CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Wijzigingstabel Verordening Wmo en Jeugd SV 2025 4 december 2024.pdf

Commissie Sociaal Domein 14 januari 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 5.: Verordening WMO en Jeugdhulp3.691 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Wijzigingstabel Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 De Verordening Wmo en Jeugd Stichtse Vecht 2022 was de eerste gecombineerde Wmo en Jeugdverordening. In de afgelopen jaren is gebleken dat deze verordening een prima basis is om inwoners ondersteuning te bieden, maar dat enige aanpassingen noodzakelijk zijn. Er zijn verschillende redenen voor de aanpassingen. Zo zijn er inhoudelijke redenen, de behoefte om met de verordening beter te kunnen sturen, om beter te kunnen aansluiten bij de uitvoeringspraktijk, en tenslotte de wens om de verordening beter leesbaar te maken. Inhoudelijke aanpassingen zijn onder andere ingegeven door de transformatie Wmo, de hervormingsagenda Jeugd, nieuwe landelijke modelverordeningen en nieuwe jurisprudentie. Met de formulering in de Verordening worden kaders gegeven voor de reikwijdte van de hulp, binnen de wettelijke kaders. De Verordening Wmo en Jeugdhulp Stichtse Vecht 2025 (hierna: “de Verordening”) is dan ook anders van opzet dan de vorige verordening. De verordening is, waar mogelijk, in B1 geschreven, heeft een logische opbouw, en de toelichting is verwerkt in de tekst van de verordening zelf. In onderstaande tabel zijn alleen de inhoudelijke wijzigingen weergegeven. Artikel 1. Begrippen

Wijziging a. algemeen gebruikelijke voorziening (Wmo): voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is, gangbaar onder de bevolking is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau;

Toelichting a. Bij algemeen gebruikelijke voorziening toegevoegd dat de voorziening gangbaar moet zijn onder de bevolking conform recente jurisprudentie.

c. andere voorziening: een voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet;

c.

t. TIM Stichtse Vecht: TIM Stichtse Vecht bestaat uit wijkteams die de toegang vormen tot maatwerk voorzieningen Jeugdhulp en Wmobegeleiding.. TIM Stichtse Vecht bestaat uit Timon en Incluzio, in deze verordening wordt alleen gesproken over TIM Stichtse Vecht. Timon mag besluiten nemen namens de gemeente als het gaat om voorzieningen die zij aanbieden. Deze bevoegdheden zijn geregeld

t. toegevoegd dat Timon gemandateerd is besluiten te nemen, dit conform het mandaatbesluit.

Het begrip andere voorziening is toegevoegd, omdat bij een aanvraag voor Wmo of jeugdhulp altijd getoetst wordt of de hulp niet via een andere regeling geboden kan worden, zoals bijvoorbeeld de zorgverzekeringswet of de Wet langdurige zorg. De toevoeging sluit aan bij wettelijke bepalingen en de uitvoeringspraktijk.

1

in het Mandaatbesluit; 1.2.1.1. Begeleiding als algemene voorziening

1.2.2. Collectieve voorzieningen

Toegevoegd: 1. De gemeente biedt via samenwerkingspartners begeleiding aan als algemene voorziening, tenzij het gaat om begeleiding zwaar of specialistische begeleiding. De begeleider kan helpen bij de dagelijkse gang van zaken en helpt de inwoner om op een goede manier met zijn omgeving om te gaan. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten. 2. De begeleiding door samenwerkingspartners is gericht op het activeren en stimuleren van de ontwikkeling van de inwoner. De begeleiding ondersteunt de inwoner bij het uitvoeren van algemene dagelijkse handelingen, het vergroten van zelfredzaamheid, het meedoen in de samenleving en het aanbrengen en behouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. 3. De begeleiding door samenwerkingspartners is gericht op het aanleren van vaardigheden, niet op het overnemen van taken.

Samenwerkingspartners bieden begeleiding aan als een algemene voorziening, met uitzondering van begeleiding zwaar. In dit artikel zijn de kaders van deze begeleiding beschreven.

