Bijlage 3. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.pdf
Tekst van het document
Artikel 2.4.4. Overige vergoedingen en voorzieningen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 28-03-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
28-03-2019
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
29/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 2.1.11, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8 van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk 3. Gemeenten
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Afdeling 3.0. Algemeen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.1. Begripsomschrijvingen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. b. c. d. e. f.
commissaris: commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen de gemeente is gelegen; inwonersklasse: inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.2; raadslid: lid van de gemeenteraad; voorzitter: voorzitter van de gemeenteraad; fractievoorzitter: raadslid waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie; commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd.
Artikel 3.2. Indeling gemeenten in inwonersklassen
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
30/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
De gemeenten worden ingedeeld in inwonersklassen aan de hand van de volgende tabel:
inwonersklasse
aantal inwoners
1
tot en met 8.000
2
8.001 – 14.000
3
14.001 – 24.000
4
24.001 – 40.000
5
40.001 – 60.000
6
60.001 – 100.000
7
100.001 -150.000
8
150.001 – 375.000
9
375.001 of meer
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder het aantal inwoners verstaan het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfer per 1 januari.
Artikel 3.3. Overgang naar andere inwonersklasse Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
1
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Een gemeente gaat voor de toepassing van artikel 3.2 in verband met de toeneming van het aantal inwoners over naar een hogere klasse met ingang van het jaar waarin op 1 januari het aantal inwoners van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse bereikt heeft en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
31/94
02-02-2022 15:34
a. b. 2
3
4
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
1 januari van het volgende jaar, of de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarin zij is betrokken. Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het aantal inwoners vindt plaats met ingang van het jaar waarin het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver ingedeeld was, gedaald is. Voor gemeenten waarvan het aantal inwoners ten gevolge van grenscorrecties of wijziging van de gemeentelijke indeling wijziging heeft ondergaan, vindt de overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling. Hierbij geldt het aantal inwoners, zoals dit voor de eerste maal na die datum met inachtneming van die grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt openbaar gemaakt. Voor de eerste indeling van een nieuw ingestelde gemeente vindt het derde lid overeenkomstige toepassing.
Artikel 3.4. Opclassificatie Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2 3
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Op grond van bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten van de provincie waarin de betrokken gemeente ligt, de gemeenteraad gehoord, een gemeente voor de toepassing van artikel 3.2 voor een bepaald tijdvak in een hogere klasse plaatsen dan die waartoe zij op grond van haar aantal inwoners behoort. Gedeputeerde staten kunnen na afloop van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, een nieuw tijdvak vaststellen. Van het tot verhoging strekkende besluit doen gedeputeerde staten onmiddellijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister.
Artikel 3.5 Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
(leeg) Afdeling 3.1. Raadsleden
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
32/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Paragraaf 1. Beloning raadslid Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.1.1. Vergoeding voor de werkzaamheden Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
01-01-2022
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
01-01-2021
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
01-01-2020
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Wijziging
18-12-2018
Stcrt. 2018, 72813
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
18-07-2019 01-01-2019
1
Terugwerkende kracht
t/m 01-01-2019
Kamer
Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een vergoeding voor de werkzaamheden per maand die afhankelijk is van de inwonersklasse van de gemeente waarin hij raadslid is en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
33/94
02-02-2022 15:34
2
3
4
5
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
inwonersklasse
Vergoeding voor de werkzaamheden
1–4
€ 1.081,35
5
€ 1.406,42
6
€ 1.645,72
7
€ 1.868,43
8
€ 2.176,66
9
€ 2.649,99
Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, in verband met de vermindering van het aantal inwoners is niet van invloed op de vergoeding voor de werkzaamheden van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde raadsleden. De bedragen, genoemd in het eerste lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het raadslid op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.
