CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Onderzoek lokaal eigendom.pdf

Raad 9 april 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 18.: Strategie Zonnevelden9.635 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

64 alinea's met “lokaal”: 1 9 11 17 18 20 22 24 26 27 28 29 30 31 32 33 34 37 38 40 41 42 44 46 47 48 52 53 58 64 66 69 73 78 79 87 96 102 103 104 …

Notitie Lokaal eigendom van zonnevelden

Versie DEF 1.0 5-12-2023 Auteur: Energiecoöperatie 2030.nu U.A. in nauwe samenwerking met het Projectbureau van Energie van Utrecht. Opdrachtgever: Gemeente Stichtse Vecht.

1

Inhoud 1.

Samenvatting ................................................................................................................................... 3

2.

Aanleiding en doel ........................................................................................................................... 6 Aanleiding ............................................................................................................................................ 6 Doel van deze notitie ........................................................................................................................... 6

3.

Definitie en context van lokaal eigendom ....................................................................................... 7 Lokaal eigendom in de context: participatiewaaier ............................................................................ 7 Varianten van lokaal eigendom ........................................................................................................... 8 Uitwerking van aspecten van lokaal eigendom ................................................................................... 8 Andere vormen van financiële participatie die geen lokaal eigendom zijn....................................... 10

4.

Verschillende varianten van lokaal collectief eigendom................................................................ 11 Type 1.

Door bewonerscollectieven en lokale partners ................................................................. 11

Type 2.

Publiek eigendom .............................................................................................................. 11

Type 3.

Lokale bedrijven ............................................................................................................ 12

Samenvatting kenmerken verschillende varianten lokaal eigendom ................................................ 12 Lokaal collectief eigendom in welke fase van het project ................................................................. 12 5.

Lokaal collectief eigendom in de praktijk en voorbeelden ............................................................ 14 Het landelijke actuele beeld lokaal collectief eigendom zonnevelden ............................................. 14 Lokaal collectief eigendom bij andere vormen van duurzame opwekking ....................................... 15 Enkele voorbeelden uit de praktijk .................................................................................................... 16

6.

Voordelen en nadelen van varianten lokaal collectief eigendom ................................................. 17 Type 1: lokaal eigendom bewonerscollectieven en lokale partners ................................................. 17 Type 2: publiek eigendom door gemeente........................................................................................ 17 Type 3: lokale bedrijven..................................................................................................................... 17

7.

Haalbaarheid van 100% collectief eigendom ................................................................................ 18 Potentiële interesse van deelnemers uit omgeving om mee te investeren ...................................... 18 Inwonerscollectieven laten zien dat 100% lokaal eigendom kan ...................................................... 19 Financiële haalbaarheid met 100% lokaal eigendom ........................................................................ 20

8.

Het financiële plaatje..................................................................................................................... 23 De financiering van de investering en mogelijke lokale opbrengsten ............................................... 23 De uitgaven tijdens de ontwikkeling en realisatie en mogelijke lokale opbrengsten ........................ 24 De periodieke opbrengsten en mogelijkheden lokaal ....................................................................... 25 De periodieke uitgaven en mogelijke lokale opbrengsten ................................................................ 26 Zelflevering – lokale levering van de opgewekte energie ................................................................. 28

2

1. Samenvatting De gemeente Stichtse Vecht werkt aan de energietransitie in de gemeente, gericht op het realiseren van haar bijdrage aan de doelstellingen van de Regionale Energietransitie voor Utrecht. De gemeenteraad heeft op 30 mei 2023 het “Uitvoeringsprogramma Op weg naar nieuwe energie 20232026" vastgesteld. Voor de opwekking van duurzame energie is daarin de realisatie van zonnevelden voorzien. In het beleid van de gemeente, geformuleerd in dit uitvoeringsprogramma, is lokaal eigendom van de zonnevelden verankerd. Er is sprake van “lokaal en collectief eigendom” en een “streven naar 100% collectief eigendom”. De gemeente heeft de lokale bewonersorganisatie Energiecoöperatie 2030.nu gevraagd om te adviseren over de invulling van lokaal eigendom. Deze notitie daarover is samen met koepelorganisatie Energie van Utrecht opgesteld. Definitie en context Lokaal collectief eigendom gaat over drie elementen: lokale zeggenschap (geborgd door juridisch eigendom), economisch eigendom en brede collectieve lokale deelname. Naast lokaal eigendom zijn er andere vormen van financieel profijt, maar deze hebben geen zeggenschap in zich: financiële participaties zonder zeggenschap, omgevingsfonds en omwonendenregelingen. Dit zijn geen alternatieven voor lokaal eigendom, maar bestaan naast elkaar en realiseren een ander doel.

Varianten van lokaal eigendom en kenmerken Drie varianten van lokaal eigendom zijn: 1) door bewonerscollectieven en lokale partners, 2) door lokaal publiek eigendom en 3) door lokale bedrijven. In praktijk komen ook mengvormen voor. De mate van brede collectiviteit is het grootst bij de eerste variant: een zo breed mogelijke groep van burgers en kleinere bedrijven kan meedoen en meebeslissen. Veelal gebeurt dit met een lokale energiecoöperatie die een werkgebied heeft in een beperkte straal (bijv. 5 of 10 km) om het zonneveld heen. Een coöperatie is een vereniging met een bedrijf. Deze vorm verenigt de drie elementen van lokaal eigendom in zich: juridisch en economisch eigendom vanuit de rechtspersoon coöperatie en brede collectieve deelname vanuit de leden. Burgers, lokale bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen lid worden en deelnemen. Concreet betekent dit dat het collectief van lokale bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties samen bepalen waar en hoe de zonnevelden worden gerealiseerd. Zij kunnen er dan voor zorgen dat de lokale samenleving optimaal voordelen heeft van het zonneveld, o.a. doordat zij van de opbrengsten profiteren.

Dat kan vele vormen aannemen, waaronder dividend op de inleg door bewoners en bedrijven, het afnemen van de lokaal opgewekte stroom tegen een stabiele prijs, maar ook door werkzaamheden die door lokale bedrijven worden uitgevoerd bij de aanleg (bijvoorbeeld grondwerkzaamheden) of tijdens de exploitatie (administratie en onderhoud). Lokaal eigendom vanaf de allereerste initiatieffase van het project is het meest effectief om de lokale zeggenschap en opbrengsten te maximaliseren. Als lokaal eigendom in een latere fase wordt 3

gerealiseerd, na ontwikkeling of realisatie, bestaat de kans dat belangrijke elementen zoals het ontwerp van het zonneveld, de grondvergoeding en de stroomverkoop al zijn gecontracteerd en niet lokaal kunnen worden bepaald. Een aanzienlijk deel van de opbrengsten zal dan al zijn weggevloeid of gaan nog wegvloeien. 100% lokaal collectief eigendom: actuele status in Nederland en voorbeelden Dat het mogelijk is om 100% lokaal eigendom door inwonerscollectieven te realiseren blijkt uit de ca. 40 zonnevelden die elders in Nederland op die manier gerealiseerd zijn. Twee voorbeelden van zonnevelden zijn in deze notitie uitgelicht, namelijk Zonnepark Noordmanshoek en ZonOpLangstraat. Ook zitten circa 50 zonneveldprojecten van inwonerscollectieven in de ontwikkelpijplijn. Ook bij de opwekking van andere vormen van duurzame energie, waar al tientallen jaren aan wordt gewerkt, zijn er vele voorbeelden van burgerinitiatieven. In Nederland zijn er ruim 1.000 zonneinstallaties geplaatst op daken van bedrijven, boerderijen en andere grote gebouwen die niet het eigendom zijn van de gebouwbezitter zelf maar van een lokaal collectief. In Nederland is inmiddels 841 MW, overeenkomend met 20% van het totaal vermogen aan zon op land gerealiseerd met lokaal eigendom. Voor wind op land is dit 36% van de totale elektriciteitsproductie.

