CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 24. Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning.pdf

Raad 1 juli 2025, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 21: Weigering omgevingsvergunning en weigering vvgb herbouw schapenstal2.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Z2023-00001025

Ontwerp weigeringsbesluit / omgevingsvergunning Burgemeester en Wethouders hebben op 8 mei 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor de herbouw van een schapenstal (legalisatie). De aanvraag betreft het perceel, kadastraal bekend gemeente Breukelen, sectie C nummer 2478 en is plaatselijk bekend als perceel weiland tussen Otterspoorbroek nr. 5 en 6 te Breukelen. De aanvraag is geregistreerd onder nummer Z2023-00001025.

gs be sl ui t

Aanvrager

Voorgenomen Besluit

Burgemeester en wethouders hebben het voornemen om, gelet op paragraaf 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna; Wabo) de omgevingsvergunning te weigeren voor de schapenstal en vergunning te verlenen voor het kavelpad.

er in

Procedure De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.10 Wabo. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van deze vergunning. De ontwerp omgevingsvergunning heeft vanaf 31 december 2024 gedurende zes weken ter inzage gelegen voor een ieder.

ei g

Omgevingsvergunning wordt geweigerd voor de activiteiten:  Bouwen (art. 2.1 lid 1.a Wabo);  Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (art. 2.1 lid 1c Wabo);

Inhoudelijke beoordeling

w

Omgevingsvergunning wordt verleend voor de activiteit:  Werk of werkzaamheden uitvoeren (art. 2.1 lid 1.b Wabo);

O nt w

er p

Voor de activiteit Bouwen is hierna aangegeven hoe de aanvraag is beoordeeld (artikel 2.10 Wabo).  Op tekening behorende bij de aanvraag is aangegeven dat de bestaande schapenstal een oppervlakte heeft van ca. 51 m2;  Uit de beschrijving van de bestaande situatie in de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de schapenstal een oppervlakte heeft van 30 m2;  Op 20 januari 1982 bouwvergunning is verleend voor het oprichten van een schapenstal met een oppervlakte van 23,7 m2 en een inhoud van 64 m3;  Uit archief onderzoek gebleken is dat na 20 januari 1982 geen bouw- of omgevingsvergunning verleend is voor het vergroten of geheel vernieuwen of veranderen van de schapenstal;  De aanvrager op verzoek geen verleende bouw/ omgevingsvergunning hiervoor heeft kunnen overleggen;  Gelet op het voorstaande de aanvraag voor wat betreft de bestaande schapenstal niet samenhangend en feitelijk onjuist is;  De aanvraag feitelijk ziet op het oprichten van een schapenstal met een oppervlakte van 51 m2 en een inhoud van 171,6 m3;  De schapenstal hiermee 2,7 maal groter is dan de in 1982 vergunde schapenstal; Pagina 1 van 5

Z2023-00001025

          

O nt w

gs be sl ui t

er in

ei g

w

De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Rondom de Vecht’ en hierin gesitueerd is op de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 2’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie, landschap en natuur’; De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden bestemd zijn voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf (art. 3.1, aanhef en onder a); Onder agrarisch bedrijf wordt verstaan een bedrijf dat is ingericht voor zowel de grondgebonden als de niet-grondgebonden activiteiten: het telen van gewassen, boomteelt daaronder begrepen, of het houden van dieren, één en ander ten behoeve van het voortbrengen van producten; Onder grondgebonden veehouderij wordt verstaan het houden van melk- en ander vee geheel of nagenoeg geheel op open grond waarbij het benodigde ruwvoer (gras, snij-mais) geheel of vrijwel geheel afkomstig is van de structureel bij het bedrijf behorende gronden (art. 1.8); De aanvrager aangeeft dat hij naast het beroep als vleeshandelaar een nevenberoep heeft als schapenhouder; Aanvrager verspreid over drie locaties percelen weiland in eigendom heeft, in Breukelen (0,99 ha), Kockengen (10,67 ha) en Harmelen (ca.

5 ha); Op het perceel weiland in Breukelen aanvrager een schapenstal wil bouwen (legalisatie); Een schapenhouder veranderingen in het aantal schapen binnen 7 kalenderdagen moet melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna; RVO); Op het ‘Formulier bedrijfsgegevens aanvrager’ is aangegeven dat het huidige en voorgenomen gebruik sorteer- en aflamstal is en dat er 150 schapen en lammeren aanwezig zijn; Uit het bedrijfsregister I & R Schaap 2024 van de aanvrager bij de RVO blijkt dat over de afgelopen drie jaar geen lammeren zijn geboren en er (tijdelijk) maximaal 30 schapen gelijktijdig aanwezig zijn; Hiermee niet aannemelijk is gemaakt dat een aflamstal noodzakelijk is voor de bedrijfsvoering; Een sorteerruimte niet overdekt hoeft te zijn waarmee de noodzaak van de schapenstal niet is aangetoond; Gebouwen uitsluitend binnen de op de plankaart aangegeven agrarische bouwvlakken mogen worden gebouwd (art. 3.2.2, aanhef en onder a); Ter plaatse geen agrarisch bouwvlak aanwezig is waardoor de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan; Het overgangsrecht niet van toepassing is omdat de bestaande schapenstal niet gedeeltelijk vernieuwd of veranderd is, of door een calamiteit teniet is gegaan (art.