Toegevoegd: De volgende collectieve voorzieningen zijn in ieder geval beschikbaar: a. collectief vervoer (regiotaxi);

Als een collectieve voorziening passend is voor de hulpvraag en de situatie van de inwoner, is deze voorliggend aan een maatwerkvoorziening.

b. collectieve voorzieningen die worden aangeboden door de gemeente, TIM Stichtse Vecht of de samenwerkingspartners 1.2.3. Algemeen gebruikelijke voorzieningen

Toegevoegd bij onderdeel d: financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau en gangbaar is onder de bevolking. Er kan uitgegaan worden van tweedehands voorzieningen die op het moment van de aanvraag beschikbaar zijn.

1.3 Gebruikelijke hulp en Nieuw artikel De gemeente verstrekt eigen kracht maatwerkvoorzieningen als de inwoner onvoldoende mogelijkheden heeft om het probleem zelf op te lossen, al dan niet met behulp van de inzet van de inwoner zelf, het eigen (sociale) netwerk en/of mantelzorg (Wmo). Dit noemen we de eigen kracht van

De toevoeging geeft meer inhoud aan de begeleiding als algemene voorziening.

De toevoeging sluit aan bij wettelijke bepalingen en de uitvoeringspraktijk. Voor een algemeen gebruikelijke voorziening geldt dat deze financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. Toegevoegd is dat het gangbaar moet zijn onder de bevolking en hierbij uitgegaan kan worden van tweedehands voorzieningen, de prijs van de tweedehandsvoorziening die beschikbaar is, is leidend. Dit sluit aan bij geldende jurisprudentie.

Dit artikel komt voor een deel uit de uitvoeringsregels.Jurisprudentie en wet schrijven voor dat deze bepalingen in de verordening moeten worden opgenomen.

2

de inwoner. De gemeente beoordeelt daarom de eigen kracht van de inwoner. 1.3.1 Gebruikelijke hulp Wmo Van huisgenoten en ouders of verzorgers Van huisgenoten en ouders of verzorgers wordt verwacht dat zij een bijdrage leveren aan het huishouden en hulp geven aan andere huisgenoten. Het gaat hierbij om de normale dagelijkse zorg, zoals taken die bij een gezamenlijk huishouden horen, administratie, schoonmaken, bezoek aan familie, instanties of een arts. Voorbeelden van huisgenoten zijn partners, inwonende kinderen en andere bewoners met wie de inwoner die hulp nodig heeft gemeenschappelijk een woning bewoont. Dit noemen we gebruikelijke hulp en wordt getoetst bij hulpvragen van de Wmo. Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend. Bij gebruikelijke hulp van kinderen wordt rekening met de leeftijd van de kinderen. De kaders voor gebruikelijke hulp zijn opgenomen in Bijlage 2 ‘Richtlijn gebruikelijke hulp’. De gemeente onderzoekt of het bieden van gebruikelijke hulp geen overbelasting geeft. Hiervoor geldt de richtlijn overbelasting uit Bijlage 1. 1.3.2 Eigen kracht jeugdhulp 1. Ouders zijn verplicht om hun kind op te voeden en te verzorgen (artikel 1:247 Burgerlijk Wetboek). Daaronder wordt ook verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind, en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.

Verder behoren ouders hun kinderen een passend leefklimaat te bieden in een beschermende woonomgeving. Dit betekent ook dat als één van de ouders uitvalt, de andere ouder het overneemt. 2. Het bieden van deze zorg is niet vrijblijvend, verwacht wordt van de ouders dat zij de hulp verstrekken die nodig is. De Jeugdwet gaat er van uit dat van ouders verwacht kan worden dat zij de hulp verstrekken die nodig is, voor zover dit tot de mogelijkheden behoort van de ouders (eigen kracht) al dan niet met gebruik van het sociale netwerk. De gemeente beoordeelt de eigen kracht volgens de bepalingen het derde tot en met het zevende lid van dit artikel. 3. De gemeente onderzoekt of de ouder in staat is om de noodzakelijke hulp aan de jeugdige te bieden. Hierbij wordt onder

De jeugdwet kent het begrip gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp niet. Van de ouder wordt verwacht dat zij hulp aan het kind bieden, voor zover dit mogelijk vanuit de eigen kracht. De eigen kracht wordt onderzocht aan de hand van de genoemde onderzoeksvragen. Hierbij wordt opgemerkt dat er geen inkomenstoets plaatsvindt. Als de ouder de hulp al biedt zonder vergoeding, en deze ook zou blijven bieden zonder dat er een vergoeding wordt verstrekt, kan er sprake zijn van voldoende eigen kracht van de ouder om de hulp te bieden. Deze bepaling is opgenomen om aan te sluiten bij de ontwikkeling om hulpvragen te normaliseren, voor zover dit mogelijk is.