Artikel 3.1.2. Toelage lid vertrouwenscommissie en rekenkamerfunctie Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-01-2020
01-07-2019
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
34/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2 3
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamer
Aan een raadslid dat lid is van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 61, derde lid, van de Gemeentewet, dan wel de rekenkamerfunctie uitoefent, bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet, wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie of de duur van de uitoefening van de rekenkamerfunctie per jaar ten laste van de gemeente een toelage verleend van € 128,23 per maand. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 3.1.3. Toelage lid onderzoekscommissie Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Aan een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend, waarvan de hoogte bij verordening wordt bepaald, maar die per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, bedraagt. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
Artikel 3.1.4. Toelage lid bijzondere commissie Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
01-01-2020
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
35/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-07-2019
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-01-2019
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
1
2 3
Terugwerkende kracht
Kamer
Indien de gemeenteraad besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan de raadsleden die lid zijn van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van maximaal € 128,23 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het tweede lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 3.1.5. Toelage fractievoorzitter Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-01-2020
24-12-2019 01-07-2019
t/m 01-07-2019
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
36/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamer
De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 74,81 per maand, vermeerderd met € 10,68 voor elk raadslid dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 160,29 per maand. Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend. Voor de toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester vast:
2 3 a. b. 4
Betreft
hoeveel leden een fractie telt, en de duur van het fractievoorzitterschap. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden de bedragen in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen raadslid Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.1.6. Onkostenvergoeding Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
01-01-2022
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
01-01-2021
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
01-01-2020
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
37/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
24-12-2019
Terugwerkende kracht
t/m 01-01-2019
01-01-2019
1
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Wijziging
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
18-12-2018
Stcrt. 2018, 72813
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamer
Een raadslid ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van de gemeenteraad een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het raadlidmaatschap verbonden kosten van € 183,27 per maand. Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2
3
Artikel 3.1.7. Reiskostenvergoeding Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Een raadslid heeft ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: a. b.
2
Betreft
reiskosten voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies, en reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 3.1.8. Loopbaanoriëntatie Ontstaansbron https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
38/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ontstaansbron Bekendmaking Ondertekening
Kamers
Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Kamers
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1
De gemeenteraad van een gemeente die is ingedeeld in inwonersklasse 7, 8 of 9 kan bij verordening bepalen dat de kosten die raadsleden maken omdat zij zich tijdens het ambt oriënteren op hun verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooien, ten laste komen van de gemeente. Geen vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt toegekend, indien:
2 a. b. c. 3
de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit onredelijk is; die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, of de kosten ervan reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen. Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.
Artikel 3.1.9. Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 29-03-2018
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1
2
Kamer
De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat de raadsleden eenmaal per jaar een bedrag ontvangen ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van hun werkzaamheden voor één maand, waarmee zij voorzieningen kunnen treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Dit artikel is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
Artikel 3.1.10. Ziektekostenverzekering Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Ondertekening
Bekendmaking
Kamer
39/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-07-2019
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-01-2019
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2020
1 2
3
Kamer
Een raadslid ontvangt ten laste van de gemeente een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 114,44 per jaar. Een raadslid dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 3.1.11. Samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
In het geval een raadslid een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende raadslid worden verlaagd. Paragraaf 3. Waarneming door raadslid Ontstaansbron https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
40/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ontstaansbron Bekendmaking Ondertekening
Kamers
Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Kamers
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
Artikel 3.1.12. Waarneming voorzitter of burgemeester door raadslid Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1
Kamer
Een raadslid dat op grond van artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet meer dan dertig dagen onafgebroken het voorzitterschap van de gemeenteraad waarneemt, ontvangt voor de duur van de waarneming een toeslag van 8% op zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, alsmede een toeslag van 8% op de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.1.6, eerste lid. Indien een raadslid op grond van artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast:
2
a.
b. c.
