Bijlage 5. Historisch vooronderzoek Zandpad 41 te Maarssen.pdf
Tekst van het document
Oostzeestraat 2, 7411 MD Deventer (info@bodemportaal.nl)
Historisch vooronderzoek NEN 5725 Zandpad 41 te Maarssen Maarssen, sectie K, nr. 279
Opdrachtgever Carpenti B.V. Zandpad 41 3601 NA MAARSSEN
Autorisatie
BO222CA01
Redactie: dhr. G.J. Pijpker
Bodemportaal B.V.
paraaf
Datum
status
13 februari 2022
definitief
Historisch onderzoek Zandpad 41 te Maarssen
INHOUDSOPGAVE: 1
INLEIDING
3
1.2
Indeling rapportage
3
2
ONDERZOEKSOPZET EN GEOGRAFISCHE AFBAKENING
4
2.1
Algemeen
4
2.2
Afbakening onderzoekslocatie
4
3
ONDERZOEKSOPZET EN GEOGRAFISCHE AFBAKENING
7
3.1
Bodemopbouw en geohydrologie
7
3.2
Bodemkwaliteitskaart
8
4
ALGEMENE HISTORIE VAN HET PERCEEL
9
4.1
Historische ontwikkeling van het perceel
9
5
BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
13
5.1
Algemeen
13
5.2
Potentiële bronnen van bodemverontreiniging op het perceel
13
5.3
Potentiële bronnen van bodemverontreiniging vanuit de omgeving
13
6
EERDER UITGEVOERDE BODEMONDERZOEKEN
15
6.1
Algemeen
15
6.2
Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
15
6.2.1 Aanwezigheid toemaakdek
16
6.2.2 Gebruik als boomgaard
16
6.2.3 Gebruik als glastuinderij
17
6.2.4 Demping westelijke vijver
17
6.2.5 Gebruik als caravanstalling
17
6.2.6 Voormalige stofzuigerfabriek (Zandpad 22 te Maarssen)
18
7
AANVULLEND BODEMONDERZOEK
22
7.1
Algemeen
22
7.2
Onderzoeksopzet
22
7.3
Rapportage
24
BIJLAGEN: 1.
Regionale ligging onderzoekslocatie
2.
Overzicht tekeningen vanuit eerdere bodemonderzoeken met situering monsternamepunten
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 2 van 24
1
INLEIDING In opdracht van Carpenti B.V. is door Bodemportaal B.V. een historisch onderzoek uitgevoerd op het perceel Zandpad 41 te Maarssen. De aanleiding voor het uitvoeren van het historisch onderzoek is de voorgenomen ontwikkeling van woningen op de locatie. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning nieuwbouw en voor de beoogde bestemmingswijziging is een aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk. Voorafgaand aan het aanvullend bodemonderzoek dient een volledig historisch onderzoek te zijn uitgevoerd. Het historisch onderzoek heeft als doel om een hypothese op te stellen over de bodemkwaliteit, ten behoeve van een nog uit te voeren bodemonderzoek (paragraaf 6.2.1, Nederlandse Norm (NEN) 5725 (2017): “Bodem, leidraad voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”). Met het historisch onderzoek wordt getracht een antwoord op de onderstaande vragen te verkrijgen:
Wat is de afbakening van het onderzoek en is deze afdoende?
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters?
Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Wordt er op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich?
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk?
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en de verdeling van de verontreinigde stoffen)?
1.2
Indeling rapportage In het onderhavige rapport wordt eerst ingegaan op de locatiegegevens (afbakening onderzoeksgebied), bodemopbouw en geohydrologische gegevens. Daarna worden de vanuit de historische gegevens potentiële bronnen van bodemverontreiniging, eventuele gevallen van ernstige bodemverontreiniging en de mogelijke beïnvloeding van verontreinigingen afkomstig vanuit de omgeving beschreven. Vanuit deze informatie wordt vervolgens een conclusie over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en de noodzaak
voor
vervolgonderzoek
gedaan.
In het laatste hoofdstuk
wordt
vervolgens en
onderzoeksvoorstel voor vervolgonderzoek (hypothesestelling en strategie) uiteengezet.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 3 van 24
2
ONDERZOEKSOPZET EN GEOGRAFISCHE AFBAKENING
2.1
Algemeen Het historisch onderzoek is gebaseerd op de NEN 5725:2017. Onderstaand zijn de typen vooronderzoek vanuit de NEN 5725 opgenomen: Onderzoekaspecten
1. Locatiegegevens
Aanleidingen tot vooronderzoek
Eigendomssituatie
A
B
O
O
C
D
Bodemopbouw
✓
✓
geohydrologie
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
3. Verwachting t.a.v. de
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
bodemkwaliteit
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
4. Gebruik en beïnvloeding
Voormalig
✓
van de locatie, verdachte
Huidig
✓
situatie, activiteiten, ongewoon Toekomst Asbestverdacht?
