Bijlage 3 Beeldverslag participatieronde 2 INCL VERSLAG VERKEER.pdf
Tekst van het document
BUREAU NIEUWE GRACHT
Beeldverslag Participatieronde 2 DENKRICHTINGEN & BOUWSTENEN VOOR EEN VOORKEURSMODEL
Zogwetering Maarssen-Dorp Verslag van de stakeholdersbijeenkomst en werkgroep op 5 november 2020
7 december 2020
Plangebied en opgave Aan de noordelijke dorpsrand van Maarssen ligt een rioolwaterzuivering (in eigendom van Waternet), waarvan de functie per januari 2019 is beëindigd, met aangrenzend het gemeentelijk afvalscheidingsstation. Beide locaties komen naar verwachting binnen enkele jaren vrij en bieden dan een interessante mogelijkheid om als woningbouwlocatie te worden ontwikkeld binnen de rode contour. Ook een aangrenzend agrarisch perceel (particulier eigendom) kan mogelijk bij deze ontwikkeling worden betrokken. Daarmee ontstaat in potentie een woningbouwlocatie van in totaal zo’n 3,5 tot 5 hectare, op de overgang van Maarssen-Dorp naar de Vecht en het buitengebied. Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 2
Door hier nieuwe woningen te bouwen, kan voor een deel in de lokale woningbehoefte van Maarssen worden voorzien. Bovendien kan hiermee een bijdrage worden geleverd aan het op gang brengen van de doorstroming in de huidige woningvoorraad. Voor de gemeente Stichtse Vecht is dit mede aanleiding geweest om een voorkeursrecht te vestigen op de gronden die niet in gemeentelijk eigendom zijn (Raadsbesluit, 29 januari 2019). In het Raadsbesluit wordt aan de aangewezen gronden een niet-agrarische bestemming toegedacht.
Beeldverslag participatieronde 2 Beleidskaders en bouwstenen Vooruitlopend op de beoogde ontwikkeling van woningbouw op de locatie Zogwetering in Maarssen-Dorp wil de gemeente Stichtse Vecht de functionele, ruimtelijke en programmatische uitgangspunten en randvoorwaarden vastleggen. Hiertoe is allereerst het gemeentelijke en provinciale beleid geïnventariseerd dat kaderstellend is voor de ontwikkeling van de locatie Zogwetering. Die beleidskaders zijn vastgelegd in diverse beleidsdocumenten, zoals het Bestemmingsplan Maarssen-Dorp Woongebied, de Cultuurhistorische Waardenkaart, het Beleidskader Speelruimte en -voorzieningen, het Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan en de Actualisatie Woonvisie 2017-2022. Deze beleidskaders geven aan wat er vast ligt vanuit het gemeentelijk en provinciaal beleid. Daarbinnen zijn soms nog keuzes mogelijk. Dat levert verschillende bouwstenen op voor de ruimtelijke invulling van de locatie Zogwetering. De beleidskaders en bouwstenen die relevant zijn voor de ontwikkeling van de locatie Zogwetering zijn vastgelegd in de notitie ‘Beleidskaders & Bouwstenen’ (15 september 2020). Zij hebben betrekking op de volgende onderwerpen: - cultuurhistorie, groen en water; - verkeer; - wonen; - voorzieningen.
Aan de hand van deze 4 onderwerpen zijn de beleidskaders en bouwstenen besproken met stakeholders en een werkgroep van bewoners uit de omliggende woonbuurt en omgeving. Stakeholdersbijeenkomst en bewonersavond De planvorming voor de locatie Zogwetering komt op participatieve wijze tot stand. Omwonenden uit de buurt Zogwetering, bewoners van de Machinekade en de Diependaalsedijk, stakeholders en andere relevante gebiedspartijen uit de omgeving worden daarbij actief betrokken. Hiervoor worden participatierondes georganiseerd.
In de eerste participatieronde met stakeholders en bewoners (oktober 2019) is verkend welke kwaliteiten en verbeterpunten volgens de betrokkenen een rol dienen te spelen bij de mogelijke ontwikkeling van het gebied als woningbouwlocatie. Op 5 november 2020 vond de tweede participatieronde plaats. Ook dit keer werden zowel de stakeholders als een werkgroep van bewoners geraadpleegd. Vanwege de corona-maatregelen vonden de bijeenkomsten digitaal plaats m.b.v. MS Teams (online gesprekken) en Mural (digitale post-it’s). Aan de hand van de hiervoor genoemde vier onderwerpen werd aan alle deelnemers gevraagd om bij elk onderwerp hun belangrijkste zorgen en wensen voor de toekomst aan te geven en deze te noteren op (digitale) postit’s. Uiteraard konden de deelnemers ook zelf andere onderwerpen aandragen. Een beeldverslag van de 2e participatieronde In dit beeldverslag zijn de resultaten van de stakeholdersbijeenkomst en de werkgroep gebundeld. Daarbij hebben we de inbreng van de deelnemers beknopt samengevat. Alle (digitale) post-it’s die tijdens de bijeenkomsten zijn genoteerd, zijn als bijlage toegevoegd. Dit betreft schermafbeeldingen die direct na afloop van de online sessies zijn gemaakt. Hiermee is de feitelijke input van alle bijeenkomsten vastgelegd. Het lukt enkele deelnemers niet om tijdens de online werksessie input te leveren m.b.v. digitale post-it’s.
Zij hebben per e-mail alsnog hun reacties doorgegeven. Deze reacties zijn toegevoegd aan het verslag. Vraag & antwoord Tijdens de stakeholdersbijeenkomst en werkgroep met bewoners zijn verschillende algemene vragen gesteld. Waar mogelijk zijn die vragen tijdens de bijeenkomst beantwoord. Voor enkele vragen was eerst enig uitzoekwerk nodig om de vraag te kunnen beantwoorden. In de vorm van een Q&A hebben we de meest gestelde vragen op de volgende pagina’s alvast voorzien van een antwoord. Een groot aantal schriftelijk gestelde vragen op het gebied van verkeer wordt in een afzonderlijk overleg met enkele vertegenwoordigers van de omwonenden beantwoord. Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 3
Vraag & antwoord Cultuurhistorie, groen en water VRAAG 1: Het HIA-rapport geeft aan dat bebouwing van het weiland niet mogelijk is. Waarom worden er dan toch voorstellen gedaan voor bebouwing van het weiland? Antwoord: In het HIA-rapport zijn verschillende denkrichtingen getoetst. Het rapport schetst een genuanceerder beeld voor wat betreft het weiland. Het rapport geeft aan dat gedeeltelijke bebouwing van het weiland een matig negatief effect zal hebben op de kernwaarden van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Er worden in het onderzoek echter ook oplossingsrichtingen gegeven waarmee de matig negatieve effecten voor een deel kunnen worden teruggebracht. Bijvoorbeeld door bebouwing op het weiland te concentreren in een smalle strook aan de oostrand van het weiland, waardoor de zichtlijn vanaf de hoofdverdedigingslijn open wordt gehouden en de zichtrelatie met de groepsschuilplaatsen langs de Machinekade kan worden hersteld. Deze oplossingsrichtingen zijn overgenomen in model B. Dat biedt tevens mogelijkheden om de rest van het weiland een groene inrichting te geven die aansluit bij de cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied (inundatieveld). Daarmee kunnen de natuurwaarden van het weiland worden vergroot en kan een wandelrondje worden gerealiseerd aan de rand van de nieuwe woonbuurt. Het uiteindelijke voorkeursmodel wordt nog getoetst door de provincie.