De haalbaarheid van 100% collectief eigendom De haalbaarheid van de projecten met 100% lokaal collectief eigendom is afhankelijk van de lokale bereidheid om te investeren, de vereiste organisatie/kapitaalkracht en expertise van een inwonerscollectief en de financiële effecten van 100% collectief lokaal eigendom op de haalbaarheid van het zonneveld. Dat er lokaal bereidheid is om te investeren, ook voor omvangrijke projecten, is inmiddels vaak aangetoond in Nederland. Zeker door draagkrachtige bewoners en bedrijven. Daarbij is het mogelijk om met kleine bedragen aan het collectief mee te doen. Ook minder draagkrachtigen kunnen participeren. Ook hiervan zijn verschillende voorbeelden in het land aan te wijzen. Voor het opzetten van een energiecoöperatie die een zonneveld ontwikkelt, is een brede ondersteuningsstructuur aanwezig in de provincie en bij landelijke organisaties. Bij de Utrechtse koepel van energiecoöperaties Energie van Utrecht zijn experts beschikbaar op het gebied van grootschalige projecten en leden met meer ervaring die ze graag delen. De landelijke organisatie Energie Samen bundelt alle expertise in de “Academie”. Energiecoöperaties kunnen gebruik maken van het Ontwikkelfonds, dat leningen verstrekt voor de aanzienlijke kosten in de ontwikkelfase van grote projecten.

Daarmee kunnen zij gespecialiseerde adviesbureaus inschakelen voor bijvoorbeeld ontwerp, vergunningsaanvraag en de daarvoor benodigde onderzoeken. In de gemeente is aanvullend veel expertise bij bewoners aanwezig. Het totaal van deze expertise en ondersteuning biedt ruim voldoende basis om vanuit een lokaal collectief een zonneveld te ontwikkelen. De vele voorbeelden in het land laten zien dat het realistisch is. Bij toepassing van 100% collectief eigendom zijn er redenen om aan te nemen dat bankleningen tegen goede condities kunnen worden afgesloten, wellicht zelfs gunstiger dan zonder de collectieve aanpak. Dit hangt samen met de bereidheid van lokale deelnemers om genoegen te nemen met een lager dividend vanwege ideële motieven, een betere inpassing in de omgeving etc. Hiermee is er kans dat het zonneveld met een grotere acceptatiegraad wordt gerealiseerd. Daar houden banken in de beoordeling ook rekening mee. Een zonneveld wordt dus even goed of beter haalbaar met 100% lokaal eigendom dan wanneer het in eigendom is van een niet-lokale (bijvoorbeeld buitenlandse) commerciële partij. 4

Het financiële plaatje en de mogelijkheden voor lokale opbrengsten Het totale financiële plaatje van een zonneveld bestaat uit vele elementen, die samen de haalbaarheid bepalen. Kosten die veel invloed hebben op de haalbaarheid èn die mede lokaal bepaald worden, zijn de grondvergoeding (jaarlijkse betaling of eenmalige aankoop), de opbrengst en lokale verkoop van stroom, het dividend voor de lokale investeerders. Andere kosten, zoals voor de aansluitkosten op het netwerk, een banklening en de zonnepanelen, worden grotendeels door marktprijzen bepaald en zijn maar beperkt lokaal beïnvloedbaar en landen ook niet of maar zeer beperkt lokaal. Daarnaast laten de doorrekeningen zien dat enkel financiële participaties zonder zeggenschap, een omgevingsfonds en omwonendenregeling een klein deel opleveren van de mogelijke financiële opbrengsten met 100% lokaal eigendom. Tot slot is het bij 100% lokaal eigendom beter mogelijk dan bij ontwikkeling door nietlokale/commerciële partijen om: -

werkzaamheden bij bouw en beheer ten dele lokaal aan te besteden en zo te zorgen voor lokale omzet en werkgelegenheid, in goed overleg met de omgeving de opbrengsten te verdelen en het park beter in te passen (en zo de acceptatie te verbeteren) en de kans om de stroom tegen een stabielere prijs lokaal te leveren (wat op termijn kan leiden tot een lagere energierekening bij afnemers).

Conclusies en aanbevelingen. De conclusie luidt dat de gemeentelijke ambitie voor 100% lokaal collectief eigendom realistisch is. Door de zeggenschap van inwoners collectief te organiseren, kunnen de opbrengsten voor een groot deel lokaal blijven. Wanneer het lokale collectieve eigendom vanaf het allereerste moment is verankerd, kunnen ook de beste keuzes worden gemaakt voor het ontwerp en de inrichting van het zonneveld. Lokaal eigendom leidt tot een minstens even haalbaar project dan eigendom door een niet-lokale commerciële partij. De gemeentelijke ambities voor duurzame energieopwekking worden zo optimaal gerealiseerd. De organisatievorm waarin collectiviteit en rechtvaardigheid het meest tot zijn recht komt, is een energiecoöperatie die openstaat voor alle inwoners en bedrijven in de omgeving van het zonneveld. Deze vorm kan desgewenst gecombineerd worden met andere lokale eigenaren, als die niet in de coöperatie kunnen deelnemen. Ons advies is om het lokale eigendom en de bijbehorende zeggenschap vanaf het allereerste begin onwrikbaar te verankeren in beleid en verder als leidraad te kiezen dat er lokaal zoveel mogelijk waarde wordt gecreëerd.

De verschillende lokale spelers, grondeigenaren en investeerders, kunnen vervolgens samen in de beginfase van elk project bepalen hoe ze kosten en opbrengsten verdelen zonder dat de kans bestaat dat deze onnodig wegvloeien naar buiten de gemeente. Per gebied of project kan een coöperatie worden opgericht waarin de deelnemers samenwerken. De lokale waarde uit zich in de lokale opbrengsten in de breedste zin des woords, dus niet alleen financieel maar ook in aandacht voor natuurwaarden en voor een zorgvuldig proces.

5

2. Aanleiding en doel Aanleiding De gemeenteraad van Stichtse Vecht heeft op 30 mei 2023 het “Uitvoeringsprogramma Op weg naar nieuwe energie 2023-2026" vastgesteld voor de energietransitie en daarbij een aantal partners benoemd, waaronder de bewonersorganisatie Energiecoöperatie 2030.nu U.A. In het beleid van de gemeente, geformuleerd in dit uitvoeringsprogramma, is lokaal eigendom van de zonnevelden verankerd. Er is sprake van “lokaal en collectief eigendom” en een “streven naar 100% collectief eigendom”. De gemeente heeft de regie en zeggenschap bij de locatiekeuze en het bewaken van dit lokaal en collectief eigendom. De gemeente heeft de lokale expertise van Energiecoöperatie 2030.nu ingeschakeld om over de invulling van lokaal en collectief eigendom te adviseren en om daarmee de kans op realisatie van het (voorgenomen) beleid te optimaliseren. Deze notitie daarover is opgesteld samen met Energie van Utrecht, de Utrechtse koepelorganisatie van energiecoöperaties.

Doel van deze notitie Het doel van deze notitie is om het lokaal eigenaarschap van zonnevelden te concretiseren. De invulling daarvan is beschreven aan de hand van de in Nederland opgebouwde expertise en vele projecten waarin lokaal eigendom is gerealiseerd. Mede met behulp van deze notitie kan de gemeente, als lokale overheid bevoegd voor het ruimtelijk beleid, invulling geven aan haar ambitie voor de lokale energietransitie. De notitie kan dienen als onderbouwing van de keuzes die daarvoor gemaakt worden en als motivering daarvan voor het college en/of de gemeenteraad van Stichtse Vecht. Tevens is in de notitie de haalbaarheid van 100% lokaal eigendom onderbouwd, zijn de elementen beschreven die de vormen en de mate van lokaal eigendom bepalen en de keuzes die hierin gemaakt kunnen worden. Ook zijn enkele belangrijke factoren aangegeven die de haalbaarheid kunnen beïnvloeden., Dit kan de gemeente helpen om keuzes te maken bij het locatiebeleid.

6

3. Definitie en context van lokaal eigendom Gemeente Stichtse Vecht heeft lokaal eigendom verankerd in haar beleid. In dit hoofdstuk gaan we in op de context en de definitie.