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en
voorval
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
O
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
O
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ ✓
✓
✓
✓
O ✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning A. bodemonderzoek, par. 6.2.1 B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2 C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3 D. partijkeuring, par. 6.2.4 E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5 F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6 G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7
✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd O Optioneel
In het kader van het vooronderzoek (standaard vooronderzoek A) is informatie uit de volgende bronnen ingewonnen:
2.2
-
informatie van de opdrachtgever;
-
informatie van het kadaster;
-
informatie vanuit eerdere bodemonderzoeken;
-
informatie van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht;
-
informatie vanuit de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU)
-
topografische kaarten (www.topotijdreis.nl) en het interpreteren van geohydrologische kaarten;
-
een locatie-inspectie (tijdens veldwerk eerder bodemonderzoek).
Afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft een perceel dat is gelegen aan het Zandpad 41 te Maarssen. Het perceel is kadastraal bekend als Maarssen, sectie K, nr. 279. Het perceel heeft een oppervlakte van 23.705 m2. De coördinaten zijn: x: 130.197 en y: 463.050. De regionale ligging van het perceel is weergegeven in bijlage 1.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 4 van 24
Figuur: Begrenzing onderzoekslocatie De bovengenoemde begrenzing sluit aan op de begrenzing van het terreindeel waarvan de bestemming zal worden gewijzigd in ‘wonen’, ´verkeer en verblijf´ en ‘groen’. Met betrekking tot de kwaliteit van het grondwater zijn er mogelijk invloeden van buiten het perceel afkomstig en wordt als invloedssfeer een afstand van maximaal 100 meter vanaf de bovengenoemde begrenzing aangehouden. Bovengenoemde begrenzingen worden als afdoende voor het terreindeel van de beoogde bestemmingswijziging beschouwd. Het terreindeel van de beoogde bestemmingswijziging is weergegeven in onderstaande figuur.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 5 van 24
Figuur: beoogde bestemmingswijziging en geografische afbakening onderzoeksperceel Aan de westkant van het perceel is een, geheel van bebouwing vrijblijvende landrand gesitueerd (bestemming groen en verkeer + verblijfsgebied). Deze loopt aan de westkant van de locatie van het Zandpad tot aan het bosje achterop het plangebied. Het is een bestaande open strook tussen de houtwal en de buurpercelen aan de westzijde. Hier is tevens de hoofdentree van het plangebied voorzien. Over de landrand loopt de landweg die toegang geeft naar de woningen. De beoogde bouwblokken (bestemming wonen) bevinden zich meer oostelijk op het perceel en worden afgewisseld met groenbuffers die voldoende privacy voor de woningen garanderen. Op het perceel is, behoudens de bestaande sloot aan de voorzijde van het perceel (zijde Zandpad), geen oppervlaktewater voorzien.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 6 van 24
3
ONDERZOEKSOPZET EN GEOGRAFISCHE AFBAKENING
3.1
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie is gelegen in het stroomgebied van de rivier “De Vecht”. De oeverwallen langs deze rivieren bestonden uit hogere zandgronden waar zich de eerste nederzettingen vormden. Vanuit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart wordt dit gebied niet als ‘toemaakdek’ getypeerd. Het gebied kenmerkt zich door oudere lintbebouwing. Het dinoloket laat in de omgeving van het perceel het onderstaande bodemprofiel zien. Hierbij moet worden opgemerkt dat de bovengrond van klei vanuit de oeverwal vermoedelijk ontbreekt.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 7 van 24
Het bodemprofiel laat zien dat de bodem ter plaatse van 0 tot circa 1,8 m-maaiveld uit zandige klei bestaat. Daaronder bevindt zich een zandlaag die tot aan de onderzijde van de boring (29,9 m-maaiveld) wordt aangetroffen. De regionale grondwaterstromingsrichting is globaal gezien zuidwestelijk, richting de vrijwel aangrenzende rivier De Vecht. In de praktijk moet rekening worden met een lokale grondwaterstroming die wellicht afwijkt omdat de rivier een deel van het jaar ontwatert en een deel van het jaar infiltreert.
3.2
Bodemkwaliteitskaart
Figuur: statistische kengetallen ‘zone oude bebouwing, inclusief lintbebouwing veengebied’ Vanuit de bodemkwaliteitskaart kunnen voor zone ‘oude bebouwing, inclusief lintbebouwing veengebied’ in de boven- en ondergrond gehalten PAK en zware metalen in de bodemkwaliteitsklasse ‘wonen en industrie’ worden verwacht. Voor het metaal lood zijn er in de bovengrond uitschieters boven de interventiewaarde mogelijk.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 8 van 24
4
ALGEMENE HISTORIE VAN HET PERCEEL
4.1
Historische ontwikkeling van het perceel De algemene historie van het perceel is uiteengezet in het rapport “Ontwikkelingsgeschiedenis en tuinhistorische quickscan”, Stichting In Arcadië, d.d. 20 juli 2017. Onderstaand een samenvatting van de algemene historie van het perceel. Het terrein vormde vroeger de tuin- en parkaanleg van de buitenplaats Cromwijck. De oudste vermelding van Cromwijck stamt van 7 juli 1592. Naast de vermelding buitenplaats wordt ook de steenoven op Cromwijck genoemd. Deze steenoven lag op het westelijke deel van Cromwijck en westelijk van het onderzoeksperceel. Uit een gravure van 1653 blijkt dat de steenfabriek bestond uit de steenoven met loodsen en rechts daarvan een huis met een afstompt torentje. Daarachter waren nog enkele woningen, vermoedelijk arbeiderswoningen, zichtbaar. Geheel rechts op de gravure was de hofstede Cromwijck afgebeeld als een L-vormig huis. De vorm doet vermoeden dat de hofstede bestond uit een boerderijgedeelte aan de achterzijde en een herenkamer aan de voorzijde. Op deze gravure was al goed zichtbaar dat de hofstede was voorzien van een parkaanleg aan de oostzijde van het huis met een imposante tuinpoort en een berceau langs het Zandpad. Dit betreft het huidige onderzoeksperceel.
