CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Bodemonderzoek.pdf

Raad 30 september 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 16: Adviesrecht raad Project Staatsliedenbuurt25.582 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT:

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen

PROJECTNUMMER: B24.9406 Versie: 01

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. De Tweede Geerden 21 5334 LH Velddriel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen

PROJECTNUMMER: B24.9406 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Trebbe MiddenWest B.V.

DATUM: 4 februari 2025

Auteur:

Autorisatie:

Ing. G.S.T.M. van Oers Projectmedewerker Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B24.9406/R9406-01/JH Alle informatie in deze rapportage mag NIET worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2 SAMENVATTING Trebbe MiddenWest B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse bodemonderzoeken, voor de locaties gelegen aan de Troelstrastraat 60106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen. De aanleiding voor de uitvoering van de diverse (bodem)onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling van de locaties. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform c.q. gebaseerd op de normen NEN 5725:2023 en NEN 5740:2023. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocaties vast te leggen en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies vooronderzoek en hypothese In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd.

Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding Potentiële bronnen van bodembelasting aanwezig? Verwachte bodemkwaliteitsklasse Verdacht op asbest Bodemopbouw en geohydrologie Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject

A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Afgezien van de voormalige watergang(en) ter plaatse van de Schaepmanstraat en Kuyperstraat is er geen sprake van verdachte deellocaties. Voor de onderzoekslocaties zijn geen overige bodembelastende activiteiten bekend. De verwachte ontgravingsklasse voor zowel de boven- als ondergrond betreft ‘Landbouw/Natuur’. De bodemfunctieklasse betreft ‘Wonen’. Nee, maar uitpandig zijn bij de onderzoekslocaties (element)verhardingen bekend, waar bijmengingen met puin en/of asbestverdacht plaatmateriaal niet kan worden uitgesloten. Deklaag tot circa 6 m-mv aanwezig, bestaande uit een afwisseling van zand, klei en veen. Onderliggend watervoerend pakket van circa 46 meter aanwezig, met daaronder een scheidende laag tot circa 63 mmv. Grondwaterstroming freatisch naar verwachting globaal noordoostelijk gericht. Nee. Geen bodembedreigende activiteiten bekend in de directe omgeving. Wel dient rekening gehouden te worden met de voormalige watergangen. Nee. Op en nabij de locaties zijn geen bodembedreigende activiteiten bekend. Nee. Geen voorgaande onderzoeken van onderhavige onderzoekslocaties bekend. Onderzoek is noodzakelijk om de actuele bodemkwaliteit van de te onderzoeken locaties vast te leggen.

Aangezien van de locaties geen bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn, is geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740 voor onverdachte niet-lijnvormige locaties (ONV-NL). Wel vormen de voormalige watergang(en) ter plaatse van de Schaepmanstraat en Kuyperstraat aandachtspunten. Een onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 / NEN 5897 wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht.

Conclusies en aanbevelingen Verkennende bodemonderzoeken Voor het verkennend bodemonderzoek werd voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocaties de hypothese gesteld van onverdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige watergang(en) ter plaatse van de Schaepmanstraat en Kuyperstraat wel aandachtspunten. Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

3 Algemene kwaliteit deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde onverdachte hypothese worden aangenomen, aangezien in de bovengrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Algemene kwaliteit deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde onverdachte hypothese worden aangenomen, aangezien in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van sterke verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. Naar verwachting zijn voorafgaand aan de dempingen eventueel slib uit de watergangen verwijderd en zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond. Algemene kwaliteit deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde onverdachte hypothese worden aangenomen, aangezien in de bovengrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond.

In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van sterke verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. Algehele conclusies en aanbevelingen Met de uitgevoerde diverse bodemonderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locaties gelegen aan de Troelstrastraat, Schaepmanstraat en Kuyperstraat te Maarssen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of toekomstige herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden in de grond zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, conform de CROW400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien in de grond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond. Bij het ontgraven van de grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van kracht.

Een extra aandachtspunt bij deze locatie is dat grondstromen die op basis van voorliggende rapportage verschillende indicatieve kwaliteiten hebben, niet met elkaar mogen worden vermengd. Als grond van de locatie wordt afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met mogelijke aanvullende keuring(en) en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Aanbevolen wordt om voorliggende rapportage te laten beoordelen door het bevoegd gezag om na te gaan of zij tevens instemmen met de rapportage.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

4 Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen gaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan. Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

5 INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ................................................................................................................................ 2 1.

INLEIDING ................................................................................................................................... 6

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK ........................................................................... 6

3.

LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 6 3.1. ALGEMENE GEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.2. HISTORISCHE GEGEVENS EN LOCATIEBEZOEK .......................................................................................... 6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ........................................................................... 8 4.1. BODEMOPBOUW .......................................................................................................................................... 8 4.2. GEOHYDROLOGIE ....................................................................................................................................... 8

5.

CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE ........................................................ 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK ............................................................................................. 9 6.1. ONDERZOEKSSTRATEGIE DIVERSE (BODEM)ONDERZOEKEN .................................................................... 9 6.2. VELDWERKZAAMHEDEN ............................................................................................................................. 9

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ......................................................... 11 7.1. GROND ....................................................................................................................................................... 11 7.2. GRONDWATER ........................................................................................................................................... 12

8.

