beleggers van

33

middenhuurwoningen  Corporaties  Huurdersorganisaties

2.9

Leefbaarheid in kwetsbare wijken

Uit recente onderzoeken (Leefbaarheid in Nederland 2018 en Veerkracht in het corporatiebezit) komt naar voren dat het over het algemeen goed gaat met de leefbaarheid en veiligheid in ons land, maar dat het tegelijkertijd met een aantal gebieden de verkeerde kant op dreigt te gaan. Het gaat om gebieden waar sprake is van een combinatie en cumulatie van opgaven op het gebied van onderwijs, werk/armoede/inclusie, veiligheid/ondermijning, wonen en gezondheid. Hieruit blijkt wel dat leefbaarheid samenhangt met ontwikkelingen binnen verschillende aspecten van een samenleving en is daarmee het begrip ‘leefbaarheid’ heel breed. In dit stuk gaan we dieper in op de relatie tussen de concentratie van kwetsbare doelgroepen en leefbaarheid. Aandacht voor kwetsbare doelgroepen in wijken Uit het onderzoek ‘Veerkracht in het corporatiebezit’ blijkt dat de concentratie van kwetsbare doelgroepen in de sociale huursector verder is toegenomen. Bij een groot aandeel van deze huurders is de zelfredzaamheid beperkt en daar waar zij geconcentreerd samenwonen, staat ook de samenredzaamheid onder druk. Ook is de overlast en onveiligheid in buurten met veel sociale huurwoningen verder toegenomen.

De toename van specifieke kwetsbare groepen, zoals mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een licht verstandelijke beperking en mensen met psychiatrische problematiek speelt hierbij een rol. Sociaal zwakke buurten worden vooral geraakt Vaak zijn de goedkoopste woningen te vinden in wijken waar de leefbaarheid al onder druk staat. Ook is de mutatiegraad daar het hoogst en is daarmee ook de instroom van kwetsbare groepen het grootst. Daarnaast kennen deze wijken een grotere uitstroom van huishoudens met hogere inkomens en een verminderde instroom van meer kansrijke huishoudens. Wanneer de meer kwetsbare groepen niet de ondersteuning krijgen die nodig is, kunnen er problemen ontstaan rondom overlast en veiligheid. Oorzaken De concentratie van kwetsbare doelgroepen in een beperkt aantal buurten houdt verband met een toename in problemen met overlast en onveiligheid. Dit kan worden verklaard vanuit meerdere maatschappelijke ontwikkelingen:  Volkshuisvesting die als gevolg van rijksbeleid steeds meer gericht is op het huisvesten van kwetsbare groepen. Hierdoor is de sociale huur steeds meer het domein geworden van kwetsbare huishoudens.  De rolopvatting van woningcorporaties. In de laatste tien jaar is de brede rol van woningcorporaties verlegd naar de ‘kerntaken’ van de corporaties.

Daarmee houden corporaties zich voornamelijk bezig met de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit (duurzaamheid) van hun bezit. Deze verandering in focus kwam door wijzigingen in het rijksbeleid (vooral Woningwet), maar het was ook een autonome reactie van woningcorporaties op de financiële en morele crisis in de jaren daarvoor.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

34

Marktdenken bij overheid en woningcorporaties heeft geleid tot een concentratie van de goedkoopste woningen in wijken waar de leefbaarheid zwak is.  De extramuralisering en ambulantisering heeft gezorgd voor een grotere druk op de goedkope woningvoorraad (toename kwetsbare mensen in goedkope woningen).  De decentralisatie van zorg en ondersteuning, participatie en jeugdhulp ging samen met bezuinigingen. Deze bezuinigingen hebben de ondersteuning van en het perspectief voor kwetsbare groepen onder druk gezet.  Kwetsbare groepen (en hun woningen) zijn een gewild doelwit voor ondermijnende criminaliteit, waarbij door criminelen handig wordt ingespeeld op de behoefte aan ‘snel geld’ bij een deel van de kwetsbare bewoners. Deze ontwikkelingen hebben gezamenlijk een ongewenst bijeffect: een toename van problemen in wijken waar de problemen als het grootst zijn. Oplossingen De ontwikkeling van de leefbaarheid heeft het afgelopen jaar veel aandacht gekregen, zowel van de kant van corporaties als van gemeenten. In het onderzoek ‘Veerkracht in het corporatiebezit’ 2020 worden de volgende oplossingen aangedragen: 1. Zet in op verbetering van de sociale huurvoorraad in wijken waar de problemen het grootst zijn en doe dit in combinatie met de verduurzaming van de woningvoorraad. Zorg dat het weer aantrekkelijk wordt om in de ‘mindere’ wijken te gaan wonen. 2.