Lokaal eigendom in de context: participatiewaaier Lokaal collectief eigendom wordt landelijk in de context geplaatst van de verschillende vormen van participatie. In het kader van het Klimaatakkoord zijn participatievormen onderscheiden in de publicatie Participatiewaaier | Publicatie | Klimaatakkoord. Hieronder in de participatiewaaier schematisch weergegeven.

Lokaal eigendom is lokaal (mede-) eigenaarschap en in de participatiewaaier gedefinieerd als: “omwonenden profiteren mee als mede-eigenaar van een wind- of zonneproject via een vereniging of coöperatie”. Door het eigendom ontstaat (mede-)zeggenschap. Dat is dus wezenlijk anders dan enkel financiële deelneming, waarbij weliswaar risicodragend wordt geparticipeerd maar geen zeggenschap wordt verkregen. Door de zeggenschap ontstaat ook aanspraak op de opbrengsten. Vergelijk het met aandelen en obligaties: aandeelhouders hebben via een Aandeelhoudersvergadering zeggenschap over de koers van een bedrijf, obligatiehouders zijn ‘slechts’ verstrekkers van een lening en hebben dat niet. De andere vormen van financiële participatie die geen lokaal eigendom zijn, worden aan het eind van dit hoofdstuk nader toegelicht.

7

Varianten van lokaal eigendom In de Monitor Financiële Participatie 2022 (bijlage bij Kamerbrief 23 oktober 2023, zie Stimulering duurzame energieproductie | Tweede Kamer der Staten-Generaal) wordt, naast collectief eigendom door inwoners, ook gekeken naar andere vormen van lokaal eigendom: bedrijven en overheden. Hierin zijn de volgende definities aangehouden: -

Definitie eigendom: juridisch en economisch eigendom, het juridisch (mede-)bezitten van een energieproject. Definitie lokale omgeving: niet algemeen gedefinieerd, in praktijk wordt gewerkt met kringen van bewoners en bedrijven die op een bepaalde afstand van het project wonen of werken (gebiedscirkels van direct en indirect omwonenden), waarbij dat gebied meerdere gemeentegrenzen kan overschrijden.

Om het collectieve element beter te duiden wordt in de Monitor Financiële Participatie onderscheid gemaakt in drie typen lokaal eigendom: 1. Door bewonerscollectieven en lokale partners: eigendom van een collectief samenwerkingsverband van bewoners, lokale ondernemers, agrariërs of anderen in de omgeving van het project. Uitgangspunt is dat iedereen uit de lokale omgeving, inclusief omwonenden, de kans moet hebben gehad om deel te nemen aan het project. 2. Publiek: eigendom van gemeenten, waterschappen, e.d., inclusief bedrijven die 100% publieke aandeelhouders hebben. 3. Lokale bedrijven: eigendom van lokale ondernemers, agrariërs, maatschappelijke instellingen met lokale vestiging. Deze drie typen worden in hoofdstuk 4 nader toegelicht.

Uitwerking van aspecten van lokaal eigendom De bepalende elementen van lokaal eigendom zijn: - Zeggenschap, ofwel het juridische eigendom Lokale spelers hebben (geheel of in meerderheid) de zeggenschap vanaf initiatief- t/m beheerfase. -

Het economische eigendom De financiering van het zonneveld en de opbrengsten en uitgaven zijn lokaal. Denk aan lokale investering (boeren, burgers, bedrijven), bankleningen en overige externe financiering, ontwikkelwaarde (ontwikkelaars, adviesbureaus), grondexploitatie (aankoop, huur), energieopbrengst (verkoop van energie en groencertificaten aan lokale afnemers), bouwkosten (lokale bedrijven), gemeentelijke kosten (leges e.d.), beheerkosten.

-

Brede collectieve en lokale deelname Hier gaat het om de mate waarin de revenuen redelijk en breed verdeeld over de lokale spelers (van eigenaar t/m energieafnemer). Worden de opbrengsten aan een brede groep inwoners (en kleine ondernemingen) aangeboden en is het rendement van de investerende groepen redelijk verdeeld, rekening houden met risico en opbrengst. Zijn de opbrengsten voor verschillende spelers redelijk in maatschappelijk opzicht (dat is iets anders dan marktconform). En blijft er voldoende over voor meeprofiteren door de direct omwonenden, de natuurwaarden e.d.

8

Toelichting zeggenschap Bij het juridische eigendom hebben de lokale deelnemers de meerderheid in de besluitvorming. En hebben zo invloed op de ontwerpkeuzes, locatiekeuzes binnen het aangewezen gebied, kosten en opbrengsten. De stemrechten van de lokale deelnemers moeten goed zijn geregeld in de statuten, reglementen of de aandeelhoudersovereenkomst. Daarin kan namelijk worden afgeweken van de rechten die normaal horen bij de verhoudingen van eigendom. Er kan bijvoorbeeld worden geregeld dat lokale deelnemers met een minderheid van het eigendom, wel de laatste stem hebben over bepaalde belangrijke onderwerpen. Maar andersom kan ook worden geregeld dat als er lokaal een meerderheid van het eigendom is er voor belangrijke beslissingen, toch de toestemming nodig is anderen. Dit zijn twee kanten van dezelfde medaille. De zeggenschap is van belang vanaf het begin van de ontwikkeling van een project. Als de lokale zeggenschap pas begint nadat er een deel van de ontwikkeling al is uitgevoerd, kunnen niet-lokale spelers al keuzes hebben gemaakt en winsten uit het project gehaald die anders lokaal gemaakt hadden kunnen worden. Het gevolg kan zijn dat er een lokaal minder gewenste plaatsing of ontwerp wordt gemaakt en/of dat een aanzienlijk deel van de lokale waarde uit het gebied wordt “afgetapt”.

Dit laatste kan bijvoorbeeld doordat het door een (inter-)nationale projectontwikkelaar ontwikkelde project bijvoorbeeld na het verkrijgen van vergunning voor een hoog bedrag (met veel winst) wordt doorverkocht aan een lokale partij, bijvoorbeeld een lokaal initiatief. Daarbij gaan dus lokale baten verloren: de door het lokaal initiatief te betalen hoge kosten verdwijnen bij de verkoop als winst uit het gebied. Deze hadden anders als baten aan de inwoners uitgekeerd kunnen worden. Toelichting economisch eigendom en de lokale opbrengsten De bedoeling van lokaal eigendom is dat de lokale gemeenschap financieel baat heeft bij het zonnepark. De lokale opbrengsten zitten in verschillende onderdelen van het zonneveldproject. Om te beginnen in het rendement op een investering van lokale deelnemers in de aanleg van het zonnepark: in ruil voor het inbrengen van geld krijgen lokale investeerders elk jaar een deel van de opbrengsten. Maar ook de andere delen van het totale financiële plaatje zijn van belang voor de lokale opbrengst, met name de grondvergoeding voor recht van opstal, of aankoopsom van de grond en de opbrengst van de elektriciteitsverkoop aan eindgebruikers. Deze elementen of een deel ervan worden vaak over het hoofd gezien. Dat is niet terecht want daarin zit een aanzienlijke mogelijkheid voor lokale opbrengst. De uitwerking hiervan staat in hoofdstuk 8.

Toelichting brede collectieve en lokale deelname De verschillende groepen mede-eigenaren kunnen zijn: -

Bewoners: direct omwonenden, inwoners omringend gebied binnen een bepaalde straal Inwoners gemeente, Grondeigenaren Lokale overheden: gemeente of waterschap. Lokale ondernemers: MKB Lokale maatschappelijke organisaties (scholen, stichtingen, verenigingen, dorpsorganisaties)

9

Om de verschillende groepen deelnemers gezamenlijk te kunnen laten participeren, wordt vaak een coöperatie opgericht. Naast bewoners, kunnen ook MKB-ers, en maatschappelijke organisaties op deze manier deelnemen. Grondeigenaren gaan een grondovereenkomst aan met die energiecoöperatie, maar kunnen zelf ook lid worden van de coöperatie en deelnemen. Organisaties kunnen ook, naast de coöperatie, direct in het project deelnemen als eigenaar als daar specifieke redenen voor zijn, bijvoorbeeld fiscale. De onderlinge verhoudingen moeten dan in aanvullende overeenkomsten worden geregeld. Een maatschappelijke verbreding van de deelname wordt mogelijk gemaakt, door deelnemers bedragen te laten inleggen naar wens en mogelijkheden. Voor deelnemers die helemaal geen vermogen kunnen inleggen vanwege hun beperkte financiële draagkracht, zijn er constructies mogelijk waarbij zij ook kunnen deelnemen. Zie bijvoorbeeld https://www.zutphenenergie.nl/energie-opwekken/onze-zonneparken/2/zonnepark-zonnestroom.