RESULTATEN ............................................................................................................................ 13 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ............................................................................................................... 13 8.2. LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN EN ANALYSERESULTATEN .............................................................. 13 8.3. INTERPRETATIE ANALYSERESULTATEN ................................................................................................... 16

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................. 18 9.1. VERKENNENDE BODEMONDERZOEKEN .................................................................................................... 18 9.2. ALGEHELE CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ......................................................................................... 18

10. REFERENTIES ........................................................................................................................... 20

BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Situering in de regio Situatieschetsen met boringen en peilbuizen Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Voormalige achtergrond-, streef- en interventiewaarden grond en grondwater Indicatieve toetsingstabellen RBK2022 Relevante historische informatie

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

6 1.

INLEIDING Trebbe MiddenWest B.V. heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) opdracht gegeven voor het uitvoeren van diverse bodemonderzoeken, voor de locaties gelegen aan de Troelstrastraat 60106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen. De aanleiding voor de uitvoering van de diverse (bodem)onderzoeken wordt gevormd door de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling van de locaties. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform c.q. gebaseerd op de normen NEN 5725:2023 [1] en NEN 5740:2023 [2]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door de heren ing. G.S.T.M. van Oers en ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLING VAN HET ONDERZOEK De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem op de onderzoekslocaties vast te leggen en vast te stellen of vanuit milieuhygiënisch oogpunt bezwaren bestaan tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocaties zijn gelegen aan de Troelstrastraat 60-106 (deellocatie 1), Schaepmanstraat 60-106 (deellocatie 2) en Kuyperstraat 60-106 (deellocatie 3) te Maarssen en staan kadastraal bekend als de gemeente Maarsseveen, sectie A, nummers 3379, 4866 en 3381. Verder behoort bij alle drie de locaties nog een klein gedeelte van het openbaar gebied bij de herontwikkeling, te weten kadastraal A 5320 ged. (maximaal 100 m2 per locatie). Op de locaties zijn appartementencomplexen aanwezig met een oppervlakte van circa 500 m2. Uitpandig betreffen de locaties deels verhard terrein (elementverhardingen) en deels onverhard (begroeid). De oppervlakte van de locaties bedragen maximaal 1.500 m2 per locatie. Voor de situering van de locatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Historische gegevens en locatiebezoek

Voorafgaand aan de diverse (bodem)onderzoeken is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. (VMT) zijn de relevante gegevens van de websites www.topotijdreis.nl, www.bodemloket.nl en www.kadaster.nl bestudeerd. Daarnaast is de bodemviewer van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) geraadpleegd en is aanvullend de historische informatie opgevraagd bij de ODRU. Tevens is door de opdrachtgever een historische vragenlijst ingevuld en aangeleverd. De relevante historische gegevens zijn opgenomen in bijlage 7. Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van beschikbare gegevens is bekend dat er voorgaande bodemonderzoeken zijn uitgevoerd ter plaatse van de onderzoekslocaties gelegen aan de Schaepmanstraat en Kuyperstraat (2x). Van de Troelstrastraat zijn geen voorgaande bodemonderzoeken bekend. Daarnaast is een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de aangrenzende Europalaan. Onderstaand worden de relevante onderzoeken kort samengevat. Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

7 In 1998 is een verkennend onderzoek (Ascor Analyse, kenmerk 11030204, d.d. 18 mei 1998) uitgevoerd, waar in de kruipruimte van de onderzoekslocatie (voormalig zwembad De Grondslag), direct ten zuiden van de huidige onderzoekslocatie (Schaepmanstraat), bodemmonsters zijn genomen. Daarin werden verhoogde gehaltes aan minerale olie, EOX en chloride, ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden aangetoond. In 2016 en 2021 zijn verkennende onderzoeken (Grondslag, kenmerk 25523, d.d. 8 juli 2016 en d.d. 26 maart 2021) uitgevoerd, waarop ter plaatse van een perceel direct grenzend ten zuiden aan de onderzoekslocatie (Kuyperstraat), boringen zijn geplaatst. Hierbij werden in zowel de bovenals in de ondergrond licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen aangetoond. In het grondwater werden maximaal licht verhoogde gehalten voor diverse zware metalen en/of xylenen aangetoond ten opzicht van de voormalige streefwaarden. In 2002 is een verkennend onderzoek (Oranjewoud, kenmerk 115881rap.overig, d.d. juli 2002) uitgevoerd, waarvoor deels boringen zijn geplaatst in de aangrenzende Europalaan. Hierbij zijn de boringen 27 t/m 33 ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie gesitueerd.

Hierbij werden in de bovengrond geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde parameters aangetoond, terwijl in de ondergrond licht verhoogde gehalten voor PAK werden aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden. In het grondwater werden maximaal licht verhoogde gehalten voor chroom en vluchtige aromaten aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden. Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemviewer van de ODRU betreft de ontgravingsklasse van zowel de bovenals ondergrond voor alle drie de locaties ‘Landbouw/Natuur’. De bodemfunctieklasse is ‘Wonen’. Historisch kaartmateriaal, luchtfoto’s en kadaster De locaties betroffen op basis van de eerste meer nauwkeurige kaart van 1850 een agrarisch gebied met diverse watergangen. Daarbij zijn er in de agrarische periode ter plaatse van de Schaepmanstraat 60-106 (deellocatie 2) in totaal drie watergangen en ter plaatse van de Kuyperstraat 60-106 (deellocatie 3) één watergang aanwezig geweest. Vanaf 1970 is het gebied ontwikkeld naar een woongebied en is de eerste bebouwing op de locatie zichtbaar. Voormalige wegen zijn op de onderzoekslocatie niet zichtbaar. Op basis van het kadaster zijn de appartementencomplexen in 1966 gerealiseerd. Asbest Uitpandig zijn diverse (element)verhardingen aanwezig.