Vergroot de differentiatie in wijken door middeldure woningen in de zwakke wijken en sociale woningen in de betere wijken te bouwen. Maak het woningcorporaties makkelijker woningen in het lagere middensegment te bouwen en te beheren. 3. Ga in het huurbeleid niet rigide om met de WOZ-waarde in de WWS-systematiek zodat concentratie van goedkope woningen wordt beperkt. Bekijk of het woningwaarderingsstelsel kan worden aangepast om de ongewenste effecten op buurtniveau te voorkomen. 4. Bied waar mogelijk in mindere wijken woningen aan tegen een hogere huur, zodat een meer gevarieerde instroom ontstaat. Herbezin op de mate van extramuralisering en maakt ruimte voor moderne verzorgingshuizen. Kijk hoe de levering van zorg en ondersteuning kan worden verbeterd zodat de ambulantisering succesvol kan verlopen. 5. Beperk geconcentreerde toewijzing aan kwetsbare groepen door te sturen op instroom en benut de ruimte in de 80-10-10 regeling. 6. Voorkom geconcentreerde plaatsing van uit GGZ in kwetsbare buurten. 7. Werk samen met andere partijen aan een goede integrale/samenhangende sociale buurtaanpak. Lokale invulling Voor de gemeente Stichtse Vecht komen we tot de volgende concrete opgaven: 1. Samenwerking tussen de gemeente, corporaties, zorgaanbieders, omwonenden, sociaal domein etc. (bevorderen).

Begin met het delen van de informatie die alle verschillende partijen hebben over waar de problematiek rondom kwetsbare doelgroepen zich in de gemeente afspelen. 2. Inzicht in de problematiek kan worden uitgebreid/aangevuld door middel van monitoring (bijv. betere buurten / enquêtes). 3. Woningbouwcorporatie Portaal heeft Circusvis de opdracht gegeven om de leefbaarheid in de kernen waar zij bezit heeft in beeld te brengen. De leefbaarheidsanalyses van de kernen

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

35

Maarssenbroek en Maarssen zijn afgerond. Voor de gewenste uitbreiding van de leefbaarheidsanalyses over alle kernen van de gemeente is het goed om aan te sluiten op de leefbaarheidsanalyses die al zijn uitgevoerd voor de kernen Maarssenbroek en Maarssen. Bovendien zijn de corporaties en huurdersorganisaties belangrijke partners in het vraagstuk leefbaarheid. Voordat de aansluiting en uitbreiding van het al uitgevoerde onderzoek plaatsvindt, is het belangrijk dat de gemeente eerst beoordeelt of de toegepaste leefbaarheidsanalyse ‘breed’ en ‘diepgaand’ genoeg is. Vanuit de gemeente kunnen eventueel aanvullingen van de analyse worden opgepakt. 4. Hoe is de huidige verhouding in de wijken/buurten, welke verdienen extra aandacht. 5. Welke instrumenten kunnen partijen inzetten in de zorgelijke wijken/buurten. 4. In de onderstaande kaders staat een aantal voorbeelden van instrumenten die in wijken/buurten ingezet kunnen worden.

Inzet buurthuizen/wijkcentra

Inzet huismeesters

Buurthuizen zijn een onderdeel van de sociale

Huismeesters worden ingezet in complexen van

infrastructuur en als zodanig belangrijk voor de

woningcorporaties. Zij zien toe op het schoon en

leefbaarheid en sociale samenhang voor de wijk. In

heel houden van woongebouwen en de directe

een buurthuis of wijkcentrum zijn de activiteiten niet

woonomgeving,

alleen een doel op zich, maar ook een middel voor

reparatiewerkzaamheden, onderhouden het contact

participatie en ontmoeting.

en geven advies en dienstverlening aan bewoners.

