CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Negen redenen waarom challenges in het uitdaagrecht soms mislopen.pdf

Raad 16 december 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 17: Participatieverordening 20261.462 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

9 redenen waarom challenges in het uitdaagrecht soms mislopen (Artikel van Lokale Democratie 14 september 2021). Gemeenten, provincies en waterschappen hebben de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met het uitdaagrecht. Welke lessen vallen daaruit te leren? Ines Balkema en Thijs van Mierlo delen 9 redenen waarom challenges in het uitdaagrecht mis kunnen lopen. In Nederland hebben steeds meer lokale en regionale overheden ervaring met het uitdaagrecht. Sinds 2015 is de methodiek vanuit Engeland naar Nederland overgewaaid en inmiddels hebben zo’n honderd gemeenten het uitdaagrecht in de praktijk gebracht. Ook provincies en waterschappen hebben ervaring met initiatieven waarbij inwoners taken van de overheid overnemen wanneer ze het beter, goedkoper en/of met meer maatschappelijk draagvlak kunnen doen. Complex instrument Twee mensen die zich de afgelopen jaren intensief met het uitdaagrecht hebben beziggehouden zijn Ines Balkema en Thijs van Mierlo. Balkema is programmamanager Right 2 Challenge/Cooperate bij de gemeente Rotterdam, de gemeente die al jaren vooroploopt met challenges in verschillende sectoren. De gemeente heeft het uitdaagrecht zelfs gecombineerd met het aanbestedingsrecht. Zo kan binnen de inkoopopdracht Welzijn tien procent van de opdrachtwaarde gechallenged worden.

“Het uitdaagrecht is een enorm complex instrument; zo anders dan hoe gemeenten gewend zijn om te werken. Het is enorm innovatief. En het kan zowel de gemeente als samenleving veel opleveren.” Van Mierlo is directeur van het Samenwerkingsverband Actieve inwoners, dat zich bezighoudt met kennisdeling, belangenbehartiging en het bedenken van nieuwe methodieken om bewonerscollectieven te ondersteunen. De vereniging houdt zich al een aantal jaar bezig met het begeleiden van inwonersgroepen in het uitdaagrecht. “Wij hebben ons sterk gemaakt om het onderwerp bij zoveel mogelijk gemeenten op de agenda te krijgen van raad en college.” 9 redenen waarom het mis kan gaan Zowel Balkema als Van Mierlo geloven sterk in de mogelijkheden van het uitdaagrecht. Desgevraagd willen ze ook vertellen welke hobbels en uitdagingen ze in de praktijk tegenkomen, waardoor challenges mis kunnen lopen. Welke lessen vallen er te leren uit de bestaande challenges? Waar kan het fout gaan? En welke dingen moet je voorkomen als je je gaat bezighouden met dit uitdaagrecht? In dit artikel 9 redenen waarom challenges in het uitdaagrecht mis kúnnen lopen 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

De drempel om de overheid uit te dagen is te hoog. Ambtenaren kunnen hun taken moeilijk loslaten. De continuïteit is niet gewaarborgd. De challenge wordt gestart vanuit wantrouwen of onvrede. Er is te weinig budget. De gemeente is te verkokerd. Het uitdaagrecht is te vrijblijvend. Overheden communiceren niet zichtbaar genoeg over de mogelijkheden. De besluitvorming ligt op de verkeerde plek.

1. De drempel om de overheid uit te dagen is te hoog Thijs van Mierlo: “Het uitdaagrecht is participatie voor gevorderden. Het is ongelooflijk complex om een challenge aan te gaan. Het is voor uitdagers ingewikkeld om de benodigde informatie binnen de gemeente boven tafel te krijgen. Je moet veel kennis hebben van hoe gemeentelijke processen lopen, hoe publieke taken zijn ingericht en je moet ontwarren welke budgetten erbij horen. Ik denk dat je dat simpeler kunt maken, door als overheidsorganisatie ondersteuning te bieden. Bijvoorbeeld iemand die uitlegt welke taken er binnen de gemeente te challengen zijn. Of je zou een klein startbudget kunnen geven om plannen goed uit te werken of om deskundigheid in te huren.” 2. Ambtenaren kunnen hun taken moeilijk loslaten Ines Balkema: “Niet elke ambtenaar vindt het leuk om uitgedaagd te worden. Soms voelen ze zich bedreigd door initiatiefnemers die hun taken willen overnemen. Op sommige terreinen gaat dit overigens beter dan op andere. Medewerkers van stadsbeheer in Rotterdam zijn gewend om taken los te laten via zelfbeheer. Groenbeheer is misschien ook een onderwerp waarop niet veel fout kan gaan. Een deel van de ambtenaren is bang dat er iets misgaat. Maar uitdagers zijn niet zomaar vrijwilligers; het zijn mensen met verstand van zaken die heel goed in staat zijn taken over te nemen en waarde toe te voegen.