De aanwezige bebouwing is in 1966 gerealiseerd, waarbij uitpandig geen tot minimale asbesttoepassingen worden verwacht. Ter plaatse van de (element)verhardingen kunnen bijmengingen met puin en/of asbestverdacht plaatmateriaal niet worden uitgesloten. Bodembedreigende activiteiten (zoals boven- en/of ondergrondse brandstoftanks) Op de locaties zijn vooralsnog geen overige (voormalige) bodembedreigende activiteiten bekend. PFAS Voor PFAS zijn geen puntbronnen bekend. Indien men voornemens is om grondverzet plaats te laten vinden, kan gebruik worden gemaakt van de betreffende bodemkwaliteitskaart PFAS. Indien er grond dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker (sanering), dient er mogelijk een aanvullend onderzoek naar PFAS plaats te vinden. Locatiebezoek Voorafgaand is een locatiebezoek uitgevoerd. De voormalige watergangen zijn niet meer zichtbaar in het veld. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen of overige bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

8 4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE Bij de bepaling van de regionale geologie en hydrogeologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl, www.grondwatertools.nl en www.beschermjedrinkwater.nl gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

De locatie ligt op circa 0,27 m +NAP. Op de onderzoekslocatie is een circa 6 meter dikke deklaag aanwezig bestaande uit een afwisseling van zand, klei en veen. Het onderliggende watervoerende pakket is circa 46 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand, met bijmengingen van klei behorend tot de Formaties van Boxtel, Kreftenheye, Urk en Sterksel. Hieronder bevindt zich een circa 11 meter dikke scheidende laag die hoofdzakelijk is opgebouwd uit zandige klei, klei en midden zand van de Formatie van Waalre. Vanaf circa 63 m-mv bevindt zich het volgende watervoerende pakket. 4.2.

Geohydrologie

De stroming van het ondiepe grondwater is naar verwachting globaal noordoostelijk gericht, richting de nabijgelegen Wilgen Plas. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater wordt mogelijk beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, de ligging van rioleringen, de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen) en overig oppervlaktewater. De locatie is voor zover bekend niet gesitueerd binnen een grondwaterbeschermingsgebied. 5.

CONCLUSIES VOORONDERZOEK EN HYPOTHESE In onderstaande tabel worden de resultaten en conclusies van het uitgevoerde historisch vooronderzoek kort samengevat, waarbij de onderzoeksvragen conform de NEN 5725:2023 zoveel als mogelijk worden beantwoord en/of gemotiveerd. Hieruit volgt de hypothese, waaruit de in hoofdstuk 6 opgestelde onderzoeksopzet is gebaseerd. Tabel 5.1: Samenvatting en conclusies historisch vooronderzoek Aanleiding Potentiële bronnen van bodembelasting aanwezig? Verwachte bodemkwaliteitsklasse Verdacht op asbest Bodemopbouw en geohydrologie Invloed omgeving Verwachting sterke bodemverontreiniging Milieuhygiënische kwaliteit afdoende bekend? Hypothese en/of vervolgtraject

A: Uitvoeren van bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie. Afgezien van de voormalige watergang(en) ter plaatse van de Schaepmanstraat en Kuyperstraat is er geen sprake van verdachte deellocaties. Voor de onderzoekslocaties zijn geen overige bodembelastende activiteiten bekend. De verwachte ontgravingsklasse voor zowel de boven- als ondergrond betreft ‘Landbouw/Natuur’. De bodemfunctieklasse betreft ‘Wonen’. Nee, maar uitpandig zijn bij de onderzoekslocaties (element)verhardingen bekend, waar bijmengingen met puin en/of asbestverdacht plaatmateriaal niet kan worden uitgesloten. Deklaag tot circa 6 m-mv aanwezig, bestaande uit een afwisseling van zand, klei en veen. Onderliggend watervoerend pakket van circa 46 meter aanwezig, met daaronder een scheidende laag tot circa 63 mmv. Grondwaterstroming freatisch naar verwachting globaal noordoostelijk gericht. Nee. Geen bodembedreigende activiteiten bekend in de directe omgeving. Wel dient rekening gehouden te worden met de voormalige watergangen. Nee. Op en nabij de locaties zijn geen bodembedreigende activiteiten bekend. Nee. Geen voorgaande onderzoeken van onderhavige onderzoekslocaties bekend. Onderzoek is noodzakelijk om de actuele bodemkwaliteit van de te onderzoeken locaties vast te leggen.