Een buurthuis heeft een passende schaal om van

Ook houden ze toezicht in de gebouwen en

betekenis te zijn voor leefbaarheid en sociale

openbare ruimten en op het schoonmaken van het

samenhang in de buurt. Dat levert betrokkenheid bij

gebouw

de buurt op, vrijwillige inzet voor het buurthuis, wat

bewoners aan op hun woongedrag, onderhouden

op zich al een bijdrage levert aan het sociaal kapitaal

contact met bewonerscommissies, wijkagente en

van de buurt. Inzet gebieds-/buurtbeheerders

buurtbeheer, signaleren en melden problemen,

Buurtbeheerders kunnen verschillende taken op zich

en komt het voor dat ze een spreekuur houden voor

nemen. Taken die een bijdrage leveren aan de

bewoners. Het kan voorkomen dat een huismeester

leefbaarheid in de buurt. Zo zijn zij bijvoorbeeld het

ook als buurtbeheerder wordt ingezet. Community art groepen

aanspreekpunt

als

het

gaat

en

doen

openbare

kleine

onderhoud-

ruimten.

Ze

en

spreken

zorgen voor snel herstel bij bijvoorbeeld vandalisme

om

de

directe

woonomgeving zoals tuinen en achterpaden, bieden

Community art groepen maken kunst met mensen

ze een helpende hand of luisterend oor, zoeken naar

uit de wijk. Het maken van kunst is niet het doel

oplossingen en geven advies. Ze spreken bewoners

maar het middel voor verbinding. Samen met

aan op hun woongedrag, bijvoorbeeld als een tuin

bewoners uit de wijk kunnen actuele thema’s in

verwaarloosd is en bemiddelen bij overlastsituaties.

artistieke vormen worden vertaald. Vaak wordt er bij

Het kan voorkomen dat een buurtbeheerder ook als

de projecten gekeken naar de deelname van

huismeester wordt ingezet.

bewoners aan hun dorp of stad. Bewoners wordt

Inzet avond-/nachtdienst

een podium geboden aan uiteenlopende stemmen,

Het kan voorkomen dat een cliënt in de avond of

juist ook die zelden worden gehoord. De projecten

nacht net iets meer begeleiding nodig heeft dan

kunnen bijdragen aan de empowerment van

normaal. Via een avond-/nachtdienst is het mogelijk

individuen en de verbinding tussen bewoners in een

om op deze momenten om extra begeleiding in te

wijk.

zetten via bellen, WhatsApp of face-to-face. Hierbij moet het wel gaan om een kortdurende/incidentele hulpvraag of vangnetfunctie.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

36

Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren Bevorderen van de samenwerking tussen de gemeente, corporaties, huurdersorganisaties, inwoners, zorgaanbieders, sociaal domein etc. Uitvoering van leefbaarheidsonderzoek:  Uitbreiding van de leefbaarheidsanalyse die Portaal al in gang heeft gezet (datasessie breder trekken)  Aandachtspunt: voor de kleinere corporaties maatwerk voeren (kleine aanvulling, niet te groot optuigen) Inzichtelijk maken welke wijken/ buurten extra aandacht verdienen aan de hand van de uitkomsten van de leefbaarheidsanalyses Afweging toepassing instrumenten  Interne afstemming  behoeftepeiling Besluitvorming over inzet van geschikte instrumenten

Wanneer moet het gebeuren Eerste kwartaal 2021

Wie zijn bij de uitvoering betrokken  Gemeente  Corporaties  Huurdersorganisaties  Zorgaanbieders  Inwoners

Eerste helft 2021

 Gemeente  Corporaties

Tweede helft 2021

 Gemeente  Corporaties  Huurdersorganisaties

Tweede helft 2021

 Gemeente  Corporaties  Huurdersorganisaties  Bewonersgroepen

Tweede helft 2021

 Het college  De gemeenteraad

2.10 Beleid voor tiny houses projecten Vooraf Om een tiny house project te kunnen starten moeten er in de gemeente geïnteresseerden zijn die in een tiny house zouden willen wonen. De gemeente heeft een lijst met geïnteresseerden, zowel aanvragers als aanbieders van een plek. De aanvragers vragen de gemeente om een vrije kavel op een gemeentelijke locatie, maar die is momenteel niet beschikbaar. De locatie van de aanbieders heeft meestal geen woonbestemming. De gemeente kan eventueel nog een aanvullende peiling organiseren. Wanneer de totale interesse is geïnventariseerd kan worden bepaald of er beleidsuitgangspunten vastgesteld moeten worden en een project/pilot kan worden opgestart. Er zijn geen vaste vormen voor dergelijke projecten. We beschrijven hieronder een drietal voorbeelden van pilots voor tiny houses in verschillende gemeenten in Nederland.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

