Bijlage 2 - Quickscan woningbehoefte Stichtse Vecht 2028 tot 2040 def.pdf
Tekst van het document
Quickscan woningbehoefte 20282040 Gemeente Stichtse Vecht
12 mei 2021 Eindrapportage
DATUM
12 mei 2021
TITEL
Quickscan woningbehoefte 2028-2040
OPDRACHTGEVER
Gemeente Stichtse Vecht
AUTEUR(S)
Mattijs Letteboer (Companen) Valentine Reijers (Companen)
PROJECTNUMMER
1904.113
STATUS
Eindrapportage
Inhoud 1
Inleiding
4
2
Samenvatting en conclusies
5
3
Analyse 3.1 Vergelijking prognoses 2017 en 2020 3.2 De lokale woningbehoefte tussen 2028 en 2040 3.3 Check Woningbouwbehoefte en plannen in de gemeente
7 7 9 12
4
Bijlage 1: Regionale huishoudensprognose U16
14
5
Bijlage 2: Plancapaciteit 2020 – 2040
15
1 Inleiding In Nederland en zeker ook in de regio rond Utrecht is voor de komende jaren sprake van een grote woningbouwbehoefte. Het aantal huishoudens neemt toe door bevolkingstoename en huishoudensverdunning. Ouderen leven langer en wonen bovendien langer zelfstandig thuis. De druk op de stedelijke regio’s in Nederland blijft hoog. Om de woonvraag in de regio te accommoderen is een groot woningbouwprogramma in de regio Utrecht (U16) gepland. Dat geldt ook voor de gemeente Stichtse Vecht. Voor de langere termijn is hier ook ruimte gereserveerd voor grootschalige woningbouw rond de centraal gelegen en goed bereikbare uitleglocatie nabij Breukelen. De gemeente stelt zich de vraag in hoeverre die woningbouwambitie zich verhoudt tot de lokale woningbehoefte. Sluit de woningbouw wel goed aan bij de (kwalitatieve) woonvraag van haar bewoners? En zorgt grootschaligheid niet voor een potentieel verlies aan eigenheid en karakter van de kernen en aan steun en draagvlak onder bewoners en belanghebbenden in de gemeente? Om het goede gesprek te kunnen voeren over de woningbouwambities heeft de gemeente Stichtse Vecht de behoefte aan een eerste inzicht in de verhoudingen tussen lokale en regionale woningbehoefte. Met name de nog ongeschreven ambities voor de lange termijn staan daarbij centraal; de periode tussen 2028 en 2040.
Inzicht hierin zal helpen bij het opstellen van de eigen woningbouwambities en de regionale afstemming over het aanvullend bouwen voor de gezamenlijke opgaven in de regio. De gemeente Stichtse Vecht heeft Companen de opdracht gegeven om een quickscan uit te voeren naar de woningbouwbehoefte in de Stichtse Vecht op lange termijn en daarbij aan te geven welk deel van de regionale huishoudensprognoses van Primos te bestempelen is als lokale woningbouwbehoefte en woningbouwbehoefte die voortkomt uit de woonvraag in de regio. Deze rapportage is de uitwerking van onze quickscan. De volgende onderzoeksvragen stonden daarbij centraal: Wat is de kwantitatieve woningbehoefte voor Stichtse vecht tot 2040 en specifiek tussen 2028 en 2040? Hoe kan bij de gehanteerde regionale huishoudensprognoses van Primos gekeken worden tegen de woningbehoefte vanuit de gemeente en de overige (regionale) woningbehoefte? Wat is de kwantitatieve lokale woningbouwbehoefte tussen 2028 en 2040? En hoe passen de eerste ideeën voor de woningbouwambities daarbij?