Aangezien van de locaties geen bodemkwaliteitsgegevens bekend zijn, is geadviseerd een verkennend bodemonderzoek uit te voeren conform de NEN 5740 voor onverdachte niet-lijnvormige locaties (ONV-NL). Wel vormen de voormalige watergang(en) ter plaatse van de Schaepmanstraat en Kuyperstraat aandachtspunten. Een onderzoek naar asbest conform de NEN 5707 / NEN 5897 wordt vooralsnog niet noodzakelijk geacht.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

9 6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategie diverse (bodem)onderzoeken

Verkennende bodemonderzoeken Algemene kwaliteit deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 Voor de onderzoeksopzet voor de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 1.500 m2 . In verband met de (element)verhardingen en de bebouwing worden alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Algemene kwaliteit deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 (inclusief voormalige watergangen) Voor de onderzoeksopzet voor de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 1.500 m2 . In verband met de (element)verhardingen en de bebouwing worden alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Aanvullend worden ter plaatse van de voormalige watergangen drie dwarsraaien van ieder vijf boringen per raai tot 2,0 m-mv geplaatst. Hiervoor is één aanvullende analyse op een standaard NEN-pakket opgenomen. Algemene kwaliteit deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 (inclusief voormalige watergang) Voor de onderzoeksopzet voor de algemene bodemkwaliteit wordt de NEN 5740 gehanteerd, waarbij wordt uitgegaan van een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONVNL) voor een onderzoekslocatie van maximaal 1.500 m2.

In verband met de (element)verhardingen en de bebouwing worden alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv. Aanvullend wordt ter plaatse van de voormalig watergang een dwarsraai geplaatst van vijf boringen tot 2,0 m-mv. Hierbij wordt de grond in eerste instantie enkel zintuiglijk beoordeeld. De veld- en laboratoriumwerkzaamheden van de diverse bodemonderzoeken zijn zoveel als mogelijk gecombineerd. Met het plaatsen van de boringen en peilbuizen is rekening gehouden met de diverse aandachtspunten. 6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen / certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2025, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 7), protocollen 2001 (versie 7) en 2002 (versie 7). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een Edelmanboor. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde en opgegraven materiaal zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van puin en/of asbest (fractie > 20 mm). In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker(s) weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 14 januari 2025 23 januari 2025

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V. Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker(s) De heer M.A.H. van Baal De heer M.A.H. van Baal

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 7) 2002 (v. 7)

10 Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van de diverse (bodem)onderzoeken. Verkennende bodemonderzoeken Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 40 boringen (PB101 t/m B108, PB201 t/m B208E, PB301 t/m B308) geplaatst. Voor het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 zijn de 100 nummers geplaatst, voor deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 de 200 nummers en voor deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 de 300 nummers. De raaiboringen B203A-E, B204A-E, B208A-E en B302A-E zijn gesitueerd ter plaatse van de vermoedelijke ligging van de voormalige watergangen. Ten behoeve van het grondwateronderzoek zijn de peilbuizen PB101, PB201 en PB301 dieper doorgezet en afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Circa 1,0 m-mv Deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 B102 t/m B105, B107, B108 Deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 B202, B205 t/m B207 Deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 B303, B304, B306 t/m B308

Boringen / peilbuizen Circa 2,0 m-mv

Peilbuis (filterstelling)

B106

PB101 (2,00-3,00)

B203A-E, B204A-E, B208A-E

PB201 (3,00-4,00)

B302A-E, B305

PB301 (2,50-3,50)

Het grondwater uit de peilbuizen PB101, PB201 en PB301 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 23 januari 2025 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage-troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald. De situatieschetsen met de geplaatste boringen en peilbuizen zijn opgenomen als bijlage 2a-c.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

11 7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond

De verontreinigingssituatie van de grond kan sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet [3] op 1 januari 2024 worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes aan de kwaliteitseisen voor landbodem en grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk2022) [4] en aan de interventiewaarde zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [5]. In onderstaande tabel is schematisch de indeling per kwaliteitseis weergegeven en het verschil in benaming tussen de voorgaande en huidige wetgeving. De benaming van de kwaliteitseis bevat direct de benaming van de functie waarvoor de landbodem geschikt is. Tabel 7.1: Kwaliteitsklassen en kwaliteitseisen voor landbodem en grond Kwaliteitseis Omgevingswet Landbouw/ natuur Wonen Industrie Matig verontreinigd

Ondergrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie

Bovengrens van kwaliteitsklasse Landbouw/ natuur Wonen Industrie Interventiewaarde

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde

-

Benaming voor inwerkingtreding Omgevingswet Achtergrondwaarde (AW) Klasse wonen (WO) Klasse industrie (IND) Niet toepasbaar- niet sterk verontreinigd (>IND en <IW) Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (>IW)

De Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat is momenteel nog niet geschikt om analyseresultaten te toetsen aan de Omgevingswet. Zodoende wordt momenteel enerzijds gebruikt gemaakt van een bèta toetsservice van onze software leverancier, deze kan toetsen aan de interventiewaarde uit het Bal en aan de kwaliteitseisen uit de Rbk2022. Parallel daaraan wordt tevens een toetsing uitgevoerd via BoToVa aan de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6], in combinatie met de achtergrondwaarden voor grond uit de voormalige Regeling bodemkwaliteit [7]. De kwaliteitseisen voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergronden interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt in de BoToVa toetsing een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) / (interventiewaarde achtergrondwaarde).