Door mensen uit de wijk te betrekken, wordt de sociale cohesie versterkt en neemt de veiligheid toe.” 3. De continuïteit is niet gewaarborgd TvM: “Het is best een opgave als je je voor langere tijd moet committeren aan een challenge. Je neemt een hele verantwoordelijkheid op je, een publieke taak. Dat heeft aardig wat consequenties. Als je je van tevoren niet goed afvraagt (of geen goede ondersteuning krijgt) of je dit kunt dragen, is dat een risico voor het slagen van de challenge. Het is goed als gemeente en uitdagers vooraf alle mogelijkheden verkennen en ook alternatieve opties bespreken. Soms zijn er simpelere wegen dan het uitdaagrecht.” IB: “De meest gestelde vraag aan mij is: hoe zit het met de continuïteit? Dat vragen juist ook de initiatiefnemers. Zij merken dat er bij gemeentes vaak een gebrek is aan continuïteit. Aan de ambtelijke kant vinden veel functiewisselingen plaats.” 4. De challenge wordt gestart vanuit wantrouwen of onvrede IB: “De eerste paar challenges die wij kregen, waren van mensen die met de gemeente in de clinch lagen en het instrument als hakbijl inzetten. Onze fout was dat we te lang hebben gewacht met het oppakken van de signalen van onvrede. Je start een challenge dan met onvrede van twee kanten: uitdagers die boos zijn op ons, en ambtenaren die door deze negatieve ervaring voorzichtiger zijn met toekomstige challenges.” 5.

Er is te weinig budget IB: “Gemeenten kopen zuinig in. De beschikbare bedragen voor challenges zijn hierdoor niet hoog. Het financieren van initiatiefnemers is daarbij vaak een uitdaging; uitdagers willen vaak vooraf betaald worden, terwijl gemeentes gewend zijn achteraf te betalen. Ons betalingssysteem was er niet op ingericht; inmiddels hebben we dit binnen het onderdeel stadsbeheer opgelost. Voor ons zijn challenges overigens geen verkapte

bezuinigingsopgaven: ze hoeven niet goedkoper uitgevoerd te worden dan wij zelf doen; de maatschappelijke waarde die een challenge oplevert, weegt voor ons zwaarder.” 6. De gemeente is te verkokerd TvM: “De meeste challenges beperken zich niet tot 1 beleidsterrein. Ze vallen onder meerdere afdelingen. Geld is verspreid over verschillende potjes. Er is niet 1 centraal aanspreekpunt voor uitdagers. Dat maakt het erg complex. Terwijl challenges juist vaak interessant en effectief zijn omdat ze integraal naar een opgave kijken. De kracht van de uitdagers is de zwakte van de overheden. We zien nu vaak dat er tijdelijke oplossingen worden aangebracht, in de vorm van noodverordeningen, maar daarmee passen we de werkelijkheid van beleidskokers niet aan. Het zou helpen als gemeenten een inspanningsverplichting krijgen om te kijken of ze middelen uit verschillende domeinen kunnen reserveren voor het uitdaagrecht.” 7. Het uitdaagrecht is te vrijblijvend TvM: “Wij zouden graag zien dat per wet wordt geregeld dat iedere inwoner van Nederland naar zijn of haar gemeente kan toestappen en een taak kan overnemen. Dat zou overal op dezelfde manier moeten worden vastgelegd. Dat dwingt gemeenten na te denken hoe ze hun werkprocessen inrichten. Op dit moment is er teveel vrijblijvendheid.

Er is geen standaard waarop kwaliteit wordt beoordeeld.” IB: “Ik pleit er juist voor om de vrijheid bij de gemeenten te laten. Kleine gemeenten die al dicht bij de bevolking staan, en goed naar hun inwoners luisteren, hebben het instrument helemaal niet nodig. Het vraagt namelijk erg veel van het ambtelijk apparaat. En een uniforme verordening voor alle gemeenten werkt in de praktijk niet: er is juist veel flexibiliteit en maatwerk nodig. Ondanks dat wij een heel eenvoudig kader hebben, wijken we er bij elke challenge alsnog vanaf. Met een verordening kan dat niet.” 8. Overheden communiceren niet zichtbaar genoeg over de mogelijkheden TvM: “Het is voor inwoners niet duidelijk dat en wát er allemaal te challengen valt bij een gemeente, provincie of waterschap. Veel mensen weten niet van het bestaan van het uitdaagrecht. Overheden kunnen veel opener zijn in hun communicatie. Bijvoorbeeld door een plek op de website in te richten waarin simpel staat uitgelegd wat het uitdaagrecht is en hoe het werkt bij die specifieke overheid.” IB: “Overheden zouden bestaande structuren, bijvoorbeeld van gebiedsorganisaties, kunnen gebruiken om inwoners proactief te informeren over de mogelijkheden van het uitdaagrecht. Dat is hoe wij werken; mensen die bij ons aankloppen komen vooral via de wijkmanagers binnen.

De komende periode zetten we voor alle 14 wijken projecten in de etalage waarop een challenge mogelijk is en welk budget beschikbaar is. Het helpt ook als de politiek zich duidelijk uitspreekt.” 9. De besluitvorming ligt op de verkeerde plek. IB: “Het is belangrijk dat de besluitvorming over of een challenge wordt aangenomen of niet, niet plaatsvindt bij de afdeling die gechallenged wordt en niet door het ambtelijk apparaat genomen wordt. Omdat het altijd schuurt. Beleg het bij de verantwoordelijke wethouder(s). En zorg voor een integrale afweging. Richt een breed platform in dat op basis van de meerwaarde van een challenge voor de gemeente of omgeving de wethouders adviseert over het wel of niet aannemen van een challenge.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2980/documents/63184