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
4
2 Samenvatting en conclusies
In de regio U16 wordt in de nieuwe huishoudensprognose van ABF research (Primos2020) rekening gehouden met een huishoudenstoename tussen 2020 en 2040 van +97.800. Dat is 22% meer dan nu. De groei doet zich op de korte, maar ook op de langere termijn (na 2028) voor. In Utrecht zelf is de verwachte huishoudensgroei tussen 2020 en 2040 het grootst. De verwachte toename in Utrecht bedraagt 66.000, ofwel 62% van de regionale groei. Stichtse Vecht neemt in die groei een bescheiden rol in van 4%.(+3.700 huishoudens). De verwachte toename van huishoudens komen niet alleen voort uit de lokale woningbehoefte. Evenals in voorbije jaren is de regionale vesting komt een groot deel van de groei door vestiging vanuit de regio of van buiten de regio. In het verleden bestond 55% van de nieuwe huishoudens uit vraag van buitenaf. De regionale groei is in de nieuwste Primos-prognose wat naar boven bijgesteld. Nieuwe inzichten over huishoudensvorming, achterstanden bij de woonvraag, buitenlandse migratie en binnenlands migratiepatronen zorgen voor een toename van de verwachte huisvestingsbehoefte. Voor Stichtse Vecht blijft die impact op de gemeentelijke prognose bescheiden (+280). In principe moet elke gemeente zorgen voor de benodigde woningen voor haar eigen huisvestingsgroei.
Wanneer een gemeente de huishoudenstoename niet kan accommoderen zullen gesprekken moeten worden gevoerd over het overnemen van plancapaciteit. Dit is enerzijds een politiek gesprek, maar anderzijds een gesprek waarbij woonvraag (overloopvraag/ woonalternatieven), woningaanbod (woonmilieus) en belanghouders een rol spelen over de wenselijkheid en de mogelijkheid om bepaald programma over te nemen. In de periode 2028-2040 zal het aantal huishoudens in Stichtse Vecht met 1.655 toenemen. Het valt op dat de toename vooral op het conto te schrijven is van vergrijzing. Het aantal ouderenhuishoudens neemt fors toe (+45%). Deze ouderen verhuizen weinig en hebben bij een eventuele verhuiswens een sterke lokale oriëntatie (vaak zelfs het eigen dorp of de eigen woonbuurt). De vergrijzing heeft grote impact op de doorstroming in de dorpen. Om de (lokale) vraag gezinnen, stellen en jongeren in de dorpen te kunnen bedienen zijn veel extra woningen in de dorpen nodig. Door de vergrijzing en de stagnerende doorstroming, in combinatie met de huishoudensontwikkeling per leeftijdsgroep, is met behulp van een quickscan-analyse becijferd dat de lokale woningbehoefte tussen 2028 en 2040 ongeveer 850 woningen is. Dat komt overeen met 51% van de huishoudensgroei in die periode. De vragersgroepen uit Stichtse Vecht hebben voor een belangrijk deel een lokale woonwens.
Een groot deel heeft een grote wens om in de eigen kern een woning te kunnen bemachtigen. Dat geldt vooral voor ouderen met een verhuiswens. Het bijbouwen voor ouderen in de (kleine) dorpen kan helpen de doorstroming op gang te houden. Toch zal dit uiteindelijk maar voor een deel de stagnerende doorstroming door niet verhuizende ouderen kunnen compenseren. Bijbouwen voor andere groepen is dus ook nodig. Bouwen in de hoofdkernen is voor veel jongeren en (koop)starters uit Stichtse Vecht een prima alternatief (of zelfs aantrekkelijk). Voor gezinnen en hogere inkomens bieden grootschalige appartementen en uitleglocaties nabij de snelweg niet zo snel een alternatief voor het landelijke wonen waar men naar op zoek is. Dit zijn belangrijke noties bij het kwalificeren van de omvang, de aard en de ligging van het woningbouwprogramma in de gemeente. In hoeverre kan de gemeente de lokale woonvraag in kwantitatieve en kwalitatieve zin voldoende bedienen? Bij het beschouwen van de woningbouwplannen in de gemeente valt op dat er in kwantitatieve zin al veel plannen zijn. Hoewel een aantal van de plannen nog zacht zijn, is de omvang van de plancapaciteit al meer dan de verwachte huishoudenstoename (boventrendmatige productie). Een groot deel van de
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
5
plannen lijkt daarbij duidelijk te voorzien in de (boven)regionale woonvraag (bijvoorbeeld de transformatielocatie Maarssenbroek). Voor de lange termijn is de uitleglocatie in Breukelen (+3.000 woningen) kwantitatief veel groter dan de verwachte huishoudensgroei en is dus deels boventrendmatig. Daarnaast zal deze locatie maar beperkt kunnen voorzien in de lokale woningbouwvraag in de periode 2028-2040. Alleen voor jongere huishoudens uit Stichtse Vecht zal dit een goede optie of alternatief zijn verwachten we. De woningbouwlocatie zal naar verwachting vooral in een brede (boven)regionale woonvraag voorzien.