Verkeer VRAAG 2: Hoe kan een veilige schoolroute worden gecreëerd? Antwoord: De kinderen uit de nieuw te bouwen wijk op de locatie Zogwetering gaan naar verwachting dezelfde routes gebruiken voor hun gang naar school als de kinderen van de naastgelegen wijk Zogwetering, Dichters en Lanen. Op dit moment bestaan op die routes naar CBS Klaroen en KBS De Pionier geen knelpunten. De oversteekbaarheid van de Dr. Plesmanlaan is - gezien de constatering dat deze weg de uitstraling en gebruik heeft van een 50 km-weg - wel een aandachtspunt. Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 4
In het vervolg van dit project wordt bekeken hoe de Driehoekslaan ingericht moet gaan worden. De verkeersveiligheid van alle weggebruikers wordt hierbij meegenomen. Bij eventuele werkzaamheden aan de Dr. Plesmanlaan wordt de verkeersveiligheid van schoolgaande jeugd betrokken. VRAAG 3: Hoe zit het met de verkeersveiligheid van fietsers (met name scholieren) op de Driehoekslaan / Diependaalsedijk? Antwoord: De huidige vormgeving van de kruispunten levert onduidelijke voorrangssituaties op voor auto’s en fietsers. In het verkeersonderzoek wordt daarom voorgesteld om de weg veiliger in te richten. Fietsers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers. De focus in het verkeersonderzoek ligt daarbij op een veilige fietsroute voor basisscholieren. Er is niet expliciet gekeken naar middelbare scholieren. Wel is het zo dat de route vanuit Maarssen naar Breukelen via het Zandpad veiliger wordt voor fietsers als deze straat autoluw wordt gemaakt. VRAAG 4: Kan de nieuwe woonwijk voorzien in voldoende parkeerplaatsen of ontstaat er een hogere druk in de omliggende straten? Antwoord: Al het parkeren voor het nieuwe woongebied wordt in het plangebied zelf opgelost. Op basis van de gemeentelijke parkeernormen wordt berekend hoeveel parkeerplaatsen er in de nieuwe woonwijk dienen te worden gerealiseerd. Dit wordt niet afgewenteld op de omliggende straten.
VRAAG 5: Wat is het effect van het project Zogwetering op de verkeersafwikkeling van de rotonde Dr. Plesmanlaan? Antwoord: Het verkeersonderzoek heeft aangetoond dat het bestaande wegennet de toename van het aantal motorvoertuigen aan kan. Wel laat het onderzoek zien dat er enkele punten zijn op de ontsluitingswegen, waar nader naar gekeken moet worden. De Dr. Plesmanlaan is er daar een van. In een aanvullend onderzoek zal worden gekeken naar de doorstroming en de verkeersveiligheid van het verkeer op de Dr. Plesmanlaan en de rotonde met de Huis ten Boschstraat. Voor het aanvullende rotonde-onderzoek, dat in de loop van 2021 zal worden uitgevoerd, wordt de ontwik-
keling van Daalse Hoek ook meegenomen. We zullen dan een inschatting maken van de nieuwe invulling en de hoeveelheid verkeersbewegingen die dit genereert. VRAAG 6: Zijn de cijfers die zijn gebruikt in het verkeersonderzoek wel correct? Antwoord: Er is voor dit onderzoek gekozen om een bureaustudie te doen. In verband met Corona waren feitelijke tellingen niet representatief. In de bureaustudie is gekozen voor het provinciale verkeersprognosemodel dat door de provincie wordt samengesteld. In dit model worden geprognoticeerde cijfers gehanteerd die passen bij de verkeerssituatie tot 2030. VRAAG 7: (Hoe) zijn andere bouwprojecten meegenomen in het verkeersonderzoek? Antwoord: In het onderzoek is uitgegaan van de geprognosticeerde groei van het verkeer. We hebben daarbij vooral gekeken wat de verkeerseffecten zijn van de toevoeging van de locatie Zogwetering op het bestaande wegennet. Specifieke bouwprojecten, zoals Daalse Hoek, zijn in het huidige verkeersonderzoek niet meegenomen. Voor dit project is ook nog niet zeker wat het bouwprogramma gaat worden. Het stedenbouwkundig plan voor Daalse Hoek is niet vastgesteld door de gemeenteraad.
Wonen VRAAG 8: Wat is de visie van de gemeente voor deze woningbouwlocatie? Moeten er zoveel mogelijk woningen komen of een bijzondere woonwijk op een unieke locatie? Antwoord: De gemeente wil op de locatie Zogwetering een passende afronding realiseren van Maarssen-Dorp, een nieuwe dorpsrand waar bebouwing over gaat in het buitengebied. Nieuwbouw moet hier bij aansluiten. Er wordt uiteraard rekening gehouden met de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het gebied. Tegelijkertijd is in de gemeente en Maarssen-Dorp een grote behoefte aan woningen. Het college heeft ervoor gekozen om de woningen binnen bestaand stedelijk gebied te bouwen en niet te kiezen voor uitbreiding buiten de rode contour. Woningbouwlocaties zoals de Zogwetering zijn er niet
veel in onze gemeente. We willen daarom een wijk realiseren die een goede balans vormt tussen kwaliteit en kwantiteit. En we hebben daarbij rekening te houden met de beleidskaders waar het plan aan dient te voldoen, zoals het woningbouwprogramma (Woonvisie), parkeernormen en de auto- en fietsontsluiting (GVVP). Het plan moet uiteraard ook financieel haalbaar zijn. VRAAG 9: Waarom is er gekozen voor 30% sociale huur? Antwoord: In 2019 heeft de gemeenteraad de Woonvisie vastgesteld voor de hele gemeente. Hierin staan de kaders voor woningbouwprogramma’s. Daarnaast is per kern nog een onderverdeling gemaakt voor de middeldure huurwoningen. In de Woonvisie staat dat elke ontwikkeling van 6 woningen of meer minimaal 30% sociale huur moet bevatten. De wachttijden voor een sociale huurwoning zijn in onze gemeente 12 jaar. Er is een grote behoefte aan sociale huurwoningen. Het is daarom belangrijk om minimaal 30% sociaal te realiseren. Daarnaast streeft het college naar gemengde wijken waar een gevarieerd aanbod aan woningen wordt gerealiseerd. VRAAG 10: De gemeente heeft grond verkocht aan de Klokjeslaan voor de bouw van vier woningen. Waarom mogen bewoners niet meedenken over deze ontwikkeling? Antwoord: De gemeente heeft geen grond verkocht aan de Klokjeslaan.