37

Pilot off-grid tiny houses gemeente Harderwijk Een pilot om een plek aan mensen te bieden die met een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk willen leven. De plek is een off-grid plek waar de tiny houses niet zijn aangesloten op water, gas, elektra en riool. Hiermee wordt sterk de nadruk gelegd op duurzaamheid en innovatie. De gekozen locatie voor de tiny houses voldeed het beste aan de gestelde criteria als de gemeente grondeigenaar is, er aan een minimaal leefklimaat wordt voldaan en er voorzieningen aanwezig zijn op loop- of fietsafstand. Op de locatie ‘Het Rappad’ is plek voor drie tiny houses. Ook worden er eisen gesteld waar de tiny houses aan moeten voldoen. Het woonoppervlak moet kleiner zijn dan 50 m2, is volledig off-grid, voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit en moet worden gebouwd vanuit een duurzaam principe. De bewoners van de tiny houses betalen voor de grond waarop ze staan en betalen gemeentelijke belastingen. Het bestemmingsplan wordt niet gewijzigd voor het plaatsen van de tiny house. Voor de plaatsing is een tijdelijke omgevingsvergunning nodig. De gemeente publiceert de aanvraag en het besluit en het is mogelijk hier bezwaar tegen te maken. De grond wordt na afloop van de pilot weer in de originele staat terug gebracht. De maximale duur van de pilot is 10 jaar.

Na 5 jaar wordt gekeken of de tiny houses op de locatie het Rappad blijven staan of naar een andere locatie moeten verhuizen. Pilot Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar De Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar bestaat uit een samenwerkingsverband van Tiny House liefhebbers uit de regio Alkmaar. Een samenwerkingsverband dat zich inzet voor het mogelijk maken van klein, betaalbaar en milieuvriendelijk wonen in de gemeente Alkmaar. Het samenwerkingsverband kreeg van de gemeente toestemming om een pilot op te starten. Voor vijf jaar lang staan er vijf zelfvoorzienende tiny houses op het terrein aan de Helderseweg 28 in Alkmaar. De grond waar de tiny houses op staan is van de gemeente. De Wooncoöperatie schept voorwaarden voor de realisatie van Tiny House woonprojecten in de gemeenten en brengt deze tot uitvoering. Ze is als rechtspersoon partner voor de gemeente Alkmaar, grondeigenaren en andere belanghebbenden. De hoofddoelgroep voor de woonprojecten bestaat voornamelijk uit inwoners van Alkmaar en omstreken tot een straal van 25 kilometer die zich in de missie van de wooncoöperatie vertegenwoordigd zien. De wooncoöperatie draagt zorg voor de voortgang van de woonprojecten. Wanneer een locatie tijdelijk is wordt er ingezet op een opvolgactie voor de groep bewoners.

Prijsvraagactie voor pilot in Almere De gemeente Almere heeft zich tot doel gesteld een ‘Green city’ te worden, een stad die haar eigen voedsel en energie produceert, water zuivert, afval hergebruikt en daarmee grotendeels zelfvoorzienend is. Het doel moet in 2022 gerealiseerd zijn. De woonvorm Tiny housing past goed binnen het plaatje van een ‘Green city’. Almere organiseerde de Bouwexpo Tiny Housing om daarmee innovatieve, betaalbare en duurzame nieuwbouw productie in Almere en de rest van Nederland op de kaart te zetten. Aan de hand van een ideeënprijsvraag wordt er ruimte gegeven voor inbreng van verschillende soorten invullingsvormen van de realisatie van tiny houses. Deze prijsvraag wordt op verzoek van de gemeente door het bedrijf Architectuur Lokaal georganiseerd en begeleid. De deelnemers kunnen het idee al linken aan een gekozen gegeven locatie langs het Homeruspark. Er worden drie locaties voorgesteld met ieder een eigen karakter: permanent, tijdelijk of pioniers. Naast zelfbouwers worden ook ontwikkelaars, architecten en onderzoekers uitgenodigd om een duurzaam en betaalbaar Tiny House idee aan te dragen. Er worden

