Bijlage 3. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.pdf
Tekst van het document
Terugwerkende kracht
28-03-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Het dagelijks bestuur treft ten laste van het waterschap een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg voor de leden van het algemeen bestuur, de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter. Artikel 4.3.6. Voorzieningen in verband met beroepsziekte of een dienstongeval Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 28-03-2019
1
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. b.
2
a. b. 3
Terugwerkende kracht
beroepsziekte: ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden; dienstongeval: ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden. Een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekte of een dienstongeval: voor zover deze kosten ten laste blijven van het lid van het algemeen bestuur, het lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter, en voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is. In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
87/94
02-02-2022 15:35
4 5
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
redelijkheid en billijkheid, en gehoord de vergadering van fractievoorzitters van alle partijen in het algemeen bestuur. Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen. Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden of ontslag, is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen lid van het algemeen bestuur, het gewezen lid van het dagelijks bestuur of de gewezen voorzitter.
Artikel 4.3.7. Voorzieningen in verband met een structurele functionele beperking Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
28-03-2019
1
2 3
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Indien een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kent het dagelijks bestuur hem op aanvraag ten laste van het waterschap een voorziening toe als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen dan wel een financiële tegemoetkoming daarvoor. Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed. Regels, gesteld bij of krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.3.8. Eindheffingsbestanddelen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 28-03-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
28-03-2019
Kamer
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen: a. b. c. d. e.
de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 4.1.6 en 4.2.6; de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 4.1.10; de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid; de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid; de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid;
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
88/94
02-02-2022 15:35
f. g. h. i. j.
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid; de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2; de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3; de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid.
Afdeling 4.4. Commissieleden Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
28-03-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 4.4.1. Vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
01-01-2022
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
01-01-2021
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
01-01-2020
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Wijziging
18-12-2018
Stcrt. 2018, 72813
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
28-03-2019
1 2
Terugwerkende kracht
Kamer
Aan een commissielid wordt ten laste van het waterschap een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie toegekend van € 126,45 per vergadering. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
89/94
02-02-2022 15:35
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Artikel 4.4.2. Hogere vergoeding Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
28-03-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Het algemeen bestuur kan bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van het bedrag, genoemd in artikel 4.4.1, eerste lid, ten aanzien van: a.
een commissielid dat op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
b.
Artikel 4.4.3. Reiskostenvergoeding Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
28-03-2019
1
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Een commissielid heeft ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van: a. b.
2
Betreft
reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en reis- en verblijfkosten voor reizen binnen het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 4.4.4. Overige vergoedingen en voorzieningen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 28-03-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
28-03-2019
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
90/94
02-02-2022 15:35
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.3.4, 4.3.6, 4.3.7 en 4.3.8 van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 5.1. Overgangsbepalingen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019 t/m 28-03-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
28-03-2019
Wijziging
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
1
2 3
4
5
6
Kamer
De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.1, eerste lid, en 2.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. De bedragen, genoemd in de artikelen 2.1.6, eerste lid, en 2.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018. Artikel 9, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de statenleden ten behoeve waarvan gedeputeerde staten op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit één of meer collectieve verzekeringen hebben afgesloten. Artikel 8, derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 2 van dit besluit, blijft van toepassing op de commissaris van de Koning die voor die datum is benoemd.
De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.1, eerste lid, en 3.4.1, eerste lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. De bedragen, genoemd in de artikelen 3.1.6, derde lid, en 3.2.6, eerste en tweede lid, worden per 1 januari 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
91/94
02-02-2022 15:35
7
8
9
10
11
12
13 14
15
16
17
18
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de raadsleden ten behoeve waarvan het college van burgemeester en wethouders op grond van artikel 10, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden één of meer collectieve verzekeringen heeft afgesloten. Artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de burgemeester aan wie voor die datum een toelage is toegekend als bedoeld in dat artikel 14a. Artikel 14b van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing ten aanzien van de burgemeester aan wie voor die datum een aanvulling is toegekend als bedoeld in dat artikel 14b.
Ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 is ontslagen en vervolgens wordt benoemd in een andere gemeente, blijft artikel 14a van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing in plaats van artikel 3.2.5 van dit besluit. Ten aanzien van de burgemeester die voor 1 januari 2019 eervol is ontslagen of niet is herbenoemd en ten aanzien van de burgemeester die in verband met een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder f, van de Wet algemene regels herindeling met ingang van 1 januari 2019 eervol is ontslagen, blijft artikel 16, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, van toepassing. Zolang een burgemeester niet is ontslagen of herbenoemd, blijven in plaats van artikel 3.3.2 voor hem artikel 30, tweede en vierde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, en de op het vijfde lid van dat artikel gebaseerde nadere regels van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend.