Er zijn wel ontwikkelingen geweest aan de Klokjeslaan, maar daarbij is de gemeente alleen publiekrechtelijk betrokken geweest (ruimtelijke procedures en vergunningverlening). Dit valt bovendien buiten de kaders van dit project. VRAAG 11: Wat is het minimaal aantal woningen dat hier gerealiseerd moet worden? Antwoord: In de Actualisatie Woonvisie zijn de woningbehoefte en nieuwbouwopgaven voor de gemeente vastgelegd. Daarbij is geen specifiek aantal woningen genoemd voor de ontwikkeling van de locatie Zogwetering. Wel geldt dat de ontwikkeling minimaal budget neutraal moet zijn. Dat betekent dat de ontwikkeling de gemeente geen geld mag kosten. De opbrengsten worden bepaald door Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 5
het nieuwbouwprogramma. Hierbij speelt het aantal woningen mee, maar ook het type woningen. Vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen leveren meer grondwaarde op dan sociale woningen. Het aantal en type woningen wordt dus bepaald door het programma dat vanuit de Woonvisie gerealiseerd dient te worden en door de kosten die hiervoor gemaakt moeten worden. VRAAG 12: Wordt met 100 of 130 woningen niet in een veel te hoge dichtheid gebouwd? Antwoord: Tijdens de werkgroep werd aangegeven dat de dichtheid van de nieuwbouw op het terrein van de waterzuivering en het afvalscheidingsstation 55 woningen per hectare bedraagt (100 woningen op 1,8 hectare). Bij het bepalen van de woningdichtheid dient echter niet alleen het bebouwde deel van een locatie te worden meegenomen in de berekening (1,8 ha), maar ook de tot het woongebied behorende ruimte voor wegen, verharding, water en buurtgroen. Als dat wordt meegenomen, dan heeft het woongebied een omvang van circa 3 hectare en bedraagt de gemiddelde woningdichtheid in model A 32 tot 35 woningen per hectare. Voor model B ligt dit nog iets lager. VRAAG 13: Hoe verhoudt de dichtheid van de locatie Zogwetering zich dat tot andere woonbuurten in Maarssen-Dorp? Antwoord: We hebben een vergelijking gemaakt met de dichtheid in de omliggende woonwijken (zie bijlage 5).
In delen van Maarssen-Dorp waar ook sociale woningbouw voorkomt (deels appartementen, deels huizen met een tuin) bedraagt de dichtheid 32 tot 44 won/ ha. In de aangrenzende woonbuurt bedraagt de dichtheid 20 tot 32 woningen per hectare. Aan de randen komen ook lagere dichtheden voor van 14 tot 20 won/ha. Hier zijn vooral vrijstaande woningen op riante kavels gebouwd. Uitgaande van een mix van grondgebonden woningen en gestapeld wonen (waarvan 30% sociaal) op de locatie Zogwetering sluit een gemiddelde dichtheid van 32 tot 35 woningen dus aan bij de dichtheden in de omliggende woonbuurten van Maarssen-Dorp. VRAAG 14: In welke dichtheid is er gebouwd bij andere nieuwbouwlocaties langs de Vecht? Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 6
Antwoord: We hebben voor twee recent gerealiseerde nieuwbouwlocaties langs de Vecht een globale verkenning uitgevoerd naar de daar toegepaste woningdichtheden: Op Buuren (Oud-Zuilen) en Cronenburgh (Loenen aan de Vecht). Zie hiervoor bijlage 6 en 7. VRAAG 15: Komt er hoogbouw? Antwoord: In de indicatieve proefverkaveling die gepresenteerd is, wordt gewerkt met grondgebonden woningen van 2 tot 3 lagen en appartementengebouwen van 3 tot 4 lagen hoog (met een terugliggende vierde laag). Ter vergelijking: de woningen in de aangrenzende woonbuurt zijn overwegend drie lagen hoog. Het huidige appartementencomplex aan de Doornhoecklaan heeft een hoogte van vijf bouwlagen (met een terugliggende vijfde laag). VRAAG 16: Hoe komen de woningen er uit te zien? Antwoord: In deze fase van het project worden nog geen concrete uitspraken gedaan over de architectuur en vormgeving van de gebouwen. De getoonde proefverkavelingen en referentiebeelden zijn niet bedoeld om aan te geven hoe de nieuwe woonwijk er precies uit komt te zien, maar om de inpasbaarheid van het voorgestelde woningbouwprogramma te onderzoeken. In een latere fase worden nog keuzes gemaakt over de concrete invulling van de wijk. Dan worden bewoners en stakeholders ook weer uitgenodigd om mee te denken over woningtypen, bouwhoogtes, architectuur, etc.
Algemeen VRAAG 17: Waarom zijn niet alle bijlagen van het collegevoorstel (online) gepubliceerd? Antwoord: Bij het collegevoorstel zaten drie bijlagen waar door het college geheimhouding op is gelegd. Op de bijlagen met de nummers 1, 2 en 7 ligt geheimhouding op grond van de economische en financiële belangen van de gemeente, artikel 10 lid 2 sub b van de Wob. Deze uitzonderingsgrond is aan de orde als de gemeente door het verstrekken van informatie financieel of als marktpartij nadeel kan oplopen. Bijvoorbeeld bij het openbaar maken van grondprijzen, het ramen van kosten voor
aanbestedingen of het opstellen van overeenkomsten. Door de opheffing van de geheimhouding en openbaarmaking van de bijlagen kan de onderhandelingspositie van de gemeente nadelig worden beïnvloed, waardoor de financiële belangen van de gemeente in ernstige mate kunnen worden geschaad. Deze werkwijze wordt bij alle ruimtelijke projecten gehanteerd, waarbij de gemeente een financiële positie heeft.
naar betaalbare woningen of ruimte worden geboden aan nieuwe woonconcepten.
VRAAG 18: Moet de opbrengst van het project Zogwetering ook de realisatie van het nieuwe afvalscheidingsstation bekostigen? Antwoord: Nee. De verplaatsing van het afvalscheidingsstation is een project op zich. De kosten die hiermee gemoeid zijn, worden niet betaald uit de realisatie van het project Zogwetering. VRAAG 19: Is er al onderzoek gedaan naar bodemvervuiling in het plangebied? Antwoord: Er liggen enkele bodemonderzoeken die laten zien dat er mogelijk sprake is van ernstige bodemverontreiniging. De onderzoeken zijn echter gedateerd en worden opnieuw uitgevoerd. Deze onderzoeken gaan komend jaar plaatsvinden. VRAAG 20: Waarom is model B nog steeds in beeld als de buurt zo overduidelijk tegen is? Antwoord: Er waren tijdens de eerste participatieronde in oktober 2019 (en bij de werkgroep op 5 november 2020) ook deelnemers die voorstander zijn van het (deels) bebouwen van het weiland en/of een groter aantal woningen. Zij zien in de (gedeeltelijke) bebouwing van het weiland kansen om nieuwe kwaliteiten en gebruikswaarden toe te voegen aan het gebied, zoals het openbaar toegankelijk maken van het weiland met wandelpaden, groene speelvoorzieningen of nieuwe natuur. Die kansen zijn verkend in model B (zie ook vraag 1).