wordt zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, voor die tijd ten laste van de gemeente aangevuld tot het bedrag waarop de bezoldiging van de burgemeester ingevolge artikel 3.2.1, eerste lid, is vastgesteld, vermeerderd met een vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 3.2.1, tiende, elfde, onderscheidenlijk twaalfde lid; ontvangt hij voor die tijd in plaats van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 3.1.6, een vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, en zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 3.2.9, tweede lid, en de artikelen 3.2.10 en 3.2.12 van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 4. Tijdelijk ontslagen raadslid Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamers
41/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Artikel 3.1.13. Vergoeding voor werkzaamheden en onkostenvergoeding Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2 3
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door de gemeenteraad toepassing is gegeven aan artikel 3.1.1, vijfde lid, dit raadslid een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden. Artikel 3.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het raadslid, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is. De artikelen 3.1.9, 3.1.10 en 3.1.11 en afdeling 3.3 zijn van overeenkomstige toepassing op het raadslid, bedoeld in het eerste lid.
Afdeling 3.2. Burgemeester en wethouders Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Paragraaf 1. Beloning burgemeester en wethouder Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.2.1. Bezoldiging en uitkeringen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Ondertekening
Bekendmaking
Kamer
42/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
01-07-2019
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-01-2019
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2020
01-12-2019 18-07-2019
1
2
t/m 01-06-2019 t/m 01-01-2019
Kamer
De bezoldiging van de burgemeester is afhankelijk van de inwonersklasse waarin de gemeente, waarin hij burgemeester is, op grond van artikel 3.2, eerste lid, is ingedeeld en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel:
inwonersklasse
bezoldiging
1
€ 6.743,62
2
€ 7.418,68
3
€ 8.088,71
4
€ 8.792,89
5
€ 9.532,60
6
€ 10.335,71
7
€ 10.958,30
8
€ 11.741,96
9
€ 12.578,72
De bezoldiging per maand van de burgemeester van meer dan één gemeente wordt bepaald aan de hand van de tabel in het eerste lid, met dien verstande dat wordt
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
43/94
02-02-2022 15:34
uitgegaan van de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende inwonersklasse. Voor de toepassing van de eerste volzin worden de gemeenten, waarin betrokkene het ambt van burgemeester vervult, als één gemeente aangemerkt, waarbij de inwoners van deze gemeenten worden samengeteld, en wordt die gemeente ingedeeld aan de hand van de tabel in artikel 3.2, eerste lid. De bezoldiging per maand van de wethouder is afhankelijk van de inwonersklasse waarin de gemeente, waarin hij wethouder is, op grond van artikel 3.2, eerste lid is ingedeeld en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel.
3
4
5
6 7
8
9
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
inwonersklasse
bezoldiging
1
€ 5.139,78
2
€ 5.825,02
3
€ 6.547,52
4
€ 7.006,97
5
€ 7.661,02
6
€ 8.348,03
7
€ 9.117,64
8
€ 9.658,22
9
€ 10.958,30
Indien een gemeente op grond van een besluit als bedoeld in artikel 3.4 wordt geplaatst, of in verband met wijziging van het aantal inwoners op grond van artikel 3.3, eerste of derde lid, wordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester en van de wethouder aan de hand van de tabel in het eerste, onderscheidenlijk derde lid aangepast. De overgang van een gemeente naar een lagere inwonersklasse, bedoeld in artikel 3.3, tweede of derde lid, is niet van invloed op de bezoldiging van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde burgemeester en wethouders zolang zij niet zijn herbenoemd. De afloop van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.4, eerste of tweede lid, is niet van invloed op de bezoldiging van de op de laatste dag van dat tijdvak in functie zijnde burgemeester zolang hij niet is herbenoemd. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden de bedragen, genoemd in het eerste en derde lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Wanneer de burgemeester of wethouder in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de bezoldiging voor die maand genoten naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand. De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het derde lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
44/94
02-02-2022 15:34
10 11
12
13 14
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Indien een wethouder gedurende een tijdvak als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, onder a of b, van de Gemeentewet tevens raadslid is, vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1. De burgemeesters en de wethouder ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de burgemeester of de wethouder vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden. De burgemeester en de wethouder ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hen genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de burgemeester of de wethouder vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het zevende lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen de burgemeester en de wethouder een uitkering op dezelfde voet. De burgemeester ontvangt ter aanvulling van de eindejaarsuitkering, bedoeld in het twaalfde lid, jaarlijks een bedrag van € 450, met dien verstande dat, indien de eindejaarsuitkering over minder dan twaalf maanden is opgebouwd, dit bedrag naar evenredigheid wordt verminderd.
