Bijlage 23. Weigering VVGB Herbouw Schapenstal.pdf
Tekst van het document
ONTWERP-WEIGERING Verklaring van geen bedenkingen DE RAAD VAN DE GEMEENTE STICHTSE VECHT Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Stichtse Vecht d.d. 15 april 2025 Gelet op artikel 2.27 Wabo juncto artikel 3.11 Wabo juncto artikel 6.5 Bor In acht nemende dat: -
-
-
op 8 mei 2023 een aanvraag omgevingsvergunning is ontvangen voor het herbouwen van de schapenstal van 51 op perceel BKL07 C2478 tussen Otterspoorbroek 5 en 6 in Breukelen; de aanvraag omgevingsvergunning in strijd is met regels ruimtelijke ordening (art. 2.1 lid 1c Wabo) ; voor de activiteit Bouwen is de aanvraag is beoordeeld (artikel 2.10 Wabo); daarop blijkt dat op de tekening behorende bij de aanvraag de bestaande schapenstal een oppervlakte heeft van ca. 51 m2; uit de beschrijving van de bestaande situatie in de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat de schapenstal een oppervlakte heeft van 30 m2; de bouwvergunning die is verleend in 1982 is voor het oprichten van een aflamstal van een oppervlakte van 23,7 m2 en een inhoud van 64 m3; de aanvraag feitelijk betreft het oprichten van een schapenstal met een oppervlakte van 51 m2 en een inhoud van 171,6 m3; de schapenstal hiermee 2,7 maal groter is dan de in 1982 vergunde schapenstal; De locatie is gelegen in het bestemmingsplan ‘Rondom de Vecht’ en hierin gesitueerd is op de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 2’ en ‘Waarde – Cultuurhistorie, landschap en natuur’; De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden bestemd zijn voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf (art.
3.1, aanhef en onder a); Gebouwen uitsluitend binnen de op de plankaart aangegeven agrarische bouwvlakken mogen worden gebouwd (art. 3.2.2, aanhef en onder a); Ter plaatse geen agrarisch bouwvlak aanwezig is waardoor de aanvraag in strijd is met het bestemmingsplan; Daarnaast blijkt uit informatie van het RVO dat er de afgelopen 3 jaar geen lammeren zijn geboren op het perceel; het aantal schapen dat wordt gehouden varieert van 10 tot 200 waardoor er niet meer gesproken kan worden van hobbymatige activiteit; De ODRU heeft geoordeeld dat deze aantal gezien wordt als intensieve veeteelt waarvoor m.e.r. aanmeldplicht is. Vervolgens is het overgangsrecht niet van toepassing omdat de bestaande schapenstal niet gedeeltelijk vernieuwd of veranderd is, of door een calamiteit teniet is gegaan (art. 44.1, aanhef en onder a);
-
-
-
Voor het bouwen van gebouwen geldt dat de bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden niet onevenredig mogen worden aangetast (art. 3.2.2, aanhef en onder h); - Uit het advies van de landschapsdeskundige blijkt dat het perceel ligt in een veenweidegebied met het kenmerk open landschap met zicht op horizon en dat het realiseren van de schapenstal afbreuk doet aan het open landschap; - De bestaande cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden hiermee - oneven worden aangetast (art. 3.2.2, aanhef en onder h); - Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3° van de Wabo kan worden afgeweken van de voorschriften van het bestemmingsplan indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; - De aanvraag in strijd is met het ‘Afwijkingenbeleid 2014’ (hierna; beleid) omdat: - De provincie de aanvraag ziet als het vestigen van een nieuw agrarisch bedrijf en dat dit in strijd is met de instructieregels uit de Interim provinciale omgevingsverordening; - De aanvraag is in strijd met een goede ruimtelijke ordening aangezien de landschappelijke waarden onevenredig worden aangetast en geen ruimtelijke kwaliteitswinst wordt behaald.
Tenslotte staat de aanvraag niet op de lijst van categorieën van aangewezen gevallen, waarvoor de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven; om mee te kunnen werken aan het initiatief moet worden afgeweken van bestemmingsplan en het Afwijkingenbeleid; de omgevingsvergunning kan worden verleend met een afwijkingsbesluit zoals bedoeld in artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 Wabo, indien de (bouw)activiteiten niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat; voor de bouw van de schapenstal van 51m2 is van de raad van 1 juli 2025 een verklaring van geen bedenkingen nodig is; dat het bevoegde gezag de gevraagde omgevingsvergunning niet kan verlenen voordat de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven; dat de bevoegdheid tot het afgeven van een verklaring van geen bedenkingen bij de raad berust.
Overwegende dat: -
-
-
-
er overeenkomstig het bepaalde in de artikel 2.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 5.20 Besluit omgevingsrecht sprake is van een ruimtelijke onderbouwing die als bijlage bij deze verklaring is gevoegd; dat gezien de ruimtelijke onderbouwing geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De schapenstal past namelijk niet binnen het geldend cultuurhistorische waarden. Vanwege bovengenoemde argumenten voldoet deze aanvraag niet aan een goede ruimtelijke ordening. de weigeringsgrond als genoemd in artikel 2.27 lid 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht juncto artikel 6.5 lid 2 van het Besluit omgevingsrecht van toepassing is; het ontwerpbesluit om een verklaring van geen bedenkingen samen met het ontwerpbesluit op de aanvraag omgevingsvergunning te weigeren, overeenkomstig het
bepaalde in artikel 3.12 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, en deze voor zes weken voor een ieder ter inzage te leggen;
BESLUIT: op grond van artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht geen verklaring van geen bedenkingen zoals bedoeld in artikel 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ten behoeve van een omgevingsvergunning voor de bouw van een schapenstal van 51m2 op het perceel BKL07 C2478 tussen Otterspoorbroek 5 en 6. af te geven; Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Stichtse Vecht In de openbare vergadering van d.d. 1 juli 2025.
Griffier B. Espeldoorn-Bloemendal
Voorzitter drs. A.J.H.T.H. Reinders