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
6
3 Analyse 3.1 Vergelijking prognoses 2017 en 2020 De meest recente Primos-prognose (Primos2020) laat enkele verschillen zien met de Primos-prognose uit de vorige regionale woningbehoefteonderzoek (Primos2017). In figuur 1.1 hieronder zijn de prognoses met elkaar vergeleken. Enkele zaken die opvallen: De huishoudensontwikkeling voor Stichtse vecht is voor de korte termijn in de nieuwe Primosprognose (vanaf nu Primos2020 te noemen) teruggebracht. Dat heeft vooral te maken met de achterblijvende woningbouwrealisatie tot en met 2020 (zie de grijze lijn met vastgestelde huishoudensaantallen door het CBS). Tussen grofweg 2024 en 2032 is sprake van een inhaalslag van de huishoudensgroei. Vanaf 2033 vertoont Primos2020 een sterkere huishoudensgroei voor Stichtse Vecht. In deze cijfers is door nieuwe inzichten over (inter)nationale migratie, huishoudensvorming, vergrijzing en regionale vestigingstrends de prognose licht naar boven bijgesteld tot 32.060 huishoudens in 2040. In het vorige onderzoek is gerapporteerd tot en met het jaar 2028. Een langetermijnprognose is destijds niet opgenomen in de woningbouwprognoses. In het algemeen geldt: hoe verder weg de prognosetermijn is, hoe meer onzeker de aantallen worden.
In dat opzicht bekeken vertoont de nieuwe prognose van Primos wel een bestendige groeilijn, waarbij het verschil tussen de twee prognoses van 280 huishoudens klein te noemen is.
Figuur 1.1: Vergelijking huishoudensprognoses Primos2017 en Primos2020, inclusief de standgegevens t/m 2020
Bron: Primos huishoudensprognose 2017 en 2020
In figuur 2.2 op de volgende pagina is uiteengezet wat de verschillen in de verwachte huishoudensontwikkeling is binnen de eerder gerapporteerde prognoseperioden tot 2028.
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
7
Figuur 2.2: Totale groei huishoudens in drie verschillende periodes.
Bron: Primos2017 en Primos2020 (ABF research) * in de woningmarktanalyse 2019 is de periode 2028-2040 niet gerapporteerd.
Tabel 2.1: Huishoudensontwikkeling Stichtse Vecht: prognoses vergeleken Primos 2017 Primos2020 Periode 2020-2023 Periode 2023-2028 Nieuwe prognose 2020-2028 Prognose Periode 2028-2040
818 972
1.058 992 2.050 1.655
Verschil t.o.v. oude prognose +240 +20 +260
Bron: Primos2017 en Primos2020 (ABF research)
De aard van de huishoudensgroei in Stichtse Vecht De verwachte huishoudensgroei in Stichtse Vecht komt voor het grootste deel voort uit de groei van ouderenhuishoudens. In figuur 2.3 komt dit duidelijk naar voren. De figuur toont de ontwikkeling van huishoudens naar leeftijdsgroep. In Stichtse Vecht neemt het aantal 65-plus huishoudens in rap tempo toe. De vergrijzing piekt rond 2037 en blijft dan nog stabiel. Tot 2040 neemt het aandeel ouderenhuishoudens ten opzichte van 2020 met +45% toe tot ongeveer 13.000 huishoudens. Het aantal jonge huishoudens neemt licht toe met +3%. Ook is er een lichte groei te zien bij huishoudens tussen 35 en 49 jaar. Dit is met name de leeftijd waarin gezinnen zich bevinden. Deze groei vindt naar verwachting pas plaats vanaf ongeveer 2030. Dit is het gevolg van de toename van de vergrijzing, waardoor weinig eengezinswoningen en dus woonmogelijkheden voor (gevorderde) gezinnen vrijkomen. Wanneer de stijging van de vergrijzing afvlakt en bouwprogramma evenwichtig wordt ontwikkeld, zal de groei van groepen in de gezinsleeftijd weer toenemen. Het aantal huishoudens van middelbare leeftijd neemt na 2028 af, in totaal met zo’n 10% tot 2040. Dit is als het ware de achterkant van de vergrijzingsgolf.