Andere vormen van financiële participatie die geen lokaal eigendom zijn Naast lokaal eigendom vinden er andere vormen van financiële participatie plaats. Deze gaan alleen over financieel profijt van de omgeving zonder zeggenschap. Deze vormen bestaan vaak naast elkaar en hebben ieder een eigen doel en insteek. Zie ook: Participatiewaaier | Publicatie | Klimaatakkoord. -

Financiële participatie zonder eigendom (individuele baten): Via crowdfunding wordt eigen vermogen bij elkaar gebracht in de vorm van obligaties, deelnemers krijgen een beperkte opbrengst met een laag risicoprofiel en géén zeggenschap.

-

Omgevingsfonds (collectieve baten): Een deel van de opbrengst komt ten goede aan maatschappelijke doelen in de omgeving via een omgevingsfonds. Het zijn collectieve baten vastgelegd in een omgevingsovereenkomst tussen eigenaren van een zonneveld en een lokale stichting, dorpsvereniging of iets vergelijkbaars die het fonds beheert. In de Gedragscode Wind op Land zijn hiervoor richtbedragen vastgelegd (0,40-0,50 euro/MWh); in de Gedragscode Zon op Land wordt omgevingsfonds wel aanbevolen maar zonder richtbedragen. Let wel dat de opbrengst van een zonneveld wel 30 euro per MWh kan bedragen, waarmee een dergelijk fonds slechts voor een klein deel aan lokale opbrengst zorgt als er geen andere eisen worden gesteld.

-

Omwonendenregeling (individuele baten) Deze regeling wordt getroffen met de direct omwonenden. Zij ontvangen voordelen bijvoorbeeld voor verduurzaming van hun woning of korting op hun energiecontract.

Bij 100% lokaal collectief eigendom vanaf een vroege ontwikkelfase bepalen de lokale eigenaren gezamenlijk hoe deze bovengenoemde vormen van financiële participatie er uit zien.

10

4. Verschillende varianten van lokaal collectief eigendom Zoals in hoofdstuk 3 gedefinieerd en in de context geplaatst zoomen we in deze notitie in op lokaal collectief eigendom. Daarin zijn varianten en gradaties te onderscheiden. In dit hoofdstuk gaan we dieper in de drie typen lokaal eigendom.

Type 1.

Door bewonerscollectieven en lokale partners

Bij dit type is de zeggenschap zo breed mogelijk verdeeld over zoveel mogelijk mensen in de buurt van een zonneveld. Energiecoöperaties zijn de organisaties die dit type lokaal eigendom over het algemeen organiseren. Dit vloeit voort uit meerdere van de 7 principes die de leden van Energie Samen onderschrijven en die ontleend zijn aan de International Cooperative Alliance (zie Microsoft Word - CHARTER.docx (energiesamen.nu)). Dit zijn kort samengevat: 1. Open en vrijwillig lidmaatschap: iedereen kan lid worden in geografisch vastgesteld gebied 2. Democratische controle door de leden: de algemene ledenvergadering is het hoogste besluitvormend orgaan volgens het principe: één lid, één stem. 3. Economische participatie van de leden: leden dragen bij aan kapitaal van hun coöperatie. 4. Autonomie en onafhankelijkheid: zelfredzaam en samenwerkingen met derden die geen afbreuk doen aan democratische controle van de leden 5. Onderwijs, vorming en informatieverstrekking 6. Samenwerking tussen coöperaties: op lokale, regionale, nationale en internationale niveau 7. Engagement voor de gemeenschap Over het algemeen zijn deze principes vastgelegd in de statuten van de energiecoöperatie, en daarmee alleen te wijzigen door een (grote) meerderheid van de leden. Gecombineerd met de open lidmaatschapsstructuur is de democratische controle van het collectief ook voor de lange termijn geborgd.

De economische participatie zit ook al opgesloten in de statuten en reglementen van een energiecoöperatie. De wijze waarop risicodragend ledenkapitaal wordt ingebracht, voor welk minimum- en maximumbedrag per project, in welke fase van ontwikkeling etc. wordt in de reglementen vastgelegd. Inleg van kapitaal is niet verplicht, veelal is een lage eenmalige of jaarlijkse contributie, bijvoorbeeld 10 euro per jaar, al voldoende om een stem te krijgen op de algemene ledenvergadering. Hiermee is de zeggenschap toegankelijk voor eenieder uit de omgeving die wil deelnemen. Bij de projecten geeft de hoogte van het ingelegde bedrag een lid niet meer stemrecht. De hoogte van het ingelegde bedrag is van invloed op de mate waarin een lid risico draagt maar hij kan ook de vruchten plukken van zijn inleg. In een vroege ontwikkelfase kan het zeer risicovol zijn omdat dan ook de kans bestaat dat het lid zijn inleg kwijt is als het project geen doorgang vindt. Hier staat tegenover dat bij succesvol ontwikkeld project het lid in de regel ook beloond wordt met een hoger opbrengstpercentage als hij vroeg heeft geïnvesteerd.

Type 2.

Publiek eigendom

Bij dit type lokaal eigendom is een gemeente, waterschap of andere lokale organisatie met publieke aandeelhouders de eigenaar van een zonneveld. Dit is een vorm van lokaal eigendom met indirecte democratische controle via de gemeenteraad of het waterschapsbestuur. Alle inwoners, organisaties en bedrijven worden door een gemeente vertegenwoordigd, zij dragen collectief alle lusten en lasten van een opwekproject. Ook de tegenstanders van een zonneveld doen dus indirect mee.

11

Als een gemeente eigenaar wordt en dus het kapitaal inlegt loopt zij ook het risico. Bij het onverhoopt geen doorgang vinden van een project, staat de gemeente ook aan de lat voor de gemaakte ontwikkelkosten en daarmee indirect dus alle inwoners en bedrijven in een gemeente. Andersom komen de netto-opbrengsten ook ten goede aan de gehele gemeente. Via het democratisch bestuur en besluiten wordt bepaald waar de opbrengsten aan besteed worden.

Type 3.

Lokale bedrijven

In de praktijk kan lokaal eigendom ook door een of meer lokale bedrijven georganiseerd worden. Dit kunnen bijvoorbeeld de grondeigenaren zijn al dan niet in combinatie met lokale ondernemers. De lokale bedrijven leggen samen risicokapitaal in en lopen samen dus ook de risico’s op geen doorgang van het project of een lagere opbrengst. Als tegenprestatie maken zij dan ook aanspraak op alle opbrengsten van het zonneveld. Een bijzondere vorm van lokale bedrijven zijn de eigenaren van de grond waar het zonneveld op wordt gebouwd. Deze grondeigenaren (meestal agrariërs) kunnen, door met elkaar een collectief te vormen, samen de grond optimaal verdelen zodat ieder een stukje zonneveld krijgt (en daarmee ook een deel van de grond- en stroomopbrengst) via een onderlinge ruilverkavelingsovereenkomst. Combinaties van typen In praktijk komen ook veel mengvormen voor waarin het eigendom gedeeld is tussen burgers, publiek en/of enkele lokale grotere bedrijven. Zij regelen dan onderling de verhoudingen in zeggenschap en de economische eigendomsverhoudingen. In hoofdstuk 6 is de landelijke stand van zaken geschetst.

Samenvatting kenmerken verschillende varianten lokaal eigendom In onderstaande tabel zijn de 3 vormen van lokaal eigendom samengevat aan de hand van de aspecten uit hoofdstuk 4.