3

4.

5.

6.

7.

2.1.2. Indienen hulpvraag - Jeugdwet

2.3.4 Algemene

andere beoordeeld:  wordt de hulp al geleverd door de ouders;  is er sprake van belemmeringen waardoor de ouders de hulp niet (langer) kunnen geven;  is de noodzakelijke hulp niet te specialistisch voor de ouders. De gemeente onderzoekt of de ouder beschikbaar is om de noodzakelijke hulp te bieden. Hierbij wordt onder andere beoordeeld:  is de ouder langdurig ziek;  is de ouder langdurig afwezig in het gezin. Het niet beschikbaar zijn van de ouder door werk wordt niet meegenomen in de beoordeling. Van de ouder wordt verwacht dat deze de hulp met werk combineert, tenzij dit een schrijnende situatie oplevert. De gemeente onderzoekt of het bieden van hulp door de ouder geen overbelasting geeft. Hiervoor geldt de richtlijn overbelasting uit Bijlage 1. De gemeente onderzoekt of de ouder de hulp zonder vergoeding blijft bieden, en zo ja, of de ouder daardoor niet in de problemen komt. Bij de beoordeling van de eigen kracht worden mogelijkheden van het brede sociale domein ook in kaart gebracht. Hierbij kan gedacht worden aan schuldhulpverlening, hulp van de Wmo en Werk & Inkomen.

Voor een hulpvraag voor jeugdhulp wordt de aanvraagprocedure van de Awb gevolgd. Dit betekent dat de aanvraag tenminste de volgende gegevens moet bevatten: a. de aanvraag is ondertekend; b. de naam en het adres van de aanvrager; c. de datum; d. welk besluit wordt gevraagd: hierbij gaat het om een omschrijving van de hulpvraag. Zie verder de beschrijving onder artikel 2.3.1 van deze verordening.

1. De gemeente kan de maatwerkvoorziening

In de huidige verordening is bepaald dat voor de Jeugdhulp dezelfde aanvraagprocedure geldt als voor de Wmo: een melding, een onderzoeksfase van maximaal 6 weken en een besluitfase van maximaal 2 weken. Deze bepaling is volgens de modelverordening van de VNG. Echter: juridisch is deze procedure onjuist. De Jeugdwet volgt de aanvraagprocedure van de Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat de inwoner een aanvraag indient, en er binnen 8 weken een onderzoek moet zijn gedaan en besluit moet zijn genomen. De jurisprudentie wordt hier strenger in, reden waarom deze nieuwe bepaling is opgenomen. De genoemde weigeringsgronden

4

weigeringsgronden

weigeren als: a. de inwoner het probleem zelf kan oplossen; b. de inwoner het probleem kan oplossen met hulp van huisgenoten of anderen uit het sociale netwerk of mantelzorg; c. de inwoner het probleem kan oplossen met gebruikelijke hulp (Wmo), met algemene voorzieningen, met algemeen gebruikelijke voorzieningen, met collectieve voorzieningen, met hulp van andere organisaties, of met andere voorzieningen; d. uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van de hulp in het wegnemen van beperkingen; e. de gevraagde hulp afwijkt van het advies van de gemeente. 2. De gemeente kan de maatwerkvoorziening ook weigeren als: a. de inwoner iets (niet) heeft gedaan waardoor hij de hulpvraag zelf heeft veroorzaakt en hij deze had kunnen voorzien; b. de Wmo voorziening, waarbij het gaat om hulpmiddelen en woningaanpassingen:  nog niet technisch is afgeschreven;  vervroegd technisch is afgeschreven door het handelen van de inwoner; c. de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft ingeroepen of aangeschaft voordat de melding is gedaan of de aanvraag is ingediend, tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de inwoner dringend noodzakelijk was om de hulp in te roepen of aan te schaffen. Als er sprake is van een dergelijke acute noodsituatie moet de inwoner de melding of aanvraag binnen 6 weken nadat de noodsituatie zich heeft voorgedaan indienen. d.