Als kostendrager voor de aankoop van het weiland en de groene herinrichting van het weidegebied maakt (gedeeltelijke) woningbouw op het weiland deel uit van dat model. Bijvoorbeeld in de vorm van Tiny Houses of alternatieve woonvormen. Daarmee kan tevens een extra bijdrage worden geleverd aan de grote vraag Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 7
speelplek openbaar groen in de wijk RUIMTELIJKE HOOFDOPZET - MODEL A agrarisch gebied / weiland
Plankaart handhaven karakteristieke bomen en laanstructuur Nota van Uitgangspunten waterstructuur (bestaand / nieuw) nieuw woongebied handhaven bestaande bebouwing
handhaven huidige locatie scouting herbestemming bebouwing (nader te onderzoeken) speelplek hoofdontsluiting voor autoverkeer openbaar groen in de wijk erfontsluiting woongebied (indicatief) agrarisch gebied / weiland fietspad (bestaand / nieuw) handhaven karakteristieke bomen en laanstructuur beschermingszone persleiding rioolgemaal waterstructuur (bestaand / nieuw) veilige afstand zendmast (o.b.v. veldsterktemeting) handhaven bestaande bebouwing ruimtereservering t.b.v. TEO (duurzame energie) herbestemming bebouwing (nader te onderzoeken) begrenzing UNESCO werelderfgoed NHW hoofdontsluiting voor autoverkeer begrenzing plangebied erfontsluiting woongebied (indicatief) fietspad (bestaand / nieuw) beschermingszone persleiding rioolgemaal veilige afstand zendmast (o.b.v. veldsterktemeting) ruimtereservering t.b.v. TEO (duurzame energie) begrenzing UNESCO werelderfgoed NHW begrenzing plangebied
Plankaart 0 25 50 100 Nota van Uitgangspunten 0
25
200 m 50
100
nieuw woongebied handhaven huidige locatie scouting speelplek openbaar groen in de wijk RUIMTELIJKE HOOFDOPZET - MODEL B agrarisch gebied / weiland
Plankaart 0 handhaven 25 50 karakteristieke 100 bomen en laanstructuur 200 m Nota van Uitgangspunten waterstructuur (bestaand / nieuw) nieuw woongebied handhaven bestaande bebouwing
mogelijke gronduitgifte aan omwonende(n) herbestemming bebouwing (nader te onderzoeken) verplaatsen scouting (inclusief nieuw clubgebouw) hoofdontsluiting voor autoverkeer natuurlijke inrichting groene randzone (inundatieveld) erfontsluiting woongebied (indicatief) speelplek fietspad (bestaand / nieuw) openbaar groen in de wijk beschermingszone persleiding rioolgemaal handhaven karakteristieke bomen en laanstructuur veilige afstand zendmast (o.b.v. veldsterktemeting) waterstructuur (bestaand / nieuw) ruimtereservering t.b.v. TEO (duurzame energie) handhaven bestaande bebouwing begrenzing UNESCO werelderfgoed NHW herbestemming bebouwing (nader te onderzoeken) begrenzing plangebied ontsluitingsroute voor autoverkeer erfontsluiting woongebied (indicatief) fietspad (bestaand / nieuw) recreatief wandelpad naar groene randzone beschermingszone persleiding rioolgemaal veilige afstand zendmast (o.b.v. veldsterktemeting) ruimtereservering t.b.v. TEO (duurzame energie) begrenzing UNESCO werelderfgoed NHW begrenzing plangebied
0 Beeldverslag Participatieronde Bewonersavond 14 2 |oktober november 2019 2020 | pagina | pagina 8 8
25
50
100
0
25
200 m 50
100
Vervolgstappen Op basis van de in dit verslag gebundelde input van de stakeholders en werkgroepleden, wordt op hoofdlijnen een voorstel uitgewerkt voor de invulling van het plangebied. Hiervoor fungeren de gepresenteerde modellen A en B (zie pagina 8) als vertrekpunt. Beide modellen worden eerst nog voorgelegd aan alle wijkbewoners. Daarbij wordt opnieuw gebruik gemaakt van een digitaal hulpmiddel voor online participatie (Maptionnaire). De inbreng van alle bijeenkomsten wordt door de gemeente gebruikt om de modellen verder aan te scherpen. Op basis hiervan zal een eerste voorzet worden gemaakt voor een voorkeursmodel. De gemeente kijkt daarbij zowel naar de uitkomsten van de (digitale) participatiebijeenkomsten en de daar geuite wensen, zorgen en belangen vanuit de buurt, maar heeft ook oog voor het algemene belang. Bijvoorbeeld op het gebied van sociale woningbouw. Het voorkeursmodel wordt eerst voorgelegd aan een ambtelijke projectgroep en het college van B&W. Daarna zal het voorkeursmodel worden besproken met de omgeving. Vanwege de huidige onzekerheid omtrent het coronavirus is nog niet bekend in welke vorm en wanneer dit zal plaatsvinden. Hiervan worden de betrokken partijen en bewoners op de hoogte gehouden via een Wijkbericht of anderszins.
Resultaten stakeholdersbijeenkomst Op 5 november 2020 (10:30-12:00 uur) is een digitale stakeholdersbijeenkomst georganiseerd. De bijeenkomst werd bijgewoond door de Wijkcommissie Zogwetering, Dichters en Lanen, een vertegenwoordiging van omwonenden, de Vechtplassen Commissie, provincie Utrecht en de scouting Jan Campert Maarssen. De Veiligheidsregio Utrecht was verhinderd en heeft per e-mail input geleverd. De Historische Kring heeft afgezien van deelname aan het digitale overleg. Stichting Maarssens Overleg Leefklimaat (MOL) heeft niet gereageerd op de uitnodiging. Vanuit de betrokken stakeholders zijn de volgende punten naar voren gebracht.
Algemeen • Uitgaande van een goed onderling vertrouwen zijn de stappen die gezet worden in de participatie van omwonenden en belanghebbenden volgens de wijkcommissie zorgvuldig. • De Vechtplassencommissie (VPC) mist inzicht in het planproces: wat is de status van deze bijeenkomsten en wat zijn de nog te nemen stappen en participatie- of inspraakmomenten? • De belangenvereniging geeft aan dat het plangebied niet goed is begrensd. De bestaande woning en de parkeervoorziening aan de Diependaalsedijk zijn binnen de plangrenzen weergegeven. De vrees is dat de bestaande parkeervoorziening meegenomen wordt bij de berekening van de benodigde parkeercapaciteit. Dat is niet aan de orde. Om verwarring te voorkomen, zal de plangrens hierop aangepast worden. Daarbij wordt tevens aangegeven dat de bestaande parkeervoorziening niet meegenomen wordt bij de berekening van de parkeerbehoefte van het nieuwe woongebied. • De verkenning richt zich op model A en model B. De wijkcommissie vraagt zich af in hoeverre er nog sprake is van een serieuze keuze tussen beide modellen. Is de keuze niet erg voorspelbaar? De wijkcommissie kiest in elk geval voor model A, omdat hierbij het weiland onbebouwd blijft.
