CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2_rapport QS Weeresteyn te Nieuwersluis_1.pdf

Commissie Fysiek Domein 6 december 2021, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 4. 19:50: Bestemmingsplan Schuurwoning buitenplaats Weeresteyn nabij Zandpad 32 in Nieuwersluis.2.648 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quick scan ecologie Weeresteyn te Nieuwersluis 15 maart 2019

Pagina 1

Samenvatting Op Landgoed Weeresteyn te Nieuwersluis worden voorbereidingen gedaan voor het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling. Men is voornemens een schuur op het landgoed te slopen om ruimte te maken voor de nieuwbouw van een woning. Het landgoed ligt in het buitengebied van Nieuwersluis. Onderzocht is of er effecten kunnen ontstaan op beschermde natuurwaarden.

Inhoud 2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 7 – Analyse 9 – Advies & Bronnen

Inleiding Op Landgoed Weeresteyn te Nieuwersluis worden voorbereidingen gedaan voor een ruimtelijke ontwikkeling. Men is voornemens een schuur op het landgoed te slopen om ruimte te maken voor de nieuwbouw van een woning. Het landgoed ligt in het buitengebied van Nieuwersluis. Voor de ontwikkeling wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 14 maart 2019 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik.

Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.

Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat er een kans is op vleermuizen in de directe omgeving van de te slopen schuur. Echter een effect als gevolg van de sloop-nieuwbouw wordt niet verwacht. In de schuur zelf zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Wel is het verstandig om met een ecologisch werkprotocol te werken.

Ligging van het perceel

Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig.

Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status

mw. Watkinson & Zeldenrust 19.050 18 maart 2019 M. Nieuwhof P.J.H. van der Linden concept

Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl

Pagina 2

H02 Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De Schuur heeft een betonfundering en is opgebouwd met enkelwandige houten planken. Het dak is gemaakt van niet geïsoleerde dakplaten en zijn aan beiderzijds niet dicht. De schuur ligt aan de zuidzijde van het landgoed. Langs de schuur ligt op een aantal meter afstand de Weersloot. Het landgoed is verder omringd door weiland aan de noordzijde en oostzijde. Aan de westzijde licht de rivier De Vecht. De Natura 2000-gebieden liggen op vrij grote afstand. Op 2 Km van het landgoed ligt het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen vrijwel tegen de te slopen schuur aan. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten. Omdat er sprake is van sloop en nieuwbouw zal er wordt een wijziging in de emissie verwacht. Een berekening van de depositie is nodig.

Vanwege de grote afstand tussen Natura 2000 gebieden en het perceel en de aard van de werkzaamheden kan een effect van andere oorzaken, zoals geluid, licht of grondwaterstromen, op voorhand worden uitgesloten. Ligging van de Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd

Ligging van de Natuurnetwerk Nederland.

Pagina 3

H03 Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).

Om een goed oordeel te kunnen geven is op 14 maart 2018 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocaties. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocaties. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocaties. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocaties sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken.

Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocaties en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten. Tijdens het veldbezoek van 14 maart 2019 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocaties.

Pagina 4

Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er zijn geen waarnemingen van vleermuizen in de omgeving bekend. Waarnemingen van de huismus zijn alle in en vlak langs de bebouwde kom gemeld van Nieuwersluis en Breukelen, en van de gierzwaluw zijn waarnemingen gemeld meer noordelijk van het landgoed in de polder en in de bebouwde kom van Nieuwersluis en Breukelen. Er zijn geen meldingen nabij het landgoed van huismus en gierzwaluw. Het is onduidelijk of het een waarnemerseffect betreft of een daadwerkelijke afwezigheid.

Vegetatie en planten Op het terrein staan veel aangeplante bomen aanwezig zoals eiken en populieren. Verschillende bomen zijn flink bedekt met klimop. Aan de noordoost zijde naast de schuur staan een aantal fruitboompjes. Aan de oostzijde van de schuur ligt een weiland dat op dit moment niet beweid wordt door vee. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten.

Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocaties en de directe omgeving zijn daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen. Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. De schuur is niet geschikt voor vleermuizen gezien het feit dat de schuur met enkel houten planken is opgebouwd zonder isolatie.

Ook het feit dat het dak open is en het dus doortocht in de schuur maakt het niet geschikt voor vleermuizen om zich hier op te houden of te vestigen. Tijdens het onderzoek zijn er dan ook geen sporen van aanwezigheid van vleermuizen aangetroffen in of langs de schuur.