1.

Door bewonerscollectieven en lokale partners

2.

Publiek eigendom

3.

Lokale bedrijven

Zeggenschap (juridisch eigendom) vanaf initiatief t/m beheer

Economisch eigendom (wie brengt lokaal kapitaal in, draagt risico’s en profiteert)

Brede collectieve deelname en eigendom

Groot en rechtstreeks, via de ledenvergadering, waarin ieder lid één stem heeft, onafhankelijk van financiële inbreng Groot, maar indirect via de volksvertegenwoordiging of het bestuur

Alle leden kiezen zelf het aantal deelnemingen/bedrag (binnen kaders van min-max etc) Gesocialiseerd via de gemeentebegroting: alle inwoners en bedrijven

Heel groot, maar indirect en niet vrijwillig

Beperkt: alleen door deelnemende bedrijven

lokale bedrijven

Beperkt tot bedrijven

Mogelijke mate van collectiviteit (hoeveel burgers/ bedrijven doen mee) Groot: lidmaatschap kost weinig maar is vrijwillig

Lokaal collectief eigendom in welke fase van het project Zonnevelden worden ontwikkeld in een aantal fasen: 12

Toegankelijkheid (open en laag instapbedrag) Eenvoudig: voor iedereen in de omgeving, inwoners én MKB’s, die het lidmaatschapsgeld wil betalen Niet: de overheidsinstantie neemt deel namens degenen die zij vertegenwoordigt Lokale bedrijven

1. De ontwikkelfase, bestaande uit vier subfasen: - Initiatief (het plan staat op papier maar is niet meer dan dat), - Vergunning (de vergunning van de gemeente is verleend), - SDE-aanvraag (de landelijke Subsidieregeling Duurzame Energie, die een minimumstroomprijs garandeert, is toegekend), - financial close (het moment dat de bank akkoord gaat met de lening voor de aankoop van de zonnepanelen, constructies en kabels). 2. De aanlegfase, waarin het park wordt aangelegd, en 3. De exploitatiefase waarin het park stroom opwekt voor 20 tot 25 jaar. De zeggenschap is het grootst als het eigendom zo vroeg mogelijk wordt verworven in de ontwikkelfase. Dan ligt er nog geen ontwerp, zijn er nog geen definitieve grondovereenkomsten gesloten en zijn er nog geen afspraken over de stroomafname. De risico’s zijn ook het grootst in de vroegste fase, er is nog allerminst zekerheid over het verkrijgen van de vergunning en zekerheid over de financiële parameters. De investeringen zijn nog relatief laag in de vroege fase, en daarmee is het absolute risico in termen van bedragen nog klein. Deze nemen toe in de loop van de tijd. Schematisch hieronder weergegeven. Omdat de waarde/kostenverhouding het beste is net voor de start van de bouw verkopen veel niet-lokale partijen op dat moment het zonnepark.

Als zij op dat moment het zonnepark verkopen aan een lokale partij dan willen zij in de regel van die lokale partij een vergoeding voor de toekomstige winsten. Als de lokale partij die betaalt dan kan zij die dus niet meer ten goede laten komen aan de lokale gemeenschap.

Bron: handreiking samenwerkingsovereenkomsten.pdf (windows.net)

13

5. Lokaal collectief eigendom in de praktijk en voorbeelden In Nederland zijn al tientallen voorbeelden van zonnevelden in lokaal eigendom. In de praktijk komen veel mengvormen van de drie beschreven typen lokaal eigendom voor. Al enkele jaren wordt gemonitord in hoeverre de afspraken uit het Klimaatakkoord voor lokaal eigendom worden gerealiseerd. Dat gebeurt ook voor andere vormen van financiële participatie (obligaties, omgevingsfonds en omwonendenregelingen), maar daar gaan we hier niet verder op in.

Het landelijke actuele beeld lokaal collectief eigendom zonnevelden Recent is weer de monitor financiële participatie 2022 gepubliceerd als bijlage bij de Kamerbrief van 23 oktober 2023 over dit onderwerp (zie: Stimulering duurzame energieproductie | Tweede Kamer der Staten-Generaal). In de monitor staan de aantallen projecten die in lokaal eigendom zijn gerealiseerd per type opgesomd (zie ook de tabel op volgende pagina): Type 1 door bewoners-collectieven en lokale partners en/of combinaties met type 1 - 64 projecten die samen 4,1% van het totaal opgesteld vermogen zon op land vertegenwoordigen. - Hiervan is bij 40 projecten een burgercoöperatie 100% eigenaar. - Bij nog eens 24 zonneprojecten is een burgercoöperatie gedeeltelijk eigenaar variërend tussen 1 en 66% aandeel. Het andere deel is in handen van een andere lokale of niet-lokale partij - In 2022 zijn er 14 van deze lokaal eigendom projecten bijgekomen. Er zit een stijgende lijn in het aantal projecten. - Maar het relatieve aandeel van lokaal eigendom projecten in termen van opgesteld vermogen is echter wel licht gedaald van 4,3 naar 4,1% in het laatste jaar. Type 2. Publiek: eigendom - 156 projecten van met name waterschappen en (drink-)waterbedrijven en een minderheid door gemeenten, die samen 4,9% van opgesteld vermogen zon op land totaal vertegenwoordigen Type 3.

Lokale bedrijven - 84 projecten die samen 11,2% van het opgesteld vermogen zon op land totaal vertegenwoordigen De overige 236 zon op land projecten hebben geen lokaal eigendom of er is geen eigenaar bekend. Zij vertegenwoordigen 79,7% aandeel in het totaal opgesteld vermogen. Dit aandeel is afgelopen jaar zelfs licht toegenomen. Dit komt doordat met name recente grote projecten zijn gerealiseerd zonder lokaal eigendom. Kanttekening die we hierbij ook plaatsen is dat 'lokaal eigendom' pas sinds het Klimaatakkoord uit 2019 een streven is, en dat dit daarvoor nog nauwelijks een issue was, behoudens in enkele gemeenten. Bij een ontwikkeltijd van gemiddeld drie jaar voor zonnevelden worden nu dan ook pas de eerste zonnevelden met een aanzienlijk deel lokaal eigendom opgeleverd. In de jaarlijkse Lokale Energie Monitor van 2022 worden een in totaal 49 zonnevelden genoemd met 100% eigendom van energiecoöperaties, die in de ontwikkelpijplijn zitten. Daarnaast nog eens 48 projecten met een aandeel van tussen de 50 en 100%. (bron: Collectieve zonprojecten | HIER).

14

Bron: Monitor financiële participatie hernieuwbare energie op land 2022, AS I-Search en Bosch & van Rijn, 30 september 2023

Lokaal collectief eigendom bij andere vormen van duurzame opwekking Niet alleen voor zonnevelden, maar ook voor zonprojecten op daken is er veel ervaring met lokaal eigendom door bewonerscollectieven, meestal energiecoöperaties. Eind 2022 waren er in Nederland ruim 1.000 projecten gerealiseerd met een totaal vermogen van 132 MW (bron: Lokale Energie Monitor 2022 | HIER). Vaak zijn een of meerdere collectieve zonnedaken de aanloop naar een grootschalig zonneveld voor een energiecoöperatie. Ervaring met de kleine projecten vormt dan de basis voor het initiatief naar grotere projecten voor zon op land. 15

Windprojecten kennen een langere (burger-)coöperatieve historie dan zon. Al enkele decennia geleden zijn de eerste windmolens door burgercollectieven gerealiseerd, zoals in 1987 door Zeeuwind en in 1991 door De Windvogel. Inmiddels is bij windprojecten bij 142 projecten sprake van lokaal eigendom van bewoners-collectieven en lokale partners (type 1) en/of combinaties van type 1 en andere typen. Het aan bewonerscollectieven toegerekende vermogen komt overeen met 315 MW opgesteld vermogen. (bron: Lokale Energie Monitor 2022 | HIER).