Artikel 3.2.2. Waarneming burgemeester door wethouder Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Indien de wethouder die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, wordt zijn bezoldiging voor die tijd ten laste van de gemeente aangevuld tot het bedrag waarop de bezoldiging van de burgemeester ingevolge artikel 3.2.1 is vastgesteld. Artikel 3.2.3. Neveninkomsten Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
1
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
45/94
02-02-2022 15:34
a.
b. 2 a. b.
c. 3
4
5
6
7
8
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
bezoldiging: totaal van de per kalenderjaar als burgemeester of wethouder genoten bezoldiging, bedoeld in artikel 3.2.1, eerste, tweede of derde lid, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 3.2.1, tiende lid, en aangevuld op grond van artikel 3.2.2; neveninkomsten: andere inkomsten als bedoeld in artikel 66, zesde lid, of artikel 44, zesde lid, van de Gemeentewet. Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de burgemeester of de wethouder aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie: een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer neveninkomsten heeft genoten dan 14% van de bezoldiging over dat jaar of, indien hij zijn ambt gedurende een gedeelte van het kalenderjaar vervulde, een evenredig deel daarvan, dan wel een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. Het college van burgemeester en wethouders verminderen op verzoek van de burgemeester of de wethouder diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten.
Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de burgemeester onderscheidenlijk de wethouder. Het college van burgemeester en wethouders vordert, indien Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de burgemeester onderscheidenlijk de wethouder. Indien de burgemeester of de wethouder geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De burgemeester of de wethouder meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken. In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de burgemeester of de wethouder binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het eerste lid heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het zesde lid, stelt het college van burgemeester en wethouders de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij het uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden.
Op verzoek van de burgemeester of de wethouder kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
Artikel 3.2.4. Uitkering bij overlijden Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
1
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
In het geval van overlijden van de burgemeester of de wethouder wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging, bedoeld in artikel 3.2.1, eerste of
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
46/94
02-02-2022 15:34
2
3
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
tweede, onderscheidenlijk derde lid, vermeerderd met de vakantie-uitkering, welke de overledene laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de overledene. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden burgemeester of wethouder ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet. Indien voor de overledene een tijdsbestedingsnorm als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet was vastgesteld, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van die tijdsbestedingsnorm uitgekeerd.
Artikel 3.2.5. Mobiliteitstoelage burgemeester Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2020
24-12-2019 01-01-2019
1
2
3
t/m 01-07-2019
Kamer
Een burgemeester die, nadat hij ten minste twee ambtstermijnen heeft vervuld in dezelfde gemeente, benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt, indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, ten laste van die andere gemeente eenmalig een mobiliteitstoelage op de bezoldiging van € 10.686,37. Het eerste lid is niet van toepassing indien op de datum van de benoeming van de burgemeester in die andere gemeente, die andere gemeente weliswaar in een gelijke inwonersklasse is ingedeeld, maar op dat moment op grond van artikel 3.4 in een hogere inwonersklasse is geplaatst. Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
47/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen burgemeester en wethouder Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.2.6. Ambtskosten Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
01-01-2022
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
01-01-2021
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
01-01-2020
Wijziging
20-12-2019
Stcrt. 2019, 69762
Wijziging
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Wijziging
18-12-2018
Stcrt. 2018, 72813
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1 2
3
4
5
Terugwerkende kracht
Kamer
De burgemeester ontvangt een vergoeding van € 416,55 per maand voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten. De burgemeester van meer dan een gemeente ontvangt deze vergoeding van elke van die gemeenten. Een wethouder ontvangt een vergoeding van € 383,23 per maand voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten. Indien een wethouder gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, ontvangt hij voor die tijd een ambtstoelage van € 416,55 per maand. De wethouder die met toepassing van artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet de functie in deeltijd uitoefent, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet. Wanneer de burgemeester of de wethouder in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de vergoeding, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voor die maand naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand genoten. De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
48/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar. Artikel 3.2.7. Kosten in verband met verhuizing Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
a. b.