Figuur: Situatie weergegeven op strokengravure 1653 (Collectie: Bodel Nijenhuis) Omstreeks 1832 maakte het terrein nog deel uit van het parkaanleg van de hofstede Cromwijck. Een kadastraal Minuut Plan laat zien dat de aanleg bestaat uit een boomgaard (nr. 18), die gezien de gebogen contouren in landschapsstijl zal zijn aangelegd. In de aanleg bevindt
zich
een
duidelijk
herkenbare
vijverstructuur (nr. 11 en nr. 19) die nog zijn 17e /18e-eeuwse
geometrische
structuur
behouden heeft. Een tweede vijver (nr.17) ligt als sloot tussen het Zandpad en de parkaanleg. In deze vijver staat een botenhuis. Ten noorden van de boomgaard ligt een min of meer rechthoekige moestuin (nr. 10) met aan de
noordoostzijde
een
gebouw
dat
vermoedelijk de tuinmanswoning zal zijn. Achter deze moestuin ligt een tweede min of meer
vierkante
moestuinen
en
moestuin boomgaard
(nr.
9).
De
liggen
als
tuinkamers binnen de parkaanleg (percelen nr. 12 en nr. 8) Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 9 van 24
Tussen 1850 en 1874 verdwijnt de boomgaard in de aanleg aan de Vechtzijde. In de tweede helft van de 19e eeuw, voor 1874, is Cromwijck aan de oostzijde uitgebreid met boomgaarden ter plekke van twee weilanden. Hierbij zijn de oostelijke bossingels van de parkaanleg grotendeels verloren gegaan. Van de twee grote moestuinen in de aanleg is de noordelijke grote moestuin omgevormd tot boomgaard waarbij de singelbeplanting van de parkaanleg tussen beide percelen verloren is gegaan. Uit een vergelijking van de kaarten van 1874 en 1890 blijkt dat de L-vormige gracht aan de oostzijde is gedempt Op 25 oktober 1919 wordt de buitenplaats Cromwijck verkocht. Met deze verkoop wordt de kwekerij afgesplitst van de buitenplaats. Koper van de kwekerij is de heer W. Kuyvenhoven. Een kadastrale wijzigingskaart, gedateerd 10 januari 1925, toont het terrein in eigendom van Kuyvenhoven.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 10 van 24
Tevens geeft de kadastrale wijzigingskaart de grote wijzigingen aan die sinds 1919 hebben plaatsgevonden. De nog resterende vijver vormt de westelijke erfgrens met Cromwijck. Aan de noordzijde is de perceelsgrens van de moestuin de erfgrens. De parksingel ten noorden hiervan is niet mee verkocht. Na 1919 is het gehele terrein verder ontwikkeld als tuinderij met een grote hoeveelheid aan kassen en een woonhuis in de zuidoosthoek. Met de bouw van de kassen is de perceelindeling sterk gewijzigd en is het parkbos vrijwel geheel verdwenen. Alleen de boomgaard aan de noordzijde is nog intact gebleven. Een luchtfoto uit 1945 toont dat van de oorspronkelijke parkbeplanting op de tuinderij alleen nog een smalle strook resteert aan de westzijde tussen de grenssloot met Cromwijck (de vml. vijver) en de meest zuidelijke rij kassen. In vergelijking met de kadastrale wijzigingskaart uit 1925 is het areaal kassen verder uitgebreid.
Figuur: Luchtfoto 1945 In de periode 1945 t/m 1976 is er sprake van een glastuinbouwkwekerij. Uit een tekening van 1976 blijkt dat er inmiddels enkele kassen aan de voorzijde zijn gesloopt. Tevens is er het voornemen om de resterende kassen aan de voorzijde te slopen en de bestaande loodsen aan de achterzijde uit te breiden.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 11 van 24
Naast de sloop- en uitbreidingen
wordt
op de deze tekening melding gemaakt van de
aanleg
van
beplanting in een Lvorm
aan
de
westzijde en voor de bestaande loodsen. De uitbreiding van de loods
vond
plaats
vanuit de gedachte om de sinds 1966 gestarte
activiteit
‘caravanstalling’ uit te breiden.
Van
de
oorspronkelijke kassen
zijn
nog
enkele muurrestanten aanwezig.