Uit de toetsing van de GSSD aan de achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid:  Bij een overschrijding van de achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd;  Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging. Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een nader bodemonderzoek, kan de omvang van de verontreiniging(en) worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een sterke bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering;  Bij onderzoeken ten behoeve van bepaalde activiteiten onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld realisatie van een woning met tuin, kan het bevoegd gezag ook aanvullend onderzoek verlangen als de kwaliteitseis voor wonen wordt overschreden. Dit betreft maatwerk per locatie, parameter en bevoegd gezag en wordt zodoende niet verder op ingegaan. Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

12 Als het te ontgraven bodemvolume kleiner of gelijk is dan 25 m3 (ook wel kleinschalig graven genoemd), gelden geen regels uit het Bal. Wel kunnen gemeenten in het omgevingsplan regels stellen aan kleinschalig graven. Bij het ontgraven van een bodemvolume groter dat 25 m3 is sprake van een ‘milieubelastende activiteit’ conform het Bal. Hierbij wordt, op basis van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, onderscheid gemaakte tussen 2 milieubelastende activiteiten: - Graven in de bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarden bodemkwaliteit; - Graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Bij grondverzet groter dan 25 m3 dient altijd voorafgaand een bodemonderzoek uitgevoerd te worden, bestaat er een melding of informatieplicht aan het bevoegd gezag en zijn inhoudelijke voorschriften tijdens de activiteit, zoals uitvoering volgens BRL 7000 en/of BRL 6000 bij graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit. Tevens is bij graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond altijd de CROW-publicatie 400 van toepassing. Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit 2022 tot die tijd moet het handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerd december 2023), worden gehanteerd.

In het handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 μg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 μg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 μg/kg d.s. voor PFOA en 3 μg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020 met aanpassing d.d. 9 mei 2022) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Grondwater

Bij het inwerking treden van de Omgevingswet in 2024 zijn de toetsingsnormen voor grondwater vervallen, maar zijn instructieregels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [8]. Hierin wordt gesproken over ‘Rijksomgevingswaarden’, ‘standaardwaarden grondwater’ en ‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [6], voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden (omgevingswaarden) geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een van een duurzame bodemkwaliteit (grondwaterlichaam met goede chemische toestand). In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De interventiewaarden (‘signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering’ voor grondwater) geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

13 8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem ter plaatse van deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,0 m-mv bij boringen PB101 en B102 uit een pakket van matig fijn zand, matig siltige klei en veen, B103 en B104 uit matig fijn, zwak siltig zand en B105 t/m B108 uit matig siltige/zandige klei. De bodem ter plaatse van deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 4,0 m-mv bij boringen PB201 en B208A-E uit een pakket van sterk zandige klei, zeer fijn zand en matig siltige klei, B202 en B203A-E uit matig/zeer fijn zand en matig zandige klei, B204A matig fijn, zwak tot matig siltig zand, B204B-E uit matig fijn zand, zwak tot matig siltige klei en zwak kleiig veen, B205 uit zwak tot matig siltige klei en matig fijn zand en B206 en B207 uit matig siltige klei. De bodem ter plaatse van deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 bestaat vanaf het maaiveld/onderzijde verharding tot de maximaal geboorde diepte van 3,5 m-mv bij boringen PB301 en B302A uit matig fijn, zwak siltig zand en matig zandige klei, B302B-E uit matig/zeer fijn, zwak tot matig siltig zand en matig siltige klei, B303 uit matig fijn, zwak siltig zand en B305 t/m B308 uit sterk zandige en matig/sterk siltige klei.

Plaatselijk is de grond tevens zwak tot matig humeus, zijn brokken klei, laagjes veen en/of zwak grindhoudende lagen aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen bodemvreemde lagen of bodemvreemde bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. Verder zijn tijdens de veldwerkzaamheden geen overige waarnemingen in de grond gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging (zoals puin en/of asbestverdacht materiaal). Conform de NEN 5725 (bijlage A) blijft de aanname 'onverdacht op het voorkomen van asbestverdachte puinbijmengingen (NEN 5707)' zoals gesteld in het vooronderzoek van kracht, aangezien er geen asbestverdachte puinbijmengingen zijn aangetroffen. Het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest is derhalve definitief niet noodzakelijk. Ter plaatse van de voormalige watergangen zijn eveneens geen afwijkende bodemlagen aangetroffen die kunnen duiden op een (verontreinigde) slootdemping. De volledige boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. 8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (grond en grondwater). De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De kwaliteitseisen voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit 2022. Binnen de Omgevingswet zijn de meest recente interventiewaarden voor de grond en signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering opgenomen in de Bal. Aangezien de Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa) van Rijkswaterstaat nog niet beschikt over een toetsingsprogramma om de grond- en grondwaterresultaten te toetsen aan de Omgevingswet, worden de voormalige streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, voorlopig gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Tevens zijn de grondresultaten indicatief getoetst aan de RBK2022, welke is opgenomen als bijlage 6.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

14 In tabel 8.1 is een overzicht opgenomen van de opmerkingen die aan de analysecertificaten zijn toegevoegd. Tabel 8.1: Opmerkingen analysecertificaten Certificaat- (Meng)Nummer monster Grond 14223429 MM103

Parameter

Opmerking

Toelichting

Naftaleen

Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. Om die reden is de onzekerheid in het resultaat vergroot

Aangezien de som parameter voor PAK de achtergrondwaarde niet overschrijdt, wordt niet verwacht dat de eindconclusie van dit onderzoek hierdoor wordt beïnvloed.