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
8
Figuur 2.3: Huishoudensprognose 2020 naar leeftijdscategorieën 2020 - 2040
Bron: Huishoudensprognose Primos2020
Tabel 2.2: Absolute toename/afname over 5 verschillende periodes naar leeftijdsgroepen. 2020-2025 2025-2030 2030-2035 2035-2040 Tot 35 jaar +350 -209 +55 -86 35 tot 50 jaar -101 -79 +240 +260 50 tot 65 jaar +194 -361 -455 -168 65+ +1.328 +1.283 +956 +498 Totaal +1.771 +634 +795 +504
2020-2040 +110 +320 -790 +4.065 +3.705
Bron: Huishoudensprognose Primos2020
Tabel 2.2a: Absolute toename/afname gedurende de planperiodes van Stichtse Vecht. 2020-2028 2028-2040 Tot 35 jaar
130
-20
35 tot 50 jaar
-205
525
50 tot 65 jaar
70
-860
65+
2.055
2.010
Totaal
2.050
1.655
Bron: Huishoudensprognose Primos2020
3.2 De lokale woningbehoefte tussen 2028 en 2040 De grote vergrijzing in Stichtse Vecht heeft een grote impact op de lokale woningbehoefte. Ten eerste komt dat vanuit de groeiende groep ouderen zelf. Veruit het grootste deel van de ouderen is niet van plan om te verhuizen en blijft het liefst zo lang mogelijk in de vertrouwde woning wonen. Een klein deel van de ouderen heeft wel een intentie om te verhuizen. De meeste van deze groep blijft dan in de eigen woonomgeving verhuizen. Voor het bepalen van de omvang van de lokale woningbouwbehoefte naar de toekomst zijn er verschillende benaderingen mogelijk. Ook zijn ze vaak onderwerp van politieke discussie als het bijvoorbeeld gaat om het
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
9
huisvesten van huishoudens die wel lokaal georiënteerd zijn in hun woonvraag (een fijne plek zoeken in de directe omgeving), maar niet gebonden zijn aan het wonen in de eigen gemeente. Vanuit de recente woningmarktcijfers en de beschikbare huishoudensprognose van Primos definiëren wij de lokale woningbouwbehoefte als volgt:
Definitie lokale woningbouwbehoefte De lokale woningbouwbehoefte komt voort uit de demografische huishoudensontwikkeling per leeftijdsgroep in Stichtse Vecht, plus de toename van de huishoudens door verhuisdynamiek. Hierbij wordt gekeken naar het aandeel van de woningmarkt dat in recente jaren afkomstig was uit de eigen gemeente. Bij de inschatting van de lokale woonvraag moet de belangrijke impact van de vergrijzing op de lokale woonvraag worden meegenomen. Enerzijds gaat het daarbij om de relatief grote lokale verhuisoriëntatie van de groep verhuisgeneigde ouderen en anderzijds om de impact van de stagnerende doorstroming, die maakt dat er vervangende woningbouw nodig is om de lokale (dorpse) woonvraag vanuit de jongere generaties uit Stichtse Vecht op te vangen.