Ook
de
watertoren (1912) en de
woning
met
bijgebouw 1919)
(verm. en
een
schoorsteen van het kassencomplex (verm. 1925) zijn nog uit de periode voor de caravanstalling aanwezig. De op het perceel gelegen terreinverhardingen dateren van 1976 en later.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 12 van 24
5
BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
5.1
Algemeen In onderhavig hoofdstuk wordt op basis van het huidige en voormalige gebruik van de bodem, de activiteiten op de locatie en de toepassing van materialen op de locatie geïnventariseerd waar zich de potentieel verontreinigde activiteiten hebben plaatsgevonden. Daarnaast wordt gekeken of er ongewone voorvallen zijn geweest en tot welke bodemverontreiniging deze kunnen hebben geleid. Omdat er mogelijk ook sprake is van beïnvloeding van buiten het perceel (bijvoorbeeld verspreiding van verontreinigingen in het grondwater vanuit aangrenzende percelen), richt het onderzoek naar de verontreinigingsbronnen voor het grondwater zich op de totale invloedsfeer vanuit de omgeving van het onderzoeksperceel. De aldus verkregen informatie kan vervolgens worden getoetst aan de toekomstige situatie en activiteiten op het perceel, teneinde vast te kunnen stellen of en op welke wijze er sprake is van de noodzaak van aanvullend bodemonderzoek op de verdachte terreindelen.
5.2
Potentiële bronnen van bodemverontreiniging op het perceel Mogelijke bodemverontreiniging kan vanuit de volgende aanleidingen zijn veroorzaakt: 1.
potentieel bodembedreigende activiteiten op het perceel;
2.
toepassing van materialen/verhardingen die bodemverontreiniging hebben veroorzaakt;
3.
ongewone voorvallen op het perceel die bodemverontreiniging hebben veroorzaakt;
4.
beïnvloedingen vanuit de omgeving van het onderzoeksperceel.
De vanuit een interpretatie van de historische ontwikkeling van het perceel verkregen potentieel verdachte bodembedreigende activiteiten op het perceel zijn in tabel 1 weergegeven. Activiteit
periode
Aard van de verontreiniging
Te verwachten verontreinigingen
Agrarisch gebruik
<1653
Zware metalen, PAK
Gebruik als boomgaard Gebruik als (glas)tuinderij
<1653 tot 1919 1919 tot 1966 1919 tot 1966 1919 tot 1966 Tussen 1966 tot 1976 1966 tot heden 1966 tot heden
Toemaakdek (ophoging met bagger, stalmest en stadsvuil) Bestrijdingsmiddelen Bestrijdingsmiddelen(opslag) Steenkooloven 1 Steenkooloven 2 onbekend dempingsmateriaal Oude auto’s in caravanstalling Voormalig puinpad onder stelconplaten ten westen van caravanstalling Grond onder asfaltverharding op achterterrein Grind/puinpad oostkant caravanstalling
Demping westelijke vijver Gebruik als caravanstalling
1966 tot heden 1966 tot heden
PCB’s en OCB’s PCB’s en OCB’s Zware metalen, PAK Zware metalen, PAK Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest
Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest
Tabel 1: Potentieel verdachte bodembedreigende activiteiten op het perceel
5.3
Potentiële bronnen van bodemverontreiniging vanuit de omgeving Potentiële bronnen van bodemverontreiniging vanuit de omgeving zijn in het algemeen mobiele verontreiniging(bronnen) in de grond- en het grondwater die zich over de perceelsgrenzen, richting het onderzoeksperceel kunnen verspreiden. Vanuit de verkregen historische informatie is er op het perceel Zandpad 42 sprake van een verontreiniging met vluchtige gechloreerde oplosmiddelen (VOCL) in de grond en het grondwater.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 13 van 24
De oorzaak van deze verontreiniging is het gebruik van oplosmiddelen door de voormalige stofzuigerfabriek die op het buurperceel was gevestigd. Mogelijk is er ook sprake geweest van het lozen van proceswater op de grenssloot, waardoor er sprake is van twee mogelijke verontreinigingsbronnen. Deze zijn weergegeven in onderstaand figuur.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 14 van 24
6
EERDER UITGEVOERDE BODEMONDERZOEKEN
6.1
Algemeen Vanuit het historisch vooronderzoek zijn er diverse bodembedreigende activiteiten op- en nabij het perceel vastgesteld. Deze activiteiten zijn weergegeven in tabel 2. Nr.
Activiteit
periode
Aard van de verontreiniging
Te verwachten verontreinigingen
1
Agrarisch gebruik
<1653
Zware metalen, PAK
2 3 4 5 6 7 8
Gebruik als boomgaard Gebruik als (glas)tuinderij
<1653 tot 1919 1919 tot 1966 1919 tot 1966 1919 tot 1966 Tussen 1966 tot 1976 1966 tot heden 1966 tot heden
Toemaakdek (ophoging met bagger, stalmest en stadsvuil) Bestrijdingsmiddelen Bestrijdingsmiddelen(opslag) Steenkooloven 1 Steenkooloven 2 onbekend dempingsmateriaal Oude auto’s in caravanstalling Voormalig puinpad onder stelconplaten ten westen van caravanstalling Grond onder asfaltverharding op achterterrein Grind/puinpad oostkant caravanstalling Grondwaterverontreiniging met oplosmiddelen in diepere grondwater
Demping westelijke vijver Gebruik als caravanstalling
9 10 11
1966 tot heden 1966 tot heden Voormalige stofzuigerfabriek (Zandpad 22 Maarssen)
PCB’s en OCB’s PCB’s en OCB’s Zware metalen, PAK Zware metalen, PAK Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest Zware metalen, PAK, asbest VOCL, vinylchloride in grondwater
Tabel 2: Potentieel verdachte bodembedreigende activiteiten op- en nabij het perceel De genoemde locaties worden als ‘verdacht van de aanwezigheid van bodemverontreiniging’ beschouwd en dienen vanuit de beoogde bestemmingswijziging te worden onderzocht. Onderstaand worden de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken besproken en wordt beoordeeld of hiermee voldoende informatie is verkregen voor de beoogde bestemmingswijziging, of dat er nog aanvullend bodemonderzoek nodig is.