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

38

maximaal 25 plannen geselecteerd door een deskundige vakjury met de burgermeester als voorzitter. Alle inzendingen worden tentoon gesteld waarna de winnaars 5 maanden na de start van de prijsvraag bekend worden gemaakt. De ideeën van de winnaars worden waar nodig nog verder uitgewerkt tot een realiseerbaar ontwerp. De bouw van de tiny houses vindt plaats in een laboratoriumachtige sfeer waarbij de gemeente en het Woningbouwatelier betrokken zijn. Overeenkomsten en verschillen voorbeelden van pilots De beschreven pilots komen op een aantal punten met elkaar overeen. Een overeenkomst is dat de realisatie van tiny houses wordt gedreven door het nastreven van een meer ecovriendelijke manier van leven. De tiny house pilots worden in verband gebracht met termen als duurzaamheid, milieuvriendelijk en zelfvoorzienend. Er zijn verschillen te vinden in de aanvliegroute en invulling van de pilots. De pilot in de gemeente Harderwijk wordt door de gemeente zelf georganiseerd en geregisseerd. De gemeente heeft een locatie aangewezen en stelt kaders voor de soort Tiny Houses die er mogen staan. De gemeente is de initiatiefnemer. De pilot in de gemeente Alkmaar ligt meer in de handen van een groep initiatiefnemers: Wooncoöperatie Tiny House Alkmaar. De gemeente heeft hen de toestemming gegeven een pilot op te starten.

De Wooncoöperatie schept zelf de voorwaarden voor de realisatie van de pilot. De coöperatie werkt samen met de gemeente en een aantal andere partners om de pilot van de grond te krijgen. Vergeleken met de pilot in de gemeente Harderwijk is niet de gemeente maar een Wooncoöperatie de initiatiefnemer van de pilot. De gemeente heeft meer een faciliterende rol. In de gemeente Almere is de gemeente de initiatiefnemer in het realiseren van een tiny house project. Echter heeft de gemeente hier vooral een ‘aanzwengel’ rol. De gemeente doet een beroep op de creativiteit van mensen om met ideeën te komen voor een tiny house project door middel van een prijsvraag. De gemeente neemt hierin een hele open houding aan wat betreft de vormgeving en invulling van de tiny houses. Als enige richtlijn geeft de gemeente aan rekening te houden met de lengte van het project bij het maken van een plan. Uiteindelijk beslist een team van vaklieden en de burgermeester welke plannen worden uitgewerkt en gerealiseerd. De gemeente neemt het initiatief om een tiny house project te realiseren. Vanuit dit initiatief wordt aan andere partijen gevraagd het initiatief te nemen in de invulling van het project. In samenwerking met andere partijen besluit de gemeente welke plannen worden gerealiseerd. De gemeente heeft in dit geval meer een coördinerende en faciliterende rol.

Opstarten van een tiny house project Uit de voorbeelden naar voren komend kan een gemeente op verschillende manieren een tiny house project opstarten. Het kan in samenwerking met een groep initiatiefnemers, vanuit een oproep om plannen voor een project aan te dragen of de gemeente kan zelf invulling geven aan een project. Wanneer de gemeente een uitgangspuntennotitie opstelt voor het opstarten van een dergelijk project, zal hierin onder andere aandacht besteed moeten worden aan:  Definiëring tiny houses  Het waarom: welk probleem lossen we er mee op?  Welke doelgroepen hebben we voor ogen?  Welke typen woningen zijn denkbaar?  Aantallen, indicatie behoefte  Welke locaties zijn geschikt en beschikbaar?

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

39

 

Overige zaken: welke partijen/ontwikkelaars zijn in beeld, financiering, vergunningverlening, investeringen in ondergrondse/bovengrondse infrastructuur, et cetera Aanpak vervolg: hoe gaan we ze realiseren?

Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren De behoefte inzichtelijk maken aan de hand van een peiling onder inwoners naar de interesse. Afweging invulling van een tiny house project. Welke rol neemt de gemeente aan? Besluitvorming over de invullingsvorm van het project. Een locatiestudie uitvoeren aan de hand van opgestelde criteria. Besluitvorming over de locatie. Opstarten van het project.