de inwoner de gevraagde hulp zelf heeft aangeschaft of heeft ingeroepen tussen de datum van de melding of aanvraag en het besluit van de gemeente. Hierop kan een uitzondering gemaakt worden als de gemeente hiervoor toestemming heeft gegeven, of als de gemeente de noodzaak van de hulp nog kan vaststellen;

volgen grotendeels uit de wet- en regelgeving, en uit de stappen zoals genoemd onder 2.3.3. De weigeringsgronden zijn dan ook niet nieuw, maar zijn in de nieuwe verordening wel specifiek benoemd. Nieuwe weigeringsgronden zijn: Lid 1 onder d: in principe komt alleen hulp waarvan de werking is bewezen voor vergoeding in aanmerking. Een bron hiervan is bijvoorbeeld de Databank Effectieve Interventies van het Nederlands jeugdinstituut. Lid 2 onder c: in dit lid wordt bepaald hoe omgegaan wordt met het inzetten van hulp voordat er een besluit is genomen door de gemeente, en wat dit betekent voor de vergoeding van de hulp. Lid 4 onder d: dit volgt uit landelijke jurisprudentie, deze bepaling is per abuis in de huidige verordening weggevallen en nu weer toegevoegd.

5

e. de hulp of voorziening antirevaliderend werkt; f. de Wmo-voorziening niet langer dan zes maanden noodzakelijk is, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om de maatwerkvoorziening voor een kortere periode vast te stellen. Voor diensten, zoals hulp bij het huishouden, respijtzorg en begeleiding, geldt dat ook hulp voor een kortere periode toegekend kan worden; 3. Een Wmo-vervoersvoorziening kan worden geweigerd als het gaat om de verplaatsingen buiten de directe woonen leefomgeving. 4. Een woonvoorziening kan worden geweigerd: a. als de klachten van de inwoner zijn ontstaan door slecht of achterstallig onderhoud of als de woning niet voldoet aan de wettelijke eisen; b. als de inwoner zijn hoofdverblijf niet heeft, of niet zal hebben, in de woning waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; c. als het gaat om woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting van de woning worden verstrekt; d. als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, tenzij het gaat om het toegankelijk maken van de woning; e. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was gezien de beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie, en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f.

als de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door de gemeente; g. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; 5. De gemeente verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen volgens het daartoe vastgesteld beleid van de gemeente Utrecht, de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde

6

2.4.1 Inhoud beschikking

2.6.2. Jeugdwet via arts e.a.

4.3 Tegemoetkoming meerkosten inwoners met een chronische beperking of chronische problemen

nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze gemeente. 6. De gemeente kan per maatwerkvoorziening nog specifieke weigeringsgronden benoemen. 1. De gemeente legt het besluit over het al dan niet toekennen van een maatwerkvoorziening vast in een beschikking De beschikking wordt naar de inwoner gestuurd.

Toegevoegd: 2. Bij de procedure genoemd in het eerste lid doorloopt de aanbieder de stappen zoals beschreven in artikel 2.3.3 van deze Verordening. Als dit niet mogelijk is voor de aanbieder, kan de aanbieder de inwoner verwijzen naar TIM Stichtse Vecht voor het onderzoek. 3. … 4. De gemeente stuurt over de jeugdhulp een beschikking naar de inwoner. In deze beschikking wordt de inwoner geïnformeerd over de jeugdhulp en over de duur van de hulp. 1. De gemeente kan een maatwerkvoorziening inkomensondersteuning verstrekken ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie aan inwoners van 18 jaar en ouder die aantoonbaar meerkosten hebben door een langdurige hoge zorgvraag. 2. De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming zijn vastgelegd in beleidsregels van de gemeente.