6.2
Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Vanuit de historische gegevens zijn op het perceel de volgende bodemonderzoeken bekend:
Verkennend bodemonderzoek Zandpad 41 te Maarssen, Aveco De Bondt B.V., projectnummer: 181646, referentie: R-AB-314-181646, d.d. 7 november 2018;
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Zandpad 41 te Maarssen, Aveco De Bondt B.V., referentie: 212512_R_ABR_3001_v2, projectnummer 212512, d.d. 3 september 2021;
Verkennend en aanvullend bodemonderzoek Zandpad 41 te Maarssen, Bodemportaal B.V., projectnummer: BO222CA01, d.d. 5 juli 2022.
Het bodemonderzoek van 2018 heeft zich met name op de vanuit de historie bekende verdachte deellocaties gericht. Het onderzoek van 2021 betreft een aanvulling op het eerdere bodemonderzoek waarbij met name de bodemkwaliteit ter plaatse van een te realiseren sloot en een groenstrook is onderzocht. Met dit bodemonderzoek is ook gekeken naar de aanwezigheid van een verontreiniging met VOCL in het grondwater, aan de westelijke perceelsgrens. Het onderzoek van 2022 betreft een aanvulling op de niet eerder onderzochte terreindelen en een nadere afperking van drie in 2021 aangetroffen verontreinigingspots ter plaatse van de gedempte sloot. Onderstaand worden de resultaten van de diverse bodemonderzoeken, per verdachte deellocatie beschreven. In bijlage 2 is een overzicht van de diverse boorpunten vanuit alle eerdere bodemonderzoeken opgenomen.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 15 van 24
De onderstaande figuur geeft een totaaloverzicht van de boorpunten vanuit de eerdere bodemonderzoeken weer.
Figuur: totaaloverzicht boorpunten 2018 t/m 2022
6.2.1
Aanwezigheid toemaakdek In het bodemonderzoek van 2018 wordt de mogelijke aanwezigheid van een toemaakdek ((ophoging met bagger, stalmest en stadsvuil) als mogelijke bron van bodemverontreiniging beschreven. Vanuit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart wordt dit gebied echter niet als ‘toemaakdek’ getypeerd, maar maakt het deel uit van het stroomrug/oeverwal van de rivier De Vecht. Vanuit de diverse boorpunten op het perceel is er visueel en analytisch geen aanleiding voor het vermoeden van een toemaakdek op het perceel. De bijmengingen met bodemvreemd materiaal zijn te relateren aan de aangebrachte verhardingslagen en slootdemping en vormen geen relatie met de aanwezigheid van een toemaakdek. De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van zware metalen en PAK als gevolg van een toemaakdek’ wordt hiermee verworpen.
6.2.2
Gebruik als boomgaard Vanuit de historische ontwikkeling van het perceel is er tot 1966 sprake geweest van fruitboomgaarden. Mogelijk is er in deze periode ook van bestrijdingsmiddelen gebruik gemaakt. De mogelijke aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in de bodem is in het bodemonderzoek van 2018 onderzocht. Hierbij is de bovengrond rondom en onder de loodsen (locatie voormalige glastuinbouw) onderzocht, waarbij alleen licht verhoogde gehalten OCB zijn aangetroffen. De algemene bodemkwaliteit voldoet hierbij aan de klasse ‘wonen’ en of ‘industrie’ hetgeen overeenkomt met de achtergrondwaarden vanuit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 16 van 24
De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen als gevolg van een voormalige boomgaard en kwekerij’ wordt hiermee verworpen.
6.2.3
Gebruik als glastuinderij Vanuit het gebruik als glastuinderij is het perceel verdacht van de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in de bodem. Deze verdachtmaking is vanuit het onderzoek van 2018 verworpen (zie paragraaf 6.2.2.). In de periode dat het terrein als glastuinderij werd gebruikt was er sprake van twee steenkoolovens. De locaties van deze steenkoolovens zijn verdacht van de aanwezigheid van zware metalen en PAK in de bodem. De mogelijkheid van de aanwezigheid van zware metalen en PAK in de bodem is in het onderzoek van 2018 onderzocht. Visueel zijn er ter plaatse van de voormalige steenkoolovens zwak tot sterke bijmengingen met puin en zwakke bijmengingen met koolas aangetroffen. In de geanalyseerde grondmonsters zijn licht verhoogde gehalten zware metalen, minerale olie, PCB en PAK aangetoond. De algemene bodemkwaliteit voldoet hierbij aan de klasse ‘industrie’ hetgeen overeenkomt met de achtergrondwaarden vanuit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van zware metalen en PAK als gevolg van twee voormalige steenkoolovens’ wordt hiermee verworpen.