Wanneer moet het gebeuren Tweede helft 2021

Wie zijn bij de uitvoering betrokken  Gemeente

Derde kwartaal 2021

 Gemeente  Samenwerkingsverbanden

Vierde kwartaal 2021

 Het college  De gemeenteraad

Eerste helft 2022

 Gemeente

Derde kwartaal 2022

 Het college  De gemeenteraad

Begin vierde kwartaal 2022

 Gemeente  Ontwikkelaars  Samenwerkingsverbanden

2.11 Goedkope/betaalbare semipermanente woningen voor ‘spoedzoekers’ Flexwonen voor ‘spoedzoekers’ Bij ‘spoedzoekers’ gaat het om mensen die dakloos dreigen te raken of dakloos zijn, maar niet in aanmerking komen voor opvang of urgentieverlening (omdat zij wel zelfredzaam zijn en geen bijkomende problematiek hebben). De reguliere woningmarkt is ingericht op mensen die tijd hebben om te wachten op een woning. Dat kan in de vorm van inschrijftijd opdoen voor een sociale huurwoning of in de vorm van sparen voor een koopwoning. Wanneer een persoon met spoed een woning zoekt biedt het flexsegment de meeste kans om iets te vinden. Onder het brede onderwerp van flexwonen valt onder andere het plaatsen van flexwoningen, tijdelijk transformeren van kantoren naar woningen, tijdelijke huurcontracten en de woonvorm ‘Magic Mix’. Vanuit de U16 is er bij het Rijk een aanvraag ingediend voor het starten van een Living Lab Housing First. Wanneer de aanvraag van Living Lab Housing First wordt gehonoreerd, kunnen er projecten worden gestart waarbij verschillende doelgroepen gemend wonen. Er is menging van ‘vragende’ (personen uit BW of MO) en ‘dragende’ bewoners nodig zoals bijvoorbeeld starters. De Living Lab Housing First projecten kunnen daarmee ook worden ingezet voor het huisvesten van allerlei doelgroepen die tot de categorie ‘spoedzoekers’ behoren.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

40

Flexwonen heeft als kenmerken dat het snel kan worden gerealiseerd, vaak goedkoper is dan regulier bouwen en altijd beschikbaar blijft voor spoedzoekers. Flexwonen geeft spoedzoekers respijt om hun meer verzekerde weg op de reguliere woningmarkt te vinden. In het volgende deel beschrijven we een drietal voorbeelden van Flexwonen die geschikt zijn voor spoedzoekers. Samen & Anders in Rotterdam Het complex waar het concept ‘Samen & Anders’ tot uitvoering wordt gebracht was vroeger een verzorgingshuis in Rotterdam-Zuid. ‘Samen & Anders’ biedt ruimte voor studenten, starters, uitstromers uit instellingen, gescheiden mensen en ouderen die geen indicatie meer krijgen. Het complex biedt ook ruimte voor ouderen die intramuraal wonen. Voordat geïnteresseerden een woonruimte krijgen in het complex gaan ze door een selectieprocedure van de eigenaar Laurens Wonen. Hiervoor vinden selectiegesprekken plaats. De selectie wordt voornamelijk bepaald door mensenkennis, visie op het project en de draagkracht van de samenstelling van de bewoners, ofwel de balans tussen kwetsbare en minder kwetsbare mensen per verdieping. De personen die er komen wonen sluiten een regulier sociaal huurcontract. Toch heeft het concept een tussenvoorziening voor spoedzoekers omdat de bewoners in de praktijk een lage verblijfsduur hebben.

De bewoners steken tijd in het project dat zich uit in het runnen van winkels en voorzieningen en het organiseren van activiteiten voor medebewoners. Er is een complexbeheerder die wederkerigheid en activiteiten stimuleert en bij het voordoen van ongewenste situaties ingrijpt. Tijdelijk gebruik van bestaand vastgoed Vaak blijken eigenaren, onder wie private partijen, gemeente, corporaties etc. van bestaand vastgoed huiverig voor tijdelijke bewoning van het vastgoed. Echter blijkt uit voorbeeldprojecten dat tijdelijke bewoning gemakkelijk is te realiseren wanneer er sprake is van eenvoudige verbouwingen, het sneller gaat (in een paar weken klaar), veel planologische of juridische bezwaren ongegrond zijn, en dat de businesscase al snel rendabel is. Het kan geld opleveren, terwijl leegstand geld kost. Tijdelijk gebruik van bestaand vastgoed kan een snelle toevoeging zijn aan het reguliere woonsysteem voor groepen die met spoed woonruimte nodig hebben, beperkte eisen stellen aan een woning en weinig kunnen betalen. Welkom in Veenendaal Sociaal ondernemer Welkom biedt woonplekken voor kwetsbare spoedzoekers met diverse hulpvragen op het gebied van wonen, leren werken en zorg. Deze woonplekken worden aangeboden in een voormalige bibliotheek en biedt ruimte voor 120 bewoners.