Naar aanleiding van nieuwe richtlijnen van het ministerie van VWS en jurisprudentie is beschikkingsvrij werken door het wijkteam komen te vervallen, en wordt in alle gevallen een beschikking aan de inwoner afgegeven. Voor jeugdhulp geldt dat een huisarts, medisch specialist en jeugdarts een directe verwijzing kunnen afgeven. In dit artikel wordt bepaald dat de aanbieder in deze situaties zelf de stappen zoals beschreven in artikel 2.3.3. moet doorlopen.

In de huidige verordening is het volgende opgenomen: Artikel 21. Tegemoetkoming meerkosten personen met een beperking of chronische problemen Het college kan een maatwerkvoorziening inkomensondersteuning verstrekken ter ondersteuning van zelfredzaamheid en participatie aan: a. inwoners die aantoonbaar meerkosten hebben door een langdurige hoge zorgvraag en die die kosten niet of niet volledig uit eigen inkomen en/of vermogen kunnen betalen, en b. inwoners die onder het sociaal minimum leven en die aantoonbaar meerkosten hebben door een langdurige hoge zorgvraag. Dit gebeurt op basis van het Beleidsplan ‘Samen in actie tegen armoede en schulden – Minima- en schuldhulpverleningsbeleid 2021-2024 De nieuwe tekst verwijst naar de voorwaarden van de regeling die zijn vastgelegd in de Beleidsregels Participatiewet 2016.

7

Hoofdstuk 5. Duur van de indicatie

De periode waarvoor een indicatie voor dienstverlening wordt afgegeven is afhankelijk van meerdere factoren. In de eerste plaats of er sprake is van Wmoondersteuning of jeugdhulp. 5.1 Duur van de indicatie Wmo 1. Voor een Wmo-maatwerkvoorziening geldt het uitgangspunt dat een indicatie voor langere tijd kan worden afgegeven. De duur is afhankelijk van de levensfase en persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Dit is maatwerk. De duur van de indicatie kan voor zowel bepaalde (met einddatum) als voor als onbepaalde tijd (zonder einddatum) zijn, en alle periodes daartussen. 2. Voor welke termijn een indicatie wordt afgegeven, is afhankelijk van de volgende factoren: a. de aard van de voorziening, de beperkingen en leerbaarheid van de inwoner en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen; b. de woonomstandigheden en bij dienstverlening de samenstelling van het huishouden van de inwoner en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen. 3. Om een indicatie zonder einddatum te kunnen afgeven moet uit het onderzoek blijken dat: a. er sprake is van een situatie waarin niet verwacht wordt dat de inwoner zelfredzamer kan worden en dat de leerbaarheid van de inwoner niet kan verbeteren. Hierdoor is de inwoner blijvend aangewezen op de ondersteuning vanuit de Wmo; b. er geen verandering te verwachten is in de situatie van inwoner of in omvang van de noodzakelijke hulp; c.

er geen verwachting is dat de inwoner verslechterd en daardoor in aanmerking komt voor de Wlz. 4. Als de hulp in de vorm van een pgb wordt verstrekt, wordt deze altijd voor bepaalde tijd, dus met een einddatum, afgegeven.

In dit artikel zijn regels opgenomen over de duur waarover een indicatie wordt verstrekt. De aangenomen motie dat een indicatie ook voor onbepaalde tijd kan gelden is hierin opgenomen voor de Wmo. De randvoorwaarden hiervoor zijn eveneens beschreven.

5.2 Duur van de indicatie jeugdhulp 1. De duur van een indicatie jeugdhulp van TIM Stichtse Vecht is in principe 6 maanden, tenzij de gemeente van oordeel is dat de noodzaak voor de indicatie voor kortere of langere termijn vaststaat. 2. Als de hulp in de vorm van een pgb wordt verstrekt, wordt deze altijd voor