Enkele voorbeelden uit de praktijk Hierna zijn enkele recente voorbeelden van zonnevelden met 100% lokaal eigendom uitgelicht. Dit illustreert ook hoe de zeggenschap van de lokale omgeving vertaald wordt in een bijdrage voor natuur en maatschappij.

Zonnepark Noordmanshoek In 2018 is Coöperatie Goed Veur Mekare begonnen met de ontwikkeling van Zonnepark Noordmanshoek. Dit ligt op een terrein ten noorden van Wijhe, dat ooit als bedrijventerrein was bedoeld maar nooit op die manier is ingevuld, een duurzame bestemming te ontwikkelen. Bij het Zonnepark is er veel aandacht aan landschappelijk inpassing en biodiversiteit. De grondbedekking van de zonnepanelen bedraagt 54%, wat uitzonderlijk laag is en veel ruimte geeft voor natuur. Het Zonnepark werkt mee aan project EcoCertified, waarbij het park regelmatig gemonitord gaat worden op natuurwaarden. Het park is ook onderdeel van het project Energietuinen Nederland. Op 11 maart 2022 heeft het Zonnepark zijn eerste elektriciteit geleverd. Op een stuk grond van 6,5 hectare liggen 20.456 panelen met een vermogen van 9,5 MW en een totale verwachte opbrengst van 7,5 miljoen kWh per jaar . De totale investering van Zonnepark Noordmanshoek bedraagt 5,4 miljoen Euro. Het Eigen Vermogen van 10% is volledig opgebracht door eigen leden van Goed veur Mekare. In totaal hebben 66 leden een investering gedaan. Het Vreemd Vermogen is ter beschikking gesteld door Energie Fonds Overijssel (EFO). De participanten ontvangen van het Zonnepark rente, dat bestaat uit een vast percentage van hun inleg en een winstafhankelijk deel.

De winst die het Zonnepark oplevert na betaling van deze en andere kosten gaat naar de coöperatie. De coöperatie stort deze winst in het door de coöperatie beheerde Duurzaamheidsfonds. Met het geld uit dit fonds worden weer nieuwe duurzame initiatieven ontwikkeld voor Olst-Wijhe. Bron: Zonnepark Noordmanshoek - Goed Veur Mekare

Project LangstraatZon LangstraatZon Coöperatie U.A is een burgerinitiatief met als doel het opwekken van zonne-energie in de gemeente Waalwijk, samen met inwoners, bedrijven en verenigingen in de gemeente. Zij investeerden samen in een zonnepark op het Ecopark, de voormalige vuilstort van de gemeente Waalwijk. Het zonneveld van 5,8 MW is eind 2021 gerealiseerd voor een totale investering van 3,6 miljoen Euro. Hiervan is 20% door bijna 170 leden van de coöperatie ingebracht, zij hebben elk tussen de €100 en €10.000 bijgedragen. 80% is dus van de bank geleend. Bron: Zonnepark Waalwijk LangstraatZon

16

6. Voordelen en nadelen van varianten lokaal collectief eigendom De voor- en nadelen per variant vloeien voort uit de kenmerken van de varianten zoals in het vorige hoofdstuk benoemd.

Type 1: lokaal eigendom bewonerscollectieven en lokale partners Voordelen + Potentieel grote spreiding van de opbrengsten over veel burgers en lokale spelers. + Toegankelijkheid is groot: iedereen die wil, kan meedoen en meeprofiteren. De minimale en maximale investeringsbedragen liggen op voorhand niet vast en kunnen per project worden bepaald. Zeggenschap de van omgeving is door toegankelijkheid goed geborgd. Iedereen die wil, kan lid worden van de energiecoöperatie en democratisch meebeslissen. Dat staat los van de hoogte van het geïnvesteerde bedrag, mits goed vastgelegd in statuten. + Geen verplichting om mee te doen: lidmaatschap en deelname zijn vrijwillig. Tegenstanders of personen die niet deelnemen staan niet aan de lat voor optredende tegenvallers of risico’s. Nadelen - Personen/bedrijven die veel investeren profiteren ook veel. Dit hangt natuurlijk wel samen met de omvang van het risico dat de inleg niets of minder opbrengt dan gedacht. - Deze variant vraagt het meest van inwonerscollectieven: zij hebben er straks profijt van, maar moeten ook de kennis, menskracht en het investeringskapitaal organiseren om het zonneveld van de grond te krijgen

Type 2: publiek eigendom door gemeente Voordelen: + De gemeente kan via gemeentelijke democratie haar zeggenschap vormgeven, de gemeenteraad besluit over de belangrijke keuzes in ontwikkeling, realisatie en exploitatie. + Alle inwoners en bedrijven profiteren, weliswaar indirect. De opbrengsten komen ten goede aan de gemeente zelf. + Geen directe risico’s bij individuele burgers of bedrijven. Bij tegenvallers wordt alleen de gemeente financieel geraakt. Nadelen: - Ook tegenstanders doen indirect mee. - Bij tegenvallende opbrengsten of zelfs verliezen betalen ook alle belastingbetalers via de gemeentebegroting mee. - De democratie is indirect via de gemeenteraad geregeld. Dat maakt het mogelijk stroperig inwoners/omwonenden moeten via de raad, de wethouder of een ambtenaar hun invloed uitoefenen. - Gemeente is zowel beleidsmaker, vergunningverlener en initiatiefnemer/ondernemer, passen die rollen bij elkaar, ofwel hoe zouden de rollen gescheiden moeten worden georganiseerd?

Type 3: lokale bedrijven Voordelen + Goed voor lokale ondernemers en daarmee indirecte spin-off naar lokale economie. + Lokale ondernemers zijn gewend aan het nemen van risico’s, waarmee ook de vroege ontwikkelfase met een hoge mate van onzekerheid geen obstakel is. + Ondernemers kunnen waarschijnlijk sneller en met grotere bedragen investeren, de governance zal daarmee eenvoudiger zijn. 17

Nadelen - Beperkte mate van collectiviteit, alleen een of enkele bedrijven profiteren rechtstreeks. - De zeggenschap van de omgeving, direct omwonenden en andere inwoners is niet geborgd. - Er bestaat een kans op negatieve beeldvorming: 'enkele rijke' ondernemers krijgen de kans om te profiteren’. Mogelijk wordt de weerstand tegen zonnevelden hierdoor aangewakkerd.

7. Haalbaarheid van 100% collectief eigendom Van de verschillende vormen van lokaal eigendom doen type 1 (bewoners/bedrijvencollectief) en type 2 (publiek) het meest recht aan het begrip collectief. Omdat de publieke variant door de gemeente Stichtse Vecht niet (meer) beschouwd wordt, gaan we hier in op de haalbaarheid van type 1: lokaal eigendom door bewonerscollectieven en lokale partners. Dit zijn de volgende deelvragen: -

Is er voldoende interesse voor deelnemers uit omgeving om mee te investeren? Kan een inwonersinitiatief/energiecoöperatie het aan? Is het financieel haalbaar met 100% lokaal eigendom?

Potentiële interesse van deelnemers uit omgeving om mee te investeren De totale investering voor een zonneveld loopt in de miljoenen. Hiervan wordt veelal 65-80% met een banklening gefinancierd, en het overige deel wordt door de eigenaren ingebracht. Voor een voorbeeld zonneveld van 20 ha gaat het dan om 20-35% van circa 13 miljoen euro: 2,5 tot 4,5 miljoen. Voor de totale gemeente Stichtse Vecht zijn drie zonnevelden van een dergelijke omvang voorzien. Het in te leggen bedrag hoeft niet in een keer opgebracht te worden, maar kan stapsgewijs vanaf de ontwikkelfase worden ingebracht. Over een gemiddelde ontwikkeltijd 2-5 jaar, zijn voor zo’n voorbeeldproject per zonneveld per fase de bedragen globaal verdeeld: - financiering ontwikkelfase ca. 0,5 tot 1 miljoen euro in verschillende rondes op te halen; - financiering voorafgaand aan de aanlegfase, ca. 2 tot 3,5 miljoen euro. Door de gefaseerde financieringsrondes kan een energiecoöperatie ook gefaseerd het ledenbestand uitbouwen. Bij de eerste rondes is het bedrag nog laag, maar het risico hoog. Hieraan zullen mensen meedoen met een klein bedrag of voor het risico aanvaardbaar is. Als lokale deelnemers van het eerste uur zelf aan het roer staan, is er bij hen vaak ook animo om het verhoogde risico in de ontwikkelfase te accepteren en, tegen een opslag, geld in te leggen.