• De belangenvereniging vraagt waarom model B nog altijd in beeld is, als de omwonenden zo duidelijk tegen zijn en het rapport van de uitgevoerde HIA ook aangeeft dat het weiland onbebouwd dient te blijven. • De gemeente en provincie geven aan dat het advies van de HIA een genuanceerder beeld geeft over het (deels) benutten van de oostzijde van het weiland voor woningbouw. Bovendien waren er tijdens de eerste participatieronde ook andere opvattingen m.b.t. het (deels) bebouwen van het weiland. Ook is toen de wens geuit om de groene randzone van het plangebied recreatief toegankelijk te maken voor buurtbewoners en andere gebruikers. Dat is voor de gemeente aanleiding geweest om zowel model A als model B verder te verkennen. Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 9
Cultuurhistorie, groen en water • De Vechtplassen Commissie (VPC) mist een gebiedsvisie op de invulling van de nieuwe dorpsrand, zoals die wordt ervaren vanaf de Machinekade. Daarbij zouden de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van de locatie en de omgeving nadrukkelijker in beeld moeten worden gebracht. De gepresenteerde denkrichtingen en modellen zijn volgens hen nu nog te eenzijdig vanuit een kwantitatieve invalshoek benaderd. • De VPC heeft grote bezwaren tegen bebouwing van het weiland, omdat het een zone betreft met hoge cultuurhistorische waarde. Zij wensen wel een (toegankelijke) natuurlijke inrichting van het weiland, bijvoorbeeld als inundatieveld. Herinrichting en verbetering van de toegankelijkheid van het weiland is echter niet mogelijk zonder volledige aankoop van het weiland, inclusief de realisatie van kostendragers (woningbouw). • De VPC vraagt om meer aandacht voor het (industrieel) erfgoed op de locatie. Zij adviseren om een waardestelling uit te voeren voor het erfgoed in het gebied. • De VPC mist in de gepresenteerde modellen aandacht voor de landschappelijke en historische kwaliteiten van de locatie en de overgangen die aanwezig zijn in het gebied. De uitkomsten van de eerder uitgevoerde landschappelijke en historische analyse zouden wat hen betreft nadrukkelijker terug moeten komen in de modellen.
• De wijkcommissie is van mening dat het weiland onbebouwd moet blijven. Bebouwing, ook aan de rand van het gebied, tast volgens de wijkcommissie het weiland als cultureel erfgoed van het NHW aan. • De locatie is een belangrijk overgangszone van het dorp naar het open landschap; dat moet volgens de wijkcommissie zo blijven. Het is een zeer waardevol gebied met een belangrijke recreatieve functie als wandelen fietszone. In dit verstedelijkte gebied moeten we zuinig zijn op deze unieke locatie. Een eventuele verkeerde keuze is onomkeerbaar. • De wijkcommissie vindt het belangrijk dat het speelveldje beschikbaar blijft voor de kinderen uit de wijk. Er is door de gemeen-
te ook zorgvuldig nagedacht en beleid gemaakt over speelveldjes tot 12 jaar en vanaf 12 jaar. De toch al schaarse buitenspeelruimte voor kinderen moeten we niet aantasten. Dus pleit de wijkcommissie voor geen bebouwing op het speelveldje. Wonen • De wijkcommissie mist een visie van de gemeente op het wonen op de locatie Zogwetering. Wat voor woonlocatie heeft de gemeente hier voor ogen? Moet het een wijk worden met zoveel mogelijk woningbouw of heeft de gemeente de ambitie om er een bijzondere wijk op een unieke locatie van te maken? De wijkcommissie kiest voor het tweede met als uitdaging om sociale woningbouw, starters en seniorenwoningen in een mooie en bijzondere wijk te realiseren. • De bouw met 100-130 woningen op een relatief kleine locatie leidt volgens de wijkcommissie tot een hoge mate van verdichting, zeker in vergelijking met de naastgelegen wijk. Het gevoel van ruimte tussen de bebouwing is essentieel voor de leefbaarheid van de wijk. De wijkcommissie zou graag zien dat het bouwen in 4 woonlagen tot een minimum beperkt blijft. • Vanuit de belangenvereniging wordt aangegeven dat al aan de woningbehoefte kan worden voldaan via de al in ontwikkeling zijnde projecten en de daarin geprognotiseerde woningaantallen.
Als elders in de gemeente al in de woningbehoefte kan worden voorzien is er volgens hen dus ook geen reden om mogelijkheden voor woningbouw in het weiland te onderzoeken. • De VPC geeft aan dat wat hen betreft woningbouw op het ‘eiland’ tegen de bestaande woonbuurt aan (en eventueel op het speelveld) toegevoegd kan worden. • Voor de belangenvereniging is bebouwing van de strook grond tussen de waterzuivering en het reeds bestaande appartementengebouw bij de Doornhoecklaan eventueel een mogelijkheid, mits er dan geen bebouwing op het weiland komt. • De voorgestelde proefverkavelingen voor de woonbebouwing in de modellen A en B
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 10
komen volgens de Vechtplassen Commissie niet tegemoet aan de kenmerken van het “Vechts Bouwen”. De verkaveling houdt onvoldoende rekening met de bijzondere kwaliteiten van de locatie en de omgeving. Bij de verdere uitwerking van de plannen dienen deze gebiedswaarden te worden meegenomen. • De referentiebeelden voor woningbouw suggereren volgens de VPC een zekere architectuur en uitstraling die niet past bij deze locatie. Maak ook hier gebruik van de principes van “Vechts Bouwen”. • De provincie suggereert om gebruik te maken van houtbouw (Tiny Houses). Dat is duurzaam en sluit ook aan bij de karakteristieken van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. • Het plangebied ligt in toxisch effectgebied (VRU). Bij woningen dient de ventilatie derhalve eenvoudig uit te kunnen worden geschakeld. Verkeer • De lokale belangenvereniging van omwonenden uit grote zorgen over de juistheid van het uitgevoerde verkeersonderzoek. Er wordt verwezen naar de schriftelijke vragen die zij hierover hebben ingediend. Er is afgesproken dat de gemeente in een afzonderlijk overleg antwoord zal geven op de gestelde vragen. • De toename van het verkeer zal volgens de wijkcommissie zeker tot meer problematiek in de afwikkeling van het verkeer leiden. Deze toename kan je niet los zien van het algemene verkeersprobleem in Maarssen bij de rotonde richting Noordelijke Randweg.
• De belangenvereniging wijst ook naar de verkeersoverlast bij deze rotonde op de Plesmanlaan. Dit betreft een algeheel verkeersprobleem voor het hele dorp Maarssen. De belangvereniging geeft aan dat dit reeds bestaande verkeersknelpunt niet verder belast moet worden met nog meer verkeer a.g.v. nieuwe bouwprojecten. • De wijkcommissie vraagt zich af hoe de 929 verkeersbewegingen (minus het wegvallen van de verkeersbewegingen van en naar het afvaldepot en De Sirkel) zich verdelen over de dag. Leidt het in de spits juist niet tot
opstoppingen bij de kruispunten? • De wijkcommissie vraagt zich af hoe je een veilige schoolroute kunt realiseren? De voorgestelde herinrichting van de Plesmanlaan zou dat kunnen bevorderen. • De wijkcommissie vraagt zich af in hoeverre het vervangen van asfalt voor straatklinkers tot meer geluidsoverlast voor omwonenden leidt. • Het plangebied is maar via één route bereikbaar. Bij een eventuele opbreking van deze weg zijn de woningen dus niet meer bereikbaar. Dit risico valt volgens de VRU te verminderen door geen leidingen onder de toegangsweg te laten lopen. • De bereikbaarheid voor de brandweer geeft een eis van 40 meter tot de toegang van elke woning. Dit vraagt volgens VRU om een creatieve oplossing bij de Tiny Houses in het weiland. Er wordt voorgesteld om één of twee bruggetjes over de sloot aan te leggen. Deze bereikbaarheidseis geldt ook voor alle andere woningen in het plangebied. Hier moet zorgvuldig naar worden gekeken bij de verdere uitwerking. Voorzieningen (scouting) • De scouting heeft geen bezwaar tegen verplaatsing. Het inrichten van het zuiveringsbassin als nieuwe locatie voor de scouting wordt ook niet uitgesloten. Wel vraagt de scouting zich af hoe een eventuele verplaatsing gefinancierd zal worden. • Net buiten het plangebied ligt een strook grond van 880 m2 die ook door de scouting wordt gebruikt. Het huidige terrein van de scouting (ca.