6.2.4
Demping westelijke vijver In de periode 1966 tot 1976 is een deel van de westelijke vijver gedempt, waarna er nog slechts sprake was van een grenssloot op het naastgelegen perceel. Omdat het dempingsmateriaal van de sloot niet bekend is, is dit terreindeel verdacht van de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest. De eventuele aanwezigheid van verontreiniging (parameters NEN-5740) in de bodem is in het onderzoek van 2021 onderzocht. Hierbij zijn sterk verhoogde gehalten nikkel en PCB aangetoond. Met het onderzoek van 2022 zijn deze verontreinigingen globaal in beeld gebracht. Hierbij zijn per abuis twee deellocaties verwisseld. Ook is er nog sprake van matig verhoogde gehalten in de afperkende boringen, waardoor de exacte omvang van de verontreinigingen nog niet bekend zijn. Omdat er tijdens de onderzoeken van 2021 en 2022 ook lichte bijmengingen met baksteenpuin zijn geconstateerd, is er tevens een verdachtmaking voor de aanwezigheid met asbest in de bodem. De hypothese ‘verdacht van de aanwezigheid van zware metalen, PCB en asbest, als gevolg van dempingsmateriaal’ wordt hiermee bevestigd.
6.2.5
Gebruik als caravanstalling In de periode 1966 tot heden is het terrein gebruikt als caravanstalling. Naast de stalling van caravans werden er klassieke auto’s en boottrailers opgeslagen. In de periode 1966 tot heden zijn er tevens diverse verhardingslagen op het perceel aangebracht, waardoor de volgende verdachte activiteiten zijn te onderscheiden: 1.
Stalling klassieke auto’s en boottrailers in caravanstalling;
2.
Voormalig puinpad onder stelconplaten, ten westen van caravanstalling;
3.
Grond onder asfaltverharding op achterterrein;
4.
Grind/puinpad oostkant caravanstalling.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 17 van 24
De bovengenoemde verdachte deellocaties zijn met het onderzoek in 2018 op NEN-5740 parameters, OCB en asbest onderzocht. Met dit bodemonderzoek zijn geen of licht verhoogde gehalten van de NEN5740 parameters aangetroffen. De algemene bodemkwaliteit voldoet hierbij aan de klasse ‘altijd toepasbaar’ tot ‘industrie’ hetgeen overeenkomt met de achtergrondwaarden vanuit de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart. Van de bodem met bijmengingen van bodemvreemd materiaal zijn tijdens het onderzoek in 2018 twee grondmengmonsters samengesteld. Hierin zijn geen verhoogde gehalten asbest vastgesteld. De overige grondmengmonsters zijn niet onderzocht, aangezien er in deze grondmonsters geen bodemvreemd materiaal is aangetoond. De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest, als gevolg van de stalling oude auto’s in caravanstalling” wordt hiermee verworpen. De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest, als gevolg van een voormalig puinpad onder stelconplaten” wordt hiermee verworpen. De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest, als gevolg van grond onder asfaltverharding op achterterrein” wordt hiermee verworpen.
De hypothese: ‘verdachte locatie van de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest, als gevolg van grind/puinpad aan de oostkant van de caravanstalling” wordt hiermee verworpen. Met het onderzoek vanuit 2018 zijn de meest verdachte locaties (halfverhardingen en grond onder de verhardingslagen) op asbest onderzocht, waarbij geen asbest in de grond is aangetoond. Hiermee is het perceel ‘worst-case’ op asbest onderzocht en is er geen aanleiding om de grond, zonder bijmengingen van bodemvreemd materiaal, elders op het terrein, nader op asbest te onderzoeken. De hypothese ‘verdachte locatie van de aanwezigheid asbest, voor het overige terrein´ wordt hiermee verworpen.
6.2.6
Voormalige stofzuigerfabriek (Zandpad 44 te Maarssen) Vanwege de activiteiten van een voormalige stofzuigerfabriek op het perceel Zandpad 44 te Maarssen is het perceel verdacht van de aanwezigheid van een verontreiniging met VOCL in het (diepere) grondwater. Er bestaat de mogelijkheid dat de op dit perceel aangetoonde sterke verontreiniging met VOCL zich tot onder het onderzoeksperceel heeft verspreid, waarbij het niet is uitgesloten dat er sprake is van gehalten oplosmiddelen die een belemmering voor het beoogde gebruik als woonbestemming kunnen zijn. De verontreiniging in het grondwater op het perceel is in de periode 2014 t/m heden uitvoerig onderzocht. In de periode 2016-2018 zijn de kern en de pluim van de grondwaterverontreiniging middels in-situ saneringsmaatregelen gesaneerd. Hierbij zijn alleen de hoogste gehalten van de verontreiniging weggenomen. Uit de beschikking die voor de eerste fase van de bodemsanering (bronmaatregelen) is afgegeven, blijkt dat de verontreiniging zich tot ver onder het onderzoeksperceel heeft verplaatst. Een afbeelding vanuit deze beschikking is onderstaand weergegeven.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 18 van 24