Pagina 5

Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De schuur staat aan de zuidzijde langs een sloot en aan de noordzijde staan meerdere bomen bij elkaar. De kans op een jachtgebied of essentieel jachtgebied is niet direct aanwezig. Er zijn in de omgeving talloze gelijksoortige plekken bekend. Ook van potentiële vliegroutes is geen spreke gezien de opbouw van het landgoed en omgeving. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk. Met de verdere ontwikkelingen moet hiermee rekening worden gehouden. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel, spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van de kleine marters is niet te sluiten, er is volop geschikt habitat aanwezig op het landgoed. Er zijn geen aanwijzingen dat marters zich gevestigd zouden hebben in de schuur.

Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De omgeving van schuur is geschikt habitat voor de huismus. De kans dat huismussen zich ophouden in de schuur wordt is erg klein. Hiervan zijn geen sporen aangetroffen. De kans op de aanwezigheid van de gierzwaluw in de schuur is niet aanwezig. Hiervan zijn geen sporen aangetroffen. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op aanwezigheid van algemeen voorkomende broedvogels groot. Hiervan zijn geen sporen of waarnemingen gedaan in de schuur, maar op het landgoed als zodanig zijn broedende vogels zeer aannemelijk..

Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig rondom het pand of in de directe omgeving. Watergebonden organismen worden daarom verwacht. Het verwijderen van de schuur als hier echter geen direct effect op hebben.

Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen de planlocaties. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocatie voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocaties.

Pagina 6

H05 Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, het weidevogelleefgebied, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken.

Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming is de PAS (de programmatische aanpak stikstof) een integraal onderdeel. Binnen de PAS zijn maatregelen opgenomen om de stikstofdepositie te reduceren. Een onderdeel is dat voor alle bronnen een berekening moet worden uitgevoerd van de stikstofdepositie. Dit wordt met het voorgeschreven instrument Aerius berekent. Met de Aerius kan worden aangetoond dat er geen hoge depositie is. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.

Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 14 maart 2019 is gebleken dat de aanwezigheid van de vleermuis in de omgeving niet met absolute zekerheid is uit te sluiten. Echter in de schuur is met zekerheid geen verblijfplaats aanwezig. Sloopnieuwbouw zal geen significant effect hebben op het voorkomen van vleermuizen. Wel is het verstandig om met een ecologisch werkprotocol te werken. Hiermee wordt voorkomen dat er eventueel effecten kunnen ontstaan. Belangrijk is dat er buiten de broedtijd wordt gestart.

Zorgbeginsel Binnen het gebied is een kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf het werkgebied kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten het werkgebied te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten het werkterrein intact te worden gelaten.

Pagina 7

Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.

Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 2 kilometer van de planlocatie. De werkzaamheden betreffen het slopen van een schuur voor nieuwbouw van een woning. Er is geen significante wijziging van de emissie te verwachten. Een berekening van de stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden is niet noodzakelijk. Andere aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de ruimtelijke ontwikkelingen, kunnen eveneens worden uitgesloten.

Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen tegen de planlocatie aan. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.

Pagina 8

H06 Conclusie, advies en gebruikte bronnen Op Landgoed Weeresteyn te Nieuwersluis worden voorbereidingen gedaan voor het uitvoeren van een ruimtelijke ontwikkeling. Men is voornemens een schuur op het landgoed te slopen om ruimte te maken voor de nieuwbouw van een woning. Het landgoed ligt in het buitengebied van Nieuwersluis. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 14 maart 2019 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen. Beschermde soorten Uit de resultaten van het onderzoek is gebleken dat er een kans is op vleermuizen in de directe omgeving van de te slopen schuur. Echter een effect als gevolg van de sloopnieuwbouw wordt niet verwacht. In de schuur zelf zijn geen verblijfplaatsen aanwezig. Wel is het verstandig om met een ecologisch werkprotocol te werken.

– Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 – Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 – Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur – Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. – – – –

kaarten.stichtsevecht.nl webkaart.provincie-utrecht.nl. pdok/viewer waarneming.nl

Er is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland Door het slopen van de schuur en het plaatsen van een woning zal de emissie van stikstof niet significant toenemen. Een berekening van de depositie is niet nodig. Andere effecten op de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn niet te verwachten. Er is geen vergunning van de Wet natuurbescherming nodig of een verklaring van geen bedenkingen voor het voornemen. Er is geen aanvullend onderzoek nodig.

Pagina 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/1812/documents/37421