Deze 120 bewoners kunnen voornamelijk in eenpersoonsstudio’s terecht maar ook in tweepersoonsstudio’s en appartementen voor kleine gezinnen. De appartementen zijn gemeubileerd en deze kunnen alleen worden betrokken met een tijdelijk huurcontract. De bewoners kunnen maximaal twee tot vijf jaar in Welkom blijven wonen. Personen die geen urgentie kunnen krijgen, niet voldoende wachttijd hebben opgebouwd voor een corporatiewoning of op een zwarte lijst staan kunnen in aanmerking komen voor een woonplek bij Welkom. Voordat een spoedzoeker een woning van Welkom kan betrekken moet hij of zij kenbaar maken motivatie te hebben om de financiën op orde te krijgen en te willen werken aan terugkeer in de maatschappij.

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

41

In de voormalige bibliotheek zitten meerdere soorten voorzieningen zoals een sportschool, restaurant, kantoren met hulpverleners en klaslokalen voor het ROC. Welkom biedt geen begeleid wonen, maar zitten de initiatiefnemers zitten wel bovenop de ontwikkeling van de bewoners. Transformatie maatschappelijk vastgoed naar flexwonen De koppeling van leegstaand maatschappelijk vastgoed met flexwonen kan maatschappelijk veel opleveren, ook voor de publieke eigenaren van vastgoed. De afgelopen jaren hebben gemeenten veel ingezet op verkoop van de leegstaande vastgoedportefeuille aan degene die het hoogste bod doet. Diezelfde gemeenten zitten ook in hun maag met de huisvesting van diverse doelgroepen met een spoedvraag. Afdeling ‘Vastgoed’, ‘Wonen’ en ‘Wonen & Zorg’ werken langs elkaar heen terwijl de samenwerking tussen de afdelingen zoveel kan brengen en meerdere problemen kan oplossen. De inzet van leegstaand maatschappelijk vastgoed biedt een oplossing voor de aanwezige spoedvraag voor huisvesting. Tijdelijke woonunits in ’s-Hertogenbosch De gemeente, woningcorporaties Zayaz en Brabant Wonen hebben in samenwerking in totaal honderd zelfstandige, verplaatsbare appartementen voor eenpersoonshuishoudens gerealiseerd op drie verschillende locaties. De woningen zijn zowel bedoeld voor vergunninghouders als voor reguliere woningzoekenden.

De tijdelijke woningen kunnen tien jaar worden gebruikt vanwege een tijdelijke ontheffing op het bestemmingsplan. De huurcontracten die door de corporaties worden afgegeven hebben een duur van twee jaar op basis van de Wet doorstroming huurmarkt. Naast de verhuur zijn de corporaties ook verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie. De gemeente coördineerde het rijp maken van de gronden voor de bouw en betaalde daar de kosten voor. De corporaties zorgden ervoor dat er op de locaties kon worden gewoond en financierde de aankoop van de woonunits van 30m2 per stuk. De gemeente betaalde de plankosten en stelde de gronden voor een symbolisch bedrag ter beschikking. De nauwe samenwerking tussen verschillende afdelingen van de gemeente en corporatie zorgde voor de realisatie van de extra woonunits op korte termijn. De snelle aanpak was mogelijk doordat de gemeente en corporaties in goed overleg risico’s durfden te nemen. Tijdelijke woonunits in ’s-Hertogenbosch: verplaatsbare woningen Verplaatsbare woningen lenen zich goed voor het opvangen van tijdelijke druk op de woningmarkt. Wanneer woningen over tien of twintig jaar ergens niet meer nodig zijn, kunnen ze worden verplaatst naar een plek waar de behoefte wel aanwezig is. Naast verplaatsbaar zijn de woningen ook aanpasbaar. Vaak zijn concepten goed te stapelen en samen te voegen.

Zo kunnen er per dag door grote producenten complete woningen worden afgeleverd en geplaatst. Het is ook zeker mogelijk een duurzame en gebruiksvriendelijke unit te bouwen in het goedkopere segment. Een minpunt zit nu nog vooral in de onzekerheid over de exploitatie. Hoewel de woningen goedkoper zijn, is de exploitatie op het moment nog niet rond te krijgen in tien jaar. In twintig jaar kan dat wel inclusief de eventuele verplaatsingskosten. De exploitant moet dan wel de garantie hebben dat er na tien jaar een nieuwe locatie beschikbaar is voor de units. Uitwerkingsvragen zijn o.a.:  Hoe kom je tot een selectie van potentieel geschikte locaties voor deze (tijdelijke) woonvormen? Braakliggend terrein, transformeren leegstaand/vrijkomend vastgoed.  Aan welke criteria moeten dergelijke locaties voldoen?