Door de toenemende vergrijzing in Stichtse Vecht zal een toenemend aantal van de woningen bewoond door ouderen. Door de lage verhuisgraad onder ouderen betekent dit concreet dat veel (eengezins)woningen in de dorpen niet vrijkomen. Om de gezinnen, stellen en jongeren uit de dorpen van Stichtse Vecht te kunnen huisvesten zijn aanvullende woningen nodig. Een groot deel van deze starters en doorstromers wil verhuizen binnen het eigen dorp. Uit analyse van de herkomst van de nieuwe bewoners in de dorpen blijkt dat 29% afkomstig is uit de eigen kern. Nog eens 16% komt uit een ander dorp in de gemeente. Op totaalniveau bestaat de huidige woonvraag uit 45% lokale vraag (zie tabel 2.3). Tabel 2.3: Herkomst nieuwe bewoners in Stichtse Vecht en de dorpen Eigen dorp Rest gemeente Stichtse Vecht Maarssen Breukelen Loenen aan de Vecht Nieuwer Ter Aa Kockengen Vreeland Tienhoven Nigtevecht Nieuwersluis Loenersloot Oud Zuilen Maarssenbroek
29% 20% 25% 18% 14% 28% 20% 8% 31% 10% 15% 4% 22%
16% 28% 23% 25% 33% 27% 22% 14% 17% 34% 26% 20% 20%
Rest regio U16
Rest Nederland 27% 31% 16% 18% 18% 24% 13% 24% 7% 17% 14% 52% 36%
28% 21% 36% 39% 35% 21% 45% 54% 46% 39% 45% 25% 22%
Totaal Lokale vraag 45% 48% 48% 43% 47% 55% 42% 21% 47% 44% 41% 23% 42%
Bron: CBS Microdata, 2019 bewerking Companen
Uit bovenstaande tabel blijkt ook dat de woonvraag in de gemeente vrij open is. Er is sprake van zowel vestiging vanuit de eigen kern of gemeente, alsook vanuit of van buiten de regio. Het beeld wisselt enigszins van kern tot kern. Gemiddeld is 55% van de nieuwe huishoudens afkomstig vanuit de rest van de regio of daarbuiten. Uiteraard is het ook zo dat lang niet alle lokale huishoudens in het eigen dorp of de gemeente op zoek zijn naar een eigen woning. Uit eerdere analyse van Companen in 2019 bleek ook al dat 29% van
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
10
de eigen bevolking bij verhuizing kiest voor het eigen dorp. Vestiging naar een van de hoofdkernen is met 10% bescheiden. De rest van de lokale bewoners waaiert uit over de regio en daarbuiten (bron: factsheets kernen Stichtse Vecht). Met de vergrijzing van de komende jaren zal de lokale woonvraag veranderen. Na 2030 zal de (verdere) vergrijzing minder snel gaan, maar nog altijd grote invloed hebben op de lokale vraag. Met een aantal aannames kunnen we een inschatting maken hoe groot de kwantitatieve woningbehoefte zal zijn vanuit de lokale woonvraag in de periode 2028 tot 2040. We werken hierbij met de volgende aannames: De toename van het aantal ouderenhuishoudens in de gemeente is bijna geheel een demografisch effect. We gaan er van uit dat de meeste ouderen blijven wonen in de vertrouwde omgeving. Uit eerdere studies blijkt dat op jaarbasis maar 1-2% van de ouderen verhuist. Bij jonge senioren is het iets meer. We gaan er van uit dat in de prognoseperiode tussen 2028 en 2040 jaar zo’n 20% van de ouderen verhuist. De rest blijft wonen waar die woont. Van de wel verhuisde groep ouderen gaan er van uit we dat veruit het grootste deel van de vraag gericht is op het verhuizen binnen de gemeente (en vaak ook binnen het eigen dorp of woonbuurt). De woningen van de groeiende groep ouderen die niet verhuist, komen niet vrij voor gezinnen, stellen en jongeren.