Een kenmerkende eigenschap van verontreinigingen met VOCL is het soortelijk gewicht van deze stoffen. In het algemeen zijn VOCL gerelateerde stoffen zwaarder dan water. Hierdoor verplaatsen zij zich, behalve horizontaal in de richting van de grondwaterstroming, ook verticaal naar diepere grondlagen, waarbij ze zich uiteindelijk op een storende laag ophopen. Deze zgn. zaklagen kunnen extreem hoge gehalten VOCL en afbraakproducten bevatten. In het algemeen worden VOCL of afbraakproducten niet in het ondiepe (freatische) grondwater van de pluim aangetroffen. De verontreiniging met VOCL is in de periode tussen 2016 en heden uitvoerig gecontroleerd. Ook op het onderzoeksperceel zijn diverse peilbuizen geplaatst die het verloop van de in-situ bodemsanering monitoren. De monitoringspeilbuizen zijn weergegeven in onderstaande figuur. Ook stroomafwaarts, ver buiten het onderzoeksperceel, zijn monitoringspeilbuizen geplaatst.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 19 van 24
Uit de resultaten van de meest recente grondwatermonitoring (Eindverificatie Zandpad 43-44 te Maarssen, locatiecode UT033300083, Bioclear earth, projectcode: 20215750/12750, d.d. 15 september 2021) blijkt er alleen aan de westzijde van het perceel (de grenssloot) sprake te zijn van verhoogde gehalten VOCL in concentraties boven de interventiewaarden.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 20 van 24
De verhoogde gehalten VOCL betreffen met name vinylchloride, dat als een zeer vluchtig afbraakproduct van tetrachlooretheen (PER) en trichlooretheen (TRI) bekend staat. De gehalten worden zowel in het freatisch grondwater als het diepere grondwater aangetroffen. Op basis van de uitgevoerde monitoring concludeert Bioclear earth dat de verontreinigingsconcentraties in de bronzone over het algemeen een afnemende trend vertonen. Er wordt voldaan aan de doelwaarden uit het saneringsplan wat betreft de bronsanering. De nalevering aan de pluim is geminimaliseerd. Op basis van de resultaten van de huidige en voorgaande monitoringsronden is de sanering van de bronzone beëindigd. Hoewel de concentraties in de pluim over het algemeen afnemen, wordt op dit moment nog niet geheel voldaan aan de saneringsdoelstelling van een stabiele eindsituatie. Door de tijdelijke aard is het risico gering dat er concentraties VOCl boven de interventiewaarde zullen ontstaan in de waterbodem en/of concentraties VOCl boven de JG-MKE in het oppervlaktewater. Hierdoor is actief ingrijpen momenteel niet noodzakelijk. Bioclear earth heeft geadviseerd op basis van de resultaten de monitoring in de bronzone te beëindigen en om de monitoring van de pluim in extensievere mate voort te zetten. Met de onderzoeken van 2018, 2021 en 2022 zijn er diverse peilbuizen ter plaatse van de beoogde bouwblokken geplaatst.
Het freatisch grondwater vanuit deze peilbuizen bevat geen of slechts licht verhoogde gehalten VOCL, waarmee is aangetoond dat er geen risico voor het uitdampen van VOCL naar de beoogde woningen mogelijk is. De hypothese ‘verdachte locatie van de aanwezigheid oplosmiddelen in het grondwater” wordt hiermee, voor de beoogde bouwblokken (bestemming wonen) verworpen.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 21 van 24
7
AANVULLEND BODEMONDERZOEK
7.1
Algemeen Vanuit het historisch vooronderzoek en de beoordeling van de in 2018, 2021 en 2022 uitgevoerde bodemonderzoeken, is er voor de beoogde bestemmingswijziging nog een beperkt aanvullend bodemonderzoek nodig. Het betreft hier met name de locatie van de voormalige sloot op de westelijke grens van het onderzoeksperceel, direct naast de nog aanwezige sloot. Vanuit de eerdere bodemonderzoeken is er voor dit terreindeel nog onvoldoende informatie omtrent de omvang van een verontreiniging met nikkel en PCB in de grond. Vanuit de eerdere onderzoeken lijkt één verontreiniging met PCB voldoende in beeld gebracht. Op dit terreindeel is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging en is er geen aanvullend bodemonderzoek noodzakelijk. De andere verontreiniging met PCB en een verontreiniging met nikkel in de bovengrond zijn per abuis verwisseld. Vanuit het laatste bodemonderzoek (Bodemportaal 2022) lijken de verontreinigingen met PCB en nikkel in elkaar over te gaan. Ondanks dat er op dit terreindeel vrijwel geen bijmengingen met puin in de bodem zijn geconstateerd, is er vanuit de onbekendheid met het dempingsmateriaal een risico voor de aanwezigheid van asbest in de bodem. Vanuit bovengenoemde omissies is aanvullend bodemonderzoek naar de omvang van de verontreiniging met PCB en nikkel noodzakelijk.
Ook moet vanuit aanvullend bodemonderzoek duidelijkheid komen over de eventuele aanwezigheid van asbesthoudend dempingsmateriaal.