4
5 6
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Indien de burgemeester of de wethouder bij zijn benoeming zijn werkelijke woonplaats nog niet heeft in de gemeente, heeft hij ten laste van de gemeente eenmalig aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing in verband met zijn benoeming naar de gemeente. Voor de duur dat de burgemeester of een wethouder met toepassing van artikel 71, tweede of derde lid, onderscheidenlijk 36a, tweede lid, van de Gemeentewet zijn werkelijke woonplaats nog niet heeft in de gemeente, heeft hij ten laste van de gemeente aanspraak op:
2
3
Betreft
een vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, en een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde. Indien de burgemeesters of de wethouder in verband met zijn benoeming is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten. De burgemeester heeft binnen uiterlijk één jaar na eervol ontslag of nietherbenoeming bij vertrek uit de gemeente of uit de aan hem ter beschikking gestelde woning ten laste van de gemeente eenmalig aanspraak op vergoeding van verhuiskosten voor zover hij niet uit anderen hoofde aanspraak heeft op een verhuiskostenvergoeding. Verschuldigde loon- of inkomstenbelasting over de vergoedingen op grond van dit artikel worden ten laste van de gemeente aan de burgemeester onderscheidenlijk de wethouder vergoed. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 3.2.8. Ter beschikking gestelde woning Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamers
49/94
02-02-2022 15:34
1
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
De burgemeester of de wethouder betaalt voor het bewonen van een door de gemeente aan hem in verband met de uitoefening van zijn ambt ter beschikking gestelde woning een eigen bijdrage per maand aan de gemeente. Indien de burgemeester of de wethouder voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
2 3
Artikel 3.2.9. Woon-werkverkeer en reis- en verblijfkosten Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
De burgemeester en de wethouder hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding van: a. b.
2
Betreft
kosten voor woon-werkverkeer; reis- en verblijfkosten voor reizen, gemaakt voor de uitoefening van het ambt. Onze Minister stelt nadere regels over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 3.2.10. Ter beschikking gestelde auto Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1
2
3
Kamer
Het college van burgemeester en wethouders kan aan de burgemeester of de wethouder ten laste van de gemeente een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door de gemeente gecontracteerde vervoerder. Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden. Een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep wordt uitsluitend gebruikt voor zakelijke doeleinden. Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
50/94
02-02-2022 15:34
4
5
6
7 8 9
10
11
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt. Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de burgemeester of wethouder naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in het belang van de gemeente is. Het college van burgemeester en wethouders kan bij de terbeschikkingstelling van een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat deze door de burgemeester of de wethouder ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt. Indien de burgemeester of de wethouder een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van de gemeente aan hem vergoed. Indien de burgemeester of de wethouder een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de gemeentekas gestort.
De burgemeester of de wethouder betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan de gemeente. Indien aan de burgemeester of de wethouder een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid. Voor zover de burgemeester of de wethouder gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoeding als bedoeld in artikel 3.2.7, tweede lid, onder b, en vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 3.2.9, eerste lid. Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.
Artikel 3.2.11. Loopbaanoriëntatie Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1
Kamer
De kosten die de burgemeester of de wethouder maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van de gemeente, op voorwaarde dat het college van burgemeester en wethouders van oordeel is dat: a.
de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
51/94
02-02-2022 15:34
b. c. 2
3
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit; en de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van de burgemeester van een gemeente die zal worden opgeheven op grond van een herindelingsregeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet algemene regels herindeling. In dat geval komen op voorstel van de commissaris de kosten voor loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten van de burgemeester ten laste van het Rijk, mits de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit naar het oordeel van Onze Minister in de rede ligt in verband met het vinden van een andere werkkring en mits is voldaan aan de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, onder a, b en c. Onze Minister kan met betrekking tot het eerste en tweede lid nadere regels stellen.