Artikel 31, derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, blijft van toepassing op de burgemeester die voor die datum is benoemd. Zolang een wethouder niet is afgetreden of herbenoemd, blijven in plaats van artikel 3.3.2 voor hem artikel 27a, tweede en vierde lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, en de op het vijfde lid van dat artikel gebaseerde nadere regels van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend. Zolang een raads- of commissielid niet is afgetreden of herbenoemd, blijven in plaats van artikel 3.3.2 voor hem artikel 7a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, zoals dat luidde voor de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 3 van dit besluit, en de op het vijfde lid van dat artikel gebaseerde nadere regels van toepassing, indien hem in 2018 een tegemoetkoming of een vergoeding op grond van dat artikel is verleend.
De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.1, eerste lid, en 4.4.1, eerste lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de maand september 2018 vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen. Ten aanzien van de leden van gedeputeerde staten die op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 2 in functie waren, blijven de regels die zijn gesteld bij of krachtens het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, zoals die op die dag luidden, van toepassing tot het tijdstip waarop deze leden op grond van artikel 41, eerste lid, van de Provinciewet aftreden. Ten aanzien van de leden van het dagelijks bestuur van de waterschappen die op de dag voor de inwerkingtreding van hoofdstuk 4 in functie waren, blijven de regels die
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
92/94
02-02-2022 15:35
19
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
zijn gesteld bij of krachtens hoofdstuk 3 van het Waterschapsbesluit, zoals die op die dag luidden, van toepassing tot het tijdstip waarop deze leden op grond van artikel 41, vierde lid, van de Waterschapswet aftreden. De bedragen, genoemd in de artikelen 4.1.6, eerste lid, en 4.2.6, eerste en tweede lid, worden per 28 maart 2019 bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex voor de maand september 2018.
Artikel 5.2. Intrekken en vervallen rechtspositiebesluiten Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
28-03-2019
Wijziging
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
1 2 3 4 5 6 7 8 9 9
Terugwerkende kracht
Kamer
Het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden wordt ingetrokken. Het Rechtspositiebesluit gedeputeerden wordt ingetrokken. Het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning wordt ingetrokken. Het Besluit van 4 juli 1980 tot invoering van de mogelijkheid voor de Commissarissen des Konings om vervroegd uit te treden (Stb. 1980, 404), zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 29 april 1983 (Stb. 1983, 262) wordt ingetrokken; Besluit van 12 juli 1969 tot vaststelling van een regeling van een gratificatie bij ambtsjubilea van de Commissarissen der Koningin (Stb. 1969, 328) wordt ingetrokken; Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wordt ingetrokken. Het Rechtspositiebesluit wethouders wordt ingetrokken. Het Rechtspositiebesluit burgemeesters wordt ingetrokken. Het Bezoldigingsbesluit burgemeester/secretaris wordt ingetrokken. Hoofdstuk 3 van het Waterschapsbesluit vervalt.
Artikel 5.3. Inwerkingtreding Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019 t/m 28-03-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1 2
Kamer
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2019. In afwijking van het eerste lid, treden de hoofdstukken 2 en 4 en de artikelen 5:1, eerste en tweede lid, en 5:2, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en tiende lid, in werking met ingang van 28 maart 2019.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
93/94
02-02-2022 15:35
3
4
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
In afwijking van het eerste en tweede lid, treden de artikelen 2.1.1, derde lid, 2.1.6, derde lid, 2.2.6, vijfde lid, 2.4.1, tweede lid, 3.1.1, vierde lid, 3.1.6, derde lid, 3.2.6, vijfde lid, 3.4.1, derde lid, 4.1.1, derde lid, 4.1.6, derde lid, 4.2.6, vierde lid en 4.4.1, tweede lid, in werking met ingang van 1 januari 2020. Artikel 3.1.9 werkt terug tot en met 29 maart 2018.
Artikel 5.4. Citeertitel Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. Wassenaar, 15 oktober 2018 Willem-Alexander De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, K.H. Ollongren Uitgegeven de zesde november 2018 De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
94/94