Recente voorbeelden zijn de projecten Rijnenburg en Woerden waar binnen korte tijd het benodigde geld voor zo’n vroege fase kon worden opgehaald (365.000 euro binnen een week voor de leges tegen 35% opslag voor een windproject resp. 200.000 euro binnen twee weken voor de vergunningaanvraag tegen 25% opslag voor een zonproject). In praktijk investeert natuurlijk lang niet iedereen uit de omgeving in een zonneveld, en zien we een brede spreiding in de in te leggen bedragen vanaf 100 euro tot enkele tienduizenden euro’s. Bij mengvormen van bewonerscollectieven met lokale ondernemers zoals de twee uitgelichte 18

voorbeelden uit hoofdstuk 5 is de gemiddelde inleg van de deelnemers ruim 5.000 en ruim 8.000 Euro. Veel energiecoöperaties gebruiken de tool Econobis van Energie Samen om het proces van geld ophalen te automatiseren en digitaliseren. De ervaringscijfers van hen laten zien dat tot nu toe 100% van de campagnes via deze software en werkmethode succesvol is geweest. Voor 53 projecten is in totaal € 20,9 miljoen opgehaald. Het kleinste bedrag was € 8.500 en het grootste € 3,0 miljoen (Bron: Econobis). Ook commerciële platforms zijn actief bij crowdfunding voor duurzame (energie-)projecten. Deze werken ook voor commerciële bedrijven en laten zien dat er grote bedragen opgehaald kunnen worden. Bijvoorbeeld: Duurzaaminvesteren.nl, duurzame projecten, waaronder energie, sinds 2023 meer dan 325 miljoen euro opgehaald - Greencrowd, gespecialiseerd in duurzame energieprojecten, meer dan 20 miljoen euro opgehaald - Oneplanetcrowd, duurzame projecten waaronder energie, sinds 2013 bijna 67 miljoen euro opgehaald - Meewind, duurzame energieprojecten, 320 miljoen euro geïnvesteerd vermogen door 12.000 particuliere beleggers.

Inwonerscollectieven laten zien dat 100% lokaal eigendom kan Lokale initiatieven zijn vaak jong, werken veel met vrijwilligers en hebben beperkt startkapitaal. Dat roept de vraag op of een burgerinitiatief professioneel en kapitaalkrachtig genoeg is om 100% lokaal eigendom vanaf de initiatieffase te bewerkstelligen. Zoals al in hoofdstuk 6 toegelicht zijn er in Nederland al 40 zonnevelden met 100% lokaal eigendom door burgercoöperaties gerealiseerd. Daarnaast zitten er circa 50 in de ontwikkelpijplijn. Dat laat zien dat er al veel kennis en ervaring is opgedaan in het land. Hiermee is ook een uitgebreide structuur ontstaan voor ondersteuning van nieuwe, jonge of kleine energiecoöperaties. Energiecoöperatie 2030.nu heeft het coöperatieve project Polder Nijenrode gerealiseerd, wat weliswaar een veel kleinere schaal heeft dan een zonnepark, en heeft verschillende andere soortgelijke projecten in voorbereiding. Energiecoöperaties kunnen gebruik maken van de volgende mogelijkheden: -

Servicepunt Energie Laagdrempelige en kosteloze hulp aan energiecoöperaties om ze te helpen in de opstartfase en bij de opstart van opwekprojecten. Dit wordt door Energie van Utrecht ingevuld voor thema Elektriciteit en NMU voor thema Warmte en gesubsidieerd door de provincie Utrecht. Voor zonnevelden bestaat de hulp uit aanreiken kennis op gebied van organisatie, financiering, contractvorming, procedures, voorbeelddocumenten etc. Het Servicepunt is ingericht om zoveel mogelijk collectieven en projecten te helpen in de initiatieffase. Dat betekent dat zodra een project wat verder is en de vragen omvangrijk worden dit niet meer onder de dienstverlening van het Servicepunt valt. Dan kan worden gebruik gemaakt van de onderstaande faciliteiten.

19

-

Ontwikkelfonds Energiecoöperaties (OEC) Energiecoöperaties uit een aantal provincies, waaronder Utrecht, kunnen een lening krijgen om de ontwikkelkosten voor grootschalige zon- en windprojecten te betalen. De energiecoöperatie kan deze lening gebruiken om de kosten voor onderzoeken, vergunningaanvragen, leges en aanbetalingen voor Stedin te betalen. Tegelijkertijd is het nog onzeker of een zonneveld daadwerkelijk doorgang kan vinden, bijvoorbeeld als blijkt dat een vergunning niet wordt verkregen. De voorwaarden van het Ontwikkelfonds zijn hierop ingericht: als een ontwikkeling uiteindelijk geen doorgang vindt hoeft de lening niet terugbetaald te worden. Zie ook: Ontwikkelfonds voor energiecoöperaties - Energie Samen.

-

Dienstverlening Projectbureau Energie van Utrecht Een energiecoöperatie hoeft niet alle kennis zelf te hebben. Door het Projectbureau van de koepelcoöperatie Energie van Utrecht worden projectontwikkeldiensten geleverd aan de coöperaties die lid zijn. In combinatie met het Ontwikkelfonds kan een lokale energiecoöperatie dan professioneel aan de slag met de ontwikkeling van een zonneveld.

-

Samenwerking met collega-energiecoöperaties uit de buurt en landelijk In praktijk zien we veel onderlinge samenwerking van verschillende coöperaties die bij elkaar in de buurt actief zijn. Zeker voor grootschalige projecten ligt dit voor de hand: de impact van grote zonnevelden overschrijdt soms ook de gemeentegrenzen. Een van de zeven coöperatieve waarden is ook onderlinge samenwerking op de verschillende schaalniveaus: lokaal, regionaal, landelijk. Een 100% burgercoöperatie is de landelijk opererende coöperatie de Windvogel met wind- én zonprojecten. Ook Zeeuwind en Deltawind kunnen dankzij hun langjarige ervaring (wind én zon) en kapitaalkracht andere coöperaties ondersteunen met menskracht en kapitaal.

-

Energie Samen Academie Er is in de afgelopen jaren heel veel ervaring opgedaan met lokaal eigendom in Nederland. De landelijke koepel van energiecoöperaties maakt de kennis toegankelijk in de vorm van de Energie Samen | Academie. Ook voor de ontwikkeling van zonnevelden is hier per ontwikkelstap veel informatie te vinden waar nieuwe initiatieven gebruik van kunnen maken.

-

Samenwerking commerciële dienstverleners Voor specialistische onderzoeken in de ontwikkelfase, voor de aanleg en voor de exploitatiefase kunnen bedrijven ingeschakeld worden. Dit kunnen in de meeste gevallen ook lokale bedrijven zijn. Deze bedrijven nemen dan een klein of geen aandeel in het project en zijn puur opdrachtnemer van de energiecoöperatie.

Financiële haalbaarheid met 100% lokaal eigendom Of een zonneveld nu met 100% lokaal of 100% niet-lokaal eigendom ontwikkeld wordt, elk zonneveld moet rendabel zijn om zo een banklening te kunnen krijgen. Andersom gesteld, als een bank bereid is om een lening te verstrekken, is een project haalbaar. Hierna is eerst toegelicht waar een bank in zijn algemeenheid naar kijkt bij het verstrekken van een lening. Daarna is toegelicht in hoeverre 100% lokaal invloed heeft op het verkrijgen van een banklening en daarmee de haalbaarheid.