590 m2) met het gebouw ligt naast deze strook. Een deel van het openbare voetpad licht overigens op de strook van 880 m2 die ook door de scouting wordt gebruikt. • De eventuele nieuwe locatie van de scouting (model B) grenst aan deze strook grond, maar dan zit er een sloot tussen. Bij verplaatsing moet er volgens de scouting dus wel iets aan de sloot gedaan worden. Waar het huidige gebouw staat, kan de sloot dan weer open worden gemaakt. • Het gebouw van de scouting is in het verleden in gebruik geweest bij een BSO. Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 11
Daarvoor is onder andere een tweede toilet aangelegd en zijn de ramen voorzien van folie voor de veiligheid.
omdat ze daarmee kansen zien voor het toevoegen van nieuwe kwaliteiten: - een landschappelijke inrichting van het weiland biedt kansen voor natuurontwikkeling en sluit beter aan op de cultuurhistorische waarden van het gebied; - vergroten van de recreatieve kwaliteiten, bijvoorbeeld door het toevoegen van een wandelrondje in de groene randzone; - de zichtlijnen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie dienen wel vrij te blijven. • Behoud van de groenstrook met de speeltuin is voor veel mensen belangrijk. Enkele deelnemers zijn van mening dat dit gebied ook bebouwd kan worden met woningen of nieuwbouw voor de scouting. • Enkele direct aanwonenden van de Doornhoecklaan geven aan dat zij aansluitend op de achtertuin voldoende privacy wensen te behouden. Zij vragen daarom aandacht voor de inrichting van een (brede en/of hoge) groenstrook tussen het bestaande en nieuwe woongebied.
De resultaten van de digitale post-it’s die door de stakeholders per onderwerp zijn ingebracht tijdens de online bijeenkomst zijn opgenomen in bijlage 1.
Resultaten werkgroep Op 5 november 2020 (19:30-21:30 uur) kwam de werkgroep via MS Teams (online) bij elkaar. De geformeerde werkgroep bestaat uit circa 20 personen die in de wijk Zogwetering of aan de Machinekade wonen en actief betrokken willen worden bij de planvorming voor het gebied. Na een kort welkomstwoord van de wethouder Maarten van Dijk werd eerst het doorlopen planproces van het afgelopen jaar toegelicht. Daarna is de verkenning van mogelijke denkrichtingen gepresenteerd, evenals de uitkomsten van de uitgevoerde nadere onderzoeken. Tot slot zijn op hoofdlijnen twee modellen getoond voor de mogelijke invulling van het plangebied: model A en B (zie pagina 8). Drie werktafels (Mural) Na de plenaire presentatie is verder gewerkt in drie kleinere (online) groepen. Aan de hand van model A en model B konden de deelnemers in die drie groepjes hun zorgen uiten en wensen aangeven met behulp van digitale post-it’s (Mural). De belangrijkste punten die vanuit de groepen zijn teruggemeld zijn hierna kort samengevat. Alle afzonderlijke post-it’s die in de drie werkgroepen zijn ingebracht, zijn per werkgroep weergegeven in bijlage 2.
Wonen • Er wordt in zijn algemeenheid positief gereageerd op woningbouw op de locatie Zogwetering. De woningen moeten wel bij de omgeving passen. Dat geldt zowel voor de dichtheid van het nieuwe woongbied, de bouwhoogte als voor de woningtypen. • Er worden in model A binnen het plangebied circa 100 woningen gebouwd op het nu al bebouwde deel van het terrein van de afvalscheiding en waterzuivering. Dat terrein is bij elkaar 1,8 hectare. Dat wil zeggen dat er in model A gemiddeld 55 woningen per hectare worden gebouwd.1 Dat sluit niet aan bij de dichtheid van Maarssen-Dorp.
Terugkoppeling vanuit de werkgroepen Groen en water • Het plangebied dient voldoende groen te bevatten in relatie tot de bebouwing. Veel groen is wenselijk. Behoud van de speeltuin en het weiland geniet voor veel mensen de voorkeur. De vraag is wel om meer betekenis toe te kennen aan het groen. • Er zijn ook enkele deelnemers voor wie het weiland wel (deels) bebouwd mag worden, Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 12
1
Bij het bepalen van de woningdichtheid dient niet alleen het bebouwde deel van een locatie te worden meegenomen in de berekening, maar ook de tot het woongebied behorende ruimte voor wegen, verharding, water en buurtgroen. Als dat wordt meegenomen, dan bedraagt de gemiddelde woningdichtheid op de locatie Zogwetering in model A circa 32 tot 35 woningen per hectare.
• De modellen A en B variëren in woningaantal van 100 tot 130 woningen. Gezien de hoge dichtheid die dat oplevert, wordt verzocht om in beide modellen lagere woningaantallen te hanteren. • Er wordt erkend dat de grote behoefte aan betaalbare woningen en appartementen, die vooral gericht zijn op ouderen en jonge starters, over het algemeen zal leiden tot kleinere wooneenheden en kleinere kavels. Dat betekent dus ook dat er meer (kleinere) woningen gebouwd kunnen worden binnen het plangebied. Dat verklaart voor een deel dat de woningdichtheid hier relatief hoger zal zijn dan in de omliggende woonbuurt. Maar dat neemt niet weg dat de ruimtelijke kwaliteit en dichtheid van het beoogde nieuwe woongebied belangrijke aandachtspunten zijn bij de verdere uitwerking van de plannen. Het is dus zoeken naar de juiste balans. • Woningbouw in Zogwetering kan een bijdrage leveren aan het algemeen belang van sociale woningbouw in de gemeente. De woningnood is hoog. Waarom dus niet zoveel mogelijk woningen voor starters en ouderen; waarom niet 30% als minimum i.p.v. maximum nemen? Natuurlijk moet daarbij wel rekening worden gehouden met de buurtbelangen. • De bouw van appartementen en sociale huur is zeker nodig in het dorp. Als er appartementen worden gerealiseerd, dan vormt de bouwhoogte een aandachtspunt. Hier past geen hoogbouw.