Voor hen moeten extra woningen worden gebouwd. Deze groep bestaat uit mensen die zoeken in de dorpse woonmilieus en/of uit mensen die graag binnen de eigen woongemeenschap willen doorverhuizen. Waar het kan en past is woningbouw gewenst in de (landelijk gelegen) dorpen. Voor jongere stellen en starters is verhuizen naar een van de hoofkernen en/of nieuwbouwbuurten meestal geen groot struikelblok. Het accent op vervangende bouw in de dorpen omwille van de effecten van de vergrijzing (matige doorstroming) zal gericht zijn op stellen en gezinnen in de gezinsvormende levensfase. De lokale oriëntatie vanuit de jonge leeftijdsgroep is wat minder groot dan gemiddeld (circa 35%). In aantallen ziet dit er als volgt uit. Tabel 2.4: Berekening lokale woningbouwbehoefte vanuit Primos2020 Leeftijds- Verwachte Toename niet Op te lossen Huishoudens- Extra woning- Aandeel groep huishoudens- vrijkomende woonvraag ontwikkeling behoefte lokaal groei woningen voor jongere door nieuwe 2028-2040 georiën2028-2040 (ouderen generaties woningvraag per leeftijds- teerde verhuizen weinig)* door beperkte (verhuisd/ groep vraag** doorstroming gevestigd)
65+ jaar 50-64 jaar 35-49 jaar <35 jaar Totaal
(probleem voor (woonwens in huisvesting jongere de dorpen) generaties) +2.010 1.610 -860 -600 1.010 +1.010 +525 +605 60% -20 +405 40% +1.655 (100%)
Totaal lokale vraag naar wonen in Stichtse Vecht (20282040)
+400 -260
+400 -260
90% 60%
+360 -155
525 -20
1.130 385
45% 35%
510 135 850*** 51%
Bron: Primos2020, Microdata CBS 2019, bewerking Companen * inschatting: 80% van de 65-plussers en 30% van de 50-64-jarigen is gedurende de prognoseperiode niet verhuisd. ** inschatting gebaseerd op verhuis- en vestigingspatronen in Stichtse Vecht (CBS Microdata 2019, bewerking Companen) *** voorlopige inschatting, o.b.v. quickscan.
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
11
Uit bovenstaande doorrekening komt naar voren dat de lokale woningbehoefte tussen 2028 en 2040 ongeveer 850 woningen betreft. Dat is 51% van de totale kwantitatieve huishoudenstoename in die periode. De toename van huishoudens door vestiging in de gemeente zal in deze periode zo’n 800 huishoudens bedragen. In deze aantallen is geen huishoudens toename ingerekend voor de overloopvraag vanuit andere regiogemeenten, in het geval dat zijn onvoldoende woningen (kunnen) bouwen voor hun eigen huishoudenstoename. Deze twee elementen vormen tezamen de woningbouwbehoefte vanuit de regio. Voor de vaststelling van de regionale woningbouwbehoefte stellen wij de volgende definitie voor:
Definitieve regionale woningbouwbehoefte De huishoudensprognoses van Primos houden rekening met het open karakter van de woningmarkt in een gemeente en daarmee met de vertrek- en vestigingstrends vanuit en naar de gemeente. De regionale woningbouwbehoefte laat zich becijferen door de berekende lokale woningbehoefte af te trekken van de verwachte huishoudensontwikkeling in de prognoseperiode. Daarnaast kan als regionale woningbehoefte ook worden beschouwd, het eventuele aanvullende woningbouwprogramma dat voortkomt uit de regionale afspraken voor het overnemen van woningbouwproductie in gemeenten die daarin niet zelf kunnen voorzien. Idealiter zijn deze gebaseerd op realistische aannames over de substitutiemogelijkheden van de beoogde woningbouwlocaties/ woonmilieus in de gemeente Stichtse Vecht voor de woningbehoefte in andere gemeenten. Bij de ‘regionale’ woningbouwbehoefte wordt nadrukkelijk niet alleen gekeken naar de huisvestingsvraag van huishoudens/ starters vanuit de regio, maar ook naar de vestigingsvraag van mensen van buiten de regio.