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

42

 

 

Mogelijke eigendomsconstructies verkennen met de markt: rol gemeente/ontwikkelaar/corporatie? Welke doelgroepen behoren tot ‘spoedzoekers’? Volgens de geactualiseerde woonvisie gaat het dan bijvoorbeeld om statushouders, mensen die vanuit een Beschermd Wonenlocatie zelfstandig gaan wonen of mensen in scheiding die met spoed woonruimte zoeken. Welke mogelijkheden qua ruimtelijke procedures zijn er: bestemmingsplan/omgevingsplan, tijdelijke omgevingsvergunning afwijkend gebruik etc.. Hoe kunnen we kleinere pilots, zoals bijvoorbeeld het initiatief van een corporatie met het Leger des Heils, mogelijk maken? Hiervoor is meer flexibiliteit in de regelgeving nodig, zo hebben de corporaties aangegeven.

Schematisch weergegeven aanpak op hoofdlijnen Wat moet er gebeuren

Wanneer moet het gebeuren Eerste kwartaal 2021

Wie zijn bij de uitvoering betrokken  Gemeente  Corporaties  Zorgaanbieders

Opstarten van een spoedzoekersproject.

Begin 2021

Besluitvorming over de invullingsvorm van het project. Een locatiestudie uitvoeren aan de hand van opgestelde criteria. Besluitvorming over de locatie

Begin 2021

 Gemeente  Zorgaanbieders  Corporaties  Huurdersorganisaties  Het college  De gemeenteraad

Opstarten van de pilot

Tweede helft 2021

Besluitvorming over deelname Living Lab Housing First.

Eerste kwartaal 2021

 Gemeente

Begin tweede kwartaal 2021

 Het college  De gemeenteraad  Gemeente  Zorgaanbieders  Corporaties  Huurdersorganisaties

2.12 Verduurzaming van de voorraad Op 28 juni 2019 publiceerde het kabinet het Klimaatakkoord. In dit akkoord staat dat we met elkaar de CO2-uitstoot sterk gaan verminderen. In 2030 de helft ten opzichte van 1990 en in 2050 met 95%, om te voorkomen dat de aarde met meer dan twee graden Celsius opwarmt. De opgave waarvoor we staan is groot. Duurzaamheid in en om de woning gaat verder dan alleen de energietransitie. Grofweg zijn er zes thema’s waar duurzaamheid een kleinere of grotere rol speelt bij woningen en de bebouwde omgeving: 1. Energietransitie (verduurzamen van energie en energiebesparing) 2. Klimaatadaptatie (hittestress voorkomen, water vasthouden en hergebruiken, wateroverlast voorkomen, regenwater infiltreren en/of gescheiden afvoeren) 3. Sociale duurzaamheid (voorkomen eenzaamheid, stilteplekken versus ontmoetingsplekken, natuurlijke speelmogelijkheden)

1904.19 | Uitvoeringsprogramma Actualisatie Woonvisie 2017-2022

43

4. Biodiversiteit (natuur inclusief bouwen, ruimte aan de natuur, groene daken) 5. Mobiliteit (verduurzamen brandstoffen, autogebruik delen) 6. Grondstoffen (circulariteit, omgekeerd inzamelen, grondstoffenpaspoort bebouwde omgeving) We richten ons in dit uitvoeringsplan in eerste instantie vooral op de energietransitie. De gemeenten wordt gevraagd een actieve rol te spelen in de energietransitie door de opwekking van duurzame energie en energiebesparing. Bovendien moet de nieuwbouw vanaf 2021 (bijna) energie neutraal zijn (BENG). De bestaande bouw moet vanaf 2050 van het aardgas af zijn. Dit betekent dat alle woningen, bedrijfspanden, scholen enzovoorts aangepast moeten worden met een andere warmtebron. De gemeenten voeren straks de regie op de keuze voor het alternatief en het tempo waarin dat wordt ingevoerd. De regie- en keuzeruimte ligt wel binnen afgesproken landelijke en internationale kaders. Gemeenten, provincies en waterschappen hebben afgesproken dat er uiterlijk eind 2021 een planning moet liggen waarin voor heel Nederland staat welke buurt wanneer van het aardgas afgaat. Daarvoor is het noodzakelijk een warmtevisie te ontwikkelen. De woonwijken krijgen vanaf de start 10 jaar de tijd om zich voor te bereiden op de overstap naar aardgasvrij.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2312/documents/49460