Verkeer • De zorgen over de verkeersproblematiek zijn nog niet weggenomen. Zo had de rotonde in de Plesmanlaan meegenomen moeten worden in het verkeersonderzoek. Want bij nieuwbouw komen er alleen maar meer verkeersbewegingen bij en neemt de verkeersoverlast in het dorp dus toe. • Er zijn eveneens zorgen over de verkeersveiligheid van fietsers (m.n. schoolgaande jeugd en middelbare scholieren). Dit dient nadrukkelijker te worden meegenomen in het verkeersonderzoek. Dit is met name van belang bij de verkeersaansluiting van de
nieuwe woonwijk op de Diependaalsedijk. Maar ook het smalle Zandpad is gevaarlijk voor zowel auto’s als fietsers. • De gehanteerde verkeersgegevens in het uitgevoerde verkeersonderzoek worden betwist. In een afzonderlijk overleg worden de vragen over het verkeersonderzoek beantwoord. • Het verkeersonderzoek geeft aan dat één auto-aansluiting voor de nieuwe woonwijk voldoende is. Ook deze conclusie wordt in twijfel getrokken. • Langs de Plesmanlaan worden op diverse locaties woningen gebouwd. Dit gaat weliswaar om relatief kleine aantallen, maar deze toevoegingen dienen wel meegenomen te worden in het verkeersonderzoek. Algemeen • Er worden in deze fase van het project alleen nog maar keuzes op hoofdlijnen gemaakt en vastgelegd in een soort ‘vlekkenplan’. Dat geeft de omwonenden op dit moment nog weinig indruk van de uiteindelijke woonkwaliteit en uitstraling van het nieuwe woongebied. Bewoners willen daarom ook bij het vervolg worden betrokken, als er keuzes gemaakt worden over de concrete invulling van de woonwijk. Zij willen bijvoorbeeld graag meedenken over het type woningen, de bouwhoogtes, de architectuur, etc. • Door een van de deelnemers wordt achteraf nog het idee geopperd om gezamenlijk als buurtgenoten een plan te maken om het woonplezier van de huidige en de toekomstige buurtbewoners te bevorderen.
Met inzet van de huidige en toekomstige bewoners om elkaar te leren kennen en vervolgens te bezien wat nodig is. Een gemeentelijke toezegging om mee te werken als de buurt dit initiatief genomen heeft, zal zeker positief werken.
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 13
Bijlage 1: resultaten digitale post-it’s stakeholders (Mural)
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 14
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 15
Bijlage 2: resultaten digitale post-it’s werkgroep - groep 1 (Mural)
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 16
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 17
Bijlage 3: resultaten digitale post-it’s werkgroep - groep 2 (Mural)
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 18
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 19
Bijlage 4: resultaten digitale post-it’s werkgroep - groep 3 (Mural)
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 20
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 21
Bijlage 5: Vergelijking van woningdichtheden Maarssen-Dorp We hebben een raster van 100 x 100 meter (1 hectare) over de kaart van Maarssen-Dorp heen gelegd. Binnen elk vak van het raster is het aantal woningen geteld met behulp van de BAG-viewer (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) van het Kadaster. Zodoende kunnen we op een objectieve wijze bepalen hoeveel woningen er per hectare zijn gebouwd en wat de dichtheid is in de omliggende woonbuurten rond de locatie Zogwetering.
Zogwetering, Dichters & Lanen (Maarssen-Dorp) 35 won / ha
32 won / ha 20 won / ha
33 won / ha
14 won / ha
23 won / ha
1 won / ha
26 won / ha
44 won / ha
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 22
38 won / ha
38 won / ha
35 won / ha
25 won / ha
31 won / ha
42 won / ha
32 won / ha
32 won / ha
29 won / ha
16 won / ha
24 won / ha
23 won / ha
26 won / ha
17 won / ha
22 won / ha
20 won / ha
23 won / ha
18 won / ha
24 won / ha
14 won / ha
38 won / ha
Bijlage 6: Vergelijking van woningdichtheden Op Buuren We hebben op dezelfde manier ook een vergelijking gemaakt met een aantal representatieve uitsnedes van 1 hectare op de locatie Op Buuren (Oud-Zuilen) met een vergelijkbare mix van grondgebonden woningen en appartementen (3 tot 4 bouwlagen). Daar bedraagt de dichtheid circa 30 tot 40 won/ha. Verderop in de wijk loopt de dichtheid zelfs op tot 60-80 won/ha. Op Buuren (Oud-Zuilen)
Op Buuren (Oud-Zuilen)
30 won/ha
35 won/ha
60 won/ha 40 won/ha
80 won/ha
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 23
Bijlage 7: Vergelijking van woningdichtheden Cronenburgh We hebben tot slot een vergelijking gemaakt met een representatieve uitsnede van 1 hectare op de locatie Cronenburgh in Loenen aan de Vecht. Binnen een oppervlak van 100 x 100 meter is hier een mix van 12 grondgebonden woningen met tuin en 20 appartementen (in 2 bouwlagen) gerealiseerd. De appartementen liggen rondom een gemeenschappelijke binnentuin bovenop een verdiepte parkeerkelder. Binnen deze uitsnede ligt ook nog een openbaar buurtparkje. De dichtheid bedraagt hier 32 woningen per hectare.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat de woningen binnen deze ene hectare op de locatie Cronenburgh in vergelijking met de locatie Zogwetering over het algemeen een stuk duurder zijn dan de woningen die in Maarssen-Dorp zullen worden gerealiseerd. Bovendien hebben de grondgebonden woningen over het algemeen een groter woonoppervlak.
Cronenburgh (Loenen aan de Vecht)
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 24
Dit beeldverslag is opgesteld door Bureau Nieuwe Gracht uit Utrecht met bijdragen van de gemeente Stichtse Vecht. De tweede participatieronde is georganiseerd en begeleid door: Gemeente Stichtse Vecht • Ymke Harmens • Joost Broeke • José van Vliet • Nathalie van Dijk Royal HaskoningDHV • André van Nieuwenhuijzen Bureau Nieuwe Gracht • Robert Arends • Veerle Merk • Jan Willem Tap
Utrecht, 7 december 2020
Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 25
BUREAU NIEUWE GRACHT Beeldverslag Participatieronde 2 | november 2020 | pagina 26
Verslag bijeenkomst Zogwetering – Verkeer d.d.14 januari 2021 (19:30-21:00). (Belangenvereniging en Wijkcommissie Dichters en Lanen).
Aanwezig Wijkcommissie Dichters en Lanen Belangenvereniging Zogwetering RHDHV Maarten van Dijk (wethouder), Jeroen Willem Klomps (wethouder), Projectleider Stichtse Vecht, Medewerker communicatie Stichtse Vecht, Medewerker verkeer Stichtse Vecht, Planoloog Stichtse Vecht.
Introductie en voorstelronde De projectleider heet iedereen welkom en geeft een korte introductie waarbij de spelregels van deze digitale bijeenkomst worden doorgenomen. Dit wordt gevolgd door een korte voorstelronde waarbij de wethouders zichzelf voorstellen en wethouder Van Dijk het belang van de gemeente bij de woningbouwopgave nog even aanstipt.
Presentatie Verkeer RHDHV geeft een presentatie over de verkeersonderzoek waarbij de vragen van de Wijkcommissie en Belangenvereniging (zoveel mogelijk) zijn meegenomen. De onderwerpen uit de presentatie worden in het vervolg van het verslag besproken. Parkeren: een eventuele ontwikkeling moet voorzien in de eigen parkeerbehoefte waarbij aan de hand van woontypen wordt bepaald hoeveel parkeerplaatsen er gerealiseerd moeten worden. Daarbij moet voldaan worden aan de gemeentelijke parkeernormen. Belangenvereniging geeft in een reactie op de uitleg aan dat het punt helder is en blij is dat de bestaande parkeervoorziening gehandhaafd blijft en niet bij de berekening van de parkeerbehoefte voor het plangebied wordt betrokken. Wijkcommissie vraagt aandacht voor het parkeren van grotere voertuigen (klusbussen) en vraagt of hierbij met de inrichting rekening wordt gehouden. RHDHV geeft aan dat er geen aparte normen zijn voor “klusbussen” en dat deze nog onder de personenauto’s worden gerekend. Wethouder Klomps vult aan dat dit ook geldt in het kader van de APV. RHDHV vult aan dat ten opzichte van de “oudere” wijken, zoals het bestaande Zogwetering, de inrichtingseisen ook verandert zijn waardoor er nu ook sprake is van ruimere parkeerplaatsen.