Toelichting bij de tabel: PAK polycyclische aromatische koolwaterstoffen.

Grond Op basis van de onderzoeksopzetten, de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden en de bekende gegevens zijn diverse mengmonsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd. In verband met de zintuiglijk waargenomen grondlagen (zand/klei) ter plaatse van de drie deellocaties is per deellocatie één extra grondanalyse op een standaard NEN-pakket ingezet. Aangezien ter plaatse van de voormalige watergangen geen afwijkende waarnemingen zijn gedaan, zijn de betreffende monsters opgemengd met de overige monsters. De mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Monster Deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 MM101 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM102

Bovengrond, klei Zintuiglijk: -

MM103

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

Deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 MM201 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM202

Bovengrond, klei Zintuiglijk: -

MM203

Ondergrond, zand Zintuiglijk: -

MM204

Ondergrond, klei Zintuigelijk: -

Boring (traject in m-mv)

Analysepakket

> AW < I

Resultaten >I

RBK20221

B102 (0,05 - 0,20) B103 (0,05 - 0,50) B104 (0,05 - 0,50) PB101 (0,10 - 0,50) B105 (0,00 - 0,50) B106 (0,00 - 0,50) B107 (0,00 - 0,50) B108 (0,00 - 0,50) B102 (0,50 - 1,00) B105 (0,50 - 1,00) B106 (1,00 - 1,50) B106 (1,50 - 2,00) B107 (0,50 - 1,00) B108 (0,50 - 1,00) PB101 (1,00 - 1,50) PB101 (1,50 - 2,00)

NEN

PCB

-

IND

NEN

PAK

-

LN

NEN

-

-

LN

B202 (0,05 - 0,20) B202 (0,20 - 0,50) B203B (0,05 - 0,50) B204A (0,05 - 0,50) B205 (0,00 - 0,50) B206 (0,00 - 0,50) B207 (0,00 - 0,50) B208C (0,00 - 0,50) PB201 (0,00 - 0,50) B202 (0,50 - 1,00) B203B (0,50 - 1,00) B204A (1,00 - 1,50) B204A (1,50 - 2,00) B205 (0,50 - 1,00) B208C (0,50 - 0,80) PB201 (0,50 - 1,00) PB201 (1,00 - 1,50) B203B (1,00 - 1,50) B203B (1,50 - 2,00) B206 (0,50 - 1,00) B207 (0,50 - 1,00) B208C (1,00 - 1,50) B208C (1,50 - 2,00) PB201 (1,50 - 2,00)

NEN

-

-

LN

NEN

-

-

LN

NEN

-

-

LN

NEN

-

-

LN

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

15 Vervolg tabel 8.2: Overzicht mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving Monster Deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 MM301 Bovengrond, zand Zintuiglijk: MM302

Bovengrond, klei Zintuiglijk: -

MM303

Ondergrond, klei Zintuiglijk: -

Boring (traject in m-mv)

Analysepakket

> AW < I

Resultaten >I

RBK20221

B302B (0,10 - 0,50) B303 (0,05 - 0,50) B304 (0,05 - 0,50) PB301 (0,05 - 0,50) B305 (0,00 - 0,50) B306 (0,00 - 0,50) B307 (0,00 - 0,50) B308 (0,00 - 0,50) B302B (1,00 - 1,50) B304 (0,50 - 1,00) B305 (1,00 - 1,50) B305 (1,50 - 2,00) B306 (0,50 - 1,00) B308 (0,50 - 1,00) PB301 (1,00 - 1,50) PB301 (1,50 - 2,00)

NEN

PCB

-

LN

NEN

Pb, Zn, PAK, PCB

WO

NEN

-

LN

-

Toelichting bij de tabel: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloorbifenylen (PCB) en minerale olie (MO), inclusief lutum en organische stof (humus); AW (Voormalige) achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; RBK2022 Indicatieve toetsing aan de kwaliteitseisen Regeling bodemkwaliteit 2022 (LN= Landbouw/natuur; WO: Wonen; IND: Industrie; MV: Matig verontreinigd; SV: Sterk verontreinigd); 1 Indicatieve toetsing op basis van de geanalyseerde parameters; Niets aangetroffen / waargenomen.

Grondwater De grondwatermonsters met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Peilbuizen met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte GWS pH EC Troebelheid AnalyseResultaten (m-mv) (m-mv) (µS/cm) (NTU) pakket >S<I >I PB101 2,00 - 3,00 0,50 7,4 823 19,5 NEN Ba, Per PB201 3,00 - 4,00 1,26 7,3 833 128 NEN Ba PB301 2,50 - 3,50 1,01 7,2 1141 95,1 NEN Ba, Naftaleen Toelichting bij de tabel: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); Per Tetrachlooretheen S (Voormalige) streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de geleidbaarheid (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In de genomen grondwatermonsters uit de peilbuizen is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (< 10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Daarnaast zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet (≤ 0,1 l/min) afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis minder dan 50 cm (niet belucht) is gedaald. Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater).