Artikel 3.2.12. Terugkeer wegens dringende redenen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2 3
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Indien er sprake is van een dringende reden van dienstbelang en de burgemeester of de wethouder die buiten de gemeente verblijft, zou schade lijden als hij direct terugkeert naar de gemeente, legt hij zijn voornemen om vanwege deze reden terug te keren naar zijn gemeente voor aan de commissaris onderscheidenlijk de burgemeester. Indien de commissaris onderscheidenlijk de burgemeester het in het eerste lid genoemde voornemen redelijk acht, wordt aan de burgemeester of de wethouder ten laste van de gemeente een schadeloosstelling toegekend. De schadeloosstelling betreft uitsluitend de direct uit de terugkeer voortvloeiende kosten van de burgemeester of de wethouder. Het college van burgemeester en wethouders stelt de hoogte van de schadeloosstelling vast.
Artikel 3.2.13. Aanspraken bij zwangerschap en bevalling en ziekte Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
Kamer
De wethouder aan wie in verband met haar zwangerschap en bevalling of ziekte grond van artikel 45, eerste lid, van de Gemeentewet verlof is verleend, ontvangt in afwijking van artikel https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
52/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
3.2.6, tweede lid, een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van de helft van het bedrag, genoemd in die bepaling. Paragraaf 3. Overige bepalingen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.2.14. Vergoeding bij waarneming van de burgemeester Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
18-07-2019
t/m 01-01-2019
Wijziging
05-07-2019
Stb. 2019, 260
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
1
2
Kamer
Op degene die op grond van artikel 78 van de Gemeentewet onafgebroken met de waarneming van het ambt van burgemeester is belast, zijn voor die tijd de bepalingen in deze afdeling en afdeling 3.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de burgemeester, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.2.3, 3.2.5, 3.2.7, derde lid, 3.2.17, 3.2.18 en 3.2.19. Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van artikel 78 van de Gemeentewet, tevens burgemeester is van een andere gemeente, kan in afwijking van artikel 3.2.16 de verhouding waarin de bezoldiging en de overige financiële aanspraken op grond van afdeling 3.2 ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld.
Artikel 3.2.15. Verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden tijdelijke vervanger wethouder Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
08-12-2021
t/m 01-07-2021
Wijziging
02-12-2021
Stcrt. 2021, 48334
12-12-2020
t/m 01-07-2020
Wijziging
02-12-2020
Stcrt. 2020, 62657
Wijziging
30-09-2019
Stb. 2019, 313
01-01-2020
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Kamer
53/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-07-2019
Wijziging
06-02-2019
Stcrt. 2019, 7580
01-01-2019
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
1
2
Terugwerkende kracht
Kamer
De tijdelijke vervanger van de wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden per maand een bedrag dat afhankelijk is van de inwonersklasse van de gemeente waarin hij wethouder is en wordt vastgesteld aan de hand van de volgende tabel:
inwonersklasse
bedrag
1
€ 279,98
2
€ 323,80
3
€ 366,55
4
€ 394,33
5
€ 438,14
6
€ 480,89
7
€ 524,71
8
€ 553,56
9
€ 630,50
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden in het eerste lid de in de tabel genoemde bedragen bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 3.2.16. Verdeling lasten over meerdere gemeenten Ontstaansbron
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
54/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ontstaansbron Bekendmaking Ondertekening
Kamers
Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Kamers
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
01-01-2019
Wanneer dezelfde persoon burgemeester is van meer dan één gemeente, komen: a. b.
de bezoldiging en de uitkeringen, bedoeld in artikel 3.2.1, in verhouding tot het inwonertal naar boven afgerond op een veelvoud van 100, ten laste van elke gemeente; de vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, bedoeld in artikel 3.2.6, eerste lid, en overige financiële aanspraken en voorzieningen op grond van paragraaf 2 van deze afdeling en van afdeling 3.3 in gelijke mate ten laste van elke gemeente, tenzij die kunnen worden toegerekend aan de uitoefening van het ambt in een van de gemeenten, in welk geval zij ten laste komen van die gemeente.