Vanuit de belangenvereniging wordt gevraagd of bij het bepalen van het aantal parkeerplaatsen en de planontwikkeling geen rekening gehouden moet worden de Omgevingsvisie. Wethouder Klomps geeft dat de Omgevingsvisie geen nieuwe parkeerbeleid zal bevatten, dat het plan voor de Zogwetering zal moeten voldoen aan de huidige parkeernormen maar dat verwacht wordt dat op termijn het gemeentelijk parkeerbeleid, inclusief normen wordt aangepast. Verkeersgeneratie: in de presentatie wordt toegelicht dat de verkeersgeneratie bepaald wordt aan de hand van de verschillende woningtypen. Hiervoor wordt de richtlijnen van CROW gehanteerd en in het onderzoek is rekening gehouden met de maximale verkeersgeneratie. Daarbij is rekening gehouden met de typologie en karakteristiek van Maarssen en de ligging van het plangebied, bijvoorbeeld ten opzichte van voorzieningen. De belangenvereniging vindt het opvallend dat in het verkeersonderzoek per woningtypen een andere verkeersgeneratie wordt verwacht terwijl de afstand tot voorzieningen voor alle woningen hetzelfde is. RHDHV geeft aan dat de afstand tot voorzieningen niet doorslaggevend is. Verduidelijkt wordt dat naast de afstand van voorzieningen ook het woningtype, prijsklasse en doelgroep bepalend zijn voor verkeersgeneratie. Wethouder Klomps vult aan dat het hier gaat om landelijke normen.
Suyderhoflaan – Diependaalsedijk: er wordt aangegeven dat er niet voor gekozen is om te rekenen met een autoluw Zandpad. De vraag was namelijk waarom de effecten van het Zandpad niet zijn meegenomen. Uit een onderzoek (kentekenonderzoek) is naar voren gekomen dat een groot deel van
het verkeer (40%) op het Zandpad, doorgaand verkeer is. Het autoluw maken van het Zandpad zal volgens RHDHV het doorgaand verkeer ontmoedigen en daarmee een positief effect hebben op de verkeersgeneratie op het Zandpad en op de Diependaalsedijk. De belangvereniging vindt het aannemelijk dat het autoluw maken van Zandpad de verkeersdruk daar verminderd maar vreest hierdoor wel een concentratie van het verkeer richting de Plesmanlaan en daardoor een knelpunt (en daarmee een potentieel onveilige situatie) rondom de Driehoekslaan. Wethouder Klomps wijst in een reactie daarop op het positieve effect van minder verkeer van Breukelen naar Maarssen over het Zandpad. De wijkcommissie vraagt of het Zandpad ook geschrapt uit google en de navigatiesystemen. Wethouder Klomps geeft aan dat het niet geschrapt wordt maar door het autoluw maken (en daardoor verlagen van de snelheid) niet meer als alternatief wordt herkent en aanbevolen. Kenmerken van de omgeving (Diependaalsedijk en Driekhoekslaan): de vrees was hier dat de verkeersremmende maatregelen zouden worden verwijderd. In de presentatie wordt verduidelijkt dat de verkeersmaatregelen niet worden verwijderd maar vervangen. Door een plateau ter hoogte van een kruising, wat in de praktijk een effectievere verkeersremmende maatregel is.
De belangvereniging geeft aan in de praktijk een smallere breedte te hebben gemeten dan in het rapport is opgenomen. Het is smaller dan in het rapport is weergegeven. RHDHV geeft aan dat de meting digitaal heeft plaatsgevonden en geeft aan dat volgens hem niet de breedte het grootste knelpunt is maar vooral de inrichting van de voorrangssituaties en de aanwezigheid van eenzijdige versmallingen. De wijkcommissie vraagt aandacht voor het onveiligheidsgevoel van mensen op de fiets ten opzichte van vooral vrachtverkeer. De wijkcommissie vraagt bij de uitvoering van aanpassingen vooral de beleving van de verkeer(on)veiligheid leidend te laten zijn in plaats van uitsluitend uit te gaan van de normen. Wethouder Klomps geeft in reactie hierop aan dat de signalen uit het onderzoeksrapport en de eerdere overlegronden zijn opgepikt en dat de gemeente daarmee aan de slag wil gaan in het gebied Plesmanlaan – Geesbergen. De belangenvereniging geeft aan dat het hen bevreemd dat ogenschijnlijk makkelijk voorbijgegaan wordt aan de normen die in het CROW zijn opgenomen. De belangenvereniging geeft aan dat zij een koppeling wil zien tussen de toekomstige ontwikkeling in de Zogwetering en het aanpassen van de aansluitende infrastructuur aan de geldende normen. RHDHV geeft aan dat de normen op dit punt niet in beton gegoten zijn. Het zijn richtlijnen.
De projectleider geeft aan dat deze koppeling behandeld zal worden bij de verdere procedure en uitwerking van het plan. Wethouder Klomps bevestigt dit maar benadrukt dat het hier gaat om een gevoel van onveiligheid, en hoewel de wethouder uitspreekt dat de gemeente ook dit gevoel van onveiligheid wil aanpakken, het bedoelde traject niet onveiligere is dan andere wegen in Maarssen. Het onderwerp wordt afgesloten met de constatering dat alle partijen belang hebben bij een herinrichting van de bedoelde infrastructuur en op dit punt eigenlijk niet zoveel van mening verschillen. Plesmanlaan (rotonde): uit eerder overleg is naar voren gekomen dat er mogelijk een knelpunt is ter hoogte van de rotonde van de Plesmanlaan. De vrees is dat de druk op de rotonde verder zal toenemen door het toevoegen van woningen in plan Zogwetering. Tijdens de presentatie wordt verduidelijkt dat de lockdown op dit moment geen representatief beeld oplevert en dat onderzoek daarom is uitgesteld. De bedoeling is om een viertal scenario’s uit te werken. Op het moment dat er een representatieve telling kan plaats vinden zullen de resultaten besproken worden. De wijkcommissie vraagt of het plan Daalsehoek meegenomen. De projectleider geeft aan dat dit het geval is.
Wethouder Klomps bevestigt dit en geeft aan dat naast de lockdown, ook voor uitstel is gekozen zodat de effecten van het vaarseizoen (brug open) meegenomen kunnen worden in het onderzoek. Afsluitende ronde de belangenvereniging vraagt naar de fietsroutes, in het bijzonder de Lange Gracht. De route langs de Lange Gracht wordt door hen als onrealistisch worden geacht. RHDHV bevestigt desgevraagd dat deze route in de praktijk inderdaad niet voor de hand ligt. De belangvereniging vraagt naar een verslag/notitie van de vorige participatieronde. De projectleider geeft aan dat deze spoedig volgt. De belangenvereniging vraagt of zij nog worden uitgenodigd voor een verder gesprek met de Vechtplassencommissie. De projectleider geeft aan dat er een aparte afspraak wordt gemaakt met alleen de Vechtplassencommissie. De vragen van de belangenvereniging, zoals over de dichtheid, worden behandeld in de notitie van de vorige participatieronde.