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

16 8.3.

Interpretatie analyseresultaten

Deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 Grond In het mengmonster MM101 van de zintuigelijk schone bovengrond (0,05-0,5 m-mv, zand) is een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Met de indicatieve toetsing aan de RBK2022 valt de onderzochte grond uit het mengmonster onder de kwaliteitseisen voor de klasse ‘industrie’. In het onderzochte mengmonster MM102 van de zintuigelijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) is een licht verhoogd gehalte voor PAK aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het mengmonster MM103 van de zintuigelijk schone ondergrond (0,0-2,0 m-mv, klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden. Met de indicatieve toetsing aan de RBK2022 valt de onderzochte grond uit de mengmonsters MM102 en MM103 onder de kwaliteitseisen voor de klasse ‘landbouw/natuur’. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB101 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en tetrachlooretheen aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden.

Deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 Grond In de onderzochte mengmonsters MM201 (zand) en MM202 (klei) van de zintuigelijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv), alsmede in de mengmonsters MM203 (zand) en MM204 (klei) van de zintuiglijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv), zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden (< landbouw/natuur). Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB201 is een licht verhoogd gehalte voor barium aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarde. De overige onderzochte NENparameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden. Deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 Grond In het mengmonster MM301 van de zintuigelijk schone bovengrond (0,05-0,5 m-mv, zand) is maximaal een licht verhoogd gehalte voor PCB aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarde. Voor de overige onderzochte NEN-parameters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond (< landbouw/natuur). In het onderzochte mengmonster MM302 van de zintuigelijk schone bovengrond (0,0-0,5 m-mv, klei) zijn licht verhoogde gehalten voor lood, zink, PAK en PCB aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden. Met de indicatieve toetsing aan de RBK2022 valt de onderzochte grond uit mengmonster MM302 onder de kwaliteitseisen voor de klasse ‘wonen’.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

17 In het mengmonster MM303 van de zintuigelijk schone ondergrond (0,5-2,0 m-mv, klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de voormalige achtergrondwaarden (< landbouw/natuur). Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB301 zijn licht verhoogde gehalten voor barium en naftaleen aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarde. De overige onderzochte NEN-parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de voormalige streefwaarden.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

18 9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Verkennende bodemonderzoeken

Voor het verkennend bodemonderzoek werd voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocaties de hypothese gesteld van onverdachte locaties met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Daarbij vormden de voormalige watergang(en) ter plaatse van de Schaepmanstraat en Kuyperstraat wel aandachtspunten. Algemene kwaliteit deellocatie 1: Troelstrastraat 60-106 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde onverdachte hypothese worden aangenomen, aangezien in de bovengrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Algemene kwaliteit deellocatie 2: Schaepmanstraat 60-106 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde onverdachte hypothese worden aangenomen, aangezien in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van sterke verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergangen. Naar verwachting zijn voorafgaand aan de dempingen eventueel slib uit de watergangen verwijderd en zijn de watergangen gedempt met gebiedseigen grond.

Algemene kwaliteit deellocatie 3: Kuyperstraat 60-106 Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde onverdachte hypothese worden aangenomen, aangezien in de bovengrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters zijn aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte NEN-parameters aangetoond. Zowel zintuiglijk als analytisch zijn geen afwijkende waarnemingen gedaan die duiden op de aanwezigheid van sterke verontreinigingen als gevolg van de voormalige watergang. Naar verwachting is voorafgaand aan de demping eventueel slib uit de watergang verwijderd en is de watergang gedempt met gebiedseigen grond. 9.2.

Algehele conclusies en aanbevelingen

Met de uitgevoerde diverse bodemonderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locaties gelegen aan de Troelstrastraat, Schaepmanstraat en Kuyperstraat te Maarssen in voldoende mate onderzocht. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan, ons inziens, geen bezwaren tegen de voorgenomen onroerend goed transactie en/of toekomstige herontwikkeling, rekening houdend met onderstaande aanbevelingen en opmerkingen. Voor eventuele civieltechnische werkzaamheden in de grond zijn, op basis van de onderzoeksresultaten, conform de CROW400 geen veiligheidsmaatregelen van toepassing, aangezien in de grond maximaal licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

19 Bij het ontgraven van de grond zijn de regels van de Regeling bodemkwaliteit 2022 van kracht. Een extra aandachtspunt bij deze locatie is dat grondstromen die op basis van voorliggende rapportage verschillende indicatieve kwaliteiten hebben, niet met elkaar mogen worden vermengd. Als grond van de locatie wordt afgevoerd, dient rekening te worden gehouden met mogelijke aanvullende keuring(en) en kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft enkel een adviserende rol. Aanbevolen wordt om voorliggende rapportage te laten beoordelen door het bevoegd gezag om na te gaan of zij tevens instemmen met de rapportage. Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en bijbehorende wetgeving in werking getreden, waarbij een aantal bevoegd-/verantwoordelijkheden van het Rijk naar de gemeenten en waterschappen gaan. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat het beleid voor gemeenten automatisch in het ‘tijdelijk deel van het Omgevingsplan’ komen. Gemeenten hebben daarna 8 jaar de tijd om, indien gewenst, de wetgeving binnen de beleidsruimte te integreren naar gebiedsspecifiek beleid in hun eigen Omgevingsplan.