3.3 Check Woningbouwbehoefte en plannen in de gemeente Wanneer we de woningbouwplannen van 2020 tot 2030 bekijken zien we dat er momenteel (harde en zachte) plannen bestaan voor in totaal 4.447 woningen (bron: planmonitor regio Utrecht 2020). In de periode 2030 tot 2040 zijn er daarnaast nog zachte plannen voor 3.314 woningen. De totale woningbehoefte (lokaal en regionaal) van 2020 tot 2040 is 3.700 woningen. Ten aanzien van de verwachte huishoudensstijging in de periode 2020-2028 (+2.050) lijken de plannen de behoefte te overstijgen. Inclusief de opleveringen uit 2020 zou er een theoretisch planoverschot zijn van bijna 1.950 woningen. Een groot deel van de plannen liggen in Maarssenbroek. Het betreft hier een grote transformatie naar woongebied met appartementen rond de Planetenbaan. Wij verwachten dat deze woningbouwprojecten in grote mate zullen voorzien in de regionale woningbehoefte. Projecten voor herstructurering en verdichting en voor uitleg bij kleine kernen zullen veel meer voorzien in de lokale woningbehoefte. Het ontwikkelen van een groter woningbouwprogramma dan de huishoudensontwikkeling kan worden bestempeld als boventrendmatig.
Afgezien van planuitval en /of uitfasering naar latere jaren komt het er op neer dat het boventrendmatige zou kunnen worden ontwikkeld ter compensatie van omliggende gemeenten (inclusief Utrecht) die niet aan hun hun eigen woningbouwbehoefte onvoldoende kunnen realiseren. Of expliciete afstemming hierover al heeft plaatsgevonden is ons niet bekend.
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
12
Voor de lange termijn is een grootschalige woningproductie gepland in Breukelen met een voorlopige capaciteit van 3.000 woningen. Met een huishoudensgroei van 1.655 lijkt ook hierin vooral te worden ingezet op het overnemen van regionale woningbouwproductie (boventrendmatige woningbouwplannen). In de vorige paragraaf is blootgelegd dat de lokale woningbehoefte tussen 2028 en 2040 ongeveer 850 woningen is. De lokale woningvraag (die bovendien erg op de eigen kernen zijn gericht) zal maar voor een (beperkt) deel interesse hebben voor de woningen in de uitleglocatie Breukelen. Vooral jonge stellen en (koop)starters met een regionale binding zullen hier mogelijk voor geïnteresseerd krijgen. Voor de woningbehoefte vanuit ouderen, (welgestelde) gezinnen is de invulling op uitleglocaties niet geschikt en zullen woningbouwplannen in de dorpen zelf moeten worden ontwikkeld. Daar waar de vergrijzing het grootst is en de doorstroming vanuit de kwalitatief betere woningen stokt zijn belangrijke opgaven voor de lokale woningbehoefte te verwachten.
Op basis van de analyse naar de dorpsprofielen in Stichtse Vecht verwachten wij dat het fenomeen in vrijwel alle kernen sterk aanwezig is, maar mogelijk wat meer in: Kockengen (sterke lokale focus woonvraag) Nigtevecht (sterke lokale focus woonvraag en grote vergrijzing) Breukelen, bestaand woongebied (sterke vergrijzing) Maarssen (sterke vergrijzing) Maarssenbroek (sterke vergrijzing) Het voorlopige en grootschalige woningbouwprogramma in Breukelen (uitleglocatie, goed bereikbaar vanuit de regio en centraal gelegen op de as Amsterdam/ Utrecht), zal naar ons idee relatief veel voorzien in regionale woningbouwbehoefte en weinig in de lokale behoefte.