8

bepaalde tijd, dus met een einddatum, afgegeven. 5.3 Wijziging indicatie 1. De indicatie kan altijd tussentijds worden gewijzigd als er sprake is van een wijziging in de omvang van de behoefte aan hulp. Deze wijziging kan voortkomen uit een evaluatie, uit een fraudeonderzoek van de gemeente, of op verzoek van de inwoner. 2. Als de situatie van de inwoner wijzigt kan dit gevolgen hebben voor zijn aanspraak op hulp. De inwoner heeft de verplichting om wijzigingen door te geven. Deze wijzigingen kunnen aanleiding zijn voor een wijziging van de indicatie. 3. Als de inwoner permanent of voor lange tijd (naar verwachting langer dan 8 weken) afwezig zal zijn, kan de gemeente de indicatie (tijdelijk) beëindigen. Voor een voorgezette indicatie doet de inwoner zelf een nieuwe melding of dient zelf een nieuwe aanvraag in. 5.4 Tussentijdse evaluatie 3. Het Jeugd en Wmo Team kan, binnen de wettelijke kaders, een tussentijdse evaluatie uitvoeren. 4. Bij een indicatie zonder einddatum vinden er in ieder geval periodieke contactmomenten plaats (telefonisch, schriftelijk of met huisbezoek) om te beoordelen of de lopende indicatie en/of verstrekkingsvorm nog passend zijn. 6.3.1. Voorwaarden PGB

Toegevoegd: 7. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan de hulp betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk voor zover het niet gaat om behandeling, beschermd of beschut wonen, of dagbesteding.

6.3.4 Hoogte en tarief PGB

Gewijzigd: Lid 3, onder b,: I. de hoogte van het pgb voor professionele (formele) hulp is maximaal 80% van de goedkoopste adequate voorziening die hiervoor ingezet zou worden als de dienst in natura zou worden toegekend. Dit wordt getoetst aan de tarieven van Utrecht-West. Als op basis van het familiegroepsplan van de inwoner passende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht dan wordt dat tarief gehanteerd. II. de hoogte van het pgb voor nietprofessionele (informele) hulp bedraagt het

Toegevoegd is dat geen pgb kan worden verstrekt voor hulp uit het sociale netwerk als het gaat om ggz-behandeling, omdat deze hulp te specialistisch is.

In de huidige verordening is bepaald dat het tarief voor het

9

uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor ondersteunende begeleiding zoals is opgenomen in de CAO VVT (FWG 30), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren als het gaat om begeleiding. III. IV de hoogte van het pgb voor professionele huishoudelijke hulp is maximaal 80% van de goedkoopste adequate hulp in natura. IV. de hoogte van niet professionele (informele) huishoudelijke hulp bedraagt het uurtarief dat gelijk is aan de hoogste periodiek voor hulp in het huishouden zoals is opgenomen in de CAO VVT (specifiek voor hulp bij huishouden gecreëerde salarisschaal), rekening houdend met de vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. Gewijzigd zevende en achtste lid: 7. De vergoeding voor vervoer van en naar de locatie voor jeugdhulp bedraagt de werkelijke kosten van het Openbaar Vervoer. Bij eigen vervoer bedraagt de vergoeding maximaal de belastingvrije kilometervergoeding (€ 0,23 per kilometer per 1 januari 2024). Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de kortste route (per auto) overeenkomstig de ANWB routeplanner. 8. De vergoeding voor vervoer van en naar de Wmo-dagbesteding bedraagt de werkelijke kosten van het Openbaar Vervoer. Bij eigen vervoer bedraagt de vergoeding maximaal de belastingvrije kilometervergoeding (€ 0,23 per kilometer per 1 januari 2024).

Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de kortste route (per auto) overeenkomstig de ANWB routeplanner. Bijlage 1 Bijlage 2

Toegevoegd Richtlijn bij dreigende overbelasting Toegevoegd Richtlijn gebruikelijke hulp

informele netwerk maximaal €20,00 bedraagt. De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat aangesloten moet worden bij de CAO VVT, dit is opgenomen in artikel 6.3.4, derde lid onder b onder III en V.

De kilometervergoeding bedraagt in de oude verordening € 0,19 per kilometer. In de nieuwe verordening is aangesloten bij de belastingvrije kilometervergoeding (€ 0,23 per 1 januari 2024).

Uitwerking van artikel 1.3.1 en 1.3.2 Uitwerking van artikel 1.3.1

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2834/documents/57593