44.1, aanhef en onder a); Het overgangsrecht eveneens niet van toepassing is op de schapenstal omdat de bestaande schapenstal in afwijking van de vergunning was gebouwd en later zonder vergunning is vergroot en in strijd is met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan (art. 44.1, aanhef en onder c); Voor het bouwen van gebouwen geldt dat de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden niet onevenredig mogen worden aangetast (art. 3.2.2, aanhef en onder h); Uit advies van de landschapsdeskundige blijkt dat het perceel ligt in een veenweidegebied met het kenmerk open landschap met zicht op horizon en dat het realiseren van de schapenstal afbreuk doet aan het open landschap; De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden hiermee onevenredig worden aangetast (art. 3.2.2, aanhef en onder h); Geen feiten en of omstandigheden bekend zijn die maken dat wij dit advies niet kunnen overnemen; De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur’ aangewezen gronden mede bestemd zijn voor het behoud, herstel, beheer en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, natuuren landschapswaarden in de vorm van bebouwde en onbebouwde structuren, elementen, systemen, patronen en zichtlijnen (art.32.1, aanhef en onder a);

er p

  

Pagina 2 van 5

Z2023-00001025

   

     

gs be sl ui t

 

er in

Op deze gronden uitsluitend mag worden gebouwd indien de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen (art. 32.2, aanhef en onder a); Uit advies van de landschapsdeskundige blijkt dat het perceel ligt in een veenweidegebied met het kenmerk open landschap met zicht op horizon en dat het realiseren van de schapenstal afbreuk doet aan het open landschap; Geen feiten en of omstandigheden bekend zijn die maken dat wij dit advies niet kunnen overnemen; De cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden met de realisatie van de schapenstal worden geschaad (art. 32.2, aanhef en onder c); Dit een weigeringsgrond is voor de activiteit bouwen; De voor Waarde-Archeologie 2’ aangewezen gronden mede bestemd zijn voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden (art. 24.1); Op deze gronden in beginsel geen bouwwerken mogen worden gebouwd (art. 24.2.1); In afwijking hiervan een bouwwerk is toegestaan waarbij de bodemverstoring niet meer bedraagt dan 50 m2 of een bouwwerk of dat tot 0,3 m diep kan worden gerealiseerd (art.

24,2,2, aanhef en onder c en d); Ten behoeve van de bouw van de schapenstal niet dieper is gegraven dan 30 cm waardoor de bouw is toegestaan volgens voornoemd artikel; Gelet al het voorstaande de belangrijkste strijdigheden met het bestemmingsplan is dat ter plaatse een bouwvlak ontbreekt en de schapenstal afbreuk doet aan de landschappelijke waarden; De activiteit Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening daarom onlosmakelijk is verbonden met deze aanvraag (art. 2.10 lid 2 Wabo); De aanvraag niet voor advies is voorgelegd aan de welstandscommissie vanwege de strijdigheid met het bestemmingsplan en dat niet in afwijking van het bestemmingsplan vergunning wordt verleend; Niet aannemelijk is gemaakt dat de aanvraag voldoet aan constructieve veiligheid van het Bouwbesluit (art. 2.10 lid 1.a Wabo); Dit blijkt uit een advies van onze constructeur van 14 oktober 2024;

ei g

O nt w

er p

w

Voor de activiteit Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening hierna is aangegeven hoe de aanvraag is beoordeeld (artikel 2.12 Wabo).  Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo kan worden afgeweken van de voorschriften van het bestemmingsplan indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat;  De aanvraag in strijd is met het ‘Afwijkingenbeleid 2014’ (hierna; beleid) omdat:  De provincie de aanvraag ziet als het vestigen van een nieuw agrarisch bedrijf en dat dit in strijd is met de instructieregels uit hoofdstuk 8 van de Omgevingsverordening van de provincie (paragraaf 4.3 beleid);  Op het betreffende perceel niet gebouwd mag worden en ter plaatse de nadruk ligt om de groenblauwe kwaliteiten te bewaren en landschappen te sparen volgens de Omgevingsverordening van de provincie (paragraaf 4.3 beleid);  De aanwezige cultuurhistorische en landschappelijke waarden nadelig worden beïnvloed door de schapenstal (paragraaf 4.3 beleid);  De aanvraag in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat in het kader daarvan de volgende belangenafweging is gemaakt:  De landschappelijke waarden onevenredig worden aangetast en de aanvraag grote impact heeft op de omgeving;  De aanvraag in strijd is met de provinciale

Omgevingsverordening;  Geen ruimtelijke kwaliteitswinst wordt behaald; Pagina 3 van 5

Z2023-00001025

erkte bescheiden:

Ingediende aanvraagfor r, d.d. 8-05-2023, Situatietekening, blad S .d. 4-05-2023, Gewijzigde toestand (sit tekening), blad nr. DO-01, d.d. 19-04-2019, Bestaande toestand, blad nr. VO-01, d.d. 18-04-2019, Weilanden in eigendom aanvrager met kadastrale nummers, zoals ingediend op 7-10-2024, Formulier bedrijfsgegevens aanvrager, d.d. 10-07-2023, Ruimtelijke onderbouwing, d.d. 18-04-2023, Bedrijfsregister 01-01-2022 tot 20-11-2024.

w e

       

w

Bij dit besluit horen de gew

O nt

ei g

er in

gs be sl ui t

Voor de activiteit Werk of werkzaamheden uitvoeren hierna is aangegeven hoe de aanvraag is beoordeeld (artikel 2.11 Wabo).  De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Rondom de Vecht’ en hierin is gesitueerd op de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 2’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie, landschap en natuur’;  De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden bestemd zijn voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf met de daarbij behorende wegen, paden en in- en uitritten (art. 3.1, aanhef en onder a en x);  De voor ‘Waarde - Cultuurhistorie, landschap en natuur’ aangewezen gronden mede bestemd zijn voor het behoud, herstel, beheer en de versterking van de aanwezige cultuurhistorische waarden, natuuren landschapswaarden in de vorm van bebouwde en onbebouwde structuren, elementen, systemen, patronen en zichtlijnen (art.32.1, aanhef en onder a);  Het verboden is op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerkzaamheden zijnde, kavelwegen aan te leggen of het aanbrengen van andere oppervlakte verhardingen (art.

32.4.1, aanhef en onder c);  Deze werken en werkzaamheden slechts toelaatbaar zijn, indien de cultuurhistorische, natuur- en/of landschapswaarden niet onevenredig worden aangetast (art.32.4.3, aanhef en onder a);  met een schriftelijk advies van een deskundige is aangetoond dat de cultuurhistorische waarden, natuur- en/of landschapswaarden niet onevenredig worden geschaad (art. 32.4.3, aanhef en onder b);  Geen feiten en of omstandigheden bekend zijn die maken dat wij dit advies niet kunnen overnemen;  De voor Waarde-Archeologie 2’ aangewezen gronden mede bestemd zijn voor het behoud van de in of op de grond aanwezige archeologische waarden (art. 24.1);  Het is in beginsel verboden de landbodemstructuur van deze gronden dieper dan 0,3 m beneden maaiveld te verstoren en/ of heiwerkzaamheden uit te voeren (art. 24.4.1, aanhef en onder a en h); Dit verbod niet van toepassing is voor het uitvoeren van werken die een oppervlakte beslaan van niet meer dan 50 m2 of die een oppervlakte beslaan van meer dan 50 m2 maar waarbij de bodem niet dieper dan 0,3m beneden het maaiveld wordt geroerd (art. 24.4.2, aanhef en onder c en d);

Maarssen, ………datum Burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht namens hen,

Teammanager Omgevingskwaliteit

Pagina 4 van 5

Z2023-00001025

Beroepsclausule Belanghebbende kunnen op grond van de Algemene wet bestuursrecht een beroepschrift indienen. Dit moet schriftelijk binnen zes weken met ingang van de dag dat het besluit ter inzage is gelegd.

gs be sl ui t

Het beroepschrift moet de volgende gegevens bevatten:  de dagtekening;  uw volledige naam- en adresgegevens;  uw handtekening;  een aanduiding van het besluit waarmee u het niet eens bent; en  de reden(en) waarom u het hiermee niet eens bent.

U stuurt een kopie van het besluit waartegen u beroep wilt instellen met uw beroepschrift mee. Aan deze procedure zijn kosten verbonden. Het beroepschrift moet worden ingediend bij:

ei g

er in

Rechtbank Midden-Nederland Afdeling bestuursrecht, o.v.v. bodemzaken Postbus 16005 3500 DA te Utrecht. . Voorlopige voorziening Het indienen van een beroepschrift schort het besluit waartegen u beroep hebt ingesteld, en de eventuele gevolgen ervan, niet op. Als u een beroepschrift hebt ingediend, kunt u vooruitlopend op de beslissing hierover om een voorlopige voorziening vragen. Dit doet u door middel van een verzoekschrift aan:

w

De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland Afdeling bestuursrecht, o.v.v. voorlopige voorzieningen Postbus 16005 3500 DA te Utrecht.

O nt w

er p

U stuurt een kopie van het beroepschrift en het besluit waartegen u beroep hebt ingesteld met uw verzoekschrift mee. In uw verzoekschrift geeft u aan waarom u een spoedeisend belang bij de voorlopige voorziening hebt. Aan deze procedure zijn kosten verbonden.

U kunt ook digitaal het beroep- en/ of verzoekschrift indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor heeft u een DigiD nodig. Op deze site vindt u ook meer informatie.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2871/documents/59840