Artikel 3.2.17. Kennisgeving bij afwezigheid Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Indien de burgemeester langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen zijn ambt niet kan vervullen, geeft hij daarvan kennis aan de commissaris. Artikel 3.2.18. Schorsing Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding 01-01-2019
1 2
Terugwerkende kracht
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Een besluit tot schorsing als bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de Gemeentewet bevat in ieder geval een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing. De burgemeester die geschorst is, behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging en uitkeringen, bedoeld in artikel 3.2.1 en zijn aanspraak op vergoedingen en voorzieningen op grond van de afdelingen 3.2 en 3.3.
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
55/94
02-02-2022 15:34
3
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Gedurende een schorsing is het de burgemeester als zodanig niet toegestaan de gemeentelijke dienstgebouwen te betreden.
Artikel 3.2.19. Ontslag Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
3 a. b. c. d. e. 4 a. b.
6
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
De burgemeester wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. Aan de burgemeester wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar bereikt, eervol ontslag verleend. Anders dan op eigen aanvraag kan aan de burgemeester ontslag worden verleend op grond van:
2
5
Betreft
ongeschiktheid voor het vervullen van zijn ambt wegens ziekte of gebreken; onbekwaamheid of ongeschiktheid voor zijn ambt, anders dan uit hoofde van ziekte of gebreken; opheffing van de gemeente; een aanbeveling van de gemeenteraad tot ontslag wegens een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad als bedoeld in artikel 61b, tweede lid, van de Gemeentewet; andere gronden. Een ontslag als bedoeld in het derde lid, onder a, kan slechts plaatsvinden indien: er sprake is van ongeschiktheid tot het vervullen van zijn ambt wegens ziekte of gebreken gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, en herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde termijn van zes maanden te verwachten is. Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld door een of meer door Onze Minister aangewezen geneeskundigen en, indien de burgemeester dit wenst, een door de burgemeester aangewezen geneeskundige. De burgemeester is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten van het onderzoek en de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid. Indien de burgemeester geen medewerking verleent, is de in het vierde lid, onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing.
Het ontslag op grond van het derde lid, onder a, b en c, wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het derde lid, onder d en e, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
Afdeling 3.3. Gemeenschappelijke bepalingen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Ondertekening
Bekendmaking
Kamers
56/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Artikel 3.3.1. Bewaken en beveiligen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1
2
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Indien het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een raadslid, een wethouder of de burgemeester kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de gemeente. Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een raadslid, een wethouder of de burgemeester dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van de gemeente komen.
Artikel 3.3.2. Informatie- en communicatievoorzieningen Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
Het college van burgemeester en wethouders stelt ten laste van de gemeente aan een raadslid, een wethouder of de burgemeester voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatieen communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan de daarbij behorende abonnementen. Artikel 3.3.3. Vergoeding kosten scholing Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
Betreft
https://wetten.overheid.nl/BWBR0041522/2022-01-01/0/afdrukken+informatie
Ondertekening
Bekendmaking
Kamers
57/94
02-02-2022 15:34
wetten.nl - Regeling - Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers - BWBR0041522
Ontstaansbron Datum van inwerkingtreding
Terugwerkende kracht
01-01-2019
1 2
Betreft
Ondertekening
Bekendmaking
Nieuweregeling
15-10-2018
Stb. 2018, 386
Kamers
De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van raadslid, wethouder of burgemeester komen ten laste van de gemeente. De gemeenteraad kan voor de toepassing van het eerste lid bedoelde scholing nadere regels stellen voor zover het de scholing van raadsleden betreft. Het college van burgemeester en wethouders kan voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van de burgemeester of wethouders betreft.