20

Welke eisen zijn voor een bank in zijn algemeenheid belangrijk om een lening voor een zonneveld te verstrekken? Een bank kijkt naar verschillende kenmerken van een zonneveldproject, waaronder technische, financiële, juridische en maatschappelijke. Een bank wil weten of het project technisch goed is ontworpen en uitgevoerd, of het project voldoende inkomsten kan genereren uit de verkoop van elektriciteit en/of subsidies, of het project beschikt over de benodigde vergunningen en contracten, en of het project rekening houdt met de belangen van de omgeving en andere belanghebbenden. Een bank zal ook kijken naar de kredietwaardigheid en de ervaring van de projectontwikkelaar en de exploitant. Een bankfinanciering voor een zonneveld is meestal een langlopende lening met een looptijd van 10 tot 15 jaar. De bank zal een onderpand vragen op het zonneveld en de bijbehorende rechten en inkomsten. De bank zal ook een rente en een aflossingsschema bepalen op basis van de risico's en de kasstromen van het project. Een bankfinanciering voor een zonneveld is dus maatwerk, waarbij de bank een gedegen analyse maakt van het project en de partijen die erbij betrokken zijn. Voor financiering van een lokaal project is de ervaring en organisatie van de coöperatie belangrijk voor een bank. Hierbij helpt Energie Samen en Energie van Utrecht coöperaties om dat vertrouwen te geven.

Daarbij wordt in de maatwerkgesprekken de banklening zo opgebouwd dat deze voldoet aan de specifieke eisen qua rendement en benodigde uitkering voor coöperatiedeelnemers.

Verschil met 100% lokaal eigendom en zonder (=commerciële investeerder) qua haalbaarheid Haalbaarheid groter met 100% lokaal eigendom doordat: -

-

-

Deelnemers nemen vaak genoegen met lager dividend vanwege de andere voordelen en hun ideële motieven. Het gaat deelnemers eigenlijk om andere zaken dan enkel financieel profijt, het gaat ze vaak vooral om goede inpassing in de omgeving, zeggenschap, bijdrage aan een betere wereld etc. Lagere rendementseisen door leden van energiecoöperaties betekent dat zonnevelden in 100% coöperatieve handen een grotere kans hebben om rendabel te zijn dan in handen van (niet-lokale) marktpartijen. Daar komt bij dat, omdat leden van energiecoöperaties hogere waarde hechten aan de inpassing en minder eisen aan het rendement, er vaak ook meer geld is om in de omgeving in te zetten. Dat maakt de kans op weerstand bij coöperatieve projecten kleiner (maar dat wil dus niet zeggen dat een coöperatief project automatisch volledige acceptatie kent). Een energiecoöperatie smeert het rendement van het project uit over de hele levensduur, terwijl een commerciële ontwikkelaar vaak in de ontwikkelfase al veel geld casht waardoor er daarna, in de bouw en tijdens de jarenlange exploitatie, minder financiële ruimte is. Dit is de reden waarom er minder geld via de energiecoöperatie voor de gemeenschap overblijft als deze het park van een commerciële ontwikkelaar koopt na de ontwikkeling of bouw.

Dit is ook de reden waarom commerciële ontwikkelaars soms minder waarde hechten aan een 'goede buur' zijn: zij verkopen het park vaak immers nadat de vergunning binnen is.

Haalbaarheid mogelijk kleiner met 100% lokaal eigendom doordat: -

Bij zonnevelden die recentelijk in ontwikkeling waren bleek, bij een zeer krappe businesscase, dat met name in de eerste jaren een dividenduitkering aan de deelnemers lastig was, omdat eerst de banklening in 15 jaar moet worden afbetaald. Dat maakt het mogelijk onaantrekkelijker voor potentiële lokale deelnemers om mee te investeren. Dit is een mogelijk nadeel voor de haalbaarheid tegenover projecten van grote marktpartijen, die het soms makkelijker vinden om in te calculeren dat er pas later dividend wordt uitgekeerd. Dat 21

-

-

kan bijvoorbeeld voor pensioenfondsen gelden of buitenlandse investeerders met specifieke fiscale voordelen. Banken die vreemd vermogen verschaffen hanteren soms ongunstiger condities bij een lening voor een coöperatief project, o.a. omdat ze extra kosten maken voor “due diligence”. Dit geldt niet voor banken die zich als groen afficheren en dat zijn vaak juist de banken waarmee een coöperatieve organisatie in zee gaat. Banken willen het liefst zo veel mogelijk overheadwerk uitsmeren over een zo groot mogelijk financieringsbedrag. Daarvoor zijn banken bereid betere condities te bieden als een heel portfolio van zonneparken in één keer wordt aangeboden door een (commerciële) ontwikkelaar. Dit is voor lokale energiecoöperaties (die vaak maar één project tegelijk ontwikkelen) minder makkelijk te organiseren. Echter, door initiatieven zoals het realisatiefonds waarin de Rabobank, Triodos en ASN hun krachten bundelen voor coöperatieve projecten komen er ook meer mogelijkheden voor energiecoöperaties.

22

8. Het financiële plaatje Het financiële plaatje van het zonneveld (de business-case) wordt in dit hoofdstuk uiteengerafeld om de mogelijke lokale opbrengsten in beeld te brengen. Lokaal eigendom creëert maximale zeggenschap door de lokale samenleving om de opbrengsten zo lokaal mogelijk te houden. Bij de uiteenzetting van het financiële plaatje is ook de omvang van de verschillende elementen in een rekenmodel doorgerekend aan de hand van een referentieproject: een recente case van een zonneveld van 8 MW. Dit laat de onderlinge verhoudingen tussen de onderdelen zien. Verschillende soorten lokale opbrengsten Deelname en dus profijt hebben van het project kan op verschillende manieren: -

-

De meest voor de hand liggende is door geld in te leggen als investeerder. Op deze manier is er een direct verband tussen het inleggen van geld en het vervolgens terugkrijgen van opbrengsten vanuit het zonneveld. Het moment waarop de deelnemer investeert is bepalend voor de opbrengsten bij die inleg. Leg je vroeg geld in bijvoorbeeld als er nog veel risico's in het project zitten, krijg je een hogere vergoeding dan wanneer het project al in de eindfase zit en het risico dat het project niet doorgaat minimaal is. Tevens kunnen lokale ondernemers werkzaamheden verrichten tijdens de ontwikkel- en de bouwfase of in een latere fase, het beheer en onderhoud van het zonneveld uitvoeren. Maar ook inwoners die stroom uit het zonnepark krijgen, kunnen profiteren van het project. Zij krijgen door deel te nemen een stabiele en zekere prijs voor de zonnestroom en daarmee minder afhankelijk van grillige prijzen op de elektriciteitsmarkt.

Deze en andere soorten mogelijke lokale opbrengsten worden hierna afzonderlijk toegelicht.

De financiering van de investering en mogelijke lokale opbrengsten Om het zonneveld te realiseren is er een investering nodig voor de ontwikkeling, de bouwwerkzaamheden, de apparatuur (waaronder de panelen, de kabels en de stellages) en een reservering voor het onderhoud. De financieringsbronnen voor de investering kunnen zijn: 1. Ledencertificaten: leden van een lokale energiecoöperatie leggen geld in via certificaten; de coöperatie is aandeelhouder van het zonneveld; 2. Eigen vermogen door andere aandeelhouders van het zonneveld: andere deelnemers, bijvoorbeeld lokale bedrijven of organisaties, investeren individueel als. Samen met de coöperatie zetten ze een rechtsvorm (project BV) op die eigenaar is van het zonneveld; 3. Banklening: een bank leent het vreemd vermogen aan de project BV; 4. Lening lokale spelers: lokale bedrijven of particulieren verstrekken een lening aan de project BV of aan de coöperatie. In de gevallen 1, 2 en 4 is er sprake van een lokale opbrengst, Dit is namelijk het dividend of de rente die wordt uitgekeerd. Uiteraard is dit gekoppeld aan een risico, want er kan iets misgaan met het zonneveld zodat er geen opbrengsten meer zijn en de inleg verloren gaat of er onvoorziene kosten optreden. Uiteraard worden door een goed ontwerp en verzekeringen de risico’s geminimaliseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2472/documents/53348