7.2
Onderzoeksopzet Het aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van PCB en nikkel is gebaseerd op de NTA 5755: 2010 strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek – onderzoek naar de ernst en omvang van bodemverontreiniging. De NTA 5755 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoekstrategie voor een nader onderzoek gericht op een vermoedelijk geval van ernstige bodemverontreiniging. Op basis van de aanleiding en het doel van het nader onderzoek wordt de benodigde informatiebehoefte bepaald. Het nader onderzoek dient vooraf te worden gegaan door een toetsing of de beschikbare informatie voldoet aan het voor het nader onderzoek voorgeschreven uitgebreide vooronderzoek volgens de NEN 5725. Het vooronderzoek zoals in de eerdere bodemonderzoeken is uitgevoerd, wordt als voldoende beschouwd. De verzamelde historische informatie vormt de basis van het conceptueel model. In dit model worden de verwachtingen ten aanzien van de oorzaak (bron), aard, plaats van voorkomen en verdeling van de verontreinigingen over de bodemfasen toegelicht. Het conceptueel model dient als raamwerk voor het identificeren en ontwikkelen van kennisleemtes, zodat hiermee de noodzakelijke onderzoeksvragen geformuleerd kunnen worden en de uitvoering van het nader onderzoek verder ingevuld kan worden.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 22 van 24
Het voor onderhavig opgestelde voorlopige conceptueel model staat hieronder samengevat: De oorzaak van de aangetroffen verontreinigingen betreffen immobiele stoffen en dienen te worden gezocht in de aanwezigheid van bodemvreemd (dempings)materiaal, dat zich in de bodemlaag van 0,0 tot 1,0 meter minus maaiveld (m-mv) lijkt te bevinden. De horizontale en verticale verspreiding van de verontreiniging is echter nog niet eerder vastgesteld. Aangezien de bronlocatie van de verontreiniging in het grondwater op een naastgelegen perceel is gelegen en de planontwikkeling niet voorziet in woningbouw in de directe omgeving van de aangetoonde grondwaterverontreiniging, is aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater op dit terreindeel niet gewenst. Op basis van het conceptueel model worden de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: 1.
Is er een verband tussen in de bodem aanwezige bodemvreemde materialen en de eerder aangetroffen verontreinigingen?
2. 3.
Wat is de horizontale en verticale verspreiding van de verontreinigingen in de grond? Is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging volgens het gestelde in de Wet bodembescherming, dat wil zeggen meer dan 25 m3 sterk verontreinigde grond en is er daarmee een saneringsverplichting?
Omdat er aanwijzingen zijn dat sprake is van een diffuse bodemverontreiniging, wordt § 6.4.4 van NTA 5755 gehanteerd. Vanuit de visuele waarnemingen vanuit de eerdere bodemonderzoeken is er geen aanleiding voor het vermoeden van bodemverontreiniging met asbest. Om uit te kunnen sluiten dat er asbest in de grond aanwezig is, wordt het perceel verkennend, als onverdachte locatie, onderzocht. Het verkennend onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem is gebaseerd op de NEN 5707+C2:2017 ‘Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond’. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd door Veldwerkbureau Terra Vision, uitgevoerd op basis van de BRL SIKB 2000, protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen en nemen van grondmonsters etc’. Voor het verrichten van de veldwerkzaamheden ten behoeve van het bodemonderzoek
is
Veldwerkbureau
Terra
Vision
in
het
bezit
van
een
procescertificaat
(certificaatnummer: NC-SIK-20343). Veldwerkbureau Terra Vision is een onafhankelijk opererend adviesbureau dat op geen enkele wijze verbonden is met de opdrachtgever c.q. eigenaar van de onderzoekslocatie. De chemische analyses zijn uitgevoerd door het de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium van AlWest te Deventer. Het onderzoeksprogramma is in tabel 2 opgesomd.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 23 van 24
Tabel 2: Onderzoeksprogramma Zandpad 41 te
Bodemlaag
Te verrichten onderzoek
Aanvullende
Bovengrond
9x boring tot 1,0 m-mv
werkzaamheden afperking
Ondergrond
Maarssen
Aantal
Analysepakket
analyses 9
Droge stof, lutum, PCB en nikkel
3
Droge stof, lutum, PCB en nikkel
verontreiniging met nikkel en PCB Aanvullend onderzoek
Bovengrond
9 x gat (30x30x50 cm)
3
Droge stof, asbest in grond
asbest in grond
Ondergrond
3 x boring tot 1,0 m-mv
1
Droge stof, asbest in grond
Toelichting op tabel: Standaardpakket grond: Standaardpakket grondwater: Asbest in grond:
7.3
metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), PAK (VROM 10), minerale olie, PCB’s; metalen, vluchtige aromaten (BTEXN en styreen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (18 verbindingen), minerale olie. NEN-5898
Rapportage In de onderzoeksrapportage wordt, vanuit de verkregen onderzoeksresultaten, een antwoord op de onderzoeksvragen uit paragraaf 7.2. geformuleerd. De bevindingen tijdens en de resultaten van het onderzoek worden met behulp van overzichtelijke tabellen en tekeningen in een briefrapportage vastgelegd. De briefrapportage wordt digitaal (als pdfbestand) geleverd. De rapportage wordt circa 4 weken na uitvoering van de veldwerkzaamheden geleverd.
Project
: Historisch Onderzoek NEN 5725, Zandpad 41 te Maarsen
Projectnummer
: BO223CA01 24 van 24
BIJLAGE 1: REGIONALE LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
BIJLAGE 2: OVERZICHT BOORLOCATIES EERDERE ONDERZOEKEN
Verbeelding ontwerpbestemmingsplan
Overzicht boorpunten op zelfde schaal en positie – 1. Aveco de Bondt d.d. 7 november 2018
Overzicht boorpunten op zelfde schaal en positie – 2. Aveco de Bondt d.d. 3 september 2021
Overzicht boorpunten op zelfde schaal en positie – 3. Bodemportaal d.d. 5 juli 2022