Gezien de beleidsruimte en de overgangstermijn nadat de Omgevingswet in werking is getreden, kan VMT niet aansprakelijk worden gesteld voor eventueel aanvullende benodigde gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit als gevolg van veranderingen in een Omgevingsplan.

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

20 10.

REFERENTIES 1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2023. NEN 5725, norm Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2023. NEN 5740, norm Bodem -Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem en grond. 3. Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) per 1 januari 2024, Staatscourant, 26 april 2016, nr. 156 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 4. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit 2022, van 18 november 2022, Staatscourant, 19 januari 2023, nr. 1338 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit activiteiten leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 293 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 6. Ministerie van VROM, circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 7. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 8.

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Besluit kwaliteit leefomgeving per 1 januari 2024, Staatscourant, 31 augustus 2018, nr. 292 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Diverse bodemonderzoeken, Troelstrastraat 60-106, Schaepmanstraat 60-106 en Kuyperstraat 60-106 te Maarssen Rapportnr.: B24.9406, versie: 01, datum: 4 februari 2025

Bijlage 1

Bijlage 1

Tekening: B24.9406

Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2017) Onderdeel: Situering in de regio

Bijlage 2

4

10

2906 12

3 14

2

17 8

1 18 0 18 2 18 4

31

18 6

Eu ro pa l

aa n

60 -1 06 51

3379

16

Tr oe ls t ra

st ra at

18 20 22

2836

24

28 30 32

58 /tr 2838 a

4807

58 a

34

38

3120 31

40

3121 2837

3122 59

3

57

2

55

1

53

Sc hi m m el pe nn in ck st ra at

3145 51

4358

4865 4866

an s

tra at

60 -1 06

Sc ha ep m

46

48 50 52

2839

58 /1

Eu ro pa la an

54

-5 8/

58 60

10

62

64

3259 4515 58 /1

158 /2 0

Ke m

pe rs tra at

3257 58

22

3258 60

2840

23

3152 69

24

67

3153

25

3154

65

3155

63

3156 61

315

714

60 -1 06

3381 66

Ku yp er st ra at

68 70 72

2841

74 78 80 82

84

2842

15

4219

Bijlage 3

Bijlage 3

Boring:

PB101

Boring:

B102

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0 10

0 1 50

50

2 3

100

70 100

4

klinker

0 5

0 1

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

2 50

Klei, zwak zandig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

20 50

Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

3 100

100

klinker

Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

150 5 200

200

Veen, donkerbruin, Edelmanboor 250

300

300

Boring:

B103

Boring:

B104

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0 5

0 1

50

50

tegel

100

100

1 50

50 Zand matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor

2

0 5

0

Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

100

100

B105

Boring:

B106

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0

braak

1 50

50

100

100

50

50

Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

2 100 3 150 4 200

Projectcode: B24.9406 getekend volgens NEN 5104

braak Klei, matig zandig, lichtgrijs, Edelmanboor

1

Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

2

0

0

Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, brokken klei, lichtgrijs, Edelmanboor

2

Boring:

0

tegel

200

Bijlage 3

Boring:

B107

Boring:

B108

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0

0

braak

1 50

50

50

50

100

100

100

100

PB201

Boring:

B202

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0

braak

50

50

1 2 50

Zand zeer fijn, matig siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor

2

0 5

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

100

Klei, matig siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor

2

Boring:

0

braak Klei, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor

1

Klei, matig siltig, neutraal bruingrijs, Edelmanboor

2

0

0

Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

50

tegel Zand matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor Zand zeer fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

3 100

100 3 150

150

Klei, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

4 200

250

300

350

400

400

Boring:

B203A

Boring:

B203B

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0

0 5

50

50

100

100

tegel

2 50

50 Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor 100

Klei, matig zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

4 150

Projectcode: B24.9406 getekend volgens NEN 5104

200

200

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

100

5 200

tegel

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

3

Klei, matig zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 150

0 5

0

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

200

Bijlage 3

Boring:

B203C

Boring:

B203D

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0

0 5

50

50

80

100

tegel

0 5

0

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

30

50

150

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, zwak siltig, brokken klei, licht beigegrijs, Edelmanboor

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor Klei, matig zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

tegel

100

100

150

150

Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, laagjes veen, neutraalgrijs, Edelmanboor

200

200

200

200

Boring:

B203E

Boring:

B204A

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0 5

0

20

50 80

tegel

Zand matig fijn, zwak siltig, brokken klei, licht beigegrijs, Edelmanboor Klei, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor

100

0 5

0

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor

1 50

50

tegel Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, brokken klei, lichtgrijs, Edelmanboor

2 100 3

150

150

Klei, zwak siltig, laagjes veen, neutraalgrijs, Edelmanboor 200

200

150

150

200

200

Boring:

B204B

Boring:

B204C

Datum:

14-1-2025

Datum:

14-1-2025

0

50

0 5

50

tegel

Zand matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

4

0

0 5

50

50

100

100

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, brokken klei, lichtgrijs, Edelmanboor

100

170

200

Projectcode: B24.9406 getekend volgens NEN 5104

200

Zand matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, Edelmanboor Zand matig fijn, matig siltig, brokken klei, lichtgrijs, Edelmanboor Klei, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2883/documents/61657