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
13
4 Bijlage 1: Regionale huishoudensprognose U16 Tabel B1: Verwachte ontwikkeling huishoudensaantallen in de regio U16tussen 2020 en 2040, volgens Primos2020 2020 2025 2030 2035 2040 toename % van 2020-2040 regionale groei Bunnik 6480 7100 7940 8840 9150 2670 41% 3% De Bilt 19390 19910 20010 20290 20530 1140 6% 1% De Ronde Venen 19220 20220 20650 21120 21520 2300 12% 2% Houten 20390 21770 23700 25830 27050 6660 33% 7% IJsselstein 14440 14810 15460 16200 16680 2240 16% 2% Lopik 5660 5870 6160 6360 6510 850 15% 1% Montfoort 5670 5820 5990 6150 6260 590 10% 1% Nieuwegein 29240 31230 32580 33910 34830 5590 19% 6% Oudewater 4260 4370 4440 4480 4510 250 6% 0% Stichtse Vecht 28360 30130 30760 31560 32060 3700 13% 4% Utrecht 183110 203430 220910 232550 243550 60440 33% 62% Utrechtse Heuvelrug 21570 22260 22440 22750 23000 1430 7% 1% Vijfheerenlanden 23480 24800 25710 26190 26530 3050 13% 3% Wijk bij Duurstede 10060 10450 10980 11510 11820 1760 17% 2% Woerden 21870 22790 23700 24650 25250 3380 15% 3% Zeist 29640 31070 30830 31030 31390 1750 6% 2% Regio U16 442840 476030 502260 523420 540640 97800 22% 100% Bron: Primos2020 (AFBF Research)
Figuur B1:: Regio U16, huishoudensprognose 2020 naar leeftijdscategorieën
Bron: Primos2020 (ABF Research)
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
14
5 Bijlage 2: Plancapaciteit 2020 – 2040 periode 2020 t/m 2024
Totaal periode 1 2025 t/m 2029
kern Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Kockengen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Nigtevecht Oud Zuilen Vreeland Vreeland Breukelen Kockengen Maarssen Maarssen Tienhoven Breukelen Breukelen Breukelen Breukelen Kockengen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Nigtevecht Tienhoven Breukelen Breukelen Breukelen Kockengen Loenen aan de Vecht Maarssen Maarssen Maarssen Nieuwersluis Loenen aan de Vecht Nieuwer Ter Aa Nieuwersluis
plan Domineeslaantje Hof van Vreedenoord Wilhelminastraat 31- 35 Winkelcentrum Noord Kerkweg 1 Bisonspoor P2 Haagstede, Kwadrant Mastenbroek Merenhoef Planetenbaan 20-99 Stationsweg Noord Binnenweg 12 Voormalige brandweer Gaslaan Flambouw, Dorpsstraat Daalseweg 3 - 5 EVAB terrein Singel Vecht & Veld, Kleizuwe Herenstraat 35 Bebouwing Zuidrand Harmonieplein Kortelaan 20 Laan v Niftarlake 40 - 42 Kerkbrink 18 Straatweg 168 / Herenstraat 37 Tennisbanen Broekdijk-oost Watertoren Breukelen Kockenest Bisonspoor 332 Haarrijnweg Kwadrant 1 nieuwbouw Kwadrant 1 transformatie Planetenbaan 4de toren Planetenbaan midden Zuilense Vecht, Daalse weide Vechtoever Garsten noord Veenkluit Tienhoven Scheepersweg Broekdijk Oost 16 Kerkbrink 25 Heicop tankstation Rijksstraatweg Planetenbaan Noord Kuyperstraat Doornburgh Rijksstraatweg 39 - 41 Croonenburgh 4 uitbreiding Nieuwer Ter Aa Sterreschans
Breukelen
Hazeslinger
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
aantal 27 29 2 16 5 350 155 11 62 294 52 8 12 4 4 11 33 5 2 81 2 4 10 9 25 5 20 60 20 500 300 140 500 138 14 7 45 20 9 15 25 320 25 9 9 120 35 5
status Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Zacht Zacht Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Hard Zacht Zacht Zacht Zacht Zacht Hard Hard Hard Hard Hard Hard Zacht
3554 20
Hard
15
Totaal periode 2 2030 t/m 2039
Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen Maarssen
Bisonspoor II Daalse hoek Bammens Zogwetering Ballast Nedam
375 38 250 100 110
Hard Hard Hard Hard Zacht
Breukelen Breukelen Loenen aan de Vecht Loenen aan de Vecht
Vertrouwelijk Vertrouwelijk Vertrouwelijk Vertrouwelijk
893 3000 10 300 4
Zacht Zacht Zacht Zacht
Totaal periode 3
1904.113 | Quickscan woningbehoefte 2028-2040
3314
16